Afwijken voorwaardelijke verplichting ter voorkoming wateroverlast.

Casus

Het plan voorziet in de mogelijkheid om ten hoogste 21 woningen te realiseren op de locatie Brandlichterweg/Diekmanweg ten noordoosten van het centrum van Denekamp. De locatie is in de huidige situatie onbebouwd en ingericht als grasland. [Appellant] is eigenaar van een aantal percelen rondom het perceel [locatie], waarop zijn woning zich bevindt. [Appellant] kan zich niet verenigen met het plan omdat hij vreest voor een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie op enkele van zijn percelen.

[Appellant] betoogt onder meer dat artikel 5.5.4 van de planregels tot rechtsonzekerheid leidt omdat het college hiermee kan afwijken van wat in de voorwaardelijke verplichting is geregeld over het aanbrengen van de waterhuishoudkundige maatregelen. Volgens [appellant] kan alleen sprake zijn van een goede waterhuishouding wanneer de maatregelen conform het waterhuishoudkundig plan worden uitgevoerd.

Rechtsvraag

Brengt de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de voorwaardelijke verplichting voldoende waarborg om onaanvaardbare wateroverlast te voorkomen?

Uitspraak

De Afdeling overweegt dat gelet op het bepaalde in artikel 5.5.4 van de planregels het college een omgevingsvergunning kan verlenen waarmee wordt afgeweken van artikel 5.4.3, zodat ook op andere wijze dan beschreven in bijlage 1 van de planregels kan worden voorzien in passende waterhuishoudkundige voorzieningen. De raad heeft toegelicht dat hij hiermee flexibiliteit heeft willen behouden voor het geval de in bijlage 1 bij de planregels bedoelde voorzieningen om wat voor reden dan ook niet kunnen worden verwezenlijkt. Deze voorzieningen omvatten gelet op de definitieomschrijving van ’waterhuishoudkundige voorzieningen’ onder meer wadi’s, waterlopen en waterpartijen, maar ook voorzieningen voor infiltratie, buffering, berging en afvoer van water en voor waterzuivering. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad hier redelijkerwijs niet voor heeft kunnen kiezen. Hierbij betrekt de Afdeling dat in artikel 5.5.4 staat dat alleen met een omgevingsvergunning van artikel 5.4.3 mag worden afgeweken als de waterhuishoudkundige maatregelen minimaal gelijk zijn aan de in bijlage 1 beschreven maatregelen en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in de omgeving aanwezige functies en waarden. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanknopingspunt voor de conclusie dat het bepaalde in artikel 5.5.4 hiermee een onvoldoende waarborg biedt ter voorkoming van onaanvaardbare wateroverlast.

Rechtelijke Instantie : Raad van State
Datum Uitspraak : 03-09-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RVS:2025:4205
Odile Scholte

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder