Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 8 juni 2022 (ABRvS 202108015/1/R3): Awb, Wro; bpl, nieuwe basisschool, ruimere bestemming, motivering, geluid, VNG-brochure, parkeren, tussenuitspraak
* 8 juni 2022 (ABRvS 202106563/1/A2): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, TwG, deskundigenrapportages, bewijsvermoeden, vergewisplicht, SBR trillingrichtlijn (Rb Noord-Nederland 21/629)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202106153/1/A2): Awb, Wro; planschade, asielzoekerscentrum, tussenuitspraak (Rb Oost Brabant 21/358)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202105468/1/R1): Awb, BP; gedoogbeschikking, aanleg en instandhouding ondergrondse hoogspanningsverbinding, vergoeding (Rb Amsterdam 20/5744)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202105445/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, parkeren van auto’s in tuinen, koopovereenkomst, APV, uitweg, bevoegdheid (Rb Midden Nederland 20/2700)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202103765/1/R2): Awb, Wro; bpl, appartementencomplex, bouwhoogte, stedenbouwkundige aspecten, Ladder/Bro, provinciale omgevingsverordening, verkeer, parkeren, woon- en leefklimaat
# 8 juni 2022 (ABRvS 202102943/1/R1): Awb, Waterwet; projectplan, verbeteren ecologische kwaliteit water, peilverandering, toename kans op overstromingen, motivering, KRW, MER, verontreinigingen
* 8 juni 2022 (ABRvS 202102894/1/R3): Awb, Ontgrondingenwet; wijzigingsvergunning, belanghebbende, gevolgen niet concreet gemaakt
* 8 juni 2022 (ABRvS 202102267/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, welstand , gevelbeeld, precedentwerking (Rb Den Haag 20/3384)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202102071/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, woonboot , verordening, geen vergunning, invordering, geen bijzondere omstandigheden (Rb Amsterdam 21/329)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202101992/1/R3): Awb, Ww, Gmw; handhaving, dwangsom, gevel pand, proceskosten (Rb Noord-Nederland 20/207)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202101931/1/R3): Awb, Wro; bpl, andere bestemming kerk
* 8 juni 2022 (ABRvS 202101638/1/R3): Awb, Ww, Gmw; handhaving, dwangsom, gebreken appartement, Bouwbesluit, invordering, geen bijzondere omstandigheden (Rb Den Haag 19/3375)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202101635/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning (Rb Rotterdam 19/2444)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202101566/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, verwijderen winterterras bij horeca, terrasnota (Rb Overijssel 20/842)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202100837/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, geven van muzieklessen in woning, planregels/dienstverlening, bevoegdheid (Rb Noord-Nederland 20/962)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202100759/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, uitbreiding melkveehouderij, gezondheid, natuur (Rb Noord-Nederland 20/948)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202100630/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, reclame in wisselframes aan netwerkkasten of elektriciteitshuisjes, geen vergunning, veranderen bouwwerken (Rb Noord-Nederland 20/3074 en 20/3053)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202100298/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, opslagloods voor machines, strijd met planregels (Rb Gelderland 19/3832)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202007063/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, bestuursdwang, staken exploitatie massage- en acupunctuurbedrijf, seksuele diensten, APV, bijzondere omstandigheden (Rb Noord-Holland 20/1536)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202006936/1/A2): Awb; schadevergoeding, Tracébesluit, spoorherinrichting, waardedaling woning, taxaties, planschade, normaal maatschappelijk risico, drempel
* 8 juni 2022 (ABRvS 202006740/1/A2): Awb, Waterwet; nadeelcompensatie, vernatting percelen, causaal verband, onderhoud (Rb Oost Brabant 19/1548)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202005784/1/R1 en 202005838/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken gebruik bijgebouw als woning, planregel, gebruiksovergangsrecht, bevoegdheid, evenredigheid (Rb Noord-Holland 19/4527
* 8 juni 2022 (ABRvS 202005192/1/A2): Awb; schadevergoeding, Tracébesluit Betuweroute, geluid, kosteneffectiviteit, geen trillinghinder beperkende maatregelen, geen bovenmatige hinder
* 8 juni 2022 (ABRvS 202005033/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, detailhandel, gebruiksovergangsrecht, strijd met bpl (Rb Limburg 19/3305)
* 8 juni 2022 (ABRvS 202004322/3/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor uitbreiding bedrijfsgebouw, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 8 juni 2022 (ABRvS 202004265/1/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, landschaps- en natuurwaarden, hobbymatig houden van paarden
# 8 juni 2022 (ABRvS 202004264/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, landgoedbos, cultuurhistorische hoofdstructuur, provinciale verordening, sorties/lanen, verkeer/model/invoer, geluid/model, natuur/Wnb,
* 8 juni 2022 (ABRvS 202003133/1/R3): Awb, Wro; bpl, kernen/woningen, begrenzing plan, Ladder, provinciale omgevingsverordening
* 8 juni 2022 (ABRvS 202001811/1/R2): Awb, Wro; bpl, parkeergarage bij luchthaven, belanghebbende, stikstof/Natura 2000/AERIUS, koude start auto’s, verkeer, Ladder/behoefte
* 8 juni 2022 (ABRvS 202001785/1/R3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, ontmanteling hennepkwekerij, kostenverhaal (Rb Rotterdam 18/6445)
* 8 juni 2022 (ABRvS 201902963/1/R3 en 201902964/1/R3): Awb, Wro; weigering bpl/uitwerkingsplan vast te stellen, vaststelling nieuw bpl
* 7 juni 2022 (ABRvS 202202159/2/R3): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken gebruik als shisha-lounge en verwijderen afvoerpijp, geen hoofdzaak als koffiehuis, geen vergunning, strijd met bpl (Rb Den Haag 20/1405)
* 3 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2389): Awb; subsidieaanvraag, zonnepanelen, Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld, relatie met vergoeding schade aan pand door gaswinning, motivering
* 3 juni 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1151 WABOA en BRE 21/1152 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, uitbreiding snackbar, vvgb, stikstof/relativiteit, parkeren
* 3 juni 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/4785): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, wijzigen en vergroten benedenverdieping woning, Bouwbesluit, lucht- en contactgeluidisolatie, motivering
* 3 juni 2022 (ABRvS 202200740/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, caravanstalling en aannemersbedrijf
* 3 juni 2022 (HR 21/02242): Prejudiciële beslissing, omvang processtukken in hoger beroep, procesreglementen van hoven, bevoegdheid, max. aantal bladzijden, hoor en wederhoor, rechtsbescherming, conclusie PG
* 3 juni 2022 (Gerecht in eerste aanleg van Curaçao CUR202202070): Cites-verdrag en Landsverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming, Verbod uitvoer dolfijnen zonder geldige en toereikende uitvoervergunning
* 2 juni 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1562 WET): Awb, Gmw; afwijzing om pand als gemeentelijk monument aan te wijzen, RCE, erfgoedverordening, waarderingscriteria
* 2 juni 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4106 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitbreiden woning, welstand
* 2 juni 2022 (ABRvS 202200536/3/R3 en 202200536/5/R3): Awb, Wabo, Gmw; wijzigen vovo, handhaving, illegale bewoning rijksmonument, (gewijzigde) feiten en omstandigheden (Rb Den Haag 20/1187, 20/1206, 20/6436)
* 2 juni 2022 (ABRvS 202202057/3/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, woning
* 2 juni 2022 (ABRvS 202202254/2/A3): Awb, Wabo; vovo, intrekking  milieuvergunningen voor varkenshouderijen voor 1 jaar, onderzoek Wet Bibob, belangenafweging
* 2 juni 2022 (EH C-100/21): Prejudiciële verwijzing, goedkeuring van motorvoertuigen, emissie, verboden manipulatie-instrument, schadevergoeding/onrechtmatige daad, wijze van berekening, doeltreffendheidsbeginsel
* 2 juni 2022 (EH C-43/21): Prejudiciële verwijzing, IPPC, wijziging vergunning, inspraak, begrip ‘belangrijke wijziging’ van de installatie, verlenging van de exploitatieduur van een stortplaats
* 2 juni 2022 (Rb Rotterdam 9573922 CV EXPL 21-5213): BW; verzoek om ontbinding huurovereenkomst, geluidsoverlast, geen objectieve metingen, descente
* 2 juni 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/5997 en ROT 21/5554): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid, motivering
* 2 juni 2022 (Rb Overijssel ZWO 22/739 en 759): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, staken bedrijfsmatig fokken van honden, strijd met bpl, geen agrarisch bedrijf, Van Dale
* 1 juni 2022 (Rb Noord-Holland HAA 22/2140): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, vernielen nesten/eieren van meeuwen, schade en overlast, andere bevredigende oplossing
* 1 juni 2022 (Rb Overijsel AWB 22/895): Awb, Gmw; vovo, toestemming voor plaatsen/ exploitatie van elektrische deelscooters, financieel belang
* 1 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2616 en 21/3001): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigde situering van aantal chalets zeilschool, belanghebbenden, eerder verleende bouwvergunning, groene buffer/landschapsplan, ecologisch onderzoek
* 1 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3850 en 22/662): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, chalets zeilschool/horeca-activiteiten, belanghebbenden, motivering
* 1 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2844): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aanvraag identiek, bevoegdheid behandeling schadeverzoek
* 1 juni 2022 (Rb Gelderland AWB 21/5474): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, leerlooierij, beoordeling geur, apart maatwerkvoorschriftenbesluit, Bor/Mor, BTT-conclusies, geen IPPC-installatie, mer-beoordeling, gevaarlijke stoffen/PGS, motivering, tussenuitspraak
* 1 juni 2022 (Rb Den Haag C/09/596974 / HA ZA 20-755): BW; schadevergoeding, overheidsaansprakelijkheid, vastgestelde hoeveelheid fosfaatrechten, onrechtmatig besluit, eindvonnis na eerder tussenvonnis
* 31 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2477 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen afwijken bpl, units voor arbeidsmigranten, alternatieven, woon- en leefklimaat, logies niet wonen
* 31 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1696 WABOA): Awb, Wabo; intrekking bouwvergunning, vervangende woning, oude woning niet gesloopt
* 31 mei 2022 (Rb Rotterdam ROT 22/2172): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand, openbare orde en veiligheid, APV, heling gestolen goederen
* 31 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3136 GEMWT): Awb, Ww; handhaving, dwangsom, voorkomen brandgevaarlijke situaties, zorgplicht, rechtszekerheid
* 31 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2536 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen tuinhuis, strijd met bpl
* 31 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3116 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen bouwwerken en dieren, geen vergunning, strijd met bpl, invordering, overtreder, motivering
* 30 mei 2022 (Rb Gelderland ARN 20/5228): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor evenementenlocatie, woon- en leefklimaat, geluid, kas, begrenzer
* 30 mei 2022 (Rb Limburg ROE 22/1099): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, dakkapel, geen spoedeisend belang
* 27 mei 2022 (Rb Oost-Brabant C/01/380367 / KG ZA 22-145): BW; burengeschil, camera’s, recht op privacy vs. recht op bescherming eigendommen, belangenafweging
* 25 mei 2022 (Hof Den Bosch 200.293.240/01 en 200.293.252/02): BW; onteigeningsrecht, ontgronding, verwijzing na cassatie HR, aanvullend advies deskundigen, residuele berekening, gewassen/vuil grind, gevolgen voor waarde
* 25 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1539 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, gebruik van bedrijfswoning, strijd met bpl
* 24 mei 2022 (Rb Den Haag SGR 22/2845): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen bijgebouw/overkapping, geen vergunning, strijd met bpl
* 24 mei 2022 (Rb Limburg ROE 21/1424): Awb, Wabo; niet in behandeling nemen aanvraag na bouwstop, onvoldoende gegevens, Mor/Wet Bibob
* 23 mei 2022 (Rb Limburg ROE 21/3397): Awb; schadevergoeding, rechtmatig besluit, hoogte geldbedrag/bevoegdheid
* 20 mei 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3223 en 20/3266): Awb, Wvg; vestiging voorkeursrecht, kleinschalig windpark in zoekgebied voor grootschalige energieopwekking, ro/milieu komen aan de orde bij bpl, geen evidente belemmeringen, voorkomen prijsopdrijving
* 20 mei 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1500 T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, belanghebbende, luchtwasser met luchtkanaal, staldering, provinciale verordening
* 20 mei 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1501 T): Awb, Wabo; handhaving, illegaal realiseren van stal, milieutoestemming/Invoeringswet Wabo/Tegelen, andere uitvoering luchtwasser kan gevolgen hebben voor geurbelasting, motivering, tussenuitspraak
* 18 mei 2022 (Rb Den Haag SGR 22/2653 en SGR 22/2848): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken flitsbezorgdienst, strijd met bpl, geen detailhandel, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom
* 18 mei 2022 (Rb Den Haag SGR 22/1964 en SGR 22/1826): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, bouw berging, vergunningvrij, niet tijdig nemen besluit, ontvankelijkheid
* 18 mei 2022 (Rb Den Haag SGR 20/4595): Awb, Wabo; gewijzigde omgevingsvergunning voor bouwen, rijksmonumentaal pand, geheel andere uitvoering dan oorspronkelijk plan, geen wijzigingen van ondergeschikte aard, nieuwe procedure
* 13 mei 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/1416, ROT 20/1417 en ROT 20/1418): Awb, Wro; planschade, verschillende adviezen, EVRM/schadevergoeding
* 12 mei 2022 (Rb Den Haag SGR 22/1843): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, werk en afwijken bpl, kassen met warmteopslagtank en waterbassin
* 10 mei 2022 (Hof Den Haag BK-21/00995): Awb, AWR; leges omgevingsvergunning, leges verschuldigd voor zowel bouwen als voor afwijken bpl
* 6 mei 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/5457): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en verstoren monument, woning, Bouwbesluit
* 26 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/262): Awb, Gmw; handhaving, geluidsoverlast, warmtepomp, APV, geluidmetingen, Bouwbesluit/nieuwe normen, Activiteitenbesluit, tonaal karakter
* 24 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2692): Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, plaatsing laadpaal, parkeerdruk, belangenafweging

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 8 juni 2022 (ABRvS 202106563/1/A2): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, TwG, deskundigenrapportages, bewijsvermoeden, vergewisplicht, SBR trillingrichtlijn (Rb Noord-Nederland 21/629)
88.     De Afdeling is van oordeel dat in wat [appellant] heeft betoogd, geen grond ligt voor het oordeel dat het Instituut het geactualiseerde beoordelingskader niet mag hanteren voor de toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden. Daarbij acht de Afdeling van belang dat dit beoordelingskader onverlet laat dat in alle gevallen door de deskundige moet worden bezien of er evident en uitsluitend een andere oorzaak van de schade is dan bodembeweging door mijnbouwactiviteiten. Het uitgangspunt is en blijft dus dat een deskundige het bewijsvermoeden alleen weerlegd kan achten, als er evident en uitsluitend een andere oorzaak van de schade is. Daarbij is, anders dan [appellant] en ook deskundige Meiborg lijken te veronderstellen, een hoge mate van zekerheid, maar geen onomstotelijk bewijs voor het bestaan van een autonome oorzaak noodzakelijk. Het geactualiseerde beoordelingskader biedt vervolgens de mogelijkheid om vast te stellen of de trillingen als gevolg van bevingen zo gering zijn geweest dat daardoor de schade (door zettingen en/of overbelasting) niet kan zijn ontstaan of verergerd. Dit draagt bij aan een meer uniforme benadering en rechtszekerheid en biedt ook de mogelijkheid tot meer differentiatie van gevallen binnen het effectgebied, omdat daarbinnen de kans op schade in hoge mate uiteenloopt. Hiermee wordt een aanvaardbare aanvullende invulling gegeven aan het criterium dat de schade uitsluitend moet zijn veroorzaakt door een autonome oorzaak. De Afdeling acht in dit verband van belang dat het beoordelingskader berust op de huidige wetenschappelijke inzichten en dat daarin door het Instituut meerdere veiligheidspercentages worden gehanteerd. Daarbij komt dat, omdat het om bewijsbeleid gaat, het mogelijk is om in een individueel geval hiervan af te wijken. In dit geval ligt er in het betoog van [appellant] geen grond voor het oordeel dat het Instituut het beoordelingskader onjuist heeft toegepast of dat er grond was om daarvan af te wijken.
95.     De Afdeling stelt vast dat [appellant] in dit geval voldoende in de gelegenheid is geweest om de weerlegging van het wettelijk bewijsvermoeden te bestrijden. Anders dan [appellant] betoogt, hoeft hij dat niet pas te doen als de bestuursrechter hierover een oordeel heeft gegeven. Inherent aan de keuze voor de bestuursrechtelijke procedure in de Tijdelijke wet Groningen is dat het bestuursorgaan, het Instituut, het bestaan van het recht op schadevergoeding en de hoogte daarvan vaststelt en neerlegt in een besluit. In de besluitvormingsfase heeft [appellant] een zienswijze ingediend op het adviesrapport van 24 december 2019. Met het besluit van 17 augustus 2020 werd duidelijk dat het Instituut zich op het standpunt stelt dat het bewijsvermoeden is weerlegd en dat het Instituut mogelijk zou slagen in het weerleggen van het bewijsvermoeden. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. In beroep heeft hij het tegenrapport van Lania en een reactie van Meiborg overgelegd. In hoger beroep heeft hij een aanvulling op dit tegenrapport, een notitie en aanvullend commentaar van Meiborg ingebracht. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het Instituut onder verwijzing naar de adviesrapporten en de daarop gegeven toelichting ter zitting voldoende inzichtelijk heeft onderbouwd waarom voor schade 1 en 2 uitsluitend andere oorzaken (verschilzetting en krimp) dan bodembeweging door gaswinning zijn aangewezen. De Afdeling is van oordeel dat [appellant] ook in hoger beroep onvoldoende concrete aanknopingspunten voor twijfel heeft aangedragen over de door het Instituut aangewezen autonome oorzaken van de schade. Door toepassing van het geactualiseerde beoordelingskader heeft het Instituut een aanvullende onderbouwing gegeven voor de weerlegging van het bewijsvermoeden. De Afdeling ziet, gelet op wat zojuist is overwogen, dan ook geen aanleiding om een externe deskundige in te schakelen of [appellant] anderszins in de gelegenheid te stellen nader bewijs aan te leveren voor de weerlegging van het bewijsvermoeden.

* 8 juni 2022 (ABRvS 202105445/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, parkeren van auto’s in tuinen, koopovereenkomst, APV, uitweg, bevoegdheid (Rb Midden Nederland 20/2700)
4.       Anders dan [appellant] betoogt, volgt uit artikel 125 van de Gemeentewet niet dat het gemeentebestuur bevoegd is om handhavend op te treden tegen het gestelde niet nakomen van de koopovereenkomst. Op grond van genoemd artikel is het gemeentebestuur bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Uit artikel 5:21, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) volgt dat het gaat om een herstelsanctie. Een herstelsanctie is in artikel 5:2, eerste lid en onder b, van de Awb gedefinieerd als een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. Het gemeentebestuur kan dus alleen handhavend optreden tegen een overtreding. Wanneer sprake is van een overtreding is nader omschreven in artikel 5:1, eerste lid van de Awb, te weten: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. De koopovereenkomst is geen wettelijk voorschrift, maar een privaatrechtelijke overeenkomst. Het gemeentebestuur kan dus niet handhavend optreden tegen het gestelde niet nakomen van de koopovereenkomst. Dat, zoals [appellant] aanvoert, het tweede en derde lid van artikel 125 van de Gemeentewet het college en de burgemeester de bevoegdheid toekennen om “regels” te handhaven welke zij uitvoeren, maakt dit niet anders. Uit de memorie van toelichting bij artikel 125 van de Gemeentewet (Kamerstukken II 1996/97, 25280, 3, p. 47) volgt dat onder deze regels worden verstaan: wetten, algemene maatregelen van bestuur en gemeentelijke verordeningen en krachtens deze voorschriften vastgestelde regels. Het gaat dus om publiekrechtelijke regels en niet om regels die volgen uit privaatrechtelijke overeenkomsten. Het betoog slaagt niet.

4.1.    Het betoog dat sprake is van overtreding van artikel 2:12 van de APV, als uitgewerkt in de Beleidsregels, slaagt evenmin. In de APV is niet vermeld wat onder een uitweg wordt verstaan. In artikel 1 van de Beleidsregels wordt een uitweg omschreven als de plek waar een perceel door een in- of uitritconstructie op de weg wordt ontsloten. Tussen partijen is niet in geschil dat de bestrating van het trottoir en/of de weg bij de in geding zijnde woningen niet is aangepast voor het maken van een uitweg. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat geen sprake is van een constructie als bedoeld in de Beleidsregels. De rechtbank heeft ook terecht overwogen dat het feit dat het door de bestrating makkelijk is de voortuin als parkeerplaats te gebruiken, niet maakt dat sprake is van een uitweg in de zin van de APV. Het betoog dat door het bestraten van de tuin vanzelf uitwegen zijn ontstaan, slaagt gelet op het vorenstaande niet. Er is geen sprake van een overtreding van artikel 2:12 van de APV.

* 8 juni 2022 (ABRvS 202100837/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, geven van muzieklessen in woning, planregels/dienstverlening, bevoegdheid (Rb Noord-Nederland 20/962)
5.1.    Zoals de Afdeling hiervoor heeft overwogen onder 4.2, kwalificeren de activiteiten die plaatsvinden in het appartement als dienstverlening, als bedoeld in artikel 1.28 van de planregels.

De Afdeling ziet in wat [appellante] aanvoert geen aanknopingspunten voor het oordeel dat op grond van het plan het appartement slechts gebruikt mag worden voor één van functies, genoemd in artikel 6.1. Dit volgt niet uit de tekst van artikel 6.1 van de planregels. De planregel staat er dan ook niet aan in de weg dat het appartement voor de zowel de functie “(boven)woningen” als de functie “dienstverlening” wordt gebruikt. Omdat de tekst op zichzelf voldoende duidelijk is, komt voorts geen betekenis toe aan de door [appellante] gestelde bedoeling van de planwetgever om alleen uitwisseling tussen de bepaalde functies mogelijk te maken. Dat op grond van artikel 1.49 van de planregels onder woning wordt verstaan “een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden”, leidt evenmin tot een ander oordeel. Hieruit volgt niet dat binnen de bestemming “Centrum” andere functies, genoemd in artikel 6.1, zijn uitgesloten op het moment dat in het pand wordt gewoond. De rechtbank is terecht niet tot een ander oordeel gekomen. Nu geen sprake is van een overtreding, was er geen handhavingsbevoegdheid voor het college, zoals de rechtbank eveneens terecht heeft geoordeeld.

Het betoog slaagt niet.

* 8 juni 2022 (ABRvS 202100759/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, uitbreiding melkveehouderij, gezondheid, natuur (Rb Noord-Nederland 20/948)
4.1.    De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Eventuele gezondheidsrisico’s als gevolg van het houden van dieren kunnen alleen worden betrokken bij de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo. Een omgevingsvergunning voor die activiteit kan op grond van artikel 2.14, derde lid, van de Wabo alleen worden geweigerd als dat in het belang van de bescherming van het milieu is. Het bevoegd gezag heeft beoordelingsruimte bij de vraag wat in het belang van de bescherming van het milieu nodig is.

Naar het oordeel van de Afdeling geeft dit toetsingskader aan het bevoegd gezag niet de ruimte om een omgevingsvergunning uitsluitend uit voorzorg te weigeren. Het college moet nagaan of het belang van de bescherming van het milieu eraan in de weg staat dat de vergunning wordt verleend. Dit betekent dat het aan het bevoegd gezag is de belangen te benoemen die zich verzetten tegen het toelaten van de aangevraagde milieuactiviteit. Alleen belangen waarover voldoende duidelijkheid en zekerheid bestaat, kunnen in dit verband een rol spelen. Ook voor belangen die zijn gerelateerd aan gezondheid betekent dit, anders dan zou kunnen worden afgeleid uit de uitspraken van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2395, en van 20 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1267, dat op grond van algemeen wetenschappelijk aanvaarde inzichten moet vast staan dat de activiteit waarvoor de vergunning wordt gevraagd zodanige risico’s oplevert, dat om die reden nadere voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden dan wel dat de vergunning om die reden moet worden geweigerd (vergelijk ook de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:556, overweging 4.3).

* 8 juni 2022 (ABRvS 202100630/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, reclame in wisselframes aan netwerkkasten of elektriciteitshuisjes, geen vergunning, veranderen bouwwerken (Rb Noord-Nederland 20/3074 en 20/3053)
6.       Ter zitting is vast komen te staan dat de wisselframes 1,02 m breed en 78 cm lang zijn. De frames zijn 2,5 cm dik en steken 1 cm uit. De wisselframes worden met kit aan de nutsvoorziening geplakt en de frames blijven hangen op de locatie waar deze bevestigd zijn.

  1. De Afdeling overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de wisselframes zelf geen bouwwerken zijn. Hiertoe wordt overwogen dat de frames geen bouwkundige constructie vormen, gelet op de manier waarop deze aan de nutsvoorziening worden bevestigd. De nutsvoorzieningen moeten worden aangemerkt als bouwwerken en het aanbrengen van de wisselframes hieraan als het veranderen van die bouwwerken, vergelijk de uitspraak van 19 november 2008, overweging 2.4.1.

Het betoog slaagt niet.

* 8 juni 2022 (ABRvS 202001811/1/R2): Awb, Wro; bpl, parkeergarage bij luchthaven, belanghebbende, stikstof/Natura 2000/AERIUS, koude start auto’s, verkeer, Ladder/behoefte
11.     De Afdeling is van oordeel dat in het stikstofonderzoek geen rekening hoefde te worden gehouden met de stikstofdepositie als gevolg van de bestaande vliegbewegingen. Bij de beoordeling of een bestemmingsplan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, geldt de referentiesituatie als uitgangspunt, zoals onder 10.4 is uiteengezet. De gevolgen van de referentiesituatie voor Natura 2000-gebieden hoeven dus niet te worden onderzocht. Er moet worden onderzocht of het bestemmingsplan ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt die ten opzichte van de referentiesituatie significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Dat betekent in dit geval dat alleen onderzocht hoefde te worden of de parkeergarage significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Het plan maakt immers alleen een parkeergarage mogelijk en zal niet leiden tot een toename van het aantal vliegbewegingen. De bestaande vliegbewegingen behoren tot de referentiesituatie. Deze vliegbewegingen zijn al feitelijk gerealiseerd en zijn planologisch legaal, omdat ze passen binnen het geldende bestemmingsplan “Luchthaven Eindhoven e.o.”. Het feit dat de luchthaven Eindhoven niet over een natuurvergunning beschikt maakt dit niet anders. Dit feit kan relevant zijn bij de beoordeling of een natuurvergunning kan worden verleend voor de luchthaven Eindhoven, omdat het voor de referentiesituatie bij projecten kan uitmaken of een bestaande activiteit over een natuurvergunning beschikt. De referentiesituatie bij plannen wordt echter op een andere wijze vastgesteld dan de referentiesituatie bij projecten. Bij de vaststelling van de referentiesituatie bij een plan is niet van belang dat voor het feitelijk bestaande en planologisch legale gebruik geen natuurvergunning is verleend. De Afdeling wijst daarvoor op haar uitspraak van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515, onder 49.8.

Het betoog slaagt niet.
12.1.  De Afdeling is van oordeel dat bij de beoordeling of het plan uitvoerbaar is niet relevant is of een natuurvergunning kan worden verleend voor de luchthaven Eindhoven. Er hoeft niet te worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot een mogelijk vereiste natuurvergunning, omdat voor Natura 2000-gebieden is voorzien in een afzonderlijk toetsingskader voor plannen. De Wnb bevat in de artikelen 2.7, eerste lid en 2.8, een afzonderlijk toetsingskader voor plannen die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Daarnaast is op grond van artikel 2.7, tweede lid, een natuurvergunning vereist voor projecten die significante gevolgen kunnen hebben. De bepalingen in de Wnb over de bescherming van Natura 2000-gebieden verschillen op dit punt van de bepalingen over de bescherming van soorten. Voor soorten is niet in een afzonderlijk toetsingskader voorzien dat van toepassing is bij de vaststelling van een plan. De Afdeling wijst daarbij op haar uitspraak van 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318, onder 5.2.

Het betoog slaagt niet.

* 1 juni 2022 (Rb Gelderland AWB 21/5474): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, leerlooierij, beoordeling geur, apart maatwerkvoorschriftenbesluit, Bor/Mor, BTT-conclusies, geen IPPC-installatie, mer-beoordeling, gevaarlijke stoffen/PGS, motivering, tussenuitspraak
4.2.   Een revisievergunning, zoals hier, kan slechts in het belang van de bescherming van het milieu worden geweigerd. Een besluit maatwerkvoorschriften, zoals aan de orde in de andere beroepsprocedure van eisers, kan worden opgelegd indien blijkt dat de geurhinder ter plaatse van een of meer geurgevoelige objecten een aanvaardbaar hinderniveau kan overschrijden.

4.3.   De rechtbank heeft in de andere uitspraak van vandaag geoordeeld dat verweerder bevoegd was om het aspect geur in een afzonderlijk maatwerkvoorschriftenbesluit te regelen, omdat de grondslag daarvoor sinds 1 januari 2016 het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) is. Dit betekent echter niet dat verweerder om die reden het aspect geur bij verlening van de revisievergunning volledig buiten beschouwing mag laten. Het toetsingskader van een revisievergunning is namelijk of deze geweigerd kan worden in het belang van de bescherming van het milieu. Naar het oordeel van de rechtbank dient verweerder daarom bij de beoordeling van de revisievergunning ook het aspect geur, als onderdeel van het bredere belang van de bescherming van het milieu, te betrekken. Verweerder dient na te gaan of het besluit maatwerkvoorschriften dat hier eerder al voor het aspect geur is genomen, op het moment van verlening van de revisievergunning voldoende bescherming bood in het belang van de bescherming van het milieu.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder dat hier ook heeft gedaan. Verweerder heeft in de revisievergunning immers aandacht besteed aan het aspect geur (in afdeling 10). Daarbij heeft verweerder ter onderbouwing in hoofdzaak verwezen naar het besluit maatwerkvoorschriften.

4.4.    Het voorgaande laat onverlet dat de uitkomst van de procedure tegen het besluit maatwerkvoorschriften is dat dat besluit onvoldoende is gemotiveerd. Nu voor de onderbouwing van de revisievergunning voor het aspect geur wordt verwezen naar het maatwerkvoorschriftenbesluit, is ook de revisievergunning op dit punt onvoldoende gemotiveerd. In zoverre heeft ook de revisievergunning een motiveringsgebrek. De rechtbank gaat in de conclusie van deze uitspraak in op de gevolgen van dit motiveringsgebrek.

* 31 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3136 GEMWT): Awb, Ww; handhaving, dwangsom, voorkomen brandgevaarlijke situaties, zorgplicht, rechtszekerheid
5.3   Blijkens de opgelegde last moet eiseres “ervoor te zorgen dat er geen (brand)gevaarlijke situaties meer plaatsvinden” op haar perceel. In het bestreden besluit is niet nader geconcretiseerd hoe eiseres daarvoor moet zorgen. Naar het oordeel van de rechtbank vereist de rechtszekerheid in dit geval dat het college deze plicht nader concretiseert. Zo blijkt uit de last niet of deze uitsluitend ziet op brandgevaarlijke situaties, of ook op overige gevaarlijke situaties. Volgens het college is de last erop gericht dat door voldoende toezicht een nieuwe overtreding van de zorgplicht van artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet wordt voorkomen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de opgelegde last onvoldoende wanneer sprake zal zijn van het houden van voldoende toezicht om overtreding van de zorgplicht te voorkomen en te voldoen aan de last. Het houden van voldoende toezicht is een open norm die – zonder nadere uitwerking – aanleiding kan geven tot interpretatieproblemen. Eiseres tast in het duister welke maatregelen nodig zijn om te kunnen spreken van voldoende toezicht teneinde verbeurte van dwangsommen te voorkomen. Anders dan in de voetnoot genoemde uitspraak2 heeft het college geen enkele maatregel genoemd die eiseres zou kunnen treffen, laat staan dat het college concretiseert welk pakket van maatregelen eiseres dient te nemen om aan de last te voldoen. Dit klemt te meer nu eiseres – onweersproken – heeft gesteld dat zij, voordat de last is opgelegd, maatregelen heeft getroffen om het toezicht op de woning te intensiveren. Hierop heeft het college enkel gereageerd door te stellen dat dit een positieve ontwikkeling is, maar dat een last onder dwangsom als stok achter de deur dient. Het college laat echter na om aan te geven waarom deze maatregelen onvoldoende zijn en welke maatregelen daarnaast noodzakelijk worden geacht. Gelet hierop is het voor eiseres niet duidelijk wanneer wordt voldaan aan de last. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de last onder dwangsom in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De beroepsgrond slaagt.

* 20 mei 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1501 T): Awb, Wabo; handhaving, illegaal realiseren van stal, milieutoestemming/Invoeringswet Wabo/Tegelen, andere uitvoering luchtwasser kan gevolgen hebben voor geurbelasting, motivering, tussenuitspraak
De rechtbank concludeert dat een in het verleende revisievergunning, met in achtneming van artikel 1.2a Invoeringswet Wabo in werking is getreden na het in werking treden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een onderdeel van de inrichting. Tegen de beslissing op het bezwaar tegen deze omgevingsvergunning wordt geprocedeerd. Vandaag doet de rechtbank daarover een tussenuitspraak. Als een milieutoestemming eenmaal in werking is getreden (en deze onherroepelijk is), blijft deze milieutoestemming in werking. Een vergelijking met de zogenoemde Tegelenrechtspraak gaat niet op. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht of de gewijzigde uitvoering van de luchtwasser in stal 3 kan leiden tot een andere geurbelasting.
Daarom heeft verweerder niet kunnen aannemen dat handhavend optreden niet onevenredig is. Verweerder krijgt de gelegenheid dit te onderzoeken.