Omgevingsvergunning voor het realiseren van een dakopbouw en een huisartsenpraktijk door middel van een aanbouw aan de voorgevel. Het college van burgemeester en wethouders heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar het aspect geluid. Bij de beoordeling of een goed woon- en leefklimaat (ter onderbouwing van het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties) is gewaarborgd, kan niet worden volstaan met een toets aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (het college) heeft met het bestreden besluit aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor realiseren van een dakopbouw en een huisartsenpraktijk door middel van een aanbouw aan de voorgevel. Het college heeft voor het bouwplan een omgevingsvergunning verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Verzoekers zijn het met dit besluit niet eens en hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Verder verzoeken zij de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening te treffen.

Rechtsvragen

1. Heeft het college ten onrechte geen gevolg gegeven aan de verplichting uit artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) om een watertoets te verrichten?
2. Heeft het college het aspect geluid afdoende onderzocht?

Uitspraak

Kader
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leeromgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Ter plaatse van het perceel geldt het omgevingsplan [gemeente] (omgevingsplan). Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. Op het perceel was voor zover relevant vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘[plaats 2]’ van kracht. Dit bestemmingsplan maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de [gemeente]. Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Wonen-2’ (artikel 30 van de planregels van het bestemmingsplan) en voor zover relevant de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ (artikel 37 van de planregels van het bestemmingsplan). Verder kent het perceel een bouwvlak.
De voorzieningenrechter merkt op dat de formulering van de eisen die worden gesteld aan de beoordeling van omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verschilt van formulering van de eisen die werden gesteld aan een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Naast het gebruik van het criterium van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ in plaats van het criterium ‘goede ruimtelijke ordening’ wordt in artikel 8.0b, tweede lid van het Bkl nadrukkelijk bepaald dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de regels in hoofdstuk 5 van het Bkl. Artikel 8.0b, tweede lid van het Bkl vereist naar het oordeel van de voorzieningenrechter daarom een actievere beoordeling van het bevoegd gezag. Het college moet beoordelen of aan de eisen van hoofdstuk 5 van het Bkl wordt voldaan. Het college heeft weliswaar beoordelingsruimte of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties maar het college heeft pas beleidsruimte als is voldaan aan de eisen ingevolge artikel 8.0b, tweede lid van het Bkl.

1. Uit artikel 5.37, eerste lid van het Bkl volgt dat bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een watertoets dient te worden verricht. De voorzieningenrechter is met verzoekers van oordeel dat het college in het bestreden besluit ten onrechte geen gevolg heeft gegeven aan de in dit artikel opgenomen verplichting een watertoets te verrichten. Verzoekers wijzen er verder op dat een groot deel van het perceel aanvullende verharding zal krijgen in de vorm van enerzijds de aanbouw van 123 m² en anderzijds de verharde parkeerplaats aan de voorzijde van het perceel van circa 185 m² zal worden gerealiseerd. Verzoekers benadrukken in dit verband dat zij momenteel bij onder meer hevige regenval al wateroverlast ondervinden door het feit dat een groot gedeelte van hun woningen onder het maaiveld zijn gerealiseerd.
Het college heeft zich in het verweerschrift en ter zitting op het standpunt gesteld dat de gebrekkige motivering in het bestreden besluit kan worden hersteld in het besluit op bezwaar. Het college wijst er daartoe op dat het maximale bebouwingspercentage in het onderhavige geval onder de 22% als bedoeld in artikel 30.2.3, eerste lid, van de planregels blijft. Verder is verharding van het perceel binnen de bestemming ‘Wonen-2’ toegestaan. Het college wijst hiertoe naar artikel 30.1, 1.31 en 1.58 van de planregels. Het college heeft alsnog advies gevraagd aan het Waterschap Hollandse Delta. Het waterschap heeft aangegeven dat de genoemde werkzaamheden zich niet in de omgeving van een waterkering of watergang bevinden. Daarnaast wordt er niet meer dan 500 vierkante meter nieuwe verharding aangebracht. De impact van het plan op het watersysteem is daarom beperkt. De werkzaamheden zijn verder op grond van de Omgevingswet niet vergunningplichtig bij het waterschap Hollandse Delta.
De voorzieningenrechter ziet gelet op hetgeen het college in het verweerschrift en ter zitting naar voren heeft gebracht geen aanleiding om het bestreden besluit hangende bezwaar te schorsen. Het college kan eerder genoemde gebrek met de gegeven motivering nog herstellen in het besluit op bezwaar.

2. Verzoekers stellen dat in het bestreden besluit iedere vorm van een akoestische beoordeling ontbreekt, waardoor het college in het geheel geen inzicht heeft in de exacte geluidsbronnen van de huisartsenpraktijk (met bijbehorende parkeerplaatsen) en de hinder die verzoekers hierdoor zullen ondervinden. Het bestreden besluit is ook om deze reden in strijd met de artikelen 3:2, 3:4 en 3:46 van de Awb. Het gaat volgens verzoekers om de geluidswaarden zoals deze voorheen golden op grond van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (nu het omgevingsplan). Evenmin is beoordeeld of in de nieuwe situatie aan de geluidgrenswaarden van het omgevingsplan kan worden voldaan, aldus verzoekers.
Het college heeft zich in het verweerschrift en ter zitting op het standpunt gesteld dat voor de vraag of de geluidsnormen al dan niet worden overschreden de verkeersaantrekkende werking van het project relevant is. Voor de verkeersaantrekkende werking gaat het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: CROW) voor een huisartsenpraktijk uit van 15,2 tot 22,5 ritten per behandelkamer. Voor de twee behandelkamers die worden gerealiseerd bij het project zijn dat dus 30 tot 45 extra ritten naar deze locatie. Van die ritten zal 89% bestaan uit bezoekers (patiënten en leveranciers). Volgens het verkeersmodel V-MRDH 3.02 rijden er in 2025 op deze locatie 370 gemotoriseerde voertuigen per weekdagetmaal. Voor 2034 is de prognose voor deze locatie 430 gemotoriseerde voertuigen per weekdag. Als de vergunning volledig gebruikt wordt, wordt de intensiteit in 2043 475 gemotoriseerde voertuigen. Het college stelt dat voldaan kan worden aan de geluidsnormen, omdat sprake is van minder dan 900 verkeersbewegingen van motorvoertuigen in de nieuwe situatie. Daarbij wordt opgemerkt dat de ritten naar de locatie niet allemaal nieuwe ritten zullen zijn. Een deel van de patiënten komt immers mee vanaf de bestaande locatie aan [adres 8], hetgeen betekent dat de toename minder zal zijn. Ten aanzien van parkeren geldt dat het arriveren, starten en wegrijden hinderlijk kan zijn. Deze vorm van geluidhinder is echter al opgenomen in de hiervoor beschreven totale geluidproductie.
De voorzieningenrechter volgt het standpunt van verzoekers dat de gevolgen van de vestiging van een huisartsenpraktijk ter plaatse niet voldoende zijn onderzocht. Hij is daarnaast van oordeel dat het college met hetgeen in verweerschrift en ter zitting naar voren is gebracht nog altijd onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het aspect geluid. De voorzieningenrechter wijst allereerst op artikel 5.55, eerste lid, sub a, van het Bkl op grond waarvan de regels over geluid door activiteiten uit paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl van toepassing zijn op het toelaten van een activiteit, anders dan het wonen, die geluid kan veroorzaken op geluidsgevoelige gebouwen. Hierbij komt dat het college niet heeft onderkend dat bij de beoordeling of een goed woon- en leefklimaat (ter onderbouwing van het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties) is gewaarborgd, niet kan worden volstaan met een toets aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ook geluid waarop de grenswaarden geen betrekking hebben, zoals geluid van startende en draaiende motoren en scooters, het geluid van dichtslaande portieren en het stemgeluid van bezoekers, dient immers betrokken te worden bij de vraag of een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Hierbij is van belang dat het parkeerterrein van de huisartsenpraktijk grenst aan de aanliggende tuinen. Het college heeft om deze reden het aspect geluid onvoldoende onderzocht en meegewogen en zal de uitkomst van het nader te verrichten onderzoek mee dienen te wegen in het kader van de beoordeling of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als bedoeld in artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl. De voorzieningenrechter ziet ook hierin aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en de verleende omgevingsvergunning te schorsen.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Rotterdam
Datum Uitspraak : 19-06-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RBROT:2025:7723
Ruud Veenhof

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder