Met de instructieregels in de Omgevingsverordening heeft de provincie de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van belemmeringen van de bevaarbaarheid van recreatieve vaarwegen aan de gemeente overgedragen. Dat de gemeenteraad nog geen omgevingsplan heeft vastgesteld waarin rekening is gehouden met deze instructieregels, betekent niet dat gedeputeerde staten op grond van die instructieregels handhavend kunnen optreden. Deze instructieregels bevatten immers geen bindende regels ten aanzien van bevaarbaarheid en beweegbaarheid van bruggen voor recreatieve vaarwegen, op basis waarvan gedeputeerde staten handhavend kunnen optreden.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (het college) en het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (gedeputeerde staten) hebben twee handhavingsverzoeken afgewezen. Eiser heeft het college en gedeputeerde staten gevraagd handhavend op te treden ten aanzien van de beweegbaarheid van een aantal bruggen op de Rijpwetering.

Rechtsvraag

Is sprake van een overtreding van een wettelijk voorschrift?

Uitspraak

De rechtbank is van oordeel dat ook gedeputeerde staten zich terecht op het standpunt stellen dat er geen bevoegdheid is om handhavend op te treden. De rechtbank stelt vast dat in de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 1987 een verbod en een ontheffingsplicht voor het aanleggen van bruggen was opgenomen, die ook gold voor de Rijpwetering. In 2016 is deze regeling echter komen te vervallen, zodat die Vaarwegverordening geen wettelijke basis meer kan vormen om handhavend op te treden tegen niet beweegbare bruggen over de Rijpwetering. Met de instructieregels in de artikelen 7.78 en 7.79 van de Omgevingsverordening heeft de provincie de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van belemmeringen van de bevaarbaarheid van recreatieve vaarwegen, zoals de Rijpwetering, aan de gemeente overgedragen. Dat de gemeenteraad nog geen omgevingsplan heeft vastgesteld waarin rekening is gehouden met deze instructieregels, betekent niet dat gedeputeerde staten op grond van die instructieregels handhavend kunnen optreden. Deze instructieregels bevatten immers geen bindende regels ten aanzien van bevaarbaarheid en beweegbaarheid van bruggen voor recreatieve vaarwegen, op basis waarvan gedeputeerde staten handhavend kunnen optreden. Evenmin kan eiser gevolgd worden in zijn stelling dat gedeputeerde staten de bevoegdheid om te handhaven op basis van de Vaarwegverordening zouden behouden totdat de gemeenteraad een omgevingsplan heeft vastgesteld. De Vaarwegverordening en de daarin opgenomen verbodsbepaling en ontheffingsplicht zijn immers vervallen. Voor zover op basis van die Vaarwegverordening in het verleden ontheffingen zijn verleend voor bruggen met voorschriften ten aanzien van beweegbaarheid, zoals door eiser gesteld, bestaat geen grondslag meer om daartegen op basis van de vervallen Vaarwegverordening handhavend op te treden. De rechtbank volgt het college en gedeputeerde staten daarom in hun stellingname dat er ten tijde van het bestreden besluit geen concrete rechtsregel was op basis waarvan handhavend kan worden opgetreden.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het college en gedeputeerde staten terecht hebben geconcludeerd dat de belemmering van de doorvaarbaarheid van de Rijpwetering, doordat bruggen niet beweegbaar zijn, geen overtreding oplevert van een wettelijk voorschrift waartegen zij handhavend kunnen optreden. Het betoog van eiser slaagt niet.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Den Haag
Datum Uitspraak : 16-09-2026
Eclinummer : ECLI:NL:RBDHA:2026:29431
Ruud Veenhof

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center