De noodzaak van het opzettelijk verstoren van de wolf in het belang van de openbare veiligheid is onvoldoende onderbouwd. Uit een aantal deskundigenverklaringen blijkt vooralsnog niet dat er sprake is van afwijkend gedrag bij de wolf. Ook is onvoldoende onderbouwd dat er geen bevredigende alternatieven zijn.

Casus

Gedeputeerde staten hebben een vergunning verleend voor het verstoren van wolven met afwijkend gedrag met behulp van een paintballgeweer in de gemeenten Ermelo, Putten, Harderwijk, Nunspeet, Elburg, Oldebroek, Heerde, Epe, Apeldoorn en Barneveld, voor de duur van 18 maanden. Faunabescherming heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Faunabescherming stelt onder meer dat de noodzaak en het ontbreken van alternatieven onvoldoende is aangetoond en dat de wolf in ongunstige staat van instandhouding verkeert. Ook is in de vergunning niet beschreven wat onder afwijkend gedrag bij de wolf wordt verstaan.

Rechtsvragen

1. Is de noodzaak voor het verstoren van de wolf voldoende onderbouwd?
2. Zijn andere bevredigende oplossingen in voldoende mate onderzocht?

Uitspraak

1. Aan de verleende vergunning ligt ten grondslag dat deze nodig is in het belang van de openbare veiligheid. Tussen partijen is in geschil of de openbare veiligheid in het geding is. Daarbij speelt de vraag of er bij de wolf sprake is van afwijkend gedrag. Het college is deze mening toegedaan en heeft zich daarbij gebaseerd op het rapport van een ter zake deskundige. In dat rapport wordt uiteengezet waarom er bij de wolf sprake is van afwijkend gedrag en waarom snel ingrijpen noodzakelijk is.
De Faunabescherming weerspreekt dat die conclusie in dit stadium al kan worden getrokken en betoogt dat nader onderzoek naar (het gedrag van) de wolf, het effect van het schieten met een paintballgeweer op de wolf en het gedrag van de mensen in kwestie, noodzakelijk is. Jonge wolven kunnen nieuwsgierig gedrag vertonen en daardoor mensen dichter naderen dan gebruikelijk is. Er hoeft niet direct sprake te zijn van habituatie zoals door het college wordt gesteld. De Faunabescherming onderbouwt haar standpunt met deskundigenverklaringen.
Het betoog van de Faunabescherming slaagt. Volgens vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan op het advies van een deskundige afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Indien een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan.
De Faunabescherming heeft een aantal deskundigenverklaringen overgelegd, waarin wordt geconcludeerd dat geen sprake is van afwijkend gedrag bij de wolf, althans dat nader onderzoek nodig is.

2. Op grond van artikel 8.74k, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), kan het college de vergunning uitsluitend verlenen als er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Dat betekent dat nauwkeurig en toereikend moet zijn gemotiveerd dat er geen alternatieve maatregel bestaat, waarmee de nagestreefde doelstelling op een bevredigende manier kan worden bereikt, die geen of een geringere overtreding van het verbod om de wolf te verstoren betekent.
Uit de verleende vergunning blijkt dat het college de volgende alternatieve middelen heeft onderzocht: 1) verjaging door middel van roepen en in de handen klappen, 2) afschrikken met de middelen: gooien met stenen, gebruik van katapult, gebruik van rubberen kogels, 3) afsluiten van het gebied voor bezoekers, 4) strenger handhaven op het verstrekken van voer voor de wolf, 5) zenderen met een halsbandzender. Het college heeft – mede aan de hand van het advies van de deskundige – geconcludeerd dat het afschrikken van de wolf met afwijkend gedrag met een paintballgeweer in dit stadium de enige en beste oplossing is.
De voorzieningenrechter is het met de Faunabescherming eens dat onvoldoende duidelijk is wat het college, al dan niet in samenwerking met de gemeente Ermelo en Natuurmonumenten, heeft gedaan om de wolf te beschermen en om voedselconditionering tegen te gaan. Het college stelt weliswaar dat er een parkeerplaats is afgesloten, dat een tijdelijk stopverbod op specifieke locaties is ingesteld en dat strenger wordt gehandhaafd, maar de inzet van deze middelen is niet concreet gemaakt. Niet duidelijk is of maximaal is ingezet op deze alternatieven, wanneer deze zijn ingezet, voor welke duur en wat het effect was. Het betoog van de Faunabescherming op dit punt slaagt.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Gelderland
Datum Uitspraak : 23-05-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBGEL:2024:3065
Koert Ottens

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder