Site icoon STAB

Last onder dwangsom/provincie Overijssel

Door het openstellen van een MTB-route kan niet gezegd worden dat de beheerder willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat beschermde dieren worden gedood of verstoord. De beheerder heeft wel de zorgplicht geschonden omdat zandhagedissen, hazelwormen en levendbarende hagedissen in het hele gebied voorkomen en overal op de MTB-route gedood of verstoord kunnen worden, terwijl naar hun aanwezigheid geen onderzoek is verricht ten tijde van de aanleg en ingebruikname van die MTB-route, noch in een later stadium.

Casus

Stichting NatuurAlert heeft gedeputeerde staten van Overijssel verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van een MTB-route in het Natura 2000-gebied de Sallandse Heuvelrug. De route is 35 km lang en bestaat uit bospaden, zandwegen en singletracks. NatuurAlert wijst op de risico’s voor beschermde diersoorten, in het bijzonder de hazelworm, de zandhagedis en de levendbarende hagedis.

Gedeputeerde staten hebben de beheerder van de MTB-route, Routenetwerken Twente, een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 3.5, 3.10 en 1.11 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Gedeputeerde staten zijn van mening dat overtredingen optreden doordat het gebruik van de MTB-route leidt tot dode dieren op het pad. De beheerder, Routenetwerken Twente, maakt het gebruik mogelijk door het aanleggen en onderhouden van de MTB-route en het openstellen van de route voor het publiek. De last houdt, kort gezegd, in dat een deel van de MTB-route tijdens de zomerperiode (van 1 april tot 30 september) gesloten is. Het Recreatieschap Twente, waaronder Routenetwerken Twente valt, is tegen de lastgeving in beroep gegaan.

Rechtsvragen

1. Is er sprake van voorwaardelijke opzet?
2. Wordt de zorgplicht voldoende in acht genomen?

Uitspraak

1. Voor een overtreding van artikel 3.5 van de Wnb moet sprake zijn van het opzettelijk doden (eerste lid) of het opzettelijk verstoren (tweede lid). Hieronder valt volgens verweerder ook ‘voorwaardelijk opzet’. In dit geval is er volgens verweerder sprake van voorwaardelijk opzet, omdat bekend is dat de zandhagedis in de gebieden leeft waar de MTB-route doorheen loopt en eveneens bekend is dat zandhagedissen door gebruik van de MTB-route gedood of verstoord worden en dat dit ook al gebeurd is.
Ingevolge artikel 5:32 van de Awb kan een last onder dwangsom alleen worden opgelegd aan de overtreder, dat wil zeggen degene die de overtreding pleegt of medepleegt. Het recreatieschap kan naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval niet worden aangemerkt als overtreder van de artikelen 3.5 en 3.10 van de Wnb. Niet in geschil is dat het recreatieschap niet degene is die zelf feitelijk dieren op de route doodt of verstoort. Het recreatieschap is de beheerder van de MTB-route en stelt die route open voor het gebruik daarvan door het publiek. Dat publiek, meer specifiek de MTB’ers, doodt of verstoort in voorkomende gevallen – volgens alle partijen per ongeluk – de dieren. Daargelaten of het recreatieschap in de gegeven omstandigheden als pleger, medepleger of functioneel dader van het doden/verstoren van de dieren kan worden aangemerkt, kan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet worden gezegd dat het recreatieschap, alleen door het openstellen van de MTB-route willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat beschermde dieren worden gedood of verstoord.
De enkele vaststelling dat eiser wist dat in het gebied waar de MTB-route ligt beschermde diersoorten voorkomen en dat door het openstellen van de route de kans bestond dat deze dieren op de singletracks (kunnen) worden aangereden door derden, kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer het oordeel dragen dat eiser die kans, voor zover deze al aanmerkelijk is, bewust heeft aanvaard. Daarbij is van belang dat de maatregelen die eiser in de loop van de tijd heeft getroffen op en rond de singletracks, zoals het creëren van zandbanken en minder aantrekkelijk maken van de paden voor de dieren, naar het oordeel van de rechtbank niet anders kunnen worden uitgelegd dan als pogingen om het doden of verstoren van beschermde dieren juist te voorkomen.

2. De rechtbank overweegt dat de beheerder van de MTB-route op de Sallandse Heuvelrug zich heeft te houden aan de zorgplicht van artikel 1.11 van de Wnb. Niet in geschil is dat eiser noch bij de oorspronkelijke aanleg van de MTB-route in 2002, noch bij de wijziging van de route in 2015/2016, toen de singletracks zijn aangelegd, onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen daarvan voor beschermde diersoorten. De wijzigingen aan de route zijn wel getoetst op gebiedsbescherming, maar niet op soortenbescherming.
Nu uit onderzoek door de Nationale databank Flora en Fauna (NDFF) en door verweerder blijkt dat er daadwerkelijk beschermde dieren, te weten zandhagedissen, hazelwormen en levendbarende hagedissen, in het hele gebied aanwezig zijn en dus overal op de MTB-route gedood of verstoord kunnen worden, wat ook daadwerkelijk gebeurt, terwijl eiser daarnaar geen onderzoek heeft verricht ten tijde van de aanleg en ingebruikname van die MTB-route, noch in een later stadium, heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank de op hem rustende zorgplicht van artikel 1.11 van de Wnb geschonden.
Eiser heeft voorts onvoldoende maatregelen genomen om het doodrijden van beschermde diersoorten te voorkomen. Weliswaar heeft eiser in samenwerking met Staatsbosbeheer en grondeigenaren een aantal voorzieningen getroffen, zoals het creëren van zandbanken en minder aantrekkelijk maken van de paden voor de dieren door het aanbrengen van schelpengrit, maar deze voorzieningen hebben niet kunnen voorkomen dat er nog steeds beschermde dieren worden doodgereden op de singletracks. Dat eiser de getroffen voorzieningen blijkbaar zelf ook niet toereikend vindt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat eiser, toen er discussie ontstond over het risico op het doden van reptielen door het gebruik van de MTB-route, niet alleen het deel van de route heeft afgesloten waarop de last uit het primaire besluit zag, maar uit voorzorg ook uit eigen beweging andere delen van de route heeft afgesloten.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser de zorgplicht van artikel 1.11 van de Wnb heeft overtreden, zodat verweerder bevoegd was om handhavend op te treden door eiser te gelasten alle singletracks van de MTB-route af te sluiten en afgesloten te houden gedurende de periode van 1 april tot en met 30 september, zijnde de periode waarin de genoemde dieren actief zijn.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Overijssel
Datum Uitspraak : 27-06-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBOVE:2024:3390
Koert Ottens

Mobiele versie afsluiten