Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5090: Awb, Wnb; intrekkingsverzoek PAS-vergunning, soort maatregelen, stikstofdepositie, instandhoudingsmaatregelen, intrekkingsgrondslag, geen passende beoordeling, verzoek tot vovo, overschrijding redelijke termijn (Rb Midden-Nederland 20/1823)
# ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5075: Awb, Wro, Chw; bpl, 440 woningen, wijze van beantwoording zienswijze, totstandkoming herstelbesluit, gemeentelijke woonvisie, aantal betaalbare woningen, verkeer, contra-expertise, verkeersonderzoek niet onhoudbaar, scope verkeersonderzoek, effecten omliggende wegen, ontsluiting, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid, ontsluiting langzaam verkeer, noodzaak, alternatief, uitzicht, privacy, parkeren, cultuurhistorische waarden, geurbelasting, geluid, snelweg, geringe toename bestaande woningen, gelijkheidsbeginsel, schade bouwverkeer
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5071: Awb, Wro; bpl, 110 appartementen, voormalig kantoor, participatie, communicatie, bouwhoogte, hoogbouw, gemeentelijke beleid, vertrouwensbeginsel, geluid, wegverkeerslawaai, verkeersgeneratie, parkeren, parkeergarage, privacy, lichtinval, hittestress, vergroening, stikstof, relativiteitsvereiste
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5079: Awb, Wro, Chw; bpl, 64 woningen, voormalige voetbalvelden, ontvankelijkheid, woningbouwcategorieën, laddertoets, geen bindende betekenis woningtypen stedenbouwkundig plan, behoefte woningtypen
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5069: Awb, Wabo; handhavingsverzoek, geluidsoverlast, windpark, jaargemiddelde norm, evenredigheid, EVRM, Activiteitenbesluit (Rb Gelderland 23/6600)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5063: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten, woonunits, eisen gemeentelijk ontwikkelkader, criteria uit beleid van toepassing (Rb Den Haag 19/6047, 19/8026, 19/8027 en 19/8028)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5062: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, schuur, verbouwen woning, schaduwwerking (Rb Rotterdam 24/1903 en 24/2187)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5099: Awb, Wro; bpl, 2 woningen, ontvankelijkheid, geconcentreerde oprichting, fysieke tegenprestatie, interim Omgevingsverordening
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5068: Awb, Wabo; handhavingsverzoek, sloop gebouwen, zorgvuldigheid voorbereiding besluit, dakterras, stabiliteit gebouw, funderingsherstel, scheuren voorgevel, dwangsombesluit, gebroken balken en stempels, duidelijkheid last (Rb Amsterdam 23/2851 en 23/2852)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5064: Awb, Wabo; handhavingsverzoek, wijze van uitvoeren waterhuishoudingssysteem, uitvoering tekening, drainagebuis, watertekort, nieuwe gronden en herhaling van gronden (Rb Overijssel 23/1415 en 23/1416)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5096: Awb, Wabo; omgevingsvergunning gebruiken bijgebouw voor zelfstandige bewoning, functiewijziging, vertrouwensbeginsel, strijdigheid met bpl, gewekt vertrouwen, zwaarwegende belangen (Rb Noord-Holland 22/3632)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5065: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning legaliseren verkoop brandstof aan particulieren, onbemand tankstation, strijd met bpl, gelijkheidsbeginsel, retailvisie, geen reguliere vorm detailhandel, afweging alle ruimtelijke relevante belangen (Rb Noord-Holland 22/3591)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5094: Awb Wabo; omgevingsvergunning bouwen, garage, botenhuis met gastenverblijf, bijbehorend bouwwerk, bezonningsstudie, beeldbepalende boom, veiligheid door boom (Rb Den Haag 21/5306)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5074: Awb, Wabo, Chw; tijdelijke omgevingsvergunning realiseren zonnepark, 25 jaar, goede procesorde, strijdigheid met regionale energiestrategie, toetsingskader, omgevingsmanagement, educatiepunt, natuurvriendelijke over, quickscan ecologie (Rb Gelderland 21/4942)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5093: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, speeltoestellen, hondenhok, kippenren, hekwerk, evenredigheidsbeginsel, Harderwijk-uitspraak, algemeen belang, ruimtelijke invloed (Rb Gelderland 21/5788)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5061: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, staat van onderhoud panden, persoonlijke situatie, psychische problemen, herhaling van gronden uit beroep (Rb Den Haag 20/3921, 21/5499 en 20/5760)
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5100: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, afmeren woonboot in strijd met bpl, in stand laten rechtsgevolgen door rechtbank, geen concreet zicht op legalisatie, overschrijding redelijk termijn (Rb Midden-Nederland 21/1862)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:571: Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, pluimveehouderij, verantwoordingsplicht, wijzigingen verstrekte relatiegegevens, administratie mestopslag, niet aanbrengen juist registratienummer, niet op adequate wijze functioneren apparatuur, niet elektronisch indienen gegevens VDM na vervoer, niet volledig VDM, redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 23/524)
* ABRvS 21 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5033: Awb, Wabo; vovo, handhavingsverzoek, last onder dwangsom, houden paarden, verwijderen hekwerk, financiële en sociale gevolgen, belangenafweging, schorsing uitspraak rechtbank (Rb Noord-Nederland 23/4277)
* ABRvS 21 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5036: Awb, Wabo; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, houden van paarden, pipowagen, schuur, gedeeltelijk aan lasten voldaan, zeecontainers als stal, evenredigheid, geen concreet zicht op legalisatie, dierenwelzijn, gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, ordemaatregel (Rb Den Haag 24/8211)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:568: Awb, Msw: handhaving, bestuurlijke boete, overschrijden gebruiksnorm meststoffen, stikstofgebruiksnorm, uitgaan van gemiddelde fosfaat- en stikstofgehalten, lex certa-beginsel, best beschikbare gegevens, geen andere bedrijfsvoering (Rb Oost-Brabant 24/1082)
* ABRvS 17 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5010: Awb, Wro; vovo, bpl, legalisatie 12 recreatiechalets, vervangende nieuwbouw bedrijfswoning, spoedeisend belang, geluid, privacy, landschappelijke inpassing, ondergeschikte horeca, versterkte muziek, binnenniveau, soortenbescherming
¶ Rechtbank Midden-Nederland 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5443: Awb, Ow, Gmw: handhaving, last onder dwangsom, gebruik van woning als seksbedrijf, strijd met omgevingsplan, strijd met APV, bedrijfsmatig gebruik, eigenaren als overtreders, functioneel daderschap, toezicht door eigenaren, aanvaardingsvraag
* Rechtbank Noord-Nederland 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4256: Awb, Wnb; schorsing werking natuurvergunning, grondslag schorsing, additionaliteitsvereiste, extern salderen, onvoldoende kennis vergaard
* Hoge Raad 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1567: Onteigeningswet; vervroegde onteigening percelen, parkeervoorzieningen autofabriek, omgevingsvergunningen tijdens peildatum, verwachtingswaarde, eliminatieregel, rekening houden met hypothetische bestemming, schadebeperkende maatregelen vooruitlopend op onteigening
* Rechtbank Den Haag 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18983: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, verbouwen begane grond, detailhandel met ondergeschikte horeca, termijn uit tussenuitspraak, bekendmaking niet op voorgeschreven wijze, koffiebranderij, geur, afwijken bpl, ontgeuringsinstallatie
¶ Rechtbank Limburg 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10161: Awb, Ow; vovo, handhaving, bouwen in strijd met vergunning, beginselplicht tot handhaving, geen concreet zicht op legalisatie, vertrouwensbeginsel, evenredigheid, duidelijkheid last, belangenafweging
Rechtbank Noord-Holland 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11882: Awb, Ow, Spreidingswet; vovo, omgevingsvergunning bouwen, realiseren tijdelijk AZC, 263 asielzoekers, afwijken omgevingsplan, belanghebbendheid, plan voldoende concreet, voldoende voorschriften, ecologische quickscan, geen aanhaakplicht, stikstofdepositie, ladder van duurzame verstedelijking
* Rechtbank Noord-Holland 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11717: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouw schuur zonder omgevingsvergunning, herbouw na inwerkingtreding bpl, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel
¶ ABRvS 16 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4913: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, gebruik van recreatiepark voor huisvesten arbeidsmigranten en permanente bewoning, strijd met omgevingsplan, evenredigheid lasten, langer bestaand gebruik, vertrouwensbeginsel, nieuw handhavingsbeleid, maatwerk, begunstigingstermijn (Rb Gelderland 25/3479, 25/3482, 25/3530, 25/3499, 25/3493 en 25/3498)
# Rechtbank Overijssel 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6116: Sr; zonder of in strijd met omgevingsvergunning ontvangen/verwerken/injecteren gevaarlijk afval, kwikhoudend afval, aardgaswinning, Eural, aardgascondensaat, productiewater als afvalstof, vrijspraak
¶ Rechtbank Rotterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12232: Awb, Ow; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, uitvoeren omgevingsplanactiviteiten zonder omgevingsvergunning, aantal bedrijven, bedrijfsactiviteiten, opslag, verharding, zwembad, grondkering, containers, duidelijkheid last, verstrekkendheid last, containers als bouwwerk, hoogtes dwangsommen en modaliteiten, belangenafweging, handhaving uitstellen
* ABRvS 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4914: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, illegaal huisvesten arbeidsmigranten, strijd met bpl, hotelcomplex, nachtverblijf, geen omgevingsvergunning van rechtswege, specifieke verblijfsduur, vertrouwensbeginsel (Rb Limburg 25/1042 en 25/1130)
# ABRvS 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4906: Awb, Wabo, Wnb; vovo, weigering handhaving, geitenhouderij, bouwen stal zonder natuurvergunning, stikstofdepositie, Rendac-uitspraak, gebouwinvloed, belangenafweging (Rb Gelderland 24/3767 en 25/1762)
* ABRvS 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4911: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen, 42 woningen, bpl geschorst, fair play-beginsel, rechtszekerheidsbeginsel, Tegelen-jurisprudentie, rechtsbescherming (Rb Oost-Brabant 25/138)
* Rechtbank Midden-Nederland 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5308: BW; verklaring voor recht reikwijdte vergunning, niet onrechtmatig handelen jegens derden, recyclingbedrijf, verwerking brandblussers, uitstoot gevaarlijke stoffen, PFAS, gezondheidsrisico’s, schade, gedeeltelijk niet-ontvankelijk, lopend bestuursrechtelijk spoor, uitleg publiekrechtelijke bepaling, voortdurende hinder, onderbouwing hinder
¶ Rechtbank Rotterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12231: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, wonen in bedrijfswoning, strijd met omgevingsplan, beginselplicht tot handhaving, geen bijzondere omstandigheden, begunstigingstermijn, bedrijfswoning niet verkoopbaar op openbare markt, uitkomst bodemprocedure afwachten
¶ Rechtbank Limburg 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10314: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning vellen houtopstanden, belanghebbendheid, geen feitelijke gevolgen, afstandscriterium, zichtscriterium, statutaire doelstellingen
* Rechtbank Rotterdam 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12095: Awb; evenementenvergunning, vovo, vergunning binnen vier weken voor evenement, termijn van orde, geluid, licht, beperking in tijd en decibel, geluid net boven omgevingsgeluid, continue monitoring, kwetsbare natuur, ecologisch adviesrapport
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6905: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, dakopbouw, verkeerde wettelijke grondslag, getoetst onder Ow, vertrouwensbeginsel, concreet zicht op legalisatie
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6906: Awb, Wabo; handhavingsverzoek, last onder dwangsom, dakopbouw, verkeerde wettelijke grondslag, overschrijding redelijke termijn, dwangsom niet tijdig beslissen
¶ Rechtbank Amsterdam 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7458: Awb, Ow; omgevingsvergunning bomenkap, 2 bomen, gemeentelijke bomenverordening, beleidsnotitie, reden voor kap, gevaar, natuurwaarden, stads- en dorpsschoon, recreatie en leefbaarheid, toekomstverwachting, geen deskundig tegenrapport
¶ Rechtbank Limburg 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:9860: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, 2 lasten onder dwangsom, zonnepanelen in strijd met vergunningen, kasdak, waterbassins, opwekken en terugleveren energie in strijd met omgevingsplan, geen duurzame agrarische bedrijfsvoering, lichtdoorlatendheid kasdak, overtrederschap, hoogte en evenredigheid dwangsommen en lasten
# Rechtbank Noord-Nederland 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4160: Awb, TwG; schadevergoeding mijnbouw, verzakking, bewijsvermoeden, boormonsterprofielen 100 meter afstand, houten stiepen, veenoxidatie, berekening toegekende schadevergoeding
¶ Rechtbank Limburg 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10074: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bomenkap, 13 bomen, afvoeren grond, spoedeisend belang, beslissen op volledige aanvraag, natuur- en milieuwaarden, soortenbescherming, steenmarter, herplantplicht, compensatieplan, duidelijkheid voorschrift
* Rechtbank Gelderland 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8416: Awb, Wnb; verlengings- en wijzigingsbesluit beheerplan, vervallen vrijstelling hoekwantvisserij, vergunning verkregen, geen procesbelang meer, niet-ontvankelijk
* Rechtbank Gelderland 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8415: Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, niet in goede staat bewaren drijfmestmonster, 39 kg fosfaat niet verantwoord, gaatje in monsterzak, verwijtbaarheid
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6827: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, ontvankelijkheid, gevolgen van enige betekenis, afwijken bpl, maximale bebouwingspercentage, woongenot, uitzicht, privacy, lichtinval, redelijke eisen van welstand
¶ Rechtbank Den Haag 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18498: Awb, Ow; vovo, weigering omgevingsvergunning, verhogen dak woning, geen sprake van dakopbouw, geen verboden in omgevingsplan, geen welstandseisen
* Rechtbank Midden-Nederland 3 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5153: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, extra bouwlaag op woning, afwijken bpl, stedenbouwkundige structuur, straat- en bebouwingsbeeld, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Den Haag 3 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18056: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, aanleggen fietspad, aanvraag na aanvang feitelijke werkzaamheden, geen onbehoorlijk bestuur, privacy, limitatief-imperatief stelsel
* Rechtbank Den Haag 3 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18139: Awb, Wabo; herroeping omgevingsvergunning bouwen, 3 airco-units, aanmerking plaatsing airco-units als vergunningsvrij, maataanduidingen, geluid
* Rechtbank Den Haag 2 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18049: Awb, Wabo; niet in behandeling omgevingsvergunning bouwen, grond niet verkocht aan eiseres, belanghebbendheid, bouwplannen niet uitvoerbaar, niet-ontvankelijk
* Rechtbank Midden-Nederland 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5149: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, verbouwen en uitbreiden monumentale woning, belanghebbendheid vergunninghouder, mandeligheid muur, constructieve veiligheid, aannemelijkheidstoets, cultuurhistorische waarden
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6581: Awb, Ow; verzoek om bekrachtiging onteigeningsbeschikking, ambtshalve basistoets, ontvankelijkheid, wettelijke vormvoorschriften, onteigeningsbelang, noodzaak, urgentie, gedeeltelijke bekrachtiging
* Rechtbank Midden-Nederland 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5118: Onteigeningswet; onteigeningsbeschikking, civiele procedure na beschikking uit Omgevingswet, schadeloosstellingsprocedure, plaatsopneming, benoeming deskundigen
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6534: Awb, Ow; herroepen en weigeren omgevingsvergunning, starten van nevenactiviteiten, boerderijwinkel, workshops en proeverijen, ETFAL, buitenplans omgevingsplanactiviteit, actieve houding van college geëist, zorgvuldigheidsbeginsel, geluid, beoordelen akoestische memo, motiveringsbeginsel, tussenuitspraak
¶ Rechtbank Noord-Holland 15 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11730: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, hoogte schutting, voorzijde, zijerf, voorgevel, voorgevelrooilijn, niet vergunningvrij, privacy, lichtoverlast
* Rechtbank Den Haag 11 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18789: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, kassencomplex met bedrijfsruimte, glastuinbouw, inkomsten teelt en zonnepanelen, vergunningplicht zonnepanelen
¶ Rechtbank Noord-Holland 1 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11726: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen, opbouw achterzijde, buitenplans omgevingsplanactiviteit, mandelige muur, erfdienstbaarheid inbalkening, civielrechtelijke belemmering, woongenot, daglicht, uitzicht, onvoldoende onderbouwing
¶ Rechtbank Noord-Holland 1 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11731: Awb, Ow; vovo, evenementenvergunningen, omgevingsvergunning afwijken omgevingsplan, opbouwen/afbouwen, evenementenbeleid, geluid, zorgvuldig onderzoek, contra-expertise akoestisch onderzoek, cumulatie geluid, juistheid AERIUS-berekeningen
* Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11231: BW; kort geding, vordering bouwverbod, voorgenomen verbouwing garage tot tiny house, burenrechten, VvE, geen toestemming eigenaren, privacy, beperkt bouwverbod
* Rechtbank Amsterdam 27 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4424: Awb, Wet beheer rijkswaterstaatswerken; vergunning verzorgingsplaats, elektrische laadpunten, belanghebbendheid, varkens in nood, ontvankelijkheid
* Rechtbank Amsterdam 24 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4097: Awb, Gmw; evenementenvergunning, ontvankelijkheid, geen procesbelang, jaarlijks terugkerend evenement, nieuwere vergunning
* Rechtbank Den Haag 20 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10493: Awb, Wabo; handhavingsverzoek, herstellen vloer, hakken sleuf in vloer, bovenwapening, nalating controleren herstel vloer, tussenuitspraak
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 januari 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6689: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, renoveren gebouw, geen bouwvergunning verleend, bouwovergangsrecht, strijd met bouwregels bpl
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5096: Awb, Wabo; omgevingsvergunning gebruiken bijgebouw voor zelfstandige bewoning, functiewijziging, vertrouwensbeginsel, strijdigheid met bpl, gewekt vertrouwen, zwaarwegende belangen (Rb Noord-Holland 22/3632)
4. In de hiervoor vermelde onherroepelijke uitspraak van 8 april 2021 heeft de rechtbank geoordeeld dat [partij] een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel heeft gedaan, omdat aan de eerste en tweede stap van het vertrouwensbeginsel was voldaan. Bij de beoordeling of de bij [partij] gerechtvaardigde verwachtingen moeten worden gehonoreerd, de derde stap, heeft de rechtbank in de voormelde uitspraak geoordeeld dat geen sprake is van zwaarwegende belangen van omwonenden die aan verlening van de omgevingsvergunning voor het gebruik van het bijgebouw als woning in de weg staan. Aangezien [appellant] geen partij was in het geding dat heeft geleid tot de uitspraak van 8 april 2021 en hem dat niet te verwijten valt, heeft de rechtbank in de nu aangevochten uitspraak van 21 september 2023 terecht overwogen dat [appellant] niet aan deze eerdere uitspraak van 8 april 2021 kan worden gehouden. Dus in deze procedure staat het gehele oordeel over het vertrouwensbeginsel weer ter discussie. De gronden van [appellant] over het vertrouwensbeginsel richten zich echter alleen tegen het oordeel van de rechtbank over de in stap 3 uitgevoerde belangenafweging die aan de verleende omgevingsvergunning ten grondslag ligt, zodat de stappen 1 en 2 van het vertrouwensbeginsel in hoger beroep niet aan de orde zijn.
¶ Rechtbank Midden-Nederland 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5443: Awb, Ow, Gmw: handhaving, last onder dwangsom, gebruik van woning als seksbedrijf, strijd met omgevingsplan, strijd met APV, bedrijfsmatig gebruik, eigenaren als overtreders, functioneel daderschap, toezicht door eigenaren, aanvaardingsvraag
19. Verweerders vinden dat eisers aan te merken zijn als functioneel daders, omdat zij als eigenaren van het appartement onvoldoende zorg hebben betracht om het illegale gebruik te voorkomen. Eisers zijn het daar niet mee eens. Zij voeren aan dat zij niet op de hoogte waren van het illegale gebruik en dat daarvoor ook geen enkele aanwijzing bestond. Zij hebben op diverse wijzen toezicht gehouden op de woning, wat in het beroepschrift uitgebreid staat beschreven.
20. In 2023 is de rechtspraak over het overtrederschap genuanceerd en is aangesloten bij de strafrechtelijke criteria voor functioneel daderschap, zoals die zijn geformuleerd door de strafkamer van de Hoge Raad. Daaruit volgt dat pas sprake is van een functioneel dader als die persoon beschikkingsmacht had over of de gedraging zou plaatsvinden en de gedraging heeft aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de verdachte kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging. Het bestuursorgaan moet bewijzen dat aan beide criteria is voldaan.
21. De rechtbank overweegt dat de overtredingen direct verband houden met de wijze waarop het appartement werd gebruikt. Een woningeigenaar kan, ook als de woning is verhuurd, beschikken over het gebruik van zijn woning door bijvoorbeeld in een overeenkomst bepalingen daarover op te nemen. De rechtbank volgt verweerders in het standpunt dat eisers als eigenaren beschikkingsmacht hadden over het gebruik van het appartement.
22. Partijen zijn met name verdeeld over de vraag of eisers de overtredingen hebben aanvaard, door – onder meer – onvoldoende toezicht te houden op de woning. Om die vraag te kunnen beantwoorden, gaat de rechtbank eerst in op de duur van het illegale gebruik. Verweerders vinden het op basis van het bevindingenrapport aannemelijk dat het appartement al langere tijd – sinds juni 2023 – door verschillende sekswerkers werd gebruikt. In het bevindingenrapport staat dat er vanaf juni 2023 al meerdere meldingen zijn binnengekomen bij het prostitutieteam van de gemeente Hilversum, waarbij het adres [adres] werd genoemd. Waar, wanneer en door wie of op welke wijze deze meldingen zijn gedaan, is niet inzichtelijk. Dit is onder meer relevant omdat eisers de woning sinds 19 juni 2023 verhuurden, en daarmee niet duidelijk is of op het moment dat de meldingen zijn gedaan de woning reeds verhuurd was, waar verweerders kennelijk wél van uitgaan. Ook is niet inzichtelijk gemaakt dat er in juni 2023 op het adres daadwerkelijk afspraken hebben plaatsgevonden voor betaalde seks. Dit maakt dat verweerders hun conclusie “dat de woning sinds juni 2023 voor sekswerk werd gebruikt” niet zonder meer op dit bevindingenrapport konden baseren. Van nader onderzoek naar de feiten en omstandigheden die aan deze bevindingen in het rapport ten grondslag liggen, is niet gebleken of inzichtelijk gemaakt. Dit betekent dat de rechtbank verweerders niet kan volgen in de conclusie dat de woning “langere tijd voor sekswerk” werd gebruikt, maar uitgaat van de periode van 13 oktober 2023 (datum van de melding) tot 31 oktober 2023 (datum van de controle in de woning).
23. Bij de beantwoording van de vraag of eisers voldoende toezicht hebben gehouden, betrekt de rechtbank dat het appartement nog niet zo lang door de nieuwe huurders – een echtpaar met een jong kind – werd gebruikt. In de zomermaanden waren de huurders vanwege privéomstandigheden in het buitenland, waarvan eisers ook Whatsapp-berichten hebben overgelegd. Op de zitting heeft de rechtbank het beeld gekregen van een actieve verhuurder. Eisers verhuren ook andere appartementen in het gebouw en zij hebben regelmatig contact met de huurders. Ook zijn zij regelmatig in het gebouw en wordt actie ondernomen als er bijzonderheden zijn, zoals ook blijkt uit de Whatsapp-berichten op het moment dat er problemen zijn met de deurcode. Zo beschrijven zij verder de situatie dat in het gebouw een rooklucht werd waargenomen, waarna bij de woning is aangebeld en de huurder erop is geattendeerd dat binnen niet gerookt mag worden. Dat eisers niet geregistreerd hebben hoe vaak zij in het gebouw zijn geweest, zoals verweerders naar voren brengen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eisers onvoldoende invulling hebben gegeven aan hun taak om als verhuurder toezicht te houden. De rechtbank overweegt verder dat het illegale gebruik een betrekkelijk korte periode betrof en dat eisers in die periode geen klachten hebben ontvangen en de buren geen verdachte activiteiten hebben opgemerkt. Uit de stukken blijkt ook dat in het appartement tevens werd gewoond. Verweerders werpen eisers tegen dat niet gecontroleerd is of de huurders op het adres stonden ingeschreven, dat de deurcode al lange tijd hetzelfde is en dat een verouderde versie van een modelhuurovereenkomst van de raad voor Onroerende Zaken is gebruikt. Hoewel aan deze omstandigheden gewicht toe komt bij de aanvaardingsvraag, leiden deze in dit specifieke geval niet tot het oordeel dat eisers daarmee het illegale gebruik hebben aanvaard.
24. Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat verweerders onvoldoende hebben onderbouwd dat eisers onvoldoende toezicht hebben gehouden op het gebruik van de woning. Eisers hebben de overtreding dus niet aanvaard en kunnen niet worden aangemerkt als overtreders.
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6581: Awb, Ow; verzoek om bekrachtiging onteigeningsbeschikking, ambtshalve basistoets, ontvankelijkheid, wettelijke vormvoorschriften, onteigeningsbelang, noodzaak, urgentie, gedeeltelijke bekrachtiging
3. Toetsingskader
(…)
Ambtshalve basistoets
3.2 In artikel 16.107 van de Ow is de hiermee samenhangende ambtshalve basistoets van de rechtbank opgenomen. Het gaat om een ambtshalve toetsing, die ook wordt uitgevoerd als de ingebrachte bedenkingen daar geen aanleiding toe geven en ook wanneer er geen bedenkingen zijn ingebracht. Deze basistoets, die vier aspecten omvat, vormt de inhoudelijke waarborg dat niemand onteigend zal worden zonder dat een rechter zich heeft uitgesproken over de onteigening. Ongeacht of tegen de onteigeningsbeschikking bedenkingen zijn ingebracht, wijst de rechtbank het verzoek in ieder geval af als de onteigeningsbeschikking niet volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid, het onteigeningsbelang ontbreekt, de noodzaak ontbreekt of de urgentie ontbreekt. Voor alle onderdelen vindt een intensieve toetsing plaats door de rechtbank. Het eerste onderdeel van de basistoets betreft de voorbereiding van de onteigeningsbeschikking. De rechter toetst of deze voorbereiding volgens de wettelijke vormvoorschriften van de Ow en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verlopen. Het gaat om de voorgeschreven eisen aan de terinzagelegging en kennisgeving van de ontwerpbeschikking die als minimale waarborgen voor de rechthebbenden moeten worden beschouwd en waarvan strikte naleving noodzakelijk is. De andere drie onderdelen van de basistoets betreffen de criteria van een onteigeningsbelang, de noodzaak en de urgentie. Aan deze criteria moet worden voldaan op het moment waarop het bevoegd gezag de beschikking geeft en moet ook worden voldaan op het moment waarop de bestuursrechter de bekrachtiging uitspreekt. De rechtbank toetst dus ex nunc of aan die criteria is voldaan. Als aan een of meer van deze drie criteria niet wordt voldaan, dan wijst de rechter het verzoek tot bekrachtiging af.
(…)
5. Wettelijke vormvoorschriften
5.1 Met de wettelijke vormvoorschriften wordt bedoeld de voorschriften die zien op de procedure van totstandkoming van de onteigeningsbeschikking en de wijze waarop deze beschikking moet worden gegeven en vastgelegd. In artikel 16.33b van de Ow staat dat afdeling 3.4 van de Awb – de uniforme openbare voorbereidingsprocedure – van toepassing is op de voorbereiding van een onteigeningsbeschikking.
5.2 Als onderdeel van die procedure was de raad verplicht om een ontwerponteigeningsbeschikking – met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp – ter inzage te leggen. Uit artikel 7.6 van het Omgevingsbesluit (Ob) volgt welke stukken in ieder geval samen met het ontwerp ter inzage moeten worden gelegd. De terinzagelegging van de ontwerponteigeningsbeschikking vindt plaats binnen de gemeente of gemeenten waarin de onroerende zaak ligt. De kosten van de terinzagelegging en de kennisgeving komen voor rekening van de onteigenaar. Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft de raad kennis van het ontwerp. De stukken worden ter inzage gelegd voor de duur van zes weken, met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd en daarvan kennis is gegeven. Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen binnen die termijn.
5.3 Uit de Awb volgt verder dat de onteigeningsbeschikking ook ter inzage wordt gelegd gedurende de beroepstermijn, samen met alle stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het besluit. Van die terinzagelegging wordt kennisgegeven op dezelfde wijze als van de ontwerponteigeningsbeschikking. Daarnaast wordt een exemplaar van het besluit toegestuurd aan degene die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht. Artikel 16.33d, tweede lid, van de Ow voegt daaraan toe dat de raad bij de bekendmaking en de kennisgeving van de onteigeningsbeschikking vermeldt welke rechtbank de raad zal verzoeken de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen. Verder dient erbij te worden vermeld dat belanghebbenden binnen zes weken na de dag waarop de beschikking ter inzage is gelegd, bij die rechtbank schriftelijk bedenkingen kunnen inbrengen tegen de beschikking en dat de beschikking in werking treedt met ingang van de dag na die waarop de uitspraak waarbij zij is bekrachtigd, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
(…)
5.7 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raad – in strijd met artikel 3:11 van de Awb en artikel 7.6 van het Ob – verzuimd om samen met de (ontwerp)onteigenings-beschikking alle stukken ter inzage te leggen, die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het (ontwerp)besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is voor de beoordeling van de noodzaak van de onteigening redelijkerwijs vereist dat kennis wordt genomen van de inhoud van het logboek (en relevante bijlagen) over het minnelijk overleg. Uit artikel 11.7, eerste lid, van de Ow blijkt namelijk dat geen sprake is van de voor onteigening vereiste noodzakelijkheid, wanneer de raad geen redelijke poging heeft ondernomen om de onroerende zaak in minnelijkheid te verwerven. Of daaraan is voldaan moet worden vastgesteld door middel van het logboek (en relevante bijlagen). Gelet daarop diende voor een belanghebbende gedurende de terinzageleggingen een mogelijkheid te bestaan om inzicht te krijgen in het logboek (en relevante bijlagen) dat betrekking had op het minnelijk overleg dat is gevoerd met diezelfde belanghebbende. Naar het oordeel van de rechtbank kon van de raad redelijkerwijs niet worden verwacht dat hij alle logboeken voor eenieder ter inzage zou leggen, omdat daar persoonsgegevens en financiële gegevens in zijn opgenomen van betrokkenen. Van de raad kon redelijkerwijs wél worden verwacht dat de raad belanghebbenden op enigerlei wijze zou hebben gewezen op de mogelijkheid om een kopie van het logboek (en bijlagen) dat specifiek betrekking had op die belanghebbende, op te vragen. De raad had in de kennisgeving van de terinzagelegging bijvoorbeeld kunnen wijzen op de mogelijkheid om een persoonlijk dossier op te vragen bij de raad.
5.8 De rechtbank ziet aanleiding om dit gebrek in de totstandkoming van de onteigeningsbeschikking te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. De raad heeft immers in beroep alsnog de logboeken (en bijlagen) overgelegd. De rechtbank is niet gebleken dat belanghebbenden 1 en 2 zijn benadeeld door de te late terbeschikkingstelling van het logboek (en bijlagen). Zij hebben immers in deze procedure de gelegenheid gehad om kennis te nemen van de logboeken (en bijlagen) en om daarop te reageren. Zij hebben hun gronden naar aanleiding daarvan kunnen aanvullen. Verder is niet aannemelijk dat anderen dan belanghebbenden 1 en 2 door het niet ter inzage gelegd zijn van het logboek met bijlagen zijn benadeeld, omdat het logboek (en bijlagen) betrekking heeft op het minnelijk overleg dat specifiek met belanghebbenden heeft plaatsgevonden.
(…)
6. Onteigeningsbelang
(…)
6.2 Van een onteigeningsbelang is onder andere sprake als de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving onder uitsluiting van de bestaande vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer, mogelijk is gemaakt in een vastgesteld omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Uit het samenstel van de op een locatie geldende regels kan worden afgeleid welke functie(s) een locatie vervult. Deze in het omgevingsplan aan locaties toegedeelde functies kunnen aan het onteigeningsbelang ten grondslag worden gelegd. De functie is het gebruiksdoel dat, of de status (in de betekenis van bijzondere eigenschap) die een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft. Vormt het omgevingsplan de basis van de onteigening, dan geldt in beginsel de eis dat de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer is toegelaten “onder uitsluiting van de bestaande vorm”.
6.3 Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een onteigeningsbelang. De beoogde vorm van ontwikkeling en gebruik van de fysieke leefomgeving is mogelijk gemaakt in het omgevingsplan. In het omgevingsplan is aan de percelen de functies verkeer, water en groen toegekend. De gebruiksdoelen van de percelen sluiten aan bij de ontwikkeling, namelijk het aanleggen van een randweg. Omdat wordt onteigend op basis van een bestemmingsplan dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel is geworden van het omgevingsplan, geldt niet de eis dat de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer is toegelaten “onder uitsluiting van de bestaande vorm”.
7. Noodzaak
7.1 Een onteigeningsbeschikking kan op grond van artikel 11.5, onder b, van de Ow alleen worden gegeven wanneer de onteigening noodzakelijk is. In artikel 11.7 van de Ow wordt nader uitgewerkt in welke gevallen geen sprake is van de voor onteigening vereiste noodzaak. Dat is in ieder geval wanneer de onteigenaar geen redelijke poging heeft ondernomen om de onroerende zaak in minnelijkheid te verwerven dan wel om overeenstemming te bereiken over het vervallen van zakelijke of persoonlijke rechten op die onroerende zaak. Zo wordt het ultimum remedium-karakter van het onteigeningsinstrument gewaarborgd. Daarbij moet het minnelijk overleg een reëel en serieus overleg inhouden, waarbij wordt geprobeerd tot overeenstemming te komen. Wat onder een redelijke poging moet worden verstaan, hangt volgens de memorie van toelichting onder andere af van de omstandigheden van het geval. Afhankelijk van de situatie kunnen de onderhandelingen ook betrekking hebben op de verwerving van een groter geheel dan de benodigde gronden, het toestaan van voortgezet gebruik, een aanbod van ruilgronden, de vestiging van een gebruiksrecht of de aanleg van bijkomende voorzieningen. Omdat de eigenaar in het stelsel van de onteigening niet verplicht kan worden om een schadeloosstelling anders dan in geld te aanvaarden, moet in ieder geval een aanbod in geld worden gedaan dat betrekking heeft op de onroerende zaak zoals deze bij de beschikking zal worden aangewezen. De noodzaak tot onteigening ontbreekt op grond van het eerste lid ook als aannemelijk is dat op afzienbare termijn alsnog overeenstemming kan worden bereikt over de minnelijke verwerving / het vervallen van zakelijke of persoonlijke rechten en dat die overeenstemming zal leiden tot een spoedige levering van de onroerende zaak dan wel vervallen van die rechten.
(…)
Noodzaak perceel 1 ( [perceel 1] )
7.4 Naar het oordeel van de rechtbank is onteigening van perceel 1 noodzakelijk, omdat de raad een redelijke poging heeft gedaan om het perceel in minnelijkheid te verwerven. De rechtbank is van oordeel dat uit het door de raad overgelegde logboek blijkt dat voorafgaand aan het vaststellen van de onteigeningsbeschikking een reëel en serieus overleg heeft plaatsgevonden, waarin is geprobeerd om tot overeenstemming te komen over kavelruil dan wel een bedrag in geld. De Ow verplicht de onteigenende partij niet tot schadeloosstelling in de vorm van compensatiegrond of een andere oplossingen. Uitgangspunt is dat de Ow een volledige schadeloosstelling in geld waarborgt. Desondanks kunnen vragen om compensatiegrond of andere oplossingen aan de orde komen in het kader van de toetsing van het gevoerde minnelijk overleg over de verwerving van de benodigde gronden. Indien een belanghebbende in het minnelijk overleg immers duidelijk maakt de voorkeur te geven aan vervangende grond of een andere oplossing, moet de raad nagaan of hieraan tegemoet gekomen kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het logboek dat de raad in voldoende mate heeft onderzocht of tegemoet kon worden gekomen aan de wens van belanghebbende 1 voor kavelruil. In een brief van 22 maart 2023 heeft de raad aan belanghebbende 1 een aanbod gedaan tot kavelruil met een perceel in Willemstad met een termijn van vier weken om op dit aanbod te reageren. Op 12 april 2023 heeft de gemeenteraad belanghebbende 1 opnieuw gevraagd om te reageren op het aanbod. In een e-mailbericht van 10 mei 2023 is namens de raad aan belanghebbende medegedeeld dat het aanbod per 2 juni 2023 komt te vervallen, indien geen inhoudelijke reactie volgt. Omdat belanghebbende 1 binnen die periode niet heeft gereageerd op het aanbod tot kavelruil, kon de raad redelijkerwijs overgaan tot een aanbod in geld. De raad heeft twee keer (op 4 augustus 2023 en op 19 maart 2024) een aanbod in geld gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeente op 19 maart 2024 niet een kennelijk zodanig onredelijk bod gedaan, dat het niet kan worden gezien als poging tot minnelijke verwerving. Uit de brief waarin dit schriftelijk bod is gedaan volgt op welke wijze het bedrag is berekend. De gemeente heeft dit bod redelijkerwijs niet specifieker kunnen berekenen. Belanghebbende 1 heeft vastgehouden aan de wens tot kavelruil en heeft niet inhoudelijk gereageerd op de aanbiedingen in geld. Gelet op die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de raad een redelijke poging heeft gedaan om het perceel minnelijk te verwerven.
Noodzaak perceel 4 ( [perceel 4] )
(…)
7.8 Zoals de rechtbank onder 7.5 heeft overwogen verplicht de Ow de onteigenende partij niet tot schadeloosstelling in de vorm van compensatiegrond of een andere oplossingen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het logboek dat de raad in voldoende mate heeft onderzocht of tegemoet kon worden gekomen aan de wens van belanghebbende 2 om een toegang tot [perceel 5] . Uit meerdere stukken blijkt dat hierover is gecommuniceerd tussen partijen en dat de raad een voorstel heeft gedaan voor een ontsluiting van het [perceel 5] die kan worden gerealiseerd binnen de bestemmingen verkeer en water waarvoor wordt onteigend. Ook nadat bleek dat partijen het niet eens zijn geworden over een ontsluiting, kon de raad redelijkerwijs overgaan tot een aanbod in geld. De raad heeft drie keer (op 7 maart 2023, op 11 januari 2024 en op 21 maart 2024) een aanbod in geld gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeente op 21 maart 2024 niet een kennelijk zodanig onredelijk bod gedaan, dat het niet kan worden gezien als poging tot minnelijke verwerving. Het is – zoals de raad in het verweerschrift schrijft – aan de civiele rechter om te oordelen over de verschillende schadeposten die wel of niet zijn meegenomen in de aangeboden schadeloosstelling. In het kader van de bestuursrechtelijke onteigeningsprocedure wordt de vraag of alle schadecomponenten in de schadeloosstelling zijn opgenomen, niet beoordeeld.
8. Urgentie
8.1 Een onteigeningsbeschikking kan op grond van artikel 11.5, onder c, van de Ow alleen worden gegeven als de onteigening urgent is. Gemotiveerd moet worden dat binnen drie jaar vanaf het moment waarop de eigendom door de onteigenaar wordt verkregen een begin moet worden gemaakt met de uitvoering van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving waarvoor onteigening nodig is. Onteigenaars kunnen dit aannemelijk maken aan de hand van concrete, op uitvoering gerichte projectplannen en planningen. Het urgentiecriterium waarborgt dat eigenaren niet onnodig vroeg worden gestoord in hun eigendomsrecht. Als startmoment van de driejaarstermijn geldt het moment waarop de onteigenaar de eigendom heeft verkregen. Met het inschrijven van een door een notaris verleden onteigeningsakte in de openbare registers verkrijgt de raad de eigendom vrij van alle lasten en rechten die met betrekking tot de zaak bestaan. Vanaf dat moment kan de onteigenaar daadwerkelijk aan de slag met de verwezenlijking van het onteigeningsbelang. Het is reëel om voor de urgentietermijn bij dat moment aan te sluiten.
* Hoge Raad 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1567: Onteigeningswet; vervroegde onteigening percelen, parkeervoorzieningen autofabriek, omgevingsvergunningen tijdens peildatum, verwachtingswaarde, eliminatieregel, rekening houden met hypothetische bestemming, schadebeperkende maatregelen vooruitlopend op onteigening
3.1.2 Bij onteigening geldt als uitgangspunt dat de waarde van het onteigende wordt bepaald naar het moment van de onteigening. Bij het bepalen van de schadeloosstelling wordt evenwel geen rekening gehouden met voordelen of nadelen, teweeggebracht door (1) het werk waarvoor onteigend wordt, (2) overheidswerken die in verband staan met het werk waarvoor onteigend wordt en (3) de plannen voor de werken onder (1) en (2) bedoeld (art. 40c (oud) Ow, hierna: de eliminatieregel).
3.1.3 De hiervoor in 3.1.1 weergegeven klachten stellen de vraag aan de orde of toepassing van de eliminatieregel met zich brengt dat als het onteigende op de peildatum naar redelijke verwachting een andere (meer lucratieve) bestemming zou hebben gehad indien de onteigening niet zou hebben plaatsgevonden, bij de waardevaststelling met die andere (hypothetische) bestemming rekening moet worden gehouden.
3.1.4 Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord. De strekking van de eliminatieregel is dat bij de vaststelling van de te vergoeden werkelijke waarde van het onteigende rekening wordt gehouden met de waarde die het onteigende op de peildatum gehad zou hebben, de onteigening weggedacht. De redelijkheid van deze correctie is onder meer hierin gelegen dat, als deze niet zou worden toegepast, de onteigende verstoken zou blijven van de vergoeding van een waarde, die weliswaar op het moment van de onteigening niet in zijn vermogen aanwezig was, maar dat alleen als gevolg van de invloed van het werk waarvoor onteigend wordt.4 Dit brengt met zich dat als aannemelijk is dat het onteigende op de peildatum een andere bestemming gehad zou hebben indien het werk waarvoor wordt onteigend en de plannen voor dat werk er niet zouden zijn geweest, voor de vaststelling van de werkelijke waarde in beginsel wordt uitgegaan van deze andere bestemming. Dit strookt met het in het onteigeningsrecht geldende uitgangspunt dat de als gevolg van de onteigening toe te kennen schadeloosstelling een volledige moet zijn (zie art. 40 (oud) Ow en art. 15.18 Omgevingswet), wat betekent dat de toe te kennen schadeloosstelling de onteigende in beginsel moet brengen in een financiële toestand gelijkwaardig aan die waarin hij zich – op de peildatum – zonder onteigening zou hebben bevonden.
STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates
Daniëlla Nijman, advocaat bij Halsten advocaten, schreef een annotatie bij de uitspraak van de Afdeling van 13 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3859). In deze uitspraak over een bestemmingsplan geeft de Afdeling expliciet een terugkoppeling aan de wetgever. De Afdeling geeft aan dat het onder het stelsel van de Omgevingswet niet is uitgesloten dat er vergunningvrij een mantelzorgwoning kan worden geplaatst die vervolgens bescherming geniet tegen geluidhinder, terwijl het lijkt dat de wetgever dit niet zo heeft bedoeld. Volgens de annotatie valt te betwijfelen of de wetgever nu echt heeft bedoeld om vergunningvrije geluidgevoelige gebouwen niet meer tegen geluidhinder te beschermen. Verder wordt aangegeven dat er naar aanleiding van deze uitspraak inmiddels een overgangsbepaling is ingevoerd die regelt dat mantelzorgwoningen die op grond van de bruidsschat zijn toegelaten niet tegen geluidhinder worden beschermd.
Roos Bruijnsteen, advocaat bij Stibbe, schreef een annotatie bij de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 10 juli 2025 (ECLI:NL:RBNNE:2025:3258). Deze uitspraak heeft betrekking op de ambtshalve wijziging van de vergunningvoorschriften voor een pluimveeslachterij. De rechtbank oordeelt dat onderzoeksplichten in het kader van de actualisatieplicht in verband met nieuwe BBT niet via de vergunning aan de vergunninghouder kunnen worden opgelegd. In de annotatie wordt ingegaan op de verhouding tussen de onderzoeksplicht van het college en de verplichting van vergunninghouder om informatie te verschaffen die nodig is om een vergunning te actualiseren.