Site icoon STAB

Jurisprudentie – week 10

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1142: Awb, Wegenwet; vovo en kortsluiten, twee aansluitingen/onttrekken aan de openbaarheid, beleidsruimte, belangenafweging, evenredigheid, gebiedsontsluitingsweg, verkeersintensiteit, snelheid, erfontsluiting, landbouw- en vrachtverkeer, verkeersveiligheid, goede doorstroming, bestemmingsverkeer, objectieve gegevens, videobeelden, manoeuvreer- en passeerruimte, worst-case scenario, aanvullende maatregelen, tussenuitspraak (Rb Den Haag 24/5532 en 22/5564)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1246: Awb, Wabo; omgevingsvergunning veranderen en in werking hebben inrichting, inzamelen, opslaan, overslaan, bewerken, verwerken, mengen en verhandelen van metaalhoudende afvalstoffen, afvalrecyclingbedrijf, voorschrift, branddetectiesysteem, NEN 2535, particuliere meldkamer, brand- en broeidetectiesysteem, Besluit omgevingsrecht, beste beschikbare technieken, gevaarlijke afvalstoffen, brandgevaarlijke koperhoudende filterdoeken, compartimentsbrand, milieu, woonomgeving, bluswater, brandoverslag, brandrisico, incidenteel hoger beroep, algemene bewoordingen, deskundigenkosten, dubbele redelijkheidstoets, deelfacturen, urenspecificatie, geen volledige urenspecificatie, uurtarief Besluit, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Oost-Brabant 20/2731)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1223: Awb, Wet vervoer gevaarlijke stoffen; handhaving, dwangsom, binnenschip, Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, ADN, afzender, inspectierapport, bevrachtingsovereenkomst, feitelijke gang van zaken, overtreding, vervoersdocument, incompleet document, vertrouwensbeginsel, interventieladder, invorderingsbesluit, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Rotterdam 22/2914)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1225: Awb, Hvw; handhaving, dwangsom, omzetting zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, ontbreken vergunning, gemeentelijke huisvestingsverordening, overgangsrecht, voorwaarden, Dienstenrichtlijn, concreet zicht op legalisatie, invordering, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Den Haag 22/4476)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1229: Awb, Wro; bpl, strandgebruik en evenementen, verbod jaarrond aanwezig hebben bouwwerken, voortoets, verstoringseffecten, stikstofdepositie, ecologische effecten, belangenafweging, openheid strand, jaarrond strandpaviljoen, ruimtelijk oogpunt, planregels, nagelaten planregels te wijzigen, geen aanleiding rechtsgevolgen in stand laten, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1239: Awb, Wro; bpl, woongebied, voormalige bedrijfswoning, schuur met carport, splitsen in twee kavels, vervallen bouwvlak, niet mogelijk maken initiatief, behoud cultuurhistorische waarden, in tussenuitspraak gegeven oordeel, uitzonderlijk geval/niet aan de rode, bouwaanduiding, bijgebouw, einduitspraak na eerdere tussenuitspraken
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1227: Awb, Gmw; handhaving, bestuursdwang, gemeentelijke verordening op het binnenwater, innemen ligplaats, vignetplichtig, gemeentegrenzen Amsterdam, bevoegdheid Afdeling, ambtshalve beoordeling, Gemeentewet, heffen rechten, belastingwet/Awr, gerechtshof, heffen binnenhavengeld, exclusief recht gebruik water, rechtszekerheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Amsterdam 21/5896)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1248: Awb, Wro; bpl, bedrijfsuitbreiding, nieuwe opslagschuur, nieuwe verharding/uitbreiding grondopslag, woon- en leefklimaat, herstelbesluit, inspraak, bestemmingsplanprocedure, waterverontreiniging, zoutwater, opslag (verontreinigde) grond, Wbb, Bbk, Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving, vergunningplicht, CO2, doelstellingen Klimaatverdragen, arrest EHRM, doorzicht op polder, geluid, akoestisch onderzoek, reflectie kas, Activiteitenbesluit, VNG-brochure, weidevogelcompensatie, cultuurhistorie
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1186: Awb, Wabo; aangevraagde omgevingsvergunning, vier appartementen in bestaande pand, van rechtswege verleend, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, horen in bezwaar, passeren gebrek, evidente privaatrechtelijke belemmering, burgerlijke rechter, zonder nader onderzoek, toestemming ander, uitvoerbaarheid, akte van splitsing, modelreglement, weigering Vereniging, rechtsingang, zonder redelijke grond, verkeer, parkeren, maatvoering parkeerplaatsen, trafohuisje, brandveiligheid, Bouwbesluit 2012, fysieke ingegrepen verbouwing, bestaande situatie, judiciële lus (Rb Noord-Holland 22/1774)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1234: Awb, Wro; bpl, woningbouw, ruimte-voor-ruimteregeling, provinciale verordening, aanvaardbare locatie, feitelijke situatie, kernrandzone, precedentwerking, vooroverleg provincie, gemeentelijk beleid, herhalen zienswijze, zienswijzennota, geen redenen/weerlegging onjuist zou zijn
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1230: Awb, Hvw; uitbreiding vergunning kamerbewoning, aantal studenten, geldende criteria, belanghebbende, vertrouwensbeginsel, gerechtvaardigde verwachtingen, eerste onderdeel derde stap, strijd wettelijk voorschrift, buiten toepassing laten wettelijk voorschrift, door voorschrift beschermde belangen, algemene belangen, uitzonderlijke situatie, schadevergoeding, incidenteel hoger beroep, judiciële lus (Rb Rotterdam 21/5725)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1238: Awb, Wabo; handhavingsverzoeken, vermeende strijd bestemmingsplannen, recreatief verhuren panden, beslistermijnen, uitblijven beslissing, ambtshalve beoordeling, niet eerst bezwaarschrift, van rechtswege ontstaan beroep, instemmen rechtstreeks beroep, belanghebbende, concurrentiebelang, verzorgingsgebied, marktsegment, feitelijke gevolgen, geen aanvraag, geen afwijzing aanvraag, geen besluit, geen beroep bestuursrechter, uitblijven reactie, niet tijdig nemen besluit, geen dwangsom (Rb Zeeland-West-Brabant 23/2602, 23/2694 en 23/2700)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1216: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, levensloopbestendige woning, aanleg twee uitritten, woon- en leefklimaat, duurzame stedelijke ontwikkeling, provinciale verordening, stedelijke ontwikkeling/Bro, overzichtsuitspraak, geen stedelijke ontwikkeling, hittestress, uitzicht en privacy, afstand zijdelingse perceelsgrens (Rb Oost-Brabant 23/2142 en 23/2143)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1231: Awb, Wro; bpl, actualisering, ontvankelijkheid, beroepstermijn, niet-ontvankelijk, op de hoogte stellen, wettelijke vereisten kennisgeving terinzagelegging, aanpassen archeologische waarde, archeologische dubbelbestemming, beleidsnota, beleidsadvieskaart, planregels, uitzondering onderzoeksplicht
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1249: Awb, Wro; wijzigingsplan, verwerken biologisch geteelde prei en aardappelen, verpakken tot winkelklaar product, participatie/inspraak, wijzigingsvoorwaarden, eigen producten, agrarisch aanverwant bedrijf, principeaanvraag, uittreksel KvK, bouwvlak, verkeer, vrachtverkeer, CROW-richtlijnen, verkeersveiligheid, parkeren, voldoende parkeergelegenheid, kencijfers, CROW-publicatie 381, woon- en leefklimaat, VNG-brochure, uitzicht, bodemonderzoek, bodemfunctieklasse, soortenbescherming, quickscan, financieel-economische uitvoerbaarheid
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1191: Awb, Wob; verzoek om openbaarmaking documenten, schimmelbestrijdingsmiddel, Captan, deels toewijzing verzoek, parallelhandelsvergunning, Ctgb, milieu-informatie, emissies in het milieu, toelating, lidstaat Italië, zelf in de zaak voorzien (Rb Rotterdam 22/95)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1232: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; boete, Arbeidsomstandighedenbesluit, gecertificeerd saneringsbedrijf, verwijderen asbesthoudende golfplaten dak bedrijfspand, boeterapport, torenkraan, hijs- of hefwerktuig, herhaling aangevoerde in beroep, gemotiveerde bespreking rechtbank, technische noodzaak, projectgebonden werkplan, fysieke belasting (Rb Gelderland 22/5043)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1240: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, uitbreiden bedrijfsterrein, onderheide betonvloer, niet aanlegvergunningplichtig, noodzaak bouwvergunning, bouwwerk, bouwvergunning vereist, herhaling aangevoerde in beroep, gemotiveerde bespreking rechtbank, onjuist of onvolledig (Rb Den Haag 21/7071)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1213: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, bouwen schuur zonder omgevingsvergunning, bouw staken en gestaakt houden, vergunningvrij bouwen, bijbehorend bouwwerk, herhaling aangevoerde in beroep, onderschrijven oordeel rechtbank, rechtskracht bpl, artikel 3.1a Wro, vertrouwensbeginsel, e-mailwisseling, feitelijke situatie/situatie bouwtekening (Rb Midden-Nederland 23/4390)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1247: Awb, Gmw; aanwijzing groengebied, APV, bomen, waardevolle houtopstanden, eigenaar door vererving, inventarisatie bomen/geen toestemming, ecologische waarde bomen, schuilplaats vleermuizen en insecten, nemen nieuw besluit, aanvullende proceskostenvergoeding, bijzondere omstandigheden, nieuw besluit, vergelijkbare gronden (Rb Zeeland-West-Brabant 23/9257)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1194: Awb, Wabo; omgevingsvergunning wijzigen bestaande uitweg, APV, openbare parkeerplaats, parkeren, RVV 1990, bestaande garageboxen, inritten met uitwegen, koopcontract, bestemmingsplan, feitelijke onjuistheden uitspraak, informeren overige bewoners (Rb Noord-Holland 23/3270)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1199: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, tijdelijk/vijf jaar, camperplaatsen en verplaatsen kantoorunit, provinciale verordening, kernkwaliteiten UNESCO-werelderfgoederen, Droogmakerij de Beemster, Stelling van Amsterdam, relatief grote openheid, zichtlijnen, kleinschalig kamerpen, buitenplanse afwijking (Rb Noord-Holland 23/3394 en 24/2104)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1242: Awb, Wro; bpl, woningbouw, gestapelde woningen, afstand tot erfgrens/afstand tot woning, uitzicht, privacy, herstelbesluit, aanvullende motivering gestelde waardevermindering, geen zienswijze, verenigen met herstelbesluit, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1219: Awb, Wro; wijzigingsplan, woningbouw, moederplan, goede procesorde, onwenselijk of aanvaardbare vertraging, reikwijdte wijzigingsbevoegdheid, parkeren, parkeren op eigen terrein, voldoende parkeerplekken, niet voldaan aan wijzigingsvoorwaarden
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1250: Awb, Wro; bpl, woningbouw, behoud natuur, natuurbelevingstuin, procedure, bieden inspraak, gemeentelijke omgevingsvisie, locatiekeuze, alternatieven, natuurwaarden, NNN, Natura 2000, relativiteitsvereiste, wettelijk soortenbeschermingsregime, quickscan, uitvoerbaarheid, uitvoeringsaspecten/kunnen niet aan de orde komen
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1245: Awb, Wabo; weigering aanvraag omgevingsvergunning, maken of veranderen uitweg, tuin, realiseren parkeerplaats, aanpassing openbare weg, advies commissie, strijd bpl, formele gronden, gemachtigde/geen partij, artikel 8:69 lid 1 Awb, grondslagen/besluitvorming, buiten omvang geding getreden, bestemmingsplan, gebruiksbeperkingen, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, stedenbouwkundig rapport, gelijkheidsbeginsel, kruimelgevallenregeling/herhaling aangevoerde in beroep (Rb Midden-Nederland 23/3724)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1211: Awb, Wro; bpl, woningbouw, nieuwbouwwoningen, zorgwoningen, woon- en leefklimaat, openbare gronden, enige verplichting/onderhoud, aangelegd tuin, belangenafweging, lichtinval, bezonningsonderzoek, lichte TNO-norm, parkeergarage met erfafscheiding, bouwfase, uitvoeringsaspecten/kunnen niet aan de orde komen
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1185: Awb, Wob; verzoekschrift, minister van LNV, verdrag van Aarhus, positieve verplichtingen, rechtsorde, verzoek/te weinig concreet, geen aanvraag, algemeen geformuleerd, omschreven besluit, grondslag wettelijke regeling, uitblijven/geen beroep (Rb Overijssel 24/1237)
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1244: Awb, Wro; bpl, woningbouw, provinciale verordening, regionale afstemming, instemming GS, regionale woningbouwafspraken, geen stedelijke ontwikkeling, geen toets ladder, functieveranderingsbeleid, geluid bouwen, uitvoeringsaspecten/niet aan de orde komen, waardevermindering woning
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1189: Awb, Wabo; handhaving, invordering, verbeurde dwangsommen, autohandelsbedrijf, strijdig gebruik bestemmingsplan, vertrouwensbeginsel, e-mail gemeentelijke ambtenaar, gerechtvaardigde verwachting, oordeel in rechte komen vast te staan, zeer uitzonderlijke gevallen, uitdrukkelijk en zonder voorbehoud, weer ter discussie stellen, zelf in de zaak voorzien, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding, uitspraak na judiciële lus
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1188: Awb, Wro; bpl, woningbouw, woonwagenstandplaatsen, aanpassing planregeling, aanduiding, geen zienswijze, geen beroepsgronden aangevoerd, einduitspraak na tussenuitspraak
# ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1233: Awb, Wro, Wgh; bpl, besluit hogere waarden, wegverkeerslawaai, woningbouw, nieuwe ontsluitingsweg, HGW, bron- en overdrachtsmaatregelen, overwegende bezwaren van verkeerskundige, stedenbouwkundige en/of financiële aard, gecumuleerde geluidbelasting, wegen en trambaan, aanleg nieuwe weg, geen reconstructie, geluid, bestemmingsplan, geluid, gecumuleerde geluidbelasting, luchtverkeersgeluid, RIVM, gasleiding, externe veiligheid, veiligheidsnormen buisleiding, vergunningplicht, advies leidingbeheerder, groen, belangenafweging, alternatieven, participatie, exploitatieplan, begrenzing exploitatiegebied, PPT-criteria, raming inbrengwaarde en andere kosten, deskundigheid taxateur, tegenrapport onafhankelijk taxateur, financiële uitvoerbaarheid
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1241: Awb, Wro; bpl, woningbouw, parkeren, parkeerbehoefte, parkeeronderzoek, representativiteit, parkeergarage, corona-maatregelen, telling, uitvoeringsaspecten/kunnen niet aan de orde komen
* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1217: Awb, Hvw; woningvormingsvergunning, twee naar vier appartementen, belanghebbende, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, gevolgen van enige betekenis, afstand, geen zicht, geen gevolgen van enige betekenis woon- of leefsituatie, herhaling aangevoerde in beroep, gemotiveerde bespreking rechtbank, anderszins geen persoonlijk belang, belangen willekeurige anderen (Rb Den Haag 24/977)
ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1202: Awb, Ow; projectbesluit, Kaderrichtlijn Water (KRW), Benedenmaas, maatregelen, elk type water, biodiversiteit, natuurvriendelijke oevers, nieuwe meestromende nevengeul, melkveehouderij, verbouwen gewassen, mais, grondwaterstanden, gevolgen telen gewassen, artikel 5.6 Omgevingsbesluit, effecten grondwater landbouw en landgebruik, mitigerende maatregel, verzoek om nadeelcompensatie, alternatieven, privaatrechtelijke belemmeringen, minnelijk overleg, onteigeningstraject, uitvoerbaarheid, schadeloosstelling
Rechtbank Midden-Nederland 3 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:720: Awb, Ow, Hvw; vovo, handhaving, kamerverhuur, woningonttrekking, vijf appartementen, ambulante woonbegeleiding, spoedeisend belang, kwetsbare jongeren, verplaatsing/psychisch belastend, overtreding, zelfstandige bewoning, huurovereenkomsten, definitie “woning”, definitie “huishouden”, begeleider, toezicht houden, geen continuïteit samenstelling, omgevingsplan, gemeentelijke huisvestingsverordening, belangenafweging, belang tijdelijk behoud huidige situatie, belang onmiddellijke ontruiming, mogelijkheid tot legalisatie, spoedmaatregel, mogelijkheid tot indienen nieuw verzoek
ABRvS 2 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1141: Awb, Ow; vovo, wijzigingsbesluit omgevingsplan, geen ontwikkelingen fysieke leefomgeving, belanghebbende, zienswijze ingediend, ontvankelijkheid beroep, onverwijlde spoed, bestemmingsplan, tijdelijk deel omgevingsplan, groenbestemming, geen bouwmogelijkheden, geen wijzigingen gebruiks- en bouwmogelijkheden, gemeentelijke houtopstand, kappen of vellen, geen kapvergunningplicht vervallen, afwijzing verzoek
Rechtbank Overijssel 2 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1073: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit, bouwen bijgebouw, omgevingsplan van rechtswege, tijdelijk deel, bestemmingsplannen, bruidsschat, Bkl, beoordelingsregels, redelijke eisen van welstand, instemming GS vereist/geen grondslag, uitspraak Afdeling, bpl/onherroepelijk geworden, provinciaal ruimtelijk beleid, provinciale omgevingsvisie, provinciale verordening, geen direct werkende regels, limitatief-imperatieve toetsingskader, bouwregels planvoorschriften, welstandscriteria, “gebonden beschikking”, geen ruimte voor andere belangenafweging, afwijzing verzoek
Rechtbank Overijssel 2 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1074: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit, bouwen bijgebouw, omgevingsplan van rechtswege, tijdelijk deel, bestemmingsplannen, bruidsschat, Bkl, beoordelingsregels, redelijke eisen van welstand, instemming GS vereist/geen grondslag, uitspraak Afdeling, bpl/onherroepelijk geworden, provinciaal ruimtelijk beleid, provinciale omgevingsvisie, provinciale verordening, geen direct werkende regels, limitatief-imperatieve toetsingskader, bouwregels planvoorschriften, welstandscriteria, “gebonden beschikking”, geen ruimte voor nadere belangenafweging
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 27 februari 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:19: Lar; beslissing op handhavingsverzoek, strand, inwoners en toeristen, horecagelegenheid, standplaatsvergunning, omvang van het geding, overtreder, gedraging, deugdelijk onderzoek, rapport, waarnemingen, ontoereikend, onvoldoende representatief, motiveringsgebrek, zorgvuldigheidsgebrek, verrichten nieuw onderzoek, rechtsgevolgen niet in stand laten, niet zelf in de zaak voorzien, nieuw onderzoek
* Rechtbank Oost-Brabant 27 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1224: Awb, Waterwet; afwijzing aanvraag watervergunning, verleggen oppervlaktewaterlichaam, dempen twee oppervlaktewaterlichamen, aanleggen duiker, onverenigbaar met betrokken waterstaatkundige belangen, systematiek Awb, beslissen op grondslag aanvraag, niet buiten grondslag aanvraag treden, voorstellen hydroloog, buiten bestek aanvraag, vergunningvoorschrift, gestelde economische belangen, bevoegdheid, waterstaatkundige doelstellingen
* HvJEU 26 februari 2026, ECLI:EU:C:2026:109: Richtlijn 2009/147/EG; Prejudiciële verwijzing, vogelrichtlijn, aanleg vierbaansweg in gedeeltelijk bebost gebied, broedgebieden, geluid toekomstig autoverkeer, verzoek heropening mondelinge behandeling, geen nieuw feit, Hof voldoende voorgelicht, conclusies advocaat-generaal, opzettelijk storen, wezenlijke invloed, verbodsbepalingen, menselijke activiteiten, context en doelstelling regeling, beoordeling menselijke impact populatieniveau, passende preventieve maatregelen, begeleidende maatregelen, effecten voorkomen of beperken, analyse, habitatrichtlijn, geen onderscheid twee fasen beoordeling, bevredigend niveau houden of brengen, gerechtelijk deskundige, bewijsvoering, procedurele autonomie, gelijkwaardigheid en doeltreffendheid, niet uiterst moeilijk, voorzorgsbeginsel, meest betrouwbare beschikbare wetenschappelijke informatie, meest recente resultaten van internationaal onderzoek, met succes in praktijk gebracht
* Rechtbank Oost-Brabant 26 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1179: Awb, Wabo; omgevingsvergunning gewijzigd uitvoeren zonnepark, tijdelijke instandhoudingstermijn, ontvankelijkheid, belanghebbende, zienswijze, Varkens in nood-jurisprudentie, procesbelang, bekendmaking, inwerkingtreding, gemeenteblad, rechtsmiddelenclausule, gewijzigde vergunningaanvraag, ruimtelijke uitstraling, uiterlijke verschijningsvorm, uitzicht, landelijke omgeving, gebruik landbouwgronden, provinciale verordening, ruimtelijke relevante wijzigingen, gemeentelijk beleid, rijks- en provinciaal beleid, stikstof, relativiteitsvereiste, netcongestie
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2026, ECLI:NL:CBB:2026:70: Awb, Verordening (EU) Nr. 528/2012; vovo, afwijzing hertoelating, intrekkingsbesluiten, spoedeisend belang, Register for Biocidal Products, bekendmaking, informatiesysteem, Biocidenverordening, aanvragen, uitwisseling en vastlegging van informatie, besluiten over aanvragen, artikel 3:41 Awb, artikel 2:14 lid 1 Awb (oud), administrator, account, mailbox, notificatie, terecht niet-ontvankelijk, overschrijding termijn, verschoonbaarheid, afwijzing verzoeken
* Rechtbank Oost-Brabant 25 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1167: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, appartementengebouw, studio’s, ontvankelijkheid beroepen, niet tijdig ingediend beroep, alle omstandigheden van het geval, niet-ontvankelijk, welstand, negatief welstandsadvies, belemmering verwezenlijk bouwmogelijkheden bpl, planregelgever, buiten grenzen welstandstoets treden, beschermd stadsgezicht, parkeren, privacy, zon- en daglicht, waardedaling woning
* Rechtbank Overijssel 25 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:978 en Rechtbank Overijssel 25 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:980: Awb, Wnb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, Natura 2000-gebieden, nationale wetgeving, aanwijzingsbesluit, ontwerpbesluit, ter inzage leggen stukken, habitattypenkaarten, klantcontactcentrum RVO, Verdrag van Aarhus, rapport Vlinderstichting, harig wilgenroosje, meer dan verwaarloosbare mate, duurzaam voorkomen, instandhoudingsdoelstellingen, minimumoppervlakte 0,1 ha, bossen, destijds abusievelijk niet aangewezen, economisch, sociaal of cultureel gebied, beoordelingsmarge, ambitieniveaus, belemmering bedrijfsvoering, bedrijfsbelangen, niet nogmaals vernietiging, eerder vernietigd/rechtsgevolgen blijven nu in stand
* Rechtbank Overijssel 25 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:981: Awb, Wnb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, Natura 2000-gebieden, nationale wetgeving, aanwijzingsbesluit, ontwerpbesluit, ter inzage leggen stukken, habitattypenkaarten, klantcontactcentrum RVO, Verdrag van Aarhus, meer dan verwaarloosbare mate, moerasspirea, in stand laten rechtsgevolgen, overwegingen van ecologische aard, economisch, sociaal of cultureel gebied, lokale bijzonderheden, (bedrijfs)belangen, ambitieniveau, zienswijzefase, databank Europese Commissie
Rechtbank Midden-Nederland 25 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:594: Awb, Ow; vovo, vleesvarkens- en zeugenhouderij, bevoegdheid handhavend optreden, overtreding niet betwist, concreet zicht op legalisatie, weigering aangevraagde vergunning, hoger beroepsprocedure, effect milieu, evenredigheid, oude kadaverkoeling, uitbreiding mestbassin, mestzak, financiële schade, begunstigingstermijn, afwijzing verzoek
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1235: BW; kort geding, vordering verbod uitvoeren vergunde infrastructurele werkzaamheden, woningbouwprojecten, omgevingsvergunningen, uitspraak Raad van State, spoedeisend belang, ontvankelijkheid, bestuursrechtelijke weg, uitvoering geven werkzaamheden, onherroepelijke vergunning, toewijsbaarheid vordering, schade, droogte, waterstanden, waterafvoerende functie, onderzoek gerechtelijke deskundigen, conceptdeskundigenrapport, deskundigenonderzoek plaatsgevonden, vordering te onbepaald, afwijzing vordering
Rechtbank Midden-Nederland 25 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:630: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bopa, tijdelijke huisvesting school, spoedeisend belang, participatie, gemeentelijk beleid, bindend adviesrecht, notulen informatiebijeenkomst, aanvraag, evident onrechtmatig, tekeningen, kwestie van handhaving, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, geluid, VNG-handreiking, richtafstand, parkeren, privacy, inkijk, alternatieven, provinciale verstedelijkingsverbod, belangenafweging
Rechtbank Limburg 25 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1885: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, loodsen, bedrijfsactiviteiten, ontruimen woningen, (kringloop)winkel, omgevingsplan, beheersverordening, omgevingsvergunning, voorwaarden, spoedeisend belang, overtreding, sorteren en overslaan goederen, niet glashelder, meerdere uitleg vatbaar, kringloopwinkel en webshop, rapport objectcontrole, bezwaar/redelijke kans van slagen, toewijzing verzoek
* Rechtbank Midden-Nederland 25 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:629: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en kappen bomen, appartementengebouw, ruimtelijke onderbouwing, bouwhoogte, strijd bestemming, afwijking bouwregels, bebouwingsvrije zone, motiveringsgebrek, gemeentelijke woonvisie, relativiteitsvereiste, welstandsadvies, alternatieven, vooringenomenheid, participatie, niet zelf in de zaak voorzien, bieden mogelijkheid tot herstel, tussenuitspraak
* Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 februari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:35: BW; kort geding, onrechtmatige hinder, pluimveebedrijf, bewoners, stank- en vliegenoverlast, hindervergunning, ontvankelijkheid hoger beroep, vordering in conventie, ambtshalve beoordeling, vermijding mogelijke geschillen, verbod, voorgeschiedenis, niet houden aan vergunningvoorschriften, aanwijzingen uitvoerende macht overheid, storting kippenmest, causaal verband, afstand 5 km/te ruim
* Rechtbank Overijssel 24 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:959: Awb, Wegenwet; vovo en kortsluiten, verkeerssituatie bouw uitbreiding winkelcentrum, verkeersbesluit, laan en parkeergelegenheden onttrekken aan de openbaarheid, beleidsruimte, afwegen belangen, juridisch gehele gebied onttrekken, veilig uitvoering geven bouwproject, toegankelijkheid parkeergarage, tijdelijke verkeersmaatregelen, parkeerdruk, bestemmingsplan, gemeentelijke nota parkeren, vergunningaanvragen, piekmomenten, evenredigheid uitkomst belangenafweging
* Rechtbank Noord-Holland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:1627: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning wijzigen gebruik, wonen, vovo hangende bezwaar, voornemens bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, belanghebbende, belang rechtstreeks bij besluit betrokken, voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, gevolgen van enige betekenis, afstand, geen zicht, opgaande beplanting, ander bungalowpark, gevolgen nihil, geen belanghebbende, gelijkheidsbeginsel, kennelijk ongegrond, afwijzing verzoek
Rechtbank Gelderland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1391: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, geen omgevingsvergunning, bouwwerken, schuilstal met nachtkraal en de fundering, houten constructie, paardentrailer, spoedeisend belang, financiële noodsituatie, aanzienlijke kosten, omgevingsplan, overtreding, beginselplicht tot handhaving, rechtszekerheid, algemeen belang, evenredigheid, omgevingsvisie, concreet zicht op legalisatie, ontvankelijke vergunningaanvraag, kenbare bereidheid college om vergunning te verlenen, niet op voorhand rechtens onhoudbaar, rekening en risico, afwijzing verzoek, verlengen begunstigingstermijn
* Rechtbank Gelderland 23 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1239: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, interne verbouwing, wijziging constructie, misbruik van recht, directe buren, veiligheid aangrenzende woning, geen onredelijk of onaannemelijk doel, Bouwbesluit 2012, aannemelijkheidstoets, beoordelingsruimte, deskundigenrapport, constructieberekening, gemeentelijk plantoetser, stabiliteit woning, brandveiligheidscompartimenten, spouwmuur, peil, bestemmingsplan, definitie, ter hoogte toegang, meerdere meetpunten
* Rechtbank Gelderland 23 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1244: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verbouwing bij vergunninghouders, misbruik van recht, directe buren, veiligheid aangrenzende woning, geen onredelijk of onaannemelijk doel, aanvraag omgevingsvergunning gedaan, uitbouw vergunningvrij, bijlage II Bor, functioneel ondergeschikt aan hoofdgebouw, geen toestemming, gezamenlijk (mandelig) bouwwerk, afwijzing verzoek tot invordering, procesbelang, geen belang, overtreding beëindigd, omgevingsvergunning verleend
# Rechtbank Oost-Brabant 20 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1121: Awb, Wabo; omgevingsvergunning veranderen werking inrichting, reiniging PFAS-houdende grond, voorschriften, BBT, afvalbehandeling, belang bescherming milieu, Handelingskader, Besluit bodemkwaliteit, BRL SIKB 7500, Protocol 7510, LAP3, A&V-beleid, gecertificeerd bedrijf, proefneming, verwijderingsrendement, actief koolfilter, Euralcode, doelmatig beheer afvalstoffen, voorzorgsbeginsel
* Rechtbank Gelderland 20 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1280: Awb; vovo, verzoek handhavend optreden, grondwerkzaamheden, geen omgevingsvergunning, verzoek (preventief) handhavend optreden, bouw loods, geen omgevingsvergunning, ingebrekestelling, onverwijlde spoed, connexiteit, beslist op verzoek, geen spoedeisend belang, afwijzing verzoek
* Rechtbank Rotterdam 20 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1952: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; bestuurlijke boete, Arbeidsomstandighedenbesluit, recyclen metaal, oud woonschip, inspecteur, niet horen, onderzoek onvolledig en onzorgvuldig, kernactoren, handhavingsrapport, verdedigingsrechten, boetevoornemen, zienswijze, bestuursrechtelijke vertrouwensbeginsel, gemeente, privaatrechtelijk, verwijtbaarheid, mededeling of toezegging, mondelinge mededeling, nader onderzoek, inventarisatierapport, risicominimalisatie, werkgever, verantwoordelijk doen melding, certificaat asbestverwijdering, normadressaat, evenredigheid boetebedrag, geven waarschuwing, overschrijding redelijke termijn/matiging boete
* Rechtbank Noord-Nederland 20 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:554: Awb; vovo, handhaving, dwangsom, onverwijlde spoed, spoedmaatregel, onomkeerbare dingen, financieel geschil, beveiligd emailbericht, griffierecht, financiële nood, geen spoedeisend belang, evident onrechtmatig, zonder diepgaand onderzoek, overgelegde stukken, verzoek kennelijk ongegrond, afwijzing verzoek om voorlopige voorziening
* Rechtbank Noord-Nederland 20 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:553: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, woningen met bergingen, artikel 2.10 Wabo, limitatief-imperatief stelsel, toepasselijke recht, aanvraag of bezwaarschrift, dan geldende recht, beslissing op bezwaar, geldende bestemmingsplan, instellen beroep, inwerkingtreding, bouwregels, bouwvorm, bouwhoogte
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1043: Awb, Wro; afwijzing verzoek tegemoetkoming in planschade, omgevingsvergunning, gezondheidscentrum, planvergelijking, voorzienbaarheid schadeoorzaak, voorzienbaarheid conceptplan, praktisch en pragmatisch, deskundige, objectieve en onpartijdige wijze, concrete aanknopingspunten voor twijfel, aspecten, nadeel, overlast
* Rechtbank Gelderland 19 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1227: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, gebruik in- en uitweg, omgevingsvergunningen, B&B, ontmoetingsplek buurtactiviteiten, omstandigheden afzien handhavend optreden, gebruiksovergangsrecht bestemmingsplan, specifieke vervoersbewegingen, omschrijven in handhavingsbesluit, dichtslaande deuren van auto’s, overlast, aantal vervoersbewegingen, onjuiste uitgangspunten en aannames, vertrouwensbeginsel, bevoegdheid verlenen tijdelijke vergunning, kruimelgevallenregeling, beleidsregels, specifieke omstandigheden, maatwerk, bredere afweging van belangen, terughoudend toetsen, rechtmatigheid voorschriften, geografische beperking, doel niet bereikt, niet consequent doorgevoerd, vernietiging bestreden besluiten
* Rechtbank Gelderland 19 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1236: Awb, Wnb; natuurvergunning, voormalig zendcomplex, voorgeschiedenis, Natura 2000-gebied “Veluwe”, niet tijdig beslissen, geen belang, alsnog op aanvraag beslist, niet-ontvankelijk, één project, opknippen project, Habitatrichtlijn, onlosmakelijke samenhang, werkzaamheden al verricht, effecten werkzaamheden, 18 december-uitspraken, intern salderen, referentiesituatie, motiveringsgebrek, finale geschilbeslechting, NDA, habitattypen, versie AERIUS-Calculator, ex-tunc, vertrekken met koude motor, verkeersbewegingen
* Rechtbank Gelderland 19 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1233: Awb, Wnb; weigering handhavingsverzoek, mountainbikeroute, parkeerterrein, Natura 2000-gebied “Veluwe”, 18 december-uitspraak, beoordelingskader natuurvergunningplicht, één-en-hetzelfde project, referentiedatum, natuur- of milieutoestemming, planologische regime, natuurvergunning, Natuurbeschermingswet 1998, motiveringsgebrek, finale geschilbeslechting, landschapsplan, (onverhard) parkeerterrein/vergund, grasbetontegels aangelegd, verhard/niet vergund, afwijking natuurvergunning, geen bestuurlijke lus, geen doelmatige en efficiënte manier afdoen zaak
Rechtbank Midden-Nederland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:701: BW, Ow; prijsvaststelling voorkeursrecht, afdeling 9.1 Omgevingswet, artikel 9.16 Ow, deskundigen, meewerken onderzoek, verplichtingen, descente, mondelinge behandeling, tussenbeschikking
* Rechtbank Noord-Nederland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:424: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, steiger, aanvraag, aanvraagformulier, gebruik, natuurbestemming, letterlijk uitleggen planregel, strijd bpl, volledigheid aanvraag, informatie over beoogde en huidige gebruik, gegevens en bescheiden, Mor, onderzoeksplicht
* Rechtbank Den Haag 18 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4118: BW; landbouwbedrijven, landbouwgrond, bufferstroken, bemesting verboden, verklaring voor recht/Besluit en de Uitvoeringsregeling onverbindend, buiten toepassing laten, compensatie, inmenging eigendom, artikel 1 EP EVRM, artikel 17 Handvest, bufferstrookverplichting, Europese Commissie, derogatiebeschikking, Nitraatrichtlijn, Besluit activiteiten leefomgeving, mestbeleid, Kaderrichtlijn Water, eutrofiëring, Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, teeltvrije zones, handelingen gemeenschapsinstellingen, ruimte mate beoordelingsvrijheid, fair balance, regelgevingsniveau, individueel niveau, normaal maatschappelijk risico, abnormale last, speciale last, actieprogramma, afwijzing gevorderde
* Rechtbank Den Haag 18 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3111: BW; overheidsaansprakelijkheid, onrechtmatig besluit, onrechtmatige daad, causaal verband, toerekenbaarheid schade(omvang), juiste voorbereidingsprocedure, vertraging vergunningverlening, vergunning onherroepelijk, vergunning in werking getreden, bekendmaking, hypothetische situatie, schadeposten, misgelopen inkomsten, opening hotel, beredeneerde inschatting, beredeneerde jaaromzet, vergelijking aanneemsommen, kostenstijging/kortere periode, vertragingsschade, bouwstop, bouwen op eigen risico, interieurkosten, niet nauwkeurig te begroten, praktische benadering, stijging overige bouwkosten, extra diensten/advieskosten, wettelijke rente
* Rechtbank Noord-Nederland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:459: Awb, Wnb; tegemoetkoming voor schade, wolf, schapen, hoogte tegemoetkoming, beslissing op bezwaar, toepasselijke recht, beleidsregels, wettelijke bevoegdheid, Omgevingswet, nieuwe beleidsregels niet van toepassing, taxateur, taxatierichtlijnen BIJ12, zorgvuldigheid voorbereiding besluit, waarde schapen, waardetabel, WUR, taxatierichtlijn, actualiteit, fluctuaties, drachtige schapen, vergoeding kosten eigen arbeid, normaal maatschappelijk risico
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1133: Awb, Hvw; weigering huisvestingsvergunning, gebruik reguliere woonruimte/tweede woning, gemeentelijke huisvestingsverordening, oordeel ABRvS hoger beroep, eerder onverbindend verklaard, vernietiging, zelf in de zaak voorzien, afwijzing, ontbreken vergunningplicht
* Rechtbank Noord-Nederland 13 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:428: Awb, TwG, BW; afwijzing aanvraag Loket Opname op Verzoek (LOOV), NCG, gebouwde vrijstaande woning, geen (licht) verhoogd risico, aardbevingen, niet opgenomen in versterkingsprogramma, acuut onveilige situatie (AOS), gemetselde kolom/gespalkt, computermodel, Publieke Seismische Dreigings- en Risicoanalyse (SDRA-model), Meijdam-norm, normaal risicoprofiel, beoordeling staat woningen, deskundigenadvies, PGA-contour (Peak Ground Acceleration), Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) 9998:2020, bevindingenverslag, financiële bijdrage, onafhankelijkheid en onpartijdigheid, raadplegen dezelfde deskundige in bezwaarfase
* Rechtbank Den Haag 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3002: Awb; verzet, beroep kennelijk ongegrond, uitspraak zonder zitting, eindonderdeel buiten redelijke twijfel, wettelijk voorschrift, gebrek hersteld, kans op recidive, niet preventief handhaven, toegangsdeur, hersteltijd, constructie, Besluit bouwwerken leefomgeving. NEN 9120, toezichthouder, deurdranger, verzet ongegrond
* Rechtbank Den Haag 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:2623: Awb, Wabo; niet tijdig nemen besluit op bezwaar, reëel besluit, geen procesbelang, niet-ontvankelijkheid, vaststellen hoogte verbeurde dwangsom, omgevingsvergunning afwijken beheersverordening, parkeren, parkeerbehoefte, beleidsregels, parkeernota, reikwijdte erfdienstbaarheid, eigen terrein, openbaar gebied, parkeerdruk, onderzoeksgebied, acceptabele loopafstand, geluid, representatieve bedrijfssituatie, piekgeluiden, grenswaarden Activiteitenbesluit milieubeheer, laad- en losactiviteiten, woon- en leefklimaat, representatieve invulling maximale mogelijkheden, gemengd gebied, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, geluidruimte, geur, richtafstand, veiligheid, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
Rechtbank Overijssel 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:688: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, hekwerk en schutting, omgevingsplan, Besluit bouwwerken leefomgeving, overtreding, overgangsrecht, vergunningvrij, beheersverordening, planwetgever, hoogte beplanting, artikel 2 bijlage II Bor, bouwwerken, evenredigheid handhavend optreden, geen concreet zicht op legalisatie, niet bereid afwijken regels omgevingsplan, ontvankelijke legaliserende aanvraag, verzekering, financiële gevolgen, bedrijfsvoering onderneming, gelijkheidsbeginsel, onderzoek, toewijzing verzoek om voorlopige voorziening, verlengen begunstigingstermijn
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:921: Awb, Ow; omgevingsvergunningen woningbouw, in- en uitritten, Besluit kwaliteit leefomgeving, APV, ontvankelijkheid, geen bezwaar, ondertekening aanvullend beroepschrift, gerechtigd om beroep in te stellen, direct en indirect enig bestuurders, belanghebbende, eigendom perceel, vestiging bedrijven, verkeersgevolgen, zicht, onafhankelijkheid bezwaarschriftencommissie, horen in bezwaar, abbb, bezwaren/bestemmingsplanprocedure
* Rechtbank Midden-Nederland 12 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:481: Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, geluid, geluidmeting, overschrijding geluidnorm, Omgevingswet, omgevingsplan, festiviteiten, APV, overtreding, voorschrift omgevingsvergunning, strafcorrectie, geluiddeskundige, algemeen en rechtstreeks werkend, binnenwaarden, horecaconcentratiegebied/niet aangewezen, omgevingsvisie, verslag hoorzitting
* Rechtbank Noord-Nederland 12 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:593: Awb, TwG, BW; mijnbouwschade, vergoeding fysieke schade woning, mijnbouwactiviteiten, toetsingskader, bewijskader, civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht, zaakschade, causaliteit, tweetal fasen, vestigingsfase, toerekening naar redelijkheid, ingeschakelde onafhankelijke deskundige, voordeelverrekening, wijze berekenen herstelkostenvergoeding, schade fundering, fysieke staat en functionaliteit/fundering op staal, vergewisplicht, stelplicht en bewijslast, maatstaven van redelijkheid en billijkheid, terugverwijzing onwenselijk, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Limburg 11 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1239: BW; burenrecht, vordering/verklaring voor recht volledige boomhut en/of balkon boomhut onrechtmatig aangebracht, (deur)opening, artikel 5:50 BW, descente, doel en strekking bepaling, bescherming visuele privacy, parlementaire geschiedenis, wetgever, begrip “uitzicht”, loodrecht op openingen, geabstraheerd van alle nuances van kijken, uitzicht in de schuinte, hedendaagse wijze van bouwen, dichtbevolkte gebieden, plaatsen aanbouwen, foto’s, uitgevoerde kadastrale meting, recht van overpad, niet ongeoorloofd, artikel 5:37 BW/niet verder beoordeeld, afwijzing vorderingen
* Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:444: BW; handhavingsbesluit gemeente, deelfietsexploitant, uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, APV, vordering/verklaring voor recht onrechtmatig handelen, schadevergoeding, onrechtmatige daad, toerekenen, relativiteitsvereiste, vernietiging besluit bestuursrechter, onjuiste wetstoepassing, legaliteitsbeginsel, causaal verband, geen handhavingsbesluit/geen grondslag, peildatum, begunstigend besluit/belastend besluit, periode, schade, geen verwijzing schadestaatprocedure, schadeopstellingen, gelasten deskundigenbericht (Rb Amsterdam C/13/727460/ HA ZA 23-7)
Rechtbank Noord-Nederland 10 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:547: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, bopa, legalisering zandscheider met bijbehorende zandbakken, strijd omgevingsplan, provinciale omgevingsverordening, bevoegdheid college burgemeester en wethouders, bevoegdheidsverdeling, Omgevingsbesluit, provinciaal belang, parlementaire geschiedenis, bestuurlijke context, openbaar gemaakt document, doelmatiger en doeltreffender, omgevingsvisie, artikel 16.15a, onder d, van de Ow., advies uitbrengen over de aanvraag, instemming, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:297: Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning bouwen hotel, afwijken bpl en maken uitweg, procesbelang, anterieure overeenkomst, alternatieve plan, belanghebbende, voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, gevolgen van enige betekenis, afstand, stichting, derde partij, machtiging, verzoek om schadevergoeding, hoogte schadebedrag, ontvankelijkheid, afgeleid, opdrachtovereenkomst, pro forma bezwaar, bezwaargronden tijdig ingediend, ten onrechte gebaseerd op Ow, vertrouwensbeginsel, belangenafweging, honoreren gewekte vertrouwen, alternatieve bouwplannen, benutten, belemmeringen, financiële belangen, gedeeltelijk weigeren omgevingsvergunning kappen bomen, gemeentelijke bomenverordening, natuurwaarden, ecologisch deskundige, leefbaarheid, herplantplicht, landschappelijke waarden, landschapsdeskundige, Boom Effect Analyse, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
Rechtbank Midden-Nederland 6 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:640: Awb, Ow, Gmw; vovo, handhaving, bestuursdwang, verblijven in tent, strijd regels omgevingsplan, APV, betalingsonmacht, financiële situatie, verschoonbaar, toewijzing verzoek vrijstelling betaling griffierecht, spoedeisend belang, begunstigingstermijn, elektronisch ondertekend, natte handtekening, rechtsgeldig, gemandateerd, situatie verzoeker, winterperiode, daklozenopvang, wintercamping, voorzieningen, bijzondere omstandigheden, leeftijd en gezondheid, afwijzing verzoek
* Rechtbank Midden-Nederland 3 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:365: Awb; vovo, handhaving, bestuursdwang, waterschap, Staatsbosbeheer, onderhoudsplicht, onderhoudsverordening, watergangen te maaien en te schonen, begunstigingstermijn, ecologisch onderzoek, (leefgebied) beschermde soorten, stormseizoen, hoogte waterpeil, faalmechanisme dijk, concrete gevaarsituatie, artikel 19.15 Omgevingswet, belangenafweging, ordemaatregel, schorsen last, onderhoudswerkzaamheden niet uitvoeren, behandeling verzoek op zitting
Rechtbank Rotterdam 21 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1908: Awb, Ow; vovo, handhaving, bestuursdwang, omgevingsplan, schuur, carport en tent, overtreding, overgangsrecht bpl, bouwvergunning 1916, artikel 1997, bouwwerk, verplaatsbaar, bedoeld om ter plaatse te functioneren, constructie van enige omvang, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, geen medewerking verlenen, precedentwerking, evenredigheid handhavend optreden, begunstigingstermijn, afzien horen, afwijzing verzoek
Rechtbank Rotterdam 21 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1910: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, plaatsen caravan nabij woning, omgevingsplan, geen bebouwing toegestaan, overtreding, Harderwijk-uitspraak, evenredigheid handhavend optreden, e-mail, geen bijzondere omstandigheid, geen concreet zicht op legalisatie, vooroverleg, belangen belanghebbenden, zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
* Rechtbank Midden-Nederland 19 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7570: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, slopen bestaande bebouwing, bouwen en gebruiken patiowoningen, uitgebreide voorbereidingsprocedure, ontwerpbesluit, ontwerp-vvgb, geen procedure separaat voorbereiden vvgb, mogelijkheid indienen zienswijzen, belangenafweging, bestaande planologische mogelijkheden, woon- en verblijfkwaliteit, stedenbouwkundig en planologisch oogpunt, welstandsadvies, breedte verbindingsweg, Bouwbesluit 2012, omgevingsplan, (brand)veiligheid, bereikbaarheid brandweer en andere hulpdiensten, relativiteitsvereiste, begroeiing, uitvoeringsbesluit afvalstoffen, plaatsing kliko’s, parkeren, voldoende parkeermogelijkheden, breedte parkeerplaatsen, ASVV 2012, woonvisie
* Rechtbank Noord-Nederland 8 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5888: Awb, Wabo; omgevingsvergunning plaatsen reclame op overkapping pompeiland, plaatsen prijzenbord, veranderen carwash en wijzigen gebruik deel gronden, beroepsgronden over bestemmingsplan/procedure Afdeling bestuursrechtspraak, aanvraag/tijdsverloop, rechtsregel, bekendmaking door toezending, bezwaartermijn, mededeling gemeenteblad, verbod vooringenomenheid, bouwhoogte prijzenbord, bouwregel, afwijken bpl, belangenafweging, goothoogte, Bouwbesluit 2012, Activiteitenbesluit, uitvoerbaarheid, welstandsadvies, licht, tussenuitspraak
* Rechtbank Oost-Brabant 22 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5863: Awb, Wvw 1994; vovo en kortsluiten, verkeersbesluit, wegafsluiting, geen spoedeisend belang, geen onomkeerbare situatie, plaatsing verkeersborden, cameratoezicht, bereikbaarheid woning, evident onrechtmatig, BABW, advies bezwaarschriftencommissie, omvang geding, verkeersveiligheid, sluipverkeer, verkeersplan, verkeerstelling, belangenafweging, huidige stand van zaken, aan- en omwonenden, aangrenzende bedrijven, ontheffingen, alternatieven, spitsuren, niet zelf in de zaak voorzien, geen bestuurlijke lus, nieuwe beslissing op bezwaar
* Rechtbank Den Haag 24 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:24019: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, gebruik woning, strijd bpl, bedrijfsmatige huisvesting, EU-arbeidsmigranten, EU recht, Dienstenrichtlijn, evidentiecriterium, dienstenactiviteit, preambule, regeling bpl/eis, woonbestemming, één huishouden, voorschriften inzake ruimtelijke ordening, geen kwantitatieve of territoriale beperkingen, handelen als particulier, kamerverhuurverbod, artikel 45 VWEU, vrij verkeer van werknemers, geen indirecte discriminatie of een indirecte belemmering, overtreding, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, concreet zicht op legalisatie, weigering verlengen begunstigingstermijn
* Rechtbank Noord-Holland 26 juli 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:11335: Awb, Wabo; afwijzing omgevingsvergunning realiseren gezinshuis, overeenstemming bestemmingsplan, woonbestemming, begripsbepaling “Woning”, geen langdurige onderlinge organische verbondenheid, valt niet onder begrip huishouden, 24 uur per dag onder professioneel toezicht, pedagogisch opvoeder, opvang jongeren, vereiste continuïteit ontbreekt, zorgfunctie voorop, andere woonvormen, koppeling “woning” en “wonen”
* Rechtbank ‘s-Hertogenbosch 30 november 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:376: Awb, WRO; vovo en kortsluiten, vrijstelling artikel 19 lid 3 WRO, vestigen kringloopwinkel, industrieterrein, uitbreidingsplan, Bro 1985, belanghebbende, stichting, algemene en collectieve belangen, statutaire doelstelling, feitelijke werkzaamheden, huurovereenkomsten, bruto-vloeroppervlak, maatschappelijke grondslag, recyclingbedrijf, gemeentelijke detailhandelsnota, belangenafweging, precedentwerking

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1223: Awb, Wet vervoer gevaarlijke stoffen; handhaving, dwangsom, binnenschip, Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, ADN, afzender, inspectierapport, bevrachtingsovereenkomst, feitelijke gang van zaken, overtreding, vervoersdocument, incompleet document, vertrouwensbeginsel, interventieladder, invorderingsbesluit, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Rotterdam 22/2914)
5. De Afdeling is van oordeel dat niet ONE, maar [appellante] afzender is. Dat licht zij hieronder toe. Uit subsectie 1.2.1 van de ADN volgt dat de afzender de onderneming is die zelf of voor derden gevaarlijke goederen verzendt. Als het vervoer plaatsvindt op grond van een vervoersovereenkomst, dan geldt als afzender de afzender volgens deze overeenkomst. (…) Over het betoog dat uit de bevrachtingsovereenkomst volgt dat niet [appellante] maar [bedrijf 1] afzender is, overweegt de Afdeling dat de bevrachtingsovereenkomst geen vervoersovereenkomst is in de zin van de ADN. In de bevrachtingsovereenkomst staat immers geen afzender vermeld. Verder ziet deze overeenkomst alleen op het ter beschikking stellen van het schip en de bemanning, en niet op het vervoer van een specifieke vracht als die van 24 september 2021. Aangezien een vervoersovereenkomst ontbreekt, moet op grond van susbsectie 1.2.1 van de ADN gekeken worden naar de feitelijke gang van zaken. In dit geval heeft [appellante], voor ONE, de goederen verzonden via de [binnenschip]. (…) De Afdeling is dan ook van oordeel dat de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat [appellante] de afzender is. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen. Het betoog slaagt niet.
7. In subsectie 1.4.2.1.1, onder b, van de ADN staat voorop dat de verzender alleen een zending voor vervoer kan aanbieden die voldoet aan de voorschriften van de ADN. Naar het oordeel van de Afdeling volgt uit de ADN dat de afzender bij het aanbieden van de zending een vervoersdocument moet aanleveren aan de vervoerder, als daartoe ingevolge de ADN een verplichting bestaat. Anders dan [appellante] betoogt, moet het woord ‘eventueel’ op die wijze worden uitgelegd. Als de aangeboden zending gevaarlijke stoffen bevat, moet het vervoersdocument de in de ADN genoemde specifieke informatie bevatten. Ontbreekt deze informatie op het vervoersdocument, dan levert dat een overtreding op in de zin van de Wvgs. Het voorgaande betekent dat [appellante] op grond van de ADN als afzender verplicht is om een vervoersdocument aan te leveren aan de vervoerder dat voldoet aan de vereisten van de ADN. Anders dan [appellante] betoogt, is dit een verplichting van de afzender en niet van de schipper.
8. Op het vervoersdocument ontbreken de juiste naam en adres van de afzender, voor de lege en niet gereinigde tankcontainer THPU-8008885 met de gevaarlijke stof UN 1809 FOSFORTRICHLORIDE, de vermelding van het bijkomend gevaar van klasse (8) en de tekst “lege tankcontainer, laatste lading UN” en voor de container FSCU-8710034, met de gevaarlijke stof UN 3077 MILIEU GEVAARLIJKE VASTE STOF N.E.G., de technische benaming tussen haakjes. Dit betekent dat [appellante] als afzender een incompleet vervoersdocument heeft aangeboden aan de schipper en daarmee de in de inleiding genoemde artikelen niet in acht heeft genomen. (…) Aldus heeft de staatssecretaris naar het oordeel van de Afdeling deugdelijk gemotiveerd dat [appellante] de van toepassing zijnde regelgeving heeft overtreden. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen. Het betoog slaagt niet.

* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1227: Awb, Gmw; handhaving, bestuursdwang, gemeentelijke verordening op het binnenwater, innemen ligplaats, vignetplichtig, gemeentegrenzen Amsterdam, bevoegdheid Afdeling, ambtshalve beoordeling, Gemeentewet, heffen rechten, belastingwet/Awr, gerechtshof, heffen binnenhavengeld, exclusief recht gebruik water, rechtszekerheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Amsterdam 21/5896)
3. De Afdeling ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of zij bevoegd is om van het hoger beroep kennis te nemen. Artikel 2 van de Binnenhavengeldverordening, op grond waarvan een recht wordt geheven voor het gebruik van voor openbare dienst bestemde gemeentewateren, vindt namelijk zijn grondslag in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet. Op grond van artikel 229, derde lid, van de Gemeentewet worden de in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet bedoelde rechten voor onder meer de toepassing van paragraaf 3 en paragraaf 4 van titel IV van de Gemeentewet aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Het besluit tot het heffen van rechten moet daarom als een ingevolge de belastingwet genomen besluit als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Awr worden aangemerkt. Ingevolge artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet, vindt de heffing van die belastingen plaats met toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), als ware die belasting een rijksbelasting. Daaruit vloeit voort dat tegen een besluit tot het heffen van rechten (zie artikel 8 en 10 van de Binnenhavengeldverordening in samenhang gelezen met artikel 26, tweede lid, van de Awr) bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld op grond van hoofdstuk V van de Awr. Het in dit hoofdstuk neergelegde systeem van rechtsbescherming brengt mee dat belanghebbenden tegen een uitspraak van de rechtbank over die rechten hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof en niet bij de Afdeling. Vergelijk de uitspraak van 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2914, onder 4.1.
3.1. Deze procedure heeft zijn ingang gevonden met een last onder bestuursdwang op grond van artikel 2.1.4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vob. Op de zitting heeft het college toegelicht dat dit artikel niet alleen ertoe dient om de heffing van het binnenhavengeld te handhaven, maar ook om door middel van de vignetten de verkeersstromen op het Amsterdamse binnenwater in kaart te brengen. Verder kan bestuursdwang worden ingezet om handhavend op te treden tegen pleziervaartuigen waarvan de eigenaar niet bekend is, in welke gevallen de middelen die het college voor het heffen van belastingen heeft, zoals het opleggen van naheffingsaanslagen, geen toepassing kunnen vinden.
3.2. Op grond van artikel 11, eerste lid, van de Binnenhavengeldverordening wordt voor elk pleziervaartuig waarvoor op aangifte het binnenhavengeld is voldaan, een vignet uitgereikt. Als de eigenaar van een pleziervaartuig van mening is dat hij geen binnenhavengeld is verschuldigd, en daarom evenmin gehouden is een vignet aan te brengen op dat pleziervaartuig, kan hij op grond van artikel 26, tweede lid, van de Awr in samenhang gelezen met artikel 8 en 10 van de Binnenhavengeldverordening bezwaar maken en beroep instellen tegen het binnenhavengeld dat op aangifte is voldaan.
3.3. Het besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang hangt in dit geval weliswaar samen met het besluit tot het heffen van het binnenhavengeld, omdat uit de aanwezigheid van een vignet kan worden afgeleid dat de eigenaar van het pleziervaartuig het binnenhavengeld heeft betaald (zie artikel 11 van de Binnenhavengeldverordening), maar die samenhang is niet zodanig dat daardoor sprake is van een ingevolge de belastingwet genomen besluit (zie artikel 26, eerste lid, van de Awr), met als gevolg dat de belastingrechter bevoegd zou zijn. Daarbij neemt de Afdeling in overweging dat de overtreding als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vob bestaat uit het feitelijk innemen van ligplaats met een vaartuig waarop geen vignet is aangebracht, en dat het besluit tot het opleggen van de last onder bestuursdwang erop gericht is deze overtreding ongedaan te maken. In de last onder bestuursdwang is verder niet inhoudelijk ingegaan op de juistheid van het besluit tot het heffen van binnenhavengeld.
3.4. Wat hiervoor in 3.1 tot en met 3.4 is overwogen, brengt mee dat de Afdeling bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep over de last onder bestuursdwang.

* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1248: Awb, Wro; bpl, bedrijfsuitbreiding, nieuwe opslagschuur, nieuwe verharding/uitbreiding grondopslag, woon- en leefklimaat, herstelbesluit, inspraak, bestemmingsplanprocedure, waterverontreiniging, zoutwater, opslag (verontreinigde) grond, Wbb, Bbk, Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving, vergunningplicht, CO2, doelstellingen Klimaatverdragen, arrest EHRM, doorzicht op polder, geluid, akoestisch onderzoek, reflectie kas, Activiteitenbesluit, VNG-brochure, weidevogelcompensatie, cultuurhistorie
9.3. Over waterverontreiniging door opslag van verontreinigde grond, overweegt de Afdeling het volgende. Op grond van artikelen 3.1, aanhef en onder b, en 5.1, onder a en c, van de planregels, maakt het plan de opslag van grond mogelijk. Daarin is de opslag van verontreinigde grond niet uitdrukkelijk verboden. Op opslag van (verontreinigde) grond is echter ook andere wet- en regelgeving van toepassing. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan golden de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit waarmee beperkingen en waarborgen zijn gesteld aan het gebruiken van, al dan niet verontreinigde, grond. Inmiddels zijn de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing. Op basis daarvan geldt voor het opslaan van (grote hoeveelheden) verontreinigde grond een vergunningplicht en gelden er regels over de opslag van grond, met als doel het voorkomen van verontreiniging. De Afdeling overweegt daarom dat met het bestemmingsplan de opslag van verontreinigde grond dus niet zonder meer mogelijk gemaakt wordt. Daarom ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met waterverontreiniging door opslag van verontreinigde grond. Voor zover sprake is van opslag van verontreinigde grond in strijd met de daarvoor geldende wet- en regelgeving, is dit een kwestie van handhaving. (…)

* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1230: Awb, Hvw; uitbreiding vergunning kamerbewoning, aantal studenten, geldende criteria, belanghebbende, vertrouwensbeginsel, gerechtvaardigde verwachtingen, eerste onderdeel derde stap, strijd wettelijk voorschrift, buiten toepassing laten wettelijk voorschrift, door voorschrift beschermde belangen, algemene belangen, uitzonderlijke situatie, schadevergoeding, incidenteel hoger beroep, judiciële lus (Rb Rotterdam 21/5725)
2.3. Bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel moeten drie stappen worden gezet. Zie de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van het bestuursorgaan toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en hoe het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe. Dit is de eerste stap (overweging 11.2 van de uitspraak van 29 mei 2019). Verder is vereist dat de toezegging, andere uitlating of gedraging afkomstig is van het bevoegde bestuursorgaan of aan het bevoegde bestuursorgaan moet worden toegerekend. Van toerekening van een onbevoegde uitlating is sprake als de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht veronderstellen dat degene die de uitlating deed of de gedraging verrichte de opvatting van het bevoegde orgaan vertolkte. Dit is de tweede stap (overweging 11.3 van voormelde uitspraak van 29 mei 2019). Dat sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen betekent niet dat daaraan altijd moet worden voldaan. Andere belangen, zoals het algemeen belang of de belangen van derden, kunnen zwaarder wegen. Dit is het eerste deel van de derde stap uit de hiervoor genoemde uitspraak van 29 mei 2019 (overweging 11.4). Wanneer er andere belangen in de weg staan aan honorering van het gewekte vertrouwen kan voor het bestuursorgaan de verplichting ontstaan om de geleden schade te vergoeden als onderdeel van de besluitvorming. Dit laatste is het tweede deel van de derde stap uit de uitspraak van 29 mei 2019.
2.4. De Afdeling is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van de eerste twee stappen. Zij neemt in dit verband het volgende in aanmerking. Omdat de rechtbank niet toekwam aan de derde stap, zal de Afdeling vanaf overweging 2.7 ook ingaan op die stap.
2.7. De Afdeling concludeert dan ook, anders dan de rechtbank en met het college, dat EDS in dit geval de gerechtvaardigde verwachting mocht hebben dat het college een door haar in te dienen aanvraag voor een vergunning voor uitbreiding van kamerbewoning in het pand [locatie] in beginsel zou honoreren.
2.8. Dat sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen betekent echter niet dat daaraan altijd moet worden voldaan. Andere belangen, zoals het algemeen belang of de belangen van derden, kunnen zwaarder wegen. De afweging van deze belangen vindt plaats in het eerste onderdeel van de zogenoemde derde stap.
2.10. Vast staat in dit geval dat het honoreren van het bij EDS opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen in strijd is met artikel 3.2.5 van de Huisvestingsverordening. (…)
2.11. De Afdeling heeft in de uitspraak van 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:807 (overweging 16.2) overwogen dat het honoreren van opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen waardoor strijd ontstaat met een wettelijk voorschrift alleen dan aanvaardbaar is als het buiten toepassing laten van het wettelijk voorschrift niet leidt tot aantasting van (mede) door dat voorschrift beschermde belangen van derden of van zwaarder wegende algemene belangen.
2.12. Het college heeft miskend dat deze uitzonderlijke situatie zich in deze zaak niet voordoet en dat het daarom, mede gelet op het rechtszekerheidsbeginsel, niet aanvaardbaar is de gevraagde vergunning te verlenen wegens opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen. Hier doet zich namelijk niet de situatie voor dat het buiten toepassing laten van artikel 3.5.2, aanhef en onder f van de Huisvestingsverordening niet leidt tot aantasting van (mede) door dat voorschrift beschermde belangen van derden of van zwaarder wegende algemene belangen. (…)
2.13. (…) Het college moet, met inachtneming van het oordeel van de Afdeling, een nieuw besluit op het door [appellant] gemaakte bezwaar nemen, waarbij het college alsnog de vraag beantwoordt, of en zo ja in hoeverre voor het college de verplichting is ontstaan om, gegeven de herroeping van het besluit van 20 mei 2021, eventuele door EDS Rotterdam als gevolg van het gewekte vertrouwen geleden schade te vergoeden als onderdeel van de besluitvorming. Het ligt in de rede dat het college ter voorbereiding van dat besluit EDS Rotterdam hoort over het schadeaspect.

* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1245: Awb, Wabo; weigering aanvraag omgevingsvergunning, maken of veranderen uitweg, tuin, realiseren parkeerplaats, aanpassing openbare weg, advies commissie, strijd bpl, formele gronden, gemachtigde/geen partij, artikel 8:69 lid 1 Awb, grondslagen/besluitvorming, buiten omvang geding getreden, bestemmingsplan, gebruiksbeperkingen, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, stedenbouwkundig rapport, gelijkheidsbeginsel, kruimelgevallenregeling/herhaling aangevoerde in beroep (Rb Midden-Nederland 23/3724)
4.1. Artikel 8:69, eerste lid, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter uitspraak doet op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek op de zitting. Het college heeft de aanvraag voor het realiseren van een uitweg bij het besluit van 26 juli 2022 geweigerd op grond van artikel 2:12, aanhef en tweede lid, onder d van de Apv. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag terecht heeft geweigerd, omdat die in strijd is met niet alleen het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2:12, aanhef en tweede lid, onder d, van de Apv, maar ook met het doelmatig en veilig gebruik van de weg en de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving, zoals bedoeld in artikel 2:12, aanhef en tweede lid, onder b en c, van de Apv. Omdat deze grondslagen niet aan de besluitvorming ten grondslag zijn gelegd is de rechtbank buiten de omvang van het geschil getreden zoals bedoeld in artikel 8:69, eerste lid, van de Awb. Dit betekent evenwel niet dat de uitspraak om die reden geen stand kan houden. In de overwegingen hieronder gaat de Afdeling in op de vraag of de weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 2:12, aanhef en tweede lid, onder d, van de Apv wel aan de besluitvorming ten grondslag gelegd kon worden. Gelet daarop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college wel op de d-grond de omgevingsvergunning mocht weigeren en daarom bestaat geen reden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. (…)

* ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1189: Awb, Wabo; handhaving, invordering, verbeurde dwangsommen, autohandelsbedrijf, strijdig gebruik bestemmingsplan, vertrouwensbeginsel, e-mail gemeentelijke ambtenaar, gerechtvaardigde verwachting, oordeel in rechte komen vast te staan, zeer uitzonderlijke gevallen, uitdrukkelijk en zonder voorbehoud, weer ter discussie stellen, zelf in de zaak voorzien, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding, uitspraak na judiciële lus
6. Ondanks dat het college daartoe de gelegenheid heeft gekregen, heeft het college in het nieuwe besluit en op de zitting geen concrete belangen aangedragen die volgens hem zo zwaar wegen dat de door hem gewekte verwachting niet moet worden nagekomen en de twee verbeurde dwangsommen nu al moeten worden ingevorderd. Het college heeft uitsluitend weer ter discussie gesteld of een gerechtvaardigde verwachting is gewekt en daarbij gewezen op de beginselplicht tot invordering. Op de zitting heeft het college toegelicht dat het een heel zwaar belang hecht aan de drie brieven waarmee het aan [appellant] heeft laten weten dat een betalingsverplichting bestond. Maar zoals de Afdeling hiervoor heeft overwogen, heeft het college daarmee ten onrechte weer ter discussie gesteld in hoeverre gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt. De Afdeling gaat er daarom vanuit dat er geen concrete belangen zijn die zo zwaar wegen dat de door het college gewekte verwachting niet moet worden nagekomen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat niet is gebleken van belangen van derden. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het college de bij [appellant] gewekte verwachting had moeten nakomen. Dit betekent dat het college pas tot invordering van dwangsommen had mogen overgaan als er vijf dwangsommen waren verbeurd. Omdat er volgens het college zelf maar twee dwangsommen zijn verbeurd, had het nog geen invorderingsbesluit mogen nemen.
7. De Afdeling ziet daarom aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het invorderingsbesluit van 18 juni 2020 te herroepen en te bepalen dat deze uitspraak in plaats treedt van het vernietigde besluit van 19 december 2024.

ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1202: Awb, Ow; projectbesluit, Kaderrichtlijn Water (KRW), Benedenmaas, maatregelen, elk type water, biodiversiteit, natuurvriendelijke oevers, nieuwe meestromende nevengeul, melkveehouderij, verbouwen gewassen, mais, grondwaterstanden, gevolgen telen gewassen, artikel 5.6 Omgevingsbesluit, effecten grondwater landbouw en landgebruik, mitigerende maatregel, verzoek om nadeelcompensatie, alternatieven, privaatrechtelijke belemmeringen, minnelijk overleg, onteigeningstraject, uitvoerbaarheid, schadeloosstelling
4.3. (…) Gelet op het vorenstaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de gevolgen van het projectbesluit voor de VOF niet zijn onderzocht. Evenmin bestaat aanleiding voor het oordeel dat in strijd met artikel 5.6, aanhef en onder c, van het Omgevingsbesluit de mitigerende maatregel niet in het projectbesluit is opgenomen. Verder heeft de minister de belangen van de VOF onderkend. Dat de VOF het resterende deel van haar perceel mogelijk niet kan gebruiken vanwege de vorm die overblijft en de hoeveelheid water, betekent niet dat de minister niet een groter gewicht heeft mogen toekennen aan de belangen die zijn gediend met de uitvoering van de maatregel Geul Bokhoven dan aan de belangen van de VOF. De VOF heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat zij het resterende deel van het perceel, ondanks de mitigerende maatregel, niet meer kan gebruiken. Ten slotte merkt de Afdeling op dat indien de VOF een deel van haar perceel niet meer kan gebruiken, zij een verzoek om nadeelcompensatie op grond van artikel 15.1, eerste lid, onder l, van de Ow kan indienen. Het betoog slaagt niet.

* Rechtbank Oost-Brabant 27 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1224: Awb, Waterwet; afwijzing aanvraag watervergunning, verleggen oppervlaktewaterlichaam, dempen twee oppervlaktewaterlichamen, aanleggen duiker, onverenigbaar met betrokken waterstaatkundige belangen, systematiek Awb, beslissen op grondslag aanvraag, niet buiten grondslag aanvraag treden, voorstellen hydroloog, buiten bestek aanvraag, vergunningvoorschrift, gestelde economische belangen, bevoegdheid, waterstaatkundige doelstellingen
4.2.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de aangevraagde vergunning als zodanig onverenigbaar is met verschillende betrokken waterstaatkundige belangen, namelijk (kort gezegd):
– het tegengaan van verdroging van de ter plaatse gelegen zogeheten natte natuurparel, en
– het voorkomen van wateroverlast ter hoogte van de naburige percelen.
De vraag die voorligt is of -zoals eisers menen- in voldoende mate tegemoet gekomen kan worden aan deze belangen door voorschriften op te nemen aan een vergunning op basis van de aanvraag zoals die is ingediend.
4.2.1. De rechtbank stelt voorop dat de systematiek van de Awb met zich brengt dat een bestuursorgaan bij een aanvraag dient te beslissen op grondslag van de aanvraag. Dit betekent dat het bestuursorgaan niet buiten de grondslag van de aanvraag mag treden. Het is immers aan de aanvrager van een omgevingsvergunning om te bepalen voor welke activiteiten hij een vergunning wenst te krijgen. Dit uitgangspunt is in vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bekrachtigd, recentelijk in de uitspraak van 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5455.
4.2.2. De voorstellen die door de hydroloog zijn voorgesteld om de waterstaatkundige bezwaren te adresseren, komen neer op het realiseren van zelfstandig vergunningplichtige activiteiten die buiten het bestek van de aanvraag vallen. Het dagelijks bestuur heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het daarmee buiten de grondslag van de aanvraag zou treden en dat het hem niet vrijstond om deze activiteiten bij wijze van vergunningvoorschrift voor te schrijven. Dat betekent dat de aanvraag zoals die is ingediend niet verleend kan worden. Verlening daarvan is immers niet verenigbaar is met de doelstellingen in artikel 2.1 van de Waterwet zoals hiervoor in 4.2.1 is overwogen. Het dagelijks bestuur heeft dus terecht de aanvraag geweigerd.
5.2. De rechtbank is verder van oordeel dat het dagelijks bestuur in het bestreden besluit voldoende inzicht heeft gegeven in de afwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. Het dagelijks bestuur hoefde daarbij niet specifiek in te gaan op de door eisers naar voren gebrachte economische belangen. Deze belangen spelen immers geen rol bij de vraag of de aangevraagde vergunning voor verlening in aanmerking komt. In artikel 6.21 van de Waterwet is immers dwingend voorgeschreven dat een watervergunning wordt geweigerd als de verlening niet verenigbaar is met de waterstaatkundige doelstellingen, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet. De economische belangen van betrokkenen vallen daar niet onder.

* HvJEU 26 februari 2026, ECLI:EU:C:2026:109: Richtlijn 2009/147/EG; Prejudiciële verwijzing, vogelrichtlijn, aanleg vierbaansweg in gedeeltelijk bebost gebied, broedgebieden, geluid toekomstig autoverkeer, verzoek heropening mondelinge behandeling, geen nieuw feit, Hof voldoende voorgelicht, conclusies advocaat-generaal, opzettelijk storen, wezenlijke invloed, verbodsbepalingen, menselijke activiteiten, context en doelstelling regeling, beoordeling menselijke impact populatieniveau, passende preventieve maatregelen, begeleidende maatregelen, effecten voorkomen of beperken, analyse, habitatrichtlijn, geen onderscheid twee fasen beoordeling, bevredigend niveau houden of brengen, gerechtelijk deskundige, bewijsvoering, procedurele autonomie, gelijkwaardigheid en doeltreffendheid, niet uiterst moeilijk, voorzorgsbeginsel, meest betrouwbare beschikbare wetenschappelijke informatie, meest recente resultaten van internationaal onderzoek, met succes in praktijk gebracht
44 Hieruit volgt dat, indien passende preventieve maatregelen daadwerkelijk voorkomen dat een project wilde vogels stoort of het storen daadwerkelijk kan beperken zodat het geen wezenlijke invloed heeft op de doelstellingen van de vogelrichtlijn, uit de bewoordingen van artikel 5, onder d), van deze richtlijn en uit de context van deze bepaling voortvloeit dat het in deze bepaling genoemde verbod op opzettelijke storing niet van toepassing is. Het bestaan van dergelijke maatregelen, waarvan de uitvoering in het project is vastgelegd, moet dus in aanmerking worden genomen bij de beoordeling of het in artikel 5, onder d), van de vogelrichtlijn neergelegde verbod om wilde vogels te storen in de weg staat aan het project.
45 Ten tweede is het voor de verwezenlijking van de in punt 40 van het onderhavige arrest in herinnering gebrachte doelstelling van de vogelrichtlijn, te weten het op een bevredigend niveau handhaven of brengen van de populatie van in het wild levende vogelsoorten, niet noodzakelijk dat de storende effecten van een project op de in het wild levende vogelsoorten worden beoordeeld los van de begeleidende maatregelen van het project die worden voorgesteld om die effecten te voorkomen of te beperken. De storingen waaraan de in het wild levende vogelsoorten daadwerkelijk zullen worden blootgesteld als gevolg van de uitvoering van het project én de maatregelen die betrekking hebben op dat project, zijn namelijk de enige die van belang zijn in het licht van deze doelstelling.
46 Anders dan verzoekers in het hoofdgeding in hun schriftelijke opmerkingen stellen, wordt deze analyse niet weersproken door de oplossing die het Hof heeft gehanteerd in het arrest van 12 april 2018, People Over Wind en Sweetman (C323/17, EU:C:2018:244). Zoals het Hof in dat arrest heeft geoordeeld, moeten maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van een project immers niet in aanmerking worden genomen in het stadium van de voorlopige beoordeling van dat project in het kader van de habitatrichtlijn, omdat het in dit eerste stadium van de analyse erom gaat te bepalen of dit project overeenkomstig artikel 6, lid 3, eerste volzin, van de habitatrichtlijn moet worden onderworpen aan de formele procedure voor de beoordeling van de gevolgen ervan voor een beschermingsgebied. Aangezien artikel 5, onder d), van de vogelrichtlijn daarentegen geen onderscheid maakt tussen twee fasen van de beoordeling van verstoringen waaraan in het wild levende vogelsoorten door projecten kunnen worden blootgesteld, moeten deze verstoringen van meet af aan uitgebreid worden beoordeeld, waarbij rekening moet worden gehouden met maatregelen om deze te voorkomen of te beperken.
47 Uit het voorgaande volgt dat artikel 5, onder d), van de vogelrichtlijn aldus moet worden uitgelegd dat er geen sprake is van het opzettelijk storen in de zin van deze bepaling wanneer maatregelen die als onderdeel van een project worden genomen het mogelijk maken om elke wezenlijke invloed te voorkomen die in strijd is met de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk de populatie van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten op een bevredigend niveau te houden of te brengen, waarbij met name rekening wordt houdend met de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen, alsook met economische en recreatieve eisen.
48 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of de doeltreffendheid van de maatregelen ter voorkoming van storingen die van wezenlijke invloed zijn op in het wild levende vogelsoorten in de zin van artikel 5, onder d), van de vogelrichtlijn kan worden aangetoond door middel van een gemotiveerde beoordeling door een gerechtelijke deskundige, dan wel of deze doeltreffendheid moet worden aangetoond door middel van wetenschappelijke documentatie waaruit blijkt dat dergelijke maatregelen met succes in de praktijk zijn gebracht.
49 In de eerste plaats moet worden opgemerkt, zoals de advocaat-generaal in punt 86 van haar conclusie heeft gedaan, dat noch artikel 5, noch enige andere bepaling van de vogelrichtlijn voorschriften bevat voor de bewijsvoering bij de beoordeling of wilde vogelsoorten worden gestoord door menselijke activiteiten.
50 In deze omstandigheden is het krachtens het beginsel van procedurele autonomie een zaak van de interne rechtsorde van elke lidstaat om – mits de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid worden geëerbiedigd – te bepalen hoe het bewijs moet worden geleverd, welke bewijsmiddelen voor de bevoegde nationale rechter worden aanvaard, welke beginselen deze rechter in acht dient te nemen bij de beoordeling van de bewijskracht van het bewijs dat hem wordt voorgelegd, en wat het vereiste bewijsniveau is (zie in die zin arrest van 21 juni 2017, W e.a., C‑621/15, EU:C:2017:484, punt 25).
51 Het gelijkwaardigheidsbeginsel vereist dat deze procedurevoorschriften niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke situaties naar nationaal recht gelden (zie in die zin arrest van 8 mei 2025, Beevers Kaas, C‑581/23, EU:C:2025:323, punt 44). Bijgevolg verzet dit beginsel zich er niet tegen dat het bewijs van de doeltreffendheid van de maatregelen ter voorkoming van het wezenlijk storen van de betrokken soorten wordt geleverd door middel van een gemotiveerde beoordeling door een gerechtelijke deskundige, indien het nationale recht dit bewijs toestaat voor soortgelijke situaties die onder het nationale recht vallen, wat de verwijzende rechter dient na te gaan.
57 In de derde plaats moet de milieurisicobeoordeling overeenkomstig artikel 191, lid 2, VWEU worden uitgevoerd met inachtneming van het voorzorgsbeginsel. De bevoegde autoriteiten moeten daarbij inzonderheid letten op de meest betrouwbare beschikbare wetenschappelijke informatie en de meest recente resultaten van internationaal onderzoek (zie in die zin arresten van 1 oktober 2019, Blaise e.a., C‑616/17, EU:C:2019:800, punten 46, 93 en 94, en 12 juni 2025, Eesti Suurkiskjad, C‑629/23, EU:C:2025:429, punt 42). Daarentegen kan niet worden verlangd dat het bewijs van de doeltreffendheid van de betrokken maatregelen wordt geleverd door middel van wetenschappelijke documentatie waaruit blijkt dat die maatregelen met succes in de praktijk zijn gebracht, aangezien dergelijke documentatie niet noodzakelijkerwijs beschikbaar is.
58 Gelet op een en ander moet op de tweede vraag worden geantwoord dat de doeltreffendheid van de maatregelen ter voorkoming van storingen die van wezenlijke invloed zijn op in het wild levende vogelsoorten in de zin van artikel 5, onder d), van de vogelrichtlijn kan worden aangetoond door middel van een gemotiveerde beoordeling door een gerechtelijke deskundige, op voorwaarde dat deze beoordeling is gebaseerd op de meest betrouwbare beschikbare wetenschappelijke gegevens en de meest recente resultaten van internationaal onderzoek. Daarentegen kan niet worden verlangd dat het bewijs van de doeltreffendheid van deze maatregelen wordt geleverd door middel van wetenschappelijke documentatie waaruit blijkt dat de maatregelen met succes in de praktijk zijn gebracht.

* Rechtbank Rotterdam 20 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1952: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; bestuurlijke boete, Arbeidsomstandighedenbesluit, recyclen metaal, oud woonschip, inspecteur, niet horen, onderzoek onvolledig en onzorgvuldig, kernactoren, handhavingsrapport, verdedigingsrechten, boetevoornemen, zienswijze, bestuursrechtelijke vertrouwensbeginsel, gemeente, privaatrechtelijk, verwijtbaarheid, mededeling of toezegging, mondelinge mededeling, nader onderzoek, inventarisatierapport, risicominimalisatie, werkgever, verantwoordelijk doen melding, certificaat asbestverwijdering, normadressaat, evenredigheid boetebedrag, geven waarschuwing, overschrijding redelijke termijn/matiging boete
10.1. Voor zover eiseres hiermee heeft bedoeld een beroep te doen op het bestuursrechtelijke vertrouwensbeginsel geldt dat dit alleen van toepassing is in de verhouding tussen het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en degene tot wie het besluit zich richt. De gemeente Rotterdam is in deze procedure geen partij. De verhouding tussen eiseres en de gemeente Rotterdam ten aanzien van de ontmanteling van het schip was niet van bestuursrechtelijke, maar van privaatrechtelijke aard. Dat maakt dat de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) over het vertrouwensbeginsel hierop niet van toepassing is. Zie bijvoorbeeld: uitspraken van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694 en 29 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2180. De rechtbank beschouwt dit onderdeel als een beroep van eiseres op het ontbreken van verwijtbaarheid, zodat in zoverre geen boete kan worden opgelegd (artikel 5:41 van de Awb).
10.2. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of eiseres vanwege het afgaan op de mededeling van [naam 4] geen verwijt van de overtreding kan worden gemaakt. De rechtbank zal daartoe, net als bij de toepassing van het vertrouwensbeginsel, allereerst beoordelen of aannemelijk is dat door [naam 4] zo’n mededeling of toezegging van asbestvrij zijn van het schip is gedaan. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de stelling dat [naam 4] zou hebben verklaard dat het schip asbestvrij zou zijn niet aannemelijk heeft gemaakt. (…) Eiseres heeft niet onderbouwd dat [naam 4], anders dan wat hij ten overstaan van de arbeidsinspecteur heeft verklaard, een mededeling heeft gedaan dat het schip asbestvrij zou zijn. Daarbij komt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres ook al zou zo’n mededeling zijn gedaan, zelf nader onderzoek had moeten doen. De minister heeft in dit verband kunnen overwegen dat een mondelinge mededeling niet gelijk is te stellen aan een inventarisatierapport waaruit objectief en aantoonbaar blijkt dat er al dan niet asbest in het bouwwerk aanwezig is. Door daar niet naar te vragen of zelf onderzoek te doen voor aanvang van de werkzaamheden heeft eiseres niet alles gedaan om de overtredingen te voorkomen en heeft zij niet voldaan aan haar zorgplicht voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers als bedoeld in artikel 3 van de Arbowet. De regelgeving omtrent asbest is gericht op risicominimalisatie. Daarnaast is eiseres een recyclingbedrijf en mag van eiseres worden verwacht dat zij op de hoogte is van de mogelijkheid van asbest bij het recyclen van een oud schip. Uit het feit dat een vertegenwoordiger van eiseres vooraf aan [naam 4] heeft gevraagd of er asbest in het schip zit blijkt dat eiseres met die mogelijkheid rekening hield. Gelet op het voorgaande heeft de minister in de beweerdelijke mededeling van [naam 4] terecht geen aanleiding gezien voor het ontbreken van verwijtbaarheid of verminderde verwijtbaarheid.

* Rechtbank Gelderland 19 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1236: Awb, Wnb; natuurvergunning, voormalig zendcomplex, voorgeschiedenis, Natura 2000-gebied “Veluwe”, niet tijdig beslissen, geen belang, alsnog op aanvraag beslist, niet-ontvankelijk, één project, opknippen project, Habitatrichtlijn, onlosmakelijke samenhang, werkzaamheden al verricht, effecten werkzaamheden, 18 december-uitspraken, intern salderen, referentiesituatie, motiveringsgebrek, finale geschilbeslechting, NDA, habitattypen, versie AERIUS-Calculator, ex-tunc, vertrekken met koude motor, verkeersbewegingen
5.1. Zoals de Afdeling heeft overwogen in (onder meer) de uitspraken van 6 december 20235 en 24 september 20256 moet een aanvraag voor een natuurvergunning betrekking hebben op alle activiteiten die samen één project vormen. Op die wijze is gewaarborgd dat de gevolgen van het gehele project voor het Natura 2000-gebied bij de beoordeling van een vergunning worden betrokken. De beoordeling van de gevolgen van het gehele project moet uitgangspunt zijn van de voortoets en van de passende beoordeling. Dit kan ook worden afgeleid uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof), waarin meermalen is geoordeeld dat een passende beoordeling betrekking heeft op alle aspecten van een plan of project. Zie bijvoorbeeld het arrest van het Hof van 11 april 2013, Sweetman, ECLI:EU:C:2013:220. Het opknippen van een project is dan ook in strijd met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. De vraag of bepaalde activiteiten samen één project vormen is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in het concrete geval. Van belang bij de vraag of bepaalde activiteiten samen één project of afzonderlijke projecten zijn, is onder meer of de activiteiten naar aard, tijd en ruimte van elkaar te onderscheiden zijn, of er sprake is van een onlosmakelijke samenhang en of de ene activiteit een noodzakelijke voorwaarde is om de andere activiteit te kunnen uitvoeren. Zie de uitspraken van de Afdeling van 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4556 (ro 6.5) en ECLI:NL:RVS:2025:4529 (ro 5.3) en de uitspraak van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6396 (ro 9.6).
5.3. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat de (bouw- en renovatie)werkzaamheden en de gebruikswijzigingen tezamen als één project moeten worden aangemerkt. Deze (bouw)werkzaamheden hangen immers onlosmakelijk samen met het beoogde gebruik en zijn bedoeld om de gebouwen geschikt te maken voor hun toekomstige gebruiksfunctie, zoals voor horeca en bijeenkomsten. Deze activiteiten hadden daarom, net als in de eerdere natuurvergunning van 19 mei 2016, preciezer in kaart moeten worden gebracht en mee moeten worden genomen in de aanvraag, de passende beoordeling en de natuurvergunning. De omstandigheid dat deze werkzaamheden zijn afgerond maakt niet dat de vergunningplicht is komen te vervallen. Dat deze werkzaamheden al zijn verricht neemt niet weg dat in de passende beoordeling en de natuurvergunning nog wel kan worden gekeken naar de effecten van deze werkzaamheden en naar (eventuele) mitigerende maatregelen. De beroepsgrond slaagt.
7.3. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Doordat de aanvulling op de passende beoordeling pas 19 dagen voor de zitting is ingediend, heeft eiseres onvoldoende tijd gehad om op alle punten in de aanvulling op de passende beoordeling te kunnen reageren. Het is weliswaar juist dat de beroepsgronden over de gevolgen van de 18 december-uitspraken pas op 25 september 2025 zijn ingediend, maar het college had ook zonder dit aanvullende beroepschrift gelet op het gewijzigde toetsingskader uit de 18 december-uitspraken moeten beoordelen of de natuurvergunning nog steeds deugde. De rechtbank moet gelet op wat de Afdeling in deze uitspraken heeft overwogen dit toetsingskader immers per direct toepassen, en eiseres heeft in het eerdere beroepschrift de interne saldering betwist. Het had daarom op de weg van het college gelegen om eerder een aanvullende motivering aan te leveren of een wijzigingsbesluit te nemen op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

* Rechtbank Noord-Nederland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:459: Awb, Wnb; tegemoetkoming voor schade, wolf, schapen, hoogte tegemoetkoming, beslissing op bezwaar, toepasselijke recht, beleidsregels, wettelijke bevoegdheid, Omgevingswet, nieuwe beleidsregels niet van toepassing, taxateur, taxatierichtlijnen BIJ12, zorgvuldigheid voorbereiding besluit, waarde schapen, waardetabel, WUR, taxatierichtlijn, actualiteit, fluctuaties, drachtige schapen, vergoeding kosten eigen arbeid, normaal maatschappelijk risico
3.4. De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat bij de beslissing op bezwaar het recht wordt toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt ook voor beleidsregels. Ten tijde van het bestreden besluit golden de nieuwe beleidsregels van 13 maart 2024. Echter, beleidsregels zijn regels met betrekking tot een wettelijke bevoegdheid. Dit volgt uit artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De nieuwe beleidsregels zien op toepassing van de bevoegdheid tot het verlenen van een tegemoetkoming in schade in de Omgevingswet. De nieuwe beleidsregels zijn dus niet van toepassing op dit besluit, waarin de tegemoetkomingen zijn verleend op grond van artikel 6.1 van de Wnb. Het college heeft dan ook terecht getoetst aan de “Beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe” (Beleidsregels).
5.2.1. De taxatierichtlijn en de bijbehorende waardetabel zijn geen beleidsregel in de zin van de Awb. De taxatierichtlijn is niet vastgesteld door of namens het college (zie artikel 4:81 van de Awb). Voor zover wel sprake zou zijn van een beleidsregel geldt dat het besluit tot vaststelling van de taxatierichtlijn niet in werking is getreden omdat het besluit niet bekend is gemaakt op de voorgeschreven wijze (artikel 3:40 in samenhang met artikel 3:42 van de Awb). Dat betekent dat het college niet ter motivering van het bestreden besluit kan verwijzen naar de taxatierichtlijn (artikel 4:82 van de Awb). De hoogte van de tegemoetkoming moet in het besluit zelf deugdelijk worden gemotiveerd.
5.2.2. Niet in geschil is dat de tegemoetkoming moet worden gebaseerd op de marktprijzen op het moment dat de schade optrad. Het bestreden besluit heeft betrekking op tegemoetkomingen in schade in verband met aanvallen door de wolf op respectievelijk 16 september 2022, 8 december 2022 en 20 april 2023.
5.2.3. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde waardentabel niet of niet meer voldoende zou aansluiten bij de prijzen die in 2022/2023 marktconform waren. Daarmee miskent het college dat het primair op haar weg ligt om de hoogte van de vergoeding te motiveren. Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de taxatierichtlijn zelf staat: “Jaarlijks vindt een update plaats, zodat met actuele cijfers snel een waardetabel met marktconforme waarden kan worden gemaakt”.
5.2.4. Het college heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat de gehanteerde waardetabel uit 2019 ten tijde van het optreden van de schade (nog) actueel was. Dat bij de eerste actualisatie in augustus 2023 slechts sprake was van een lichte prijsstijging ten opzichte van 2019 zoals het college stelt, miskent dat de marktwaarde van schapen onderhevig kan zijn aan fluctuaties.
7. Het beroep is gegrond omdat in het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd dat het bestreden besluit is gebaseerd op de actuele marktprijzen van schapen op het moment van de aanvallen door de wolf. Dit betekent dat het besluit is genomen in strijd met het motiveringsbeginsel in artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Het is niet mogelijk voor de rechtbank om het geschil definitief te beslechten. Dit omdat de rechtbank op dit moment geen inzicht heeft in de waardeontwikkeling van schapen in de periode 2022/2023. Evenmin draagt de rechtbank het college op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

Rechtbank Noord-Nederland 10 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:547: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, bopa, legalisering zandscheider met bijbehorende zandbakken, strijd omgevingsplan, provinciale omgevingsverordening, bevoegdheid college burgemeester en wethouders, bevoegdheidsverdeling, Omgevingsbesluit, provinciaal belang, parlementaire geschiedenis, bestuurlijke context, openbaar gemaakt document, doelmatiger en doeltreffender, omgevingsvisie, artikel 16.15a, onder d, van de Ow., advies uitbrengen over de aanvraag, instemming, zelf in de zaak voorzien
4.2.1. De hoofdregel voor de bevoegdheidsverdeling in de Ow is dat het college beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning, tenzij een ander bestuursorgaan is aangewezen. Bij een meervoudige aanvraag zoals die hier aan de orde is, volgt uit artikel 5.12, tweede lid van de Ow, in combinatie met artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder a, van het Ob, dat GS bevoegd zijn om te beslissen op een aanvraag als die betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang. De rechtbank moet dus beoordelen of de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang.
4.2.2. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het begrip ‘provinciaal belang’ bewust niet nader is ingevuld. Of een bepaald onderwerp als een provinciaal belang kan worden aangemerkt is afhankelijk van de bestuurlijke context op een bepaald moment (Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr.3, p.78). Provinciale staten, het volksvertegenwoordigende orgaan binnen de provincie, bepalen de aanwezigheid van een provinciaal belang. Dat belang wordt behartigd door de bestuursorganen van de provincie. Het belang moet blijken uit een document dat door een bestuursorgaan van de provincie openbaar is gemaakt. Dit document kan een juridisch bindend besluit zijn, zoals de omgevingsverordening, een instructie of een voorbereidingsbesluit, maar ook een beleidsdocument zoals de omgevingsvisie, een beleidsbrief of beleidsnota (Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr.3, p.213). GS moeten bij uitoefening van de bevoegdheid motiveren dat sprake is van provinciaal belang en waarom het doelmatiger en doeltreffender is om dit belang met de inzet van de provinciale bevoegdheid te behartigen (Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr.3, p.399).
4.2.3. Uit artikel 3.54 van de omgevingsverordening kan worden afgeleid dat Provinciale staten het toestaan van agrarische bouwpercelen groter dan 2 hectare van provinciaal belang achten. In de toelichting wordt bovendien verwezen naar de Omgevingsvisie. Daarin staat dat de provincie schaalvergroting van agrarische bedrijven landschappelijk zorgvuldig wil inpassen en dit hand in hand wil laten gaan met verduurzaming van de sector (geconsolideerde omgevingsvisie november 2023, paragraaf 14.1). Dit is uitgewerkt in artikel 3.54, tweede lid, van de verordening. De rechtbank stelt daarom vast dat de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang. Om die reden zijn GS bevoegd om te beslissen op de aanvraag.
4.2.4. Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op.
– In artikel 2.3, tweede lid, aanhef en onder a, van de Ow, luidt: een bestuursorgaan van een provincie oefent een taak of bevoegdheid, als dat bij de regeling daarvan is bepaald, alleen uit als dat nodig is met het oog op een provinciaal belang en dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd. In de regeling van de bevoegdheid van GS in artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder a, van het Ob staat alleen provinciaal belang als relevante factor. Doelmatigheid en doeltreffendheid staan niet genoemd in de regeling.
– GS hebben de uitbreiding van agrarische bouwpercelen met een omvang boven 2 hectare aangewezen als een geval als bedoeld in artikel 16.15a, onder d, van de Ow (Provincieblad 2023, 15209). Daaruit volgt, in samenhang met artikel 4.25, eerste lid, aanhef en onder g, van het Ob, dat GS in de gelegenheid (hadden) moeten worden gesteld om advies uit te brengen over de aanvraag. Ingevolge artikel 16.16, eerste lid, van de Ow in combinatie met artikel 4.25, derde lid, van het Ob, is bij een voornemen tot het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning zelfs instemming van GS vereist. Deze aanwijzing impliceert dat GS van oordeel zijn dat het college wel degelijk bevoegd is om te beslissen op een aanvraag voor de uitbreiding van een agrarisch bouwperceel groter dan 2 hectare. Dat is echter niet te rijmen met de (hogere) regeling in artikel 3.54 van de verordening, waarin GS zijn aangewezen als bevoegd gezag.

* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:297: Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning bouwen hotel, afwijken bpl en maken uitweg, procesbelang, anterieure overeenkomst, alternatieve plan, belanghebbende, voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, gevolgen van enige betekenis, afstand, stichting, derde partij, machtiging, verzoek om schadevergoeding, hoogte schadebedrag, ontvankelijkheid, afgeleid, opdrachtovereenkomst, pro forma bezwaar, bezwaargronden tijdig ingediend, ten onrechte gebaseerd op Ow, vertrouwensbeginsel, belangenafweging, honoreren gewekte vertrouwen, alternatieve bouwplannen, benutten, belemmeringen, financiële belangen, gedeeltelijk weigeren omgevingsvergunning kappen bomen, gemeentelijke bomenverordening, natuurwaarden, ecologisch deskundige, leefbaarheid, herplantplicht, landschappelijke waarden, landschapsdeskundige, Boom Effect Analyse, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
6.5.4 In overweging 3.5 van deze uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat iemand een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang moet hebben, om aangemerkt te kunnen worden als belanghebbende. Aan het criterium rechtstreeks belang wordt niet voldaan wanneer uitsluitend sprake is van een afgeleid belang. Een afgeleid belang wordt in de regel aangenomen als iemand slechts indirect wordt getroffen in een belang dat parallel is aan dat van de geadresseerde van het besluit. In dat geval ligt het op de weg van de geadresseerde van het besluit om voor die belangen op te komen. In sommige gevallen bestaat aanleiding om een betrokkene niet tegen te werpen dat hij een afgeleid belang heeft en geen rechtstreeks belanghebbende is omdat zijn belang indirect wordt getroffen. Dat is onder meer het geval als de betrokkenheid van zijn recht- of belangpositie een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt (ABRvS 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:778, r.o. 11.2 en 11.3).
6.5.5 De rechtbank is van oordeel dat het college de bezwaarschriften van Ontwikkelmaatschappij DRZ B.V., Dormio Leisure Development B.V., Dormio Holidays B.V., Dormio Investment B.V., Sagro Aannemingsmaatschappij Zeeland B.V. en Bouwbedrijf De Delta B.V. ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in bestreden besluit I, omdat zij slechts een afgeleid belang hebben bij de intrekking van de omgevingsvergunning. Uit de stukken leidt de rechtbank af dat de Kaashoeve het perceel – inclusief de omgevingsvergunningen – wilde verkopen aan de Dormio BV’s. Zij worden dus slechts indirect – via een eventuele koopovereenkomst – getroffen in hun belang. Datzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor het aannemers- en bouwbedrijf. Zij worden slechts indirect – via een opdrachtovereenkomst – in hun belangen geraakt. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken van omstandigheden die maken dat deze rechtspersonen niet kan worden tegengeworpen dat zij een afgeleid belang hebben. Door middel van het bezwaar en beroep van de Kaashoeve wordt indirect namelijk ook voor de belangen van deze rechtspersonen opgekomen.
6.5.10 Bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel moeten drie stappen worden doorlopen. De eerste is de juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept. Doorgaans zal de uitlating en/of gedraging door een ambtenaar worden gedaan of worden verricht, maar dit kan ook gebeuren door anderen, bijvoorbeeld een wethouder of derden die door het bestuursorgaan worden ingeschakeld. Kan die uitlating en/of gedraging worden gekwalificeerd als een toezegging? Bij de tweede stap moet de vraag worden beantwoord of die toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Als beide vragen bevestigend worden beantwoord, en er dus een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, volgt de derde stap. In het kader van die derde stap zal de vraag moeten worden beantwoord wat de betekenis van het gewekte vertrouwen is bij de uitoefening van de betreffende bevoegdheid (ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694, r.o. 11.2).
6.5.11 De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat het college voorafgaand aan het primair besluit aan eiseressen 2 heeft toegezegd dat de omgevingsvergunning niet zou worden ingetrokken. Ter zitting is toegelicht dat de memo een openbaar stuk is, waar eiseressen 2 kennis van hebben kunnen nemen. Op pagina 5 van een memo van het college aan de gemeenteraad staat: ‘Wij zijn van mening dat een intrekking van de onherroepelijke omgevingsvergunning thans niet aan de orde kan zijn. De ontwikkelaar heeft aangegeven op korte/aanzienbare tijd te willen beginnen met de bouwwerkzaamheden’. Naar het oordeel van de rechtbank konden eiseressen 2 aan die memo het gerechtvaardigd vertrouwen verlenen dat de omgevingsvergunning niet op korte termijn na 4 maart 2021 zou worden ingetrokken.
6.5.12 Uit jurisprudentie van de Afdeling (ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694, r.o. 11.4) volgt dat het vertrouwensbeginsel niet met zich brengt dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden gehonoreerd. Daartoe is vereist dat bij afweging van de betrokken belangen, waarbij het belang van degene bij wie de gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt zwaar weegt, geen zwaarder wegende belangen aan het honoreren van de verwachtingen in de weg staan. Die zwaarder wegende belangen kunnen zijn gelegen in strijd met de wet, het algemeen belang en meer specifiek, veel voorkomend in het omgevingsrecht, belangen van derden. Indien er zwaarder wegende belangen in de weg staan aan honorering van het gewekte vertrouwen kan voor het bestuursorgaan de verplichting ontstaan om de schade die er zonder het vertrouwen niet geweest zou zijn te vergoeden als onderdeel van diezelfde besluitvorming.
6.5.13 In het kader van de beoordeling of de omgevingsvergunning kon worden ingetrokken heeft het college in bestreden besluit I een belangenafweging gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank kan die belangenafweging niet dienen ter onderbouwing van het niet honoreren van het gewekte vertrouwen. De rechtbank licht dit oordeel hierna toe.

STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates

Daniëlla Nijman, advocaat bij Halsten advocaten, schreef een annotatie bij de uitspraak van de Afdeling van 10 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:5966). Deze uitspraak betreft een omgevingsplan van de gemeente Meierijstad waarin gebruik is gemaakt van voorrangsregels. De Afdeling komt in de uitspraak niet toe aan een oordeel over de vraag of de voorrangsregels niet in strijd zijn met artikel 22.6 van de Omgevingswet en de rechtszekerheid. In de annotatie wordt ingegaan op het advies van Pels Rijcken over de voorrangsregels en de wijze waarop de VNG daarover communiceert.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Midden-Nederland 6 februari 2026 Omgevingswet, vergunninghouder mag zelf kiezen welke aanvragen voor welke activiteiten hij in welke volgorde indient. Bij binnenplanse omgevingsactiviteit geen toetsing aan ETFAL.
Rb Noord-Holland 3 februari 2026 Afwijzing verzoek om actualisatie omgevingsvergunning milieu. In het kader van de ZZS-inventarisatie en het opstellen van een Vermijdings- en Reductieplan is een immissietoets op basis van het MTR niet verplicht.
Rb Gelderland 4 november 2025 Omgevingswet, handhaving, last onder dwangsom, exceptieve toetsing, bepaling in APV die ziet op de fysieke leefomgeving, overgangsfase.

Mobiele versie afsluiten