Site icoon STAB

Jurisprudentie – week 22

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3042: Awb, Wro; bpl, bedrijven- en industrieterrein, bouwen woningen niet langer mogelijk, wijzigingsbevoegdheid, geluidzone, milieucategorie, uitbreidingsmogelijkheden, ruimtelijke aanvaardbaarheid, totstandkoming herstelbesluit, geur, stof, Staat van bedrijven, functiescheiding, bedrijfswoningen, geluidszoneringsplichtige inrichtingen, milieucategorie, overschrijding redelijke termijn, toerekening, schadevergoeding, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3058: Awb, Wro; bpl, algehele herziening, conserverend karakter, actuele regelgeving, provinciale verordening, bouwvlak, zienswijzennota, rechtszekerheid, Besluit ruimtelijke ordening, plantoelichting, adressen, inzien ontwerpplan, planregeling, bouwregels, goothoogte, aanleggen verharding, vergunningplicht, landschappelijke inpassing, teeltondersteunende voorzieningen, parkeerregeling, ruimtelijke onderbouwing, milieuaspecten, speelbos, natuurwaarde, bouwmogelijkheden klimbos, hondensportcentrum, uitspraak voorzieningenrechter, natuurbestemming, NNB, particulier initiatief, voldoende concreet, beoordelen ruimtelijke aanvaardbaarheid, planbegrenzing, landbouwbedrijf, wijzigingsbevoegdheid, recreatiewoning, campingterrein, begripsomschrijvingen, stacaravan, rechtsonzekerheid, persoonsgebonden gedoogbeschikking, gelijkheids- en vertrouwensbeginsel, planregels dubbelbestemming, uitspraak deels tussenuitspraak
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3056: Awb, Wabo; omgevingsvergunning tijdelijk oprichten strandpaviljoen, duur maximaal 10 jaar, provinciale verordening, natuurgebied, binnen begrenzing NNN-gebied, feitelijke afname, per saldo, vermindering oppervlakte, incidenteel hoger beroep, gronden gericht tegen rechtbankuitspraak, nadere besluiten, inrichtings- en beheerplan, extra natuurmaatregelen (Rb Midden-Nederland 21/98)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3059: Awb, Wnb; ontheffing, doden hazen, geweer, faunabeheerplan, schade aan gewassen, vrijstelling, Rode Lijst Zoogdieren, voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, gronden gericht tegen rechtbankuitspraak, geen gronden, belangrijke dreigende schade, memorie van toelichting Wnb, Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, uitzonderingsgronden, geen diersoort bijlage IV Habitatrichtlijn, begrip “ernstige schade”, schadehistorie, drempelbedrag, nooit geïndexeerd, normale bedrijfsrisico, SRS-systeem, steekproefsgewijze taxaties, SRS-meldingen, andere bevredigende oplossingen, website BIJ12, inzet preventieve middelen, nader besluit, inzet geur- en smaakstoffen, preventiekit, actuele schadecijfers, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Zeeland-West-Brabant 21/2618)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3041: Awb, Wro; bpl, resomeercentrum met bijbehorend herdenkingsbos, Wet op de lijkbezorging, strijd met de wet, bouw huisvesting internationale werknemers, begrip “short stay”, maximaal toegestane verblijfsduur, herstelbesluit, wezenlijk ander plan, afdeling 3.4 Awb, aard en omvang, geen vorm van lijkbezorging, plan makt minder mogelijk, intensiever gebruik, aula, bezoekersruimte, ladder voor duurzame verstedelijking, nieuwe stedelijke ontwikkeling, kwantitatieve behoefte, kwalitatieve behoefte, akoestisch onderzoek, woon- en leefklimaat, VNG-brochure, richtafstanden, maximale planologische mogelijkheden, beperking bestaande woningen, bronvermogen, rekenmodel, geluidreflecties, bodemgebieden, maximaal geluidniveau, representatieve bedrijfssituatie, verkeer en parkeren, landschappelijke inpassing, relativiteitsvereiste, nieuwe beroepsgronden, efficiënte geschilbeslechting, rechtszekerheid, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3025: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, strijd bpl, gebruik pand, aangebrachte (bouwkundige) voorzieningen, beschermd en begeleid wonen, gemotiveerde bespreking rechtbank, omgevingsvergunning bouwen nodig, overtreding, bevoegd tot handhavend optreden, voorzieningen toegevoegd, bedrijfswoning, vergunningvrij, artikel 5 lid 2 bijlage II Bor, beginselplicht tot handhaving, vertrouwensbeginsel, incidenteel hoger beroep, evenredigheid, parapluplan/reguliere bewoning, nieuwe besluiten, één afzonderlijk huishouden, minder traditionele woonvorm, gezamenlijke activiteiten, onderlinge verbondenheid, continuïteit in samenstelling, belangenafweging, doorzetten handhavend optreden, gelijkheidsbeginsel, formulering last, begunstigingstermijn (Rb Overijssel 21/946 en 21/948)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3028: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, radartoren met publieksfuncties, goede ruimtelijke onderbouwing, provinciale verordening, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden, stikstofberekening, afwijking welstandsbeleid, alternatieven, slotoverwegingen, vernietigen besluit, nieuw besluit op de aanvraag, beleidsruimte, evenredigheid, verkeersonderzoek, aantal verkeersbewegingen, weersomstandigheden, tellingen, privacy, vlakelement, verbodsbord, cultuurhistorische betekenis, stikstofdepositie, AERIUS-berekening, modellen, abstractie van de werkelijkheid, rekenmodel, meest recente wetenschappelijke inzichten, geluid, verlichting radartoren, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Zeeland-West-Brabant 21/3358 en 21/3641)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3054: Awb, Wro; bpl, omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning, bouwplan appellanten, woonkavel, intergemeentelijke structuurvisie, herstelbesluit, niet geheel tegemoetgekomen aan beroep, instemmen met herstelbesluit, intrekking van rechtswege ontstane beroepen, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3039: Awb, Waterwet; watervergunning, realiseren vaarverbinding, recreatiewoning, bereikbaarheid, omvang van het geding, weigeringsgronden/limitatief, doestelling 2.1 lid 1 Waterwet, belangen 6.11 Waterwet, deskundigenrapporten, hydrologische effecten, vernatting, blauwalg, nutriëntengehalte oppervlaktewater, waterkwaliteit, natuurgebied (Rb Noord-Nederland 22/1336)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3051: Awb, Wro; bpl, recreatieterrein met natuurhuisjes, nieuw horecagebouw, realisatie natuur, ontvankelijkheid beroep, geen zienswijze, Varkens in Nood-jurisprudentie, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, statuten, algemene statutaire doelstelling, feitelijke werkzaamheden, voeren juridische procedures, geen belanghebbende, beroep niet-ontvankelijk
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3036: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, wijzigen dak berging, bestaande berging bij woning, dakterras, woon- en leefklimaat, toestemmingsbrief en bouwtekening, bouwtekening bij aanvraag, legaal gebouwd of aanwezig, onjuist uitgangspunt, finale geschilbeslechting, privaatrechtelijke belemmering, burgerlijke rechter, evident, zonder nader onderzoek, oordeel rechtbank, judiciële lus (Rb Noord-Holland 22/4378)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3035: Awb, Wro; weigering omgevingsvergunning, discountsupermarkt, detailhandel in outlet, overige vormen van detailhandel, Dienstenrichtlijn, gerechtelijke procedure, beargumenteren/eis die een beperking oplevert, toetsingsmaatstaf, evidentiecriterium, zonder nader onderzoek, onderbouwing, afwijzing verzoek herzien bpl, detailhandelsbeleid, eerdere uitspraak Afdeling, geen nieuwe feiten en omstandigheden, uitleg planregels, geen definitie, begripsbepalingen, algemeen spraakgebruik, Van Dale, verklaring van geen bedenkingen (Rb Noord-Nederland 22/3319)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3024: Awb, Wro; bpl, woningbouw, ontvankelijkheid beroep, werkgroep, ondertekening beroepschrift, lijst met handtekeningen, betrekken omgeving, maatschappelijke uitvoerbaarheid/plantoelichting, vormvrije m.e.r.-beoordeling, cumulatie, concreet en voorzienbaarheid, geen belangrijke nadelige milieueffecten, masterplan, bouwhoogte, bomeneffectanalyse, soort dak, zicht monumentale gevels kerk, VNG-brochure, relativiteitsvereiste, bezonning, bezonningsstudie, parkeren, planregeling, aanvraag omgevingsvergunning, aantal parkeerplaatsen, gemeentelijke nota parkeernormen, parkeerbehoefte
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3053: Awb, Wro; bpl, actualisering planologisch regime bedrijventerrein, nieuwe ontwikkelingen, recyclingbedrijf, maximale bouwhoogte, beperking in bouwmogelijkheden, geen bouwplannen, concreet bouwinitiatief, flexibiliteit, vorige bpl, rechtszekerheid planregeling, nadere eisen, objectieve begrenzing, afbreuk algemene bouw- en gebruiksmogelijkheden, aanlegvergunning, normale onderhoud, normale exploitatie, bouwhoogte bedrijfsschoorstenen, bouwafstand, bestaand legaal gebouw, archeologische dubbelstemming, archeologisch rapport, afkoppeling regenwater, tussenuitspraak
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3023: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, huisvesting arbeidsmigranten, belanghebbende, voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, toekomstige, onzekere ontwikkelingen, afstand, zicht, onveilige situatie, heropenen onderzoek, gemeentelijk beleid, participatietraject, passeren gebrek, gevolgen sociale veiligheid, beleidsruimte, logiesfunctie of wonen, Bouwbesluit 2012, relativiteitsvereiste, verzoek veroordeling proceskosten, kennelijk onredelijk gebruik procesrecht, bijzondere omstandigheden, oordeel niet bij voorbaat duidelijk (Rb Midden-Nederland 23/5926 en 23/5888)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3047: Awb, Wabo; weigering gevraagde omgevingsvergunning, antennemast, strijd bpl, gelijkheidsbeginsel, gelijke gevallen/gelijk behandelen, genoemde gevallen/zonder benodigde omgevingsvergunning, niet in relevant opzicht gelijk (Rb Limburg 22/1269)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3013: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen bouwwerk, vellen houtopstand en maken uitweg, uitleg bpl, rechtszekerheid, letterlijke uitleg, systematiek, plantoelichting, bedoelding planwetgever, museumactiviteiten, geen beperkingen of eisen, kindertrein, bebouwingspercentage, beslissen op aanvraag, handhaving, geluidscherm, toetsingskader artikel 2.10 Wabo, welstandsadvies, verantwoordelijkheid welstandstoetsing, overnemen welstandsadvies, geen concrete aanknopingspunten voor twijfel, APV, beleidsruimte, advies commissie, gemeentelijke ambtenaren, deugdelijke beoordeling, verkeersveiligheid, verkeersveiligheid, rijcurves, maximale snelheid, aantal verkeersbewegingen, aantal verkeersbewegingen, maatwerkvoorschriften, alternatieven, opheffen parkeerplaatsen, omgevingsrecht, nieuwe beroepsgronden/hoger beroep, proceskostenvergoeding bezwaarfase (Rb Midden-Nederland 23/6091)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3057: Awb, Wro; parapluplan, verblijfsrecreatie, aanvulling en vervanging regels uit bestemmingsplannen, toeristische visie, beantwoording zienswijze, waardevermindering, bestaand gebruik, belang leefbaarheid, overgangstermijn
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3021: Awb, Wm, Gmw; aanwijzing locatie plaatsing ondergrondse restafvalcontainer, geluid- en geuremissie, normale omstandigheden, geluid, geur, ongedierte, uitzicht, inwerpzuil, bijplaatsen afval/kwestie van handhaving, manoeuvreren, loopafstand
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3055: Awb, Gmw; ontheffing, verbod parkeren, voorschriften, voertuigen markthandelaren, (gewijzigde) marktvergunning, APV, situatietekening, zittingsaantekeningen rechtbank, eigen toetsingskader, RVV 1990, parkeren in groenstroken, vertrouwensbeginsel (Rb Noord-Holland 24/6951)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3019: Awb, Wm, Gmw; opheffing en wijziging locaties aanbieden afval, minicontainers, doodlopend gedeelte weg, voertuig, keren aanbiedingslocatie, uitgangspunt/criterium, geen absoluut verbod, achteruitrijden/onder begeleiding, smalle achterlader, begeleiders aanwezig, belangen gebruikers, locatie verder weg, minicontainer, verklaringen verkeerskundige
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3018: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verwijderen en verwijderd houden, tuinhuis en hekwerk, zonder omgevingsvergunning, vergunningvrij, achtererfgebied, onderdeel erf, inrichting als erf, geen verbod of beperking aanbrengen buiteninrichting, plantoelichting, hoogte, meetmethode bijlage II van het Bor, nieuw recht, omgevingsplan, meetmethode, afzien handhaving, geringe overtreding, gelijkheidsbeginsel, prioritering (Rb Den Haag 24/8796)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3009: Awb, Waterwet; afwijzing verzoek om nadeelcompensatie, vruchtboomkwekerij, kweken perenbomen, inrichtingsplan, meanderen, bypass, percelen overstroomd, causaal verband, bewijslast, waterpeil, maaibeleid, vergelijking werkelijke situatie en hypothetische situatie (Rb Oost-Brabant 24/3012)
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3043: Awb, Wm, Gmw; spoedeisende bestuursdwang, gemeentelijke afvalstoffenverordening, verwijderen doos, naast de ondergrondse afvalcontainer, naam en adres/adreslabel, bewijsvermoeden, overtreder, goed sluiten inzamelvoorzieningen, milieubewust, onvoldoende twijfel gezaaid
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3044: Awb, Wm, Gmw; spoedeisende bestuursdwang, gemeentelijke afvalstoffenverordening, kosten toepassing bestuursdwang, verwijderen doos, naast ondergrondse papiercontainer, naam en adres/adreslabel, ORAC vol, verplichting juiste wijze aanbieden ter inzameling, regels op verschillende manieren kenbaar, website gemeente, beperkte budget, verzoek om betalingsregeling
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3030: Awb, Wm, Gmw; spoedeisende bestuursdwang, gemeentelijke afvalstoffenverordening, kosten toepassing bestuursdwang, verwijderen platgemaakte kartonnen doos, toezichthouder, naam en adres/adreslabel, bewijsvermoeden, overtreder, onvoldoende om te twijfelen, hoogte bestuursdwang, herstelmaatregel, ontbreken opzet, ontbreken directe schuldvaststelling
* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3029: Awb, Wm, Gmw; spoedeisende bestuursdwang, gemeentelijke afvalstoffenverordening, kosten toepassing bestuursdwang, naast een ondergrondse afvalcontainer, huisvuilzak, adresgegevens, afvalpas, ander moment, andere inzamelvoorziening, trein missen
* Rechtbank Midden-Nederland 27 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2868: Awb, Wabo; omgevingsvergunning nieuwbouw vier woningen, bpl/onherroepelijk, welstand, welstandscommissie, hele gebied en omgeving, Google Streetview, zorgvuldigheid totstandkoming advies, begrijpelijkheid, ontbreken tegenadvies, parkeren, parkeerdeskundige, parkeerbehoefte, parkeernota, parkeernorm, parkeerdruk, vervallen feitelijke parkeerplaatsen
* Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:529: Sr, Ontgrondingenwet, Wed; opzettelijk zonder vergunning winnen van schelpen, ambtshalve opmerkingen, verjaring, beginselen goede procesorde, economisch delict/strafrechtelijke vervolging, bestuurlijke boete, Landelijke Handhavingsstrategie, gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, “zonder vergunning”, strijd met beperkingen of voorschriften, wel/niet bepalen reikwijdte vergunde, wingebied gedefinieerd, geografische zin, bewijsoverwegingen, aanmerkelijke kans, bewuste aanvaarding, waakzaamheidsopzet, tekeningen bij de vergunning, culpa, voorwaardelijk opzet, professioneel bedrijf, waarschuwing, overschrijding redelijke termijn, geheel voorwaardelijke geldboete opgelegd, constatering overschrijding
* Rechtbank Midden-Nederland 22 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2809: Awb, Gmw; exploitatievergunning, discotheek, APV, strijd bpl, horecacategorie, uitsterfregeling, twee cumulatieve voorwaarden, uitleg planregeling, rechtszekerheid, letterlijke uitleg, planregel duidelijk, bedoeling planwetgever, beleid, impact woon- en leefsituatie, advies bezwaarcommissie, motiveren afwijking advies, tussenuitspraak
Rechtbank Midden-Nederland 22 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2814: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoeken, gemeentehuis, opvang asielzoekers, belanghebbende, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, gevolgen van enige betekenis, afstand, zicht, strijd omgevingsplan, overtredingen, bevoegdheid tot handhavend optreden, bijzondere omstandigheden, concreet zicht op legalisering, aanvraag, bereidheid verlenen omgevingsvergunning, raadsinformatiebrief, ruimtelijke onderbouwing, afweging betrokken belangen, beperkte duur, waarborgen, gedoogbeschikking, bestuursovereenkomst, belangenafweging voorzieningenrechter, afwijzing verzoek
* Rechtbank Rotterdam 22 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5887: Awb, Wvw 1994; herroeping toekenning gehandicaptenparkeerplaats, begrippen/beoordelingsruimte, verkeersbelangen, belangenafweging, beleidsruimte, evenredigheid, beleidsregels, parkeergelegenheid eigen terrein, vrij en onbelemmerd, smal garagepad, niet kunnen passeren, medische situatie, afwijzing/onevenredigheid, geen andere uitkomst mogelijk, zelf in de zaak voorzien, opnieuw aanwijzen door plaatsing bord
* ABRvS 21 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2869: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, overkapping, overtreding, vergunningvrij, voorkant woning, aanbouw, nota van toelichting, hoofdmassa hoofdgebouw L-vormig of T-vormig, knik, geveldelen, schuur, toezegging, berekening bebouwingsgebied, sloot, openbaar vaarwater, begunstigingstermijn, verbeurte van dwangsommen/van rechtswege, treffen voorlopige voorziening, terugwerkende kracht, schorsing, opheffen overtredingen (Rb Noord-Holland 23/3567 en 23/4325)
* ABRvS 21 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2923: Awb, Wabo: vovo, omgevingsvergunning bouwen geveldelen congrescentrum, opdracht nemen nieuw besluit, geen schorsende werking instellen hoger beroep, efficiënte en finale geschilbeslechting, beoordeling in hoger beroep, niet in stand blijven uitspraak, ontvallen grondslag nieuw besluit, ongedaan maken gevolgen, onderzoeken parkeerbehoefte, openbare ruimte, voldoende parkeergelegenheid, afwijken bpl, uov doorlopen, geen aanleiding schorsing, 7:11 Awb, eerst bob nemen, nieuw besluit op aanvraag, afwijzing verzoek (Rb Midden-Nederland 23/3355)
* ABRvS 21 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2941: Awb, Wro; vovo, bpl, uitbreiding en herindeling recreatiepark, afwijzing verzoek, afweging betrokken belangen, onverwijlde spoed, recreatieverblijven, vorige bpl, verharding park mogelijk, geen vergunningen aanvragen, geen werkzaamheden verrichten, speelvoorzieningen, overlast
* Rechtbank Overijssel 21 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2674 en Rechtbank Overijssel 21 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2675: Sr, Ow, Wed; handel in (beschermde) diersoorten, CITES-basisverordening, Vogelrichtlijn, bewijsmotivering, NVWA, Landeck-arrest, economische delicten, voorafgaande toetsing rechter-commissaris, onherstelbaar vormverzuim, geen rechtsgevolg, Besluit activiteiten leefomgeving, omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, bewijsmiddelen, bewezenverklaring, strafbaarheid, strafoplegging
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2936: Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, uitbreiding transformatorstation, woon- en leefklimaat, landschapsplan, voorwaardelijke verplichting, voorbelasting grond, termijn, zicht, afstanden, maximale bouwhoogte, relativiteitsvereiste, verlies landbouwareaal, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, tracé, kaart te grofmazig, vormvrije m.e.r.-beoordeling, geen expliciet besluit, alsnog m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen, milieueffectrapport/niet vereist, rechtsgevolgen in stand laten
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 20 mei 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:64: Lar; vovo, ontheffing, afbreken, afzagen of op enige andere wijze losmaken van koralen, (land)uitbreidingsproject, Ribeheersverordening Curaçao, wetenschappelijke en opvoedkundige doeleinden, algemeen belang, landaanwinning, gezond en duurzaam marien milieu, compensatieplan, maritieme natuurwaarden, verplaatsen koralen, onomkeerbare gevolgen, Landsverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming, toewijzing verzoek
* Rechtbank Noord-Holland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5594: Awb, Wvw 1994; intrekking verkeersbesluiten, geslotenverklaring, sluipverkeer, beoordelingsruimte, verkeersbelangen, belangenafweging, evenredigheid, gevolgen omliggende wijken, zwaar verkeer en vrachtverkeer, verkeersveiligheid, leefbaarheid, verkeersstructuurplan, verkeerstellingen, mitigerende maatregelen, hinder, trillingsschade, hoge verkeersintensiteit
* Rechtbank Noord-Nederland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1804: Awb, Woo; vovo, verzoek om openbaarmaking informatie, gedeeltelijke openbaarmaking, handhavingsprocedures stikstof, milieu-informatierichtlijn, eerlijk proces, exceptieve toetsing, contra-legem, artikel 120 Grondwet, evenredigheid, bedrijfs- of fabricatiegegevens, weigeringsgronden
Rechtbank Noord-Nederland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1847: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning plaatsen geluidscherm, padelbanen, sportpark, vergunde activiteit, aanlegactiviteiten, omgevingsplanactiviteit, geen vergunningplicht, geen belang bij schorsing, bestemmingsomschrijving, zelfstandige bouwkundige voorziening, bopa, Besluit kwaliteit leefomgeving, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, technische bouwactiviteit, Besluit bouwwerken leefomgeving, afwijzing verzoek
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4414: Awb; vovo, gedeeltelijk toegewezen handhavingsverzoek, kennelijk ongegrond, praktijkruimte bij een woning, geen spoedeisend belang, omgevingsvergunning onherroepelijk, opleggen bouwstop, rechtmatigheid omgevingsvergunning niet beoordelen, buiten omvang procedure, telefonisch contact griffier, uitvoeringswerkzaamheden voltooid, afwijzing verzoek
* Rechtbank Limburg 19 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4908: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, bezwaar niet-ontvankelijk/geen beroepsgronden, omvang van het geding, das, foerageergebieden, essentieel foerageergebied, vaste voortplantings- of rustplaats, functionaliteit, overtreding, controlerapport, compensatieperceel, voorschrift ontheffing, compenserende maatregelen, overtreding, rechtsgevolgen in stand laten, beginselplicht tot handhaving, evenredigheid, doel handhaving, noodzaak handhaving, gelijkwaardig alternatief, handhavend optreden niet evenredig
* Rechtbank Overijssel 19 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2643: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, verlaging maximumsnelheid, aanleg verkeersdrempels, onderdeel bestreden besluit of feitelijke handeling, beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers, feitelijke handeling, mededeling/geen besluit, verkeersveiligheid, nadelige gevolgen
* Rechtbank Limburg 19 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4903: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, poort en parkeerplaats gelegaliseerd, ambtshalve beoordeling rechtbank, geen beroep/omgevingsvergunning, wel beroep/handhaving, instellen pro forma beroep, aanvullend beroepschrift, e-mail, beroepstermijn, omgevingsvergunning verleend, geen overtredingen
* Rechtbank Noord-Nederland 18 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1904: Awb, TwG, BW; schadevergoeding, herroepingsbesluit, mijnbouwschade, fysieke schade, (verschil)zetting, fundering, grondonderzoek, andere uitsluitende oorzaak, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3759: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, maken of voeren handelsreclame en afwijken bpl, aanleg drie padelbanen met reclame, stukken buiten beschouwing, tiendagentermijn, uitleg bpl, padel/lawaaisport, geen definitie, toelichting, Van Dale, voorbeelden, hinderlijkheid, bronvermogen, maximale geluidniveau, schematische vergelijking, gemiddeld geluidniveau, normaal spraakgebruik, ruimtelijke aanvaardbaarheid
* Rechtbank Gelderland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3768: Awb, Msw; bestuurlijke boete, intrekking derogatievergunning, uitsluiting deelname derogatie, waarschuwing, bevoegdheid rechtbank, gebruiksnorm dierlijke meststoffen, bewijslastverdeling, ondertekend rapport toezichthouder, oppervlakte landbouwgrond, Besluit gebruik meststoffen, nota van toelichting, beheertype, feitelijke omstandigheden, natuurterrein, pachtovereenkomst, feitelijke beschikkingsmacht, geldige juridische titel, beweiding, hoogte boete, matiging, redelijke beslistermijn, termijn van orde, beleid, artikel 6 EVRM, geen verdergaande matiging
Rechtbank Gelderland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3755: Awb, Ow; omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit, bouw nieuwe dependance school, technische bouwactiviteit, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, voldoende ruimte parkeren, parkeernormen, belanghebbende, geen bezwaar gemaakt, niet-ontvankelijk, omvang geding, onafhankelijkheid college, wettelijke taak voldoende schoolhuisvesting, proces bezwaarfase, deskundigenadviezen, participatie, Omgevingsregeling, vertrouwensbeginsel, parkeerbehoefte, parkeerkencijfers, CROW, hardheidsclausule, bijzondere omstandigheden, welstand, welstandsnota, welstandsadvies, brandveiligheid, relativiteitsvereiste
Rechtbank Gelderland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3756: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, invordering, omgevingsplan, bpl/tijdelijk deel, agrarische bestemming, afwijzing verzoek vaststellen wijzigingsplan, uitspraak Afdeling, vertrouwensbeginsel, geen toezegging, uitdrukkelijk geen toestemming, gegeven adviezen, weigeringsbesluiten
Rechtbank Noord-Holland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5513: Awb, Ow; handhaving, mondelinge bestuursdwang, lasten onder dwangsom, invordering, Besluit activiteiten leefomgeving, rugstreeppad, voortplantingsseizoen, woonwijk, bouwvelden, waarnemingen ecoloog en toezichthouder, controlerapport, veldbezoeken, voortplantingswater, eDNA-onderzoek, stilleggen werkzaamheden, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom, belangenafweging, preventieve last, klaarblijkelijk gevaar, verjaring, vertrouwensbeginsel, overtreding, menggranulaat, overtreder, eigenaar, macht/invloedssfeer, aanvaard, geen bijzondere omstandigheden
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4252: Awb; vovo, handhaving, dwangsom, verstrekken informatie gemeentelijk monument, geen spoedeisend belang, onverwijlde spoed, moment binnenkomst verzoekschrift, begunstigingstermijn verstreken, telefonisch contact vertegenwoordiger college, stukken ingediend/niet de gevraagde gegevens, één bedrag, last is uitgewerkt, begunstigingstermijn verstreken, evident onrechtmatig, duur begunstigingstermijn, gevorderde gegevens, invorderingsmaatregelen, afwijzing verzoek
* Rechtbank Noord-Nederland 12 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1922: Awb, Wvw 1994; afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart, Regeling gehandicaptenparkeerkaart, afstand, deskundigen, concrete onderbouwing, brieven huisarts, andere gemeenten/andere keuzes, gemeenteraad, deugdelijkheid rapportages
* Rechtbank Noord-Nederland 8 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1911: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning schutting, strijd bpl, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, doorzicht, foto’s, verkeerssituatie, straat- en bebouwingsbeeld, eerdere uitspraak rechtbank, geen hoger beroep, beplantingsvoorschrift, sociale veiligheid, gelijkheidsbeginsel, redelijke eisen van welstand, welstandscommissie, situering en maatvoering, planregels, welstandsadvisering, welstandscriteria, concrete aanknopingspunten voor twijfel, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 8 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4195: Awb; vovo, omgevingsvergunning realiseren twee padelbanen, spoedeisend belang, toezegging vergunninghouder, geen gebruik maken vergunning, geen onomkeerbare gevolgen, afwijzing verzoek
* Rechtbank Limburg 8 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4535: Awb; bestuursdwang, wegslepen auto, kostenverhaal, BABW, tijdelijk parkeerverbod zonder verkeersbesluit, verkeersbord, opdracht tot plaatsen borden, foto’s, rekening en risico, hoorplicht bezwaarfase, passeren gebrek
Rechtbank Rotterdam 8 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5393: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bopa, tiny houses, besluit in werking getreden, bouwwerkzaamheden gestart, spoedeisend belang, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, Besluit kwaliteit leefomgeving, grondslag aanvraag, situatietekening bij de aanvraag, representatieve invulling maximale mogelijkheden, geurverordening, VNG-brochure, zichtlijnen, landschappelijke inpassing, klachten
* Rechtbank Den Haag 7 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10881: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, appartementen en commerciële ruimte, niet-tijdig beslissen, geen belang, niet-ontvankelijk, uitzicht, lichttoetreding, bezonning, bezonningsstudie, schaduwdiagrammen, zonnepanelen, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
* Rechtbank Den Haag 7 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10893: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, appartementen en commerciële ruimte, parkeernorm, parkeeroverlast, relativiteitsvereiste, parkeerbehoefte, oppervlakte, parkeerberekening, passeren gebrek, aanwezigheidspercentages, dubbelgebruik, CROW-publicatie 381, tegenadvies, draaicirkel, parkeerdruk openbaar gebied, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
* Rechtbank Rotterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5189: BW; kort geding, vordering/gebod intrekken bezwaar omgevingsvergunning, ontwikkelen appartementencomplex, bezwaarschrift ingediend, misbruik van (proces)recht, spoedeisend belang, onrechtmatig handelen, geschil burgerlijke rechten, voldoende rechtsbescherming, bestuursrechter/geen gebod opleggen intrekken bezwaarschrift, hoge drempel, artikel 6 EVRM, kwade trouw, van iedere grond ontbloot, financieel belang, stikstofdepositieregels, geen belanghebbende, afwijzing vorderingen
* Rechtbank Noord-Holland 6 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5361: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen bouwen gebouw sport- en fitnessactiviteiten, parkeren, beheersverordening, parkeernomen, landelijke kencijfers, CROW, parkeerbehoefte, dubbelgebruik, publieke parkeerplaatsen, welstand, welstandsnota, welstandsvrij regime, laddertoets, geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, Natura 2000, hoogspanningslijnen, rekenafstanden, RIVM, gevoelige bestemmingen, relativiteitsvereiste, soortenbescherming, verkeersveiligheid, ecologie/groenbeleving, belangenafweging
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 6 mei 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:65: Lar; bouwvergunning, bouwen opslagloods, ontvankelijkheid beroep, ambtshalve beoordeling, termijn indienen beroepschrift, stempel beschikking, verzonden of uitgereikt, verschoonbaar, verkavelingsplan, bestemmingsvoorschriften, waterafvoer, afvoer hemelwater, limitatief-imperatief stelsel weigeringsgronden, privaatrechtelijke belemmering, evident, zonder nader onderzoek, mogelijke ontsiering, advies, stedelijk woongebied, weg en verkeer, aantal parkeerplaatsen, parkeerproblemen
Rechtbank Rotterdam 4 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5803: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, realiseren aanbouw, dakterras en dakopbouw/zonder omgevingsvergunning, rechtszekerheid, artikel 7:11 Awb, heroverweging, verslag hoorzitting, overtreding, omgevingsplan, bestuurlijke sanctiebesluiten, luchtfoto’s, vergunningvrij/Wabo, bouwlagen, constateringsrapport, geen vergunning van rechtswege, Besluit bouwwerken leefomgeving, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, gelijkheidsbeginsel, formulering last
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 1 mei 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1194: Sr, Wed, Brzo, Wm, Arbeidsomstandighedenwet; ontvankelijkheid beroep, beschermde vrijspraken, stoffen, gasexplosie, exploitant inrichting, treffen maatregelen, voorkomen zware ongevallen, bewijsmiddelen, bewijsoverwegingen, (bestuursrechtelijke) rechtspraak, vlampunt, Atex-richtlijn, Arbobesluit, toezichthouder, arbeidsinspectie, bevel/formele rechtskracht, afvul- of overslagwerkzaamheden, gevarenzone 1, reëel en voorzienbaar risico, voorzorgsmaatregelen, explosieveilige apparatuur, uiterst toxische stof, operator, opzet, feitelijk leidinggeven, strafbaarheid verdachte, op te leggen straf
* Rechtbank Limburg 1 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4246: Awb, Wvw 1994; handhavingsverzoek, strijd omgevingsplan, (toekomstig) handhavend optreden artikel 170 Wvw, fout geparkeerde auto’s, artikel 7:11 Awb, volledige heroverweging, extra controles/feitelijke handelingen, geen aanvraag, geen besluit, bezwaar niet-ontvankelijk, onvoldoende concreet, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Den Haag 1 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:11003: Awb, Wabo; aanvraag omgevingsvergunning legalisering dakterras, buiten behandeling gesteld, belanghebbende, niet kan worden verwezenlijkt, proces-verbaal zitting kantonrechter, toestemming eigenaren, akte van splitsing, privaatrechtelijke belangen derden, aanvraag in behandeling nemen, handhaving, dwangsom, overtreding, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, geen ontvankelijke aanvraag, evidente privaatrechtelijke belemmering, nader onderzoek, invordering, controlerapport, foto’s, geen overtreding
Rechtbank Midden-Nederland 24 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2173: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning technische en ruimtelijke bouwactiviteit, tijdelijk deel omgevingsplan, Besluit bouwwerken leefomgeving, kap bomen, brandveiligheid, hoofdstuk 5 Bbl, advies veiligheidsregio, bliksembeveiliging, fauna, stikstof, geen aanhaakplicht, belangenafweging, proefperiode/geen juridische grondslag, afwijzing verzoek
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 april 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:2566: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; boete, Arbeidsomstandighedenbesluit, kassenteeltbedrijf, reiniging kassen, verplaatsingsplatform, ambtshalve, terugkomen niet-ontvankelijkheidverklaring, verwijtbaarheid, onderhoudsman, boeterapport, ambtsbelofte, dakwasser met hekwerk, gevaar voor de veiligheid en gezondheid, matiging boete, beleidsregel
Rechtbank Den Haag 17 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10901: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, vergroting woning door plaatsen dakopbouw, strijd planregels, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, dakhelling, beleidsregel, nooit gepubliceerd, nooit in werking getreden, vaste gedragslijn, bebouwing omgeving, beeldkwaliteitsplan, beoordelingsvrijheid, schaduwwerking
Rechtbank Den Haag 3 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10899: Awb, Ow; omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit, vervangen houten kozijnen door kunststof kozijnen, voorzijde pand, verdwijnen glas-in-lood, omgevingsplan, welstand, welstandsnota, omvang aangevraagde project, aanvraag, bouwtekeningen, wijziging van ondergeschikte aard, geen onderdeel verleende omgevingsvergunning, redelijke eisen van welstand, adviezen, verticale roeden, kleurstelling, cultuurhistorische waarden, beschermd stadsgezicht, gevelbeeld, geen concrete aanknopingspunten, geen advies deskundige
* Rechtbank Den Haag 26 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:11077: Awb, Gmw; vovo, plaatsen woonadressen/lijst uitsluitingen parkeervergunningen, toewijzing verzoek, binnenstad, inhoudelijke beoordeling, belangenafweging, bevriezing huidige situatie, geen aanvraag, dezelfde voorwaarden, open sectorgebonden parkeerterreinvergunning, wachtlijst, machtiging, tekenen
* Rechtbank Noord-Holland 30 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5510: Awb, Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten; gedeeltelijke afwijzing aanvraag subsidie, Woonhuisregeling, in stand houden rijksmonument, kostenposten funderingsherstel, Leidraad, inspectierapport, technische of fysieke staat, deskundige persoon of instantie, RCE, technische noodzaak, scheefstand, scheurvorming, Bouwbesluit, evenwichtstoestand, Besluit bouwwerken leefomgeving
* Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 augustus 2025, ECLI:NL:OGEABES:2025:164: Wet vrom BES; weigering bouwvergunning, berging met twee verdiepingen, vloeroppervlakte, Ruimtelijke Ontwikkelingsplan Bonaire, meetvoorschriften, limitatief-imperatief stelsel weigeringsgronden, Bouwbesluit BES, nota van toelichting, minimale wandhoogte, informele regel, eilandsbesluit, rechtszekerheidsbeginsel
Rechtbank Overijssel 4 september 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:3197: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning realiseren biologische varkenshouderij, verbouwen bestaande stal, activiteiten bouwen en OBM, onderdeel 7/artikel 2 bijlage II Bor, termen ‘kozijn’, kozijninvulling’ en ‘gevelpaneel’/niet gedefinieerd, jurisprudentie, Nederlandse encyclopedie, Van Dale, aantal dierplaatsen, melding Activiteitenbesluit, Nbw-vergunning, Wnb-vergunning, ammoniakdepositie, onlosmakelijke samenhang

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3041: Awb, Wro; bpl, resomeercentrum met bijbehorend herdenkingsbos, Wet op de lijkbezorging, strijd met de wet, bouw huisvesting internationale werknemers, begrip “short stay”, maximaal toegestane verblijfsduur, herstelbesluit, wezenlijk ander plan, afdeling 3.4 Awb, aard en omvang, geen vorm van lijkbezorging, plan makt minder mogelijk, intensiever gebruik, aula, bezoekersruimte, ladder voor duurzame verstedelijking, nieuwe stedelijke ontwikkeling, kwantitatieve behoefte, kwalitatieve behoefte, akoestisch onderzoek, woon- en leefklimaat, VNG-brochure, richtafstanden, maximale planologische mogelijkheden, beperking bestaande woningen, bronvermogen, rekenmodel, geluidreflecties, bodemgebieden, maximaal geluidniveau, representatieve bedrijfssituatie, verkeer en parkeren, landschappelijke inpassing, relativiteitsvereiste, nieuwe beroepsgronden, efficiënte geschilbeslechting, rechtszekerheid, einduitspraak na tussenuitspraak
6.3. Naar het oordeel van de Afdeling is geen sprake van een aanpassing die naar aard en omvang zodanig is dat moet worden geoordeeld dat een wezenlijk ander plan voorligt. Daarbij acht de Afdeling van belang dat het herstelbesluit geen vorm van lijkbezorging toestaat en in zoverre minder mogelijk maakt dan het vorige plan. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het plangebied zodanig intensiever zal worden gebruikt dat dat maakt dat sprake is van een wezenlijk ander plan. De raad heeft toegelicht dat opnieuw wordt uitgegaan van twee aula’s en dat de omvang van de bezoekersruimte en het mortuarium overeen komen. Uit de plantoelichting bij het te vernietigen besluit blijkt namelijk dat voor de technische resomeerruimte als minimaal noodzakelijk oppervlak 250 m2 was ingeschat. De Afdeling ziet geen aanleiding voor de vrees dat het uitvaartcentrum intensiever kan worden gebruikt omdat de oppervlakte die was gereserveerd voor de technische resomeerruimte nu ook ten behoeve van de aula of de bezoekersruimte kan worden ingezet. Nu naar het oordeel van de Afdeling geen sprake is van een wezenlijk ander plan, hoefde de raad afdeling 3.4 van de Awb niet toe te passen op de voorbereiding van het herstelbesluit. Het betoog slaagt niet.
7.4. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de ruimtelijke uitstraling daarvan, moet de ontwikkeling van het uitvaartcentrum naar het oordeel van de Afdeling worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.
8.5. De Afdeling ziet in wat Akarton B.V. heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat een bronvermogen van 65 dB(A)/m2 een onderschatting is van de maximaal planologische mogelijkheden. Daarbij acht de Afdeling van belang dat uit de memo “Akoestisch onderzoek: reactie op second opinion Peutz” van WSP (hierna: de reactie op de contra-expertise) blijkt dat deze geluidsemissie leidt tot een langtijdgemiddelde geluidbelasting van 61 tot 63 dB(A) bij de reeds aanwezige, dichterbij Akarton B.V. gelegen woningen. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat een geluidsemissie van 65 dB(A)/m2 een ruime overschatting is die feitelijk niet kan plaatsvinden, omdat de bestaande woningen in dat geval al beperkend zijn.

* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3051: Awb, Wro; bpl, recreatieterrein met natuurhuisjes, nieuw horecagebouw, realisatie natuur, ontvankelijkheid beroep, geen zienswijze, Varkens in Nood-jurisprudentie, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, statuten, algemene statutaire doelstelling, feitelijke werkzaamheden, voeren juridische procedures, geen belanghebbende, beroep niet-ontvankelijk
2.3. Naast deze algemene statutaire doelstelling van de stichting is, om te kunnen bepalen of haar belang rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit, van belang of de stichting met het oog op de behartiging van haar doelstelling feitelijke werkzaamheden verricht in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, onder meer de uitspraak van 26 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2116, moet bij de beoordeling of een belangenorganisatie feitelijke werkzaamheden verricht, worden uitgegaan van de feitelijke werkzaamheden die de belangenorganisatie heeft verricht tot uiterlijk de dag voor het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld. Daarbij geldt dat aan de werkzaamheden verricht in het jaar vóór het instellen van beroep het meeste gewicht toekomt, maar dat ook werkzaamheden langer dan een jaar geleden van belang kunnen zijn als de continuïteit van de activiteiten ter beoordeling voorligt. Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3431, onder 2.4. Verder geldt dat het alleen voeren van juridische procedures tegen besluiten niet kan worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Ook werkzaamheden die verband houden met het voeren van juridische procedures, zoals het indienen van zienswijzen over ontwerpbesluiten, het vergaren van informatie ten behoeve van bestuursrechtelijke procedures en het via de website informeren van derden over aanhangige of afgeronde procedures, zijn geen feitelijke werkzaamheden. Zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1835, 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:373, en 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:808.

* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3024: Awb, Wro; bpl, woningbouw, ontvankelijkheid beroep, werkgroep, ondertekening beroepschrift, lijst met handtekeningen, betrekken omgeving, maatschappelijke uitvoerbaarheid/plantoelichting, vormvrije m.e.r.-beoordeling, cumulatie, concreet en voorzienbaarheid, geen belangrijke nadelige milieueffecten, masterplan, bouwhoogte, bomeneffectanalyse, soort dak, zicht monumentale gevels kerk, VNG-brochure, relativiteitsvereiste, bezonning, bezonningsstudie, parkeren, planregeling, aanvraag omgevingsvergunning, aantal parkeerplaatsen, gemeentelijke nota parkeernormen, parkeerbehoefte
6.2. Naar het oordeel van de Afdeling volstaat de in de m.e.r.-beoordeling opgeschreven reden waarom niet nader is gekeken naar cumulatie van de ontwikkeling uit het masterplan en de ontwikkeling die het bestreden plan mogelijk maakt, niet. In het masterplan worden namelijk de toekomstplannen voor de wijk “Heechterp” beschreven. Deze plannen zijn vervolgens uitgewerkt in het bestemmingsplan “Heechterp”. Het bestemmingsplan “Heechterp” is bij besluit van 27 september 2023 vastgesteld. Het bestreden plan is bij besluit van 24 januari 2024 vastgesteld. Dat betekent dat deze ontwikkeling ten tijde van de vaststelling van het bestreden plan concreet en voorzienbaar was. Voor zover er in de vormvrije m.e.r.-beoordeling vanuit is gegaan dat nog niet was gestart met de ontwikkelingen uit het masterplan, merkt de Afdeling op dat [appellant A] e.a. in hun beroepschrift hebben opgemerkt dat de werkzaamheden al in 2023 zijn begonnen. De raad heeft op de zitting toegelicht waarom in zijn ogen geen sprake is van cumulatie. Voor het bestemmingsplan “Heechterp” is namelijk, net als voor het bestreden plan, een vormvrije m.e.r.-beoordeling verricht. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling”, behorende bij het bestemmingsplan “Heechterp, staat dat als gevolg van deze ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn. Nu in beide vormvrije m.e.r.-beoordelingen wordt geconcludeerd dat geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn, stelt de raad zich op het standpunt dat, ook als de ontwikkelingen cumulatief zouden worden bekeken, er nog steeds geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. [appellant A] e.a. hebben dat standpunt van de raad niet bestreden. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat belangrijke nadelige milieueffecten door cumulatie kunnen worden uitgesloten. Het betoog slaagt niet.

* ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3053: Awb, Wro; bpl, actualisering planologisch regime bedrijventerrein, nieuwe ontwikkelingen, recyclingbedrijf, maximale bouwhoogte, beperking in bouwmogelijkheden, geen bouwplannen, concreet bouwinitiatief, flexibiliteit, vorige bpl, rechtszekerheid planregeling, nadere eisen, objectieve begrenzing, afbreuk algemene bouw- en gebruiksmogelijkheden, aanlegvergunning, normale onderhoud, normale exploitatie, bouwhoogte bedrijfsschoorstenen, bouwafstand, bestaand legaal gebouw, archeologische dubbelstemming, archeologisch rapport, afkoppeling regenwater, tussenuitspraak
9.2. Over de dubbelbestemming “Waarde —Archeologie” overweegt de Afdeling dat de raad aan de hand van de verwijzing naar beleid niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij tot de conclusie is gekomen dat de eis in artikel 7.2.1 van de planregels van een archeologisch rapport door Kargro overeenkomstig beleid ruimtelijk aanvaardbaar is. De raad heeft zijn onderzoeksplicht daarmee ten onrechte naar een toekomstig moment, en naar Kargro als potentiële aanvrager om een omgevingsvergunning voor bouwen doorgeschoven. De raad heeft daarmee ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom de toevoeging van de dubbelbestemming in het bestemmingsplan ten opzichte van het oude bestemmingsplan gerechtvaardigd is. Het plan is daarom op dit punt niet met de daarvoor vereiste zorgvuldigheid voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht vastgesteld. Het betoog slaagt.
10.2. De raad heeft met alleen de verwijzing naar zijn rioleringsbeleid naar het oordeel van de Afdeling de nieuwe eis voor hemelwater ten opzichte van het oude bestemmingsplan niet deugdelijk gemotiveerd. Dat de raad heeft toegelicht dat dat het afkoppelen van hemelwater op eigen terrein te maken heeft met hevige regenval, leidt niet tot een ander oordeel. De raad heeft namelijk niet voldoende de feitelijke situatie op het terrein onderzocht en ten onrechte niet bij zijn belangenafweging betrokken. Daarmee is niet zorgvuldig onderzocht of de afkoppeling van hemelwater op het perceel van Kargro mogelijk is. Bovendien is niet onderzocht of voor dit perceel afwijking van het rioleringsbeleid passend is door het afvoeren van water op de Winnerstaatlossing. Het plan is daarom op dit punt niet met de daarvoor vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Het betoog slaagt.

*
ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3018: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verwijderen en verwijderd houden, tuinhuis en hekwerk, zonder omgevingsvergunning, vergunningvrij, achtererfgebied, onderdeel erf, inrichting als erf, geen verbod of beperking aanbrengen buiteninrichting, plantoelichting, hoogte, meetmethode bijlage II van het Bor, nieuw recht, omgevingsplan, meetmethode, afzien handhaving, geringe overtreding, gelijkheidsbeginsel, prioritering (Rb Den Haag 24/8796)
6.1.4. De Afdeling komt tot het oordeel dat de gronden waarop het tuinhuis staat met de bestemming “Tuin – Oeverzone” onderdeel zijn van het erf en daarmee achtererfgebied zijn, als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Bor. Dit betekent dat artikel 2 van bijlage II van het Bor in beginsel daarop van toepassing is. De Afdeling overweegt in dat verband dat de planregels niet in de weg staan aan de mogelijkheid de gronden met de bestemming “Tuin – Oeverzone” in te richten als erf. Het enkel in de planregels niet toestaan van gebouwen op deze gronden, acht de Afdeling daarvoor onvoldoende. De gronden mogen op grond van de planregels namelijk gebruikt worden als tuin ten behoeve van de woning en de bestemming is daarmee gerelateerd aan het hoofdgebouw. Ook zijn er, hoewel beperkt, ter plaatse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan aan de woning. Verder is in het plan geen verbod of beperking opgenomen voor het aanbrengen van normale bij de woning behorende buiteninrichting, zoals bijvoorbeeld terrasverharding, siertuin of vijverpartijen. De gronden mogen daarom naar het oordeel van de Afdeling feitelijk worden ingericht ten dienste van de woning. Dat in de plantoelichting staat dat de gronden met de bestemming “Tuin – Oeverzone” niet beschouwd worden als “erfgebied” in de zin van het Bor, doet hier niet aan af, alleen al niet omdat de plantoelichting geen juridisch bindend onderdeel is van het bestemmingsplan. Voor de vraag of de inrichting van de gronden als erf is verboden, zijn de planregels bepalend. Zoals hiervoor overwogen, zijn de planregels duidelijk en wordt de inrichting als erf daarin niet verboden. Tot slot ziet de Afdeling in de uitspraak van 3 juli 2024 waar het college naar verwijst ook geen aanleiding voor een ander oordeel. In die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat met een planregeling waarin was opgenomen dat delen van een perceel niet als achtererfgebied worden aangemerkt, de inrichting van die gronden als erf niet was verboden. In deze procedure gaat het niet om een vergelijkbare planregeling. Het betoog slaagt in zoverre.
6.2.3. De Afdeling overweegt dat het college terecht de meetmethode uit het bijlage II van het Bor heeft gebruikt. Metingen in het kader van de beoordeling of een bouwwerk vergunningvrij is op grond van het Bor, moeten verricht worden volgens de meetmethode beschreven in artikel 1, tweede lid, van bijlage II van het Bor, tenzij anders is bepaald. [appellanten] stellen zich overigens ook zelf op het standpunt dat de planregels niet van toepassing zijn, omdat die het tuinhuis niet toestaan. In dit geval gaat het om het meten van de hoogte van het tuinhuis voor de beoordeling of wordt voldaan aan de voorwaarde uit artikel 2, aanhef en onderdeel 3, onder b, en onder 1°, van bijlage II van het Bor. In dat artikel is niet bepaald dat een andere meetmethode gebruikt moet worden. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1253, onder 3.1.
7.1. Uit de uitspraak van de Afdeling van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2645, volgt, kortgezegd, dat als het tuinhuis onder nieuw recht, dat wil zeggen het recht zoals dat geldt vanaf 1 januari 2024, wel vergunningvrij zou zijn, het college om die reden alsnog niet bevoegd zou zijn om handhavend op te treden. De Afdeling stelt evenwel vast dat artikel 22.36, aanhef en onder a, onder 2, in samenhang gelezen met artikel 22.27, onder a, van de regels van het omgevingsplan, dezelfde strekking heeft als artikel 2, aanhef en onderdeel 3, onder b, van bijlage II van het Bor. Daarnaast is de meetmethode, opgenomen in artikel 22.24, eerste lid, van de regels van het omgevingsplan, hetzelfde als de meetmethode uit bijlage II van het Bor. Gelet op het oordeel onder 6.2.6 en 6.3 overweegt de Afdeling daarom dat het tuinhuis evenmin voldoet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen en het in stand houden van bijbehorende bouwwerken uit artikel 22.36, aanhef en onder a, onder 2, van de regels van het omgevingsplan. Het tuinhuis mocht dus ook niet op grond van het nieuwe recht zonder omgevingsvergunning gebouwd worden. Het betoog slaagt niet.
8.2.1. Gelet op wat hiervoor is overwogen onder 6.3 en 7.1, mocht het tuinhuis niet zonder omgevingsvergunning worden gebouwd op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van bijlage II van het Bor. De Afdeling overweegt dat het zonder de benodigde omgevingsvergunning bouwen van een bouwwerk geen geringe overtreding is. Dat de maximale bouwhoogte om vergunningvrij te kunnen bouwen met slechts 0,28 m wordt overschreden, maakt dit niet anders. Nu artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo is overtreden en, zoals hiervoor overwogen onder 8.1, met handhaving van de wet het algemeen belang is gediend, ziet de Afdeling in de gestelde omstandigheid dat het tuinhuis geen hinder zou veroorzaken, wat daar ook van zij, geen reden dat het college had moeten afzien van handhaving. Voor zover [appellanten] aanvoeren dat het laten verwijderen van het tuinhuis financiële gevolgen met zich brengt, overweegt de Afdeling dat zij op eigen risico het tuinhuis hebben gebouwd zonder de daarvoor benodigde vergunning. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4174, onder 11.1. (…)

Rechtbank Noord-Nederland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1847: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning plaatsen geluidscherm, padelbanen, sportpark, vergunde activiteit, aanlegactiviteiten, omgevingsplanactiviteit, geen vergunningplicht, geen belang bij schorsing, bestemmingsomschrijving, zelfstandige bouwkundige voorziening, bopa, Besluit kwaliteit leefomgeving, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, technische bouwactiviteit, Besluit bouwwerken leefomgeving, afwijzing verzoek
7.1 Volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het bestemmingsplan “Buitenwoel”) geldt op het perceel de bestemming “Sport”. Op grond van artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor binnen- en buitensportvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen en water. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter valt het plaatsen van het geluidscherm niet onder de bestemmingsomschrijving, als bedoeld in artikel 13.1 van de planregels, omdat het geluidscherm niet kan worden aangemerkt als een binnen- en buitensportvoorziening of een speelvoorziening. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeksters er in dit verband terecht op wijzen dat het geluidscherm een zelfstandige bouwkundige voorziening is die erop gericht is om de milieugevolgen van het sportpark richting de omgeving te beperken en niet op het faciliteren van de sportbeoefening zelf. Gelet op de strijdigheid met artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan is voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid en onder a, van de Ow. Omdat sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt daarbij gelet op artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.2 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is voor het plaatsen van het geluidscherm geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid en onder a, van de Ow, vereist. De vergunningplicht geldt zoals gezegd alleen voor in het Bbl aangewezen bouwwerken. Uit artikel 2.26, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bbl volgt dat er geen omgevingsvergunningplicht geldt voor een bouwwerk zonder dak dat niet hoger is dan 5 meter. Verder is geen sprake van een erf- of perceelafscheiding, waarvoor ingevolge artikel 2.26, tweede lid, aanhef en onder c, van het Bbl een vergunning is vereist als de afscheiding hoger is dan 2 meter. Daarbij wordt verwezen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:410.

* Rechtbank Gelderland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3759: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, maken of voeren handelsreclame en afwijken bpl, aanleg drie padelbanen met reclame, stukken buiten beschouwing, tiendagentermijn, uitleg bpl, padel/lawaaisport, geen definitie, toelichting, Van Dale, voorbeelden, hinderlijkheid, bronvermogen, maximale geluidniveau, schematische vergelijking, gemiddeld geluidniveau, normaal spraakgebruik, ruimtelijke aanvaardbaarheid
5.1. Het college stelt zich op het standpunt dat padel geen lawaaisport is. Omdat lawaaisport niet in het bestemmingsplan is gedefinieerd, heeft het college aansluiting gezocht bij het normaal spraakgebruik. In het “Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal” (Van Dale) is lawaaisport gedefinieerd als: een sport waarbij veel lawaai wordt gemaakt (zoals motorcross en autosport). Volgens het college wordt deze definitie nader ingekleurd door definities die in de (ruimtelijke ordenings)praktijk gebruikt worden. Het college heeft daarom ook gekeken naar begripsomschrijvingen van de VNG en Infomil. De VNG omschrijft lawaaisport als: “de autosport, de motorsport, de modelvliegsport, karting en soortgelijk geluid producerende sporten”. Volgens de uitleg van Infomil horen bij lawaaisporten ook sporten waarbij explosies in de vorm van schieten voorkomen: “lawaaisporten zijn bijvoorbeeld schietsporten, zoals kleiduifschieten, motor- en autocross of modelvliegen”. Volgens het college zijn de voorbeelden van Van Dale niet-limitatief, maar het college vindt dat er wel belang moet worden gehecht aan de voorbeelden. De genoemde sporten zijn namelijk sporten waarbij hulpmiddelen (denk aan motoren) worden gebruikt. Padel is een sport die volledig met behulp van spierkracht wordt uitgeoefend. Volgens het college ligt dat in lijn met sporten als honkbal, hockey, tennis, golf en voetbal. De opvatting dat padel meer vergelijkbaar is met tennis dan met één van de genoemde voorbeelden van lawaaisporten, wordt volgens het college ook gedeeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Het college verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1746.
5.2. Het college stelt zich verder op het standpunt dat het oordeel van de voorzieningenrechter dat bij 91 dB(A) sprake is van onaangenaam en hard geluid niet juist is. Het bronvermogen van padel is niet doorslaggevend om tot de conclusie te komen dat padel een lawaaisport is. Er moet volgens het college ook gekeken worden naar de immissie en niet alleen naar de emissie. De emissie (het bronvermogen) wordt gebruikt om onder andere de immissie te berekenen. Dat is gedaan met het akoestisch onderzoek. In het akoestisch onderzoek is aangetoond dat door het plaatsen van een geluidsscherm de situatie voldoet aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. De immissiewaarde voldoet dus aan de wet- en regelgeving en het bronvermogen wordt enkel als rekenmiddel gebruikt. Als er wel naar het bronvermogen wordt gekeken, dan is padel volgens het college ook niet te kwalificeren als lawaaisport. Daarvoor verwijst het college naar de onderstaande schematische weergave:
Bijlage schematische vergelijking bij verweerschrift
5.3. Op de plek waar de padelbanen zijn gepland, geldt “Bestemmingsplan Noord” met de bestemming “Sport-1”. Die gronden zijn bestemd voor “sportvoorzieningen” en “vrijetijdsvoorzieningen” en het is verboden deze gronden te gebruiken of laten gebruiken voor en/of als “lawaaisporten”.
5.4. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld hoe lawaaisport moet worden uitgelegd. In de planregels is geen definitie opgenomen van het begrip “lawaaisporten”. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan volgt ook niet wat kan worden verstaan onder “lawaaisporten”. De stelling van het college dat betekenis toekomt aan het begrip uit het vorige bestemmingsplan vanwege de conserverende aard van het geldende bestemmingsplan, volgt de rechtbank niet. Dat een bestemmingsplan in algemene zin conserverend van aard is, betekent namelijk niet dat de planwetgever ook specifieke bestemmingsplanbegrippen heeft willen overnemen. In dat geval had het op de weg van de gemeenteraad gelegen om daarover een bestemmingsplanbegrip op te nemen.
5.5. Dit betekent dat aansluiting moet worden gezocht bij het algemene spraakgebruik. In dat geval kan volgens vaste rechtspraak van de Afdeling worden gekeken naar de betekenis in de Van Dale. De Van Dale definieert lawaaisport als “sport waarbij veel lawaai wordt gemaakt (zoals motorcross en autosport)”. Hoewel de voorbeelden uit de Van Dale niet limitatief zijn, begrijpt de rechtbank hier wel uit dat het moet gaan om een sport waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd. Dat geluid moet zodanig zijn dat er lawaai wordt gemaakt. De Van Dale definieert lawaai als “hard, onaangenaam geluid”. Dat padel als hinderlijk wordt ervaren, betekent niet dat er ook sprake is van lawaai. Anders dan de voorzieningenrechter is de rechtbank daarom van oordeel dat padel geen lawaaisport is. Het is daarom ook niet in strijd met de regels van het bestemmingsplan.
5.2. Op de zitting is uitvoerig gesproken over het bronvermogen en het maximale geluidniveau van padel. Volgens eisers heeft het college in het verweerschrift het gemiddelde geluidniveau van padel vergeleken met geluidbronvermogens van een crossmotor, schietsport en een modelvliegtuig. Dat is volgens eisers een verkeerde vergelijking, omdat padel een hoge slagfrequentie heeft van 30 tot 40 slagen per minuut met meer dan 108 dB(A) per slag. Dat had het college volgens eisers ook moeten verwerken in de tabel. De rechtbank stelt vast dat het college in de schematische vergelijking is uitgegaan van het gemiddeld geluidniveau. Daarin is padel te vergelijken met bijvoorbeeld hockey of voetbal. Volgens normaal spraakgebruik worden die sporten ook niet als lawaaisport beschouwd. Ook in het bronvermogen van padel ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat padel een lawaaisport is.

Rechtbank Rotterdam 4 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5803: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, realiseren aanbouw, dakterras en dakopbouw/zonder omgevingsvergunning, rechtszekerheid, artikel 7:11 Awb, heroverweging, verslag hoorzitting, overtreding, omgevingsplan, bestuurlijke sanctiebesluiten, luchtfoto’s, vergunningvrij/Wabo, bouwlagen, constateringsrapport, geen vergunning van rechtswege, Besluit bouwwerken leefomgeving, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, gelijkheidsbeginsel, formulering last
5.2. Gelet op het overgangsrecht met betrekking tot bestuurlijke sanctiebesluiten, zoals opgenomen in artikel 4.14 van de Invoeringswet Ow, zijn de Ow en de daarbij behorende omgevingsrechtelijke regels van toepassing, tenzij er sprake is van een activiteit die vóór de inwerkingtreding van de Ow zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van de Ow voor die activiteit een verbod als bedoeld in artikel 5.1 van de Ow van toepassing wordt. In dat geval geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van de Ow een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van de Ow. Zie artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet. De rechtbank stelt vast dat uit de door het college overgelegde luchtfoto’s blijkt dat de aanbouw, het dakterras en de dakopbouw tussen 2021 en 2022 zijn gebouwd. De rechtbank ziet zich gelet op het overgangsrecht dan ook eerst voor de vraag gesteld of de aanbouw, het dakterras en de dakopbouw vergunningsvrij waren onder de Wabo.
5.3. Op grond van artikel 2, aanhef en derde lid, onder a, onder 2°, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (het Bor) is een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de Wabo niet vereist, indien deze activiteiten betrekking hebben op een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied, voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger is dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. Op grond van artikel 2, aanhef en derde lid, onder d, van bijlage II van het Bor mag de ligging van het verblijfsgebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag gelegen zijn. Op grond van artikel 2, aanhef en derde lid, onder e, van bijlage II van het Bor mag het bijbehorend bouwwerk ook niet zijn voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte. De te beoordelen situatie ziet er als volgt uit:
5.4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich gelet op voornoemde bepalingen uit het Bor op het standpunt kunnen stellen dat de aanbouw, die zich bevindt op souterrain en bel-etage niveau, kan worden aangemerkt als twee bouwlagen in de zin van artikel 1.21 van de planregels nu de aanbouw tussen twee opeenvolgende vloeren is gelegen en het voor een verblijf geschikt deel van het gebouw is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het college onbetwist heeft gesteld dat de aanbouw op souterrain niveau niet als “souterrain” als bedoeld in artikel 1.55 van de planregels kan worden gedefinieerd nu de volledige hoogte van het souterrain zich bovengronds bevindt. Uit de foto’s bij in het constateringsrapport van 12 februari 2024 (het constateringsrapport), opgesteld naar aanleiding van een inspectie op 5 januari 2024, blijkt dat er zowel op de bouwlaag ‘aanbouw op souterrain niveau’ als op de bouwlaag ‘aanbouw op bel-etage niveau’ verblijfsgebieden zijn, namelijk een slaapkamer en een verblijfsruimte. Verder volgt uit die foto’s dat de totale aanbouw hoger reikt dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanbouw, het dakterras en de dakopbouw in strijd zijn met artikel 2, aanhef, derde lid, onder a, onder 2, en onder d, en onder e van het Bor en zodoende niet vergunningsvrij onder de Wabo. Dit betekent dat er geen vergunning van rechtswege is ontstaan onder het overgangsrecht van de Ow en dat de Ow en de daarbij behorende omgevingsrechtelijke regels van toepassing zijn. Dit leidt tot het navolgende.
5.5. Op grond van artikel 22.26 van het omgevingsplan is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit bouwwerken te verrichten.
Uit artikel 22.27, eerste lid, onder a, van het omgevingsplan volgt dat in uitzondering hierop een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan mag worden gebouwd, in stand gehouden en gebruikt worden zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: op de grond staand, gelegen in het achtererfgebied, op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, niet hoger dan 5 m, de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag, en niet voorzien van een dakterras, balkon of andere nieuwe op de grond gelegen buitenruimte.
5.6. Zoals hiervoor onder 5.4 is overwogen is op de tweede bouwlaag, de aanbouw op niveau bel-etage, een verblijfsgebied gelegen. Verder is de aanbouw voorzien van een dakterras en is de dakopbouw niet een op de grond staand bouwwerk. De aanbouw, het dakterras en de dakopbouw zijn op grond van artikel 22.27 van het omgevingsplan dus niet vergunningsvrij voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Ook is niet gebleken dat er sprake is van een vergunningsvrije omgevingsplanactiviteit op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Eisers betwisten niet dat er sprake is van een overtreding van artikel 17.2.3, onder b en c, en artikel 37.4 van het bestemmingsplan “Liskwartier”. Dat betekent dat er sprake is van een overtreding van de planregels op grond waarvan het college bevoegd is om handhavend op te treden. De beroepsgrond slaagt niet.

* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 1 mei 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1194: Sr, Wed, Brzo, Wm, Arbeidsomstandighedenwet; ontvankelijkheid beroep, beschermde vrijspraken, stoffen, gasexplosie, exploitant inrichting, treffen maatregelen, voorkomen zware ongevallen, bewijsmiddelen, bewijsoverwegingen, (bestuursrechtelijke) rechtspraak, vlampunt, Atex-richtlijn, Arbobesluit, toezichthouder, arbeidsinspectie, bevel/formele rechtskracht, afvul- of overslagwerkzaamheden, gevarenzone 1, reëel en voorzienbaar risico, voorzorgsmaatregelen, explosieveilige apparatuur, uiterst toxische stof, operator, opzet, feitelijk leidinggeven, strafbaarheid verdachte, op te leggen straf
Ad 1)
De stelling van de verdediging dat er door de werkwijze van [bedrijf 1] geen sprake was van enig explosiegevaar, volgt het hof evenals de rechtbank niet. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen blijkt dat rond de emissiepunten bij het toevoegen van stoffen aan en het afvullen van reactor 2 in productiehal P1 sprake was van gevarenzone 1 zoals omschreven in het explosieveiligheidsdocument van 28 maart 2014. Het ontstaan van een explosieve atmosfeer is bij het gebruik van de stoffen zoals in de tenlastelegging opgenomen een reëel en voorzienbaar risico dat tot een zwaar ongeval kon leiden, te meer nu het vermengen en vervolgens afvullen van de betreffende stoffen een regulier onderdeel van het bedrijfsproces was. Dat bij de vermenging en de emissie naar de lucht volgens de verdediging bijna niet voorkwam, betekent dan ook niet dat geen maatregelen dienden te worden getroffen voor het geval die emissie – door welke technische of menselijke onvolkomenheid dan ook – wél zou plaatsvinden. Een werkgever dient er rekening mee te houden dat er fouten kunnen worden gemaakt of kunnen optreden. Het nemen van voorzorgsmaatregelen om de gevolgen van die fouten zo klein mogelijk te houden, is juist bij een BRZO-bedrijf essentieel. Onder die omstandigheden was [bedrijf 1] verplicht om te zorgen voor explosieveilige apparatuur. Daar is [bedrijf 1] in het explosieveiligheidsdocument ook expliciet op gewezen. Desondanks werd in de tenlastegelegde periode van 8 juli 2015 tot en met 28 februari 2018 met een niet-explosieveilige ventilator, puntafzuiging en weegschaal gewerkt. Gelet op de aanwezigheid van potentiële ontstekingsbronnen in een gebied waar een explosieve atmosfeer kon ontstaan, bestond het risico op een zwaar ongeval. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat [bedrijf 1] redelijkerwijs gehouden was maatregelen te treffen ter voorkoming van een zwaar ongeval. [bedrijf 1] heeft dit achterwege gelaten. Door geen gebruik te maken van explosieveilige apparatuur heeft [bedrijf 1] niet de noodzakelijke maatregelen getroffen ter voorkoming van zware ongevallen. Het hof merkt nog op dat niet is vereist dat vaststaat dat elk willekeurig incident zonder meer zou uitgroeien tot een zwaar ongeval of dat er daadwerkelijk een incident is geweest. Het gaat immers bij artikel 5, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen [hierna: Brzo] om het antwoord op de vraag of de noodzakelijke maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van zware ongevallen.

* Rechtbank Den Haag 1 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:11003: Awb, Wabo; aanvraag omgevingsvergunning legalisering dakterras, buiten behandeling gesteld, belanghebbende, niet kan worden verwezenlijkt, proces-verbaal zitting kantonrechter, toestemming eigenaren, akte van splitsing, privaatrechtelijke belangen derden, aanvraag in behandeling nemen, handhaving, dwangsom, overtreding, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, geen ontvankelijke aanvraag, evidente privaatrechtelijke belemmering, nader onderzoek, invordering, controlerapport, foto’s, geen overtreding
5.3. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat bij de beoordeling van de belanghebbendheid de hoofdregel geldt dat degene die een verzoek om vergunning indient, in beginsel wordt verondersteld belanghebbende te zijn bij een beslissing op het verzoek. Dit kan anders zijn als het verzoek om het verlenen van een vergunning betrekking heeft op gronden die bij een ander in eigendom zijn of waarop een ander zakelijke rechten heeft. Als aannemelijk is gemaakt dat de voorgenomen activiteit niet kan worden verwezenlijkt omdat de rechthebbende hiervoor geen toestemming wil geven en er geen mogelijkheid bestaat om de activiteit te verwezenlijken tegen de wens van de rechthebbende in, dan is de verzoeker geen belanghebbende. In dat geval is het verzoek om vergunning geen aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1232.
5.4. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie zich hier niet voordoet. Eiser heeft in dit verband terecht gewezen op onder meer het proces-verbaal van een zitting bij de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 5 juli 2022, waaruit volgt dat de eigenaren van de woning aan de [adres 1] toestemming verlenen voor de aanleg en het gebruik van het reeds gerealiseerde dakterras op hun uitbouw. Ook in de akte van splitsing van 26 oktober 2022 wordt bevestigd dat de eigenaren van de uitbouw de aanwezigheid van het dakterras accepteren. Dat betekent dat niet aannemelijk is geworden dat het dakterras niet kan worden gelegaliseerd omdat de rechthebbenden op de uitbouw hiertegen bezwaar hebben. Het college heeft dan ook ten onrechte aangenomen dat eiser geen belanghebbende is bij zijn verzoek om een omgevingsvergunning voor het dakterras.
5.4.1. Voor zover het college meent dat het dakterras te dicht op de erfgrens is gerealiseerd en dat hiervoor daarom de instemming van omwonenden is vereist, leidt dit niet tot een ander oordeel. De vraag of sprake is van privaatrechtelijke belangen van derden die eraan in de weg kunnen staan dat een omgevingsvergunning voor het dakterras wordt verleend, dient het college te beantwoorden bij de beoordeling van de aanvraag voor die omgevingsvergunning. Daartoe zal het college deze aanvraag dus eerst in behandeling moeten nemen. Bij de beoordeling van de aanvraag zal het college acht moeten slaan op de door eiser overgelegde documenten waaruit volgens hem blijkt dat de betrokken omwonenden akkoord zijn met de realisatie van het dakterras. Het betoog van eiser slaagt.
8.3. Het geschil spitst zich toe op de vraag of er sprake is van concreet zicht op legalisatie. Bij strijd met het bestemmingsplan bestaat concreet zicht op legalisatie, als er een ontvankelijke aanvraag is ingediend en het college bereid is de gevraagde afwijking van het bestemmingsplan toe te staan. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1691. Die situatie doet zich hier niet voor. In beginsel volstaat het feit dat het college niet bereid is om een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan te verlenen voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, namelijk als op voorhand duidelijk is dat het standpunt om niet mee te werken aan legalisatie rechtens niet houdbaar is. De weigering om planologische medewerking te verlenen moet zeer terughoudend worden getoetst. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5796.
8.4. De rechtbank is van oordeel dat het college in dit geval onvoldoende heeft gemotiveerd dat concreet zicht op legalisatie ontbreekt. Hierboven is onder 5.5 overwogen dat het college de aanvraag van eiser voor een omgevingsvergunning voor het dakterras ten onrechte niet in behandeling heeft genomen. Dat ten tijde van het besluit op bezwaar geen ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning was ingediend, kan eiser daarom niet worden tegengeworpen. Het college heeft verder ter zitting bevestigd dat – als de aanvraag om een omgevingsvergunning inhoudelijk zou zijn beoordeeld – de enige reden om géén omgevingsvergunning te verlenen zou zijn gelegen in het ontbreken van de toestemming van de omwonenden. Dat betekent dat het college zich op het standpunt stelt dat sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan vergunningverlening in de weg staat. Naar het oordeel van de rechtbank is op voorhand niet zeker of dit standpunt van het college kan worden gevolgd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat een privaatrechtelijke belemmering slechts in de weg kan staan aan de verlening van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan, als deze belemmering evident is. Dat wil zeggen dat zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat voor de bouw van het dakterras de toestemming van een ander is vereist en die ander deze toestemming niet geeft en ook niet hoeft te geven. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1186. Gelet op de door eiser overgelegde stukken waarmee hij zijn standpunt heeft onderbouwd dat de betrokken omwonenden op enig moment hebben ingestemd met de aanwezigheid van het dakterras, is naar het oordeel van de rechtbank twijfelachtig of sprake is van een privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter. Het betoog van eiser slaagt.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Midden-Nederland 1 mei 2026 Omgevingsvergunning milieu, geur, BBT, bewijslast haalbaarheid geurnorm
Rb Gelderland 29 april 2026 Afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, voedselbos, uitleg bestemmingsplan
Rb Oost-Brabant 24 maart 2026 Handhaving, Ow, Bal, niet naleven leaflet, luchtwassysteem, pH-waarde

Mobiele versie afsluiten