Site icoon STAB

Jurisprudentie – week 45

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6509: Awb, Wgh, Wro, Wabo; bpl, hoger geluidgrenswaarden wegverkeerslawaai, detailhandel, bouwmarkt, behoefte, leegstand, bestaand stedelijk gebied, kwalitatieve behoefte, kwantitatieve behoefte, verkeersgeneratie, verkeersintensiteiten, gevolgen voor de verkeerssituatie, LARGAS-aansluiting, geluid, overschrijding voorkeursgrenswaarde, cumulatie, gebrekkigheid rapport, soortenbescherming, bezonning, uitzicht, strijdigheid met omgevingsverordening, Dienstenrichtlijn, evenredigheid, provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, gemeentelijk beleid, omgevingsvergunning
ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6369: Awb, Wabo, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen, recreatiewoning, omgevingsvergunning toegangspad en opstelplaats, afwijking bpl, uitgebreide procedure, bijbehorend bouwwerk, geen sprake van wijziging vergunning t.a.v. aanvraag, ongewenste permanente bewoning, parkeernormen (Rb 25/919 en 25/4121)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6474: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, appartementencomplex, bestaande parkeerkelder, beheersverordening, bouwhoogte, gebruik appartementen intensieve zorg, woon- en leefklimaat, inrichtingsplan, behoefte (Rb Noord-Nederland 25/1483)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6489: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, strandpaviljoen met sanitaire voorziening, vergoeding griffierecht, ongegrond beroep in eerste aanleg, geen gebrek geconstateerd, overschrijding redelijke termijn (Rb Limburg 1/1488, 21/1977, 21/1978, 21/1979, 21/1980, 21/1981 en 21/1982)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6494: Awb, Wm; afwijzing handhavingsverzoek, houtkachel, open vuur,  rook- en stankoverlast, geen overmatige hinder geconstateerd, preventief handhaven, stappenplan STAB, onaangekondigde controles, zelden gebruik houtkachel (Rb Oost-Brabant 22/1019)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6496: Awb, Wro; bpl, bouwvlak vrijstaande woning, niet persoonlijk informeren, perceel zonder bouwvlak, geen deel van plangebied, perceel eiser geen onderdeel van procedure
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6490: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, verbouwen en uitbreiden pand, afwijken bpl, bezonning, afwijking ten aanzien van kapvorm en goothoogte, overschrijding redelijke termijn (Rb Limburg, 23/662)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6498: Awb, Wro, Chw; bpl, 94 woningen, inspraak, strijdigheid met gemeentelijk beleid, beschermd dorpsgezicht, cultuurhistorische waarden, goot- en bouwhoogte
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6508: Awb, TwG; vergoeding mijnbouwschade, boerderij, herstelkosten, beoordelingskader, onvolledig onderzoek, losgekomen achtermuur, definitieve geschilbeslechting (Rb Noord-Nederland 22/3644)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6506: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, uitbreiden terras, plaatsen erfafscheiding, speeltoestel, nieuwe duinrand, type verleende vergunning, nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, overlast voor kampeerterrein, oppervlakte terras, hoogte erfafscheiding, lijn op plankaart (Rb Noord-Nederland 22/3179)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6503: Awb, Wabo; uitblijven bekendmaking van rechtswege verleende omgevingsvergunning bouwen, bedrijfswoning, weigering omgevingsvergunning, vervallen woonfunctie, rijksmonument (Rb Gelderland 23/3425 en 23/8039)
* ABRvS 4 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6507: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, rekening houden met vergunningvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden, gebreken hersteld
ABRvS 3 november 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6450: Awb, Ow; vovo, wijziging omgevingsplan, 16 grondgebonden woningen, 25 zorgwoningen, servituut, verhouding grond en verharding, minimale oppervlakte per woning, onvoldoende motivering
Rechtbank Midden-Nederland 2 november 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7728: Awb, Ow; handhaving, herstelbesluit, gebruik kelder strijd met bpl, parkeren, onvoldoende parkeerplaatsen gerealiseerd, gebrek niet hersteld, geen grondslag voor handhaving, geen nieuw bouwwerk, geen verandering van functie, kelder ten dienste van sportschool, einduitspraak na tussenuitspraak
Rechtbank Noord-Nederland 30 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4650: Awb, Ow; vovo, weigering stellen maatwerkvoorschriften en opleggen last onder dwangsom, grasdrogerij, overgangssituatie, landelijke afspraken, afwijken van adviezen, gerechtvaardigd vertrouwen, overtreding, duidelijkheid last, evenredigheid, hoogte dwangsom, belangenafweging
Rechtbank Oost-Brabant 30 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7673: Awb, Ow; bekrachtigingsverzoek onteigening, noodzaak, ambtshalve basistoets, bedenkingen, onteigeningsbelang, redelijke poging, urgentie
Rechtbank Oost-Brabant 30 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7561: Awb, Ow; bekrachtigingsverzoek onteigening, vormvoorschriften, onteigeningsbelang, noodzaak, urgentie
# Rechtbank Oost-Brabant 30 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7672: Awb, Wabo; 2 wijzigingsvergunningen, mestvergistingsinstallatie, herstelbesluiten, bouwen, afwijken bpl, geen milieueffectrapport, maatwerkvoorschriften, ingebruikname drooginstallatie, geurreductieplan, aanhaakplicht natuur, juiste weergave STAB-advies, kennelijke verschrijving geuremissiewaarde, factor 2 meetonnauwkeurigheid, einduitspraak na tussenuitspraak
Rechtbank Oost-Brabant 29 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7556: Awb, Ow; omgevingsplanactiviteit, bouwen loods, strijdigheid met bestemming, functie glastuinbouw, bebouwing ten behoeve van meer dan één bedrijf, afstand tot perceelsgrens, omgevingsdialoog, zorgvuldigheid aanvraag, tussenuitspraak
Rechtbank Midden-Nederland 29 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7585: Awb, Ow; omgevingsvergunning realiseren opvanglocatie, bopa, verstedelijkingsverbod, reeds bestaande legale bebouwing
Rechtbank Rotterdam 29 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:15024: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning technische bouwactiviteit, maatwerkvoorschrift, funderingsherstel, afgraven in souterrain, geen toetsing aan maatregelen tegen bouwschade
* Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:14848: Awb, Wabo; omgevingsvergunning realiseren nieuw havenkantoor, parkeren, goede ruimtelijke ordening, monumentale waarde, afkalving veengrond, schade door trillingen, archeologie, mer, zorgplicht wateractiviteit
* Rechtbank Rotterdam 28 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14942: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, wijziging gebruik bijgebouw, vergunning verleend tijdens bezwaarprocedure, duur van geldigheid, precedentwerking
Rechtbank Gelderland 28 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8253: Awb, Ow; omgevingsvergunning realisatie huisvesting 128 arbeidsmigranten, 15 jaar, BOPA, ETFAL, kwalificatie tijdelijk, betrokken belangen, juistheid planologische en feitelijke situatie, gebiedstypering, bebouwde kom woongebied, rechtvaardiging aantal arbeidsmigranten, aantasting sociale structuur, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 28 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8252: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, appartementengebouw, bouwplan passend binnen beleid, parkeerbehoefte, flora- en faunaonderzoek, relativiteitsvereiste, bodemonderzoek, alternatief, belangenafweging, balkons in situatietekening, bebouwingsgrens
Rechtbank Overijssel 27 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6478: Awb, Ow; vovo, handhaving, verzoek nieuwe begunstigingstermijn, last onder dwangsom, reduceren concentratie PAK, benzeen, MVP2-stoffen, stillegging productie, aanpassing modaliteit dwangsom, bezig met aanschaf rookgasreinigingssysteem, inregelfase, algemeen belang, uniek en nieuw technologisch systeem
Rechtbank Overijssel 27 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6489: Awb, Ow; vovo, bezwaar niet ontvankelijk, kapvergunning boom, vrees voor schade, beukenboom, 15 meter, spoedeisend belang niet aannemelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:10160: Awb, Ow; vovo, handhaving, gebruik woningen in strijd met bpl, huisvesting arbeidsmigranten, financieel geschil, geen spoedeisend belang, geen evident onrechtmatig besluit
Rechtbank Gelderland 27 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8212: afwijzing handhavingsverzoek, tijdelijke omgevingsvergunning, handhaving, last onder dwangsom, geluidsoverlast, bewoning bedrijfsruimte, gebruik als ontvangstruimte en feestzaal
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:10397: Awb, Wabo, Wbb; vovo, handhavingsverzoek, last onder dwangsom, vleeskalveren- en akkerbouwbedrijf, staat onderhoud, opvangen afstromend water, lozen afvalwater, belangenafweging, inzet tot legaliseren of beëindigen
Rechtbank Midden-Nederland 25 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6980: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning bouwen, BOPA, fietsenberging voortuin woning, rijksbeschermd stadsgezicht, ETFAL, kennelijke verschrijving, gelijkheidsbeginsel
Rechtbank Midden-Nederland 23 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7622: Awb, Ow; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, bouw- en sloopwerkzaamheden, geen werkzaamheden, geen spoedeisend belang
Rechtbank Overijssel 22 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6371: Awb, Ow; handhaving, lasten onder dwangsom, verhuren houseboats in strijd met omgevingsplan en vergunningen, sprake van overtreding, machtscriterium, duidelijkheid last, hoogte dwangsom, evenredigheid
* Rechtbank Noord-Nederland 22 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4626: Awb, TwG; mijnbouwschade, hoogte vergoeding, schades in badkamer, cv-ketelruimte, betonpaden, BTW
* Rechtbank Gelderland 20 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8068: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, appartementencomplex, omvang en volume, parkeren, verkeer, privacy, alternatieven
Rechtbank Midden-Nederland 16 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7074: Awb, Ow; verzoek om bekrachtiging, onteigeningsbeschikking, onteigeningsbelang, urgentie, noodzaak, evenredigheid, eigendommenbeleid, poging tot minnelijke werving
Rechtbank Den Haag 15 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30376: Awb, Ow; niet-ontvankelijkverklaring, omgevingsvergunning veranderen pand, verandering naar 2 woningen, parkeereis, rechtsgevolg bestreden passage, niet in aanmerking komen voor parkeervergunning
* Rechtbank Noord-Holland 15 oktober 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:14847: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, jachtactiviteiten polderterrein, veiligheid, onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen, motivering niet voldoende gebaseerd op feiten en omstandigheden
Rechtbank Den Haag 15 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30372: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning bouwen, veranderen van woning naar 2 woningen, alternatieve parkeeroplossingen, alternatieven geen onderdeel van aanvraag
* Rechtbank Den Haag 14 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:31453: Awb, Wabo; omgevingsvergunning realisatie ontsluitingsweg, deels buiten grondgebied gemeente, bevoegdheid gemeente, verklaring van geen bedenkingen, ruimtelijke gevolgen betrokken bij bpl, onderbouwing afwijken bpl
* Rechtbank Gelderland 9 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8330: Awb, Waterwet; niet-ontvankelijk verklaren bezwaar, overschrijding termijn, afwijzing handhavingsverzoek, PFAS-lozing zonder vergunning, inwerkingtreding vergunning, verschoonbaarheid bezwaartermijn, derde-belanghebbendheid, indirecte lozing
* Rechtbank Gelderland 29 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8093: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, gebruik tuin, strijdigheid met bpl, gelijkheidsbeginsel, horecafunctie
* Rechtbank Limburg 23 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:10049: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, proeflokaal wijn, kruimelgevallenregeling, geen bijbehorend bouwwerk, woning hoofdgebouw, herroeping primaire besluit
Rechtbank Midden-Nederland 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7221: Awb, Ow; omgevingsvergunning legaliseren terreinafscheiding, realiseren schapenschuilplek, geen strijd met bpl, welstand
* Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6978: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 10 appartementen, herstel motiveringsgebrek, afwijking bouwregels, einduitspraak na tussenuitspraak
Rechtbank Midden-Nederland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7631: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning aanpassen gevel woning, sneltoetscriteria, welstand, gelijkheidsbeginsel

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
!  = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

Rechtbank Midden-Nederland 16 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7074: Awb, Ow; verzoek om bekrachtiging, onteigeningsbeschikking, onteigeningsbelang, urgentie, noodzaak, evenredigheid, eigendommenbeleid, poging tot minnelijke werving
9. De rechtbank stelt vast dat de ontwerponteigeningsbeschikking zes weken ter inzage heeft gelegen. Van deze terinzagelegging is kennisgeving gedaan in het Waterschapsblad. De ontwerponteigeningsbeschikking moet ter inzage worden gelegd met het vastgestelde projectbesluit. Uit de schermopnamen van de website van het dijkversterkingsproject Grebbedijk die het algemeen bestuur op 10 september 2026 aan de rechtbank heeft overgelegd, blijkt dat het projectbesluit niet met de ontwerponteigeningsbeschikking ter inzage heeft gelegen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een gebrek bij de kennisgeving van de ontwerponteigeningsbeschikking. De rechtbank kan aan zo’n gebrek voorbijgaan met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Dit is mogelijk als aannemelijk is dat belanghebbenden niet zijn benadeeld door dit gebrek. Uit de schermopnamen blijkt dat op het moment dat de ontwerponteigeningsbeschikking ter inzage lag op dezelfde website ook het vastgestelde projectbesluit te raadplegen was. Daarom vindt de rechtbank het aannemelijk dat belanghebbenden niet zijn benadeeld en passeert de rechtbank het gebrek.
10. Het algemeen bestuur heeft kennisgeving gedaan van de vastgestelde onteigeningsbeschikking in het Waterschapsblad. Maar uit de schermopnamen van de website blijkt dat ook toen het vastgestelde projectbesluit niet bij de stukken ter inzage heeft gelegen. Dit had wel gemoeten. Dus ook dit is een gebrek bij de kennisgeving van de onteigeningsbeschikking. De rechtbank passeert dit gebrek opnieuw met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat het projectbesluit al in werking was getreden en te raadplegen was in het omgevingsloket op het moment dat de vastgestelde onteigeningbeschikking ter inzage lag. Nu het projectbesluit onderdeel was van het geldende recht en daarmee op de daartoe aangewezen plaats te raadplegen was, is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.
(…)
18. Aanleiding om aan het evenredigheidsbeginsel als onderdeel van de noodzaakstoets te toetsen, ziet de rechtbank in de memorie van toelichting op de Aanvullingswet grondeigendom van de Omgevingswet. Hierin wordt toegelicht dat het evenredigheidsbeginsel waarborgt dat onteigening alleen als ultimum remedium kan worden ingezet. Overwogen wordt dat als het algemeen belang met een minder ingrijpende bevoegdheid, zoals een gedoogplicht kan worden gediend, de noodzaak voor onteigening ontbreekt.
(…)
Het eigendommenbeleid
21. Dat het eigendommenbeleid is vastgesteld door het algemeen bestuur ruim voordat de Ow in werking is getreden, betekent niet dat het daarom onverbindend moet worden verklaard. Het eigendommenbeleid is nog steeds het actuele beleid van het algemeen bestuur. Dit blijkt uit de notitie ‘Grondbeleid verhelderd’ van 15 oktober 2024, dus van ná de inwerkingtreding van de Ow. Het eigendommenbeleid uit 2013 is daarin geëvalueerd en inhoudelijk ongewijzigd in stand gebleven.
(…)
22. Naar het oordeel van de rechtbank is het uitgangspunt in het eigendommenbeleid dat het waterschap de kernzone van primaire waterkeringen in eigendom wil verwerven op zichzelf niet onredelijk. Bij de keuze van de inzet van het instrumentarium om de veiligheid van (primaire) waterkeringen te beschermen, komt het algemeen bestuur beleidsruimte toe. Wel wordt deze keuze, zoals hiervoor al is opgemerkt, ingeperkt doordat onteigening noodzakelijk moet zijn. De rechtbank kan het algemeen bestuur echter volgen in zijn beleidskeuze om gronden die onderdeel uitmaken van de kernzone van primaire waterkeringen als uitgangspunt in eigendom te willen verwerven, omdat op die manier de uniformiteit en continuïteit bij beheershandelingen en de veiligheid van de waterkeringen het beste wordt gewaarborgd. Zoals het algemeen bestuur op de zitting heeft toegelicht, worden uitvoering, beheer en handhaving aan de primaire waterkering bemoeilijkt bij versnippering van eigendom. Het waterschap wordt daarmee dus belemmerd in de taak om aan de waterveiligheidsopgaven te voldoen.
23. Op de zitting heeft het algemeen bestuur toegelicht dat hij bij een eigendomspositie bij wijzigingen van inzicht over het beheer en het gebruik van de primaire waterkering hij – vanuit het oogpunt van waterveiligheid – geen discussie hoeft te voeren met de eigenaar. Het algemeen bestuur noemde daarbij als voorbeeld het weiden van schapen op de dijk. Iets wat vroeger heel gebruikelijk was. Inmiddels is bekend dat hierdoor schade aan de grasmat en dus aan de waterkering ontstaat. Het weiden van schapen op een primaire waterkering is nu helemaal niet of slechts voor een heel korte periode toegestaan. Vanwege dit soort wijziging van inzichten over het beheer van waterkeringen wil het waterschap ook op de lange termijn zeggenschap hebben over het gebruik van de dijk. Het waterschap geeft geen gebruikrechten meer, behalve het gebruik van uitritten. Eigendom betekent voor het waterschap dat hij meer kan dan alleen reactief handelen. Dan heeft hij juist de controle over welke handelingen derden feitelijk op de waterkering uitvoeren. En dus is daarop minder toezicht en handhaving nodig. Verder zullen naar verwachting bij het opleggen van een gedoogplicht de administratieve lasten voor het waterschap bij toekomstige wijzigingen aan de waterkering en bij handelingen in het kader van beheer hoger worden. Bij zulke wijzigingen zal opnieuw bij beschikking een gedoogplicht moeten worden opgelegd. De bezwaar- en beroepsfase tegen een gedoogbeschikking kan dan tot extra vertraging, administratieve lasten en kosten leiden. Daarnaast leidt uniformiteit tot minder administratieve lasten bij het beheer van de waterkering. Als die uniformiteit ontbreekt, moeten de personen die handelingen in het kader van beheer moeten uitvoeren steeds onderzoeken welke afspraken er met de verschillende eigenaren zijn gemaakt en daar vervolgens naar handelen.
24. Het uitgangspunt dat het algemeen bestuur verwerving van deze gronden als onderdeel van de primaire waterkering noodzakelijk acht vanwege het belang van de waterveiligheid, is navolgbaar. Dit beleid is als zodanig dus niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel algemeen bestuur.
(…)
31. Dat het beleid niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat als overeenkomstig dit beleid wordt gehandeld, onteigening in een individueel geval ook evenredig is. De rechtbank volgt hierin dus niet het standpunt van het algemeen bestuur. Dit volgt ook niet uit eerdere rechtspraak van de Afdeling over projectbesluiten (voorheen projectplannen), waarnaar het algemeen bestuur heeft verwezen. Daarin heeft de Afdeling steeds overwogen dat de vraag of en in hoeverre gronden ten behoeve van de uitvoering van het projectbesluit kunnen worden onteigend niet in die procedure aan de orde komt. Hiervoor gelden aldus de Afdeling andere procedures. De rechtbank heeft met partijen op de zitting vastgesteld dat het gaat om de daadwerkelijke toepassing van het onteigeningsinstrument, zoals in dit geval de procedure voor vaststelling en bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking. Het eigendommenbeleid is naar het oordeel van de rechtbank dus geen ‘blanco cheque’ voor het algemeen bestuur om gronden die binnen de kernzone van een primaire waterkering liggen altijd te kunnen onteigenen. Het eigendommenbeleid beschrijft alleen de geschiktheid van eigendomsverwerving en de noodzaak in algemene zin om de gronden in eigendom te willen verwerven, maar vervangt niet de individuele beoordeling aan de hand van de aspecten noodzaak (in het individuele geval) en evenwichtigheid die het algemeen bestuur bij het toepassen van het instrument van onteigening per geval moet maken. Het algemeen bestuur zal per individueel geval moeten beoordelen of er een minder ingrijpend middel dan onteigening beschikbaar is en of de toepassing van het instrument evenwichtig is.

* Rechtbank Gelderland 9 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8330: Awb, Waterwet; niet-ontvankelijk verklaren bezwaar, overschrijding termijn, afwijzing handhavingsverzoek, PFAS-lozing zonder vergunning, inwerkingtreding vergunning, verschoonbaarheid bezwaartermijn, derde-belanghebbendheid, indirecte lozing
7.4. Bij de toepassing van artikel 6:11 van de Awb moet voor ogen worden gehouden dat het om een gebonden bevoegdheid gaat. Als eenmaal is vastgesteld dat het bezwaar- of beroepschrift niet tijdig is ingediend en vervolgens wordt geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, moet het rechtsmiddel niet-ontvankelijk worden verklaard. Een belangenafweging is niet mogelijk. Dat betekent onder meer dat de belangen die met het materiële geschil zijn gemoeid, bij de beoordeling niet relevant zijn. Gelet hierop komt de rechtbank tot de conclusie dat de stelling van MOB dat de waterwetvergunning van groot belang is, ook als dat betoog juist is, geen rol kan spelen in de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
7.5. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat de overschrijding van de bezwaartermijn door MOB, niet verschoonbaar is. Hiertoe acht de rechtbank het volgende van belang. Hiervoor is al geoordeeld dat de waterwetvergunning op correcte wijze bekend is gemaakt en niet in geschil is dat MOB pas daadwerkelijk kennis heeft genomen van dat besluit toen de bezwaartermijn al was verstreken. Beoordeeld moet dus worden of MOB eerder kennis had kúnnen nemen van dat besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval.
(…)
13.8. De rechtbank oordeelt als volgt. Feitelijk is van belang dat, zoals onder 3.1 al uiteengezet, het afvalwater van SABIC niet wordt gezuiverd door de RWZI Bath. De lozing door SABIC op de AWP vindt namelijk plaats nadat het afvalwater uit de andere stromen is gezuiverd door het waterschap in de RWZI. Daarmee wijkt de onderhavige situatie af van de situatie zoals deze zich voortdeed in de uitspraak van de Afdeling van 16 oktober 2019. In die betreffende situatie vond de lozing van de stoffen plaats vóór de afvalwaterzuivering en vervolgens werd het afvloeiende water uit die afvalwaterzuivering geloosd. Voor de lozing vanuit die RWZI op het oppervlaktewater had Sitech, als exploitant van die RWZI, een waterwetvergunning, net als het waterschap in deze procedure een waterwetvergunning heeft voor de lozing door haar RWZI Bath. Het geschil in de procedure uit 2019 ging vervolgens over de vraag in hoeverre in die vergunning ook de lozing van pyrazool was vergund. Dat pyrazool was afkomstig van een specifiek bedrijf, maar kwam dus via het riool bij de RWZI terecht en via de RWZI in het oppervlaktewater. In dit geval vindt de lozing van SABIC plaats ná de afvalwaterzuivering en wordt de lozing door SABIC in ieder geval óók door de (gewijzigde) milieuvergunning gereguleerd.
13.9. Dit is van belang omdat de lozing door SABIC geldt als een indirecte lozing in de zin van de Wabo en Waterwet. Uit de memorie van toelichting bij die wetten volgt dat beoogd is om de regels voor dergelijke indirecte lozingen uitsluitend via de Wm/Wabo te laten lopen, in dit geval dus via de milieuvergunning van het college van gedeputeerde staten. Deze regels moet ook betrekking hebben op de bescherming van het oppervlaktewater. Om die reden moet volgens de wetgever de waterbeheerder, in dit geval de minister, een voldoende zeggenschap hebben over de regulering en handhaving door het college van gedeputeerde staten. Ook het bestuursrechtelijk sanctionerend optreden tegen indirecte lozingen moet plaatsvinden via het bevoegd gezag van de milieuvergunning en niet zelfstandig door de minister zelf.
13.10. Deze structuur is niet alleen verwoord in de wetsgeschiedenis maar volgt ook uit het hiervoor uiteengezette wettelijk kader en is in dit geval ook daadwerkelijk toegepast. De vergunning van SABIC voor de indirecte lozing is namelijk door het college van gedeputeerde staten verleend en gewijzigd, en daarbij heeft de minister tot tweemaal toe gebruik gemaakt van zijn adviesrecht, dat blijkens de onder 13.4 aangehaalde wetsgeschiedenis bindend is. De minister heeft in het meest recente advies uitdrukkelijk geadviseerd om een norm voor PFBS op te nemen in de milieuvergunning van SABIC, hetgeen ook is gebeurd.
13.11. Verder acht de rechtbank van belang dat, gelet op artikel 6.26 van de Waterwet, bij verlening van de milieuvergunning de gevolgen van de indirecte lozing zijn betrokken voor het oppervlaktewater waarop de lozing uiteindelijk uitmondt. Daarmee gelden bij een indirecte lozing dezelfde waarborgen als die zouden gelden wanneer sprake zou zijn van een directe lozing op het oppervlaktewater. De milieuvergunning voor een indirecte lozing wordt in zoverre dus op de dezelfde wijze getoetst als een vergunning op grond van de Waterwet voor een directe lozing. Ook in dit geval is getoetst aan de gevolgen voor het oppervlaktewater. Dat is uitdrukkelijk te zien in het nadere advies van de minister over de door MOB en SABIC ingediende zienswijzen tegen de ontwerpbeschikking en de uiteindelijke vergunning door het college van gedeputeerde staten. Dat het bij deze gewijzigde milieuvergunning draait om de gevolgen van de indirecte lozing door SABIC op de Westerschelde, volgt ook uit de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in het beroep tegen die vergunning. Zo benoemt de rechtbank in overweging 10 dat moet worden uitgegaan van een norm zoals die geldt voor zout water, omdat de lozing door SABIC, via de AWP, bij Waarde in de Westerschelde komt en het water daar als zout moet worden aangemerkt. In overweging 11 bespreekt de rechtbank de mengzone met het Westerscheldewater zoals die bij dat lozingspunt in Waarde zou moeten gelden en in overweging 12 gaat de rechtbank in op de samenhang en cumulatie tussen de indirecte lozing door SABIC en de lozing vanuit RWZI Bath. Voor zover MOB in de huidige procedure aanvoert dat er naar de cumulatie van die lozingen moet worden gekeken, stelt de rechtbank dus vast dat dit ook onderwerp van de eerdere procedure tegen de milieuvergunning is geweest.
13.12. Uit het voorgaande volgt samengevat dat SABIC voor haar indirecte lozing een vergunning van het college van gedeputeerde staten nodig heeft, dat bij het verlenen van die vergunning mede de gevolgen van de lozing op het oppervlaktewater moeten worden betrokken en dat in dat kader een bindend advies van de waterbeheerder vereist is. Aan al deze voorwaarden is in dit geval ook voldaan. Ook kan de minister het college van gedeputeerde staten opdragen om handhavend op te treden tegen SABIC in geval van overtreding van de vergunning voor de indirecte lozing. Daarmee is de regulering van de lozing van afvalwater door SABIC via de AWP van het waterschap gewaarborgd. Zoals ook de bedoeling van de wetgever was, kan onder deze omstandigheden niet van het waterschap worden verlangd dat het een vergunning aanvraagt voor de directe lozing van dat afvalwater van SABIC op de Westerschelde. Dat is niet nodig omdat de regulering al heeft plaatsgevonden, en het zou ook onwenselijk zijn omdat het naast elkaar laten bestaan van verschillende vergunningen die hetzelfde reguleren tot onnodige extra procedures en mogelijk tegenstrijdige vergunningen of rechterlijke uitspraken over dezelfde zaak zou leiden.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

Rb Gelderland 9 oktober 2026  Procesbelang bij bezwaar tegen goedkeuringsbesluit van door bedrijf ingediend onderzoeksrapport met betrekking tot de reductie van PFAS
Rb Den Haag 16 september 2026 Afwijzing verzoeken handhaving, instructieregels Omgevingsverordening nog niet in omgevingsplan verwerkt
ABRvS 22 juli 2026  Bestemmingsplan, het gebruik van elektrische werktuigen kan worden betrokken in de stikstofberekening mits het een reëel en aannemelijk uitgangspunt is

Mobiele versie afsluiten