Het plaatsen van reclameframes op netwerkkasten is geen vergunningvrije activiteit. Strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Casus
Centercom exploiteert landelijk reclameframes op stoplicht- en netwerkkasten die in eigendom van derden zijn. Centercom doet dit ook in de gemeente Den Haag. Op verzoek van het college heeft Centercom een omgevingsvergunning aangevraagd voor het gebruik van de reclameframes, nadat een concurrent van Centercom het college heeft verzocht om handhavend op te treden tegen de reclameframes. Het college heeft vervolgens geweigerd om de omgevingsvergunning voor de reclameframes te verlenen. Centercom is het hier niet mee eens. Centercom betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat voor het exploiteren van de reclameframes geen omgevingsvergunning voor de activiteit bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (c-vergunning) vereist is. Volgens Centercom is er namelijk sprake van gebruik ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel 18, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarnaast stelt Centercom dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld door de aanvraag van Centercom om een omgevingsvergunning af te wijzen, terwijl aan Hoffman Outdoor Media B.V. wel een omgevingsvergunning is verleend op basis van dezelfde criteria.
Rechtsvragen
1. Is het plaatsen van reclameframes op netwerkkasten een vergunningvrije activiteit?
2. Is er strijd met het gelijkheidsbeginsel?
Uitspraak
1. Tussen partijen is niet in geschil dat de netwerkkasten waarop de reclameframes worden bevestigd, moeten worden aangemerkt als een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel 18, onder a, van bijlage II van het Bor. Dit betekent dat de netwerkkasten zonder c-vergunning gerealiseerd kunnen worden. Daaruit volgt naar het oordeel van de Afdeling echter niet zonder meer dat voor de reclameframes ook geen c-vergunning nodig is. Uit artikel 2, aanhef en onderdeel 18, onder a, van bijlage II van het Bor volgt namelijk dat een c-vergunning niet is vereist voor activiteiten die betrekking hebben op een bouwwerk ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, voor zover het betreft onder andere een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening. Met de bevestiging van de reclameframes aan de netwerkkasten wordt een functie aan de netwerkkast toegevoegd, namelijk die van reclamebord. Deze functie valt niet onder artikel 2, aanhef en onderdeel 18, onder a, van bijlage II van het Bor. Dat het primaire doel van de reclameframes het tegengaan van wildplakken en vandalisme is, zoals Centercom stelt, leidt niet tot een ander oordeel. Deze functies vallen immers ook niet onder artikel 2, aanhef en onderdeel 18, onder a, van bijlage II van het Bor. De conclusie is dan ook dat voor het bevestigen van de reclameframes, voor zover het bestemmingsplan dat niet toelaat, een c-vergunning vereist is.
2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft Centercom terecht aangevoerd dat de rechtbank haar betoog over het gelijkheidsbeginsel ten onrechte onbesproken heeft gelaten. In het kader van een efficiënte en zo finaal mogelijke beslechting van het geschil, had de rechtbank dit betoog moeten bespreken, zodat het college het oordeel van de rechtbank had kunnen betrekken bij het nieuwe besluit dat het college naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank moest nemen. De Afdeling zal het betoog van Centercom daarom alsnog bespreken.
De Afdeling overweegt dat voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel sprake moet zijn van gelijke gevallen, waarin verschillende partijen ongelijk worden behandeld. Dat is hier aan de orde als er met Centercom vergelijkbare bedrijven zijn, waaraan het college onder gelijke omstandigheden wel een omgevingsvergunning heeft verleend. Op de zitting heeft Centercom toegelicht dat zij dezelfde reclameframes exploiteert als Hoffmann Outdoor Media B.V. en dat haar reclameframes bovendien op dezelfde locaties en zelfs op dezelfde bouwwerken, naast de reclameframes van Hoffman Outdoor Media B.V. hangen. Het college heeft op de zitting erkend dat het aan Hoffmann Outdoor Media B.V. wel een omgevingsvergunning verleend heeft voor het plaatsen van de reclameframes. Daarbij heeft het college wel gesteld dat er geen sprake is van gelijke gevallen, maar deze stelling niet onderbouwd. Daarmee heeft het college naar het oordeel van de Afdeling niet toereikend gemotiveerd waarom het aan Centercom geen omgevingsvergunning heeft verleend, terwijl het aan Hoffman Outdoor Media B.V. in gelijke gevallen wel een omgevingsvergunning heeft verleend.
Rechtelijke Instantie : Raad van State
Datum Uitspraak : 10-09-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RVS:2025:4317
Gijsbert Keus
