Gedragscode Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

(3 september 1998, aangepast in januari 2006, 15 juni 2010, 6 juni 2011 en 13 maart 2013, 1 januari 2020)

Considerans

Deze gedragscode is opgesteld ten behoeve van een onpartijdige en onafhankelijke advisering door Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB), zoals bedoeld in artikel 20.14 e.v. van de Wet milieubeheer, artikel 8.5 e.v. van de Wet Ruimtelijke Ordening en artikel 6.5b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Bij het onderzoek inzake bestuursrechtelijke geschillen dienen de medewerkers van STAB de volgende richtlijnen in acht te nemen.

A. Het onderzoek ter plaatse

  1. De deskundige brengt een bezoek aan alle locaties, voor zover dit voor de beoordeling van het geschil noodzakelijk is. De aard van het beroep dan wel het verzoek van de rechter kan aanleiding geven van het onderzoek ter plaatse af te zien.
  2. Als voor het onderzoek ter plaatse particulier grondgebied betreden dient te worden, zal de deskundige het bezoek van te voren aankondigen. De aard van het beroep dan wel het verzoek van de rechter kan de deskundige aanleiding geven het bezoek onaangekondigd te verrichten.
  3. Als de deskundige heeft afgezien van een onderzoek ter plaatse wordt daarvan gemotiveerd melding gedaan in het verslag.

B. Contact met het bevoegd gezag

  1. De deskundige heeft in beginsel een persoonlijk gesprek met een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag. Indien van dit persoonlijk gesprek wordt afgezien, wordt het bevoegd gezag telefonisch of schriftelijk benaderd.

C. Contacten met andere partijen

  1. De deskundige heeft in beginsel een gesprek met alle partijen. Het wordt aan partijen overgelaten of hun vertegenwoordiger of gemachtigde bij het gesprek aanwezig is. De
    advocaat/gemachtigde van partijen wordt van te voren van het gesprek door of namens de deskundige op de hoogte gesteld. Indien van dit gesprek wordt afgezien, worden partijen hierover door of namens de deskundige geïnformeerd.
  2. De deskundige kan het gesprek met verschillende partijen combineren, mits deze partijen daarmee instemmen. Partijen kunnen om het combineren van het gesprek verzoeken. De deskundige kan het gesprek per partij beperken tot een woordvoerder of contactpersoon.

D. Overige contacten

  1. Indien de noodzaak of behoefte bestaat derde-belanghebbenden dan wel derden te horen, zal dit contact telefonisch, schriftelijk dan wel door middel van een persoonlijk gesprek plaatsvinden.
  2. Derde-belanghebbenden, dan wel derden die zich als partij hebben aangemeld, worden in elk geval benaderd.

E. Contacten met de opdrachtgever

  1. De deskundige volgt bij het uitvoeren van de onderzoeksopdracht de werkwijze die de opdrachtgever aangeeft.
  2. De deskundige meldt bij zijn leidinggevende iedere onrechtmatige beïnvloeding of poging daartoe bij de uitvoering van de opdracht.
  3. De deskundige verzoekt indien bij hem onduidelijkheden over de opdracht bestaan, de opdrachtgever om een schriftelijke opheldering van de opdracht.
  4. De deskundige maakt een uitgebracht deskundigenverslag – dat daarmee tot de gedingstukken behoort – als zodanig niet openbaar, ook niet nadat in het desbetreffende geschil uitspraak is gedaan.

F. Contacten algemeen

  1. De deskundige behandelt alle partijen, zoveel mogelijk, gelijk en met inachtneming van ieders privacy.
  2. De deskundige maakt afspraken voor een persoonlijk gesprek met het bevoegd gezag, andere partijen en derde-belanghebbenden bij voorkeur ten minste één week maar in ieder geval ten minste drie werkdagen voordien. Van deze gesprekken wordt in het verslag melding gemaakt onder vermelding van datum, naam, organisatie en hoedanigheid/functie, alsmede eventueel de reden van het gesprek.
  3. In het geval dat er sprake is geweest van een persoonlijk gesprek met de onder F2 genoemde personen/instanties, wordt in het verslag, waar nodig, melding gemaakt van de essentie van dat gesprek.
  4. Indien het deskundigenverslag mede wordt gebaseerd op door STAB verzamelde stukken en partijen die stukken niet (kunnen) kennen, dan worden deze stukken bij het verslag gevoegd.
  5. De deskundige geeft in geval van de onder B, C en D genoemde contacten duidelijk aan, wat de reden van het contact is, in het kader van welke procedure het contact plaatsvindt, wat de rol van STAB in de procedure is, dat STAB een onafhankelijke positie inneemt en wat het vervolg van de procedure is.
  6. De deskundige dient bij alle contacten een onpartijdige en onafhankelijke houding aan te nemen. Er worden geen eigen meningen verkondigd noch worden er mededelingen gedaan over de mogelijke afloop van het geschil dan wel over de termijnen van afdoening. Over de inhoud van een verslag worden geen mededelingen gedaan voordat het verslag aan de opdrachtgever is uitgebracht.
  7. De deskundige is in de contacten met de partijen niet partijdig (bevooroordeeld of vooringenomen). Hij voorkomt ook de schijn van partijdigheid.
  8. De deskundige dient zich bij het bezoek te kunnen legitimeren.

G. Behandelend deskundige

  1. De deskundige behandelt geen zaken in de gemeente, waarin hij woonachtig is of waarmee hij een zakelijke relatie heeft (bijvoorbeeld als lid van een bezwaren- en beroepscommissie).
  2. De deskundige adviseert niet in zaken die hij bij een vorige werkgever in behandeling heeft gehad.
  3. De deskundige adviseert de eerste drie jaar niet in zaken waarbij zijn vorige werkgever betrokken is geweest.
  4. De deskundige behandelt geen zaken waarbij sprake is van een familieband of andere persoonlijke betrokkenheid.
  5. De deskundige meldt bij de directeur zijn nevenfuncties. De nevenfuncties zijn vermeld op de website van STAB bij de CV’s van de medewerkers.
  6. De punten 1 t/m 5 zijn ook van toepassing op door de STAB ingeschakelde en onder de verantwoordelijkheid van de STAB werkende externe adviseurs [1] . Externe adviseurs adviseren niet in zaken waarbij hun werkgever is betrokken dan wel betrokken is geweest noch ondersteunen bij dergelijke advisering.

H. De totstandkoming van het deskundigenverslag

  1. De deskundige stelt zich bij de uitvoering van de opdracht steeds onafhankelijk en onpartijdig op. Bij de uitvoering van zijn taak dient hij steeds te voldoen aan de eisen van zorgvuldigheid, vakbekwaamheid en integriteit.
  2. Het verslag van de deskundige dient deugdelijk te zijn gemotiveerd en te zijn uitgebracht in bewoordingen die voor opdrachtgever en partijen zijn te begrijpen. Hij beperkt het onderzoek, de informatie en het verslag tot hetgeen voor het volbrengen van de opdracht noodzakelijk is.
  3. De bij het onderzoek gebruikte bronnen van informatie dienen in het verslag te worden vermeld zodat deze bronnen voor opdrachtgever en partijen controleerbaar zijn.
  4. Het verslag is gebaseerd op het zelfstandige oordeel van de deskundige. Bij de totstandkoming van het verslag kan de deskundige gebruik maken van de ondersteuning (expertise) van andere STAB-deskundigen en externe deskundigen. In het verslag wordt vermeld welke andere deskundigen bij de totstandkoming van het verslag zijn betrokken.

[1] Een externe adviseur is iemand die niet in dienst is bij STAB, maar door STAB is aangetrokken om – in opdracht en onder verantwoordelijkheid van STAB – een bijdrage te leveren aan een deskundigenverslag.