Site icoon STAB

Afwijzing verzoek actualisatie omgevingsvergunning milieu/Haarlemmermeer

Verzoek om actualisatie van de omgevingsvergunning milieu van Schiphol. In het kader van de ZZS-inventarisatie en het opstellen van een Vermijdings- en Reductieplan is een immissietoets op basis van het MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) niet verplicht.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft het verzoek van MOB om de omgevingsvergunning milieu van Schiphol te actualiseren afgewezen. In het verzoek word onder meer verzocht om passende voorschriften met betrekking tot de minimalisatieverplichting voor ZZS op te leggen. MOB voert onder meer aan dat bij de berekening van het MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) ten onrechte gebruik is gemaakt van de immissietoets waarbij de immissie wordt berekend aan de hand van een verdunningsfactor die afhankelijk is van de afstand en de emissiehoogte (inclusief pluimstijging) en niet van de rekenmethode SRM3. Het college geeft aan dat deze toetsing in het geheel niet hoeft te worden uitgevoerd in het kader van de ZZS-inventarisatie of het opstellen van een Vermijdings- en Reductieplan.

Rechtsvraag

Moet in het kader van de ZZS-inventarisatie of het opstellen van de Vermijdings- en Reductieplan worden getoetst aan het MTR?

Uitspraak

De rechtbank kan verweerder volgen in het standpunt dat toetsing van ZZS-emissies aan het MTR voor Schiphol op grond van artikel 2.4, derde lid, van het Activiteitenbesluit Milieubeheer (Abm) niet verplicht was. De toets aan het MTR is immers opgenomen in artikel 2.4, vijfde lid, van het Abm. In de wetgeving is geen koppeling gemaakt tussen het derde lid en het vijfde lid van artikel 2.4 van het Abm. Ook uit artikel 2.18 en 2.19 van de Activiteitenregeling Milieubeheer (Arm) volgt niet dat toetsing aan MTR noodzakelijk is om te voldoen aan de informatieplicht volgend uit het derde lid van artikel 2.4 van het Abm. Aangezien de toetsing aan het MTR niet verplicht was, kan de gebruikte berekening er niet toe leiden dat het bestreden besluit eventueel vernietigd dient te worden.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Noord-Holland
Datum Uitspraak : 03-02-2026
Eclinummer : ECLI:NL:RBNHO:2026:741
Jelle van de Poel

Mobiele versie afsluiten