Door de uitleg over de eigenschappen en kenmerken van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ in samenhang met de prognose uit AERIUS Monitor 2022 van de effecten van de passende maatregelen, is voldoende inzichtelijk gemaakt dat deze maatregelen tot gevolg hebben dat de stikstofdepositie binnen afzienbare termijn daalt en dat door deze daling wordt voorkomen dat de natuurwaarden in Rijntakken verslechteren.
Casus
Stichting ‘Dorp en Landschap Bommelerwaard’ heeft verzocht om de natuurvergunning van een geitenhouderij in Hurwenen in te trekken. Volgens de stichting worden onvoldoende passende maatregelen genomen om verslechtering of verstoring te voorkomen van de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied Rijntakken.
Gedeputeerde staten hebben het verzoek om de natuurvergunning van de geitenhouderij gedeeltelijk in te trekken, afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt dat toereikende passende maatregelen zijn of zullen worden getroffen. Ter uitvoering van de opdracht van de rechtbank heeft het college op 15 september 2023 een nieuw besluit op het intrekkingsverzoek genomen.
Het college verwijst hierin nogmaals naar de landelijke maatregelen en de Uitvoeringsagenda Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS). Daarnaast verwijst het college naar de herstelmaatregelen in het beheerplan voor Natura 2000-gebied Rijntakken. Aanvullend verwijst het college naar het gebiedsprogramma ‘Vitaal Landelijk Gebied Gelderland’ dat wordt uitgewerkt in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Ook licht het college toe dat in het Natura 2000-gebied Rijntakken sprake is van andere problematiek dan in andere stikstofgevoelige gebieden in de provincie. De kritische depositiewaarde (KDW) voor natuurwaarden in Rijntakken ligt relatief hoog, omdat riviersystemen van nature relatief voedselrijk zijn. Volgens AERIUS monitor 2022, die door de provincie wordt gebruikt om tot een effectieve inzet van maatregelen en middelen te komen, zal in 2030 98% van de voor stikstofgevoelige habitattypen in dit gebied niet meer stikstofoverbelast zijn door autonome ontwikkelingen en landelijke maatregelen. Op de zitting heeft het college via AERIUS Monitor 2024 laten zien dat ook uit deze meest recente versie van AERIUS Monitor blijkt dat in 2030 bijna geen van de natuurwaarden, waar de vergunde bedrijfsactiviteiten effecten op hebben, nog stikstofoverbelast zijn. Ter verdere onderbouwing heeft het college de notitie van Kleijberg Ecologie van 11 maart 2025 overgelegd. Op grond van deze notitie concludeert het college dat in het westelijk deel van Rijntakken stikstof geen drukfactor van betekenis meer is. Ook in de door de provincie opgestelde natuurdoelanalyse over Rijntakken van 26 mei 2023 (hierna: NDA) staat dat voor bijna alle habitattypen de NDA de ecologische onderbouwing levert dat het vastgestelde pakket aan maatregelen de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen mogelijk maakt. Er is dus geen sprake van een verslechtering van de natuurwaarden in Natura 2000-gebied Rijntakken volgens het college.
De stichting is hiertegen in beroep gegaan.
Rechtsvraag
Is ter uitvoering van de verslechteringstoets (artikel 6, tweede lid van de Habitatrichtlijn (Hrl)) voldoende gemotiveerd dat aan het additionaliteitsvereiste is voldaan?
Uitspraak
De prognoses van AERIUS Monitor 2022 zijn gebaseerd op uitgangspunten uit de Klimaat- en Energieverkenning 2020 (hierna: KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving. De KEV stelt twee emissieramingen vast: een op grond van vastgesteld beleid – dat is beleid dat bindend was vastgesteld op de peildatum van 1 mei 2020 – en een op grond van voorgenomen beleid. AERIUS Monitor 2022 gebruikt alleen de emissieraming op grond van vastgesteld beleid met peildatum 1 mei 2020. De Afdeling verwijst kortheidshalve naar paragraaf 3.1 van het ‘overzicht van uitgangspunten scenario aannames en beleid in de KEV 2020’ van 30 oktober 2020, waarin staat aangegeven welke maatregelen zijn betrokken. De maatregelen met een kruisje onder ‘V’ in de tabel is het vastgestelde beleid dat is betrokken in de AERIUS Monitor 2022.
Op de zitting is door het college toegelicht dat in de NDA over Rijntakken is onderzocht of de in AERIUS Monitor 2022 betrokken maatregelen de ecologische onderbouwing leveren dat die maatregelen een verslechtering tegengaan en het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen mogelijk maken. In de NDA is voor de genoemde natuurwaarden tot de conclusie gekomen dat het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen mogelijk blijft met het vastgestelde pakket aan maatregelen.
De Afdeling overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat uit AERIUS Monitor 2022 blijkt dat al het per 1 mei 2020 vastgestelde beleid ertoe zal leiden dat in 2030 op geen enkele natuurwaarde, met uitzondering van Lg11 (leefgebied kamgrasweide & bloemrijk weidevogelgrasland), waar de vergunde bedrijfsactiviteiten effecten op hebben, nog sprake zal zijn van stikstofoverbelasting. Wat betreft Lg11 is in AERIUS Monitor 2022 te zien dat de stikstofoverbelasting aan het afnemen is en in 2030 nog op 1,4% van het oppervlak sprake zal zijn van een lichte overbelasting en op 1,2% van een matige overbelasting.
Voor zover de stichting betoogt dat de conclusies uit de NDA niet moeten worden gevolgd, omdat uit het advies van de Ecologische Autoriteit van 29 januari 2024 blijkt dat sommige van de conclusies bijstelling behoeven naar ‘nee, tenzij’, overweegt de Afdeling het volgende. Op de zitting is door het college toegelicht dat de NDA en het advies van de Ecologische Autoriteit zien op het gehele Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit gebied bestaat uit verschillende delen en habitattypen, en leefgebieden komen in de verschillende delen ervan in meer of mindere mate voor. In de NDA en het advies van de Ecologische Autoriteit is voor de natuurwaarden in alle delen van het Natura 2000-gebied gezamenlijk tot één conclusie gekomen. Daarbij ziet de conclusie in de NDA en in het advies van de Ecologische Autoriteit op de staat van de natuurwaarden met inachtneming van alle drukfactoren. Maar het college ziet in AERIUS Monitor 2022 bevestigd dat stikstof geen drukfactor meer is op de natuurwaarden in het westelijk deel van Natura 2000-gebied Rijntakken, waarop de vergunde bedrijfsactiviteiten effecten hebben. Dat wellicht op grond van het advies van de Ecologische Autoriteit in zijn algemeenheid de conclusies moeten worden aangepast voor sommige natuurwaarden, betekent niet dat sprake is van verslechtering van die natuurwaarden in het gedeelte van Rijntakken waarop de vergunde bedrijfsactiviteiten effecten hebben. Gelet op deze toelichting van het college ziet de Afdeling in wat de stichting heeft aangevoerd over het advies van de Ecologische Autoriteit geen aanleiding voor het oordeel dat het college de NDA niet mocht betrekken in haar besluitvorming.
Door de uitleg over de eigenschappen en kenmerken van het Natura 2000-gebied in samenhang bezien met de gegevens uit AERIUS Monitor 2022 waarin de effecten van de passende maatregelen zijn geprognosticeerd, heeft het college voldoende inzichtelijk gemaakt dat deze maatregelen de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn tot gevolg hebben. Het college kon daarom terecht afzien van het gedeeltelijk intrekken van de natuurvergunning.
Rechtelijke Instantie : Raad van State
Datum Uitspraak : 02-07-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RVS:2025:2973
Koert Ottens