Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3759: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, permanente bewoning, recreatiewoning, recreatiepark, vertrouwensbeginsel (Rb Gelderland 20/5346 en 20/5309)
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3774: Awb, Wro; wijzigingsplan, woning, uitzicht, privacy
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3779: Awb, Wabo; bpl, 820 woningen, omgevingsverordening, ladder voor duurzame verstedelijking, Dienstenrichtlijn, verkeer, geluidbelasting, borgen verkeersknippen, bijgebouwen
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3776: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, transformatie kantoor tot appartementengebouw, aantal parkeerplaatsen, bereikbaarheid parkeerplaatsen, niet toepassen salderingsregeling parkeernota  (Rb Oost-Brabant 20/3814)
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3758: Awb, Wro; bpl, woningen in plaats van parkeerplaats, relativiteit, zichtlijnen, studie, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3773: Awb, Wro; bpl, uitbreiding tennishal, grasveld, multifunctionele ruimte, winkel, praktijkruimte, geluid, representatieve invulling maximale mogelijkheden, omgevingsverordening, parkeerbehoefte, tussenuitspraak
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3760: Awb, Wro; bpl, verkeer, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3764: Awb, TwG; mijnbouwschade, erfgenamen, bewijsvermoeden, vochtschade,  (Rb Noord-Nederland 21/1244)
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3765: Awb, Chw, Wro; bpl, appartementencomplex, 160 wooneenheden, maatschappelijke voorzieningen, verkeersafwikkeling, uitrit, geluidsbelasting, woon- en leefklimaat, alternatieven
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3768: Awb, Chw, Wro; bpl verbrede reikwijdte, beperking mogelijkheden, ‘waardevolle bebouwing’, detailhandel eerste verdieping, Dienstenrichtlijn, supermarkt tussenuitspraak
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3767: Awb, Chw, Wro; bpl, twee wooneenheden, inspraak, stedenbouwkundig aanvaardbaar
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3769: Awb, Wro; wijzigingsplan, verhuurbedrijf mobiele staloplossingen, nota parkeernormering, geen vergunningplicht bij verandering gebruik, verwijzing naar beleidsregels
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3766: Awb, Wro; bpl, moskee, ondergeschikte horeca, verkeer, maximale bezetting
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3763: Awb, Wro; bpl, wijziging ligging sportvelden, uitvoering projectplan voor klimaatrobuust inrichten, natuurwaarden
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3775: Awb, Chw, Wabo; omgevingsvergunning milieu, drogen en vergassen van mest, productie groengas en Bio-Based Carbon, stikstof, voortoets Wnb, vaststellen ammoniakverwijderingsrendement luchtwassers, emissiemonitoringssysteem (Rb Noord-Nederland 20/1112)
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3778: Awb, Wro; bpl, uitbreiding recreatiepark26 recreatiewoning, 5 groepsaccommodaties, permanente woonbetsemming, omgevingsverordening, geluidsoverlast
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3780: Awb, Wro; bpl, uitbreiding tuincentrum en toevoeging horeca, ladder voor duurzame verstedelijking, behoefte, relativiteit, concurrent, relevante leegstand, verkeer, nevenassortiment, omgevingsvisie, vertrouwensbeginsel, Dienstenrichtlijn, discriminatieverbod, noodzakelijkheid, evenredigheid
* ABRvS 11 oktober 2023: Awb, Wro; bpl, voorkomen hittestress, ontvankelijkheid, concreet inrichtingsplaneinduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3777: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, handhaafbaarheid, termijn inrichtingsplan, tussenuitspraak na eerdere tussenuitspraak
* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3761: Awb, Chw, Waterwet; projectplan, klimaatrobuust inrichten omgeving, natuurwaarden
* Rechtbank Noord-Nederland 10 oktober 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:4129: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning afwijken bpl, flora en fauna-activiteit en kappen, herbestemming monumenten voor wonen, beleidsregels, parkeren, vvgb
* ABRvS 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3724: Awb; vovo, exploitatievergunning, belangenafweging (Rb Rotterdam 21/212)
* ABRvS 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3723: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, uitbreiden tearoom, belangenafweging (Rb Rotterdam 20/2287 en 20/2203)
* ABRvS 9 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3730: Awb, Wro; vovo, bpl, restaurant, casino, zalencentrum, parkeren, aanwezigheidspercentages, verkeer,
* ABRvS 6 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3729: Awb, Wro; vovo, bpl, twee recreatiewoningen, omgevingsverordening, bestaande bebouwing,
* ABRvS 6 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3717: Awb, Chw, Wro; vovo, bpl, beperking gebruik
* Rechtbank Noord-Nederland 6 oktober 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:4094: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, camperwerkplaats met logiesfuncties
* ABRvS 5 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3678: Awb, Wro; verzoek opheffing vovo, bpl, één woning, verslag STAB bodemprocedure, beperking uitbreidingsmogelijkheden
* ABRvS 5 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3714: Awb, Wro, Wgh; vovo, bpl, besluit hogere waarden, 520 woningen en commerciële functies, akoestisch onderzoek, geluidzone, bestaande bedrijfsactiviteiten, borging geluidbeleid
* ABRvS 5 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3713: Awb, Wro; vovo, bpl, woonzorgvoorziening, hulpdiensten, evidente privaatrechtelijke belemmering, overlast
* ABRvS 5 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3672: Awb, Wro; vovo, bpl, fruitboomgaard, evenementenlocatie, spoedeisend belang
* ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3668: Awb, Wro; vovo, bpl, brandweerkazerne, ladder voor duurzame verstedelijking, openheid landschap, m.e.r.-beoordeling
* ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3657: Awb, Wro; vovo, bpl, recreatiepark, natuurbegraafplaats, opvanghuis, aantasting natuurwaarden, verbinding natuurnetwerk, maximum aantal standplaatsen, voorwaardelijke verplichting
* ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3677: Awb, Wro; vovo, uitwerkingsplan, welstandsnota, toetsingskader
* Rechtbank Amsterdam 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6152: Awb, Scheepvaartverkeerswet, Wabo; verzoek handhaving, verkeersbesluit, opheffing zwemverbod, ontbreken belangenafweging, strijd met bpl, extensief recreatief medegebruik

* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6842: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, recreatiewoning, ontbreken functieaanduiding, ambtshalve toetsing, omvang van het geding
* Rechtbank Overijssel 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3889: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, afvalverwerker, aanmerken als overtreder, geluidvoorschriften, afwijken van omgevingsvergunning milieu, achteruitrijsignalering,
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6790: Awb, Wabo; vovo en kortsuliten, omgevingsvergunningen bouwen en afwijken bpl, uitbreiding woning, beleidsregels, welstandsadvies
* Rechtbank Amsterdam 2 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6168: Awb, Wabo; bouwstop, jacuzzi, vergunningvrij, achtererfgebied, ten dienste van tuin
* Rechtbank Overijssel 29 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3838: Awb; intrekking standplaatsvergunning, invullen Bibob-formulier, ernstig gevaar, evenredigheid
* Rechtbank Noord-Holland 29 september 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:9813: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, melding brandveilig gebruik, kamerverhuur
* Rechtbank Limburg 28 september 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5814: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, uitbreiding horecamogelijkheden, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, spoedeisend belang
* Rechtbank Noord-Nederland 27 september 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:4010: Awb, TwG; mijnbouwschade, fysieke schade, schade niet eerder behandeld, herstelmethodiek, herstelmaatregel
* Rechtbank Limburg 26 september 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5695: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, handelen in strijd met bpl, golfplaten met asbest in tuin, Asbestverwijderingsbesluit, muurtje op gronden gemeente, relativiteit
* Rechtbank Limburg 26 september 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5723: Awb, Wabo; vovo, handhaving, bouwstop met dwangsom, spoedeisend belang
* Rechtbank Limburg 19 september 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5564: Awb, Wabo; aanvraag omgevingsvergunning buiten behandeling, vertrouwensbeginsel, schuilgelegenheid voor hobbydieren, aanvullende gegevens, situatietekening bestaande situatie
* Rechtbank Midden-Nederland 7 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4839: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; vovo, bevel stillegging, saneren asbest, doelmatige adembescherming, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:9906: Awb, Chw, Wabo; weigering omgevingsvergunning, zonnepark, kennisgeving, beroepsgronden na beroepstermijn, weigering vvgb
* Rechtbank Amsterdam 7 juli 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4110: Awb; vovo, omgevingsvergunning en evenementenvergunning, quick scan flora en fauna
* Rechtbank Amsterdam 23 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3875: Awb, Wabo; handhaving, gebruik als restaurant, gebouw, strijd met bpl, overgangsrecht
* Rechtbank Amsterdam 1 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3415: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, weigering omgevingsvergunning, dakopbouwen, bouwen in afwijking van vergunning, advies stedenbouw

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3775: Awb, Chw, Wabo; omgevingsvergunning milieu, drogen en vergassen van mest, productie groengas en Bio-Based Carbon, stikstof, voortoets Wnb, vaststellen ammoniakverwijderingsrendement luchtwassers, emissiemonitoringssysteem (Rb Noord-Nederland 20/1112)
11. In de einduitspraak heeft de rechtbank overwogen dat met het besluit van 27 oktober 2021 voorschrift 1.1.1 aan de vergunning is verbonden. Dit voorschrift limiteert de ammoniakemissie en biedt een basis om bij overschrijding van de grenswaarde te handhaven. Het voorschrift waarborgt naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat de grenswaarde (op juiste wijze wordt bepaald en daardoor) niet wordt overschreden. De rechtbank acht het van belang dat wordt vastgelegd op welke wijze de emissie wordt gemonitord en dat monitoring ertoe leidt dat tijdig wordt gesignaleerd dat de maximale emissie is bereikt. Verder heeft Stercore Holding een concept controleplan voorgelegd aan het college, maar het college heeft dit plan nog niet goedgekeurd. Volgens de rechtbank heeft het college daardoor niet voldaan aan de tussenuitspraak, zoals hiervoor vermeld onder 10. De rechtbank heeft het beroep van Milieudefensie Westerveld daarom gegrond verklaard. (…)
12.8.  Met het herstelbesluit van 27 oktober 2021 heeft het college de motivering van het besluit van 25 februari 2020 aangevuld en daaraan nadere voorschriften verbonden over de ammoniakemissie, de metingen van het rendement van de luchtwassers en de monitoring. Het college heeft in vergunningvoorschrift 1.1.1 vastgelegd dat de ammoniakemissie maximaal 57 kg NH3 per jaar mag bedragen. Verder is in vergunningvoorschrift 1.2.1 vastgelegd dat het ammoniakverwijderingsrendement van de luchtwassers vanaf het moment van inname van afvalstoffen het eerste jaar tenminste ieder kwartaal en vervolgens ten minste elke zes maanden moet worden vastgesteld. Daarnaast is in vergunningvoorschrift 1.2.3 vastgelegd dat vergunninghoudster moet beschikken over een continu werkend stikstofmonitoringssysteem en dat de uitvoering daarvan in het controleplan moet worden vastgelegd. Laatst vermeld voorschrift is op verzoek van Stercore Holding aan de vergunning verbonden. Stercore Holding heeft op de zitting verduidelijkt dat zij door de continue monitoring op elk moment kan stoppen met de inname van rundvee-, vleesvarkens- en zeugenmest als het ammoniakemissieplafond dreigt te worden overschreden. Op dat moment komt het droogproces stil te liggen en stopt de ammoniakemissie. Stercore Holding kan dan verder met het vergassen van nagedroogde kippenmest en digestaat, waarbij geen ammoniakemissie vrijkomt omdat die stoffen niet hoeven te worden nagedroogd. Met de aanvullende voorschriften in het herstelbesluit is gewaarborgd dat de significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden in de omgeving van de beoogde inrichting van Stercore Holding onder alle omstandigheden zijn uitgesloten.

12.9.  Gelet op wat onder 12.8 is overwogen, is niet langer onzeker of significante gevolgen zijn uitgesloten. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wabo, in samenhang met artikel 2.2aa, aanhef en onder a van het Besluit omgevingsrecht, geen aanhaakplicht geldt voor de aangevraagde en vergunde bedrijfssituatie. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank het besluit van 27 oktober 2021 ten onrechte vernietigd en had zij de rechtsgevolgen van het besluit van 25 februari 2020 in stand moeten laten.

 

* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3769: Awb, Wro; wijzigingsplan, verhuurbedrijf mobiele staloplossingen, nota parkeernormering, geen vergunningplicht bij verandering gebruik, verwijzing naar beleidsregels
13.2 Ingevolge artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels.

Ingevolge artikel 3.5, onder c, van de planregels is het verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten wanneer vast staat dat onvoldoende parkeergelegenheid voor auto’s wordt gerealiseerd. Overeenkomstig de bedrijfsvoering zoals omschreven in de toelichting dient te worden voorzien in 5 parkeerplaatsen. Bij wijziging van de bedrijfsvoering dient te worden voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Parkeernormering 2016. Artikel 3.5, onder d, bepaalt dat als de beleidsregels wijzigen, met die wijziging rekening wordt gehouden.

De Afdeling ziet aanleiding voor het oordeel dat artikel 3.5, onder c en d, van de planregels in strijd met artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro is vastgesteld voor zover het regelt dat ook bij het veranderen van gebruik in voldoende parkeeraccommodatie dient te worden voorzien overeenkomstig de parkeernormen welke zijn of nog kunnen worden vastgesteld door de raad en die momenteel zijn vervat in de als beleidsregel aan te merken Parkeernota. Anders dan bij het oprichten van gebouwen, voor welke activiteit in beginsel een omgevingsvergunning dient te worden verleend, is het veranderen van het gebruik niet afhankelijk van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1578. Het college had de uitleg van het begrip “onvoldoende parkeergelegenheid” in artikellid 3.5, onder c, van de planregels dan ook niet afhankelijk mogen stellen van de bedoelde beleidsregel voor zover het gaat om het veranderen van het gebruik.

*
ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3766: Awb, Wro; bpl, moskee, ondergeschikte horeca, verkeer, maximale bezetting
10.3.  In de verkeersrapporten is voor de verkeersgeneratie uitgegaan van een worst case scenario, namelijk van het vrijdagmiddaggebed van de voorziene moskee dat het drukst bezocht wordt. In de verkeersrapporten is voor deze worst case situatie niet alleen de verkeersgeneratie van de voorziene moskee berekend, maar ook van de voorziene bijeenkomstruimtes en de voorziene woning. (…)

10.4.  Anders dan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen, behoeft bij de berekening van de te verwachten verkeersintensiteit geen rekening te worden gehouden met incidentele, druk bezochte hoogtijdagen, zoals het Offerfeest of het Suikerfeest. Dit is evenwel anders voor het reguliere, terugkerende vrijdagmiddaggebed dat min of meer tegelijkertijd verkeersbewegingen genereert. Vergelijk (onder 15.1 van) de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4352.

* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3765: Awb, Chw, Wro; bpl, appartementencomplex, 160 wooneenheden, maatschappelijke voorzieningen, verkeersafwikkeling, uitrit, geluidsbelasting, woon- en leefklimaat, alternatieven

7.7 De Afdeling stelt op basis van het vorenstaande vast dat het bestemmingsplan voor de ontsluiting van de in het plangebied voorziene halfverdiepte parkeervoorziening meerdere mogelijkheden biedt, maar dat uit zowel de plantoelichting als uit het SRB volgt dat de ontsluiting op de Spuiboulevard via de bestaande in- en uitrit, die ook voor de ontsluiting van de parkeergarage van het VvE-complex wordt gebruikt, het voorkeursalternatief is. De Afdeling constateert vervolgens dat de raad voor de aanvaardbaarheid van het plan verwijst naar de procedure voor de verlening van de omgevingsvergunning voor bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef, en onder a, gelezen in samenhang met artikel 2.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo). In artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo zijn de gronden opgenomen waarop een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt geweigerd. Daarbij geldt dat artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo een limitatief karakter heeft. Dat wil zeggen dat indien geen van de in die bepaling opgenomen weigeringsgronden zich voordoet, de gevraagde vergunning moet worden verleend. De Afdeling stelt echter vast dat de regels van het bestemmingsplan, ondanks de mogelijkheid tot het stellen van regels als bedoeld in artikel 7c, zesde lid, van het BuChw hiertoe, geen grondslag bieden om bij de omgevingsvergunning de verkeerskundige aspecten, alsmede de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de ontsluitingsroute van de halfverdiepte parkeervoorziening, te toetsen. Dit betekent dat een aan te vragen omgevingsvergunning die uitgaat van de bestreden ontsluiting niet om die redenen zou kunnen worden geweigerd. Die aanvraag is dan immers niet in strijd met het bestemmingsplan. Daarom oordeelt de Afdeling dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan op dit punt niet zorgvuldig is en niet berust op een deugdelijke motivering. De Afdeling constateert dat de raad de ruimtelijke gevolgen van de halfverdiepte parkeervoorziening onder de nieuwe woonbebouwing en de daarbij behorende ontsluiting, die het plan mogelijk maakt, voor de verkeersafwikkeling niet uitdrukkelijk bij de vaststelling van het plan heeft betrokken. Weliswaar heeft de raad in het voorliggende plan de verkeerbestemming aan de noordwestzijde van het plangebied enigszins verruimd en voorzag het voorheen geldende plan ter plaatse ook in de mogelijkheid om diverse functies te verwezenlijken  waarvan een zekere verkeersgeneratie uitging, waaronder een woonfunctie. Maar uit de stukken blijkt niet dat de raad bij de vaststelling van dit plan in ogenschouw heeft genomen hoeveel verkeersbewegingen er kunnen optreden vanwege de in het plan voorziene ontwikkelingen. De raad heeft ook niet onderzocht of de te verwachten verkeersintensiteiten via een of meer van de mogelijke ontsluitingsroutes waarin het plan voorziet kunnen worden afgewikkeld en wat dat dan betekent voor het hier in geschil zijnde voorkeursalternatief. De enkele verwijzing naar het gemeentelijk beleid, waarin staat dat in de Spuiboulevard in de toekomst een knip wordt gemaakt en dat het parkeerbeleid ter plaatse wordt aangescherpt, met als doel dat deze weg autoluw wordt gemaakt, kan de conclusie dat het plan op dit punt strekt tot een goede ruimtelijke ordening, niet dragen. De raad heeft namelijk niet voldoende onderbouwd dat deze maatregelen daadwerkelijk zullen worden getroffen. Gelet hierop heeft de raad er bij de vaststelling van het plan niet zonder meer van uit kunnen gaan dat de toename van de verkeersgeneratie vanwege de nieuwe woonbebouwing op een goede manier kan worden afgewikkeld.


* ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3780: Awb, Wro; bpl, uitbreiding tuincentrum en toevoeging horeca, ladder voor duurzame verstedelijking, behoefte, relativiteit, concurrent, relevante leegstand, verkeer, nevenassortiment, omgevingsvisie, vertrouwensbeginsel, Dienstenrichtlijn, discriminatieverbod, noodzakelijkheid, evenredigheid
8.10.  De Afdeling is van oordeel dat weliswaar de voorziene ontwikkeling zou kunnen leiden tot een verminderde vraag en daardoor tot daling van omzet en inkomsten van de bedrijven die Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en anderen vertegenwoordigt, maar, zoals hiervoor is overwogen, is dat op zichzelf onvoldoende voor het oordeel dat het plan tot een uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening relevante leegstand zal kunnen leiden. Dat is niet anders in het geval de omzetdaling zou leiden tot beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse en daardoor tot leegstand van de bij hen in gebruik zijnde bedrijfsgebouwen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel aanleiding geven. Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de bedrijfsgebouwen van de ondernemingen die zij vertegenwoordigen, dermate bijzondere bouwkundige dan wel locatie-specifieke eigenschappen hebben, dat andersoortig gebruik dan het huidige gebruik van de panden van de ondernemers die Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en anderen vertegenwoordigen – al dan niet door transformatie – niet of slechts onder zeer bezwarende omstandigheden tot de mogelijkheden behoort. Voorts is niet gebleken dat als gevolg van de voorziene ontwikkeling in de omgeving van de bedrijfsgebouwen van Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en anderen leegstand zal ontstaan. Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die het oordeel rechtvaardigen dat de voorziene ontwikkeling tot een uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening relevante leegstand zal kunnen leiden. De in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitseis staat daarom aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden van Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en anderen over de gestelde strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in de weg.


* ABRvS 5 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3678: Awb, Wro; verzoek opheffing vovo, bpl, één woning, verslag STAB bodemprocedure, beperking uitbreidingsmogelijkheden

  1. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding de eerder getroffen voorziening op te heffen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van [verzoekers] om zo snel mogelijk met de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van de woning te kunnen starten nu zwaarder dan het belang van [partij] dat het plan niet in werking treedt totdat op haar beroep is beslist. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat uit het verslag van de STAB blijkt dat door het plan de bedrijfsvoering van [partij] zoals die nu bestaat, niet wordt beperkt en dat toekomstige reële uitbreidingsmogelijkheden evenmin onevenredig worden beperkt.

    * Rechtbank Amsterdam 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6152: Awb, Scheepvaartverkeerswet, Wabo; verzoek handhaving, verkeersbesluit, opheffing zwemverbod, ontbreken belangenafweging, strijd met bpl, extensief recreatief medegebruik
    19. Partijen zijn het er over eens dat zwemmen kan worden gedefinieerd als recreatief medegebruik. Zwemmen is immers een vorm van recreatie. Recreatief medegebruik van de bestemming ‘Water’ is in het bestemmingsplan toegestaan. Dit recreatief medegebruik wordt echter in het bestemmingsplan begrensd. Het moet expliciet gaan om extensief recreatief medegebruik (onderstreping rechtbank). Partijen verschillen van mening of het zwemmen zoals dat plaatsvindt op de Borneosteiger kan worden gezien als ‘extensief’. Volgens het college is sprake van extensief gebruik, omdat er geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie of activiteiten in verenigingsverband. Verder is de ruimtelijke uitstraling beperkt. Eisers stellen, kort gezegd, dat door het veelvuldig gebruik van de steiger geen sprake meer is van extensief gebruik. Het zwemmen en de zwemmers hebben een enorme ruimtelijke uitstraling. Eisers ervaren veel overlast. Daarom is sprake van strijd met het bestemmingsplan, aldus eisers.
  2. De rechtbank overweegt dat noch in het bestemmingsplan noch in de toelichting daarop een definitie wordt gegeven van het begrip ‘extensief recreatief medegebruik’. Het is taalkundig niet duidelijk wat onder extensief recreatief medegebruik moet worden verstaan. Zoals de Afdeling heeft overwogen in een uitspraak van 12 mei 20216 is het begrip extensief recreatief medegebruik in het normale spraakgebruik niet gangbaar. Het had dus in de rede gelegen dat een nadere omschrijving in de planregels was opgenomen. Hier is echter niet voor gekozen. Ondertussen is het bestemmingsplan onherroepelijk. Het is tegen die achtergrond dat de rechtbank moet beoordelen of in dit geval de grenzen zijn overschreden van wat nog als extensief recreatief medegebruik kan worden aangemerkt.
  3. Naar het oordeel van de rechtbank is hierbij het feitelijk gebruik van de ruimte van belang. Het feitelijk beslag dat door het gebruik op de ruimte wordt gelegd is een belangrijk aanknopingspunt bij de vaststelling of sprake is van extensief medegebruik. Het gaat hier om de combinatie van gebruik en oppervlakte. Bij een relatief groot oppervlakte, zoals een natuurgebied of park, en weinig gebruikers/recreanten die zich over dat gebied verspreiden, zoals wandelaars of fietsers, zal eerder sprake zijn van extensief medegebruik dan bij een kleinere oppervlakte en veel gebruikers/recreanten. Ook de hoeveel geluid die wordt geproduceerd of andere factoren die een ruimtelijke uitstraling op de omgeving hebben, kunnen een rol spelen. Een aantal wandelaars zal een stuk grond eerder extensief gebruiken dan hetzelfde aantal crossmotoren. Bij extensief recreatief medegebruik moet het dus gaan om een medegebruik waarbij geen overwegende druk wordt uitgeoefend op de omgeving. (…)
  4. In het licht van bovengenoemde overwegingen is de rechtbank van oordeel dat in dit geval niet kan worden gesproken van extensief recreatief medegebruik. Het zwemmen aan de Borneokade concentreert zich, vooral op warme dagen, op één bepaalde plek. Namelijk in het water rondom de steiger. Op het water wordt daarmee een groot feitelijk beslag gelegd door één activiteit, die – zoals ter zitting op zichzelf niet is weersproken – op warme dagen door relatief veel mensen wordt beoefend. Duidelijk is geworden dat niet alleen mensen uit de buurt naar de steiger komen om te zwemmen, maar dat de steiger ook aantrekkingskracht heeft voor mensen van buiten de buurt. Dit betekent dat uiteindelijk in een beperkt deel van het water, relatief veel mensen recreëren. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank niet als ‘extensief’ recreatief medegebruik worden aangemerkt.* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6842: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, recreatiewoning, ontbreken functieaanduiding, ambtshalve toetsing, omvang van het geding
    Ambtshalve toetsing
  5. Het college heeft ter zitting aangevoerd dat de voorzieningenrechter het bouwplan niet mag toetsen aan artikel 16.2.2, punt b, van het bestemmingsplan omdat verzoeker in beroep niet heeft aangevoerd dat het bouwplan in strijd is met dit artikel. De vraag of het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan betreft geen kwestie van openbare orde en mag dus niet ambtshalve getoetst worden.

7.1. Artikel 8:69, eerste lid, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter uitspraak doet op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. Op grond van het tweede lid vult de bestuursrechter de rechtsgronden aan.

7.2. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers in het aanvullend bezwaarschrift deze grond expliciet hebben aangevoerd. In het beroepschrift hebben verzoekers dat niet meer gedaan, maar wel gronden aangevoerd tegen het besluit van het college om met toepassing van de kruimelregeling een omgevingsvergunning voor het bouwen in strijd met de andere bouwregels van het bestemmingsplan te verlenen. Het gaat hierbij om artikel 16.2.2, punt a, van het bestemmingsplan.

De voorzieningenrechter vindt dat zij niet buiten de omvang van het geding is getreden door het bouwplan vervolgens ook te toetsen aan artikel 16.2.2, punt b, van het bestemmingsplan. De toets van het bouwplan aan de bouwregels van het bestemmingplan maakt immers deel uit van deze beroepsprocedure. De voorzieningenrechter heeft vervolgens de rechtsgronden aangevuld door ambtshalve het bouwplan aan het – door verzoekers eerder expliciet aangevoerde – artikel 16.2.2, punt b, van het bestemmingsplan te toetsen.

# = betrokkenheid STAB

= (nog) niet gepubliceerd

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraak is deze week nieuw geplaatst:

Rb Midden-Nederland 13 september 2023 omgevingsvergunning, tekst van de kennisgeving van de omgevingsvergunning onvoldoende duidelijk, in dit geval geen verschoonbare termijnoverschrijding
ABRvS 6 september 2023 Omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking van bestemmingsplan, een tuinhuisje ten behoeve van een bed & breakfast kan niet worden aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk
ABRvS 2 augustus 2023 planschade, alleen bij onomkeerbare investeringen voor een beoogde exploitatie kan inkomensderving als planschade voor vergoeding in aanmerking komen