Verandering omgevingsvergunning beton- en asfaltcentrale, overgangsrecht Omgevingswet, functioneel ondersteunende activiteit, beleidsruimte ten aanzien van wijzigen voorschriften
Casus
Het college van burgemeester en wethouders van Wageningen heeft de omgevingsvergunning milieu van een beton- en asfaltcentrale gewijzigd. Vanwege het verplaatsen van de asfaltactiviteiten heeft het college de bestaande vergunning ingetrokken voor zover die ziet op de productie van asfalt. De voorschriften van de vergunning zijn niet gewijzigd. Eisers stellen dat het college ten onrechte heeft nagelaten de vergunningsvoorschriften ten aanzien van de maximale productie van de puinbreker en de geluidsvoorschriften naar beneden bij te stellen waardoor de milieuruimte die bij de asfaltactiviteiten hoorde voor het bedrijf beschikbaar blijft.
Ten aanzien van de voorschriften met betrekking tot geluid heeft het college zich op het standpunt gesteld dat deze op grond van artikel 4.13, vierde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als maatwerkvoorschriften moeten worden aangemerkt onder de Omgevingswet. Dit artikellid bepaalt namelijk dat wanneer op een locatie zowel milieubelastende activiteiten worden verricht waarvoor een omgevingsvergunning is vereist (in dit geval: de puinbreker en de betonmortelcentrale), als milieubelastende activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (in dit geval: de op- en overslagactiviteiten van zand en grind) vergunningvoorschriften die op beide activiteiten betrekking hebben, gelden als maatwerkvoorschriften voor zover er een bevoegdheid is om daarvoor maatwerkvoorschriften te stellen.
Eisers hebben aan de hand van een deskundigenrapport onderbouwd dat de geluidbelasting als gevolg van het wegvallen van de asfaltactiviteiten in ieder geval in de avond- en nachtperiode minder wordt.
Rechtsvragen
1. Hoe moeten de op- en overslagactiviteiten onder de Omgevingswet worden gekwalificeerd?
2. Wat betekent dit voor voorschriften met betrekking tot geluid?
3. Had het college de voorschriften met betrekking tot geluid moeten wijzigen?
Uitspraak
1. Weliswaar zijn op zichzelf staande op- en overslagactiviteiten van zand en grind niet als vergunningplichtige activiteit aangewezen in artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), maar deze op- en overslagactiviteiten zijn wel als vergunningplichtige activiteit aangewezen als ze plaatsvinden als functioneel ondersteunende activiteit bij de betonmortelcentrale. Dat volgt uit artikel 3.115, onder c, gelezen in verbinding met artikel 3.111, eerste en tweede lid, van het Bal. De op- en overslagactiviteiten van zand en grind staan in dit geval naar het oordeel van de rechtbank namelijk niet op zichzelf, maar zijn ten dienste van en functioneel ondersteunend aan de betonmortelcentrale van het bedrijf, zowel op deze locatie als op de locatie in Veenendaal. Zo volgt bijvoorbeeld uit de revisievergunning zelf dat de ‘hoofdactiviteiten’ van het bedrijf de productie van asfalt en de productie van betonmortel betreffen en de ‘nevenactiviteiten’ de mobiele breekinstallatie, het overslaan van zand en grind en het exploiteren van een tankplaats en werkplaats. Deze nevenactiviteiten worden (voornamelijk) ingezet om daarmee de hoofdactiviteit, namelijk de productie betonmortel, te kunnen uitvoeren.
2. De rechtbank is, anders dan partijen, van oordeel dat voorschriften 15.1 en 15.2, ook onder de Omgevingswet nog als vergunningvoorschriften gelden.
3. De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid voorschrift 15.1 niet heeft hoeven wijzigen. Weliswaar hebben eisers aan de hand van een deskundigenrapport onderbouwd dat de geluidbelasting als gevolg van het wegvallen van de asfaltactiviteiten in ieder geval in de avonden nachtperiode minder wordt, maar dat betekent nog niet dat het college ook gehouden was om dit voorschrift te wijzigen. Het college heeft namelijk beleidsruimte om een voorschrift al dan niet te wijzigen met het oog op significante milieuverontreiniging. En met inachtneming van die beleidsruimte heeft het college onderbouwd dat ook bij het geldende, onherroepelijke, geluidvoorschrift sprake is van een (voor eisers) aanvaardbare situatie. Onder die omstandigheid heeft het college er in dit geval in redelijkheid voor kunnen kiezen het belang van het bedrijf tot conservering van de huidige geluidruimte zwaarder te laten wegen dan het belang van eisers bij een vermindering van de geluidsbelasting.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Gelderland
Datum Uitspraak : 24-06-2026
Eclinummer : ECLI:NL:RBGEL:2026:4927
Jelle van de Poel