Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5002: Awb, Chw, Wro, Wegenverkeerswet; bpl, verkeersbesluit, geslotenverklaring spoorwegovergang voor alle motorvoertuigen, Maatregelenpakket Hoogfrequent Spoorvervoer, achterhaalde onderzoeken, verkeersonderzoek, nut en noodzaak, alternatieven, plan-MER, natuurwaarden, stikstof, relativiteit, extern salderen, beëindiging pluimveehouderij, additionaliteitsvereiste, stikstofmemo bij aanvullend verweerschrift, relativiteit, aantasting en herbegrenzing natuurnetwerk, groot openbaar belang, uitvoerbaarheid Wnb, soortenbescherming, lichthinder, financiële uitvoerbaarheid, doelstelling Wegenverkeerswet, opschortende voorwaarde, beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening, bedrijfsvoering bedrijven, belangenafweging
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5011: Awb, Chw, Wro; bpl, herstelbesluit, 28 woningen, omgevingsverordening, herbegrenzingsbesluit, niet onverbindend, structuurvisie, ladder voor duurzame verstedelijking, wateroverlast, watertoets, soortenbescherming, kamsalamander, kleine marterachtigen, das, grootoorvleermuis, verkeer, parkeergelegenheid, beleidsregels, cultuurhistorische en monumentale waarden
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5008: Awb, Wro, Belemmeringenwet Privaatrecht; verplichting gedogen aanleg en instandhouding, nulmeting middenspanningsvebindingen, zelfde gronden als in beroep, (Rb Noord-Holland 22/1257)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5012: Awb, Chw, Wro; bpl, 520 woningen, verplaatsing busstation, nieuwe traverse spoor, hotel, fietsenstalling, parkeergarage, herstelplan, concurrerende supermarkt geen belanghebbende, plan voorziet niet in nieuwe locatie supermarkt, m.e.r.-beoordeling, ondergronds parkeren, parkeerbehoefte, gevolgen voor woongebouw, gebied voor groen óf parkeren, wegbestemmen supermarkt, nog geen nieuwe locatie, zonodig onteigenen, vertrek op termijn aannemelijk geen duurzame ontwrichting voorzieningenniveau, planregeling buurtsuper, disbalans aan publieke functies, economische uitvoerbaarheid
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5007: Awb, Awbo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, drie woningen en berging, procesbelang, bpl, beroep ingesteld, herhaling gronden van beroep, privacy (Rb Noord-Holland 22/3151)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5024 : Awb, Wro; bpl, recropassage, ondergrondse natuurstrook en fietspad onder N-weg, gebruik van gronden als homo-ontmoetingsplaats niet beperkt
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5021: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, legalisatie drijvende bootoverkapping, openbaar maken uitspraak, afwijkingenbeleid niet van toepassing, water geen onderdeel van erf, geen achtererfgebied  (Rb Den Haag 21/7959)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5020: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, twee dakramen, Bouwbesluit 2012, veranderen bestaand bouwwerk, niet voldaan aan eisen weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo), niet zelf in de zaak voorzien, nieuw besluit, handhavend optreden niet onevenredig, last om dakraam te verplaatsen, daarmee voldaan aan wbdbo-eis (Rb Den Haag 21/8377)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5027: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, bouwwerken zonder vergunning, strijd met bpl, nieuwe gronden in hoger beroep, zelf in de zaak voorzien door rechtbank, geen reformatio in peius, invorderingsbesluit, zelfde gronde als in beroep  (Rb Overijssel 23/868)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5026: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik voortuin voor opslag aanhanger, strijd met bpl, begrip ‘opslaan’, langdurigheidselement, geen zicht op legalisatie, gelijkheidsbeginsel, prioritering, alleen handhaving bij klachten (Rb Rotterdam 23/2342)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4984: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verwijderen 29 bomen, verplaatsen drie lindebomen, aanplanten begroeiing, ten behoeve van realisatie winkelruimte, appartementen en woningen (Rb Noord-Nederland 22/2351)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5000: Awb, Wro; bpl, complex met acht wooneenheden op locatie bestaande dansschool, goede procesorde, behoefte aan woningen, privacy, schaduwhinder, geluidhinder, akoestisch onderzoek
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4997: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, groothandel in oude materialen en afvalstoffen, afzonderlijk bedrijf, geen uitbreiding bestaand bedrijf, geen wijziging bestaand gebruik, gebruik niet in strijd met beheersverordening (Rb Noord-Nederland 23/490)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4985: Awb, Wro; weigering vaststelling bpl, twee ruimte-voor-ruimte woningen, strijd met kwaliteitsgids, behoud onbebouwde ruimtes en open landschap, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4989: Awb, Wabo; handhaven, last onder dwangsom, terras met overkapping en berging zonder vergunning, geen concreet zicht op  legalisatie (Rb Den Haag 22/7356)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4990: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, fietsenberging in voortuin zonder vergunning, vergunning geweigerd, gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel (Rb Den Haag 22/8216)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4994: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen wooncomplex, beroepsgrond onbesproken, nieuw besluit, geen strijd met bestemming “Wonen”, geen onzelfstandige woonruimten, geen kamerverhuur, nagenoeg zelfstandige bewoning (Rb Limburg 22/2530)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5005: Awb, Waterwet; gedogen aanleg en verbetering waterstaatswerk, verbetering ecologische kwaliteit beek, geen misleiding, projectplan op juist wijze bekend gemaakt (Rb Overijssel 24/3112 en 24/3113)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4987: Awb, Wro; bpl, drie vrijstaande woningen, parkeren en verkeersveiligheid, geen strijd met beleidsregels, ruimtelijke aanvaardbaarheid, groene hagen niet noodzakelijk, waterberging, voorwaardelijke verplichting, geluid en stikstof, relativiteit, doelgroep
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4992: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik bedrijfsruimte als zelfstandig kantoor, strijd met bpl, geslaagd beroep op overgangsrecht, bewijslast, geen uitbreiding activiteiten (Rb Noord-Holland 24/3941 en 24/3936)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5006: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bewoning bedrijfswoning, strijd met bpl, geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten, geen ‘rustende boer’, vennoot, verrichtte niet hoofdzakelijk agrarische activiteiten, hardheidsclausule overgangsrecht, melding houden landbouwhuisdieren, vertrouwensbeginsel (Rb Oost-Brabant 24/2197)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4983: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, vervanging appartementencomplex, zelfde gronden als in beroep, relativiteit (Rb Noord-Holland 23/7610) ,
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5004: Awb, Waterwet; afwijzing verzoek handhaving, overtreding keur, vergunning heg verleend
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5001: Awb, Waterwet; afwijzing verzoek handhaving, negen overtredingen keur, in nieuwe beslissing op bezwaar geen besluit over heg, andere overtredingen beëindigd
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5025: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken beheersverordening, verbouwen en uitbreiden woning, zelfde gronden als in beroep, privacy (Rb Zeeland-West-Brabant 23/11733)
ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4995: Awb, Wabo, Ow; handhaving, last onder dwangsom, invordering, last onder bestuursdwang, ponton met opbouw, verhuurd als recreatiewoning, aandrijvingsinstallatie en stuurinrichting, meerdere locaties, begrip ‘bouwwerk’, niet veranderd onder Ow, geen plaatsgebondenheid, nieuw besluit, strijd met bpl (Rb Noord-Nederland 24/3286 en 25/327)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4928: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouw en bewoning aanbouw achter woning, bezwaar niet-ontvankelijk, motorongeluk, geen bijzonder omstandigheden (Rb Noord-Holland 22/3117)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5019: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsom, gebruik aanbouw als zelfstandige woning, duidelijkheid last, vaststelling verbeurte, geen bijzondere omstandigheden (Rb Noord-Holland 24/691)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4996: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, appartementencomplex met 50 woningen en parkeerplaats, zelfde gronden als in beroep, parkeernorm, compensatie parkeerplaatsen die verloren gaan, herstelbesluit (Rb Noord-Holland 24/5563)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5003: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, transformeren gebouw naar zeven appartementen, beperking exploitatiemogelijkheden horeca, woonfunctie op basis van bpl toegestaan (Rb Limburg 24/3031)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4910: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, werkzaamheden aan weg, ophogen en vervangen asfalt door beton, geen strijd met bpl, geen onevenredige afbreuk aan cultuurhistorische en ruimtelijke waarden, advies welstandscommissie (Rb Noord-Holland 23/6813)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4911: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, werkzaamheden aan weg, vergunning alsnog verleend (Rb Noord-Holland 23/6289)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4837: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, renoveren bouwwerk, strijd met bpl, bouwovergangsrecht, vrijwel volledig vervangen en uitgebreid, geen gebouwen toegestaan (Rb Zeeland-West-Brabant 24/4715)
* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4838: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen bouwwerk, bouwovergangsrecht, verandering en uitbreiding bouwwerk, vertrouwensbeginsel (Rb Zeeland-West-Brabant 25/4820)
* ABRvS 25 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4962: Awb, Chw, Wro, Wabo; vovo, bpl en omgevingsvergunning, coördinatieregeling, 4 appartementen, verschijningsvorm, grootte parkeerplaatsen, NEN-norm, verkeersveiligheid, krapte parkeerterrein
Rechtbank Midden-Nederland 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5718: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouwen, vellen houtopstand, wijzigen landschapsmonument en uitvoeren werk, vier padelbanen, bouwhoogte, peil, geen strijd met planregels, parkeren, boom-effecten rapportage, beschermen visueel waarneembare histrische landschapsperspectieven, gebonden beschikking, evenredigheid, Bkl, algemeen verbindend voorschrift, nabijgelegen recreatiewoningen waar 10 maanden per jaar mag worden verbleven, geluid, onredelijk bezwarend
ABRvS 24 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4934: Awb, Ow; vovo, projectbesluit, windpark met zeven windturbines langs rijksweg, geen spoedeisend belang
Rechtbank Oost-Brabant 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5980: Awb, Ow; omgevingsvergunning milieubelastende activiteit, luchtwassysteem, voorschrift realisatietermijn realisatie, termijn intrekking artikel 5.40 Ow,
Rechtbank Oost-Brabant 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5990: Awb, Ow; handhaving, algemene zorgplicht, specifieke zorgplicht milieubelastende activiteit, bodemverontreiniging,  lekkende mestzak met spuiwater van luchtwassers, verwerken en opslaan bedrijfsafvalstof, milieubelastende activiteit, transporteur mestzakken geen overtreder, normadressaat, evidente overtreding, algemene regels over vergelijkbare verplichtingen, verplichtingen op basis van wetten en regels onder het oude recht, gevolgen overtreding, gehaltes ammonium, nitriet, nitraat en sulfaat, saneringsverplichting, terugsaneerwaarden onvoldoende onderbouwd, hoogte dwangsom, lengte begunstigingstermijn
Rechtbank Midden-Nederland 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5669: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning tijdelijk dassenraster, bopa, bouwactiviteit, uitvoeren werk, ten behoeve van bouw woningen in landgoedbos, belanghebbende, uitvoerbaarheidstoets, etfal, ontbreken omgevingsvergunning flora en fauna-activiteit, geen evident onuitvoerbaar bouwplan
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7942: Awb; vovo, evenementenvergunning, belangenafweging, afstand tot evenement
Rechtbank Oost-Brabant 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5918: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning uitweg, verslag hoorzitting bezwaar, verwerkt in advies commissie, verordening fysieke leefomgeving, verkeersveiligheid, tweede uitweg bij garage, oplaadpunt, geslaagd beroep op gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Oost-Brabant 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5919: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, pré-mantelzorgwoning voor 10 jaar, goede ruimtelijke ordening, beleidsregel, vleeskalverhouderij, geuroverlast, voorgrondbelasting 9,6 ou/m3, aanvaardbaar woon- en leefklimaat, spuitzone, afstand 28 m, relativiteit, beperking bedrijfsvoering, geluidsnorm, beperking uitbreidingsmogelijkheden
* Rechtbank Noord-Holland 18 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:10683: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen en binnenplans afwijken, woonzorgcentrum met parkeerplaatsen en uitwegen, integriteitstoets Wet Bibob nog niet voltooid, parkeren, loopsafstand
Rechtbank Overijssel 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5041, ECLI:NL:RBOVE:2026:5040: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, handboogschietterrein, veiligheid woonomgeving, etfal, veiligheidsplan, veldindeling, specifieke maatregelen, gedrag, bescherming reeën
* Rechtbank Noord-Nederland 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3581: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, werkzaamheden tuin, vlonder, besluit onzorgvuldig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7725: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, uitbreiden hoofdgebouw, overschrijding bouwvlak, ondergeschikt delen, technische bouwactiviteit, welstand
Rechtbank Overijssel 14 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5061: Awb, Ow; omgevingsvergunning vervangen dak, gronden zien niet op toetsingskader
Rechtbank Noord-Nederland 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3567: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, huisvesten arbeidsmigranten, werkgever, overtreder, Drijfmest-criteria, bevorderen huisvesting op illegale locatie, niet in zijn macht overtreding te beëindigen, evenredigheid, hoogte dwangsom, begunstigingstermijn, civiele procedure over ontruimingsvordering
Rechtbank Rotterdam 10 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10540: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, bouwen kas, dempen watergang, gebonden beschikking, niet in strijd met omgevingsplan, verbeelding en planregels voldoende duidelijk
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7563: Awb, Wro; planschade, voorzienbaarheid, structuurvisie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7564: Awb, Ow; omgevingsvergunning, lichtmasten, niet in strijd met bpl
* Rechtbank Limburg 29 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7780: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, 23 garageboxen en uitweg, strijd met bpl, geluid, richtafstand VNG-brochure, geluidrapport, toegangsweg, directe of indirecte hinder, niet openbare weg, overschrijding geluidsnormen, strijd met goede ruimtelijke ordening, geen geluidwerende voorziening
* Rechtbank Limburg 29 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7778: Awb, Wabo; verzoek handhaving, handhaving, last onder dwangsom, invordering, nieuw appartmentencomplex, bouwkundige gebreken, brandveiligheidseisen, Bouwbesluit 2012, zestienpuntenlijst, voorzieningen luchttoevoer, automatische draaideuren, brandwerende wanddoorvoeren, ventilatie parkeergarage, uitmondingen op het dak, invorderingsbeschikking
Rechtbank Den Haag 28 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21415: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, tijdelijke opvang dak- en thuislozen, bopa, publicatie te laat, geen spoedeisend belang, geen evident onrechtmatig besluit
* Rechtbank Limburg 23 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7411: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunnig afwijken bpl, huisvesten 118 internationale werknemers, ontvankelijkheid beroep, bezwaar door andere BV, beleidsnota huisvesting, verkeer, sociale onveiligheid
Rechtbank Limburg 23 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7408: Awb, Ow; omgevingsvergunning technische bouwactiviteit en opa, binnenplanse afwijking, zes woningen en twee appartementen, geen onevenredige afbreuk woon- en leefklimaat, beperkte afwijking van goothoogte, participatie, bodemverontreiniging, relativiteit
Rechtbank Limburg 20 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7746: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, aanleg en gebruik 3.500 m2 verhardingen voor lichtbehandelingsunit en koelcontainer en realiseren infiltratievoorziening, bedrijf dat plantaardige eiwitten bewerkt en verwerkt voor voedingsindustrie, strijd met etfal, advies natuur en landschap, bescherming beekdallandschap, niet onevenredig
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 10 juli 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:147: afwijzing verzoek handhaving, gebouwd in afwijking van vergunning, concreet zicht op legalisatie
Rechtbank Limburg 8 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7741: Awb, Ow; omgevingsvergunning uitgifteautomaat voor medicijnen en handelsreclame, verordening fysieke leefomgeving, overlast van handelsreclame niet aangevoerd
* Rechtbank Limburg 19 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6183: Awb, Wabo; omgevingsvergunning en maatwerkvoorschriften, padelbanen, belanghebbende, strijd met bpl, niet gelijk te stellen met tennisbaan
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 17 juni 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:146: bouwvergunning, flatcomplex met vier wooneenheden, Bouw- en woningverordening, strijd met verkavelingsplan, buiten toepassing wegens strijd met Eiland Ontwikkelingsplan, hinder voor de omgeving
* Rechtbank Limburg 10 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5597: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsom, splitsing pand in drie woningen, wijziging brandcompartimentering, niet vergund, last voldoende duidelijk, niet relevant of vergunningvrij onder nieuwe regelgeving, geen bijzondere omstandigheden
Rechtbank Limburg 3 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6306: Awb, Ow; omgevingsvergunning, verbreden uitweg, verharden boortuin, bopa, apv, doelmatig en veilig gebruik, etfal, facetbpl, niet anders te realiseren
Rechtbank Limburg 3 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5831: Awb, Ow; afwijzing verzoek handhaving, realisatie werkkamer, vergunningvrij, niet gehoord in bezwaar
* Rechtbank Limburg 26 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5313: Awb, Wnb; ontheffing verbod vernielen verblijfplaatsen en verstoren vleermuizen, renovatie monument tot woon-zorgcomplex, looptijd tot 1 januari 2026, procesbelang, redelijke termijn
Rechtbank Noord-Nederland 1 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3218: Awb, Ow; afwijzing verzoek handhaving, homo-ontmoetingsplaats, dunnen houtopstand, dunnen als bedoeld in artikel 11.111 van het Bal, geen reden om uit te gaan van ander oogmerk, geen vergunningplicht
Rechtbank Midden-Nederland 20 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5356: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning technische bouwactiviteit, bouw kelder onder woning, vrees voor schade aan fundering, toetsingskader

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
= (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5012: Awb, Chw, Wro; bpl, 520 woningen, verplaatsing busstation, nieuwe traverse spoor, hotel, fietsenstalling, parkeergarage, herstelplan, concurrerende supermarkt geen belanghebbende, plan voorziet niet in nieuwe locatie supermarkt, m.e.r.-beoordeling, ondergronds parkeren, parkeerbehoefte, gevolgen voor woongebouw, gebied voor groen óf parkeren, wegbestemmen supermarkt, nog geen nieuwe locatie, zonodig onteigenen, vertrek op termijn aannemelijk geen duurzame ontwrichting voorzieningenniveau, planregeling buurtsuper, disbalans aan publieke functies, economische uitvoerbaarheid
16.1. De bestaande vestiging van Albert Heijn in het plangebied past niet binnen de door de raad met het plan voorgestane ontwikkeling van het stationsgebied. Zo moet het profiel van de Van Dedemstraat worden verbreed. Handhaving van de winkel zou ten koste gaan van andere gewenste functies als het busstation en woningbouw. Ook zou de bevoorrading van de winkel in de nieuwe situatie in de knel komen. Verder zou door alle ontwikkelingen in dit gebied de bereikbaarheid van de winkel onder druk komen te staan. De raad heeft de winkel daarom niet als zodanig bestemd en onder het overgangsrecht gebracht.

16.2.  In beginsel moet legaal bestaande bebouwing en gebruik als zodanig in het bestemmingsplan worden bestemd. Indien nieuwe planologische inzichten daartoe aanleiding geven en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen, kan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening daarvan worden afgezien. In dat geval kan het bestaande legale bouwwerk en gebruik onder het overgangsrecht worden gebracht als de raad aannemelijk maakt dat het bouwwerk en het gebruik op termijn zullen worden verwijderd en beëindigd. Met het overgangsrecht wordt namelijk beoogd een tijdelijke situatie te overbruggen.

16.3.  De raad wil in het stationsgebied komen tot een grotendeels nieuwe invulling. Hij heeft dit als een zwaarwegend ruimtelijk belang kunnen zien. De raad wil vooral inzetten op de woon- en vervoersfunctie, aangevuld met publieksfuncties. Hij heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het behoud van de winkel van Albert Heijn met bijbehorend parkeerterrein niet in die ontwikkeling past. Met de belangen van Ahold en Albert Heijn heeft de raad rekening gehouden doordat de raad planologisch wil meewerken aan nieuwvestiging van een winkel met eenzelfde omvang elders. Er is een anterieure overeenkomst gesloten met onder meer de grondeigenaar van de beoogde nieuwe locatie aan de Berkhouterweg en er is inmiddels een omgevingsvergunning voor onder meer de bouw van een supermarkt aangevraagd. Uit de stukken maakt de Afdeling op dat Ahold en Albert Heijn op zich bereid zijn in minnelijk overleg te komen tot uitplaatsing van de winkel. De locatie die daarvoor op het oog is, heeft de instemming van Ahold en Albert Heijn. De onderhandelingen zijn nog gaande. Dat de besluitvorming inzake de verplaatsing nog niet tot een positief resultaat heeft geleid, is niet doorslaggevend. Een nieuwe locatie is voor de raad niet randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling van het stationsgebied. Mocht verplaatsing van de winkel van Albert Heijn uiteindelijk niet haalbaar zijn, komt, aldus de raad, onteigening met een te betalen schadeloosstelling in beeld waarmee een einde aan het gebruik van de gronden door Albert Heijn gemaakt kan worden. Op 16 juni 2025 is daartoe in het Gemeenteblad een kennisgeving van een ontwerponteigeningsbeschikking geplaatst. Aannemelijk is dus dat zo nodig zal worden onteigend. Gelet hierop, heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat een vertrek van de winkel van Albert Heijn aan de Van Dedemstraat 19 op termijn aannemelijk is. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4528, onder 11.3, en 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:535, onder 7.8.

Voor de vraag of met de sluiting van de winkel voor de omwonenden een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal ontstaan, is het doorslaggevende criterium of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192. Dat dit zo is, acht de Afdeling niet aannemelijk gemaakt. De raad heeft in het verweerschrift een overzicht gegeven van andere winkelformules die zich in of op relatief korte afstand van het plangebied bevinden, zoals een filiaal van Vomar aan de Vredehofstraat, hemelsbreed op een afstand van ongeveer 600 m, en enkele kleinere supermarkten. Bovendien kan met de afwijkingsbevoegdheid in het plangebied een buurtsuper van maximaal 700 m2 bruto-vloeroppervlak mogelijk worden gemaakt bij gebleken behoefte.

Uit het voorgaande volgt dat de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen noodzaak heeft hoeven te zien voor een voorwaardelijke verplichting in de zin dat pas met de ontwikkeling van het stationsgebied kan worden gestart als een nieuwe plek voor de winkel van Albert Heijn operationeel is. De raad heeft de ontwikkeling als zwaarwegend belang kunnen zien. Een voorwaardelijke verplichting zou, zo heeft de raad op de zitting gesteld, kunnen leiden tot problemen voor de uitvoerbaarheid daarvan.

ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4995: Awb, Wabo, Ow; handhaving, last onder dwangsom, invordering, last onder bestuursdwang, ponton met opbouw, verhuurd als recreatiewoning, aandrijvingsinstallatie en stuurinrichting, meerdere locaties, begrip ‘bouwwerk’, niet veranderd onder Ow, geen plaatsgebondenheid, nieuw besluit, strijd met bpl (Rb Noord-Nederland 24/3286 en 25/327)
6.2. Het gaat in deze zaak om de vraag of de ponton met opbouw een bouwwerk is.

Het begrip bouwwerk is in de Wabo als zodanig niet omschreven. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3132, kan voor de uitleg van het begrip bouwwerk aansluiting worden gezocht bij de omschrijving van dit begrip in de modelbouwverordening. Deze luidt: “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren”. Indien hieraan is voldaan, is sprake van een bouwwerk. Een schip dat wordt gebruikt voor verblijf en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart is geen bouwwerk, zo staat in artikel 1, zevende lid, van de Woningwet, zoals dat artikellid gold voor inwerkingtreding van de Ow.

In bijlage 1 bij de Ow is het begrip bouwwerk gedefinieerd. Een bouwwerk is volgens die definitie een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.

Zoals hiervoor staat, werd onder de Wabo voor het begrip bouwwerk aansluiting gezocht bij de modelbouwverordening. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Ow blijkt dat met de omschrijving van het begrip bouwwerk in bijlage 1 ook bij die omschrijving wordt aangesloten, zij het met de aanvulling dat ook de van het bouwwerk deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties onder die begripsomschrijving vallen. De rechtspraak over het begrip bouwwerk is daarom ook onder de Ow ook van toepassing. Zie hierover Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr. 3, blz. 616. Omdat het begrip bouwwerk onder de Wabo en de Ow dezelfde betekenis heeft, zal de Afdeling, net zoals de rechtbank heeft gedaan, hieronder voor zowel de opgelegde last onder dwangsom als de last onder bestuursdwang bespreken of zij van oordeel is dat de ponton met opbouw een bouwwerk is.

6.3. Om te spreken van een bouwwerk moet in ieder geval sprake zijn van plaatsgebondenheid. De vraag is daarom of de ponton met opbouw bedoeld is om ter plaatse te functioneren. Daarbij overweegt de Afdeling dat ook verplaatsbare mobiele constructies als plaatsgebonden worden beschouwd zodra de bedoeling aanwezig is om de constructie permanent of gedurende een lange tijd op één plaats aanwezig te laten zijn.

6.4. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt het volgende. De ponton met opbouw, waartegen het college eerder heeft opgetreden, lag destijds aan de werf en werd door de ouders van [wederpartij] gebruikt als woning. De ponton waar het college nu tegen optreedt, heeft een aandrijvingsinstallatie en stuurinrichting. De ponton met opbouw wordt door [wederpartij] verhuurd aan recreanten. De ponton wordt gevaren naar een locatie naar keuze op het water in de Alde Feanen, waar deze wordt vastgelegd met spudpalen en maximaal drie dagen blijft liggen. Tijdens langere verhuurperiodes wordt de ponton met opbouw tussentijds naar een andere locatie gevaren. Na de verhuurperiode wordt de ponton met opbouw teruggevaren naar de werf, waarna deze wordt klaargemaakt voor de nieuwe huurders. Volgens [wederpartij] wordt er iedere week met de ponton met opbouw gevaren.

6.5. De rechtbank is onder 8.2 en 8.3 van haar uitspraak tot het oordeel gekomen dat de ponton met opbouw, nadat [wederpartij] daaraan aanpassingen heeft gedaan, een zelfstandig varend object is geworden, waardoor geen sprake is van een constructie die bedoeld is om op de plaats van bestemming ’ter plaatse te functioneren’. De rechtbank heeft daarbij van belang geacht dat de ponton met opbouw een eigen aandrijvingsinstallatie en stuurinrichting heeft, daadwerkelijk zelfstandig vaart en daardoor tijdens de verhuurperiode naar meerdere locaties kan worden gevaren. Het is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat dat laatste ook daadwerkelijk gebeurt. Naar het oordeel van de rechtbank is deze situatie anders dan de situatie vóórdat [wederpartij] de ponton heeft aangepast, waarover zij en de Afdeling eerder uitspraak hebben gedaan. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ponton met opbouw ook na de aangebrachte wijzigingen en het gebruik dat ervan wordt gemaakt nog steeds een bouwwerk is.

De Afdeling ziet in wat het college in hoger beroep heeft aangevoerd geen grond om het oordeel van de rechtbank voor onjuist te houden. Dat vaak naar dezelfde paar plekken in de Alde Feanen wordt gevaren en (meestal) niet de huurder, maar [wederpartij] of zijn zoon tijdens de verhuurperiode vaart, doet aan het feit dat de ponton met opbouw zelfstandig kan varen en ook daadwerkelijk vaart niet af. Dat de ponton met opbouw het gebied Alde Feanen niet verlaat, maakt gelet op de grootte van dat gebied het vorenstaande niet anders. Dat geldt ook voor de verwijzing van het college naar de uitspraak van de Afdeling van 13 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1216. Anders dan in die zaak wordt met de ponton met opbouw daadwerkelijk gevaren.

Dit betekent dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat er sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, onderscheidenlijk van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Ow.

* ABRvS 26 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4994: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen wooncomplex, beroepsgrond onbesproken, nieuw besluit, geen strijd met bestemming “Wonen”, geen onzelfstandige woonruimten, geen kamerverhuur, nagenoeg zelfstandige bewoning (Rb Limburg 22/2530)
7.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 29 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ3261) verdragen, naast zelfstandige bewoning door een gezin, ook minder traditionele woonvormen zich met een woonbestemming, indien daarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 18 augustus 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1851) moet bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een woonsituatie met nagenoeg zelfstandige bewoning of van een situatie van wonen met zorg betekenis worden toegekend aan de mate van zorg (toezicht en begeleiding) die aan de bewoners van de betrokken woning wordt verleend.

7.5.    De Afdeling is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Daarbij zijn de volgende in het besluit van 4 september 2024 genoemde omstandigheden van belang. In het wooncomplex is weliswaar 24 uur per dag toezicht aanwezig, maar er wordt niet 24 uur per dag zorg aangeboden, er wordt geen dagbesteding aangeboden, bewoners zijn vrij om te gaan waar zij willen en sommige hebben overdag bijvoorbeeld een baan, de bewoners wonen permanent in het wooncomplex, en er vindt geen begeleiding plaats met het doel om de bewoners te leren geheel zelfstandig te wonen. Gelet op deze omstandigheden is de mate van zorg niet zo groot dat niet langer sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning.

 

Rechtbank Midden-Nederland 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5718: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouwen, vellen houtopstand, wijzigen landschapsmonument en uitvoeren werk, vier padelbanen, bouwhoogte, peil, geen strijd met planregels, parkeren, boom-effecten rapportage, beschermen visueel waarneembare histrische landschapsperspectieven, gebonden beschikking, evenredigheid, Bkl, algemeen verbindend voorschrift, nabijgelegen recreatiewoningen waar 10 maanden per jaar mag worden verbleven, geluid, onredelijk bezwarend
33. De rechtbank stelt voorop dat in dit geval sprake is van een gebonden beschikking, voorzover die ziet op omgevingsplanactiviteiten. Het college verleent de omgevingsvergunning als de omgevingsplanactiviteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Dit volgt uit artikel 8.0a van Bkl. Het Bkl is geen wet in formele zin, maar een algemeen verbindend voorschrift. Uit de uitspraak van de Grote Kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 26 maart 2024 volgt dat, wanneer het zoals hier gaat om een gebonden besluit dat is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift, bijzondere omstandigheden kunnen maken dat toepassing van de regelgeving in het voorliggende geval zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Dit betekent dat uiteindelijk (‘onder de streep’) moet worden beoordeeld of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Daarbij gaat het dan alleen nog om de evenwichtigheid (evenredigheid in strikte zin). Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbende(n) onredelijk bezwarend is.

  1. De rechtbank stelt vast dat het college in dit geval geen enkel voorschrift aan de omgevingsvergunning heeft verbonden. Er zijn geen maatregelen opgenomen ter beperking van de geluidseffecten van het gebruik van de padelbanen op de directe omgeving, zoals bijvoorbeeld een verplichting tot het plaatsen van geluidswerende schermen of een beperking in speeltijden.
  2. De rechtbank overweegt dat op de locatie de bestemming “Sport” rust. Op grond van vaste rechtspraak kan geconcludeerd worden dat padelbanen niet in strijd zijn met de bestemming “Sport”. In het bestemmingsplan zijn de, ook binnen de bestemming “Sport” gelegen golfbaan, ijsbaan en manege specifiek aangeduid. Uit de plantoelichting volgt dat een uitwisseling van deze functies vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet gewenst is. Dergelijke functieveranderingen zijn in het kwetsbare natuurgebied alleen aan de orde op basis van een gedegen ruimtelijke onderbouwing. Dit geldt ook voor een uitbreiding van de bovengenoemde functies, gelet op de natuurwaarden in het gebied, met uitzondering van een enkele specifieke situatie. De rechtbank leidt uit deze systematiek van de planregels af dat bij de totstandkoming van het bestemmingsplan bijzondere aandacht is geweest voor het bijzondere karakter van het nabijgelegen natuurgebied De Biltse Duinen. Het bestemmingsplan is onherroepelijk sinds 13 mei 2015. Padel werd toen in Nederland niet (zoveel) gespeeld. In het bestemmingsplan is dan ook niet expliciet rekening gehouden met padel. Het is echter een feit van algemene bekendheid dat geluid bij het gebruik van padelbanen harder is dan bij het gebruik van tennisbanen. Eisers hebben daarnaast tijdens de zitting onweersproken aangevoerd dat zij 10 maanden per jaar gebruik mogen maken van hun recreatiewoning op het naastgelegen [naam] en velen doen dit ook. Zij vinden dat het gebruik daarmee zeer vergelijkbaar is met permanente woningen, die wel als geluidsgevoelig object zijn aangemerkt. Het [naam] grenst aan het natuurgebied De Biltse Duinen, een rustige omgeving. Veel recreatiewoningen staan zeer dichtbij de beoogde padelbanen. Onweersproken is vast komen te staan dat in ieder geval één eiser vanaf zijn recreatiewoning zicht zal hebben op de beoogde padelbanen. Recreatiewoningen vallen weliswaar niet onder de zogenaamde geluidsgevoelige objecten, maar uit het rapport van de Omgevingsdienst regio Utrecht van 10 juni 2024 volgt dat indien de recreatiewoningen wél aangemerkt zouden worden als geluidsgevoelige objecten, de Omgevingsdienst aan het college zou adviseren om aan de omgevingsvergunning een voorschrift te verbinden. Dit voorschrift zou inhouden dat vergunninghouder een 105 meter lang scherm van 2,5 meter hoog om de 4 padelbanen dient te plaatsen ter reductie van het padelgeluid. De kosten voor zo’n geluidsscherm worden geraamd op circa € 70.000,- tot € 80.000,-.
  3. De rechtbank komt tot het oordeel dat in dit specifieke geval, waarbij padelbanen worden aangelegd in een beschermd natuurgebied, naast een recreatiepark waar mensen – al dan niet onder een overgangsrechtelijk regime – 10 maanden per jaar in hun eigen recreatiewoning mogen verblijven en waarbij in de vergunning geen enkele beschermende voorwaarde is opgenomen, het bestreden besluit voor een of meer eisers onredelijk bezwarend is. Het besluit leidt daarmee tot een uitkomst die in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. 

Rechtbank Oost-Brabant 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5990: Awb, Ow; handhaving, algemene zorgplicht, specifieke zorgplicht milieubelastende activiteit, bodemverontreiniging,  lekkende mestzak met spuiwater van luchtwassers, verwerken en opslaan bedrijfsafvalstof, milieubelastende activiteit, transporteur mestzakken geen overtreder, normadressaat, evidente overtreding, algemene regels over vergelijkbare verplichtingen, verplichtingen op basis van wetten en regels onder het oude recht, gevolgen overtreding, gehaltes ammonium, nitriet, nitraat en sulfaat, saneringsverplichting, terugsaneerwaarden onvoldoende onderbouwd, hoogte dwangsom, lengte begunstigingstermijn
7.2. De rechtbank merkt spuiwater aan als een afvalstof. Spuiwater is een afvalstof als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. De agrarische bedrijven waar het spuiwater vandaan komt, hebben dit spuiwater door eiseres 1 laten weghalen met het oogmerk om zich ervan te ontdoen.
(…)

7.3. De rechtbank is van oordeel dat het college het opslaan van spuiwater in een winbag op een locatie terecht heeft aangemerkt als een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.184, eerste lid, van het Bal. Een milieubelastende activiteit wordt in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Ow gedefinieerd als een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken en spuiwater kan nadelige gevolgen voor het milieu hebben. De hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Bal (dus ook de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal) zijn van toepassing op milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal zijn aangewezen (ingevolge artikel 2.1 van het Bal). Het verwerken van bedrijfsafvalstoffen wordt aangewezen in artikel 3.184, eerste lid, van het Bal. In artikel 3.185, eerste lid, van het Bal is bepaald dat het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het opslaan van bedrijfsafvalstoffen. Mede gelet op de toelichting op deze artikelen is de rechtbank van oordeel dat onder verwerken ook het opslaan van bedrijfsafvalstoffen valt, tenzij dit wordt uitgezonderd van de aanwijzing in artikel 3.184, derde of vierde lid, van het Bal.

Het opslaan van bedrijfsafvalstoffen voorafgaand aan afgifte is uitgezonderd van de aanwijzing in artikel 3.184, vierde lid, van het Bal. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval geen sprake. In de nota van toelichting op artikel 3.184, vierde lid, onder a, van het Bal wordt aangegeven dat hier wordt gedoeld op handelingen met afvalstoffen die niet specifiek zijn voor bedrijven binnen de afvalsector maar algemeen voorkomen binnen allerlei bedrijfssectoren. Dat laatste is hier niet aan de orde, omdat de bedrijfsvoering van eiseres 2 er juist op is gericht om mestzakken en winbags te verhuren ten behoeve van opslag. Overigens gaat deze zaak niet over het uitrijden van spuiwater (het brengen op de bodem van bedrijfsafvalstoffen), maar over het opslaan van spuiwater in een winbag.

(…)

Wat is de omvang van de zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal en is sprake van een evidente overtreding daarvan?

  1. Eiseres 2 stelt dat zij de zorgplicht niet evident heeft overtreden doordat zij een winbag heeft gebruikt die geschikt is voor de opslag van spuiwater. Het enkele opslaan van spuiwater in een winbag betekent niet dat eiseres 2 daardoor alleen al de zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal heeft overtreden. Eiseres 2 heeft gehandeld in opdracht van het akkerbouwbedrijf dat aanwijzingen heeft gegeven bij het plaatsen van de winbags. Zij heeft direct maatregelen getroffen na de ontdekking van de lekkage door een dam in een sloot te leggen, de winbag weer leeg te maken en weg te halen en het spuiwater weg te pompen in overleg met de Omgevingsdienst en het waterschap.

11.1. Het college meent dat eiseres 2 de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal wel heeft overtreden. Een winbag is een mestzak en is volgens de definities in het Bal bedoeld voor de opslag van drijfmest, digestaat of dunne fractie en dus niet voor de opslag van spuiwater. Eiseres 2 heeft de winbag geplaatst op een ondeugdelijke ondergrond en laten vullen met spuiwater. Zij heeft hiervoor opdracht dan wel hieraan uitvoering gegeven en daarmee het risico op lekkage en weglopen van een grote hoeveelheid spuiwater op de betreffende locatie aanvaard. Zij had beter toezicht op de winbag kunnen en moeten houden en zo snel mogelijk na het optreden van de lekkage de grond moeten afgraven en afvoeren.

(…)
11.5. Kort samengevat hecht de rechtbank bij de bepaling van de omvang en de invulling van de zorgplicht betekenis aan de algemene regels over vergelijkbare verplichtingen in het huidige recht en de verplichtingen op basis van wetten en regels in het oude (voor 1 januari 2024 geldende) recht. Uit de wetsgeschiedenis van de Ow kan niet worden afgeleid dat de wetgever heeft beoogd het niveau van de bescherming van het milieu te verlagen. Met andere woorden, als een gedraging onder het oude recht was verboden, is dat een aanwijzing dat deze gedraging onder het nieuwe recht een evidente schending van de specifieke zorgplicht kan opleveren en dat de betrokkene dit redelijkerwijs kan weten. Uit de verplichtingen op basis van het huidige recht en de verplichtingen in het oude recht leidt de rechtbank af dat in dit geval de specifieke zorgplicht inzake het opslaan van spuiwater in ieder geval verplicht tot de opslag in een lekdichte voorziening op een goede ondergrond, regelmatige controle van deze voorziening en (bij de constatering van lekkage) het zo snel mogelijk opruimen van de verontreiniging om ernstige bodemverontreiniging te voorkomen. Van eiseres 2 mag redelijkerwijs worden verwacht dat zij kon weten dat dit van haar werd verwacht ter invulling van de specifieke zorgplicht.

11.6. De rechtbank is van oordeel dat eiseres 2 in dit geval evident en onmiskenbaar de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal heeft overtreden, gelet op de volgende omstandigheden:

– Het college stelt terecht dat het gebruik van een winbag voor andere doeleinden dan de opslag van drijfmest, digestaat of dunne fractie voor risico komt van de eigenaar van de winbag. Hij kent de eigenschappen van de winbag en weet ook of deze is gecertificeerd. Hij weet of de winbag geschikt is voor de opslag van andere vloeistoffen en weet welke vloeistoffen er in gaan. Hij weet, althans hij behoort te weten welke risico’s aan het andersoortig gebruik van de winbag zijn verbonden.

Dat sprake was van drassige grond waardoor het bouwpuin dat daarin zat de lekkage vermoedelijk heeft veroorzaakt, is een omstandigheid die voor risico komt van eiseres 2, omdat zij de winbag gebruikt voor de opslag van spuiwater. Eiseres 2 heeft naar eigen zeggen kennis en ervaring bij het gebruik van winbags en had kunnen weten dat het opslaan van een winbag op een drassige ondergrond risico’s met zich meebrengt en had juist meer en beter moeten onderzoeken of de locatie geschikt was en had haar controleverplichting serieus moeten nemen om zeker te zijn dat de winbag niet zou gaan lekken als er een risico is op lekkage.

– Dat eiseres 2 de winbag heeft geplaatst op aanwijzingen van het akkerbouwbedrijf ontslaat haar niet van haar vergewisplicht (nu eiseres 2 meer ervaring zal hebben dan het akkerbouwbedrijf en eiseres 2 de eigenaar is van de winbag en op de hoogte is van de eigenschappen van de winbag).

Gelet op de omvang van de door het waterschap geconstateerde lekkage kan niet worden gesproken over regelmatige controles (anders was het eerder door eiseres 2 ontdekt). Onderdeel van de maatregelen na het constateren van de lekkage is het snel opruimen van het gelekte spuiwater en de reeds ontstane onderliggende bodemverontreiniging. De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van eiseres 2 had gelegen om, in het licht van de onderzoeken en het plan van aanpak van Strukton, meer maatregelen te treffen dan zij heeft gedaan door de bodem verder af te graven, mede gelet op de eigenschappen van de stoffen in het spuiwater

 

Rechtbank Midden-Nederland 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5669: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning tijdelijk dassenraster, bopa, bouwactiviteit, uitvoeren werk, ten behoeve van bouw woningen in landgoedbos, belanghebbende, uitvoerbaarheidstoets, etfal, ontbreken omgevingsvergunning flora en fauna-activiteit, geen evident onuitvoerbaar bouwplan
17. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het college bij de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet beoordelen of het ontbreken van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op voorhand de uitvoering van de aangevraagde omgevingsvergunning onmogelijk maakt. Die vraag beantwoordt zij ontkennend en zij zal uitleggen waarom.

  1. Per 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Artikel 5.7 van de Omgevingswet maakt het mogelijk om omgevingsvergunningen voor verschillende activiteiten los van elkaar aan te vragen. Uit de Memorie van Toelichting van de Omgevingswet volgt dat in dit artikel het uitgangspunt is vervat dat de aanvrager volledige vrijheid heeft bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarvoor hij een omgevingsvergunning nodig heeft. Hij kan ervoor kiezen om voor elke activiteit afzonderlijk een omgevingsvergunning aan te vragen, of voor verschillende activiteiten tegelijk. De wet biedt de aanvrager hiermee flexibiliteit. Anders dan in artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo wordt niet langer meer de eis gesteld dat de aanvrager ervoor dient te zorgen dat voor zogeheten onlosmakelijke activiteiten gelijktijdig een vergunning wordt aangevraagd. Onder de Wabo gold de eis dat als een natuurvergunning nodig was en deze nog niet was aangevraagd of verleend, die vergunning meeliep met (‘aanhaakte bij’) de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Dit ‘aanhaken’ geldt niet meer onder de Omgevingswet. Vanwege het ontbreken van de eis in de Omgevingswet dat onlosmakelijke activiteiten gelijktijdig worden aangevraagd, is het aan de aanvrager om te bepalen wat wel en wat niet gelijktijdig met de buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd. Het staat de aanvrager dus vrij om afzonderlijk van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan te vragen.
  2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de wetgever met artikel 5.7 van de Omgevingswet kennelijk heeft beoogd te breken met het uitgangspunt van de Wabo dat onlosmakelijke activiteiten gelijktijdig moeten worden aangevraagd. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om de bestaande Wabo-rechtspraak over de uitvoerbaarheid van een bouwplan in relatie tot flora- en fauna onder de Omgevingswet voort te zetten. De uitvoerbaarheidstoets onder de Omgevingswet beperkt zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot een beoordeling of bij voorbaat sprake is van een evident onuitvoerbaar bouwplan, omdat in geen geval tot uitvoering kan worden overgegaan. Bij die toets hoeven de gevolgen voor flora-en fauna niet betrokken te worden, omdat voor die activiteit een afzonderlijke vergunningplicht met een eigen beoordelingskader geldt met een ander bevoegd gezag en het de aanvrager vrij staat die vergunning afzonderlijk aan te vragen.

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder