Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2686: Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, overtreder
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2694: Awb, Wro; bpl, horeca, motivering
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2677: Awb, Wro; afwijzing om bpl vast te stellen, tweede vrijstaande woning, bedrijf/VNG-brochure, motivering
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2692: Awb, Wro; bpl, transformatie tot hoogstedelijk woon-werkgebied, maatvoering, beperking bestaande planologische mogelijkheden, hotelfunctie/risicocontour, tussenuitspraak
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2693: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, gebruik van begane grond pand voor wonen, geen vergunning van rechtswege, beleidsregel/vaste gedragslijn, herstelbesluit (Rb Noord-Holland 20/3537)
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2680: Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, herstelbesluit, woonappartementen, parkeerdruk, CROW, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2683: Awb, Wro; bpl, bedrijvenstrook, vertrouwensbeginsel, woon- en leefklimaat, tussenuitspraak
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2691: Awb, Wro; geen instemming met concept-ontwerpbestemmingsplan, uitbreiding recreatieterrein en short stay, bestuurlijk rechtsoordeel/geen besluit, ontvankelijkheid (Rb Midden-Nederland 20/1953)
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2688: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, berging, beschermd dorpsgezicht, bevoegdheid, welstand
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2690: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbouwen pand tot appartementen, parkeerbehoefte, bestaand tekort, Nota/tabel, motivering, voorschrift (Rb Den Haag 19/49 en 18/8452)
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2689: Awb, Waterwet; projectplan, oeververvanging, herstelbesluit, ontwerpdiepte/bevaarbaarheid, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Den Haag 20/4615, 20/4618, 20/42622, 20/4624 t/m 20/4630, 20/4632)
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2675: Awb; aanzegging van bestuursdwang, verwijderen asbest na sloop schuur, overtreder, bevoegdheid
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2678: Awb, Wro; planschade, schadetaxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel, zelf in de zaak voorzien (Rb Midden-Nederland 19/926)
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2682: Awb, Wro; bpl, buitengebied, herstel woonbestemming, paardenhouderij, hobbymatig gebruik, goede ruimtelijke ordening, provinciale omgevingsverordening, zelf in de zaak voorzien
* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2586: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor verplaatsen en aanleggen van inritten en realiseren van mestput, deels bestemming wonen, goede ruimtelijke ordening (Rb Oost-Brabant 20/106)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:608: Awb, Wet dieren, handhaving, dwangsom, invordering, Bhd, minimum afmetingen van hondenverblijven, welzijn
* ABRvS 13 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2654: Awb, Wro; vovo, bpl, (compensatie)woning, ruimte voor ruimte-regeling, omvang saneringsbebouwing, motivering
* ABRvS 13 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2653: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bouw loods en bedrijfswoning, landschappelijke inpassing, vvgb/Wnb (Rb Noord-Nederland 22/2039 en 22/2040)
* Rechtbank Overijssel 12 september 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2572: WSr, WED, Wm; opslag en verkoop professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit, geen veiligheidsmaatregelen
* Conclusie AG EH 8 september 2022 ECLI:EU:C:2022:655: Hogere voorziening, ECHA, lijst van autorisatieplichtige stoffen, aanvulling van de vermelding voor de stof bisfenol A als zeer zorgwekkende stof
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 september 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5205: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, lichtmasten, geen weigeringsgronden
* ABRvS 8 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2642: Awb, Wro; vovo, bpl, natuurbegraven, geen spoedeisend belang
* Rechtbank Amsterdam 8 september 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:5248: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, hernieuwde dwangsom, aanpassing panden voor verhuur aan arbeidsmigranten, geen vergunning, strijd met bpl, proportionaliteit en evenredigheid
* Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 september 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:83: mogelijkheid van het instellen van bezwaar en beroep tegen een landsverordening, omvang van de rechterlijke toetsing, artikel 6 en 13 EVRM, inhoudelijke toetsing aan nationaal en internationaal (milieu)recht
* ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2597: Awb, Ontgrondingenwet; vovo, vergunning, aanleg vijvers in recreatiepark, planregels, Wnb/relativiteit
* Rechtbank Den Haag 2 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8931: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor geschikt maken van polder voor weidevogelgebied, geen aantasting van de cultuurhistorische of archeologische waarden van de gronden/geen strijd met bpl
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 september 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5107: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, strijdig gebruik pand, wonen, overgangsrecht, geen zicht op legalisering
* Rechtbank Den Haag 1 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8757: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, geluidsscherm langs padelbaan, geen strijd met bpl
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5185: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, geen spoedeisend belang
* Rechtbank Amsterdam 30 augustus 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:5203: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, opslaghal met kantoor bij handelskwekerij, bestemming agrarisch, geen strijd met bpl, molenbiotoop
* Rechtbank Limburg 30 augustus 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:6668: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, warmtepomp met omkasting op woonhuis, welstand
* Rechtbank Den Haag 29 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8582: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en veranderen rijksmonument, woningen in watertoren, welstand, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 29 augustus 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5282: Awb, Gmw; gedoogverklaring en exploitatievergunning, coffeeshop, parkeer- en verkeersoverlast
* Rechtbank Midden-Nederland 24 augustus 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3410: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, capaciteit groenrecycling/m.e.r.-plicht, overtreding gebruiksregel bpl, bouwvergunning keerwanden is geen impliciete vrijstelling bpl, geen bijzondere omstandigheden
* Rechtbank Midden-Nederland 24 augustus 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3407: Awb, Wnb; handhaving, bemesten van gronden bij een melkveebedrijf, kader eerdere uitspraak, referentiesituatie, feitelijke wijzigingen in grondgebruik
* Rechtbank Den Haag 23 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8889: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbouw, wijzigingsbesluit, goede ruimtelijke ordening
* Rechtbank Den Haag 23 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8890: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tuindeur zijgrens perceel, verkeersveiligheid
* Rechtbank Den Haag 23 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8888: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kattenvolière op balkon, welstand
* Rechtbank Den Haag 19 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8973: Awb; verzoek om reservering gebruiksruimte bpl, Awb-besluit, eigenaar of zakelijk gerechtigde van percelen, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Gelderland 22 juli 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:3824: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, bouwen en afwijken bpl, zonneveld, zonneladder, participatie/Aarhus, landschappelijke inpassing
* Rechtbank Gelderland 22 juli 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:3829: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonneveld, zonneladder, participatie/Aarhus, landschappelijke inpassing
* Rechtbank Amsterdam 15 juli 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3966: Awb, Hvw, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl en omzettingsvergunning, vergroten van de kapverdieping en realiseren van een dakterras, bezonning, huisvestingsverordening, geluidsoverdracht, leefbaarheid
* Rechtbank Amsterdam 12 juni 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3149: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanbouw met daarop dakterras, privacy, zonlicht
* Rechtbank Amsterdam 24 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3164: Awb, Wabo; Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergroten dakopbouw met terras, wijziging in gedragslijn/overgangsrecht, heroverweging, motivering
* Rechtbank Amsterdam 12 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3153: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, nieuwe woning, ongewenste volumetoename, strijd met bpl

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2693: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, gebruik van begane grond pand voor wonen, geen vergunning van rechtswege, beleidsregel/vaste gedragslijn, herstelbesluit (Rb Noord-Holland 20/3537)
11.2.  De vaste gedragslijn die het college in het stuk van 9 november 2020 heeft neergelegd en aan het besluit van 30 juli 2021 ten grondslag heeft gelegd, komt erop neer dat het college homogene woongebieden wil tegengaan. Het algemene uitgangspunt is dat er niet wordt meegewerkt aan afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van een woonfunctie en dat de bedrijfsfunctie wordt behouden. In deze gedragslijn is benadrukt dat functiemenging bijdraagt aan stedelijke dynamiek en sociale veiligheid. Panden met bedrijfsfuncties bieden mogelijkheden voor beginnende ondernemers en werkgelegenheid. Uitgangspunt voor situaties waar bedrijfsvoering binnen de huidige, toegestane situatie mogelijk is, is dat aangetoond moet worden dat wijziging naar een andere maatschappelijke of commerciële functie onmogelijk is, voordat het college medewerking verleent aan een woonfunctie. Volgens de gedragslijn kan er meegewerkt worden aan afwijking ten behoeve van wonen als de huidige bedrijfsbestemming niet meer passend is in de huidige, specifieke locatie. Bijvoorbeeld bij transformatie van een bedrijventerrein of bij een locatie waar geen reële kans is op bedrijfsvoering.

Dat het college wat in het stuk van 9 november 2020 is neergelegd met ingang van 2020 als vaste gedragslijn heeft gehanteerd, blijkt uit het feit dat het college sinds die datum meerdere vergunningen heeft geweigerd voor het in afwijking van het bestemmingsplan toestaan van woonfuncties (vergelijk overweging 2.2 van de uitspraak van de Afdeling van 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1378). Het college heeft in dit verband gewezen op de situaties van de adressen Rijksstraatweg 166 (besluit 29 januari 2020), Veenpolderstraat 41A (besluit 5 februari 2020), Geertruida Carelsenstraat 8-12 (besluit 10 maart 2020), Pieter Maritzstraat 45 ZW en 47 ZW (besluit 17 november 2020), Spaarndamseweg 258 (besluit 27 november 2020) en Assendelverstraat 42A/42B / Rollandstraat 55 ZW (besluit 20 april 2021). Hieruit blijkt dat sprake is van een bestendige praktijk, oftewel dat de gedragslijn consequent wordt toegepast. [appellant sub 1] heeft ook niet betwist dat sprake is van een vaste gedragslijn.

Deze door het college gevolgde vaste gedragslijn kan niet als kennelijk onredelijk worden aangemerkt. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat de gedragslijn onjuist is toegepast. De omstandigheden dat de bewoning van de begane grond wordt gedoogd en dat er volgens [appellant sub 1] geen parkeergelegenheid is, maken niet dat bedrijfsvoering in de toekomst niet reëel is. Hoewel de gedragslijn niet is neergelegd in een beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Awb, mag het college de gedragslijn volgen, mits het de keuze daarvoor bij ieder individueel besluit opnieuw motiveert. Dit volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2766, onder 8.1.

Het college heeft in het besluit van 30 juli 2021 en het stuk van 24 augustus 2021 toegelicht dat de begane grond van het pand [locatie] geen belangrijke toevoeging is aan de Haarlemse woningvoorraad, dat het de resterende bedrijfsruimte wil behouden en dat geen sprake is van de transformatie van een voormalig bedrijventerrein naar een woon-werkgebied. Medewerking aan afwijking van het bestemmingsplan zou tot gevolg hebben dat het woongebruik op de begane grond planologisch en feitelijk moeilijk meer kan worden beëindigd, zodat de bedrijfsfunctie permanent verloren kan gaan. Omdat het college heeft aangegeven waarom in dit geval is gekozen voor toepassing van de gedragslijn, is het besluit daarmee naar het oordeel van de Afdeling voldoende gemotiveerd.

Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling het belang bij het tegengaan van homogene woongebieden en behoud van bedrijfsruimte zwaarder mogen laten wegen dan het belang van [appellant sub 1] bij het legaliseren van de woonfunctie. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat de bewoning in het pand wordt gedoogd, gelet op de toezegging die het college in de brief van 13 januari 2020 heeft gedaan, zodat [appellant sub 1] het strijdige gebruik vanwege de bewoning van de begane grond van het pand niet hoeft te beëindigen. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de nadelige gevolgen van het besluit van 30 juni 2021 onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.

* ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2690: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbouwen pand tot appartementen, parkeerbehoefte, bestaand tekort, Nota/tabel, motivering, voorschrift (Rb Den Haag 19/49 en 18/8452)
5.1.    Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 21 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:865), hoeft bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een eventueel bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten. Dit houdt in dat slechts rekening moet worden gehouden met de toename van parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan ten opzichte van de al bestaande parkeerbehoefte vanwege het te verbouwen pand. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 13 december 2017, (ECLI:NL:RVS:2017:3449), is leegstand van dat pand gedurende een periode daarbij niet relevant.

De Afdeling ziet geen reden om in dit geval anders te oordelen. Het uitgangspunt in de nota is dat je uitgaat van het hanteren van normen. Je moet daarom binnen deze op zichzelf geaccepteerde systematiek een goede reden hebben om niet zo’n norm als uitgangspunt te hanteren. [appellanten sub 1] bepleiten in feite dat je hier niet van een norm en in plaats daarvan van een feitelijke parkeerbehoefte van 0 moet uitgaan, maar geven daar geen goede reden voor. De stelling dat in de oude situatie geen parkeervergunningen waren verleend is geen goede reden, alleen al niet omdat in de directe omgeving van het pand ook zonder parkeervergunning (betaald) kon worden geparkeerd. Dit betekent dat het college niet verplicht was om de parkeerbehoefte van de vroegere groepswoningen voor verslaafden te bepalen door te onderzoeken hoeveel parkeerruimte daarvoor destijds feitelijk in gebruik was. Het mocht daarvoor aansluiting zoeken bij normen op dezelfde wijze als het voor de parkeerbehoefte van de nieuwe appartementen gebruik heeft gemaakt van normen. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.
………………………..
9.4.    De Afdeling heeft op zichzelf begrip voor de twijfel bij [appellanten sub 1] en [partij] of parkeerplaatsen op een dergelijke afstand in de praktijk wel echt zullen worden gebruikt door bewoners voor wie die parkeerplaatsen zijn bedoeld. Toch is de Afdeling van oordeel dat het college mocht afgaan op de richtlijnen uit de Nota parkeernormen. De Afdeling vindt daarbij van belang dat, zoals het college op de zitting heeft toegelicht, elke parkeerplaats waarmee op andere wijze aan de parkeereis voor wonen wordt voldaan, moet worden gekoppeld aan een specifieke woning, en dat de bewoners van die woning dan geen parkeervergunning meer kunnen krijgen.

De Afdeling volgt [partij] niet in zijn betoog dat het college dit had moeten borgen door een voorschrift of verklaring aan de omgevingsvergunning te verbinden. Bij een omgevingsvergunning voor meerdere woningen, zoals hier, hoeft het college niet zelf te bepalen welke van de nieuwe woningen aan één van de parkeerplaatsen elders worden gekoppeld. Het college mag het overlaten aan de vergunninghouder om dat te bepalen. Bovendien kan het college niet bij een omgevingsvergunning vastleggen hoe het zal beslissen op toekomstige aanvragen om een parkeervergunning van derden.

* Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 september 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:83: mogelijkheid van het instellen van bezwaar en beroep tegen een landsverordening, omvang van de rechterlijke toetsing, artikel 6 en 13 EVRM, inhoudelijke toetsing aan nationaal en internationaal (milieu)recht
20.    Samengevat betekent het voorgaande dat op grond van het geldende nationale recht van Curaçao de herziening Oostpunt, een door de wetgever vastgestelde landsverordening, uitsluitend kan worden getoetst aan de artikelen 3 tot en met 21 van de Staatsregeling en aan eenieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. De artikelen 6, eerste lid, en 13 van het EVRM brengen niet mee dat hierop voor de toetsing van de herziening Oostpunt een uitzondering moet worden gemaakt. Strijdigheid van de herziening Oostpunt met een van de artikelen 3 tot en met 21 van de Staatsregeling is niet ingeroepen. Van strijd met een of meer van de wel ingeroepen bepalingen van internationaal (milieu)recht is geen sprake. De herziening Oostpunt kan ook niet worden getoetst aan andere landsverordeningen, omdat regelingen van gelijke rang niet aan elkaar kunnen worden getoetst.

Een aan het beroep bij de bestuursrechter tegen de herziening Oostpunt voorafgaande bezwaarschriftprocedure is door de wetgever niet voorgeschreven. Het Hof acht de mogelijkheid van een bezwaarschriftprocedure tegen een landsverordening ook niet aangewezen.

Met de herziening Oostpunt maakt het EOP ontwikkeling van het gebied Oostpunt mogelijk. Die ontwikkeling zal moeten plaatsvinden binnen de grenzen van het nationale recht van Curaçao (met inbegrip van het EOP) en het internationale (milieu)recht. Of die grenzen wel of niet zijn overschreden, kan door de bestuursrechter worden getoetst. Voor zover het een mogelijke nadere herziening van het EOP betreft, gelden daarbij de beperkingen die voortvloeien uit artikel 13 van de Landsverordening Algemeene bepalingen der wetgeving van Curaçao en artikel 101 van de Staatsregeling.

* Rechtbank Midden-Nederland 24 augustus 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3407: Awb, Wnb; handhaving, bemesten van gronden bij een melkveebedrijf, kader eerdere uitspraak, referentiesituatie, feitelijke wijzigingen in grondgebruik
9.    De rechtbank heeft eerder een uitspraak gedaan waarin de vraag speelde of voor het bemesten van gronden en het weiden van vee een natuurvergunning nodig is. In deze uitspraak heeft de rechtbank uiteengezet dat het oordeel van de Afdeling over bemesten en weiden in de PAS-uitspraak, gelet op de uitspraak Logtsebaan, moet worden bijgesteld in die zin dat een natuurvergunning voor het bemesten van gronden sinds de inwerkingtreding van de Spoedwet aanpak stikstof alleen nog nodig is als het bemesten een significant gevolg kan hebben op een Natura 2000-gebied.

  1. In de eerder genoemde uitspraak van de rechtbank zijn voor de beoordeling van de vraag of voor het bemesten van gronden een natuurvergunning nodig is, de volgende uitgangspunten geformuleerd. Ten eerste moet onderzocht worden of bemesting op de referentiedatum aan de algemene regels voldeed. Dat onderzoek omvat zowel het planologische regime als de meststoffenwetgeving. De rechtbank heeft op basis van de bevindingen van het tussentijds advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek kortgezegd geoordeeld dat de legale situatie op de referentiedatum nadien alleen maar beter is geworden. Dit vanwege de strenger geworden mestregelgeving. De rechtbank oordeelde dat dit algemene uitgangspunt niet van toepassing is als zich één van deze drie uitzonderingssituaties voordoet:
  • Het grondgebruik van de veehouderij is op enig moment na de referentiedatum gewijzigd van akkerland naar grasland.
  • Als gronden van de veehouderij pas na de referentiedatum in gebruik zijn genomen voor landbouw.
  • Als er contra-indicaties zijn voor de aanname dat de veehouderij de aanwendingsnorm altijd maximaal heeft benut. Dat kan op de referentiedatum al het geval zijn geweest, maar ook daarna
  1. De rechtbank zal het hiervoor geschetste kader uit de uitspraak van 22 september 2021 toepassen in deze zaak. De eerste stap is dat onderzocht moet worden wat de planologische situatie op de referentiedatum was. De rechtbank stelt vast dat gedeputeerde staten dit ten tijde van het nemen van het bestreden besluit niet hadden onderzocht. Reeds hierom komt de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid. De beroepsgrond van MOB dat onvoldoende is onderzocht of het bemesten vergunningplichtig is slaagt.

12.    Dit betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen vanwege strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De overige beroepsgronden van MOB hoeven daarom geen bespreking.

* Rechtbank Den Haag 23 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8888: Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kattenvolière op balkon, welstand
7.3    Het door eisers in beroep ingebrachte tegenadvies geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. In dit tegenadvies is geconcludeerd dat de afscherming van het balkon een aantasting van het gevelbeeld van het pand en een aantasting van de cultuurhistorische waarden van de omgeving vormt. Dit is het gevolg van de sterk afwijkende, atypische vormgeving, de onzorgvuldig ogende detaillering en de sterk afwijkende materialisatie. De toepassing van gegalvaniseerd gaaswerk roept volgens het advies de associatie op met een industrieel hekwerk. Dit druist in tegen het beleid om het historische karakter van de omgeving te koesteren en waar mogelijk te verbeteren. Daarnaast moet het bouwwerk als exces worden beschouwd, aldus het tegenadvies. Deze conclusies sluiten naar het oordeel van de rechtbank niet goed aan op de gebiedsomschrijving in de welstandsnota, waarin wordt gesteld dat de Oost Buurtstraat wat rommeliger is doordat de meeste bouwwerken georiënteerd zijn op de hoger gelegen Dorpsstraat en dat de gevelkarakteristiek zich kenmerkt door diversiteit. In een dergelijke omgeving zal niet snel sprake zijn van een sterk afwijkende, atypische vormgeving en sterk afwijkende materialisatie. Verder wordt in het positieve welstandsadvies van 28 juni 2022, dat naar aanleiding van het tegenadvies is uitgebracht, de kattenvolière van ondergeschikt belang in het totale gevelbeeld geacht, met name doordat de houten lattenconstructie dezelfde kleur heeft als de gevel en het gaas een mate van transparantie heeft waardoor het, zeker op afstand, nauwelijks impact heeft op het beeld vanaf de openbare weg. Er is volgens de welstandscommissie geen sprake van een exces, omdat er geen sprake is van contrasterende of felle kleuren, of van ernstige aantasting van het totale gevelbeeld waar het pand deel van uitmaakt. De rechtbank volgt deze redenatie, omdat deze op de juiste manier invulling geeft aan de excessenregeling van paragraaf 2.7 van de Welstandsnota. Het betoog van eisers slaagt niet.