Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
# ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5185: Awb, Wnb; natuurvergunning, exploitatie biomassacentrale, aardgasgestookte centrales, artikel 6:19 Awb, intrekking besluitonderdeel, hoger beroep niet-ontvankelijk, volledig tegemoetgekomen, geen beroep van rechtswege, correctie Nbw-vergunning, wijzigen twee voorschriften, verlagen jaarvracht NOx, grondslag, verzoek, natuurvergunning intrekken of wijzigen, belangenafweging, formele rechtskracht, aantal draaiuren, vollast in bedrijf, gecorrigeerde jaarvrachten, toegepaste emissienorm, geen andere uitgangspunten, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Noord-Holland 20/3159, 20/3165 en 20/3175)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5188: Awb, Wgh; afwijzing verzoek, saneringsprogramma wegverkeerslawaai, geen onderdeel programma, niet tijdig gemeld, besluit, saneringsmaatregelen, bouwvergunning/voorwaarde, vereiste geluidwerendheid, gevel- en dakconstructie, ambtshalve, bevoegdheid rechtbank, verzoek gebaseerd op Wgh, rechtbank onbevoegd, artikel 4:6 lid 2 Awb, schriftelijke afwijzing, besluit, artikel 1:3 lid 1 Awb, rechtsmiddelenclausule, nieuwe feiten en omstandigheden, herhaalde aanvraag, correspondentie, vertrouwensbeginsel (Rb Noord-Holland 20/5621)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5205: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, jachthaven, permanent neerleggen woonboten, omgevingsvergunning, woonboten/geen recreatieschepen, rapport van bevindingen, hotelkamer, bedrijfsmatige recreatie, overtreder, zeggenschap, ligt in de macht om overtreding te beëindigen, verhuur staken, in haar macht om aan de last te voldoen, niet-ontvankelijk, besluiten herroepen, geadresseerden besluiten/geen hoger beroep, besluiten hebben geen werking meer, met hoger beroep niets meer bereiken, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Amsterdam 20/3339 en 21/461)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5190: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, detailhandel, niet meer woonachtig naast perceel, belang bij uitkomst zaak, procesbelang, gebruiksaanspraken bedrijfsbewoning, geen bewoning, ongespecificeerde en onduidelijke stelling, geen juridische band met vennootschap, privépersoon, uittreksel handelsregister, hoger beroep niet-ontvankelijk (Rb Limburg 21/92)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5037: Awb, Wabo; weigering aanvraag omgevingsvergunning verbouwen woning, zelfstandige wooneenheden, aaneen gebouwde woningen, gestapelde woningen, uitleg bpl, bestemming(en) en aanduiding(en) en bijbehorende regels, rechtszekerheid, letterlijke uitleg, systematiek, plantoelichting, Van Dale, in samenhang met andere planregels, planregels voldoende duidelijk, meergezinswoningen, nieuwe beslissing op bezwaar, judiciële lus (Rb Midden-Nederland 22/2503)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5187: Awb, Wbb; handhaving, dwangsom, invordering, exploitatie chemische wasserij, bodemverontreiniging, perchloorethyleen, textieldrukkerij, ernstige bodemverontreiniging, noodzaak tot spoedige sanering, overtreding/niet in geschil, Harderwijk-uitspraak, evenredigheid, bijzondere omstandigheden, saneringsplicht, geschikte saneringsmethode, geen saneringsplan ter instemming voorgelegd, faillissement, verkoopbaarheid en waarde perceel, hoogte dwangsommen, invordering, bijzondere omstandigheden, geen stukken over actuele financiële situatie, financiële draagkracht
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5198: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, bouwen in afwijking van verleende omgevingsvergunning, afvoerbuizen, café-restaurant, overtreding, afzien handhavend optreden, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel, Harderwijk-uitspraak, verklaring, toezichthouder, jarenlang niet handhavend opgetreden, diameter afvoerbuizen, afwijkende beloop, redelijke eisen van welstand, geringe gewicht, belangen van derden, nieuwe beslissing op bezwaar, treffende voorlopige voorziening, judiciële lus, invordering (Rb Amsterdam 22/5801)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5186: Awb, Wabo; intrekking bouwvergunning, bedrijfswoning, varkenshouderij, verzoek om afschrift vergunning, zoekpogingen archief, voornemen intrekken, vooringenomenheid, gemotiveerde beoordeling rechtbank, onjuist of onvolledig, oordeel en overwegingen onderschreven, belangenafweging, gewijzigde planologische regime, rechtsgeldigheid verleende omgevingsvergunning, bouwstop, verrichten bouwwerkzaamheden, vertrouwensbeginsel, grondentrechter, omgevingsrecht (Rb Den Haag 21/5754)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5191: Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning, gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt, woningbouw, zienswijzen samengevat weergeven, plantoelichting, beleidsstukken, gemeentelijke visie, geen harde uitgangspunten, alternatieven, stedenbouwkundige bezwaren, groen, verstening en bebouwing, parkeervoorzieningen, advies welstandscommissie, tekening parkeerinrichting, verdiept aangelegd
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5193: Awb, Wro, Wabo; wijzigingsplan, omgevingsvergunning, gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt, wijzigingsbevoegdheid moederplan, zienswijzen samengevat weergegeven, wijzigingsvoorwaarden, bouwvlak, groenbestemming, compacte bebouwing, positionering bebouwing, bouwhoogte, parkeren, waterstructuur, gemeentelijke visie
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5189: Awb, Wabo, Wm; buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning activiteit afwijken bpl, oprichten en exploiteren twee windturbines, gebied realisatie windpark, bevoegde rechter, windturbines, productie-installatie, artikel 9e Elektriciteitswet, wetsgeschiedenis, geen besluit van provinciale staten vereist, Afdeling in eerste en enige aanleg, besluit-merplicht, Besluit mer, verschillende eigenaren/initiatiefnemers, geen zeggenschap, technische bindingen, nabijheid, kennelijke bedoeling, niet besluit-mer-plichtig
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5192: Awb, Wnb; weigering aanvraag natuurvergunning, positieve weigering, wijzigen pluimveehouderij naar mestverwerkingsinstallatie, procesbelang, aanvraag nog niet ingetrokken, beslissing/met inachtneming uitspraak rechtbank, gewijzigde aanvraag, eventuele vervolgprocedure, eerder vergunde WKK’s, milieuvergunningen, vergunningen Wet milieubeheer, voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, beoordelingskader 18 december-uitspraak, versie AERIUS Calculator, judiciële lus (Rb Oost-Brabant 22/2745 en 22/2746)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5196: Awb, TwG, BW; woning, niet in aanmerking voor beoordeling, geen (licht) verhoogd risico, aardbevingen, niet opgenomen in versterkingsprogramma, Loket Opname op Verzoek, adviezen, veiligheidsnorm, seismiciteit, gevolgen gas- en zoutwinning, geen concrete aanknopingspunten voor twijfel, rapport TU Delft, bouwkundige schades, aanvraag, onjuiste gegevens verstrekt, (geen) aardbevingsgemeente (Rb Noord-Nederland 23/2322)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5194: Awb, Hvw; afwijzing handhavingsverzoek, bouw afzonderlijke wooneenheden, gemeentelijke huisvestingsverordening, wijzigingen regelgeving, nadere stukken, goede procesorde, buiten beschouwing gelaten, begrippen “keuken” en “wasruimte”, geen definitie, betekenis die daaraan normaal gesproken wordt gegeven, functionele keuken, plaat op het aanrechtblad, kraan en spoelbak verwijderd, geen aanleiding om aan de juistheid te twijfelen, geen keuken, geen sprake van twee of meer zelfstandige woonruimten, uitspraak na judiciële lus
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5197: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, strijd bpl, omgevingsvergunning wijzigen constructie woning, toezichthouders, overtreding, tot handhaving bevoegde bestuursorgaan , verzamelen feiten en omstandigheden, controlerapport, plaatsen twee keukens, meerdere zelfstandige wooneenheden, inschrijfgegevens BPR, vergunningplichtige activiteit, nieuwe beslissing op bezwaar, judiciële lus (Rb Midden-Nederland 24/5868 en 24/5785)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5203: Awb, Wnb; afwijzing verzoeken om een tegemoetkoming in schade, wilde zwijnen, biologisch landbouwbedrijf, gepachte percelen met snijmais en grasland, pachtovereenkomst, risicoaanvaarding, voorzienbaarheid, vergoedbaarheid van schade op grond van artikel 6.1 Wnb, planschaderecht, geen handelen bestuursorgaan, schade niet of niet voldoende kan worden voorkomen, concreet openbaar gemaakt beleidsvoornemen, normale ondernemers- of bedrijfsrisico, situatie ten tijde van de investeringsbeslissing, verschillende andere factoren, schadebeperkingsplicht, definitieve beslechting geschil, zelf in de zaak voorzien (Rb Oost-Brabant 23/2125 en 23/2126)
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5181: Awb, Wm, Gmw; spoedeisend bestuursdwang, aanbieden huishoudelijke afvalstoffen, verwijderen kartonnen doos, gemeentelijke verordening, adreslabel, restaurant, neerzetten oud papier en karton/goed doel, overtreder, strijd verordening, inzamelaar, verhalen gemaakte kosten, geen bestraffende sanctie, gelegenheid om te worden gehoord, hoorplicht, toezending besluit
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5180: spoedeisend bestuursdwang, aanbieden huishoudelijke afvalstoffen, platte kartonnen doos met papierafval en plastic verpakkingsmateriaal, gemeentelijke verordening, naam en adresgegevens, overtreding, niet mogelijk afval op gebruikelijke wijze deponeren in container, geen boete, gemaakte kosten voor het verwijderen van het afval, voor rekening overtreder, ander moment aanbieden
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5179: spoedeisend bestuursdwang, aanbieden huishoudelijke afvalstoffen, gemeentelijke verordening, huisvuilzak, verkeerd aangeboden, container vol, genoodzaakt naast de container te zetten, regelmatig vol, kosten college, in beginsel voor rekening overtreder, aanbieden bij verderop gesitueerde container
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5178: spoedeisend bestuursdwang, aanbieden huishoudelijke afvalstoffen, gemeentelijke verordening, platgemaakte doos, naam en adres, adreslabel, ander afval naast de ondergrondse papiercontainer, adreslabel, overtreder, bewijsvermoeden, niet onomstotelijk bewijzen, niet voldoende twijfel, geen bestraffende sanctie, verhalen gemaakte kosten, aanpak afvalinzameling/staat niet ter beoordeling
# Rechtbank Midden-Nederland 29 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5573: Awb, Woningwet, Wabo; handhavingsverzoek bedrijfsvoering recyclingbedrijf, handhaving, dwangsom, buitenopslag EPS (piepschuim), brandveiligheid, artikel 7.7 lid 1 Bouwbesluit 2012, verschillende varianten, STAB-verslag, keerwand, NEN 6060/6068, brandtesten, brandgedrag geperst EPS, warmtestralingsflux, geschiktheid rekenmethodiek, VROM/NEN 6058, artikel 7.10 Bouwebesluit 2012, nota van toelichting, brandoverslagrisico, kapstokartikel, milieuregelgeving, geur, geurrapport, opnieuw geheel op handhavingsverzoek beslissen, formuleren nieuwe last, opslagvrije zone, treffen voorlopige voorziening, brandveiligheid, bedrijfsbelangen, proceskosten, deskundigenkosten
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:578: Awb, Landbouwwet; kortingsbesluiten, Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, randvoorwaardenkortingen, subsidies, Gemeenschappelijk landbouwbeleid, herbeplantingsplicht, Boswet, Wet natuurbescherming, melkveehouderij, toezichthouder omgevingsdienst, houtopstanden teniet gegaan, rapport, Verordening 1306/2013, gecombineerde opgaven, goede landbouw- en milieuconditie, invulling minimumnormen door Nederland, bosareaal, definitie van bos, kadastrale indeling, schending herbeplantingsplicht, terugwerkende kracht, vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel, verwijtbaarheid, hoogte korting
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:574: Awb, Msw; intrekking derogatievergunning, melkveehouderij, onderzoek NVWA, naleving derogatievoorwaarden, gebruiksnormen, bevoegd tot intrekking, toepassing bevoegdheid, Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, discretionaire bevoegdheid, artikel 3:4 lid 2 Awb, evenredigheid, belangenafweging, hogere gebruiksnorm, boete/in rechte onaantastbaar, financieel nadeel
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 28 oktober 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2966: BW; overheidsaansprakelijkheid, saunaclub, sluiting door burgemeester, bestuursrechtelijke procedure, onrechtmatigheid, verklaring voor recht, leer van formele rechtskracht, geen uitzondering, dezelfde advocaat, causaal verband, leer van hypothetisch rechtmatig besluit, condicio sine qua non-verband, schade, gemotiveerde betwisting, verwijzing naar schadestaatprocedure
¶ Rechtbank Noord-Nederland 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4420: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, gereguleerd afschot van reeën, Besluit activiteiten leefomgeving, verkeersveiligheid, maatwerkvoorschriften, gebruik geweer binnen bebouwingscontour jacht, terreinen die grenzen aan die contour, geluiddemper en/of nachtzichtapparatuur op het geweer, voorschriften, spoedeisend belang, gunstige staat van instandhouding, Bkl, vergunningverlening op voorhand, maatregelen faunabeheerplan, werkplannen, geen vorm van uitgestelde vergunningverlening, andere bevredigende oplossing, toetsingsregime Habitatrichtlijn, alternatieven, effectiviteit afschot, aanrijdingen, aantal verkeersongevallen, populatie, reductie, verspreiding en aantalsontwikkeling
* ABRvS 27 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5137: Awb, Wm, Gmw; vovo, opheffen en wijzigen locaties aanbieden afval door middel van minicontainers, spoedeisend belang, inrichtingscriteria, zijlader, apart inzamelvoertuig, kosten, verkeersveiligheid, loopafstand, technische eisen en richtlijn, alternatieven, afwijzing verzoek
* Rechtbank Overijssel 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6216: Awb, Wabo, Wgh; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, besluit hogere waarden, kantoren en appartementen, gebruik zoals omschreven in aanvraag, andere doeleneinden, leidingwerken, overschrijding bouwhoogte, liftgebouw, wijze van meten, ondergeschikte bouwonderdelen, geen limitatieve opsomming, functioneel en in volume ondergeschikt, kruimelgevallenregeling, bijbehorend bouwwerk, gebruik van gronden als parkeerplaats, groene inpassing, parkeernormen, beleidsruimte, reguliere voorbereidingsprocedure
* Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12615: Awb, Wm; afwijzing handhavingsverzoek, veehouderij, type B inrichting, Activiteitenbesluit milieubeheer, maatwerkvoorschrift, hoogte-eis, grondwal/geluidscherm, toezichthouder, meting, gehele lengte, geen (deskundig) tegenonderzoek, visuele inschatting, foto’s vanaf eigen perceel, verslag hoorzitting, totstandkomingsgeschiedenis, artikel 7:7 Awb, geen afzonderlijk verslag, gebrek, niet in belangen geschaad, passeren gebrek, overschrijding redelijke termijn, toekenning vergoeding in andere zaak, geen schadevergoeding
* Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12620: Awb, Wm; afwijzing handhavingsverzoek, veehouderij, tractor met installatie, strooien kunstmest, avondperiode, maximale geluidgrenswaarde (LAmax), maatwerkvoorschriften, procesbelang, ontbreken fysieke ondertekening, digitaal aangemaakte brief, besluitkarakter, Gemeentewet, mogelijkheden tot verdediging, gevel gevoelige gebouwen, bronvermogen, incident, overtreding, dwangsom niet tijdig beslissen, overschrijding redelijke termijn, EVRM
* Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12631: Awb, Wm; afwijzing handhavingsverzoek, veehouderij, inrichting type B, Activiteitenbesluit, verkeersbewegingen toegangsweg, ontbreken fysieke ondertekening, digitaal aangemaakte brief, besluitkarakter, toezending verweerschrift in bezwaar, verslag hoorzitting, totstandkomingsgeschiedenis, artikel 7:7 Awb, gebrek, niet in belangen geschaad, passeren gebrek, directe hinder inrichting, Schrikkelcirculaire, maatwerkvoorschriften, indirecte hinder, zorgplicht, grenswaarden trillinghinder, geen besluit vaststelling hoogte dwangsom, ingebrekestelling, geen beroep van rechtswege tegen uitblijven beschikking, schadevergoeding, artikel 8:88 Awb, overschrijding redelijke termijn, toekenning vergoeding in andere zaak, geen schadevergoeding
* Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12651: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, veehouderij, inrichting type B, Activiteitenbesluit milieubeheer, in- en uitrit, (milieu)vergunning, geen vergunning benodigd, geen overtreding, motivering, passeren gebrek, standpunt verweerschrift, niet in belang geschaad, besluit met gelijke uitkomst, vergoeden griffierecht
* Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12653: Awb, Wm; afwijzing handhavingsverzoek, veehouderij, type B inrichting, gebruik toegangsweg, tractor, LAmax, avond- of nachturen, Activiteitenbesluit milieubeheer, besluit niet ondertekend, ontbreken fysieke ondertekening, digitaal aangemaakte brief, besluitkarakter, niet horen in bezwaar, artikel 7:2 Awb, gemeentelijke verordening, hoorplicht, geluidonderzoek, toegangsweg onderdeel inrichting, agrarische inrichting, maatwerkvoorschriften, bewijs, handhaving bevoegdheid en verantwoordelijkheid bestuursorgaan, periodiek controles, berekende maximale geluidniveau, rechtsgevolgen niet in stand laten, nieuw besluit nemen
* Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12656: Awb, Wm; afwijzing verzoek stellen maatwerkvoorschriften, inrichting, gebruik toegangsweg, Activiteitenbesluit milieubeheer, tractor, maximale geluidwaarden, avond- en nachtperiode, niet horen in bezwaar, artikel 7:2 Awb, fysiek horen, hoorplicht, beleidsruimte, geluidrapport, dwangsom niet tijdig beslissen op bezwaar, ingebrekestelling/prematuur, geen ingebrekestelling, geen dwangsom, niet tijdig beslissen op aanvraag, vaststellen hoogte dwangsom, overschrijding redelijke termijn, EVRM, onderlinge samenhang, ingediende handhavingsverzoeken, geen extra spanning en frustratie, volstaan met toekenning in andere zaak, geen schadevergoeding, rechtsgevolgen in stand laten
* Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12659: Awb, Wm; afwijzing handhavingsverzoek, veehouderij, inrichting type B, Activiteitenbesluit milieubeheer, tractor met graskeermachine, toegangsweg, LAmax, avond- of nachtperiode, besluit niet ondertekend, fysieke ondertekening ontbreekt, digitaal aangemaakte brief, Gemeentewet, rechtsmiddelenclausule, artikel 3:3 Awb, niet horen in bezwaar, fysiek horen, hoorplicht, toegangsweg onderdeel inrichting, agrarische inrichting, maatwerkvoorschrift, bewijs, handhaving bevoegdheid en verantwoordelijkheid bestuursorgaan, periodiek controles, geluidrapport, geluidgrenswaarden, rechtsgevolgen niet in stand laten, afwijzing verzoek om schadevergoeding, artikel 8:88 Awb, nieuw besluit nemen
¶ ABRvS 24 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5120: Awb, Ow; vovo, maatwerkbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving, gebruik geweer in een jachtveld, melkveebedrijf, populatiebeheer, ganzen, bruine rat, vos, belanghebbende/artikel 11.31 lid 4 Bal, rechtszekerheid, rechtsvragen, belangenafweging, luchtfoto, schade, grazende ganzensoorten, faunabeheereenheid, vergunningen en ontheffingen, oppervlakte-eis, schietrichting, veiligheids- en opleidingseisen, afwijzing verzoek (Rb Noord-Holland 25/3296 en 25/3297)
* Rechtbank Overijssel 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6213: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, tijdelijke afwijking, opvanglocatie, bezwaar niet-ontvankelijk, belanghebbende, rechtstreeks bij een besluit betrokken belang, gevolgen van enige betekenis, afstand, geen zicht, drukke doorgaande weg, verkeersintensiteit/zeer beperkt, inhoudelijke beroepsgronden, beroep ongegrond
* Rechtbank Overijssel 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6214: Awb; niet tijdig beslissen op ingediend handhavingsverzoek, omgevingsvergunning realiseren ligplaatsen recreatievaartuigen, haven, handelen in strijd omgevingsplan, algemene ontvangstbevestiging, handhavingsverzoek/geen aanvraag, in hoge mate onbepaald, geen concrete overtredingen, algemene verwijzing, niet gehouden op verzoek te beslissen, beroep niet-ontvankelijk
* Rechtbank Oost-Brabant 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6867: Awb, Awb; handhaving, mondelinge bouwstop, last onder dwangsom, bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning, adressant last, overtreder, abusievelijke vermelding, geen gebrek dat leidt tot vernietiging, bevoegdheid college, vergunningvrij, bijlage II bij het Bor, concreet zicht op legalisatie, legaliseringsonderzoek, evenredigheid, Harderwijk-uitspraak, geschikt, noodzakelijk, geen overtreding van geringe aard en ernst, verandering milieusituatie inrichting, milieuneutraal, melkrobots, ruimtelijk belang, zwaarwegende belang handhaving, ordemaatregel, beperkte belangenafweging, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom, invordering, bijzondere omstandigheden
* Rechtbank Oost-Brabant 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6916: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderen bestaande melkrundveehouderij, uitbreiden melkstal, afstand woning, voorschriften, revisievergunning, veranderingsvergunning, geluidgrenswaarden, aanvang dagperiode, eindigen nachtperiode, geen verschil tussen verschillende voorschriften, Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, Activiteitenbesluit milieubeheer, referentieniveau, richtwaarde, uitkuilen kuilplaten, rijden voorwaarden, overschrijding geluidsnorm, meldplicht, bijhouden logboek, bescherming milieu, handhaafbaar voorschriften, moment melding, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Midden-Nederland 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5539: Awb, Wabo; omgevingsvergunning tijdelijk opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen, kantoorpand, periode van maximaal tien jaar, VNG-brochure, richtafstand, geluid, logiesfunctie, bieden tijdelijk onderdak, omgevingstypen, verschillende functies, gemengd gebied, beperkte mate van functiemenging, stemgeluid, cumulatieve geluidbelasting, veiligheidsplan, personeel COA en beveiliging, gemeentelijk beleid, beleidsregel, bijzondere omstandigheden, alternatieven, meldpunt
¶ Rechtbank Limburg 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10464: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, realiseren recreatiewoning, bouwactiviteit/melding, gebruik, melding voorafgaand aan uitvoering bouwwerkzaamheden, gereedmelding, voorafgaand aan in gebruik nemen woning, kwaliteitsborger, moment nemen bob, treffen vovo/geen effect, geen spoedeisend belang
¶ Rechtbank Limburg 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10456: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen bijgebouw, formele vereisten, bezwaarschrift ingediend, onverwijlde spoed, overtreding, vergunningvrij, voorgevel woning, omgevingsplan/bruidsschat, achtererfgebied, voorkant hoofdgebouw, ligging voorgevelrooilijn, bouwverordening, naar de weg gekeerde gevel, moment terinzagelegging ontwerp, landschappelijk inpassingsplan, belangenafweging
* HvJEU 23 oktober 2025, ECLI:EU:C:2025:828: Richtlijn 2012/27/EU; Prejudiciële verwijzing, bevorderen betere energie-efficiëntie, stadsverwarmingsnet, installatie, afzonderlijk appartement, nationale regeling, wiskundige formule, kosten verbruik thermische energie in gebouwen, transparante en accurate berekening individuele verbruik, objectieve gegevens, deskundigenrapport, meerdere dubbelzinnigheden, facturering, regels en parameters
* HvJEU 23 oktober 2025, ECLI:EU:C:2025:818: Verordening (EG) nr. 1013/2006; Prejudiciële verwijzing, afvalstoffen, overbrenging, terugname bij illegale overbrenging, terugname van afvalstoffen door de bevoegde autoriteit van verzending, verplichting of mogelijkheid voor deze autoriteit om de afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen ondanks het verzet van de oorspronkelijke verzender, verschillende taalversies, Verdrag van Bazel, Handvest, eigendomsrecht, ontneming van eigendom, formele ontneming of onteigening, evenredigheid, recht op effectieve rechterlijke bescherming
* Conclusie advocaat-generaal Emiliou 23 oktober 2025, ECLI:EU:C:2025:817: Richtlijn 2012/18/EU; Prejudiciële verwijzing, zware ongevallen, Seveso-III-richtlijn, afvalverwerkingsinstallaties, gevaarlijke stoffen, begrip “aanwezigheid van gevaarlijke stoffen”, verwachte aanwezigheid, drempelwaarden, risicogebaseerde benadering, voorzienbare operationele omstandigheden, theoretische maximumcapaciteit, objectieve gegevens, verplichting tot kennisgeving
* Rechtbank Den Haag 23 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19367: Awb, Wnb; verzoek treffen maatregelen, artikel 2.4 Wnb, stikstofemissies gemotoriseerd verkeer rondom Den Haag, reikwijdte aanschrijvingsbevoegdheid, bevoegdheid, wettekst, wetsgeschiedenis, jurisprudentie, actieve maatregelen, ander bestuursorgaan/nemen publiekrechtelijk besluit, Habitatrichtlijn, Unierechtelijke achtergrond, verkeersbesluit, Wegenverkeerswet 1994, verhogen parkeertarieven, uitbreiden reikwijdte verzoek, inhoud verzoek bepalend, tussenuitspraak
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5017: Awb, Wro; vovo, bpl, watergebied, honderden legakkers, zandeilanden, cultuurhistorische legakkerstructuur, bestaand gebruik/niet toegestaan, bestaande bebouwing/niet positief bestemd, aanmeren pleziervaartuig, voorheen niet toegestaan, schorsing/terugvallen voorgaande planologische regime, tot uitspraak bodemprocedure/geen handhaving, exces, geen spoedeisend belang
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 22 oktober 2025, ECLI:NL:OGEAC:2025:219: Lar; bouwvergunning, woning, twee flatgebouwen, berging en gym, Bouw- en woningverordening, veiligheid omwonenden, hechtheid, bouwconstructie, constructieve veiligheid, keermuur, berlinerwand, rooilijnen, bouwperceel, ontsierend, hinder, bestemmingsvoorschriften, ontwikkelingsplan, bouwhoogte, bouwstijl, bouwwijze, belangenafweging, slordigheden of verschrijvingen, uitzicht, wateroverlast, toegangsweg, bereikbaarheid hulpdiensten, verkeersveiligheid, in stand laten rechtsgevolgen
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7225: Awb, Waterwet; afwijzing aanvraag watervergunning, dempen sloot, oppervlaktewaterlichaam, B-water, vergunningplicht, belangenafweging, waterstaatkundige belangen, wateroverlast, verdroging, perceelgrenspaal, ruilverkaveling, eigendom en perceelgrenzen, privaatrechtelijke kwesties, legger, watersysteem
* Rechtbank Noord-Holland 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12044: Awb; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning uitbreiden en veranderen schoolgebouw, bezwaar niet-ontvankelijk, bezwaarschrift buiten bezwaartermijn, elektronisch formulier, website gemeente, verschoonbaarheid termijnoverschrijding, uitspraak CBb, intern onderzoek, formulier vindbaar en beschikbaar, storing systeem, overschrijding met één dag, gering verwijt, burgers, (voormalig) raadsheer, juridisch onderlegd, professioneel rechtshulpverlener, Besluit proceskosten bestuursrecht, contextuele benadering, partijconstellatie, rechtszekerheid
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7223: Awb, Waterwet; watervergunning dempen sloot, afwijzing handhavingsverzoek heropenen sloot, B-watergangen, drainagestrengen, oppervlaktewaterlichaam, vergunning, belangenafweging, waterstaatkundige belangen, verbinding, afwatering, feitelijke gegevens, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8805: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bijgebouw en overkapping, tussenuitspraak, aangepast welstandsadvies, monumentenadviseur, gemeentelijke verordening, herstel gebrek, mandaat, ruimtelijke inpassing, materialen- en kleurgebruik, onvoldoende betwist, geen aanknopingspunten voor twijfel, geen onpartijdig deskundigenrapport, gemachtigde eiseres, fungeren als gemachtigde en deskundige onverenigbaar, beslissen op aanvraag, civielrechtelijk, einduitspraak na tussenuitspraak
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6478: Sr, Wed, Wabo, Wm; afvalstoffenverwerker, opslag van asbest en accu’s, voorschrift(en) omgevingsvergunning, (revisie)vergunning, ontvankelijkheid OM, gedogen/niet gebleken, geen gedoogbesluit, handhaving, vertrouwensbeginsel, ne-bis-in-idem, EVOA, ieder voor zich strafrechtelijk aangesproken, bewijs, bewijsmiddelen, strafbaarheid, oplegging straf, geldboete, beschermen milieu en gezondheid van de mens, valsheid in geschrifte, gunstiger concurrentiepositie, structurele karakter, overschrijding redelijke termijn
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6479: Sr, Wed, Wabo, Wm; afvalstoffenverwerker, opslag van asbest en accu’s, voorschrift(en) omgevingsvergunning, (revisie)vergunning, bewijs, medeplegen, strafbaarheid, strafoplegging, werkneemster, valse nota’s en begeleidingsbrieven, bedrijfscultuur, verhullen bedrijfsafvalstromen, structurele karakter, ontdoeners, gevangenisstraf, redelijke termijn
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6480: Sr, Wed, Wabo, Wm; afvalstoffenverwerker, opslag van asbest en accu’s, voorschrift(en) omgevingsvergunning, (revisie)vergunning, bewijs, begrip “overslaan”, toerekening aan verdachte, Drijfmest-arrest, normale bedrijfsvoering, kleurloos opzet, medeplegen, strafbaarheid, geldboete, volksgezondheid en bescherming van het milieu, opslag gevaarlijke stoffen, overschrijding redelijke termijn
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6616: Sr, Wed, Wabo, Wm; afvalstoffenverwerker, opslag van asbest en accu’s, voorschrift(en) omgevingsvergunning, (revisie)vergunning, ontvankelijkheid OM, gedogen/niet gebleken, geen gedoogbesluit, handhaving, vertrouwensbeginsel, ne-bis-in-idem, EVOA, ieder voor zich strafrechtelijk aangesproken, toerekening aan verdachte, Drijfmest-criteria, kleurloos opzet, medeplegen, valsheid in geschrifte, strafbaarheid, strafoplegging, valse nota’s en begeleidingsbrieven, volksgezondheid en bescherming van het milieu, bedrijfsafvalstromen, structurele karakter, geldboete, overschrijding redelijke termijn
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6527: Sr, Wed, Wabo, Wm; afvalstoffenverwerker, opslag van asbest en accu’s, voorschrift(en) omgevingsvergunning, (revisie)vergunning, ontvankelijkheid OM, gedogen/niet gebleken, geen gedoogbesluit, handhaving, vertrouwensbeginsel, bewijs, accu’s, toerekening aan rechtspersoon, Drijfmest-arrest, kleurloos opzet, medeplegen, feitelijk leidinggeven, bewijsmiddelen, asbest, valsheid in geschrifte, strafbaarheid, strafoplegging, valse nota’s en begeleidingsbrieven, bedrijfscultuur, volksgezondheid en bescherming van het milieu, bedrijfsafvalstromen, ontdoeners, gevangenisstraf, overschrijding redelijke termijn
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6506: BW; overeenkomst, verbrandingsinstallatie kippenmest, contractuele verplichtingen, gedeeltelijke ontbinding ovk, schadevergoeding, pluimveebedrijf, vermeerdering van eis, karakter ovk, compressor, emissierapport, Activiteitenbesluit, subsidievoorwaarden, verplichtingen meten emissies, voorwaarden omgevingsvergunning, subsidiebeschikking, eindrapportage Green Deal, causaal verband, te benoemen deskundige(n), deskundigenonderzoek
* Rechtbank Rotterdam 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12355: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, geslotenverklaring zwaar vrachtverkeer, uitzondering “aantoonbaar bestemmingsverkeer”, verkeersintensiteit, menging verschillende soorten verkeer, smalle wegprofiel, bochtige verloop weg, leefbaarheid, verkeersveiligheidsanalyse, doelen in Wvw 1994, rapporten en onderzoeken, verkeersveiligheid, in stand houden weg en bruikbaarheid hiervan, belangenafweging, afname verkeer, landbouwvoertuigen, trillings- of geluidshinder, financiële belangen, (financiële) gevolgen overheidshandelen, normale maatschappelijke risico, normale bedrijfsrisico, jaaromzetten, wettelijke grondslag “aantoonbaar” op onderbord, RVV 1990, variaties op onderborden toegestaan, tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Holland 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11914: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, zonder voorbehoud gegeven oordelen, zeer uitzonderlijke gevallen, aangetekende verzending, PostNL, nader informatie, informatie na ongeveer een jaar vernietigd, track & trace code/geen resultaten, motiveringsgebrek niet hersteld, beroep gegrond, vernietiging, geen aanleiding om rechtsgevolgen in stand te laten, zelf in de zaak voorzien, rechtmatige uitkomst/ligt nog open, onbesproken beroepsgronden, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Nederland 20 oktober 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4295: Awb, Msw; boete, rundvee, overschrijding gebruiksnorm dierlijke mest, overschrijding stikstofgebruiksnorm, berekening, mestproductie, mestkelder, maatwerk, begin- en eindvoorraad, hoogte boete, bijzondere omstandigheden, verminderde verwijtbaarheid, beperkte ernst overtreding, financiële draagkracht, correspondentie bank, bankafschriften, aanzienlijk negatief saldo, actuele bedrijfseconomische situatie, boetebeleid, duur procedure, matiging boete
* Rechtbank Oost-Brabant 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6873: BW; kort geding, eigenaar perceel, appartementsrecht, gebruik commerciële ruimte, vordering/verbod sluiten onderhandse koopovereenkomst, openbare selectieprocedure, verbod/geven uitvoering koopovereenkomst, Didam-arrest, gelijkheidsbeginsel, overheidslichaam, sluiten privaatrechtelijke overeenkomst, artikel 3:14 BW, algemene beginselen van behoorlijke bestuur, arrest Hoge Raad, uitzondering/enige serieuze gegadigde, beleidsdoelen, sociale woningbouw, voornemen, stedenbouwkundig plan, parkeerproblemen, gemeenteblad, aanvraag omgevingsvergunning, ontwerpbesluit omgevingsvergunning, afwijzing vorderingen
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6987: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, legaliseren aanbouw, overschrijding goothoogte, kruimelgevallenregeling, beleidsruimte, beleidsregels, belangenafweging, wooncomfort, levensloopbestendig uitvoeren woning, privacy, artikel 5:50 BW, mogelijkheden bpl, bijbehorend bouwwerk met lessenaarsdak
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6917: Awb, Wbr; vergunning, aanvullende voorziening, shop/wachtvoorziening, toepasselijke recht, Omgevingswet, Invoeringswet Omgevingswet, waterstaatswerk, basisvoorziening, wegrestaurant, geen uitgebreide restauratieve voorzieningen, Kennisgeving, infrastructuur, uniforme en sobere opzet, verkeersstromen, verkeersveiligheid, groene karakter, grasoppervlak, ecologische waarde, verblijfskwaliteit, waterbergende functie
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6915: Awb, Wbr; vergunning voor verplaatsen en uitbreiden huidige laadstation, Chw, toepasselijke recht, Omgevingswet, Invoeringswet Omgevingswet, waterstaatswerk, verdelingsprocedure, loting, belanghebbende, particuliere onderneming, gronden niet in eigendom, eigendom van de Staat, privaatrechtelijke toestemming, belanghebbende, geen andere Wbr-vergunning, geen voorgenomen huurovereenkomst met een derde, parkeren, aantal parkeerplaatsen, toegankelijk vrachtwagens, verkeerskundige, veilig gebruik verzorgingsplaat, voorschrift, bebording, tussenuitspraak
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6989: Awb, Wabo; herroepen primaire besluit, intrekking omgevingsvergunning afwijken bpl, realiseren bed & breakfast in een tuinhuis, kruimelgevallenregeling, advies bezwaarschriftencommissie, recreatieve verhuur, bijgebouw, ontbreken, commerciële verhuur, juiste toetsingskader benoemd in verweerschrift, aanvullende motivering verweerschrift, rechtsgevolgen in stand laten
¶ Rechtbank Noord-Holland 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12125: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, katteneigenaren, beschermde dieren doden en/of vangen, Besluit activiteiten leefomgeving, bevoegdheid tot handhavend optreden, deugdelijkheid en controleerbaarheid aangedragen feiten en omstandigheden, onvoldoende aanknopingspunten voor nader onderzoek, geen startpunt voor bewijs, (nadere) onderzoeksbevoegdheden, gaat vervulling taak te buiten, overtreder, (voorwaardelijk) opzet-criterium verbodsbepalingen Bal
¶ Rechtbank Noord-Holland 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12127: Awb, Wabo; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (bouwactiviteit), tijdelijke bedrijfsruimtes, (cannabis)kwekerij, bezwaar niet-ontvankelijk, belanghebbende, geen bezwaar, gevolgen van enige betekenis, enkel feitelijke gevolgen, Experiment Gesloten Coffeeshopketen, leef- en bedrijfssituatie, geur, verkeer, drugslab
* Rechtbank Overijssel 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6086, Rechtbank Overijssel 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6087, Rechtbank Overijssel 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6088, Rechtbank Overijssel 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6089, Rechtbank Overijssel 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6100, Rechtbank Overijssel 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6104, Rechtbank Overijssel 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6152, Rechtbank Overijssel 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6154 en Rechtbank Overijssel 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6155: Awb, Wnb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebied, speciale beschermingszones, Natura 2000, habitattypenkaarten, ontwerpwijzigingsbesluit, geen zienswijze, nota van toelichting, artikel 3:11 Awb, Verdrag van Aarhus, meer dan verwaarloosbare mate, minimumoppervlakte, overwegingen van ecologische aard, beoordelingsmarge, gunstige staat van instandhouding
* Rechtbank Den Haag 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18851: Awb, Wabo; omgevingsvergunning tijdelijk plaatsen projectcontainer, bezwaar niet-ontvankelijk, belanghebbende, persoonlijke titel, formulier instellen beroep, ingediende beroepsgronden, vve geen partij, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, gevolgen van enige betekenis, dezelfde buurt, zeer aanzienlijke afstand, geen rechtstreeks zicht, lopen of fietsend passeren, geen persoonlijk belang
* Rechtbank Den Haag 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19100: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, realiseren woning, strijd bpl, voorwaardelijke verplichting, toetsingskader omgevingsvergunning bouwactiviteit, specifieke gebruiksregel, bouwcontingent, coöperatie, doorverkocht aan vergunninghouder, koopovereenkomst, op de zaak betrekking hebbende stuk, goede procesorde, ter zitting aangevoerd, verweerschrift
* Rechtbank Midden-Nederland 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5314: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, aanwijzen twee parkeerplaatsen, uitsluitend bestemd voor opladen elektrische voertuigen, beoordelingsruimte, verkeersbelangen, belangenafweging, beleidsruimte, evenredigheid, beleidsregels, locatiekeuze, terughoudende toets, afstand, dekkingsgraad, evenwichtige verdeling, alternatieve locaties niet of minder geschikt
¶ Rechtbank Overijssel 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6090: Awb, Ow; omgevingsvergunning verbouwen wooncomplex en afwijken regels omgevingsplan, bezwaar niet-ontvankelijk, geen belanghebbende, rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt, gevolgen van enige betekenis, geluid, wonen met zorg naar wonen, bezoekers, minder appartementen, afstand, geen persoonlijk belang, beroep ongegrond
* Rechtbank Overijssel 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6026: Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, emissies stoffen, Activiteitenbesluit milieubeheer, verbindendheid artikelen 2.7 en 2.8 Abm, plan-mer, plan-mer-beoordeling, SMB-richtlijn, kader voor toekomstige vergunningen, voldoende gedetailleerde en richtinggevende regels, inhoud, voorbereiding of uitvoering van projecten, geen inhoudelijke normen, genoemde belangen, financiële en economische gevolgen, artikel 2.7 lid 10 Abm, facultatief, controleregime, controlevorm, periodieke metingen, meetverplichting PAK’s, ZZS, REACH-verordening, naftaleen, frequentie metingen, BBT, vaste gedragslijn
¶ Rechtbank Overijssel 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6024: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, emissiegrenswaarde, MVP2 stoffen, Besluit activiteiten leefomgeving, Bal/(on)verbindend, milieubeoordeling, SMB-richtlijn, kader voor toekomstige vergunningen, emissies in de lucht, puntbronnen, asfaltgranulaat, benzeen, formaldehyde, milieugevolgen, breed scala inrichtingen, locatieonafhankelijk, uiteenlopende bedrijfsvoeringen, samenhang met andere bepalingen Bal, evenredigheid, level playing field
* Rechtbank Overijssel 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6025: Awb, Wm; handhaving, dwangsom, Activiteitenbesluit milieubeheer, emissiegrenswaarde, MVP1-stoffen, derde-partij, informeel samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, bundeling van individuele belangen van omwonenden, geuroverlast, wonen nabij de inrichting, milieubeoordeling SMB-richtlijn, artikel 2.5 Abm/(on)verbindend, kaderstelling, generieke emissiegrenswaarden, breed scala van inrichtingen, locatieonafhankelijk, andere bepalingen, sturende werking, mandaat, bevoegdheid tot uitvoeren metingen, naftaleen, ZZS, MVP1-stof, REACH-verordening, concretiserende interpretatie, hoogte dwangsom, begunstigingstermijn, legalisatiemogelijkheid, maatwerkvoorschriften met ruimere emissiewaarden, emissiereducerende maatregelen, evenredigheid
* Rechtbank Midden-Nederland 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5404: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, uitbreiding supermarkt, bezwaar namens een ander, bevoegd, geen machtigingen, niet eerst bezwaar gemaakt/beroep niet-ontvankelijk, kruimelgevallenregeling, stedelijk ontwikkelingsproject, geen toename bebouwingsoppervlak of ander gebruik, reguliere voorbereidingsprocedure, ladder voor duurzame verstedelijking, beslissen op de aanvraag, alternatieven, laddertoets, verzorgingsgebied, bonuskaartgegevens, bestaande klanten, behoefte analyse, aanvaarbaarheid detailhandel/afweging bij bpl, verkeersgeneratie, verkeersveiligheid, voorschrift, belangenafweging
* Rechtbank Midden-Nederland 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5292: Awb; instemmen startnotitie, gemeenteraad, instellen gelote burgerraad, afval, bezwaar niet-ontvankelijk, besluit, Algemene wet bestuursrecht, rechtsgevolg, veranderen in rechten, verplichten of bevoegdheden, politiek-bestuurlijke keuze, wijziging besluitvormingsproces, gemeentelijk beleid, geen bezwaar of beroep, besluit onbevoegd genomen, raad bevoegd tot nemen bob, college van burgemeester en wethouders, gebrekkige totstandkoming, herstel gebrek, bekrachtiging, kennelijk ongegrond, passeren bevoegdheidsgebrek, proceskostenvergoeding, niet gebleken van proceskosten
* Rechtbank Amsterdam 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7874: Sr, Wed; ontnemingsvordering, wederrechtelijk verkregen voordeel, overtreding voorschrift, artikel 2.3 aanhef en onder a Wabo, maximaal berekende hoeveelheid aanwezige mest, bewezenverklaarde periode, toevoegen mest aan de covergister, te veel ingenomen co-substraten, gemiddelde opbrengst per ton co-substraat, matiging betalingsverplichting, draagkracht, aanzienlijke overschrijding redelijke termijn, EVRM, vaststellen hoogte wederrechtelijk verkregen voordeel, verplichting betaling
* Rechtbank Den Haag 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18328: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, appartementencomplex, bezwaarprocedure, procedure Afdeling, Tegelen-jurisprudentie, besluit op bezwaar, (gedeeltelijke) vernietiging bestemmingsplan, rechtsgevolgen omgevingsvergunning niet ongedaan gemaakt, parkeren, gemeentelijke parkeernota, parkeerbehoefte, voldoende parkeergelegenheid, uitspraak Afdeling, deelmobiliteit, deelauto’s en bakfietsen, voorschriften, dubbelgebruik, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Den Haag 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18699: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, last onder bestuursdwang, monumentaal pand, rijksbeschermd stadsgezicht, gemeentelijk monument, Monumentenwet 1961, staat van instandhouding, wijzigingen achterzijde/vergunningvrij, bouwkundige situatie, redengevende omschrijving, motivering primaire besluit, concreet zicht op legalisatie, gegeven last, impliceert toestemming, bezoekverslag, voldaan aan last, passeren gebrek, wegingsfactor proceskostenvergoeding, in beginsel wegingsfactor 1
* Rechtbank Den Haag 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18482: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, oprichten, aanpassen kasgevel, plaatsen reclame-uiting en het realiseren in-/uitrit, uitleg bpl, volwaardig glastuinbouwbedrijf, hoedanigheid en omvang bedrijf, arbeidsbehoefte, duurzaamheid, voorwaarden binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, parkeren, verkeersveiligheid, advies verkeerskundige, positief advies, gemeentelijke parkeernormen, tegenadvies verkeersdeskundige
* Rechtbank Noord-Holland 8 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11839: BW; eigenaar winkelpanden, vordering veroordeling gemeente/aanpassen rij leidlindes, hinder, voorbereiding, belangen eigenaar, alternatieven, laden en lossen, uitzicht, inval zonlicht, waardevermindering, onrechtmatige hinder, privaatrechtelijke bevoegdheden, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, onrechtmatige overheidsdaad, maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm, besluit zorgvuldigheid voorbereiden en nemen, belangen afweging, evenredigheid, onderzoek, algemene beleidsstukken, uitvoerbaarheid oplossing, gedeeltelijke toewijzing vordering, afwijzing gevorderde dwangsom
* Rechtbank Midden-Nederland 8 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5221: Awb; verzoek verlengen hersteltermijn, proceseconomie, bijzondere gevallen, verzoek motiveren, personele wisseling, rekening en risico college, minder finale vorm van geschilbeslechting, tweede tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 3 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5257: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, aanleggen vier padelbanen op twee oude tennisbanen, voorbereidingsprocedure, kruimelgevallenregeling, berekening oppervlakte vergunde project, verharding en omheining functioneel verbonden, omheining/onderdeel spel, qua constructie verbonden, geen kruimelgeval, uitgebreide procedure
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6891: Awb; afwijzing verzoek opheffen last onder dwangsom, uitvoerbaarheid last, funderingsproblemen, rechtstreeks beroep, artikel 7:1a lid 1 Awb, andere beroepsprocedure, treffen herstelmaatregelen, instandhouding Rijksmonument, hoger beroep, lod in stand gebleven, mondelinge behandeling, zaak niet geschikt voor rechtstreeks beroep, college ten onrechte ingestemd
* Rechtbank Den Haag 25 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19098: Awb, Wabo; omgevingsvergunning verbouwen woningen tot kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang, parkeren, gemeentelijke parkeernota, parkeerbehoefte werknemers, aantal medewerkers, brandveiligheidsvoorschriften, handhaving, voorschrift, handhaafbaarheid, niet parkeren in openbare ruimte, huren parkeerplekken, arbeidsovereenkomsten, maatvoering parkeerplaatsen, ASVV 2012, NEN 2443:2013, eigen terrein, doelgroep, niet-openbaar parkeerterrein, bruikbaarheid parkeerplekken, salderen, vervallen parkeerplekken, alternatief, verkeersveiligheid, rechtsgevolgen niet in stand laten, geen tweede bestuurlijke lus, niet zelf in de zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 18 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5256: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, aanleggen vier padelbanen op twee oude tennisbanen, bezwaar niet-ontvankelijk, geen belanghebbende, inwoner gemeente, geen uniform beleid toegepast bij padelbanen, woonachtig naast een tennisvereniging, vrees voor padelbanen, geen rechtstreeks en persoonlijk betrokken belang, buiten beroepstermijn, beroepen niet-ontvankelijk, beroep ongegrond, overige beroepen niet-ontvankelijk
* Rechtbank Den Haag 12 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19099: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning bouwen, erfafscheiding, uitleg bpl, begrip “voorgevel”, definitie voorgevelrooilijn, toelichting bpl, systematiek, verkeerde maatstaf, Van Dale, dubbelbestemming cultuurhistorie, aanwijzingsbesluit rijksbeschermd stadsgezicht, advies welstandscommissie, stedenbouwkundige gronden, redelijke eisen van welstand
* Rechtbank Limburg 5 september 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10176: BW; kort geding, agrarisch bedrijf, PAS-melding, Programma Aanpak Stikstof, stikstofdepositie, Natura 2000-gebied, uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onverbindend, Wnb, legaliseren projecten of activiteiten, Legalisatieprogramma PAS-meldingen, gebod Staat, treffen maatregelen, uitblijven administratiefrechtelijke handhaving, onrechtmatige daad, artikel 22.21 Omgevingswet, generaal pardon, gevolgen derden, wetgeving, instructiebevoegdheid, artikel 2.34 Omgevingswet, schade, afwijzing vordering
* Rechtbank Limburg 3 september 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:8534: BW; kasteel met koetshuis, rivier, beheergebied waterschap, wettelijke zorgplicht, provinciale omgevingsverordening, inundatienormen, overstromingsgevaar, vordering waterschap, verklaring voor recht/voldaan aan zorgplicht, niet aansprakelijk, gebieden verlenen medewerking permanente afdekroosters, beleidsvrijheid, schaarse middelen, aanvullende vochtwerende middelen, informatiefolders, hydroloog in dienst waterschap, muren waterwerend maken/impregneermiddel, bouwtechnische tekortkomingen, reconventie, vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel, formele rechtskracht, Heesch/Van den Akker
* Rechtbank Noord-Holland 7 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8941: Awb, Wabo, Gmw; handhaving, invordering, beëindigen bedrijf, functie wonen, bezwaar niet-ontvankelijk, aangetekende verzending, geen afhaalbericht, PostNL applicatie, e-mail, account, zienswijze, bezwaarschrift, tussenuitspraak
* Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5683: Awb, Gmw; vovo, evenementenvergunning, voorschrift, APV, spoedeisend belang, onverwijlde spoed, financieel geschil, onomkeerbare situatie, financiële schade, financiële situatie, imagoschade, evident onrechtmatig, Dienstenrichtlijn, afwijzing verzoek
* Rechtbank Midden-Nederland 1 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5251: Awb, Wabo; aanvraag omgevingsvergunning appartementencomplex, parkeergarage, omgevingsvergunning van rechtswege, bezwaarschrift, bezwaar niet-ontvankelijk, termijnoverschrijding, kennisgeving, (digitale) Gemeenteblad, zakelijke weergave inhoud, voldoende adequaat en duidelijk, publicatie op juiste wijze, niet verschoonbaar, berichtenservice mijnoverheid.nl, e-mailservice, rechtsmiddelenclausule, doorzendplicht
* Rechtbank Midden-Nederland 25 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5247: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, woningsplitsing, gebruik bijgebouw als woning, overtreding, overgangsrecht, begripsomschrijving “woningsplitsing”, controlerapport, feitelijke situatie, zelfstandige woonruimte, aanvraag omgevingsvergunning, vergunde situatie, vertrouwensbeginsel, evenredigheid handhavend optreden, verzoek om schadevergoeding
* Rechtbank Amsterdam 25 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5432: Awb, Hvw; bestuurlijke boete, omzetten zelfstandige woonruimte in vier onzelfstandige woonruimte, geen vergunning, artikel 5:10a Awb, cautie, bewoonster/zwijgrecht, boete opgelegd aan eiser, rapport van bevindingen, toezichthouders, bij aanvang huisbezoek gelegitimeerd, doel bezoek toegelicht, toestemming betreden woning, geen verhoor, verzamelen informatie, relativiteitsvereiste, hoogte boete, verwijzing naar eerdere procedure
* Rechtbank Amsterdam 25 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5694: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, aanwijzing als woonerf, bestemmingsverkeer, voorschrift, advies, inzichtelijk, conclusies, uitgebreider, verkeersveiligheid, aard, intensiteit en/of snelheid verkeer, belangenafweging, vervallen parkeerplaatsen, parkeerdruk, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Amsterdam 25 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5364: Awb, Ow; handhaving, bouwstop met last onder dwangsom, invordering, bouwwerkzaamheden/zonder vereiste vergunning, dwangsom, ontvankelijkheid beroep, aangetekende post, niet tijdig ingediend, geen reden termijnoverschrijding, geen verontschuldiging, bedoeling stuk, klacht, ontbreken rechtsmiddelenverwijzing, professionele rechtsbijstandsverlener, eiseres procedeert regelmatig, verzoek m getekend exemplaar besluit, geen gerede twijfel besluitkarakter
* Rechtbank Amsterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5350: Awb; vovo, handhaving, bestuursdwang, verplaatsen boot, ligplaats, engte, onverwijlde spoed, spoedeisend belang, evident onrechtmatig besluit, meting boot, document fabrikant, meting toezichthouder, informatie online verkoper, rekening en risico verzoeker, afwijzing verzoek
* Rechtbank Amsterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5880: Awb, Wm, Gmw; rechtbank onbevoegd, verzoek terugplaatsen ondergrondse glascontainer, Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, beroep bij de Afdeling, gemeentelijke afvalstoffenverordening, uitvoeringsbesluit, wijze van inzameling afvalstoffen, het (tijdelijk) dichtzetten, het (terug) plaatsen van afvalcontainers/valt onder bereik Wm, speciale wet, algemene wet, bevoegdheidsverdeling, dossier doorsturen naar de Afdeling
* Rechtbank Amsterdam 17 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5932: Awb, Hvw; bestuurlijke boete, gemeentelijke huisvestingsverordening, onderzoek naleving Huisvestingswet, toezichthouders, concrete klachten, binnentreden zonder toestemming, voorwaarden Awbi, rapport van bevindingen, legitimatie, doel binnentreden medegedeeld, machtiging binnentreden, overtreding, hoofd- en nachtverblijf, feitelijke overtreder, willens en wetens ingeschreven, BRP, matiging boete, overschrijding redelijke termijn, ambtshalve toetsing
* Rechtbank Amsterdam 17 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5933: Awb, Hvw; bestuurlijke boete, gemeentelijke huisvestingsverordening, onderzoek naleving Huisvestingswet, toezichthouders, concrete klachten, binnentreden zonder toestemming, voorwaarden Awbi, rapport van bevindingen, legitimatie, doel binnentreden medegedeeld, machtiging binnentreden, overtredingen, BRP, vertrouwensbeginsel, aanvraag omzettingsvergunning, verbod reformatio in peius, overtreder, feitelijk overtreder, functioneel dader, eigenaar, beschikkingsmacht, overtredingen aanvaard, matiging boete, overschrijding redelijke termijn, ambtshalve toetsing, EVM
* Rechtbank Amsterdam 17 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5934: Awb, Hvw; bestuurlijke boete, gemeentelijke huisvestingsverordening, onderzoek naleving Huisvestingswet, toezichthouders, concrete klachten, binnentreden zonder toestemming, voorwaarden Awbi, rapport van bevindingen, legitimatie, doel binnentreden medegedeeld, machtiging binnentreden, overtreding, op ambtsbelofte opgemaakt rapport van bevindingen, geloofwaardigheid verklaringen, overtreder, matiging boete, bijzondere omstandigheden, reformatio in peius, overschrijding redelijke termijn, ambtshalve toetsing, EVRM
* Rechtbank Amsterdam 4 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4822: Awb, Gmw, Alcoholwet; vovo, weigering exploitatie- en alcoholvergunning, bouwwerken gerenoveerd, omgevingsvergunningen, ontplooien nevenactiviteiten, APV, omgevingsplan, spoedeisend belang, financieel belang, financiële noodsituatie, geen voorlopige rechtmatigheidstoets, belangenafweging, gebruiken gronden/bouwwerken in strijd met omgevingsplan, rechtszekerheid, overlast, schaalvergroting, verwijzing naar meervoudige kamer, toewijzing verzoek
* Rechtbank Amsterdam 2 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4506: Awb, Wabo, Gmw; twee omgevingsvergunning voor evenementen, twee evenementenvergunningen, belanghebbende, procesbelang, soortgelijke aanvragen, jaarlijks, geluid, advies omgevingsdienst, gevelnorm, slaapverstoring, nachtnorm, APV, woon- en leefklimaat, locatieprofiel, exceptieve toetsing, geldende en vergunde normen, geluidbeleid, cumulatie, EVRM, moment beslissen, nog effectief een verzoek om voorlopige voorziening kunnen indienen, passeren gebrek
* Rechtbank Amsterdam 2 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4503: Awb, Wabo, Gmw; evenementenvergunning, omgevingsvergunning, belanghebbende, procesbelang, soortgelijke aanvragen, jaarlijks, APV, locatieprofiel, evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, evenementenbeleid, verkeer, mobiliteitsmanagementplan, EVRM, moment beslissen, effectief rechtsmiddel kunnen aanwenden, passeren gebrek, dwangsombesluit/niet-ontvankelijk
* Rechtbank Amsterdam 25 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4719: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, peperbus, openbare ruimte, ‘middenspanningsruimte-bouwwerk’, toenemende vraag elektriciteit, onderdeel ruimtelijke ordening, aanvraag, kleinere footprint, uitzicht, lichtinval, TNO-normen, Bouwbesluit 2012, minimale daglichttoetredingseisen, alternatieven, verkeer, verkeersveiligheid, waardevermindering woning
* Rechtbank Amsterdam 14 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8929: BW; kort geding, verrichten onderzoek, loodvergiftiging, treffen maatregelen, gezondheidsrisico’s, loodgehalte, loodwaarde, Circulaire Bodembescherming, Nota Bodembeheer, bodemfunctie, lagere grenswaarde, interventiewaarde, afwijzing vordering
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
# ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5185: Awb, Wnb; natuurvergunning, exploitatie biomassacentrale, aardgasgestookte centrales, artikel 6:19 Awb, intrekking besluitonderdeel, hoger beroep niet-ontvankelijk, volledig tegemoetgekomen, geen beroep van rechtswege, correctie Nbw-vergunning, wijzigen twee voorschriften, verlagen jaarvracht NOx, grondslag, verzoek, natuurvergunning intrekken of wijzigen, belangenafweging, formele rechtskracht, aantal draaiuren, vollast in bedrijf, gecorrigeerde jaarvrachten, toegepaste emissienorm, geen andere uitgangspunten, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Noord-Holland 20/3159, 20/3165 en 20/3175)
6.1. De Afdeling is van oordeel dat het verzoek van Vattenfall niet strekt tot wijziging van de exploitatie van de DM33 en de HWC, zoals vergund bij de Nbw-vergunning. De aanvraag strekt alleen tot correctie van de voorschriften van de Nbw-vergunning, omdat in 2015 abusievelijk is gerekend met een verkeerde emissienorm. Het college kon het verzoek van Vattenfall daarom duiden als een verzoek om met toepassing van artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Wnb de voorschriften van de Nbw-vergunning te wijzigen. De Afdeling ziet in de brief van 28 juni 2019 geen aanknopingspunten dat het college de brief had moeten opvatten als een verzoek om wijziging van de Nbw-vergunning, omdat die toen in strijd met de wet is verleend (artikel 5.4, eerste lid, onder c, van de Wnb), zoals MOB en Natuurmonumenten naar voren hebben gebracht.
6.3. Omdat deze grond voor wijzigen of intrekken van een natuurvergunning van toepassing is, is het college bevoegd om de natuurvergunning in te trekken of te wijzigen. Aan de toepassing van deze bevoegdheid moet het college een belangenafweging ten grondslag leggen, waarbij, in het licht van de formele rechtskracht van het besluit tot vergunningverlening, ook het belang van de rechtszekerheid voor de vergunninghouder een rol speelt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2973, onder 10.1). Anders dan MOB en Natuurmonumenten op de zitting naar voren hebben gebracht, is bij die afweging een koppeling met artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb niet aan de orde. Zoals volgt uit 6.5 van de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71 (Logtsebaan), kan die koppeling aan de orde zijn als toepassing wordt gegeven aan artikel 5.4, eerste lid, onder c of d, van de Wnb.
8. (…) Dat het, zoals MOB en Natuurmonumenten stellen, in de sector gebruikelijk is om met 8.000 draaiuren te rekenen, uit de jaarverslagen volgt dat de centrale feitelijk (nog) veel minder draaiuren maakt en het niet realistisch zou zijn om ervan uit te gaan dat de HWC tegelijk met de DM33 in werking is, laat onverlet dat Vattenfall een natuurvergunning mag aanvragen voor een bedrijfssituatie waarin de DM33 en de HWC tegelijk op vollast in bedrijf kunnen zijn. Dat is een keuze van de aanvrager en geen fout of onzorgvuldigheid in de aanvraag. De Afdeling ziet daarom in wat MOB en Natuurmonumenten over het aantal draaiuren aanvoeren, geen aanleiding om te concluderen dat het college het aantal draaiuren waarvan in de Nbw-vergunning uit 2015 is uitgegaan en waaraan Vattenfall wil vasthouden, niet als uitgangspunt voor de herberekening van de NOx-emissie mocht nemen.
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5037: Awb, Wabo; weigering aanvraag omgevingsvergunning verbouwen woning, zelfstandige wooneenheden, aaneen gebouwde woningen, gestapelde woningen, uitleg bpl, bestemming(en) en aanduiding(en) en bijbehorende regels, rechtszekerheid, letterlijke uitleg, systematiek, plantoelichting, Van Dale, in samenhang met andere planregels, planregels voldoende duidelijk, meergezinswoningen, nieuwe beslissing op bezwaar, judiciële lus (Rb Midden-Nederland 22/2503)
3.3. Voor het antwoord op de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming(en) en aanduiding(en) en de daarbij behorende regels bepalend. Vanwege de rechtszekerheid moet een planregel letterlijk worden uitgelegd. Als die op zichzelf niet duidelijk is en ook niet in samenhang met de andere planregels (systematiek), dan komt betekenis toe aan de niet bindende plantoelichting. Die plantoelichting kan namelijk meer inzicht geven in de bedoeling van de planwetgever.
3.4. De studio’s zijn zelfstandige wooneenheden die dienen te worden aangemerkt als woningen als bedoeld in artikel 1.87 van de planregels. Het perceel is bestemd voor woningen die aaneen worden gebouwd. In de planregels wordt niet omschreven wat onder de begrippen ‘aaneen gebouwd’ en ‘gestapelde woningen’ moet worden verstaan. In het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal wordt ‘aaneen’ omschreven als “aan elkaar, zonder of met geringe tussenruimte” en ‘stapelen’ als “zaken op elkaar stapelen”. Volgens deze omschrijvingen, die niet aan elkaar zijn tegengesteld, kan gestapeld ook aaneen zijn. Gelet hierop sluit artikel 17.2.1, aanhef en onder a, van de planregels, wanneer deze bepaling op zichzelf wordt bezien, niet uit dat binnen de bestemming “Wonen – 1” gestapeld mag worden gebouwd. Hetzelfde volgt uit deze bepaling wanneer deze in samenhang met de andere planregels (systematiek) wordt bezien. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat in geen van de andere planregels wordt bepaald dat gestapelde woningen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de bestemming “Wonen – 4”. Weliswaar volgt uit artikel 20.2.1, aanhef en onder a, van de planregels dat binnen de bestemming “Wonen – 4” alleen gestapelde woningen mogen worden gebouwd, maar daaruit volgt niet dat gestapelde woningen niet elders in het plangebied zijn toegestaan. Omdat de planregels op dit punt voldoende duidelijk zijn, komt geen betekenis toe aan de plantoelichting waar overigens ook niet uit kan worden afgeleid dat de planwetgever heeft beoogd om gestapelde woningen niet toe te staan binnen de bestemming “Wonen – 1”. Voor zover het bouwplan in meergezinswoningen voorziet, volgt uit artikel 17.2.1, aanhef en onder a, bezien op zichzelf en in samenhang met de overige planregels, ook niet dat meergezinswoningen, voor zover aaneen gebouwd, niet binnen de bestemming “Wonen – 1” mogen worden gerealiseerd. Het bouwplan voldoet daarmee aan het op grond van artikel 17.2.1, aanhef en onder a, van de planregels geldende vereiste dat de studio’s aaneen moeten worden gebouwd. Gelet daarop is het bouwplan in zoverre niet in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft niet onderkend dat het college de weigering om de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen ondeugdelijk heeft gemotiveerd.
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5189: Awb, Wabo, Wm; buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning activiteit afwijken bpl, oprichten en exploiteren twee windturbines, gebied realisatie windpark, bevoegde rechter, windturbines, productie-installatie, artikel 9e Elektriciteitswet, wetsgeschiedenis, geen besluit van provinciale staten vereist, Afdeling in eerste en enige aanleg, besluit-merplicht, Besluit mer, verschillende eigenaren/initiatiefnemers, geen zeggenschap, technische bindingen, nabijheid, kennelijke bedoeling, niet besluit-mer-plichtig
6. De aangevraagde windturbines vormen een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e van de Elektriciteitswet. Blijkens de wetgeschiedenis van artikel 9f van de Elektriciteitswet (Kamerstukken II 2009/10, 32 127, nr. 3, blz. 63) heeft de wetgever beoogd dat de procedure als bedoeld in artikel 3.33 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) dient te worden gevolgd bij de vergunningverlening van dergelijke productie-installaties. Hiervoor is anders dan bepaald in artikel 3.33, eerste lid, van de Wro, geen besluit van provinciale staten vereist, zoals ook blijkt uit de wetsgeschiedenis. Het vorenstaande betekent dat bij de besluitvorming over de windturbines de Afdeling in eerste en enige aanleg beslist op het ingestelde beroep.
9. De Afdeling overweegt dat in een geval als hier aan de orde alleen een besluit-mer-plicht bestaat als kan worden gesproken van de oprichting, dan wel de wijziging of uitbreiding van een windturbinepark in de zin van categorie 22.2 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit mer. Het moet dan gaan om een windturbinepark dat bestaat uit ten minste 20 windturbines. De aanvraag ziet op de realisatie van twee windturbines op de percelen, kadastraal bekend als gemeente Uithuizermeeden, sectie H, nummers 32 en 177. Het college gaat er echter vanuit dat de aangevraagde windturbines moeten worden beschouwd als een uitbreiding van het windturbinepark Eemshaven-West, waarvoor inmiddels bij besluit van 25 september 2024 een inpassingsplan is vastgesteld door provinciale staten, en dat ziet op de bouw en exploitatie van ten hoogste 24 windturbines. Naar het oordeel van de Afdeling kan in dit geval echter niet worden gesproken van de uitbreiding van een windturbinepark in de zin van de bijlage bij het Besluit mer. Daarvoor is van belang dat de beide initiatieven door verschillende eigenaren/initiatiefnemers worden uitgevoerd en dat zij over en weer geen zeggenschap hebben over elkaars initiatief. Het windpark Eemshaven-West wordt ontwikkeld door Vattenfall, Drei Meulen Wind B.V. en ‘Energie Coöperatie Oudeschip en Omstreken’ (ECOO). Wintermolen B.V. is hierbij geen partij. In dit licht is het onaannemelijk dat, al zou Wintermolen B.V. de gevraagde windturbines mogen realiseren, de beide windinitiatieven technische bindingen met elkaar zouden krijgen. Ook geldt dat de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de aanvraag van Wintermolen B.V. andere zijn dan de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de realisatie van windpark Eemshaven-West. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, recentelijk nog in de uitspraak van 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4560, onder 8.1, is de enkele omstandigheid dat de twee windturbines in de nabijheid van een ander windturbinepark of andere windturbines worden geplaatst, onvoldoende om tot een ander oordeel komen. Dat het de kennelijke bedoeling van Wintermolen B.V. is om de windturbines qua opstelling te laten aansluiten op het windpark Eemshaven-West leidt evenmin tot de conclusie dat hier moet worden gesproken van één windturbinepark of een wijziging of een uitbreiding daarvan.
* ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5203: Awb, Wnb; afwijzing verzoeken om een tegemoetkoming in schade, wilde zwijnen, biologisch landbouwbedrijf, gepachte percelen met snijmais en grasland, pachtovereenkomst, risicoaanvaarding, voorzienbaarheid, vergoedbaarheid van schade op grond van artikel 6.1 Wnb, planschaderecht, geen handelen bestuursorgaan, schade niet of niet voldoende kan worden voorkomen, concreet openbaar gemaakt beleidsvoornemen, normale ondernemers- of bedrijfsrisico, situatie ten tijde van de investeringsbeslissing, verschillende andere factoren, schadebeperkingsplicht, definitieve beslechting geschil, zelf in de zaak voorzien (Rb Oost-Brabant 23/2125 en 23/2126)
25. De Afdeling is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het college het verzoek om een tegemoetkoming in de schade niet mag afwijzen omdat uit artikel 5.5 van de pachtovereenkomst volgt dat de schadeoorzaak – de zwijnenproblematiek ter plaatse – voorzienbaar was en [appellante] dus het risico op het ontstaan van schade heeft aanvaard. [appellante] wijst er terecht op dat de leer van de (actieve) risicoaanvaarding/voorzienbaarheid, zoals die wordt toegepast in, onder meer, het planschaderecht, zich niet één op één leent voor de beoordeling van de vergoedbaarheid van schade op grond van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming. In het planschaderecht is een schadeoorzaak voorzienbaar als er voor de aanvrager aanleiding bestaat op grond van een gepubliceerd concreet beleidsvoornemen om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse gaat veranderen in een voor hem ongunstige zin. De in artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming genoemde schadeoorzaak is geen handelen van het bestuursorgaan; het gaat om schade veroorzaakt door in het wild levende beschermde diersoorten in combinatie met beperkingen die uit de wet voortvloeien, waardoor de schade niet of onvoldoende door de benadeelde kan worden voorkomen (zie de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018). Daarbij komt dat het college niet heeft gemotiveerd met welke concreet voorzienbare wijziging [appellante] ten tijde van de investeringsbeslissing rekening had moeten houden. Ook heeft het college niet gewezen op een concreet openbaar gemaakt beleidsvoornemen tot wijziging van de soortenbeschermingsregelgeving.
27. [appellante] betoogt terecht dat de vergoedbaarheid van de schade op grond van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming mede moet worden beoordeeld aan de hand van de omvang van het normale ondernemers- of bedrijfsrisico. Daarbij is van belang dat het normale ondernemers- of bedrijfsrisico en risicoaanvaarding zelfstandige criteria zijn voor de beoordeling van de vergoedbaarheid van schade. Voor het antwoord op de vraag of schade binnen het normale maatschappelijke risico valt, is onder meer van belang of de desbetreffende ontwikkeling als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd, waarmee de aanvrager rekening had kunnen houden in die zin dat die ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag, ook al bestond geen concreet zicht op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkeling zich zou voordoen. Voor het antwoord op de vraag of, en zo ja, in hoeverre de schade binnen het normale maatschappelijke risico valt, is – anders dan bij de beoordeling of risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen – de situatie ten tijde van de investeringsbeslissing niet van belang. De omstandigheid dat de schade ten tijde van de investeringsbeslissing niet voorzienbaar was, laat onverlet dat de ontwikkeling in de lijn der verwachtingen kan liggen en dat de schade geheel of gedeeltelijk binnen het normale maatschappelijke risico valt.
28. Daarnaast kunnen verschillende andere factoren een rol spelen bij de vaststelling van het normale ondernemers- of bedrijfsrisico. Bijvoorbeeld de aard en omvang van de schade. Een andere omstandigheid die van belang is, is dat de wetgever de verantwoordelijkheid voor de bescherming van have en goed tegen schade door dieren primair bij de grondeigenaar of pachter van grond heeft gelegd. Bij de vaststelling van het normaal ondernemersrisico moet rekening gehouden worden met omstandigheden die betrekking hebben op de benadeelde zelf. Het uitgangspunt is dat elke zelfstandige ondernemer zijn onderneming drijft voor eigen risico en ook zelf verantwoordelijk is voor zijn beslissingen. Tot het normale ondernemersrisico behoren ook de nadelen die direct samenhangen met de keuze die de ondernemer zelf heeft gemaakt voor een bepaald type bedrijfsvoering en de plek waarop hij zijn bedrijf uitoefent. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018 en die van 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1266. Dat voor de beoordeling van de vergoedbaarheid van de schade de omvang van het bedrijfsrisico bepalend is, volgt ook uit artikelen 4.5 en 4.6 van de beleidsregel en de toelichting daarop. Het college kan afzien van een eigen risico, een eigen risico van 5% van de getaxeerde schade of een verhoogd eigen risico hanteren, dan wel een tegemoetkoming weigeren omdat de schade geheel onder het bedrijfsrisico valt.
¶ Rechtbank Limburg 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10464: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, realiseren recreatiewoning, bouwactiviteit/melding, gebruik, melding voorafgaand aan uitvoering bouwwerkzaamheden, gereedmelding, voorafgaand aan in gebruik nemen woning, kwaliteitsborger, moment nemen bob, treffen vovo/geen effect, geen spoedeisend belang
1.4. Aan vergunninghoudster is met het bestreden besluit ten aanzien waarvan verzoekster heeft gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘afwijken van de regels in het omgevingsplan’ verleend ten behoeve van de realisering van een recreatiewoning. Voor het oprichten van de recreatiewoning is niet ook een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ verleend, omdat in dit specifieke geval een meldingsplicht geldt (op grond van artikel 2.17, lid 3, van het Besluit bouwwerken leefomgeving). Dat betekent dat de verleende omgevingsvergunning enkel ziet op het gebruik van de (te realiseren) recreatiewoning. Het verzoek om voorlopige voorziening (schorsing van de omgevingsvergunning) ziet daarom ook alleen op dat (aanstaande) gebruik en dus niet op het bouwen ervan.
1.5. Zoals hierboven aangegeven geldt voor het bouwen van de recreatiewoning een meldingsplicht. Er dient vier weken voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden een melding van aanvang van de bouw worden gedaan (op grond van artikel 2.18 van het Besluit bouwwerken leefomgeving). (…) Ter zitting heeft vergunninghoudster verklaard dat de melding nog steeds niet is gedaan, maar dat die naar verwachting deze week zal worden gedaan. Dat betekent dat vier weken na indiening van de melding, die volledig en ontvankelijk dient te zijn, de bouw pas weer hervat kan worden. Ter zitting heeft vergunninghoudster verder verklaard dat na hervatting van de bouw nog ongeveer 4 á 5 weken nodig zijn voor het afbouwen van de recreatiewoning. Vervolgens dient de bouw, voordat die in gebruik kan worden genomen, gereed te worden gemeld bij het bevoegd gezag. Dit moet worden gedaan ten minste twee weken voor het in gebruik nemen van het bouwwerk (op grond van artikel 2.21 van het Besluit bouwwerken leefomgeving). Met een gereedmelding controleert het bevoegd gezag of de kwaliteitsborging is uitgevoerd volgens de regels.
1.6. Als alles verloopt zoals nu gepland, dan zal het vroegst mogelijke in gebruik nemen van de recreatiewoning (daargelaten eventuele vertraging door feestdagen) in de eerste week van januari 2026 plaats vinden, terwijl, zoals ook ter zitting besproken, de beslissing op het bezwaar van verzoekster halverwege december 2025 is te verwachten. De bezwaarfase eindigt dus eerder dan het moment waarop vergunninghoudster de recreatiewoning (op zijn vroegst) in gebruik zal kunnen nemen, terwijl het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zich in dit geval beperkt tot de bezwaarfase.
1.7. Het thans treffen van een voorlopige voorziening heeft dus geen effect, omdat het in gebruik nemen van de recreatiewoning al door andere oorzaken gedurende de bezwaarfase onmogelijk is. Door deze feiten en omstandigheden is er geen spoedeisend belang dat dwingt tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dat is de reden dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afwijst. Er bestaat verder geen aanleiding voor een vergoeding van griffierecht of proceskosten.
¶ Rechtbank Limburg 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10456: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen bijgebouw, formele vereisten, bezwaarschrift ingediend, onverwijlde spoed, overtreding, vergunningvrij, voorgevel woning, omgevingsplan/bruidsschat, achtererfgebied, voorkant hoofdgebouw, ligging voorgevelrooilijn, bouwverordening, naar de weg gekeerde gevel, moment terinzagelegging ontwerp, landschappelijk inpassingsplan, belangenafweging
3.6. Of sprake is van een overtreding (van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet) hangt af van het antwoord op de vraag waar de voorgevel van de woning is gelegen. Immers, het achtererfgebied wordt bepaald aan de hand van de voorgevel van het hoofdgebouw (de woning). Zie bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving waarin ‘achtererfgebied’ staat gedefinieerd. Alleen als het bijgebouw in het achtererfgebied is gelegen, is het op grond van artikel 22.27, aanhef onder a, ten tweede van het Omgevingsplan (Bruidsschat) vergunningvrij.
3.7. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:957) volgt dat indien aanstonds duidelijk is wat de voorkant van een hoofdgebouw is als bedoeld in de definitie van een achtererfgebied, er niet wordt toegekomen aan wat het bestemmingsplan daar mogelijk over bepaalt. Of die duidelijkheid al dan niet bestaat, staat ter beoordeling van de bestuursrechter. Onduidelijkheid ontstaat niet enkel doordat één van de partijen de voorkant van het hoofdgebouw ter discussie stelt. Verder blijkt uit die uitspraak van de Afdeling dat pas als er discussie ontstaat over de vraag welke gevel de voorgevel is, primair moet worden afgegaan op de ligging van de voorgevelrooilijn zoals die in het bestemmingsplan (nu: tijdelijk deel van het omgevingsplan) of de bouwverordening is aangegeven. Als er dan nog twijfel bestaat, is de feitelijke situatie doorslaggevend voor de vraag waar zich de voorgevel bevindt.
3.9. Nu er discussie is over de vraag welke gevel de voorgevel is, moet primair worden afgegaan op de ligging van de voorgevelrooilijn zoals die in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het voormalige bestemmingsplan “ [adres] ongenummerd Sevenum”) is aangegeven. Hoewel in het bestemmingsplan geen voorgevelrooilijn is aangegeven, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter uit het bestemmingsplan wél eenduidig af te leiden wat onder de voorgevel moet worden verstaan. In artikel 1.74 van de bestemmingsplanregels is bepaald dat de voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw is of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. Aangezien de woning van verzoeker meer dan één naar de weg gekeerde gevel heeft, is de voorgevel dus de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als voorgevel is aangemerkt.
3.10. Van dit bestemmingsplan maakt deel uit het landschappelijk inpassingsplan (dat ook reeds deel uitmaakte van het ontwerpbestemmingsplan). Daarin is onder ‘Locatie en situatie’ beschreven: “De voorzijde nieuwe woningen is gericht op de [adres] (…).” De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat hiermee kennelijk de gevel die gericht is op de [adres] (dus gevel B) in het (ontwerp)bestemmingsplan als voorgevel is aangemerkt.
3.11. Dit betekent dat het achtererfgebied is gesitueerd zoals verweerder dat in aanmerking heeft genomen, dat het bijgebouw niet vergunningvrij is, en dat sprake is van de door verweerder aangenomen overtreding
* HvJEU 23 oktober 2025, ECLI:EU:C:2025:818: Verordening (EG) nr. 1013/2006; Prejudiciële verwijzing, afvalstoffen, overbrenging, terugname bij illegale overbrenging, terugname van afvalstoffen door de bevoegde autoriteit van verzending, verplichting of mogelijkheid voor deze autoriteit om de afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen ondanks het verzet van de oorspronkelijke verzender, verschillende taalversies, Verdrag van Bazel, Handvest, eigendomsrecht, ontneming van eigendom, formele ontneming of onteigening, evenredigheid, recht op effectieve rechterlijke bescherming
Het Hof (Eerste kamer) verklaart voor recht:
1) Artikel 24, lid 2, eerste alinea, van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen
moet aldus worden uitgelegd dat
ten eerste, de punten c) en d) van deze bepaling alternatief van toepassing zijn, waarbij punt d) van toepassing is wanneer punt c) niet van toepassing is, en ten tweede, dit punt c) de bevoegde autoriteit van het land van verzending verplicht om, wanneer zij een overbrenging ontdekt die zij als illegaal beschouwt, de na een dergelijke overbrenging teruggenomen afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen.
* Rechtbank Den Haag 23 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19367: Awb, Wnb; verzoek treffen maatregelen, artikel 2.4 Wnb, stikstofemissies gemotoriseerd verkeer rondom Den Haag, reikwijdte aanschrijvingsbevoegdheid, bevoegdheid, wettekst, wetsgeschiedenis, jurisprudentie, actieve maatregelen, ander bestuursorgaan/nemen publiekrechtelijk besluit, Habitatrichtlijn, Unierechtelijke achtergrond, verkeersbesluit, Wegenverkeerswet 1994, verhogen parkeertarieven, uitbreiden reikwijdte verzoek, inhoud verzoek bepalend, tussenuitspraak
4.3. De rechtbank volgt het college niet in het standpunt dat de door MOB gevraagde maatregelen niet kunnen worden opgelegd omdat dit ‘actieve maatregelen’ zijn. Op grond van artikel 2.4, eerste lid, van de Wnb kunnen verplichtingen worden opgelegd die actief handelen vereisen van degene die een handeling verricht of voornemens is te verrichten. Het treffen van preventieve of herstelmaatregelen is daarvan een voorbeeld. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat de aanschrijvingsbevoegdheid van artikel 2.4 voorziet in de mogelijkheid om bij beschikking verplichtingen op te leggen met betrekking tot activiteiten die niet vergunningplichtig zijn. Daarbij kan gedacht worden aan de situatie dat een project of een handeling is vrijgesteld van de vergunningplicht, omdat zij overeenkomstig het beheerplan wordt uitgevoerd, of omdat een handeling, niet zijnde een project, bestaand gebruik is. De wetgever heeft beoogd dat het bevoegd gezag in die gevallen de beschikking heeft over een alternatief instrument om passende maatregelen te treffen als de activiteit tot mogelijke verslechteringen of significante verstoringen kan leiden (Kamerstukken II 2011/12, 33 348, nr. 3, p. 106).
4.4. Uit de tekst en de wetsgeschiedenis van artikel 2.4 van de Wnb kan niet worden afgeleid dat de aanschrijvingsbevoegdheid er ook in voorziet dat het college een ander bestuursorgaan kan verplichten een publiekrechtelijk besluit te nemen. Het verzoek van MOB strekt wel tot het opleggen van een dergelijke verplichting. Dat is bijvoorbeeld aan de orde bij de gevraagde maatregelen waarvoor een verkeersbesluit is benodigd, zoals het instellen van eenrichtingsverkeer. Dat artikel 2.4 van de Wnb geen expliciete grondslag bevat om een ander bestuursorgaan te verplichten een publiekrechtelijk besluit te nemen is naar het oordeel van de rechtbank echter niet doorslaggevend voor de vraag of het college bevoegd is om ten behoeve van de gevraagde maatregelen gebruik te maken van de aanschrijvingsbevoegdheid. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
4.5. Artikel 2.4 van de Wnb is mede de implementatie van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn. Deze richtlijn legt de lidstaten verplichtingen op, zonder dat daarin naar enige verdeling van de bevoegdheden in het interne recht wordt verwezen. De richtlijn is bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat, maar de bevoegdheid om vorm en middelen te kiezen wordt aan de nationale instanties gelaten. Tot deze bevoegdheid behoort de aanwijzing van de bevoegde instanties die belast zijn met de uitvoering van de Habitatrichtlijn. Het recht van de Unie eist evenwel dat het overeenkomstig de bepalingen van de nationale rechtsorde vastgestelde stelsel van maatregelen (waaronder de aanwijzing van de bevoegde instanties) afdoende is om een juiste toepassing van de voorschriften van de Habitatrichtlijn mogelijk te maken (arrest van het Hof van Justitie van 3 april 2014, ECLI:EU:C:2014:214 (Cascina Tre Pini), onder 38-44).
4.6. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat deze Unierechtelijke achtergrond van artikel 2.4 van de Wnb is betrokken bij de vraag of het college bevoegd is om de door MOB gevraagde maatregelen op te leggen aan de gemeente Den Haag. Het college had deze Unirechtelijke achtergrond niet buiten beschouwing mogen laten. Dat geldt temeer omdat het college niet heeft weersproken dat de door MOB gevraagde maatregelen om (stikstofemissie van) stadsverkeer terug te dringen passende maatregelen kunnen zijn die nodig zijn om verslechteringen en verstoringen met significante gevolgen voor natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden te voorkomen.
4.8. In verband met het voorgaande kleeft ook een onderzoeksgebrek aan het bestreden besluit. Het college heeft zich namelijk in zijn algemeenheid op het standpunt gesteld dat niet kan worden ingegrepen in de gemeentelijke besluitvorming en het daarvoor geldende afwegingskader, zonder dit voor de verschillende gevraagde maatregelen na te gaan. Daarbij is van belang dat MOB niet alleen heeft verzocht om maatregelen waarvoor het nemen van een verkeersbesluit op grond van de Wegenverkeerswet 1994 noodzakelijk kan zijn. Het verzoek omvat bijvoorbeeld ook een maatregel als het verhogen van parkeertarieven. Het college heeft voor alle in het verzoek gevraagde maatregelen nagelaten te onderzoeken of een publiekrechtelijk besluit noodzakelijk is, welk bestuursorgaan van de gemeente daartoe bevoegd is en welk afwegingskader daarvoor geldt. Eerst nadat dit is onderzocht, kan worden beoordeeld of het in het nationale recht vastgestelde stelsel van maatregelen (waaronder de aanwijzing van de bevoegde instanties) afdoende is om een juiste toepassing van de Habitatrichtlijn mogelijk te maken. En wat het gevolg is van die beoordeling voor de beslissing op het verzoek van MOB om toepassing te geven aan de aanschrijvingsbevoegdheid van artikel 2.4 van de Wnb.
* Rechtbank Noord-Holland 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12044: Awb; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning uitbreiden en veranderen schoolgebouw, bezwaar niet-ontvankelijk, bezwaarschrift buiten bezwaartermijn, elektronisch formulier, website gemeente, verschoonbaarheid termijnoverschrijding, uitspraak CBb, intern onderzoek, formulier vindbaar en beschikbaar, storing systeem, overschrijding met één dag, gering verwijt, burgers, (voormalig) raadsheer, juridisch onderlegd, professioneel rechtshulpverlener, Besluit proceskosten bestuursrecht, contextuele benadering, partijconstellatie, rechtszekerheid
6.2.1. Onder verdere verwijzing naar rechtsoverweging 3.3. van de hiervoor aangehaalde uitspraak van het CBB overweegt de voorzieningenrechter dat de term “redelijkerwijs” in artikel 6:11 Awb het bestuursorgaan en de bestuursrechter enige ruimte biedt om ook in gevallen waarin sprake is van een slechts geringe verwijtbaarheid met betrekking tot de termijnoverschrijding, deze niet aan de indiener toe te rekenen. Of sprake is van een geringe verwijtbaarheid is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Een belangrijke factor is de hoedanigheid van de indiener. De mate van deskundigheid en professionaliteit van de burger, de onderneming, de belangenorganisatie of een andere betrokken entiteit weegt eveneens mee. Bij de beoordeling of van een geringe verwijtbaarheid sprake is, is ook de omvang van de termijnoverschrijding een belangrijke factor. Aan andere factoren kan onder omstandigheden eveneens betekenis toekomen. Indien het bestuursorgaan of de bestuursrechter tot het oordeel komt dat sprake is van een geringe verwijtbaarheid is vervolgens de partijconstellatie van belang. Bij een besluit waarbij de rechtszekerheid van actuele of potentiële derden met een tegengesteld belang niet of nauwelijks in het geding is, zal er doorgaans meer ruimte zijn om verschoonbaarheid aan te nemen. De positie van het bestuursorgaan is in dit kader eveneens relevant. Mede afhankelijk van de aard van de aan het bestuursorgaan toevertrouwde (algemene) belangen die met het besluit zijn gemoeid, kan het bestuursorgaan een groot belang hebben bij het verkrijgen van zekerheid over de vraag of dat besluit wel of niet (al) in rechte onaantastbaar is geworden.
6.2.2. De voorzieningenrechter stelt vast, hetgeen door het college ter zitting ook is bevestigd, dat het college eisers van de termijnoverschrijding een gering verwijt maakt. Het college is er daarbij volgens de voorzieningenrechter terecht vanuit gegaan dat sprake is van een geringe termijnoverschrijding en dat de eisers en namens hen, de indiener, allen burgers zijn. Het woord in deze procedure wordt namens eisers gevoerd door de in de aanhef van deze uitspraak eerstgenoemde persoon, een (voormalig want gepensioneerd) raadsheer van het gerechtshof Amsterdam. Derde-partij betoogt dat daarom de lat voor de beoordeling van de verwijtbaarheid hoger ligt, maar daar volgt de voorzieningenrechter derde-partij niet. Bedoelde persoon is weliswaar (zeer) juridisch onderlegd, maar hij is niet aan te merken als een professioneel rechtshulpverlener als bedoeld in rechtsoverweging 5.1 van de hiervoor aangehaalde uitspraak van het CBB, te weten: de derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en voor wiens werkzaamheden dus een kostenveroordeling op grond van het Bpb kan worden uitgesproken. Omdat geen sprake is van een professioneel rechtshulpverlener, ligt de lag bij het beoordelen van de verschoonbaarheid niet hoger en geldt de op het individueel geval gerichte contextuele benadering voor het handelen of nalaten van de betrokkene zelf, zoals die beoordeling door het college ook is uitgevoerd.
6.2.3. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het college, ondanks de geringe verwijtbaarheid van de indiener(s) van het bezwaarschrift, de geringe termijnoverschrijding van één dag niet verschoonbaar heeft hoeven achten. De partijconstellatie staat daar aan in de weg. Het gaat hier immers om een besluit waarbij de rechtszekerheid van derde-partij als vergunninghouder en in het verlengde daarvan de gebruikers van het schoolgebouw in het geding is. De omstandigheid dat – zoals eisers betogen – bij het verlenen van de omgevingsvergunning met de belangen van de vergunninghouder (en potentiële gebruikers van het schoolgebouw) reeds rekening is gehouden, doet daaraan niet af. Het argument van de partijconstellatie ziet immers op de rechtszekerheid, een belang dat niet eerder is meegewogen.
* Rechtbank Overijssel 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6026: Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, emissies stoffen, Activiteitenbesluit milieubeheer, verbindendheid artikelen 2.7 en 2.8 Abm, plan-mer, plan-mer-beoordeling, SMB-richtlijn, kader voor toekomstige vergunningen, voldoende gedetailleerde en richtinggevende regels, inhoud, voorbereiding of uitvoering van projecten, geen inhoudelijke normen, genoemde belangen, financiële en economische gevolgen, artikel 2.7 lid 10 Abm, facultatief, controleregime, controlevorm, periodieke metingen, meetverplichting PAK’s, ZZS, REACH-verordening, naftaleen, frequentie metingen, BBT, vaste gedragslijn
7.1. ACT voert aan dat uit de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001) volgt dat voorafgaand aan de vaststelling van de artikelen 2.7, tiende lid, en 2.8, vierde lid, van het Activiteitenbesluit een plan-milieueffectrapportage (hierna: plan-mer) dan wel een plan-milieueffectrapportage-beoordeling (hierna: plan-mer-beoordeling) had moeten worden gemaakt. ACT stelt zich op het standpunt dat, nu dit niet is gebeurd, voormelde bepalingen van het Activiteitenbesluit onverbindend zijn. ACT heeft in dit verband uitvoerig gewezen op verschillende arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie), waaronder de arresten van 27 juni 2016 (ECLI:EU:C:2016:816), 7 juni 2018 (ECLI:EU:C:2018:403, 25 juni 2020 (ECLI:EU:C:2020:503) en van 22 februari 2022 (ECLI:C:2022:102). Ook wijst ACT op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 30 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1395).
7.2. De rechtbank volgt dit betoog niet. Voor toepasselijkheid van de SMB-richtlijn is vereist dat een regeling inhoudelijk het kader vormt voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten als bedoeld in bijlage I of II van richtlijn 2011/92/EU. Dat betekent dat de regeling voldoende gedetailleerde en richtinggevende regels moet bevatten over de inhoud, voorbereiding of uitvoering van projecten.
7.3. De artikelen 2.7, tiende lid, en 2.8, vierde lid, van het Activiteitenbesluit voldoen niet aan die maatstaf. Zij bevatten geen inhoudelijke normen over emissies of projectkenmerken, maar bieden het bevoegd gezag ruimte om toezicht te houden en maatwerkvoorschriften te stellen. Zij zien daarmee uitsluitend op de controle van emissies, niet op de emissies zelf. Hierdoor sturen zij niet de aard, omvang of situering van projecten, maar regelen uitsluitend de wijze van controle. Regels die uitsluitend betrekking hebben op toezicht en naleving, zonder dat zij richting geven aan de besluitvorming over concrete projecten, kwalificeren naar het oordeel van de rechtbank niet als kaderstellend in de zin van de SMB-richtlijn.
7.4. Hieruit volgt dat de genoemde bepalingen geen kaderstellend plan of programma vormen in de zin van de SMB-richtlijn. Het ontbreken van een plan-mer of plan-mer-beoordeling leidt dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet tot onverbindendheid. Deze beroepsgrond slaagt niet.
8.2. Naar aanleiding van het standpunt van ACT dat sprake is van strijd met artikel 8:42 van de Wet milieubeheer, overweegt de rechtbank dat artikel 8:42, tweede lid, van de Wet milieubeheer, zoals deze bepaling destijds luidde, bepaalt dat op het stellen van maatwerkvoorschriften het bepaalde in artikel 8:40, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing is. In artikel 8:40, tweede lid, van de Wet milieubeheer zijn de belangen genoemd die hierbij moeten worden betrokken. Artikel 8:40, tweede lid, van de Wet milieubeheer vereist niet dat elk van de in deze bepaling genoemde belangen expliciet wordt ‘afgevinkt’ in de motivering van een besluit waarbij maatwerkvoorschriften worden vastgesteld. (…)
8.4. Naar aanleiding van het standpunt van ACT dat voor wat betreft het gehanteerde controleregime ten onrechte wordt afgeweken van artikel 2.8, vierde lid, van het Activiteitenbesluit, overweegt de rechtbank dat artikel 2.8, vierde lid, van het Activiteitenbesluit bepaalt dat de controle van emissies wordt gebaseerd op de grootte van de storingsfactor, bedoeld in tabel 2.8. Het bevoegd gezag kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, bij maatwerkvoorschrift van de in tabel 2.8 opgenomen controlevormen afwijken. (…) Uit de stukken blijkt dat de storingsfactor hier 0 is, wat inhoudt dat controleregime ‘0’ van toepassing is en dat als mogelijke controlevorm ‘Emissierelevante parameters (ERP’s) categorie B’ is genoemd. Periodieke metingen zijn dus niet verplicht op grond van het Activiteitenbesluit. Op grond van het vierde lid van art. 2.8 kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift van de controlevormen afwijken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. Naar het oordeel van de rechtbank houdt dat ook in dat het college kan besluiten tot het toepassen van controlevormen uit een ander controleregime, zoals de halfjaarlijkse metingen uit controleregime 4. Van handelen in strijd met artikel 2.8, vierde lid, van het Activiteitenbesluit omdat daarmee niet alleen de controlevorm maar ook het controleregime wijzigt, is naar het oordeel van de rechtbank dan geen sprake, zeker niet nu het belang van de bescherming van het milieu zich tegen deze wijziging niet verzet.
¶ Rechtbank Overijssel 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6024: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, emissiegrenswaarde, MVP2 stoffen, Besluit activiteiten leefomgeving, Bal/(on)verbindend, milieubeoordeling, SMB-richtlijn, kader voor toekomstige vergunningen, emissies in de lucht, puntbronnen, asfaltgranulaat, benzeen, formaldehyde, milieugevolgen, breed scala inrichtingen, locatieonafhankelijk, uiteenlopende bedrijfsvoeringen, samenhang met andere bepalingen Bal, evenredigheid, level playing field
5.1. ACT voert aan dat er ten onrechte geen milieubeoordeling als bedoeld in de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001) is verricht. ACT is van oordeel dat de SMB-richtlijn incorrect in het nationale recht is geïmplementeerd, omdat het Bal, en daarmee ook artikel 5.30 van het Bal, kwalificeert als een plan of programma, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van voormelde richtlijn. Hierom geldt volgens ACT een mer-(beoordelings)plicht. (…) Nu er geen mer-beoordeling heeft plaatsgevonden, is artikel 5.30 van het Bal onverbindend en kan die bepaling niet aan een last onder dwangsom ten grondslag worden gelegd, aldus ACT.
5.2. De rechtbank stelt voorop dat – volgens de door ACT aangehaalde rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie – bepalend is of een regeling inhoudelijk het kader vormt voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten als bedoeld in bijlage I of II bij richtlijn 2011/92/EU, en daarmee kwalificeert als een plan of programma in de zin van artikel 3, tweede lid, van richtlijn 2001/42/EG. Niet de formele kwalificatie of nationale herkomst is doorslaggevend, maar de inhoudelijke werking ervan. Van belang is of de regeling voldoende gedetailleerde regels bevat over de inhoud, voorbereiding of uitvoering van projecten, en of zij criteria of modaliteiten bevat die relevant zijn voor de milieubeoordeling van die projecten.
5.3. Artikel 5.30 van het Bal bevat emissiegrenswaarden voor stoffen die vrijkomen bij emissie in de lucht vanuit puntbronnen. In het geval van de inrichting van ACT, waar asfalt wordt geproduceerd met verwerking van asfaltgranulaat, betreft dit onder meer benzeen en formaldehyde. De rechtbank onderkent dat deze stoffen milieugevolgen kunnen hebben en dat de emissiegrenswaarden bepalend zijn voor de vraag of een inrichting voldoet aan de milieurechtelijke vereisten. Dat maakt de bepaling relevant voor vergunningverlening en toezicht, maar nog niet kaderstellend in de zin van de SMB-richtlijn.
5.4. Kaderstelling vereist dat een regeling voldoende gedetailleerde en richtinggevende regels bevat over de inhoud, voorbereiding of uitvoering van projecten. Artikel 5.30 van het Bal bevat generieke emissiegrenswaarden die gelden voor een breed scala aan inrichtingen. De norm is locatieonafhankelijk en bevat geen bepalingen over de situering, omvang of gebruiksvoorwaarden van specifieke projecten. Daarbij is niet gebleken dat de emissiegrenswaarden voor stoffen zoals benzeen en formaldehyde zodanige technische maatregelen vergen dat zij de aard of omvang van het project wezenlijk sturen. De regeling laat ruimte voor toepassing binnen uiteenlopende bedrijfsvoeringen.
5.5. De rechtbank beoordeelt vervolgens of artikel 5.30 van het Bal, in samenhang met andere bepalingen uit het Bal, een kaderstellend geheel vormt in de zin van artikel 3, tweede lid, van de SMB-richtlijn. Daarbij onderkent de rechtbank dat het Bal bepalingen kan bevatten die onder omstandigheden wél kaderstellend kunnen zijn. In deze zaak is echter niet gebleken dat artikel 5.30 van het Bal, al dan niet in samenhang met andere normen, een zodanige sturende werking heeft dat het als kaderstellend moet worden aangemerkt.
5.6. De emissiegrenswaarden in artikel 5.30 van het Bal zijn generiek en locatieonafhankelijk. Zij sturen niet de situering, omvang of gebruiksvoorwaarden van projecten op een wijze die de inhoudelijke contouren van projecten bepaalt. Ook in samenhang met andere bepalingen uit het Bal is het de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een geïntegreerd normatief kader. Artikel 5.30 van het Bal functioneert binnen dat stelsel als een technische ondergrens, maar bepaalt niet zelfstandig de inhoudelijke invulling van projecten. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een kaderstellend geheel in de zin van de SMB-richtlijn.
5.7. De rechtbank concludeert dat artikel 5.30 van het Bal niet kwalificeert als een plan of programma waarvoor een mer-(beoordelings)plicht vereist is. Het ontbreken van een milieubeoordeling voorafgaand aan de vaststelling van deze bepaling leidt daarom niet tot onverbindendheid. Deze beroepsgrond van ACT slaagt niet.
* Rechtbank Overijssel 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6025: Awb, Wm; handhaving, dwangsom, Activiteitenbesluit milieubeheer, emissiegrenswaarde, MVP1-stoffen, derde-partij, informeel samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, bundeling van individuele belangen van omwonenden, geuroverlast, wonen nabij de inrichting, milieubeoordeling SMB-richtlijn, artikel 2.5 Abm/(on)verbindend, kaderstelling, generieke emissiegrenswaarden, breed scala van inrichtingen, locatieonafhankelijk, andere bepalingen, sturende werking, mandaat, bevoegdheid tot uitvoeren metingen, naftaleen, ZZS, MVP1-stof, REACH-verordening, concretiserende interpretatie, hoogte dwangsom, begunstigingstermijn, legalisatiemogelijkheid, maatwerkvoorschriften met ruimere emissiewaarden, emissiereducerende maatregelen, evenredigheid
8.1. ACT voert aan dat ten onrechte geen milieubeoordeling als bedoeld in de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001) is verricht. ACT is van oordeel dat de SMB-richtlijn incorrect in het nationale recht is geïmplementeerd, omdat het Activiteitenbesluit, en daarmee ook artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit, kwalificeert als een plan of programma, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van voormelde richtlijn. Hierom geldt volgens ACT een mer-(beoordelings)plicht. (…)
8.2. De rechtbank stelt voorop dat – volgens de door ACT aangehaalde rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie – bepalend is of een regeling inhoudelijk het kader vormt voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten als bedoeld in bijlage I of II bij richtlijn 2011/92/EU, en daarmee kwalificeert als een plan of programma in de zin van artikel 3, tweede lid, van richtlijn 2001/42/EG. Niet de formele kwalificatie of nationale herkomst is doorslaggevend, maar de inhoudelijke werking ervan. Van belang is of de regeling voldoende gedetailleerde regels bevat over de inhoud, voorbereiding of uitvoering van projecten, en of zij criteria of modaliteiten bevat die relevant zijn voor de milieubeoordeling van die projecten.
8.3. Artikel 2.5, eerste lid, van het Activiteitenbesluit bevat emissiegrenswaarden voor stoffen die vrijkomen bij het in werking hebben van een inrichting. In het geval van de inrichting van ACT, waar asfalt wordt geproduceerd met verwerking van asfaltgranulaat, betreft dit onder meer PAK en benzeen. Deze stoffen zijn inherent aan het verhittingsproces van gerecycled asfalt. De rechtbank onderkent dat deze stoffen milieugevolgen kunnen hebben en dat de emissiegrenswaarden bepalend zijn voor de vraag of een inrichting voldoet aan de milieurechtelijke normen uit het Activiteitenbesluit. Dat maakt de bepaling relevant voor vergunningverlening en toezicht, maar nog niet kaderstellend in de zin van de SMB-richtlijn.
8.4. Kaderstelling vereist dat een regeling voldoende gedetailleerde en richtinggevende regels bevat over de inhoud, voorbereiding of uitvoering van projecten. Artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit bevat generieke emissiegrenswaarden die gelden voor een breed scala aan inrichtingen. De norm is locatieonafhankelijk en bevat geen bepalingen over de situering, omvang of gebruiksvoorwaarden van specifieke projecten. Daarbij is niet gebleken dat de emissiegrenswaarden voor stoffen zoals PAK en benzeen zodanige technische maatregelen vergen dat zij de aard of omvang van het project wezenlijk sturen. De regeling laat daarmee ruimte voor toepassing binnen uiteenlopende bedrijfsvoeringen.
8.5. De rechtbank beoordeelt vervolgens of artikel 2.5, eerste lid, van het Activiteitenbesluit, in samenhang met andere bepalingen uit dat besluit, een kaderstellend geheel vormt in de zin van artikel 3, tweede lid, van de SMB-richtlijn. Daarbij onderkent de rechtbank dat het Activiteitenbesluit bepalingen bevat die onder omstandigheden wél kaderstellend kunnen zijn. Dit blijkt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1395), waarin werd geoordeeld dat de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling gezamenlijk een kader vormden voor de beoordeling van vergunningaanvragen voor windparken.
8.6. In het geval van artikel 2.5, eerste lid, van het Activiteitenbesluit is echter niet gebleken dat deze bepaling, al dan niet in samenhang met andere normen, een vergelijkbare sturende werking heeft. De emissiegrenswaarden zijn generiek en locatieonafhankelijk, en sturen niet de situering, omvang of gebruiksvoorwaarden van projecten. Ook in samenhang met andere bepalingen uit het Activiteitenbesluit is het de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een geïntegreerd normatief kader dat de inhoudelijke contouren van projecten bepaalt. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een kaderstellend geheel in de zin van de SMB-richtlijn.
8.7. De rechtbank concludeert dat artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit niet, ook niet in samenhang met andere bepalingen uit dat besluit, kwalificeert als een plan of programma waarvoor een mer-(beoordelings)plicht vereist is. Het ontbreken van een milieubeoordeling voorafgaand aan de vaststelling van deze bepaling leidt daarom niet tot onverbindendheid. Deze beroepsgrond van ACT slaagt niet.
10.2. Naar aanleiding van de stelling van ACT dat het karakter van ZZS van een aantal tot PAK-14/16 behorende stoffen ontbreekt, overweegt de rechtbank dat artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit bepaalt dat voor de toepassing van afdeling 2.3 onder een ZZS wordt verstaan: een stof die voldoet aan een of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen. De hier bedoelde EG-verordening is de REACH-verordening (Vo. 1907/2006). Artikel 57 van de REACH-verordening luidt als volgt: (…)
10.3. De rechtbank is van oordeel dat voor de toepassing van afdeling 2.3 van het Activiteitenbesluit niet uitsluitend stoffen die zijn opgenomen in bijlage XIV van de REACH-verordening als ZZS kunnen worden aangemerkt. Artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit verwijst immers uitdrukkelijk naar de criteria uit artikel 57 van de REACH-verordening, en niet naar een limitatieve lijst van stoffen of bijlage XIV. Artikel 57 van de REACH-verordening bevat een opsomming van stofeigenschappen die aanleiding kunnen geven tot kwalificatie als ZZS, zoals carcinogene, mutagene of reproductietoxische eigenschappen, of persistentie en bioaccumulatie. Deze opsomming vormt een beoordelingskader voor de identificatie van ZZS, ongeacht of een stof daadwerkelijk is opgenomen in bijlage XIV.
10.4. Dat blijkt ook uit de formulering van artikel 57 zelf, waarin staat dat stoffen met deze eigenschappen “kunnen worden opgenomen” in bijlage XIV. De rechtbank acht het relevant dat ook in andere taalversies van deze bepaling een formulering is opgenomen die overeenkomt met de formulering ‘kunnen worden opgenomen’ in de Nederlandse taalversie van deze verordening. Zo spreekt de Engelse taalversie over ‘may be included’, de Franse taalversie over ‘peuvent être incluses’, de Duitse taalversie over ‘können aufgenommen werden’ en de Portugese taalversie over ‘podem ser incluídas’. Daaruit volgt dat het voldoen aan de criteria van artikel 57 op zichzelf voldoende is om een stof als ZZS aan te merken in de zin van het Activiteitenbesluit, ongeacht of deze stof al dan niet is opgenomen in bijlage XIV.
10.5. De rechtbank is van oordeel dat het college bij de concretiserende interpretatie van het bepaalde in artikel 57 van de REACH-verordening betekenis heeft mogen toekennen aan het gegeven dat stoffen, zoals naftaleen, in bijlage 12a bij de Activiteitenregeling milieubeheer (hierna: Activiteitenregeling) zijn genoemd als een ZZS. Van strijd met artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit dan wel met de REACH-verordening is dan ook geen sprake.
10.6. Ten aanzien van de stelling van ACT dat naftaleen, voor zover deze stof al als ZZS moet worden aangemerkt, moet worden gecategoriseerd als MVP2 en niet als MVP1, overweegt de rechtbank als volgt. In bijlage 12a bij de Activiteitenregeling is naftaleen aangemerkt als MVP1. Het college heeft toegelicht dat de mate van vluchtigheid van een stof, ook wel aangeduid als ‘dampspanning’, bepalend is geweest voor de indeling van een stof in stofklasse MVP1 of MVP2. Het college heeft verder toegelicht dat de dampspanning van naftaleen volgens het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen minder bedraagt dan 0,01 kPa bij 293,15 K, waardoor sprake is van een vaste stof die in de stofklasse MVP1 valt. ACT heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat naftaleen moet worden geclassificeerd als MVP2 verwezen naar een notitie van B. Hoekstra van bureau TAUW, van 7 juli 2023. Hoekstra schrijft dat bij ACT sprake is van een hogere afgastemperatuur waardoor PAK vooral gasvormig aanwezig zijn, maar de notitie weerlegt niet wat namens het college is aangevoerd over de dampspanning van naftaleen in het algemeen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college, in overeenstemming met bijlage 12a bij de Activiteitenregeling, naftaleen terecht heeft geclassificeerd als een stof in stofklasse MVP1.
* Rechtbank Den Haag 25 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19098: Awb, Wabo; omgevingsvergunning verbouwen woningen tot kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang, parkeren, gemeentelijke parkeernota, parkeerbehoefte werknemers, aantal medewerkers, brandveiligheidsvoorschriften, handhaving, voorschrift, handhaafbaarheid, niet parkeren in openbare ruimte, huren parkeerplekken, arbeidsovereenkomsten, maatvoering parkeerplaatsen, ASVV 2012, NEN 2443:2013, eigen terrein, doelgroep, niet-openbaar parkeerterrein, bruikbaarheid parkeerplekken, salderen, vervallen parkeerplekken, alternatief, verkeersveiligheid, rechtsgevolgen niet in stand laten, geen tweede bestuurlijke lus, niet zelf in de zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak
8.2. De rechtbank overweegt dat de ASVV 2012 geen bindende regels bevat, maar technische gegevens en richtlijnen over de maatvoering en technische uitvoering van parkeervoorzieningen. Bovendien zijn die richtlijnen bedoeld voor parkeerplekken in de openbare ruimte. Omdat het hier gaat om parkeerplekken op het eigen terrein van vergunninghoudster, bedoeld voor de ouders en verzorgers van de kinderen in het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang, heeft het college er naar het oordeel van de rechtbank voor mogen kiezen om aan te sluiten bij de maatvoering van tabel 4b van de NEN 2443:2013. Deze maatvoering is immers specifiek bedoeld voor niet-openbare parkeerterreinen, dat wil zeggen parkeerterreinen voor een afgebakende doelgroep, zoals het parkeerterrein van vergunninghoudster. (…)
8.3. Eisers hebben hun betoog dat bij een niet-openbaar terrein als bedoeld in tabel 4b van de NEN 2443:2013 een afstelruimte en een slagboom aanwezig moeten zijn, naar het oordeel van de rechtbank niet onderbouwd. Uit het rapport van [adviesbureau 2] van 11 april 2025 blijkt dit ook niet. Uit de door vergunninghoudster overgelegde foto’s blijkt dat bij de inrit van het parkeerterrein een bord is geplaatst met daarop de tekst “Eigen terrein” en een aanduiding dat parkeren door onbevoegden daar niet is toegestaan. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat het hier gaat om een niet-openbaar parkeerterrein als bedoeld in tabel 4b van de NEN 2443:2013.
15.3. Uit vaste rechtspraak volgt echter dat bij de berekening van de parkeerbehoefte rekening moet worden gehouden met het verlies van in de bestaande situatie aanwezige parkeerplekken ten gevolge van het bouwplan (zie onder meer de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC3609, r.o. 2.4.1 en 26 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7638, r.o. 2.7.8). Bij de realisering van het bouwplan van vergunninghoudster is door de nieuwe inrit een bestaande openbaar toegankelijke parkeerplek komen te vervallen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarmee bij de berekening van de parkeerbehoefte ten onrechte geen rekening gehouden.
20. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen in stand te laten, omdat het gebrek met betrekking tot de vervallen openbare parkeerplek niet is hersteld. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een tweede bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit een herhaling van zetten en dus geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou zijn. De rechtbank kan niet zelf in de zaak voorzien, omdat het aan verweerder is om te beslissen hoe om te gaan met de vervallen openbare parkeerplek bij het vaststellen van de parkeereis. Dat betekent dat verweerder opnieuw moet beslissen op de aanvraag, met inachtneming van hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak en deze einduitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak.