Het oorzakelijk verband is niet aannemelijk gemaakt nu de conclusie in de notitie van de adviseur van appellant dat er een verband is tussen de overstroming en het project, niet wordt ondersteund door een vergelijking tussen de werkelijke situatie zoals die zich in 2016 voordeed en de hypothetische situatie dat de maatregelen uit het project niet zijn uitgevoerd.
Casus
[Appellant] exploiteert een vruchtboomkwekerij aan [locatie] in Bergeijk. Op 14 juli 1995 is het Inrichtingsplan ‘Beekherstelproject Keersop Proefstroken, Locatie De Vloeten/Bergeyk’ vastgesteld. Van 1995 tot en met 2015 en in 2017 en 2018 heeft het dagelijks bestuur het Inrichtingsplan uitgevoerd door de Keersop ter hoogte van de Vlieterdijk te laten meanderen. Ook is in 1995 ter uitvoering van het Inrichtingsplan een bypass (met drempel) aangelegd. In het kader van het projectplan ‘Beekherstel Keersop’ is in 2008 een aantal trajecten in de Keersop meanderend gemaakt en is de Keersop met andere profieldimensies ingericht (het project). In juni 2016 is extreme neerslag gevallen.
[Appellant] stelt dat de uitvoering van het project, de inrichting van de bypass en het maaibeleid van het dagelijks bestuur ertoe hebben geleid dat de percelen in juni 2016 zijn overstroomd en dat dit drie tot vier dagen heeft voortgeduurd. Daardoor zijn de perenbomen en stammen op de percelen beschadigd geraakt. [Appellant] heeft de schade laten berekenen door Fidus Advies. In een rapport van 28 september 2017 heeft Fidus Advies de schade begroot op € 104.469. Op het verzoek is artikel 7.14 van de Waterwet van toepassing.
In hoger beroep betoogt [appellant] de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen oorzakelijk verband is tussen de schade en het project en de inrichting van de bypass.
Rechtsvraag
Is het oorzakelijk verband door appellant voldoende aannemelijk gemaakt?
Uitspraak
Voor het vaststellen van het oorzakelijk verband moet een vergelijking worden gemaakt tussen de feitelijke situatie waarin [appellant] terecht is gekomen en de hypothetische situatie waarin [appellant] zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gedragingen achterwege zouden zijn gebleven. De bewijslast om het causale verband aannemelijk te maken rust op [appellant].
De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een oorzakelijk verband is tussen de schade en het project en de inrichting van de bypass. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de conclusie in de notitie van Walhout Civil, dat er een verband is tussen de overstroming en het project, niet wordt ondersteund door een vergelijking tussen de werkelijke situatie zoals die zich in 2016 voordeed en de hypothetische situatie dat de maatregelen uit het project niet zijn uitgevoerd. In hoger beroep heeft [appellant] de rapportage niet laten aanvullen. Op de zitting bij de Afdeling heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat de meandering weliswaar zorgt voor afname van de afvoercapaciteit van de Keersop, maar dat de meander, zoals deze er nu ligt, dieper is aangelegd dan in de oorspronkelijke situatie, waardoor de waterhuishouding van de percelen niet nadelig is gewijzigd. Het dagelijks bestuur heeft verder toegelicht dat, anders dan [appellant] betoogt, ook de bypass met drempel is ingericht om de afvoercapaciteit van de situatie na de herinrichting in 1996 gelijk te houden aan de situatie voor de herinrichting. In het rapport ‘Van huisbezoek naar hydrologische analyse’ staat eveneens dat de bypass bij een hoger waterpeil mee gaat doen in de afvoer van het water en dat met de bypass de afvoercapaciteit wordt vergroot. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellant] op deze gemotiveerde betwisting niet is ingegaan. Het betoog slaagt niet.
Rechtelijke Instantie : Raad van State
Datum Uitspraak : 27-05-2026
Eclinummer : ECLI:NL:RVS:2026:3009
Odile Scholte
