Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 22 juni 2022 (ABRvS 202108060/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende, woon- en leefklimaat, parkeren
* 22 juni 2022 (ABRvS 202107086/1/R3): Awb, Wro; uitwerkingsplan, woningen, Wnb/soortenbescherming, waterhuishouding
* 22 juni 2022 (ABRvS 202105735/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, motivering (Rb Noord-Nederland 20/3711)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202105310/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, sluiting woning, bordeel (Rb Rotterdam 20/2535)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202105116/1/R4): Awb; verzoek om verlenging termijn opgelegde last onder bestuursdwang, afwijzing, kostenverhaal (Rb Gelderland 19/5779)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202103438/1/R4): Awb; invordering dwangsommen, afwijken omgevingsvergunning, geen bijzondere omstandigheden (Rb Midden-Nederland 20/911)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202103026/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergroten garage/berging  (Rb Amsterdam 20/2582)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202102897/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca, horecabeleid, APV, overgangsrecht/geen strijd met bpl (Rb Amsterdam 19/2414)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202102519/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, gebruik hoogspanningsmasten, geen strijd met bpl, inhangen geleiders, geen bouwvergunning (Rb Midden-Nederland 19/4910)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202102343/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, omheining vrije uitloop pluimveebedrijf (Rb Noord-Nederland 20/676, 20/677, 20/688, 20/689 en 20/690)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202101749/1/R3 en 202101753/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, horecafunctie in museum, bouwen van luchtbehandelingskasten/onlosmakelijke samenhang, staat van bedrijfsactiviteiten, motivering (Rb Den Haag 19/1688 en 19/1820)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202101747/1/R3, 202101748/1/R3 en 202101752/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, horeca-activiteiten in museum, toegangsdeur pand (Rb Den Haag 19/846, 19/4014 en 19/877)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202101676/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, boete, omzetten zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte, geen vergunning, motivering (Rb Amsterdam 20/4462)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202100289/1/R2): Awb, Wro; bpl, centrumvisie
# 22 juni 2022 (ABRvS 202100153/1/R1): Awb, Waterschapswet; wijziging legger, belanghebbende, ontvankelijkheid, EVRM (Rb Overijssel 18/637)
* 22 juni 2022 (ABRvS 202007085/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen (appartementen)hotel, hotelstrategie/overnachtingsbeleid, overgangsregeling, motivering, procesbelang
* 22 juni 2022 (ABRvS 202006601/1/R4, 202107354/1/R4, 202107945/1/R4, 202201026/1/R4 en 202201073/1/R4): Awb, Wm, Gmw; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, aanbieden huishoudelijk afval, overtreder
* 22 juni 2022 (ABRvS 202006452/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, vergroten mestverwerkingscapaciteit, belanghebbenden, geurmeting, inpandig laden en lossen, nieuwe beleidsregels geur, motivering
* 22 juni 2022 (ABRvS 202003499/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningbouw, glastuinbouw, afstand, wijzigingsbesluit, ontvankelijkheid
* 22 juni 2022 (ABRvS 202001141/1/R2): Awb, Wro; bpl, intensieve veehouderij, camping, provinciale omgevingsverordening, uitleg
* 22 juni 2022 (ABRvS 201904144/3/R3): Awb, Wro; bpl, voormalige stortplaats, hoogte stortheuvels, landschappelijke inpassing, zichtlijnen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 21 juni 2022 (Rb Overijssel ZWO 21/955): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, voortzetten bestaand zonnepark, provinciaal/gemeentelijk beleid
* 21 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3009): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden, fysieke schades
* 21 juni 2022 (CBb 21/516): Awb, Wet dieren; handhaving, dwangsom, invordering, geen droge en schone ligplaats voor runderen, Bhd
# 20 juni 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 19/3034): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijk magazijn bij supermarkt, laden en lossen, geluid, akoestisch rapport, melding Activiteitenbesluit, piekgeluiden, evenredigheid, tussenuitspraak
* 20 juni 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2636): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor slopen en bouwen, vergroten pand voor restaurant en bovenwoningen, parkeerbeleid/druk, motivering, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 17 juni 2022 (ABRvS 202201957/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, fruitboomgaard, woning
* 17 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/516): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden, gebruik van gegevens uit openbare registers, herstelcalculaties
* 17 juni 2022 (Rb Noord-Holland HAA 22/2356): Awb, Nbw; vovo, handhaving, dwangsom, niet voldoen aan voorschriften ontheffing, grootte compensatiegebied, bevoegdheid, geen bijzondere omstandigheden
* 17 juni 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9705 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, verandering melkveehouderij, (toepassing van) provinciale omgevingsverordening, dieraantallen/scenario’s
* 16 juni 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/841 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, activiteiten rond moskee, strijd met bpl, zicht op legalisatie
* 16 juni 2022 (Rb Overijssel 84.341978.21 en 84.001662.22 en 84.341980.21 en 84.001663.22): WSr, Wm, Wbb, Wabo, WED; overtreding van voorschriften, opslag van afval en mest, verbranden van hout, gebruik van grond en bouwwerken zonder vergunning, emissiearm uitrijden van mest
* 16 juni 2022 (CBb 22/838): Awb; vovo, invoer honden, Europese Verordening 2020/692, diergezondheidsvoorschriften, quarantaine, evenredigheid, Controleverordening
* 16 juni 2022 (Rb Gelderland ARN 22/2673): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, noodzaak, evenredigheid
* 16 juni 2022 (Rb Noord-Nederland 22/1521 en 22/1522): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor aanleggen en afwijken bpl, paden voor mountainbike-route, ontvankelijkheid/verschoonbaarheid termijnoverschrijding, geen volledige heroverweging bezwaren
* 16 juni 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/5718): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, APV, handelen in verdovende middelen, openbare orde
* 15 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3507): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden
* 15 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3564): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, zetting, deskundigen, bodemsamenstelling, DINO-loket
* 15 juni 2022 (Rb Den Haag C/09/595466 / HA ZA 20-641): BW; burenrecht, venster binnen twee meter van de erfgrens, vervanging door vaststaande en ondoorzichtige raamdelen
* 15 juni 2022 (ABRvS 202202630/2/A3): Awb, Gmw; vovo, standplaatsvergunning, meerdere gegadigden, motivering (Rb Oost-Brabant 21/227)
* 15 juni 2022 (ABRvS 202201234/2/R3): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl/ en omgevingsvergunning voor bouwen, supermarkt, provinciale omgevingsverordening, behoefte/distributieve toets, verkeer, uitvoerbaarheid/HR
* 15 juni 2022 (ABRvS 202201838/1/R1 en /2/R1): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor slopen, bouwen en afwijken bpl, woningen in voormalig bedrijfsgebouw, belanghebbende, bouwhoogte, uitbouwen (Rb Amsterdam AMS 22/309, AMS 21/6073 en AMS 21/6087)
* 15 juni 2022 (ABRvS 202202911/2/R4): Awb, Wabo, Gmw; opheffing vovo/ambtshalve onderzoek, handhaving, dwangsom, staken deel perceel als pluimveeslachterij, strijd met bpl, geluid/voldoen aan grenswaarden vergunning en aanbrengen houtsingel, bevoegdheid, begunstigingstermijn (Rb Gelderland 20/750)
* 15 juni 2022 (Rb Den Haag C/09/612542 / HA ZA 21-494): BW; onrechtmatige overheidsdaad, herzien van fosfaatrechten.
* 14 juni 2022 (Hof Amsterdam 23-000202-21): WSr, WED, Wm; bedrijfsafval verzamelen zonder vermelding op een lijst van inzamelaars
* 14 juni 2022 (Rb Overijssel ZWO 21/637): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, nachtopvang in zorgboerderij, niet vergund, strijd met bpl, bevoegdheid, Dienstrichtlijn, evenredigheid en EP/EVRM
# 14 juni 2022 (Rb Overijssel AWB 19/2238 en AWB 19/2361): Awb, Wnb; vergunning voor project, dynamisch watersysteem, beheer Natura 2000-gebied, significante gevolgen, uitspoeling mest
* 14 juni 2022 (Rb Overijssel AWB 20/2232): Awb, Wnb; verzoek om intrekking vergunning voor project, relatie met AWB 19/2238 en AWB 19/2361
* 14 juni 2022 (Rb Amsterdam AMS 22/2522): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting reisbureau, APV, openbare orde, illegaal bankieren/wapen
* 10 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1983 tot en met 21/1989 en 21/1991 tot en met 21/1998 en LEE 21/2575): Awb, AWR; rioolheffing, bevoegdheid, geen individueel (perceelsgebonden) belang, geen retributieheffing maar bestemmingsheffing, geen sprake van een onredelijke en willekeurige belastingheffing
* 10 juni 2022 (Rb Den Haag SGR 22/3114): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor plaatsen sanitaire voorzieningen, waterrecreatie, geen spoedeisend belang
* 10 juni 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/6885): Awb, Wet dieren; handhaving, boete, overlijden overtreder, procesbelang, ontvankelijkheid
* 9 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1426 en 21/2094): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling, verrekening met sloop/nieuwbouwproject, BW, vraag of voordeel en nadeel gevolg zijn van eenzelfde gebeurtenis
* 8 juni 2022 (Rb Den Haag SGR 22/48): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, milieuvoorschriften, PGS 15/WBDBO, brandveiligheid, begunstigingstermijn
* 8 juni 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/3267): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, geluidzone, brandcompartimentering, strijd met bpl,
* 7 juni 2022 (Rb Den Haag SGR 21/6209, 21/6172 en 21/6180): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen met garage op plek voormalige kerk, Chw, participatie, privacy, geluid, parkeren
* 7 juni 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 19/3516, 19/3517 en 20/2779): Awb, Wabo; handhaving, dwangsommen, invordering, motorcrossterrein, voorschriften milieuvergunning, geluid, LAmax, meetrapporten, evenredigheid
* 4 juni 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/2184 GEMWT VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, dwangsommen, realisering aantal wooneenheden/woonoppervlak, aan huis gebonden beroep, strijd met bpl, geen vergunning, overtreders
* 3 juni 2022 (Rb Noord-Holland HAA 22/2357): Awb, Nbw; vovo, vergunning, muziekfestival, stikstof, vogels/verstoring door licht, geluid en optische verstoring
* 3 juni 2022 (Rb Noord-Holland HAA 22/2461): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijken bpl, muziekfestival, geen aanhaakplicht, relatie met HAA 22/2357
* 2 juni 2022 (Rb Den Haag SGR 21/770 en 21/2228): Awb, Hvw; dwangsom/boete, invordering, onzelfstandige woonruimtes in woning, geen vergunning,
* 31 mei 2022 (Rb Den Haag SGR 20/5257): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, berging, belanghebbende
* 25 mei 2022 (Rb Overijssel 84.232450-21): WSr, WED, Wm; opslag en verkoop professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 25 mei 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2217): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, postcodegebied, weerlegging bewijsvermoeden, deskundigen, motivering
* 22 mei 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/1530 WABO VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, woningen met bergingen, ontbreken vergunning voor afwijken bpl voor bergingen
* 24 mei 2022 (Rb Limburg ROE 22/829): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, verhuurder, geen spoedeisend belang
* 9 mei 2022 (Gerecht in eerste aanleg van Curaçao CUR202103865): BW; onrechtmatig handelen, bijbouw in strijd met de welstandsbepalingen in leveringsakte, verleende bouwvergunning neemt dat niet weg, staking bouw en afbraak
* 4 mei 2022 (Rb Den Haag C/09/547995 / HA ZA 18-173, C/09/548013 / HA ZA 18-180, C/09/548017 / HA ZA 18-183 en C/09/548006 / HA ZA 18-179): BW; onteigening, schadeloosstelling, aanvullend advies over mogelijk planologisch nadeel en planschade, verdiscontering, artikel 40e Ow.
* 16 november 2021 (Hof Amsterdam 200.243.943/01): BW; onrechtmatig handelen, waterschap/gemeente, doorspoelsysteem, verzilting watergang, niet tijdig waarschuwen kweker voor mogelijk schadelijke effecten van beregening gewassen
* 31 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/442): Awb; verzoek om nadeelcompensatie, motivering
* 30 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1005): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor uitvoeren van werk, baggerwerkzaamheden, verspreiden van bagger op perceel en opnieuw inzaaien, tijdelijke hinder, bpl, weidevogels
* 26 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2846): Awb; niet tijdig beslissen, eiser/belanghebbende, bestuurlijke dwangsom
* 25 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5403): Awb, Gmw; tijdelijke standplaatsvergunning, ontvankelijkheid
* 25 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/3130): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, noodzakelijkheid en evenredigheid
* 23 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2671): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementengebouw, bouwhoogte, nieuw besluit, wijziging van ondergeschikte aard, bevoegdheid
* 13 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/248): Awb, Gmw; exploitatievergunning seksinrichting, slecht levensgedrag, Dienstenrichtlijn, APV, motivering
* 9 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4501): Awb, Wabo; handhaving, gebruik van woningen voor kamergewijze verhuur, strijd met bpl, bevoegdheid, motivering, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 22 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/860): Awb, Wabo; handhaving, bouwwerkzaamheden, niet tijdig beslissen, dwangsommen, motivering
# 31 mei 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3376): Awb, Arbowet; handhaving, eis tot naleving, Arbobesluit, (reken)methodes, optelsom van risicoscores, motivering

! = (nog) niet gepubliceerd
# = betrokkenheid STAB

Bijzondere overwegingen

* 22 juni 2022 (ABRvS 202102519/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, gebruik hoogspanningsmasten, geen strijd met bpl, inhangen geleiders, geen bouwvergunning (Rb Midden-Nederland 19/4910)
15.1.  Uit de uitspraak van 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2526, r.o. 5.1, volgt dat het inhangen van geleiders niet als bouwen in de zin van de Wabo kan worden aangemerkt, zodat daarvoor geen omgevingsvergunning voor bouwen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, vereist is. Deze uitspraak, waarnaar de rechtbank overigens ook heeft verwezen, is bevestigd in de uitspraak van de Afdeling van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1118. Het betoog van [appellant] en anderen dat uit overweging 5.1 van de uitspraak van de Afdeling van 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2526 zou blijken dat, afhankelijk van een ruimtelijke aanvaardbaarheidstoets of in kaart gebrachte gezondheidsrisico’s, toch sprake kan zijn van een vereiste omgevingsvergunning voor het bouwen van geleiders, berust op een onjuiste lezing van die uitspraak.

De rechtbank heeft voor het aspect bouwen dus terecht niet naar de geleiders gekeken. Met het bevestigen van de geleiders, zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, is dus geen sprake van een overtreding. Het betoog slaagt niet.

* 22 juni 2022 (ABRvS 202102343/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, omheining vrije uitloop pluimveebedrijf (Rb Noord-Nederland 20/676, 20/677, 20/688, 20/689 en 20/690)
5.1.    Gelet op wat is overwogen onder 4.3, had het college de aanvraag voor het bouwen van het hekwerk, op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) mede moeten aanmerken als een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo voor het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de gronden als buitenuitloop voor kippen.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank in dit geval ten onrechte zelf in de zaak voorzien door behalve het vernietigen van het besluit van 21 januari 2020 en het herroepen van het besluit van 9 juli 2019 ook de aanvraag van 23 april 2019 af te wijzen. De beslissing om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen of het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het geldende bestemmingsplan, waarvan in dit geval sprake is, is een bevoegdheid van het college, waarbij het college beleidsruimte heeft. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:683, overweging 5.1, staat voorop dat de rechter bij de beslissing tot het zelf in de zaak voorzien de overtuiging moet hebben dat de uitkomst van het geschil in het geval het bestuursorgaan opnieuw in de zaak zou voorzien, geen andere zou zijn. Dat staat in dit geval niet vast. Het college heeft zich namelijk nog niet kunnen uitlaten over de vraag of bij strijd met het bestemmingsplan, in de door de rechtbank (en de Afdeling) veronderstelde zin, de omgevingsvergunning voor dit strijdige gebruik kan worden verleend. De Afdeling zal het college alsnog in de gelegenheid stellen om opnieuw te beslissen op de aanvraag.

De Afdeling stelt vast dat niet met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo kan worden afgeweken van het plan. Er is namelijk geen sprake van een in artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht genoemde categorie. Het college zal moeten beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Indien deze mogelijkheid ontbreekt, moet het college het besluit van 9 juli 2019 alsnog herroepen en de uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgen indien het de aangevraagde omgevingsvergunning zou willen verlenen.

Het betoog slaagt.

# 22 juni 2022 (ABRvS 202100153/1/R1): Awb, Waterschapswet; wijziging legger, belanghebbende, ontvankelijkheid, EVRM (Rb Overijssel 18/637)
2.4.    De Afdeling is van oordeel dat het belang van [wederpartij], als pachter van de stukken grond waarom het in deze zaak gaat, niet rechtstreeks betrokken is bij de besluiten van 13 februari 2018 en 9 april 2018 waarbij de kadastraal eigenaar van de waterlopen wordt aangewezen als onderhoudsplichtige. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat de besluiten gericht zijn tot de stichting en de onderhoudsplicht van [wederpartij] daarom niet voortvloeit uit de besluiten, maar uit zijn contractuele relatie met de stichting. De omstandigheid dat het mogelijke financiële el nadeel voor [wederpartij] als gevolg van de onderhoudsplicht volgens de StAB € 1.870,00 per jaar bedraagt, levert geen aan een zakelijk recht ontleend zelfstandig belang op, omdat dit belang uitsluitend voortvloeit uit de contractuele relatie met de stichting. Er is evenmin sprake van een aan een fundamenteel recht ontleend zelfstandig belang, omdat niet gebleken is dat [wederpartij], door het onderhoud dan wel de kosten die daarmee gemoeid zijn, daadwerkelijk wordt belemmerd in de uitoefening van zijn uit de pachtovereenkomst voortvloeiende rechten. [wederpartij] is daarom geen belanghebbende bij het besluit van 13 februari 2018, aangevuld bij besluit van 9 april 2018.

2.5.    In het arrest van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood, ECLI:EU:C:2021:7, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan over de toegang tot de rechter bij besluiten die binnen de werkingssfeer vallen van artikel 6 van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van 25 juni 1998 (het Verdrag van Aarhus).

In de uitspraak van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953, heeft de Afdeling tegen de achtergrond van dit arrest overwogen dat aan degene die bij een besluit geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, maar die tegen het ontwerpbesluit op basis van de hem in het nationale omgevingsrecht gegeven mogelijkheid wel een zienswijze heeft ingediend, in beroep niet zal worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is.

2.6.    De Afdeling stelt vast dat in de Waterschapswet niet aan een ieder de mogelijkheid wordt geboden om tegen een besluit dat strekt tot het aanwijzen van onderhoudsplichtigen dan wel onderhoudsverplichtingen zienswijzen in te dienen. Uit de uitspraak van 4 mei 2021 volgt dat, nu [wederpartij] geen belanghebbende is bij dat besluit, dit aan hem kan worden tegengeworpen. De rechtbank had het beroep van [wederpartij] dan ook reeds hierom niet-ontvankelijk moeten verklaren. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [wederpartij] niet-ontvankelijk verklaren.

* 22 juni 2022 (ABRvS 202006452/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, vergroten mestverwerkingscapaciteit, belanghebbenden, geurmeting, inpandig laden en lossen, nieuwe beleidsregels geur, motivering
10.3.  Als uitgangspunt bij het nemen van een besluit geldt dat rekening moet worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden, zoals die zich op dat moment voordoen en het recht moet worden toegepast, zoals dat op dat moment geldt. De enkele omstandigheid dat een belanghebbende door toepassing van nieuw recht in een ongunstiger positie komt, is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. In bijzondere gevallen kan echter van dit uitgangspunt worden afgeweken. Een zodanig bijzonder geval doet zich hier niet voor.

De omstandigheid dat het college nieuwe besluiten diende te nemen met inachtneming van de Afdelingsuitspraak van 9 september 2020, is geen bijzondere situatie die aanleiding geeft om van dat uitgangspunt af te wijken. Voor zover het college zich beroept op de uitspraken van de Afdeling van 27 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2518, en 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4045, overweegt de Afdeling dat in die zaken aanleiding bestond om van het betrokken uitgangspunt af te wijken omdat de rechtbank en de Afdeling bij de vernietiging van de eerdere besluiten uitdrukkelijk hadden opgedragen om bij de nieuw te nemen besluiten te toetsen aan het beleid zoals dat gold ten tijde van de vernietigde besluiten. Een vergelijkbare situatie doet zich hier niet voor. Anders dan het college in het verweerschrift stelt, heeft de Afdeling in de uitspraak van 9 september 2020 het college geen opdracht gegeven om bij het nemen van de nieuwe besluiten hetzelfde toetsingskader te hanteren als bij de vernietigde besluiten.

Gelet op het voorgaande had het college de besluiten moeten nemen aan de hand van het recht zoals dat op het moment van de besluitvorming gold. Nu de “Beleidsregels geur Bedrijven Fryslân 2019” in werking zijn getreden op 21 november 2019, heeft het college bij de besluiten van 22 oktober 2020 ten onrechte niet getoetst aan deze beleidsregels en komen de besluiten om die reden voor vernietiging in aanmerking.

Het betoog slaagt.
……………………………………….
15.5.  De uitleg volgens het addendum betekent dat voor het bepalen of sprake is van een nieuwe of bestaande bron, een vergelijking wordt gemaakt met de feitelijke situatie, ongeacht of die in overeenstemming was met de verleende vergunning. Dat leidt er in dit geval toe dat een op grond van de eerdere vergunning niet toegestane en dus illegale situatie als uitgangspunt wordt genomen, waardoor een grote geurbelasting kan worden toegestaan, terwijl diezelfde geurbelasting niet toegestaan had kunnen worden als de eerdere vergunning wel was nageleefd en de feitelijke geuremissie dus in overeenstemming was geweest met die eerdere vergunning. Een dergelijke uitleg van de beleidsregels acht de Afdeling niet aanvaardbaar, mede in het licht van haar vaste jurisprudentie over de omvang van de voor een inrichting bestaande rechten. Volgens die jurisprudentie is voor het bepalen van de omvang van de bestaande rechten immers de eerder vergunde situatie bepalend en niet de feitelijk bestaande situatie die niet in overeenstemming is met de vergunning (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0199 en van 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3583).

15.6.  Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding om de rechtsgevolgen van de te vernietigen besluiten in stand te laten.

* 15 juni 2022 (ABRvS 202201234/2/R3): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl/ en omgevingsvergunning voor bouwen, supermarkt, provinciale omgevingsverordening, behoefte/distributieve toets, verkeer, uitvoerbaarheid/HR
11.1.   In het arrest van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778, heeft de Hoge Raad overwogen dat uit het gelijkheidsbeginsel voortvloeit dat: “een overheidslichaam dat het voornemen heeft een aan hem toebehorende onroerende zaak te verkopen, ruimte moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. In dat geval zal het overheidslichaam met inachtneming van de hem toekomende beleidsruimte criteria moeten opstellen aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd. Deze criteria moeten objectief, toetsbaar en redelijk zijn. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te realiseren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken op zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen.”

11.2.   Daargelaten of uit hetgeen Vereniging EP Zakelijk en anderen hebben aangevoerd, zonder meer kan worden geconcludeerd dat niet aan de onder 11.1 vermelde vereisten uit het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778, is voldaan, betekenen de eventuele gevolgen van dit arrest voor de koopovereenkomst tussen de gemeente Deventer en de projectontwikkelaars niet op voorhand dat het plan als zodanig niet uitvoerbaar is. Een bestemmingsplan regelt immers niet door welke gegadigde het moet worden uitgevoerd. Vereniging EP Zakelijk en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de raad op voorhand had moeten inzien dat het bestemmingsplan niet kan worden uitgevoerd zonder dat de daarvoor benodigde gemeentelijke gronden in strijd met het gelijkheidsbeginsel, zoals nader is uitgewerkt in voormeld arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, aan de projectontwikkelaars zijn verkocht (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1157). Ook wat betreft de omgevingsvergunning ziet de voorzieningenrechter op voorhand dat zich in zoverre geen weigeringsgrond voordoet op grond waarvan het college de omgevingsvergunning had moeten weigeren. Het in artikel 2.10, eerste lid, van de Awb neergelegde imperatief-limitatief stelsel brengt met zich dat bij het ontbreken van een weigeringsgrond de omgevingsvergunning voor bouwen zoals aangevraagd, moet worden verleend.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor de verwachting dat dit betoog in de bodemprocedure zal slagen.

# 31 mei 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3376): Awb, Arbowet; handhaving, eis tot naleving, Arbobesluit, (reken)methodes, optelsom van risicoscores, motivering
12.   De bestuursrechter mag in beginsel afgaan op de inhoud van het verslag van de door haar benoemde deskundige. Dat is vaste rechtspraak van de ABRvS. Dat is alleen anders als dat verslag niet zorgvuldig tot stand is gekomen of anderszins gebreken bevat.

  1. Eiseres betoogt dat het verslag van de StAB inhoudelijk wordt bestreden door de deskundigen die zij heeft geraadpleegd, te weten [B] , die het rapport van [adviesbureau] heeft opgesteld, en professor [D] . Zij staan als zeer deskundig op dit gebied bekend. Eiseres stelt dat het verslag van de StAB niet zorgvuldig tot stand is gekomen en zodanige gebreken bevat dat het niet aan de oordeelsvorming van de rechtbank ten grondslag mag worden gelegd. In dit verband wijst eiseres op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 18 maart 1997 in de zaak Mantovanelli tegen Frankrijk, waarin is uitgemaakt dat partijen moeten kunnen controleren of de door de rechtbank ingeschakelde deskundige wel voldoende kennis van zaken heeft.
  2. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd waarom voorbij gegaan zou moeten worden aan de deskundigheid van de StAB. Eiseres vindt kennelijk dat de conclusie van haar eigen deskundigen zonder meer prevaleert boven die van de deskundigen van de StAB, omdat haar deskundigen bekendstaan als experts op het gebied van veiligheid. Dat is echter op zichzelf onvoldoende om voorbij te gaan aan de conclusie van de deskundigen van de StAB. Het onderzoek is uitgevoerd door ing. [E] en ir. [F] . Op de website van de StAB zijn hun curriculum vitae te raadplegen. Eiseres heeft geen argumenten naar voren gebracht waarom getwijfeld zou moeten worden aan de expertise van deze twee personen. Dat de deskundigen van eiseres zelf goed bekend staan en tot een andere inhoudelijke conclusie komen, doet op zichzelf niet af aan de deskundigheid van de deskundigen van de StAB.
  3. De rechtbank wijst er verder op dat eiseres de vragen die de rechtbank aan de StAB heeft gesteld vooraf heeft gekregen en dat zij hierop heeft kunnen reageren, wat zij ook heeft gedaan. Eiseres heeft ook kunnen reageren op het verslag van de StAB en haar reactie op het rapport heeft de rechtbank voorgelegd aan de StAB voor een nadere reactie. De rechtbank ziet dan ook niet in op welke wijze gehandeld is in strijd met de eisen die voortvloeien uit het arrest Mantovanelli en eiseres heeft dit verder ook niet toegelicht.

Het betoog slaagt niet.
17.   Het standpunt van de deskundigen van de StAB en de deskundigen van verweerder verschilt dus. Het is echter niet aan de rechtbank om zelf een inhoudelijke conclusie te trekken over de vraag of de rekenmethode van Kinney en Wiruth nu wel of niet kan worden toegepast. De rechtbank heeft namelijk geen deskundigheid op dit specifieke gebied. Zij heeft juist vanwege het gebrek aan expertise aan haar kant over de voorliggende arbeidshygiënische vraag een deskundige benoemd om haar te laten voorlichten.

De rechtbank kan echter wel beoordelen of wat eiseres naar voren heeft gebracht, doet twijfelen aan het door deze deskundigen ingenomen standpunt. Wat eiseres naar voren heeft gebracht is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet voldoende voor die twijfel. De methode van Kinney en Wiruth is in 1971 door Fine ontworpen en is, zo heeft professor [D] tijdens de zitting toegelicht, gebruikt in sociaal arbeidsland en is kennelijk afkomstig uit het Amerikaanse leger. Het is bedoeld voor de prioritering van de verschillende risico’s. Daarvan heeft professor [D] voorbeelden gegeven. Niet is gebleken dat deze methode óók kan worden toegepast in een situatie als hier voorligt, waar het erom gaat om te bepalen wat een ‘groter gevaar’ in de zin van artikel 3.16, vijfde lid, van het Arbobesluit is. De StAB heeft in de reactie van 29 september 2020 namelijk gesteld dat de rekenmethode zoals toegepast door [adviesbureau] in deze situatie niet toepasbaar is, waarbij zij erop heeft gewezen dat in de risicobeoordeling van [adviesbureau] de toegekende wegingsfactoren afhankelijk zijn van degene die de waardering toekent. Daarbij heeft zij ook opgemerkt dat er bij de uitgevoerde berekening vraagtekens zijn te zetten bij deze toegekende wegingsfactoren. Dat deze conclusie van de StAB niet gevolgd kan worden, heeft eiseres niet voldoende onderbouwd. De rechtbank volgt dus de eigen deskundige en is er niet van overtuigd dat de rekenmethode van Kinney en Wiruth hier kan worden toegepast op de manier waarop [adviesbureau] dat heeft gedaan.
22.   Samenvattend is de rechtbank van oordeel dat in wat eiseres heeft aangevoerd geen grond is gelegen voor het oordeel dat het StAB-advies niet zorgvuldig tot stand is gekomen of anderszins gebreken bevat. De rechtbank volgt de eigen deskundige dus. Nu het standpunt van de StAB het nader ingenomen standpunt van verweerder onderschrijft, kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.

STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates

Martijn Jansen Schoonhoven, senior jurist omgevingsrecht bij de Provincie Limburg, schreef een annotatie bij de uitspraak van de rechtbank Noord Holland van 22 april 2022 (ECLI:NL:RBNHO:2022:3375). In deze uitspraak oordeelde de rechtbank dat de snelheidsverlaging (naar 100 km/u) niet kan worden ingezet als bronmaatregel voor het stikstofregistratiesysteem (SSRS) en dat de daarop gebaseerde bouwvrijstelling in strijd is met de Habitatrichtlijn.

Ruud Veenhof, jurist bestemmingsplannen/omgevingsplan bij de gemeente Rotterdam, heeft een annotatie geschreven bij de uitspraak van 26 april 2022 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:1210). In zijn noot gaat hij in op de overwegingen van de Afdeling over gasloos bouwen. In dat kader komt ook de relatie met Wet natuurbescherming aan de orde (zie OGR 2022-0104).