Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:462 : Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, bevoegdheid intrekking omgevingsvergunning, verwijderen asbest, horen getuigen, onvolledige aanvraag, convenant, bibob (Rb Midden­Nederland 21/937)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:491: Awb; schadevergoeding, redelijke termijn
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:488: Awb, Woningwet; handhaving, bouwkundige staat woning, binnenklimaat, onderzoek, scheidingsconstructie, waterdichtheid, Bouwbesluit 2012, vergewisplicht, uitvoerbaarheid NEN 2778, zorgvuldigheidsgebrek (Rb Gelderland 21/989)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:486: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vervanging telecommast, advies bezw. Cie, positie toren, hoor en wederhoor, belangenverstrengeling, uitzicht, straling, gezondheidsschade, voorzorgsbeginsel, rapport 5G en Gezondheid van Gezondheidsraad, blootstellingslimieten, onafhankelijkheid ICNIRP, ALARA-principe, tussenuitspraak, bestuurlijke lus (Rb Noord-Nederland 21/2308)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:487: Awb, Waterwet; watervergunning, toepassing additief, BBT, chemische en ecologische gevolgen, belanghebbendheid, zittingsaantekeningen rb, niet-ontvankelijkheid (Rb Noord-Holland 22/2342)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:463: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, storten grond, Bbk, nuttige toepassing, omvang verzoek, vervuild bouwafval, zorgvuldigheidsbeginsel
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:492: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, akoestisch onderzoek, maximale invulling, woon- en leefklimaat, nieuwe gronden, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:493: Awb, Wro; bpl, bedrijventerrein, verlagingen toegestane milieucategorieën, gebiedsontwikkeling, nieuwe woonwijk, bestaande bedrijfsactiviteiten, gebruiksovergangsrecht, bestaand legaal gebruik
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:489: Awb, Wro; bpl, woningbouw, inspraak, plangrens, vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, bestemmen flexwoningen, tijdelijke omgevingsvergunning, nutsvoorziening, goede ruimtelijke ordening, uitvoerbaarheid
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:494: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, extra bouwlaag woning, studentenwoningen, parkeren, rechtszekerheidsbeginsel, onverbindendheid planregel, evidentiecriterium (Rb Den Haag 21/5750 en 21/5436)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:474: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, gebouw met 16 studio’s, transformatie voormalige brandweerkazerne, Wnb, vleermuizen, onderzoek, geen aanhaakverplichting, bestemming maatschappelijk, definitie woonzorgcentrum, bouwtekeningen, parkeereis, parkeernota, in stand laten rechtsgevolgen, bezonningsstudie, lichte TNO-norm, beleidsruimte, verminderde opbrengst zonnepanelen (Rb Amsterdam 22/3093, 22/3212 en 22/3213)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:479: Awb, Wro; bpl, verplaatsing bosbouwbedrijf, woningen, parkeren, goede procesorde, woon- en leefklimaat, privacy, verkeersbelasting, beschermd dorpsgezicht, bodem
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:495: Awb, Wro, Chw, Wgh; bpl, hogere waarden, woontoren, ontvankelijkheid bewonersvereniging, woon- en leefklimaat, relativiteitsvereiste, afstand, plangrens, behoefte, stedenbouwkundige inpassing, bouwhoogte, bezonning, beleidsruimte, afwegingskader beleidsdocument, privacy, uitzicht
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:478: Awb; melkveehouderij, handhaving, verzoek intrekking beleidsdocument, Veelschrijversrichtlijn, beleidsregel, procesrecht, niet-ontvankelijkheid (Rb Rotterdam 23/5170)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:457: Awb, Wro; planschade, afwijzing aanvraag, windpark, voorzienbaarheid, gelijkheidsbeginsel, eerdere advisering, peildatum (Rb Overijssel 24/3365)
Rechtbank Rotterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:632: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, gebruik bestaand gebouw, tijdelijke opvanglocatie, 80 alleenstaande minderjarige vreemdelingen, bopa, ETFAL, grondslag aanvraag, mer-beoordelingsplicht, functiewijziging, stedelijk ontwikkelingsproject, parkeergelegenheid, geluidonderzoek, aantal personen op dakterras, stemgeluid, muziekgeluid, motiveringsgebrek, belangenafweging, sociale veiligheid, nog vast te stellen veiligheidsplan
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 januari 2026, ECLI:NL:CBB:2026:21: Awb, Msw; intrekking derogatievergunning, boete, dierlijke meststoffen, overschrijding gebruiksnorm, best beschikbare gegevens, redelijke termijn, evenredigheid
Rechtbank Limburg 26 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:793: Awb, Ow; vovo, handhaving, bouwstop en last onder dwangsom, sloop, uitvoeren bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning, overtredingen, spoedeisendheid, vergunningvrije werkzaamheden, evenredigheid
* Rechtbank Noord-Nederland 26 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:179: BW; kg, nieuwbouwplan, bpl, verkoop gronden, Didam-regels, uitbreiding bestaande tuinen, uitzondering van het Didam I-arrest, oppervlakte uitbreiding, beleid, aanwezigheid elzensingel
* Rechtbank Noord-Holland 23 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:474 en Rechtbank Noord-Holland 23 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:471: Awb, Wabo; handhaving, detailhandel, van rechtswege verleende vergunning, verklaring, geen besluit, geen positieve weigering, intrekking, rechtszekerheid, bewoning gebouw
* ABRvS 23 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:407: Awb; vovo, handhaving, splitsing in wooneenheden, kamerverhuur, tattooshop, strijd met bpl, overgangsrecht, bestaande huurders (Rb Gelderland 23/3669)
# Rechtbank Midden-Nederland 23 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:137: Awb, Ow; invorderingsbesluiten, verhoogde lasten, tankstation, CNG-bufferopslag, Bal, PGS-richtlijn, gelijkwaardige maatregel, afblazen aardgas, bufferbehuizing, nieuw risico, feitelijke situatie, parkeermogelijkheden, fakkelbrand, overtreding zelf in de zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:241: Awb; vovo, verkeersbesluit, geslotenverklaring tijdens ochtendspits, fietsverkeerveiligheid, urgent gevaarsprobleem, ECF-richtlijn, verkeerstellingen
Rechtbank Overijssel 22 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:299: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bomenkap, belanghebbendheid, afstand
Rechtbank Overijssel 21 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:232: Awb, Ow; omgevingsvergunning, legaliseren bijgebouw, ETFAL, bodem, geluidzone, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Noord-Holland 21 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:534: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, samenvoegen twee woningen, gemeentelijke monumenten, gevelbreedte, afwijken bpl, karakter straat, stedenbouwkundig advies, woningonttrekking, toetsingskader ruimtelijke aanvaardbaarheid, relatie met Huisvestingsverordening, motiveringsgebrek
* Rechtbank Overijssel 21 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:230: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, bijgebouw in tuin, praktijkruimte lichaamsgerichte therapie/ ouderschapsondersteuning, vergunningvrij bouwen, belanghebbendheid, functionele ondergeschiktheid aan hoofdgebouw, Bor, gebruik, bewoning
* Rechtbank Den Haag 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1015: BW; overheidsaansprakelijkheid, aansprakelijkstelling Staat, schade invoer lachgasverbod, belangen afvalverwerkers, wegwerpcilinders bij afval, extra kosten, ontvankelijkheid, voorzienbaarheid gevolgen, onevenredig nadeel, ontbreken causaal verband
Rechtbank Noord-Holland 20 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:215: Awb, Ow; vovo, handhaving, bouwstop, gemeentelijk monument, omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit, verordening, overtreding
* Rechtbank Overijssel 20 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:211: Awb; vovo, handhaving, gebruik als woonruimte/kantoor, strijdig gebruik, havengebied, overgangsrecht, uitsterfconstructie, overtreding
Rechtbank Overijssel 20 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:206: Awb, Ow; verzoek bekrachtiging, onteigeningsbeschikking gemeenteraad, nieuwe woonwijk, ambtshalve basistoets, ontvankelijkheid, prematuur ingediend, herstel publicatie, vormfout, passeren gebrek, onteigeningsbelang, noodzaak, urgentie
Rechtbank Den Haag 19 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:826: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, uitbreiding melkstal, niet vastgesteld bpl, werkdocument, openheid landschap, zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek
# Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:188: Awb, Wnb; besluit populatiebeheer, vossen, Natura 2000-gebieden, passende beoordeling, significante negatieve effecten
* Rechtbank Oost-Brabant 19 januari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:260: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiding varkenshouderij, herstelbesluit, motivering m.e.r.-beoordelingsbesluit, rendement combi luchtwassers, voorschriften, stalderingsbewijs, stalderingsberekening, beleidsregel onafgebroken gebruik, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:311, Rechtbank Gelderland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:309 en Rechtbank Gelderland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:310: Awb, Wnb; jachtakte, overtreding, opzettelijk doden/vangen van inheemse vogels, gebruik vogelvangkooien, vrees voor misbruik, Bkl, evenredigheidsbeginsel
* Rechtbank Rotterdam 16 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:344: Awb; vovo, verkeersbesluit, beperkingen rijroutes verkeersplein, bereikbaarheid bedrijf, verkeersveiligheid
Rechtbank Overijssel 16 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:282: Awb, Ow; onteigeningsbeschikking, vaststellen schadeloosstelling, aanwijzen deskundigen
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 14 januari 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:6: Awb; handhaving, appartementencomplex, afwijken van bouwvergunning, afwijzing verzoek, ontvankelijkheid, omvang toetsing, afstand, Bouw- en woningverordening, hinder, welstand
* Rechtbank Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:328: Awb; nadeelcompensatie, overschrijding grenswaarden geluid, luchthaven Schiphol, exceptieve toetsing, berekeningsmethode, gebruik WOZ-waarde, gelijkheidsbeginsel, maximale verwachtingswaarde, evenredigheidsbeginsel, meetpunten, handhavingspunten
* Rechtbank Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:271: Awb; handhaving, natuurcamping, reikwijdte verzoek, zicht op legalisatie
Rechtbank Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:266: Awb, Ow; omgevingsvergunning, 33 woningen, vernietigd bpl na besluit, toetsingskader Tegelen usp, limitatief-imperatieve stelsel
Rechtbank Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:259: Awb, Ow; handhaving, omgevingsvergunning transformatie bibliotheekgebouw, overtreder, opvolgend eigenaar
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:140: Awb; handhaving, strijd met omgevingsplan, verhuren kamers, begrip wonen, overtreding, overgangsrecht
* Rechtbank Gelderland 13 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:260: Awb, Msw; boete, verantwoordingsplicht, beginvoorraad, margedocument, financiële draagkracht, motiveringsgebrek, redelijke termijn
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:125: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, omgevingsvergunning bouwen lood, strijdig gebruik, weigering om vergunning in te trekken
* Rechtbank Limburg 12 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:224: Awb, Wabo; handhaving, weigering omgevingsvergunning, technische ruimte, rijksmonument, verbouwing hotel, legalisatie, procesbelang, ingrijpende wijziging, welstand, hoogte dwangsom
* Rechtbank Limburg 12 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:215: Awb, Wnb; Natura-2000 beheerplannen, weigering om vrijstellingen op te nemen, machinale bewerking, discretionaire bevoegdheid, geen besluit, onbevoegdheid rb, verschil in jurisprudentie, Omgevingswet, Aanvullingsbesluit natuur
* Rechtbank Noord-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:130 en Rechtbank Noord-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:129: Awb, Wgb, Woo; inzageverzoek registers gebruikers gewasbeschermingsmiddelen, afwijzing verzoek, uitleg Verordening (EG) nr. 1107/2009, relatie verordening en Woo, bevoegdheid minister, controle, fysieke leefomgeving, gezondheid, derde partijen
Rechtbank Noord-Holland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:308: Awb, Ow; omgevingsvergunning uitbouw, begrippen aanbouw/uitbouw, geen strijd bpl
* Rechtbank Den Haag 9 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:171: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiding woning, geen strijd bpl,
Rechtbank Gelderland 9 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:191: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, werkzaamheden, herinrichting camping, beoordelingscriteria, vernatting, overlast steekmuggen/knutten, landschappelijke openheid, ontbreken AERIUS-berekeningen, Natura 2000-gebieden, intern salderen, stikstofdepositie, ontbreken nader onderzoek
* Rechtbank Noord-Nederland 7 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:161: Awb, Wnb; faunaschade, afwijzing verzoek tegemoetkoming, wolvenschade, veldbezoek, DNA-monsters, taxatierapport, geen inspraak taxateurkeuze, taxatierichtlijn, ontbreken medewerking
* Rechtbank Den Haag 31 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26445:BW; veiling tankstation, bevoegdheid Staat, artikel 1 EP EVRM, onteigening, wettelijke basis, abbb, Benzinewet, Convenant
* Rechtbank Noord-Holland 24 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15816: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, uitbreiding bebouwing wind- en watersportcentrum, geen ondergeschikte wijziging
* Rechtbank Den Haag 23 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26504: Awb, Wro; planschade, afwijzing aanvraag, winkelcentrum, toename verkeersintensiteit, tijdelijke aard overlast, planvergelijking, verouderde metingen/situatie, motivering schadefactoren, nmr
Rechtbank Gelderland 19 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11251: Awb, Wnb, Ow, vovo, handhaving, afwijzing verzoek, jacht op houtduif/wilde eend/fazantenhaan, noodzaak goedgekeurd faunabeheerplan, Bal, bevoegdheid, nieuw goedkeuringsbesluit
* Rechtbank Noord-Nederland 18 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5734: Awb, Wabo; Omgevingsvergunning appartementencomplex, welstand, contra-expertise, hardheidsclausule, bijbehorend bouwwerk, goede ruimtelijke ordening, hangjeugd, parkeren, privacy, gebruiksmogelijkheden, schaduw, privaatrechtelijke beperkingen
* Rechtbank Gelderland 16 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10969: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, schuur, ondergeschikte wijziging bouwplan
* Rechtbank Midden-Nederland 16 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6736: Awb, Wabo; omgevingsvergunning schuur en kantoor, weigering vvgb, schootsvelden, overschrijding bebouwingspercentage, gelijkheidsbeginsel, economische noodzaak, fair play, ruimtelijke kwaliteit, belangenafweging, herstel motiveringsgebreken, einduitspraak na tussenuitspraak
Rechtbank Oost-Brabant 11 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8062: Awb, Ow; omgevingsvergunning, Bopa, tijdelijk afwijken, hondenuitlaatterrein, omgevingsverordening, provinciale instructieregel, natuurwaarden, toename stikstofdepositie, motiveringsgebrek
* Rechtbank Noord-Holland 8 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14800: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, milieustraat, recreatieterrein, één inrichting, feitelijke situatie, bestaande omgevingsvergunning, afvalstoffenverordening, bevoegdheid rb
* Rechtbank Noord-Holland 18 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:13332: Awb, Wabo; geweigerde omgevingsvergunning, bouw garage, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, Bor, goede ruimtelijke ordening, breedte garage, groen
* Rechtbank Midden-Nederland 21 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7354: Awb; handhaving, niet tijdig beslissen, problematiek PAS-melders

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
= (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:486: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vervanging telecommast, advies bezw. Cie, positie toren, hoor en wederhoor, belangenverstrengeling, uitzicht, straling, gezondheidsschade, voorzorgsbeginsel, rapport 5G en Gezondheid van Gezondheidsraad, blootstellingslimieten, onafhankelijkheid ICNIRP, ALARA-principe, tussenuitspraak, bestuurlijke lus (Rb Noord-Nederland 21/2308)

15.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, mag het college bij de afweging van de bij de besluitvorming betrokken belangen meewegen dat negatieve gevolgen van een bouwplan ook kunnen worden veroorzaakt door de fictieve realisering van een bouwplan dat in overeenstemming is met het bestemmingsplan. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5243, onder 3.1.

Niet bestreden is dat het bestemmingsplan de vergunde telecommast op de locatie van de bestaande mast toestaat. Daarom is de rechtbank terecht, net als het college, uitgegaan van een vergelijking tussen de vergunde telecommast en de fictieve realisering van de vergunde telecommast op de locatie van de bestaande mast. De rechtbank hoefde dan ook niet te oordelen dat het college ten onrechte geen vergelijking gemaakt heeft tussen de vergunde en de bestaande telecommast.

15.4. De Afdeling is er in tegenstelling tot de rechtbank echter niet van overtuigd dat de zichtbaarheid van de vergunde telecommast in beperkte mate afwijkt van de zichtbaarheid van de telecommast die bij recht kan worden gerealiseerd. De Afdeling betrekt daarbij eerst dat de telecommast nu recht tegenover de woning komt te staan. De telecommast komt te liggen tegenover de lange noordelijke gevel, waar de bestaande telecommast ten noordoosten van de woning staat. De afstand van de woning tot de vergunde telecommast is verder beperkt, namelijk 21,4 m.

(…)

Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college hierdoor onvoldoende onderzocht en ontoereikend gemotiveerd dat de vergunde telecommast niet tot een onevenredige afbreuk van de woonsituatie van [appellant] leidt vanwege de visuele impact. De rechtbank kon daarom niet zonder meer tot het oordeel komen dat de rechtsgevolgen in stand konden worden gelaten, met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb.

16.5 (…)

De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat uit wat [appellant] heeft aangevoerd blijkt dat er wetenschappelijke kritiek bestaat op de ICNIRP-blootstellingslimieten en dat er zorgen zijn over de gevolgen van 4G en 5G voor de gezondheid. De Afdeling ziet hierin echter geen grond voor het oordeel dat deze kritiek en zorgen ertoe leiden dat de blootstellingslimieten van de ICNIRP ondeugdelijk zijn. Met de rechtbank is de Afdeling namelijk van oordeel dat uit die stukken niet kan worden afgeleid dat er wetenschappelijke consensus bestaat over de wetenschappelijke ondeugdelijkheid van de beoordelingslimieten van de ICNIRP. Daarbij adviseert de Gezondheidsraad ook om deze beoordelingslimieten te hanteren. Dat andere landen strengere blootstellingslimieten hanteren geeft ook geen aanleiding voor een dergelijk oordeel.

In wat [appellant] heeft aangevoerd over de niet-onafhankelijkheid van het ICNIRP ziet de Afdeling geen reden waarom niet van de blootstellingslimieten uitgegaan kan worden. [appellant] stelt dat het ICNIRP geen onafhankelijke organisatie is, wat wel gewenst zou zijn. Daarbij heeft hij erop gewezen dat diverse wetenschappers het dagelijks bestuur van de Europese Unie gevraagd hebben om een daadwerkelijk onafhankelijk adviesorgaan van onafhankelijke wetenschappers, in plaats van het ICNIRP. Hoewel de Afdeling hieruit afleidt dat er discussie is over de samenstelling van het ICNIRP, ziet de Afdeling daarin onvoldoende grond voor de conclusie dat het ICNIRP niet onafhankelijk opereert en dat daarom niet van diens conclusies uitgegaan mag worden. De Afdeling volgt [appellant] ook niet in zijn stelling dat hij door de verlening van de omgevingsvergunning onderworpen wordt aan een medisch experiment.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling dan ook geen grond voor het oordeel dat het college bij het verlenen van de omgevingsvergunning zich niet mocht baseren op het rapport 5G en Gezondheid, waarin geadviseerd is om de uitrol van 5G toe te staan, maar wel aan te sluiten bij de blootstellingslimieten van het ICNIRP. Niet betwist is dat die blootstellingslimieten gehaald worden. De Afdeling ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college vanwege het onvoldoende bestaan van inzicht in de gezondheidsrisico’s uit voorzorg gehouden was de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren. De Afdeling benadrukt daarbij dat niet vereist is dat elk gezondheidsrisico wordt uitgesloten.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

16.6. De Afdeling is echter van oordeel dat het college onvoldoende onderzocht en ontoereikend gemotiveerd heeft wat de gevolgen van de vergunde telecommast zijn voor de straling op het perceel en in de woning van [appellant]. Artikel 6.4 van de planregels bepaalt dat een omgevingsvergunning alleen verleend kan worden als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie. Een eventuele toename van de straling is een potentieel nadelig effect op de woonsituatie van [appellant]. Uit het rapport 5G en Gezondheid volgt ook dat het mogelijk is dat gezondheidseffecten al onder de blootstellingslimieten optreden. Daarom wordt in het rapport geadviseerd om naast de nieuwe ICNIRP-richtlijnen het ALARA-principe toe te passen. Dat staat voor As Low As Reasonably Achievable. Dat betekent dat de blootstelling van de algemene bevolking en werknemers niet onnodig hoog moet zijn, ook als deze onder de limieten blijft, zolang dat redelijkerwijs haalbaar is.

Zoals onder 15.4 is overwogen, komt de telecommast dichter bij de woning van [appellant] te staan. De kortste afstand van de telecommast tot de woning vermindert met 5 m. Daarbij komt de telecommast recht tegenover de woning te staan, waar dit eerder niet het geval was. De afstand van de telecommast tot verschillende ruimtes in de woning vermindert daarom met nog meer dan deze 5 m. Gelet op de korte afstand van de telecommast tot het perceel en de woning van [appellant] had het dan ook op de weg van het college gelegen om te onderzoeken welke gevolgen de nieuwe locatie van de telecommast heeft ten opzichte van de bestaande locatie voor de hoeveelheid straling. Aangezien het college dit heeft nagelaten is het besluit op bezwaar naar het oordeel van de Afdeling gebaseerd op onzorgvuldig onderzoek en een ontoereikende motivering. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend.

* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:478: Awb; melkveehouderij, handhaving, verzoek intrekking beleidsdocument, Veelschrijversrichtlijn, beleidsregel, procesrecht, niet-ontvankelijkheid (Rb Rotterdam 23/5170)

8.3. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de Veelschrijversrichtlijn een beleidsregel is. Dat er, zoals het college op de zitting desgevraagd heeft erkend, (nog) geen andere veelschrijversdossiers zijn aangewezen, betekent niet dat de Veelschrijversrichtlijn alleen op [appellant] ziet. De Veelschrijversrichtlijn is bij besluit vastgesteld door het college en de burgemeester en bevat algemene regels, die zich lenen voor herhaalde toepassing, ook in andere gevallen dan dat van [appellant]. Aan de hand van die algemene regels kunnen herhaaldelijke berichten, verzoeken en/of klachten binnen zogeheten ‘veelschrijversdossiers’ beantwoord worden met een algemene boodschap waarin tot uitdrukking komt dat deze berichten, verzoeken en/of klachten niet verder in behandeling zullen worden genomen. De Veelschrijversrichtlijn wordt gebruikt bij de uitoefening van de bevoegdheden van het college en de burgemeester, zoals het beslissen op handhavingsverzoeken en verzoeken op grond van de Wet open overheid. In de Veelschrijversrichtlijn wordt onder meer uitgelegd wanneer sprake is van een veelschrijversdossier en wordt de afweging gemaakt dat een inhoudelijke behandeling van berichten behorend tot dat dossier niet in verhouding staat tot de inspanning die van een overheidsinstantie mag worden verlangd. Verder staat in de Veelschrijversrichtlijn dat in individuele gevallen van deze richtlijn kan worden afgeweken.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat de rechtmatigheid van de Veelschrijversrichtlijn alleen exceptief kan worden getoetst in een procedure waarbij die richtlijn is toegepast. Dat is in deze procedure niet het geval.

Rechtbank Noord-Holland 20 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:215: Awb, Ow; vovo, handhaving, bouwstop, gemeentelijk monument, omgevingsplanactiviteit bouwactiviteit, verordening, overtreding

  1. Verzoekers stellen dat onder de Ow een wettelijke bevoegdheid voor het opleggen van een bouwstop ontbreekt. Artikel 5.17 Wabo voorzag in de bevoegdheid voor het college om de bouw van een bouwwerk te laten staken, in afwachting van mogelijk te treffen maatregelen. Gelet op de aard en het doel van deze bevoegdheid, behoefde niet te worden onderzocht of de bouw gelegaliseerd kon worden. Deze bevoegdheid is echter niet meer opgenomen in de Ow en bestaat dus niet meer. (…)
  2. De betogen van verzoekers dat het college geen “bouwstop” meer kon opleggen, omdat die mogelijkheid uit de wet is verdwenen, en dat geen aanleiding bestond voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang, treft geen doel. Bouwen zonder een vereiste omgevings(bouw)vergunning is een overtreding die handhaving rechtvaardigt. Dat die handhavingsfiguur niet meer afzonderlijk in de wet is geregeld, betekent niet dat met toepassing van Titel 5.1 Awb niet hetzelfde kan worden bereikt, waarbij het college zelfs de keuze heeft tussen daadwerkelijke stillegging door bestuursdwang toe te passen dan wel een last tot staken te geven op straffe van een dwangsom. Daarbij tekent de voorzieningenrechter aan dat in geval een activiteit wordt uitgevoerd zonder een daarvoor vereiste vergunning, het onmiddellijk staken van die activiteit in de regel geboden zal zijn, juist om te onderzoeken of aan de vergunningsplicht alsnog kan worden voldaan. De gestelde overtreding vloeit in dit geval voort uit het bouwen zonder omgevingsvergunningen terwijl die vergunningen – aldus het college – volgens het omgevingsplan of het Bbl zijn vereist. In dat geval ligt het opleggen van een “bouwstop” al snel in de rede.

* Rechtbank Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:328: Awb; nadeelcompensatie, overschrijding grenswaarden geluid, luchthaven Schiphol, exceptieve toetsing, berekeningsmethode, gebruik WOZ-waarde, gelijkheidsbeginsel, maximale verwachtingswaarde, evenredigheidsbeginsel, meetpunten, handhavingspunten

9.10. (…). Met name kan de rechtbank het standpunt van de minister niet volgen dat, door het grootste verschil tussen de gerealiseerde geluidbelasting op het handhavingspunt en de gerealiseerde geluidbelasting op de woninglocatie in de jaren 2004 tot en met 2019 bij de berekening te betrekken, een reële prognose van het maximale gebruik wordt berekend. Onder het maximale gebruik moet namelijk worden verstaan, het gebruik dat volgens de geldende wet- en regelgeving maximaal is toegestaan. Dat wil zeggen, gebruik van de luchthaven waarmee de grenswaarden op de handhavingspunten niet worden overschreden. Niet is gebleken dat in de rekenmethode van de minister rekening wordt gehouden met eventuele overschrijdingen van de grenswaarden op de handhavingspunten in de jaren 2004 tot en met 2019. In de berekening van To70, die de minister ter onderbouwing van de besluiten heeft overgelegd, wordt de grenswaarde niet weergegeven en is ook niet zichtbaar of die is overschreden. Het verschil tussen de gerealiseerde geluidbelasting op het handhavingspunt en de gerealiseerde geluidbelasting ter plaatse van de woning, kan dus beïnvloed zijn door een overschrijding van de relevante grenswaarde. Weliswaar stelt de minister in een aantal verweerschriften dat rekening wordt gehouden met “het grootste verschil (…) zónder overschrijding van de grenswaarden op dat handhavingspunt”, maar dit wordt niet ondersteund door de stukken in de dossiers, de (toelichting op de) beleidsregel of de toelichting van To70 op de zitting. In tegendeel, nu ook de jaren 2018 en 2019 – waarvoor de beleidsregel wegens overschrijding van de grenswaarden juist in het leven is geroepen – zijn meegenomen in de berekening, lijkt het juist waarschijnlijk dat van overschrijdingen van de grenswaarden wel sprake is geweest. Daarmee is de minister voorbijgegaan aan de beschermende functie van de grenswaarden, die ook is bedoeld voor bewoners van een woning die niet op een handhavingspunt is gelegen, en is de methode als zodanig, zonder een correctie voor die situaties waar een overschrijding van de grenswaarde aan de orde is geweest, niet geschikt om een reële verwachtingswaarde bij maximaal toegestaan gebruik vast te stellen en is de toepassing daarvan niet evenredig. Dit geldt te meer nu, zoals de commissie Te Rijdt vaststelt, bij het hanteren van deze methode alle onzekerheid met betrekking tot het verschil tussen de grenswaarde en de gerealiseerde geluidbelasting ten laste van de omwonenden komt terwijl dit niet alleen afhankelijk is van de afstand tot het handhavingspunt, maar ook van de daadwerkelijke vliegbewegingen (aantal, richting, moment, etc.) en de weersomstandigheden. Bovendien is de minister ook afgeweken van het advies van de commissie Te Rijdt om bij toepassing van deze methode uit te gaan van de op één na hoogste verschilwaarde om uitzonderlijke situaties uit te sluiten.

  1. De rechtbank komt tot de conclusie dat de gebruikte rekenmethode voor het vaststellen van de maximale verwachtingswaarde in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank ziet daarom aanleiding dit deel van artikel 2, derde lid, van de beleidsregel buiten toepassing te laten. (…)

Rechtbank Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:259: Awb, Ow; handhaving, omgevingsvergunning transformatie bibliotheekgebouw, overtreder, opvolgend eigenaar

6.2 De rechtbank is van oordeel dat het college eiseres terecht als vergunninghouder heeft aangemerkt. Een omgevingsvergunning is een zaaksgebonden vergunning. Volgens vaste rechtspraak moet het begrip ‘vergunninghouder’ in ruime zin worden opgevat. Uit de Memorie van Toelichting op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) volgde dat de tweede volzin van artikel 2.25, eerste lid, van de Wabo moet worden gelezen in samenhang met de eerste volzin van dat artikellid en dat het in de tweede volzin gebezigde begrip “vergunninghouder”. Onder dat begrip moet hier worden verstaan degene die het project uitvoert, dat wil zeggen degene die voor die uitvoering verantwoordelijk is en voor wie de omgevingsvergunning daarom geldt. Inmiddels is de Wabo opgevolgd door de Omgevingswet. Uit een vergelijking tussen artikel 2.25 van de Wabo (oud recht) en artikel 5.37 van de Omgevingswet is niet gebleken dat er sprake is van een ander regime onder de Omgevingswet. In dit geval is eiseres als eigenaresse van het pand verantwoordelijk voor de uitvoering van het project en kan zij dus als vergunninghouder en ook als overtreder worden aangemerkt. Voor zover er tussen eiseres en [naam bedrijf] privaatrechtelijke afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van het project is dat in dit verband niet van belang. Deze privaatrechtelijke afspraken doen namelijk niet af aan de bestuursrechtelijke status van eiseres als vergunninghouder.

De rechtbank is verder van oordeel dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres het in haar macht heeft om te voldoen aan de lasten onder dwangsom. De beroepsgrond slaagt niet.

* Rechtbank Limburg 12 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:215: Awb, Wnb; Natura-2000 beheerplannen, weigering om vrijstellingen op te nemen, machinale bewerking, discretionaire bevoegdheid, geen besluit, onbevoegdheid rb, verschil in jurisprudentie, Omgevingswet, Aanvullingsbesluit natuur

  1. Een weigering om een vrijstelling op de natuurvergunningplicht aan te nemen in het beheerplan is naar het oordeel van de rechtbank niet gericht op rechtsgevolg en is daarom geen besluit. Onder verwijzing naar bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4875, overweegt de rechtbank dat een besluit gericht is op rechtsgevolg als een bestuursorgaan een verandering beoogt in een bevoegdheid, recht, verplichting of status van een persoon of zaak. Van een op rechtsgevolg gerichte beslissing is verder sprake als een bestuursorgaan beoogt een bevoegdheid, recht, verplichting of status van een persoon of zaak bindend vast te stellen. Door geen vrijstelling aan te nemen in het beheerplan verandert de rechtspositie van eiseres, althans haar leden, niet. Er wordt door het plaatsen van een bepaalde activiteit in beoordelingscategorie 3 geen (bestaand) recht of verplichting teniet gedaan en ook ontstaat er geen recht of verplichting door een bepaald huidig gebruik niet vrij te stellen van de Wnb-vergunningplicht in het beheerplan. Dit omdat de (mogelijke) vergunningplicht voortvloeit uit de Wnb en dus niet het gevolg is van het niet opnemen als vrijstelling in het beheerplan. Met andere woorden, door het niet vrijstellen verandert er niets in het recht. Niet in het algemeen en niet voor de leden van eiseres afzonderlijk. Het beheerplan bepaalt in categorie 3 enkel dat deze vergunningplicht, die reeds in het leven is geroepen door de Wnb, blijft gelden voor een bepaalde activiteit en derhalve niet wordt vrijgesteld. Dat is anders dan in de categorieën 1 en 2, waarin verweerder wel een verandering beoogt in een recht/verplichting, namelijk het niet meer nodig zijn van een mogelijke vergunning (al dan niet onder voorwaarden).
  2. Voorts overweegt de rechtbank dat een besluit tot het vaststellen van een beheerplan ook geen beschikking is in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Awb, zijnde een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. De reden hiervoor is dat in dit geval geen sprake is van een afwijzing van een aanvraag, noch van een besluit dat niet van algemene strekking is. Een weigering om een beheerplan vast te stellen met meer vrijstellingen kan dan ook niet langs de band van artikel 1:3, tweede lid, van de Awb gelijk worden gesteld met een besluit.
  3. Voor zover de Afdeling in de vermelde uitspraken van 2018 en 2017 heeft overwogen dat ook tegen het niet uitzonderen van de natuurvergunningplicht beroep open staat, volgt de rechtbank dit oordeel van de Afdeling niet. Hiervoor verwijst de rechtbank allereest naar haar hiervoor onderbouwde oordeel waarom een dergelijke weigering om een vrijstelling op te nemen volgens haar geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is. Verder is de rechtbank van oordeel dat ook uit artikel 8.1, tweede lid, van de Wnb in samenhang met artikel 2.9, eerste lid, van de Wnb, niet kan worden opgemaakt dat de bestuursrechter bevoegd is voor beroepen gericht tegen de weigering om een vrijstelling in een beheerplan op te nemen. Als dat wel zo was, dan zou dat betekenen dat een dergelijke weigering in feite toch met een besluit gelijk zou worden gesteld, maar zonder basis daartoe in de Awb. Uit de wetsgeschiedenis volgt een dergelijke bedoeling naar het oordeel van de rechtbank niet. Als de bestuursrechter bevoegd zou zijn om van een weigering om een vrijstelling op te nemen kennis te nemen, dan ontneemt dat bovendien in aanzienlijke mate de betekenis van de inperkingen op de beroepsmogelijkheden uit artikel 8.1, tweede lid, van de Wnb in samenhang met artikel 2.9, eerste lid, van de Wnb.
  4. De rechtbank vindt steun voor het voorgaande in het volgende. Sinds de invoering van de Omgevingswet is in artikel 8:5, eerste lid, van de Awb bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. In artikel 1, aanhef en onder g, van bijlage 2 “Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak” is opgenomen dat tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, geen beroep kan worden ingesteld. Onder het kopje Omgevingswet staat onder g: de artikelen 3.4, 3.6 tot en met 3.10, 3.14 en 3.15, voor zover het niet betreft een daarin opgenomen beschrijving van een activiteit als gevolg waarvan de activiteit is toegestaan.

In artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet is opgenomen dat gedeputeerde staten van de provincie waarin een Natura 2000-gebied ligt of, als dat gebied in meer dan een provincie ligt, gedeputeerde staten van de provincie waarin dat gebied grotendeels ligt, voor dat gebied een beheerplan vaststellen. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat sinds de invoering van de Omgevingswet gecodificeerd is dat geen beroep kan worden ingesteld tegen het beheerplan, tenzij het betreft een in het beheerplan opgenomen beschrijving van een activiteit als gevolg waarvan de activiteit is toegestaan zonder natuurvergunning (vrijstelling). Verder overweegt de rechtbank dat uit de transponderingstabellen bij het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet als het gaat om artikel 8.1, tweede lid, van de Wnb volgt dat dit niet is omgezet in de Omgevingswet met de volgende toelichting: ‘Vloeit al voort uit Awb: onderdelen die geen rechtsgevolg hebben staan niet voor beroep open.’ De regeling uit artikel 8.1, tweede lid, van de Wnb is dus verplaatst naar artikel 1, aanhef en onder g, van bijlage 2 “Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak” van de Awb. Dat met deze verplaatsing tevens een inhoudelijke wijziging ten opzichte van de Wnb is beoogd volgt naar het oordeel van de rechtbank echter niet uit de toelichting.

  1. Verder overweegt de rechtbank dat de uitspraken van de Afdeling waarin zij de bevoegdheid voor een beroep tegen een weigering mogelijk lijkt te achten moeten worden afgezet tegen meer recente uitspraken van de Afdeling waarin de Afdeling ook niet meer refereert aan die uitspraken. Zie onder andere: 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3397. Ook weegt voor de rechtbank mee dat zij niet bekend is met een uitspraak van de Afdeling waarin een categorie waarvan het huidig gebruik in het beheerplan niet is vrijgesteld van de Wnb-vergunningplicht, daadwerkelijk is aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Ook in de uitspraken waarin de Afdeling die mogelijkheid lijkt te overwegen, zag het beroep op verleende vrijstellingen (onder voorwaarden) en niet op de weigering van het opnemen ervan.
  2. Ook overweegt de rechtbank dat onder meer ook de rechtbanken Noord-Holland en Gelderland al eerder hebben overwogen dat een weigering om een vrijstelling op te nemen in een beheerplan geen besluit is en zij om die reden zich onbevoegd hebben verklaard. De rechtbank verwijst daarvoor naar uitspraken van de rechtbank Gelderland van 5 maart 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1434, en van de rechtbank Noord-Holland van 29 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3135. Tegenover die uitspraken staat een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 16 juni 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2521. De rechtbank Oost-Brabant acht zich in die uitspraak wel bevoegd om te oordelen over een weigering om een vrijstelling te verlenen. De rechtbank doet dat in die zaak echter met een verwijzing naar rechtspraak van de Afdeling waarvan de rechtbank hierboven reeds heeft toegelicht waarom die uitspraken naar het oordeel van de rechtbank onjuist zijn voor zover daarin zou zijn aangenomen dat een weigering om een vrijstelling in een beheerplan op te nemen een besluit is of daarmee gelijk valt te stellen. De rechtbank oordeelt daarom in lijn met de rechtbanken Noord-Holland en Gelderland en in afwijking van de rechtbank Oost-Brabant.

* Rechtbank Noord-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:130 en Rechtbank Noord-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:129: Awb, Wgb, Woo; inzageverzoek registers gebruikers gewasbeschermingsmiddelen, afwijzing verzoek, uitleg Verordening (EG) nr. 1107/2009, relatie verordening en Woo, bevoegdheid minister, controle, fysieke leefomgeving, gezondheid, derde partijen

14.1. De algemene doelstelling van de Verordening betreft onder meer het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen en dieren. Over het doel van de registers over gewasbeschermingsmiddelen bepaalt overweging 44 van de Verordening meer in het bijzonder dat deze zijn ingesteld om het niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te verhogen door de traceerbaarheid van mogelijke blootstellingen te verzekeren, doeltreffendheid van het toezicht en de controle te verbeteren en de kosten van de bewaking van de waterkwaliteit te beperken. Daarbij volgt uit overweging 35 van de Verordening dat om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen van belang is dat gewasbeschermingsmiddelen op de juiste wijze en met inachtneming van de bepalingen uit de Verordening worden ingezet.

14.2. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat is beoogd met artikel 67, eerste lid, van de Verordening te voorzien in een algemene toegang tot informatie uit de registers van gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen voor ten minste de in dit artikel genoemde derde partijen; ook wordt daarmee voorzien in de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om aan een professionele gebruiker te verzoeken om die informatie beschikbaar te stellen indien een verzoek om toegang tot die informatie is gedaan door ten minste een derde partij. Het verhogen van de gezondheid van mens, dier en milieu door middel van onder meer de traceerbaarheid van blootstellingen aan gewasbeschermingsmiddelen te verzekeren en de doeltreffendheid van het toezicht en controle te verbeteren is gebaat bij een toegang tot de informatie in de registers van onder meer professionele gebruikers. Die moet dan meer omvatten dan enkel de gevallen waarin concrete aanleiding bestaat om van overheidswege toezichtbevoegdheden aan te wenden om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijk in dat verband begane overtredingen te onderzoeken. Daarbij is van belang dat uit de Verordening niet expliciet blijkt dat de controlerende functie van de toegang tot de registers is voorbehouden aan controle van overheidswege. Dat artikel 67, eerste lid, van de Verordening is ondergebracht in hoofdstuk VIII met de titel “controles”, betekent daarom dat de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om een verzoek te doen om informatie uit de registers is bedoeld om derde partijen toegang te geven tot informatie in de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Derde partijen, zoals omwonenden van percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, worden met de verstrekking van informatie uit de registers in staat gesteld te controleren in hoeverre gewasbeschermingsmiddelen zijn ingezet in hun fysieke leefomgeving; dit stelt hen in staat tot het maken van gezondheidsoverwegingen.

14.3. Dat, zoals de minister stelt, geen concrete aanleiding bestaat om toezichtbevoegdheden aan te wenden ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de professionele gebruikers op wiens register het verzoek van eiseres ziet, doet daarom niet af aan het bestaan van de bevoegdheid van de minister om de professionele gebruiker te verzoeken om informatie uit dat register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar te stellen aan de minister.

Rechtbank Gelderland 19 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11251: Awb, Wnb, Ow, vovo, handhaving, afwijzing verzoek, jacht op houtduif/wilde eend/fazantenhaan, noodzaak goedgekeurd faunabeheerplan, Bal, bevoegdheid, nieuw goedkeuringsbesluit

5.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit artikel 11.63 van het Bal volgt dat jacht moet worden uitgevoerd volgens het faunabeheerplan. Faunabeheerplannen worden vastgesteld door een faunabeheereenheid. Omdat een faunabeheereenheid geen bestuursorgaan is zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Awb, heeft de enkele vaststelling van een faunabeheerplan door de faunabeheereenheid op zichzelf geen bestuursrechtelijke (juridische) status. Die status ontstaat pas als het college een goedkeuringsbesluit neemt en publiceert. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt daaruit dat een faunabeheerplan als bedoeld in artikel 11.63 niet zonder een goedkeuringsbesluit van het college kan. De voorzieningenrechter vindt bevestiging voor dat oordeel in de Memorie van Toelichting op de Wet natuurbescherming (Wnb) die voorafging aan de Omgevingswet. Daarin staat onder meer:

“Het door faunabeheereenheden opgestelde, door gedeputeerde staten goedkeurde faunabeheerplan – en het daarvan deel uitmakende afschotplan – wordt sturend bij schadebestrijding, populatiebeheer en jacht.” en

“Niet alleen beheer, maar ook schadebestrijding en jacht dienen op grond van dit wetsvoorstel op een planmatige en gebiedsgerichte wijze te worden uitgevoerd, op basis van faunabeheerplannen, opgesteld door faunabeheereenheden en goedgekeurd door provincies. Jachthouders maken verplicht onderdeel uit van wildbeheereenheden, die de uitvoering van het faunabeheerplan bevorderen en coördineren.”

Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat dit onder het regime van de Omgevingswet anders is geworden.

De voorzieningenrechter ziet in de door het college aangehaalde gedeelten uit de parlementaire geschiedenis ook geen aanleiding om hierover anders te oordelen. Het college wijst er terecht op dat daarin staat dat de aanwezigheid van een goedgekeurd faunabeheerplan geen voorwaarde is voor de uitoefening van de jacht door de jachthouder in zijn eigen jachtterrein. Uit de hierboven geciteerde teksten uit de memorie van toelichting, de tekst van artikel 11.63 van het Bal en systematiek van (voorheen) de Wnb en thans de Omgevingswet en het Bal leidt de voorzieningenrechter echter af dat het bestaan van een goedgekeurd faunabeheerplan wel nodig is om te mogen jagen.

 

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

ABRvS 14 januari 2026 Bestemmingsplan, natuurbescherming, wijziging rechtspraak over intern salderen bij bestemmingsplannen, gelet op de rechtspraakwijziging over intern salderen bij projecten
ABRvS 10 december 2025 Bestemmingsplan, planregel over kamergewijze verhuur aan seizoenarbeiders is indirect discriminerend en in strijd met de Dienstenrichtlijn
Rb Den Haag 9 december 2025 Maatwerkvoorschriften, rozentelers, lagere afschermingspercentages voor lichtuitstraling vanuit kassen

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder