Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
# ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2896: Awb, Wro; bpl, correctieplan en herzieningsplan, recreatieterrein, camping, motivering recreatieve bestemming, inperking aantal standplaatsen, deels wegbestemmen, bedrijfsbelangen, motiveringsgebrek, bedrijfswoning, bouwregeling, bebouwingsdichtheid, ecologisch onderzoek, open plekken-beleid Natuurmonumenten, inhoudsmaat recreatiewoning, persoonsgebonden overgangsrecht, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2880: Awb, Nbw; natuurvergunning, garnalenvisserij, Natura 2000-gebieden, schadevergoeding, overschrijding redelijke termijn
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2916: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, realisering appartementen en herenhuizen, herstelbesluit, aantal parkeerplaatsen, parkeerdruk, nadere onderbouwing (Rb Midden-Nederland 21/4730)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2918: Awb, Wro; bpl, landgoed, uitbreiding recreatieve bestemming, zorgfunctie, bouw schaapskooi, groepsaccommodaties, extensief recreatief medegebruik, goede ruimtelijke ordening, ondergeschikte horecafunctie, begrip verblijfsrecreatie, bedrijfswoningen, akoestische functieaanduiding, nader toetsingsmoment, ladder duurzame verstedelijking, nieuwe stedelijke ontwikkeling, nadere motivering behoefte, akoestische onderzoeken, maximale planologische mogelijkheden, bestuurlijke lus
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2885: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, verkeersgeneratie, verkeersafwikkeling, restcapaciteit pont, gemiddelde wachttijd pont, gegevens TomTom en Google Maps, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2886: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, goede ruimtelijke ordening, horeca, restaurant, hotel, bouwmogelijkheden, monumentale en landschappelijke waarden, uitvoerbaarheid gebruiksmogelijkheden, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2889: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw berging met overkapping, welstandsadvies, objectcriteria, berging, tegenadvies (Rb Den Haag 20/7347)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2892: Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning, badhotel, 23 appartementen, landschappelijke/natuurlijk/cultuurhistorische waarden, ladder duurzame verstedelijking, geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, Barro, bebouwingsmogelijkheden, bouwmassa, kustfundament, Waddengebied, strand- en eilandbeleving, provinciale verordening, landschappelijke inpassing, Bbl, woon- en leefklimaat recreatiewoningen, VNG-brochure, geluidhinder, Activiteitenbesluit, lichthinder, uitzicht, stikstofonderzoek, KDW, aanvullend onderzoek, soortenbescherming, verkeersveiligheid, gebreken planregels, bestuurlijke lus, coördinatieregeling, strijd met bpl, bouwhoogte, vlaggenmasten
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2894: Awb, Wabo; wijziging maatwerkvoorschriften, internationale fruithandel, geluid transportactiviteiten, beperkingen aantal verkeersbewegingen, Activiteitenbesluit, financieel-economische belangen, strijd met bpl, zelf in de zaak voorzien (Rb Gelderland 21/1770)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2901: Awb, Wnb; afwijzing handhavingsverzoek, houden melkkoeien en jongvee, ontbreken natuurvergunning, herstart melkveehouderij, één-en-hetzelfde project, Activiteitenbesluit, eerder verleende vergunning, 18 december-uitspraak, voorwaarden overgangsperiode tot 1/1/2030, intern salderen (Rb Oost-Brabant 22/2003)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2888: Awb; weigering vergunning, restauratie grafmonument, begraafplaats, verordening, beschermd rijksmonument, aanwijzingsbesluit, onderdelen monumentale waarde, uiterlijk grafbedekkingen (Rb Midden-Nederland 23/2482)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2919: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning, realiseren zonnepark, zonneladder, beleid, landschappelijke inpassing, groenstrook, geldend bpl, aansluiting op netwerk (Rb Limburg 21/3170, 21/3277, 21/3287, 21/3288 en 21/3289)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2905: Awb, Wabo; afwijzing revisievergunning, intrekking omgevingsvergunning, varkenshouderij, bibob, afvalstoffen, evenredigheid
(Rb Midden-Nederland 23/1160)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2884: Awb, Wro; bpl, uitbreiding bedrijfsgebouw, woon- en leefklimaat, bouwhoogte, landschappelijke inpassing, zelf in de zaak voorzien
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2887: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen/splitsen bestaand gebouw, 3 appartementen, monumentaal pand, zichtbaarheid dakterras, privaatrechtelijke belemmering, dakkap, berekeningen vloeroppervlakte, strijd met bpl (Rb Oost-Brabant 22/3026 en 22/3090)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2881: Awb; handhaving, toegankelijkheid voetpad, APV, overtreding, bevoegdheid, openbaarheid (Rb Overijssel 24/2888)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2895: Awb, Visserijwet 1963; intrekking visvergunning, aal en wolhandkrab, norm PCB, berekening normwaarden, gezondheid, Uitvoeringsregeling (Rb NoordHolland 24/4190)
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2870: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, wijzigen/toevoegen voorschriften, veranderen inrichting, groenrecyclingbedrijf, tunnelcompostering, geuroverlast, uitvoerbaarheid voorschriften, belangenafweging
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2802: Awb, Wro; vovo, bpl, herstelbesluit, nieuwe woonwijk, goede ruimtelijke ordening, belemmeringen bedrijfsvoering, palletbedrijf, vertrouwensbeginsel, geen toerekenbare toezegging, woon- en leefklimaat, VNG-brochure, maximale planologische situatie, brandveiligheid, geluidhinder, gemengd gebied, voorwaardelijke verplichting, kwalitatieve woningbehoefte
* ABRvS 18 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2799: Awb, Wabo; vovo, weigering omgevingsvergunning, strijd met bpl, bewoning twee garageboxen, precedentwerking, goede ruimtelijke ordening, ruimtelijke structuur
¶ Rechtbank Midden-Nederland 15 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2392: Awb, Ow; vovo, handhaving, sportschool in parkeerkelder, geen vergunning, parkeernorm (tijdelijk deel) omgevingsplan, motiveringsgebrek, tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Nederland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1754: BW, vergoeding vertragingsschade, onrechtmatige handhavingsbesluiten, stilleggen werkzaamheden geluidswal, verontreinigde grond, rechtmatigheid voorbereidingsbesluiten, causaal verband mislopen andere opdrachten, persberichten, geen onrechtmatige uitlatingen, geen voordeelstoerekening
* Rechtbank Amsterdam 13 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4730: Awb, Wabo; vovo, weigering omgevingsvergunningen en intrekking vigerende vergunningen, eendenslachterij, bibob, terugschaling
¶ Rechtbank Oost-Brabant 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3170: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, bouwen tijdelijk shop bij laadstation, geen restaurantfunctie, wachtruimte, oppervlakte, parkeren, ETFAL, buiten bebouwde kom, afwezigheid parkeernormen, overgangsrecht, verkeersveiligheid, relativiteitsvereiste, BOPA-beleidsregels, duur vergunningen, verschil Wbr en Ow
¶ Rechtbank Oost-Brabant 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3175: Awb, Ow; vovo, verzoek beginselbereidheid planologische medewerking, informatieverzoek, uitleg in e-mail door medewerker, transportleiding door grondwaterbeschermingsgebied, geen melding of aanvraag, geen besluit, bestuurlijk rechtsoordeel
# Rechtbank Overijssel 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2565: Awb, Wro; planschade, afwijken van advies schadebeoordelingscommissie, second opinion, planvergelijking, planologisch voordeel, bebouwingshoogte, kantoorbestemming, milieucategorie, situeringswaarde, taxatie, normaal maatschappelijk risico
* Rechtbank Noord-Holland 12 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5511: Awb, Wabo, Wm; omgevingsvergunning, vervanging vergunning bio-vergister, belanghebbendheid, afwijken bpl, woon- en leefklimaat, geluid, Activiteitenbesluit, geur, verkeer, relatie met naastgelegen stierkalvenmesterij, afvalstoffen, Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
¶ Rechtbank Overijssel 12 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2548: Awb, Ow, Gmw; handhaving, werkzaamheden, houden van paarden en alpaca’s, bevoegdheid, bosbestemming, bouwstop, bouwwerken
¶ Rechtbank Gelderland 12 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3767: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, flora en fauna activiteit, motorcross evenement, opzettelijk vangen hazelworm, beschadigen/ vernielen vaste voortplantingsplaatsen/rustplaatsen, Bkl, werkzaamheden, geen andere bevredigende oplossing, algemeen belang, ecologisch onderzoek
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3801: Awb, Wnb; weigering natuurvergunning, vissen op ensis, Natura 2000-gebieden, procesbelang, bestaand recht, Habitatrichtlijn, één-en-hetzelfde project, geen continuïteit, 18 december uitspraak, referentiesituatie
* Rechtbank Noord-Nederland 8 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1783: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, bouw in afwijking omgevingsvergunning, peilhoogte woning, wateroverlast, onderbouwing schade
Rechtbank Rotterdam 8 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5697: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, verkeersmaatregelen, basisgeluidemissie gemeenteweg, motivering, noodzaak, parkeerhinder, geluidhinder, BABW, standaardwaarde, grenswaarden Bkl, toename verkeersintensiteit, 2.500 mvt/etm, wijziging Bkl, toepassingsbereik Bkl, rechtsgevolgen in stand gelaten
¶ Rechtbank Gelderland 7 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3669: Awb. Ow; vovo, handhaving, woning, afwijken van omgevingsvergunning, lichtstraat/kozijnen/constructie, Bbl, voor/achterzijde, vergunningvrij, overtreding
* Rechtbank Gelderland 7 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3547: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, plaatsen 35 chalets, tijdelijke huisvesting ontheemden, bouwtechnische eisen, goede ruimtelijke ordening, aantal bewoners, parkeren, parkeernorm, norm sociale huurwoningen, toezicht, groenstrook, propaanopslag
* Rechtbank Limburg 6 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4383: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen zorg/woongebouw, welstand, monument, omvang geding, geen strijd met bpl
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 1 mei 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1243: Sr, Wm; overtredingen veiligheidsvoorschriften, BRZO-bedrijf, afvul- of overslagwerkzaamheden, gasexplosiegevaar
¶ Rechtbank Gelderland 1 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3442: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, tweede bedrijfswoning, uitbreiden rundveestal, verkeerde voorbereidingsprocedure, ontbreken vvgb
¶ Rechtbank Gelderland 28 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3337: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, realisering paardenboxen, ontbreken functionele binding, ETFAL, afstandseis, geurgevoelig object, Bkl
* Rechtbank Rotterdam 24 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5539: Awb, Wnb; handhaving, Houtverordening, invoer houtproducten, zorvuldigheidseisen, toegang tot informatie, risicobeoordeling, beperking onderkende risico, kapconcessies, motiveringsgebreken, geen overtreding
¶ Rechtbank Midden-Nederland 13 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1466: Awb, Ow; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, omgevingsvergunningen, kappen 243 bomen, woningbouw, soortenbescherming, uitleg handhavingsverzoek, genoemde locaties, bomen reeds gekapt
¶ Rechtbank Midden-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2123: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, bouwen budget self-storage, belanghebbendheid, afstand, reikwijdte verzoek, nulmeting, civielrechtelijk aspect, geen strijd bpl
¶ Rechtbank Midden-Nederland 23 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1966: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoeken, aanbouw, berging, nokverhoging, bouwen in afwijking van vergunning, glazen pui/trekstangen/kilkeper, constructiewijziging, overtreding, legalisatie
¶ Rechtbank Midden-Nederland 23 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1959: Awb, Ow; gebiedsvisie, ontvankelijkheid, geen besluit, geen gelijkstelling met omgevingsplan, geen formele juridische status, niet-bindend beleidskader
¶ Rechtbank Midden-Nederland 23 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1954: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, OPA, in-uitrit, verordening, begrip openbare parkeerplaats, gelijkheidsbeginsel
¶ Rechtbank Amsterdam 20 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4662: Awb, Ow; omgevingsvergunning, BOPA, gebruik/vergroten onbebouwd horecaterras, ETFAL, participatie, herstelbesluit, hersteltermijn, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Amsterdam 20 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4477: Awb, Ow; omgevingsvergunning, nieuwbouw bedrijfsverzamelgebouw, wijzigingsbesluit, parkeernorm, aantal parkeerplaatsen, Nen-norm, parkeerdek, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Nederland 20 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1815: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, renovatie zorgappartementen, uitbreiding verzorgingshuis, geen zelfstandige woningen, Chw niet van toepassing, bevoegdheid, vvgb, goede ruimtelijke ordening, privacy, uitzicht, bezonning, parkeren, CROW-norm
* Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1814: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen kapschuur en bedrijfsloods, milieucategorie 3.1, uitleg planregels, strijdig gebruik niet onderkend
* Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1813: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen woning/vrijstaande berging/carport, strijd met bpl, verordening, gemeentelijke/provinciaal beleid, bebouwingslint, landschappelijke inpassing, geen evident privaatrechtelijke belemmering, watertoets, welstand
# Rechtbank Amsterdam 8 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4481: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek voor geluidsscherm, omgevingsvergunningen voor geluidsscherm, zes incidentele evenementen, een tijdelijke gebruikswijziging, besluit opleggen maatwerkvoorschriften, parkeerterrein en exploitatievergunning, geluidsonderzoek, modelfout, nokhoogte, muziekgeluidniveau, grenswaarde Activiteitenbesluit, muziekspectrum, dB(C), toepassing strafcorrectie
* Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 8 april 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:127: Awb; weigering aanlegvergunning, werkzaamheden, ecologische waarden, bestemmingen Marinegebied/Natuurgebied/Natuur en Landschap, ROPV, Natuurbeschermingsverordening, beoordeling aanvraag, bestaande constructie, educatiecentrum/horecavoorziening, strijd met bestemming
* Rechtbank Limburg 23 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2685: Awb, Woningwet; handhaving, brandveiligheid, Bouwbesluit, APV en bpl, wonen in kloostercomplex, spoedeisende bestuursdwang, procesbelang, ten onrechte geen herroeping primaire besluiten, overtredingen, brandcompartimentering, vluchtroutes, rookmelders, elektriciteitsvoorziening, blustoestellen, gelijkwaardige oplossingen, overtrederschap, rechtsbeschermingsmogelijkheden
¶ Rechtbank Noord-Nederland 19 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1811: Awb, Ow; omgevingsvergunning, realisatie woningen in oud gemeentehuis/aanbouw/achtererf, rijksmonumentenactiviteit/‘bouwactiviteit/opa, cultuurhistorische waarde, historisch straatbeeld, kap haag, landschappelijke en ecologische waarden, verkeers- en parkeerproblemen, gebonden beschikking, participatie
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2885: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, verkeersgeneratie, verkeersafwikkeling, restcapaciteit pont, gemiddelde wachttijd pont, gegevens TomTom en Google Maps, einduitspraak na tussenuitspraak
12.1. De Afdeling ziet in de eerste plaats geen aanleiding voor het oordeel dat de bepaling van de gemiddelde wachttijd bij de pont aan de hand van TomTom en Google gegevens niet representatief is. In paragraaf 5.1 van het verkeersonderzoek van 22 mei 2025 is toegelicht dat de gemiddelde wachttijd voor de pont in de richting van Buitenkaag 4 minuten per uur bedraagt. Dit is aan de hand van een wachttijdmeting over 2024 met TomTom gegevens uitgevoerd. In het verkeersonderzoek staat dat TomTom GPS-gegevens van voertuigen verzamelt die zijn uitgerust met TomTom-apparaten of smartphones die de TomTom-applicatie gebruiken. Deze gegevens worden in real-time verzameld en geven aan hoe snel voertuigen zich over wegen bewegen. TomTom verzamelt ook verkeersinformatie van andere bronnen, zoals verkeerssensoren, weggebruikers en partners zoals Google Maps. Deze gegevens geven inzicht in de verkeersdrukte, files, wegomstandigheden en incidenten. TomTom heeft verder toegang tot historische gegevens over verkeersstromen. Door de GPS-gegevens, de verkeersinformatie in real-time en historische gegevens te combineren kan TomTom de reistijd berekenen. In wat [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad voor de berekening van de gemiddelde wachttijd bij de pont geen aansluiting heeft mogen zoeken bij de TomTom gegevens. De Afdeling merkt in dit verband overigens op dat de omstandigheid dat de raad ook op een andere manier de gemiddelde wachttijd bij de pont had kunnen berekenen, niet maakt dat de gevolgde methode niet had mogen worden toegepast.
12.3. Ook ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet heeft toegelicht welke gemiddelde wachttijd per uur hij uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar acht. De gemiddelde wachttijd voor de pont is in het verkeersonderzoek van 22 mei 2025 vergeleken met de wachttijden in andere verkeerssituaties waarbij het onderliggende wachtrijmechanisme hetzelfde is, omdat daarin ook sprake is van cycli en een per definitie beperkte capaciteit en piekbelasting. De gemiddelde wachttijd van 4 minuten blijft volgens het verkeersonderzoek acceptabel. De raad heeft zich, onder verwijzing naar het verkeersonderzoek, op het standpunt gesteld dat het plan geen onevenredig nadelige gevolgen zal hebben voor de verkeerssituatie rondom de pont. Gelet op het voorgaande is de gemiddelde wachttijd bij de pont onderzocht en heeft hij de gemiddelde wachttijd aanvaardbaar gevonden. Anders dan [appellant] en anderen op de zitting hebben gesteld, hoeft de raad bij vaststelling van dit plan geen standpunt in te nemen over de maximale wachttijd bij de pont.
* ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2892: Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning, badhotel, 23 appartementen, landschappelijke/natuurlijk/cultuurhistorische waarden, ladder duurzame verstedelijking, geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, Barro, bebouwingsmogelijkheden, bouwmassa, kustfundament, Waddengebied, strand- en eilandbeleving, provinciale verordening, landschappelijke inpassing, Bbl, woon- en leefklimaat recreatiewoningen, VNG-brochure, geluidhinder, Activiteitenbesluit, lichthinder, uitzicht, stikstofonderzoek, KDW, aanvullend onderzoek, soortenbescherming, verkeersveiligheid, gebreken planregels, bestuurlijke lus, coördinatieregeling, strijd met bpl, bouwhoogte, vlaggenmasten
16.6. (…)
Hoewel het in beginsel klopt dat inmiddels, met de inwerkingtreding van de Ow, op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, in samenhang gelezen met artikel 22.36 van het omgevingsplan gemeente Terschelling, vergunningvrije bouwwerken kunnen worden gerealiseerd zonder dat daarbij wordt getoetst aan artikel 3.3, onder c, van de planregels, ziet de Afdeling daarin geen grond voor de vrees van SOS en anderen dat deze ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Uit artikel 3.3, onder c, van de planregels volgt namelijk dat het niet is toegestaan de gronden en bouwwerken met de bestemming “Horeca” te gebruiken zonder dat de landschappelijke inpassing is gerealiseerd en in stand gehouden. Het realiseren van vergunningvrije bouwwerken in afwijking van de landschappelijke inpassing, zou daarom, ook onder het regime van de Ow, betekenen dat de gronden met de bestemming “Horeca” en de overige bouwwerken, waaronder het hoofdgebouw van het badhotel, niet meer mogen worden gebruikt. De landschappelijke inpassing wordt dan immers niet meer in stand gehouden. Naar het oordeel van de Afdeling is daarmee voldoende gewaarborgd dat deze vergunningvrije bouwwerken niet gerealiseerd worden.
17.2. De Afdeling stelt vast dat, anders dan de raad veronderstelt, verblijfsrecreatie in de VNG-brochure is aangemerkt als een milieugevoelige functie en dus geluidgevoelig is. Maar dit is voor de beoordeling niet relevant, omdat tussen partijen niet in geschil is dat ten opzichte van de dichtstbijzijnde recreatiewoningen wordt voldaan aan de richtafstand uit de VNG-brochure van 10 m voor functies van milieucategorie 1 (zoals hotels en restaurants) in een rustige woonwijk of buitengebied. Dit betekent dat de raad in beginsel geen nader onderzoek hoefde te doen in het kader van bedrijfshinder.
¶ Rechtbank Midden-Nederland 15 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2392: Awb, Ow; vovo, handhaving, sportschool in parkeerkelder, geen vergunning, parkeernorm (tijdelijk deel) omgevingsplan, motiveringsgebrek, tussenuitspraak
6.2. De voorzieningenrechter stelt vast dat hiermee in het bestreden besluit wordt afgeweken van de geconstateerde overtreding in het primaire besluit, zijnde de parkeernorm uit artikel 25.2 van het bestemmingsplan. Er wordt namelijk alleen beoordeeld of nog voldaan wordt aan de in 2002 en 2008 verleende vergunningen en de parkeernorm die daaruit zou voortvloeien voor eisers en niet of er mogelijk strijd is met het huidige bestemmingsplan. Op de zitting heeft het college desgevraagd bevestigd dat de overtreding bestaat uit het niet voldoen aan de parkeernorm uit de vergunningen van 2002 en 2008. Op grond van artikel 5.5 van de Omgevingswet is het verboden om te handelen in strijd een omgevingsvergunning, maar alleen voor zover het een voorschrift betreft. De voorzieningenrechter zal daarom moeten beoordelen of eisers hebben gehandeld in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning.
6.3. De voorzieningenrechter overweegt dat niet is gebleken dat eisers hebben gehandeld in strijd met een dergelijk voorschrift. De voorzieningenrechter ziet in de betreffende vergunningen namelijk geen voorschriften die voorschrijven dat de toegezegde veertig parkeerplaatsen als zodanig beschikbaar moeten blijven. De vergunningen zijn verleend voor het wijzigen van de gevel en de inrichting van het kantoorgebouw alsmede het wijzigen van het gebruik van een deel van het pand in sportgebouw op het perceel en het intern verbouwen van een sportschool. Dat de veertig parkeerplaatsen zijn getekend op de bouwtekeningen die bij de vergunning behorende tekeningen behoren, maakt niet dat dit als voorschrift kan worden aangemerkt. Dit wordt namelijk nergens expliciet als voorschrift vermeld. De verbouwing van de parkeergarage tot sportschool is dan ook niet in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. In zoverre is er dus geen sprake van een overtreding.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3170: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, bouwen tijdelijk shop bij laadstation, geen restaurantfunctie, wachtruimte, oppervlakte, parkeren, ETFAL, buiten bebouwde kom, afwezigheid parkeernormen, overgangsrecht, verkeersveiligheid, relativiteitsvereiste, BOPA-beleidsregels, duur vergunningen, verschil Wbr en Ow
13. Verzoekster voert tot slot aan dat het college in zijn besluitvorming ten onrechte geen rekening houdt met het feit dat de Wbr-vergunning van vergunninghoudster op 7 mei 2029 verloopt en er op dit moment geen zekerheid bestaat over verlenging van de Wbr-vergunning. De looptijden van de huidige verleende vergunning en de Wbr-vergunning liggen te ver uit elkaar, aldus verzoekster.
13.1. De voorzieningenrechter overweegt dat de Wbr-vergunning en de omgevingsvergunning ieder hun eigen juridisch kader hebben en afzonderlijk van elkaar kunnen worden aangevraagd en verleend. Nu het vereiste van onlosmakelijke samenhang niet langer geldt onder de Ow, is niet vereist dat de duur van de vergunningen op elkaar is afgestemd. De beroepsgrond slaagt niet.
¶ Rechtbank Overijssel 12 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2548: Awb, Ow, Gmw; handhaving, werkzaamheden, houden van paarden en alpaca’s, bevoegdheid, bosbestemming, bouwstop, bouwwerken
10. De Ow kent geen (expliciete) bevoegdheid tot het opleggen van een bouwstop als een bijzondere vorm van bestuursdwang. Daarvoor is doorslaggevend geweest dat de bouwstop als overbodig werd beschouwd omdat een bestuurlijke sanctie in artikel 5:2 van de Awb zodanig ruim is gedefinieerd, dat daaronder ook het treffen van beheersmaatregelen (het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding) valt. De grondslag voor de bouwstop is nu gelegen in artikel 18.1 van de Ow, in samenhang met – omdat het college in dit geval bevoegd gezag is – artikel 125 van de Gemeentewet. Aan een bouwstop kan een last onder dwangsom worden verbonden die het doel heeft om de beëindigde illegale bouwactiviteit beëindigd te houden. De grondslag daarvoor is, in aanvulling op de hiervoor genoemde bepalingen, artikel 5:32 van de Awb. Overigens zal de rechtbank hierna de term bouwstop blijven gebruiken en de bestaande rechtspraak met betrekking tot de bouwstop bij haar oordeel betrekken.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een op 29 juli 2024 mondeling en per e-mail opgelegde bouwstop en dat deze dus ook niet in het besluit van 12 augustus 2024 is bekrachtigd. Uit het controlerapport en de e-mail blijkt dat op 29 juli 2024 alleen het advies is gegeven om met de werkzaamheden te stoppen en dat geen verplichting is opgelegd om dit te doen. Hieruit volgt dat geen bouwstop is opgelegd en dat dus ook geen sprake kan zijn van de bekrachtiging daarvan.
13.5.3. De rechtbank is van oordeel dat ook de door [eiser] geplaatste palen met stroomlinten moeten worden aangemerkt als een bouwwerk. De palen met de daartussen gespannen stroomlinten vormen tezamen een constructie van enige omvang. Deze constructie is met de grond verbonden en is bedoeld om ter plaatse te functioneren. Voor zover [eiser] bedoeld heeft aan te voeren dat het plaatsen van de palen met stroomlinten vergunningsvrij is op grond van artikel 22.27 van de planregels van het omgevingsplan of artikel 2.29, aanhef en onder a en j, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, slaagt dit betoog niet. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de palen met stroomlinten niet worden aangemerkt als erfafscheiding, omdat deze niet alleen langs de randen van de percelen zijn geplaatst maar (voor een groot deel) ook binnen in deze percelen. [eiser] heeft op de zitting uitgelegd dat de palen met stroomlinten onderdeel zijn van een paddocksysteem dat bedoeld is om de dieren constant in beweging te houden. Dit systeem was eerder niet aanwezig. Hieruit volgt ook dat geen sprake is van normaal onderhoud van een bestaande erfafscheiding.
¶ Rechtbank Gelderland 12 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3767: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, flora en fauna activiteit, motorcross evenement, opzettelijk vangen hazelworm, beschadigen/ vernielen vaste voortplantingsplaatsen/rustplaatsen, Bkl, werkzaamheden, geen andere bevredigende oplossing, algemeen belang, ecologisch onderzoek
9.1. Verzoeker [verzoeker] heeft betwist dat het evenement van algemeen belang is.
9.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, hoewel het college er op de zitting op zichzelf terecht op heeft gewezen dat het algemeen belang een breed begrip is, bij de invulling van het begrip ‘algemeen belang’ geen individuele belangen kunnen worden meegewogen. Die individuele belangen zijn immers geen algemene belangen. Dat het evenement al lang bestaat en de lokale en regionale bevolking hier een belang bij zou hebben, is bij de beoordeling van het algemeen belang derhalve niet relevant. Dat de nationale bevolking belang zou hebben bij de organisatie van een cross wedstrijd in de gemeente Oldebroek is – wat hier verder van ook zij – bovendien op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het college het project ten onrechte als van ‘algemeen belang’ heeft aangemerkt. Het betoog slaagt.
9.3. De voorzieningenrechter ziet hier evenwel geen reden in om de verzoeken om voorlopige voorziening toe te wijzen, omdat niet is uitgesloten dat het gebrek in de door het college te nemen beslissing op bezwaar hersteld kan worden. Een van de in artikel 8.74l van het Bkl genoemde belangen betreft immers 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. De voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat in de beslissing op bezwaar gemotiveerd kan worden dat van deze redenen sprake is.
* Rechtbank Rotterdam 8 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5697: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, verkeersmaatregelen, basisgeluidemissie gemeenteweg, motivering, noodzaak, parkeerhinder, geluidhinder, BABW, standaardwaarde, grenswaarden Bkl, toename verkeersintensiteit, 2.500 mvt/etm, wijziging Bkl, toepassingsbereik Bkl, rechtsgevolgen in stand gelaten
7. Eiser voert aan dat als gevolg van het instellen van tweerichtingsverkeer op de Berberisweg, direct voor de Schiebroekse Parkflat, de verkeersintensiteit zal toenemen waardoor meer geluidshinder zal ontstaan op de Schiebroekse Parkflat. Volgens eiser heeft het college voorafgaand aan de wijziging aan de rijbaan van de Berberisweg, van eenrichting- naar tweerichtingsverkeer, geen representatief onderzoek gedaan naar de gevolgen van verkeerstoename ten aanzien van verkeersgeluid voor de leefomgeving. De namens het college verrichte verkeersonderzoeken geven geen compleet beeld van de verkeersintensiteit op het weggedeelte van de Berberisweg voorlangs de Schiebroekse Parkflat. Het college erkent volgens eiser dat de hoeveelheid verkeer die op een kleinere afstand langs de flat passeert, zal toenemen, maar legt aan de conclusie dat de kans op ernstige geluidshinder zeer klein is geen deugdelijke en feitelijke onderbouwing ten grondslag. Daarmee gaat het college er volgens eiser aan voorbij dat onder meer op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onderzocht dient te worden wat de gevolgen van het verkeerstoename zijn voor de leefomgeving en dat bij een toename van verkeersgeluid van meer dan 1,5 dB passende maatregelen genomen dienen te worden. In het Bkl zijn regels gesteld voor geluid van gemeentewegen door verkeer op verharde gemeentewegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal (mv/e). Daarbij wijst eiser erop dat de standaardwaarde geluid voor de flat op grond van tabel 3.34 en 3.35 van het Bkl is gesteld op 53 Lden (Level day-evening-night in dB) en de grenswaarde op 70 Lden, terwijl het werkelijke geluid op de Schiebroekse Parkflat volgens de Geluidsbelastingkaart Rotterdam 2022 64,2 dB bedraagt, wat aangeeft dat de geluidsbelasting van de flat al behoorlijk hoog is.
7.1. Indien een verkeersbesluit leidt tot een toename van het geluid door een gemeenteweg met meer dan 1,5 dB, zijn op grond van artikel 21a van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) de artikelen 5.78a, 5.78i, 5.78m, tweede en derde lid, 5.78n en 5.78o van het Bkl van toepassing. Op grond van artikel 5.78m, tweede lid, van het Bkl moet bij een wijziging in de verkeersafwikkeling van een gemeenteweg worden beoordeeld of de geluidsproductie voldoet aan de in dat lid opgenomen grenswaarden. Deze normen zijn ingevolge artikel 5.78i, eerste lid onder a, van het Bkl, zoals dat gold ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, van toepassing op het geluid door verharde gemeentewegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 mv/e als kalenderjaargemiddelde.
7.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de Berberisweg een verharde gemeenteweg is met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 mv/e als jaargemiddelde. Daarmee viel de Berberisweg ten tijde van het nemen van het bestreden besluit binnen het toepassingsbereik van de normen die in het Bkl gesteld worden voor geluid vanaf gemeentewegen.
7.3. In dit geval heeft het college geen akoestisch onderzoek verricht, omdat het zich op het standpunt stelt dat het verkeersbesluit niet leidt tot meer verkeersintensiteit. Het college heeft echter ook erkend dat het verkeer door het verkeersbesluit in twee rijrichtingen direct voor de flat langs zal komen te rijden, waar dat voor het nemen van het besluit slechts in één richting gebeurde. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank ontegenzeggelijk sprake van een wijziging in de verkeersafwikkeling direct voor de flat langs waarvan op voorhand niet kan worden uitgesloten dat dit leidt tot meer geluid in de flat. Het college heeft vervolgens geen akoestisch onderzoek gedaan naar de toename van geluid. De enkele niet nader onderbouwde stelling dat het verkeer nu alleen dichter voor de flat langsrijdt en geluid nou eenmaal ver draagt, is, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende om de conclusie te kunnen dragen dat het verkeersbesluit niet leidt tot een toename van het geluid met meer dan 1,5 dB. Dit betekent dat het college zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat het verkeersbesluit niet leidt tot een toename van het geluid met meer dan 1,5 dB en daarmee niet kenbaar heeft beoordeeld of de geluidsproductie van de Berberisweg in de nieuwe situatie voldoet aan de grenswaarden in het Bkl. Dit is met name van belang omdat eiser er onweersproken op heeft gewezen dat de geluidsbelasting van de flat al hoger ligt dan de in tabel 3.34 van het Bkl opgenomen standaardwaarde, zodat het geluid op de flat als gevolg van het verkeersbesluit op grond van artikel 5.78m, tweede lid, onder b, van het Bkl niet verder mag toenemen. Het college heeft daardoor niet alle relevante feiten en omstandigheden op een juiste en kenbare wijze bij de besluitvorming betrokken.
8. De rechtbank zal beoordelen of er aanleiding bestaat om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De rechtbank zal daarbij van de op het moment van het sluiten van het onderzoek geldende feiten en omstandigheden en het dan geldende recht uit gaan (ex-nunc). De rechtbank overweegt in dit verband als volgt.
8.1. In het verweerschrift heeft het college erop gewezen dat artikel 5.78i, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bkl inmiddels is gewijzigd en dat het toepassingsbereik van de geluidsnormen genoemd in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl is gewijzigd. Deze zijn thans van toepassing op geluid door verharde gemeentewegen met een verkeersintensiteit van meer dan 2.500 mv/e als kalenderjaargemiddelde. Uit de Nota van Toelichting bij de wijziging van de Bkl blijkt namelijk dat is gebleken dat de geluidsemissie bij wegen met een maximumsnelheid lager dan 70 km/u in de meeste gevallen lager is dan waarvan eerder werd uitgegaan zodat bij een verkeersintensiteit van 2.500 mv/e een gelijkwaardige bescherming voor omwonenden kan worden geboden als bij een intensiteit van 1.000 mv/e.
8.2. Naar het oordeel van de rechtbank stelt het college zich in het verweerschrift terecht op het standpunt dat de Berberisweg na de wijziging van artikel 5.78i, van het Bkl buiten het toepassingsbereik valt van de normen die in het Bkl gesteld worden voor geluid vanaf gemeentewegen, omdat de verkeersintensiteit op de Berberisweg niet meer is dan 2.500 mv/e. Anders dan eiser betoogt geven de twee namens het college verrichte verkeerstellingen op de Berberisweg een representatief beeld van het te verwachten verkeer direct voor de flat langs. Het verkeer dat bij de telling op de Berberisweg langs het Schiebroeksepark is geteld (1117 mv/e), gaat in de nieuwe situatie immers altijd voor de flat langs. Het verkeer dat bij de tweede telling is waargenomen (1.250 mv/e) kan de wijk ook in tegengestelde richting uitrijden en gaat dus niet noodzakelijkerwijs voor de flat langs de wijk uit, terwijl verkeer niet ook nog op andere wijze voor de flat langs kan komen. Daarmee kan worden vastgesteld dat de verkeersintensiteit niet boven de 2.500 mv/e uit zal komen en dat de geluidsnormen uit het Bkl niet van toepassing zijn op het verkeersbesluit. Gelet hierop hoeft het college niet langer te onderzoeken of de door de wijziging van de verkeersafwikkeling van de Berberisweg mogelijk verhoogde geluidsproductie voldoet aan de in het Bkl opgenomen grenswaarden voor geluid. Nu de normen uit het Bkl hoe dan ook niet van toepassing zijn op het verkeersbesluit, bestaat voor het college ook niet langer de verplichting om na te gaan of het verkeersbesluit leidt tot een toename van geluid met meer dan 1,5 dB als bedoeld in artikel 21a van het BABW. Wel dient het college de eventuele nadelige gevolgen die het verkeersbesluit heeft voor het omgevingsgeluid af te wegen.
8.3. Het college heeft ten aanzien van het verkeersgeluid van belang kunnen achten dat het verkeersbesluit niet zal leiden tot een toename van de verkeersintensiteit. De weg blijft bedoeld voor bestemmingsverkeer, alleen zal het verkeer op een andere wijze om de vijver voor de Schiebroekse Parkflat langsrijden. Daarbij heeft het college nog kunnen betrekken dat het verkeersaanbod van bouwverkeer na afronding van de bouw van het ROeR verdwenen is en dat met de ingebruikname van de verlengde Hazelaarweg het bestemmingsverkeer voor het ROeR volledig gescheiden is van het wijkverkeer, zodat zelfs een daling wordt verwacht van de verkeersintensiteit. Op grond hiervan heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat er als gevolg van het verkeersbesluit geen significante verandering in het geluidsniveau te verwachten valt.
8.4. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat in het licht van de huidige feiten en omstandigheden en het thans geldende recht het college niet langer gehouden was te beoordelen of met het verkeersbesluit wordt voldaan aan de geluidsnormen uit het Bkl. Gelet op de toelichting van het college in het verweerschrift ten aanzien van de gevolgen van het verkeersbesluit voor het omgevingsgeluid, is de rechtbank van oordeel dat de gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn. Daarmee ligt aan het verkeersbesluit alsnog een deugdelijke motivering ten grondslag. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven.
¶ Rechtbank Gelderland 28 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3337: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, realisering paardenboxen, ontbreken functionele binding, ETFAL, afstandseis, geurgevoelig object, Bkl
7.1. (…). De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een functionele binding. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 22.93 van het omgevingsplan staat dat wordt aangesloten bij artikel 5.95 van het Bkl, waaruit volgt dat aan de hand van een feitelijke constatering wordt bepaald of sprake is van een functionele binding. De feitelijke situatie is daarmee bepalend voor het antwoord op de vraag of sprake is van een functionele binding. De rechtbank acht in dit geval van belang dat de manege en de woning op verschillende percelen liggen, verschillende bestemmingen hebben, niet gezamenlijk worden geëxploiteerd en geen organisatorische of economische samenhang vertonen. De stelling dat sprake is van een functionele binding omdat in 2008 een revisievergunning is verleend waarin zowel de manege als de woning waren opgenomen, en dat die vergunning nog altijd geldt, maakt dat niet anders. Hiervoor bestaat namelijk geen steun in of krachtens de wet, noch in de toelichting bij de Omgevingswet of in de parlementaire geschiedenis. Het college stelt terecht dat de door eiser aangehaalde oudere jurisprudentie niet van toepassing is, omdat in dit geval geen sprake is van een afsplitsing van een bedrijfswoning van een nog actief bedrijf waartoe het behoorde. In dit geval is namelijk sprake van een splitsing in twee losstaande bedrijven, waarbij het bedrijf van eiser na de splitsing ook een eigen bedrijfswoning op het eigen perceel heeft gekregen, in een deel van de vroegere groepsaccommodatie. De woning waarop volgens het college de geurhinder ontstaat, wordt sindsdien deels als dienstwoning bij het andere bedrijf gebruikt en sinds enig moment ook deels als burgerwoning. Als sprake zou zijn van een voormalige functionele binding van die woning met een bedrijf, dan is dat met het andere bedrijf, niet met het bedrijf van eiser. Bovendien ziet die jurisprudentie op de beoordeling van een voormalige functionele binding, waarvoor inmiddels een specifieke regeling geldt (artikel 22.94 van het omgevingsplan). Eiser heeft niet betwist dat deze regeling in deze zaak geen toepassing vindt.
8.1. (…). De rechtbank merkt op dat ter zitting is gebleken dat er op dit moment onduidelijkheid bestaat over wat ter plaatse is toegestaan wat betreft het aantal paarden. De rechtbank stelt vast dat de stalcapaciteit door de aanvraag toeneemt. Of hiervan feitelijk gebruik zal worden gemaakt, is niet bepalend, omdat moet worden uitgegaan van hetgeen planologisch mogelijk wordt gemaakt. Artikel 22.102 biedt slechts bescherming aan bestaande situaties indien de afstand vóór 1 januari 2024 reeds kleiner was dan 50 meter, het aantal paarden niet toeneemt en de afstand niet verder afneemt. Hoewel aan de eerste voorwaarde is voldaan, maakt de aanvraag de bouw van twee extra paardenboxen mogelijk, waardoor ook het houden van twee extra paarden mogelijk wordt. De stalcapaciteit neemt daarmee feitelijk toe, ongeacht het door eiser gestelde gebruiksdoel. De rechtbank oordeelt dat artikel 22.102 ziet op de objectieve mogelijkheid om meer dieren te houden en niet op intenties of incidenteel gebruik.