Overheidsaansprakelijkheid, artikel 8 EVRM, Wet luchtvaart, fair balance.

Casus

De Stichting recht op bescherming tegen vliegverkeer (RBV) vordert onder meer een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig handelt door (onder meer) disproportioneel veel mensen bloot te stellen aan (ernstige) hinder en slaapverstoring als gevolg van het luchtverkeer van en naar Schiphol. Zij stelt onder meer dat de Staat een inbreuk maakt op artikel 8, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het recht op een persoonlijke levenssfeer. De rechtbank toetst onder meer of de totstandkoming van het Luchthavenverkeerbesluit 2008 (LVB 2008), waarin de grenswaarden voor de handhavingspunten zijn bepaald, rechtmatig is geweest.

Rechtsvraag

Is bij het opstellen van het LVB 2008 voldaan aan de eis van een fair balance tussen de belangen van de mensen die ernstige geluidshinder en slaapverstoring ervaren door het luchtverkeer van en naar Schiphol?

Uitspraak

RBV stelt onder verwijzing naar onder meer een recent RIVM-rapport dat het grootste gedeelte van de mensen die geluidshinder ondervinden zich buiten de geluidscontouren en daardoor buiten beeld bevindt. Dit betekent dat in de context van het LVB 2008 de belangen van deze mensen niet rechtstreeks worden meegewogen. (…) De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de belangen van een zeer aanzienlijk aantal mensen die ernstige geluidshinder en slaapverstoring ondervinden niet worden meegenomen in de onderzoeken waarop het beleid wordt afgestemd en ook niet zijn meegenomen bij de totstandkoming van het LVB 2008.

Daarbij komt dat in het beleid zoals dat uit de proces- en Kamerstukken blijkt en zoals het door de Staat ter zitting is toegelicht, steeds de netwerkfunctie van Schiphol (en daarmee het aantal vliegbewegingen) voorop is gesteld en eerst is onderzocht wat er voor nodig is om die functie te waarborgen. De uitkomst van die afweging bepaalt welke ruimte er voor andere belangen is. Tekenend voor dit beleid is onder meer dat het kabinet heeft beslist dat als er na 2005 nieuwe gehinderden zijn bijgekomen doordat er nieuwe woningen binnen de geluidscontouren zijn gebouwd, de luchtvaartsector daar niet op wordt afgerekend. Ter zitting is toegelicht dat dit betekent dat de luchtvaartsector geen van de negatieve gevolgen van het toegenomen woningbestand binnen de geluidscontouren hoeft te dragen. Op de vraag voor wiens rekening die negatieve gevolgen dan wel kwamen, heeft de Staat geen eenduidig antwoord kunnen geven. Uit het feit dat de absolute aantallen toegestane gehinderden sinds 2005 steeds zijn verhoogd, kan slechts de conclusie volgen dat de negatieve gevolgen in de praktijk geheel voor rekening van de omwonenden zijn gelaten. Het steeds voorop stellen van de hubfunctie brengt mee dat alleen de restruimte wordt verdeeld die de hubfunctie voor andere belangen overlaat, zonder dat wordt afgewogen of die restruimte wel voldoende is in het licht van het gewicht van die overige belangen. Artikel 8 EVRM vereist echter iets anders, namelijk dat het relatieve gewicht van de belangen van de luchtvaart ten opzichte van onder meer de belangen van gehinderden de uitkomst van de belangenafweging bepaalt. Anders gezegd: de Staat heeft wel ruimte om beleidsprioriteiten te formuleren, maar dat ontslaat hem niet van de plicht om te zorgen dat grondrechten die voor hem geen prioriteit zijn, in voldoende mate gewaarborgd blijven.

Om alle hiervoor genoemde redenen, afzonderlijk en in onderling verband bezien, heeft de Staat niet aannemelijk gemaakt dat hij bij de besluitvorming over het luchtverkeer van en naar Schiphol een passend gewicht heeft toegekend aan de belangen van omwonenden die daarvan ernstige geluidshinder en slaapverstoring ondervinden, en evenmin dat hij de betrokken belangen op passende wijze tegen elkaar heeft afgewogen. Het voorgaande leidt al tot de conclusie dat het LVB 2008 niet tot stand is gekomen met inachtneming van de door artikel 8, tweede lid, van het EVRM vereiste fair balance. Daar komt nog bij dat bij de vaststelling en uitvoering van de maatregelen in het kader van het LVB 2008 geen rekening is gehouden met enkele relevante ontwikkelingen die hierna besproken zullen worden.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Den Haag
Datum Uitspraak : 20-03-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBDHA:2024:3734
Jelle van de Poel

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder