Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:634: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, legalisering gebruik appartement/kantoor, vertrouwensbeginsel, persoonsgebonden omgevingsvergunning, derde stap, verplichting nakoming, uitoefening bevoegdheid, uitvoering opdracht tussenuitspraak/persoonsgebonden omgevingsvergunning verleend, zaaksgebonden omgevingsvergunning, beleidsruimte, goede ruimtelijke ordening, gebrek hersteld, einduitspraak na tussenuitspraak
# ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:608: Awb, Wro; bpl, recreatiewoningen, permanente bewoning, gebruik als tweede woning, bepalen begrenzingen plan, beleidsruimte, doelen in plantoelichting, gelijkheidsbeginsel, afmetingen vergunningen, omissie moederplan, regels over spuitzones, agrarische bestemmingen, woonbestemming, overgangsrecht, uitsterfregeling, afmetingen vergunde bebouwing, impliciet vrijstelling, bestaande legale situatie, huisvesting twee huishoudens, bouwmogelijkheden/aantal woningen, tussenuitspraak
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:606: Awb, Wabo; omgevingsvergunning transformeren kantoorgebied, nieuw besluit na rechtbankuitspraak, woningbouw, alleen over beroepen van rechtswege, parkeren, afwijken parkeerregels, geen rangorde onderdelen regels, plantoelichting, locatie en inrichting parkeerplaatsen, haaksparkeren, berekening parkeerbehoefte, geschiktheid parkeergarage, openbare ruimte, afwijken maximale bouwhoogte, verklaring van geen bedenkingen, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:601: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, sportschool, parkeren, parkeeronderzoek, representativiteit momenten parkeermetingen, diagrammen Google populaire bezoekerstijden, uitgangspunten, feitelijke parkeerdruk, ontheffinghouders, parkeercapaciteit, herhalen en in lassen beroep, in tussenuitspraak gegeven oordeel/geen uitzonderlijk geval, einduitspraak na tussenuitspraak (Rb Zeeland-West-Brabant 21/2471 en 21/2482)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:643: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, overstek en doorlopen luifel, tweede aanvraag, inhoud aanvraag, gelijkheidsbeginsel, Bouwbesluit 2012, limitatief-imperatief stelsel, geen ruimte voor belangenafweging, privaatrechtelijke belemmeringen (Rb Noord-Holland 21/6236)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:607: Awb, Woo; verzoek openbaarmaking informatie, destructiebedrijf, Uniek Bedrijfsnummers, milieu-informatie, rechtspraak Hof van Justitie van de Europese Unie, emissies in het milieu, bedrijfsgegevens, persoonsgegevens, AVG, actief toezichtinformatie openbaar maken, gezondheid en veiligheid mens, onlosmakelijk verbonden, belangenafweging, uitspraak na judiciële lus
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:609: Awb, Wro ; bpl, strandpaviljoens, horeca en recreatie, surfschool, ontvankelijkheid, omgevingsvergunning, bpl/herhaalde toepassing, recreatieve activiteiten, toename van publiek, verkeersbewegingen, ruimtelijke aanvaardbaarheid, stikstof, relativiteitsvereiste, pachter/gronden binnen Natura 2000-gebied, bedrijfsbelangen, stikstofrapport
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:599: Awb, TwG, BW; besluit woning veiligheidsnorm, niet in aanmerking voor versterking, Besluit versterking gebouwen Groningen, aardbevingen, gaswinning, voldaan aan opdracht tijdig nemen nieuw besluit, dwangsom, Nederlandse Praktijkrichtlijn, koude oplegging, constructief verbonden koppelingen, onderzoek fundering (Rb Noord-Nederland 23/1054 en 23/1055)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:600: Awb, Wob; verzoek om openbaarmaking informatie, besluiten toekenning fosfaatrechten, melkveebedrijven, relatienummer, dossierinformatie, beschikkingsnummers, onevenredig benadelen, melkproductie, emissiegegevens, Wet milieubeheer, melkproductie, uitstoot, invloeden emissies op milieu, fosfaat, overschrijding redelijke termijn (Rb Overijssel 22/10)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:526: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, dakopbouw, omvang geding, aanmerken als handhavingsverzoek, inhoud verzoek bepalend, niet meer uitbreiden na primaire besluit, gelijkheidsbeginsel, ingebrekestelling, nader besluit, concreet zicht op legalisatie, geen misbruik van bevoegdheid, verzoek schadevergoeding (Rb Noord-Holland 22/6283)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:644: Awb, Wabo; afwijzing verzoek (gedeeltelijk) intrekken lasten onder dwangsom, invorderingsbesluiten, procesbelang, verzoek vergoeding proceskosten, gestelde schade, niet-ontvankelijk, artikel 5:34 Awb/twee situaties, uitzonderlijke gevallen, overtreder, functionele pleger, overtreding, erfinrichtingsplan (Rb Overijsel 22/1042, 22/2318 en 23/611)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:611: Awb, Wro; afwijzing aanvraag wijzigen bpl, voormalige garage, tijdelijke bewoning, kadastrale splitsing, geen volledige eigendom verkregen, mede-eigenaar, motiveringsbeginsel, advies bezwaarcommissie, artikel 3:49 Awb, advies meegestuurd, toezegging, meenemen in volgende wijziging omgevingsplan, eigenaren en grondgebruikers, privaatrechtelijke belemmering, voorbehoud, voorwaarde, ontbreken instemming
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:611: Awb, Gmw; ligplaatsvergunning, bedrijfsvaartuig, onbepaalde tijd, bepaalde tijd, schaars recht, rechtszekerheidsbeginsel, gemeentelijk beleid, vaste gedragslijn, terugverdienen investeringen, ontwikkelen nieuw beleid, individuele omstandigheden (Rb Amsterdam 22/2374)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:646: Awb, Wro; bpl, woningbouw, herstelbesluit, ladder voor duurzame verstedelijking, kwantitatieve behoefte, primair verzorgingsgebied, kwalitatieve behoefte, binnenstedelijk gebied, vergelijkbaar woonmilieu, provinciale verordening, stiltegebied, relativiteitsvereiste, Omgevingsregeling, RMG2012, CROW-publicatie 217, modeluitdraai, voorwaardelijke verplichting, stille elementverhardingen, cultuurhistorische waarden, landschap, gebiedsbescherming, uitvoerbaarheid, soortenbescherming, Besluit activiteiten leefomgeving, generieke vrijstelling, quickscan, nader ecologisch onderzoek, bodemkwaliteit, financiële uitvoerbaarheid, vormvrije m.e.r., tussenuitspraak
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:604: Awb, Wro; bpl, collectieve woonvorm, recreatiewoningen, hobbymatig houden paarden, atelier voor beroep aan huis, initiatief planologisch-juridisch faciliteren, vereisten/niet ruimtelijk relevant, formulering planregels, recreatiewoningen, strijd met rechtszekerheidsbeginsel
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:635: Awb, Wro; bpl, thematische herziening, verbod kamerbewoning, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, ontbreken begripsbepalingen, rechtszekerheid, interpretatieproblemen, overtreden verbod, beleidsregels, statische verwijzing
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:645: Awb, Wro; afwijzing aanvraag vaststellen bpl, twee percelen, woningbouw, deskundige, advies, concrete aanknopingspunten voor twijfel, groene karakter, gebiedskenmerk beschermd dorpsgezicht, vermindering te beschermen groen, aantasting beschermd dorpsgezicht
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:625: Awb; ingebrekestelling, nemen beslissing op verzoeken, groep wetenschappers/zorgen over klimaat, nemen enkele beslissingen, duiding brief, aansporen maken politieke keuzes, beleid formuleren, nemen algemene maatregelen, geen besluit, geen aanvraag, geen sprake fictief besluit, terecht onbevoegd verklaard, Verdrag van Aarhus, bestuursrechter, civiele rechter, Klimaseniorinnen-arrest (Rb Overijssel 23/2322)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:648: Awb, Hvw; afwijzing handhavingsverzoek, illegale verhuur aan studenten, kamers, overlast, aantasting waarde woning, weigering vergunning kamerbewoning, positieve invloed woonmilieu en leefbaarheid, beoordelingsruimte, huurovereenkomsten, clausule, vrijwilligerswerk, overzicht politie, vertrouwensbeginsel, positieve verklaringen buurtbewoners (Rb Rotterdam 21/4041 en 21/4243)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:624: Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning bouwen wouwwerk en maken uitweg, gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking, supermarkt, woningbouw, huurder bedrijfsruimte, showroom en werkplaats voor personenauto’s, belanghebbende, bedrijf niet langer op dezelfde wijze exploiteren, te onderscheiden belang, procesbelang, provinciale verordening, bestaand winkelgebied, geen uitbreiding detailhandel, regionale visie, omgevingsvisie, belangenafweging
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:626: Awb, Wro; bpl, woningbouw, instandhouden bomen, onderhoud/lastig, zo niet onmogelijk, bpl aangepast, erfsloot, waterschap, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:637: Awb, Wro; bpl, huisvesting arbeidsmigranten, recreatieterrein, bestaande vakantieappartementen, planregeling kampeermiddelen, rechtszekerheid wooneenheid, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:640: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling voetbalveld, woningbouw, inspraak en participatie, geen onderdeel geregelde bestemmingsplanprocedure, samengevat weergeven zienswijzen, zorgvuldigheidsbeginsel,
verkeer, verkeersafwikkeling, verkeerscirculatieplan, verkeersintensiteiten, richtlijn CROW, wegbreedte, trottoir, voorwaardelijke verplichting, aanleg en instandhouding, verlies groen, watercompensatie, geluid, vertrouwensbeginsel, staatssteun, evenredigheid, tussenuitspraak
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:615: Awb, Wnb; natuurvergunning, militaire trainingsactiviteiten, range, militair terrein, Nederland en NAVO-bondgenoten, Hinderwetvergunning, referentiesituatie, vliegtuigen en helikopters, incidenteel hoger beroep, ontvankelijkheid hoger beroep commandant Air Combat Command, belanghebbende, rechtstreeks belang, parallel, geen zelfstandig belang, contractuele relatie (dienstverband), één-en-hetzelfde project, Doel-arrest, relevante referentiedatum/toestemming verleend, 18 december-uitspraak, intern salderen, additionaliteitsvereiste, omvang gebruik referentiedatum, eerder objectief bepaalbaar moment, gebruik helikopters, vliegtuigtypes, aanvliegroutes, aanvliegroutes, ambtshalve onderzoeken/vervallen Hinderwetvergunning, controleerbaarheid invoergegevens stikstofberekening, geluidcontouren, niet openbaar, monitoringsverplichting, nieuw besluit nemen op de aanvraag (Rb Noord-Nederland 22/1345)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:639: Awb, Wabo; omgevingsvergunning gebouw met woningen, commerciële ruimten en fietsenstalling, herhaling aangevoerde in beroep, gemotiveerde beoordeling, onjuist of onvolledig, dubbelbestemming, cultuurhistorische waarden, advisering, schaal en functie bebouwing, bestaande ruimtelijke stramien, detaillering en materiaalstaat (Rb Den Haag 23/2996)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:602: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, parkeerverbod, afsluiting voor gemotoriseerd verkeer, beoordelingsruimte, verkeersbelangen, belangenafweging, beleidsruimte, evenredigheid, parkeren, aantal parkeerplaatsen, gemeentelijke nota parkeernormen, parkeerbehoefte, omgevingsvergunning/uitbreiding hotelkamers, parkeerterrein, aanbod Staatsbosbeheer, eigen verantwoordelijkheid (Rb Zeeland-West-Brabant 24/6430)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:627: Awb, Wro; afwijzing aanvraag tegemoetkoming in planschade, intrekkingsbesluit, bestemmingsplannen, waardevermindering onroerende zaak, inkomensderving, (bouw)mogelijkheden, herhaling aangevoerde in beroep, onderschrijven oordeel rechtbank, meest ongunstige invulling gronden derden, indirecte planschade, vijfjaarstermijn/verstreken, aanvraag niet-ontvankelijk (Rb Zeeland-West-Brabant 23/12148)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:628: Awb, Hvw; afwijzing aanvraag woningvormingsvergunning, twee zelfstandige woonruimten, gemeentelijke huisvestingsverordening, gebied/verbod woningvorming, negatieve gevolgen, woonruimtevoorraad, leefbaarheid gebied, hardheidsclausule, bouwkundige splitsing, laatst vergunde situatie, bouwtekeningen, feitelijke situatie ten tijde van aanvraag, verklaringen ter zitting, betrokken bij verkoop woningen, verkoopbrochure, BRP, BAG (Rb Den Haag 23/8564)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:647: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, afsluiting gemotoriseerd verkeer, uitzondering lijnbussen, bussluis, beoordelingsruimte, verkeersbelangen, belangenafweging, beleidsruimte, evenredigheid, verkeersveiligheid, mono-functionaliteit, categoriseren, gegevens kentekenonderzoek, doorstroomverkeer, typen verkeersdeelnemers, verkeerskundige, effecten fietsverkeer, bereikbaarheid voorzieningen, reistijd gemotoriseerd verkeer, alternatieve scenario’s (Rb Midden-Nederland 23/1821, 23/1822 en 23/1824)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:622: Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca-inrichting, herhaling aangevoerd in beroep, gemotiveerde beoordeling, onjuist of onvolledig, APV, strijd bpl, activiteit toegestaan door planregels, parkeerproblemen, bosbestemming, avondhorecabedrijf, proceskostenvergoeding, impliciete intrekking, geen bijzondere omstandigheden (Rb Gelderland 24/2777 en 24/6154)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:621: Awb, Gmw; afwijzing handhavingsverzoek, (vermeende) overschrijding afstandsgrens, woonschip, geen overtreding, herhaling aangevoerde in beroep, gemotiveerde bespreking, onjuist of onvolledig, handhavingsverzoek staat centraal, voorschriften, Bouwbesluit 2012 (Rb Noord-Holland 24/3780)
¶ ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:629: Awb, Ow; onteigeningsbeschikking, aanleg randweg, pacht perceel van Rijksvastgoedbedrijf, verzoek bekrachtiging deels toegewezen/deels afgewezen, onteigening eigendomsrecht, onteigening pachtrecht, volledige bekrachtiging, afzonderlijke onteigening beperkte rechten of persoonlijke rechten, onteigening ziet op onroerende zaak, vrij van alle lasten en rechten, titelzuiverende werking, mogelijkheid gedeeltelijke bekrachtiging, minnelijke overeenstemming, volledige proceskostenvergoeding (Rb Zeeland-West-Brabant 25/1782)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 februari 2026, ECLI:NL:CBB:2026:36: Awb, Msw; champignonkwekerij, toezichthouders NVWA, VDM-register, champost, geen analyse, stikstof- en fosfaatgehalte, boete, Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, matiging, verantwoordelijkheid bemonstering, memorie van toelichting, leverancier, nota van toelichting Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, gevolgen voor het milieu, ambtshalve beoordeling overschrijding redelijke termijn, gewijzigd boetebeleid, matiging
* ABRvS 2 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:544: Awb, Waterwet; vovo, afwijzing verzoek intrekking watervergunning, onttrekken grondwater, geen schorsende werking instellen hoger beroep, ter uitvoering aangevallen uitspraak, nieuw besluit op bezwaar, efficiënte en finale geschilbeslechting, geen aanleiding afwijken uitgangspunt (Rb Gelderland 24/5253)
* ABRvS 2 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:552: Awb, Wro; vovo, wijzigingsplan, varkenshouderij, drie nieuwe stallen voor vleesvarkens, herstelbesluit, AERIUS-berekening, artikel 6:19 lid 1 Awb, spoedeisend belang, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken, tijdelijk deel omgevingsplan, toename oppervlakte dierenverblijf, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, concreet initiatief, verschuiving bouwvlak, representatieve invulling maximale mogelijkheden, stalsysteem, vergunning Natura 2000-activiteit, toewijzing verzoek
* Rechtbank Oost-Brabant 30 januari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:534: Awb, Wm; handhaving, invordering, landbouwexploitatiebedrijf, mestverwerkingsloods, propaangasgestookte installatie, brandstoftoevoerleiding, keuren, Activiteitenbesluit, Activiteitenregeling, gronden naar voren (kunnen) brengen tegen lod, uitzonderlijke gevallen, evident geen overtreding/geen overtreder, last onder dwangsom onherroepelijk, dwangsom verbeurd, in beginsel overgaan tot invordering, zwaarwegend gewicht, moment verlenen opdracht keuren, verzoeken verlengen begunstigingstermijn, risico eiseres, geen reden voor matiging
* Rechtbank Rotterdam 30 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:780: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, belanghebbende, rechtstreeks bij een besluit betrokken belang, objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, gevolgen van enige betekenis, aangrenzend perceel, misbruik van recht, artikel 7:11 Awb, handhavingsbesluit in vooruitzicht stellen, innerlijk tegenstrijdig, tijdverloop, geen samenstellende bestanddelen, in stand laten rechtsgevolgen, beoordeling ex nunc, Woningwet, “van niet-ingrijpende aard”, dwangsom niet tijdig beslissen
* Rechtbank Rotterdam 30 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:778: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en gemeentelijk monument, vervangen bestaande serre door nieuwe aanbouw, belanghebbende, rechtstreeks bij een besluit betrokken belang, objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, gevolgen van enige betekenis, aangrenzend perceel, misbruik van recht, relativiteit, niet vergunningvrij, uitleg planregels, welstandsadvies, welstandstoetsing, gelijkheidsbeginsel, verbod van willekeur, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 30 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:718: BW: kort geding, grootschalige renovatiewerkzaamheden, rijksweg, (verkeers)hinder, vordering, verbod geheel of gedeeltelijk afsluiten weg, toereikend verkeersbesluit, geen verkeersbesluiten genomen, geen sprake van een besluit in de zin van de Awb, geen bestuursrechtelijke rechtsgang open, vorderingen/burgerlijk recht, burgerlijke rechter bevoegd, noodzaak verkeersbesluiten, Wegenverkeerswet, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, vrijstelling, fasebenadering, langer dan viermaandentermijn, openstaan bestuursrechtelijk ingang, niet onrechtmatig, handelen zonder publiekrechtelijke vergunning, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, bestuurlijke beslissing, beleids- en beoordelingsvrijheid, werking navigatiesystemen, algoritmes, alternatief, onderliggende data en verkeersmodellen, afwijzing vorderingen
* Rechtbank Limburg 30 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:976: Awb; vovo en kortsluiten, bezwaar niet-ontvankelijk, niet handhavend optreden, privaatrechtelijke kwestie, niet op wegenlegger, geen gemeentegrond, voetpad, afsluiting met hek, niet meer toegankelijk, belanghebbende, voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, gevolgen van enige betekenis, afstand, geen zicht, feitelijk geen verandering directe leefomgeving, geen bijzonder individueel belang, alternatieve route, verzoek/geen belanghebbende, geen aanvraag, afwijzing handhavingsverzoek/geen besluit, terecht niet-ontvankelijk
* ABRvS 29 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:510: Awb, Wro; vovo, bpl, woningbouw, ladder voor duurzame verstedelijking, behoefte, provinciale verordening, doelgroepenverordening, borging sociale huurwoningen, bestemmingsomschrijving, parkeren, Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan, gemiddelde kencijferbenadering, CROW-publicatie 744, parkeerbehoefte, loopafstand, ontbreken voorwaardelijke verplichting, ruimtelijke aanvaardbaarheid, privacy, schaduwwerking, afwijzing verzoek
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:538: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit, bedrijfsgebouw, bezwaar, connexiteitseis, gevolgen van enige betekenis, funderingswerkzaamheden, spoedeisend belang, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, artikel 22.281 omgevingsplan, bruidsschat, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, “evenwichtige toedeling”, beleidsruimte, criterium “goede ruimtelijke ordening”, bouwhoogte, mogelijkheden beheersverordening, uitzicht, geluid, akoestisch rapport, beoordeling omgevingsdienst, uitzicht, participatie, omgevingsdialoog, afwijzing verzoek
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:533: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bopa, appartementencomplex en parkeerplaats, spoedeisend belang, bindend adviesrecht, principiële rechtsvraag, vergelijking met vvgb, bevoegdheid verlenen vergunning/aanvragen en verlenen vvgb, voorafgaande instemming, kwestie van openbare orde, ambtshalve toetsing, aanwijzing categorieën van gevallen, weigering omgevingsvergunning lozen hemelwater, waterberging, belangenafweging
¶ Rechtbank Limburg 29 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:954: Awb, Gmw, Ow; vovo, positieve weigering omgevingsvergunning kappen bomen, gemeentelijke bomenverordening, spoedeisend belang, gerede twijfel aan juistheid besluit, stamomtrek bomen, geen rapport, anders op objectieve/controleerbare wijze vastgesteld, geen bijzondere deskundigheid, wijze van meten door verzoeker, foto’s, onzorgvuldig voorbereid en genomen, ontoereikend gemotiveerd, ordemaatregel, onomkeerbare activiteit, strafbaar feit, gevorderde kapverbod, voorzieningenrechter/niet bevoegd, civiele rechter, niet-ontvankelijk verklaren bezwaar, discretionaire bevoegdheid
¶ Rechtbank Noord-Nederland 29 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:204: Awb, Gmw, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, vellen negen (potentieel) monumentale bomen, onverwijlde spoed, APV, beleidsregels, nieuwe woonwijk/ruimtelijke ontwikkeling, Boom Effect Analyse, stedenbouwkundig plan, wijziging omgevingsplan, belang behoud bomen/algemene termen, belang specifieke bomen, belangenafweging, vellen bomen onomkeerbaar, broeden vogels, rechtsbescherming, bouwrijp maken, aanleg nutsvoorzieningen, toewijzing verzoek, schorsing bestreden besluit
¶ Rechtbank Limburg 29 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:958: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bopa, opslag- en kegelbaangebouw, connexiteitsvereiste, spoedeisend belang, onverwijlde spoed, starten aanleg parkeerplaats, die vergunning/staat al in rechte vast, evident onrechtmatig besluit/geen sprake van, natuurtoestemming, één project, omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, advies en instemming GS, aangevraagde project, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, niet op voorhand onmogelijk, afwijzing verzoek
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:448: Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, bewoning bedrijfspand, strijd bpl, geen aanduiding “bedrijfswoning”, bijzondere omstandigheden, Harderwijk-uitspraak, vertrouwensbeginsel, mededeling maatschappelijk werker, Whatsapp-bericht ambtenaar, horen getuigen, enkele tijdsverloop, andere prioriteiten handhaving, gelijkheidsbeginsel, inschrijving BRP, persoonlijke omstandigheden, krapte woningmarkt, treffen voorlopige voorziening (Rb Den Haag 23/7483)
* ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:447: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, ambulancepost, Natuurnetwerk Nederland, kaartmateriaal, ecologische verbindingszone, quickscan, soortenbescherming, nesten huismussen, geluidrapport, voeren sirene en zwaailicht, aanhaakplicht, afwijzing verzoek (Rb Midden-Nederland 24/5196)
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:452: Sr, Wed, Msw; dierlijke meststoffen, melkvee, fosfaatrecht, strafbaarheid, artikel 9a WvSr, strafoplegging, verkoop bedrijf, plannen gemeentebestuur, bouw woonwijk, emissiearme stal, fosfaatreducerende maatregelen, financiële tegenslagen, ontbreken natuurtoestemming, PAS-melder, ingewikkeld conflict van plichten, uitspraak CBb, sterk verminderde verwijtbaarheid verdachte, geen oplegging van straf of maatregel
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:457: Sr, Sv; ontnemingszaak, ontvankelijkheid OM, wederrechtelijk verkregen voordeel, fosfaatrecht, verkoop bedrijf, plannen gemeentebestuur, bouw woonwijk, emissiearme stal, Regeling fosfaatreductieplan 2017, fosfaatrechtenstelsel, PAS-uitspraak, grote financiële problemen, tweespalt, voortbestaan bedrijf in gevaar, risicosfeer als ondernemer, pensioengerechtigde leeftijd, PAS-problematiek, uitzonderlijke situatie, betalingsverplichting/op nihil gesteld
* Rechtbank Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344: BW; klimaatzaak Bonaire, IPPC, gevolgen klimaatverandering voor Bonaire, zeespiegelstijging, KNMI, hoogteligging, mondiale ontwikkelingen klimaat, verdragsrecht, VN, Protocol van Kyoto, Glasgow Climate Pact, European Green Deel, Europese Klimaatwet, Fit for 55-pakket, Klimaatwet, staatskundige verhouding Koninkrijk, Hoge Raad, EHRM, artikelen 2 en 8 EVRM, KlimaSeniorinnen-uitspraak, collectieve acties/collectief niveau, ruime beleidsvrijheid, drie typen maatregelen, mitigatiemaatregelen, adaptatiemaatregelen, procedurele waarborgen, hoge drempel, overall-toetsing, ETS, beleidsinstrumenten, discriminatie, artikel 14 EVRM, grotere klimaatrisico’s dan Europees Nederland, middelen en uitvoeringsmacht, onrechtmatige daad, verklaring voor recht, bevel
¶ Rechtbank Noord-Holland 28 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:629: Awb, Ow; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, tuinbouw, bollenteelt, omgevingsplan, bruidsschat, bestemmingsplan, spoedeisend belang, bespuiten met gewasbeschermingsmiddelen, vovo in bezwaarfase, rechtmatigheid besluit, overtreding, akkerbouw, bestemmingsplanwetgever, weidevogelleefgebieden, geen strijd bpl/geenovertreding, belangen verzoekers, geen wettelijke bepalingen aan te houden afstanden, 50 m, bpl/onherroepelijk, voorbereiding omgevingsvisie, afwijzing verzoek
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:493: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, emissieplafond ammoniak, bevoegdheid tot handhaven, Gemeentewet, Besluit activiteiten leefomgeving, overtreding, aantal dierenplaatsen, daadwerkelijk aantal dieren, controlerapporten, tekst in de tabel, overgangsrecht, (on)duidelijkheid omschrijving last, belangenafweging, ontbreken duidelijkheid te nemen maatregelen, natuurbelang, toewijzen voorziening, schorsing bestreden besluit
* Rechtbank Noord-Nederland 28 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:270: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, facetherziening parkeren, ruimte voor het parkeren of stallen van auto’s, bijzondere omstandigheden, beleidsregels, uitleg bestemmingsplanvoorschrift, parkeren op eigen terrein, passeren gebrek, ondergrondse parkeervoorziening, verkeersveiligheid, parkeerbehoefte, CROW parkeerkencijfers, parkeertellingen, parkeerdrukgegevens, eerdere ontwerpbesluit, nieuwe bezonningsstudie, geen gewijzigde aanvraag, geen vooringenomenheid
* Gerechtshof Den Haag 27 januari 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:30: BW; leidingschade, regionaal netbeheer, Elektriciteitswet 1998, mechanische graafwerkzaamheden, kabelolie, verontreiniging grondwater en bodem, grondroerder, zorgplicht, WI(B)ON, graafwerkzaamheden, voorwaarden, aansprakelijkheid, bekrachtiging vonnis
* Rechtbank Limburg 27 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:830: Awb, Wet luchtvaart; afwijzing handhavingsverzoek, overvliegend zwaar vrachtverkeer, Maastricht Aachen Airport, wakevortexturbulentie, omvang van het geding, inhoud handhavingsverzoek, luchthavenbesluit, veiligheidszones, Runway End Safety Areas, vliegveiligheid, onderzoeken, opzet en ligging luchthaven, dalingshoek, luchthavenexploitanten, EVRM
* Rechtbank Gelderland 26 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:521: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, tussenuitspraak, zonder voorbehoud gegeven oordelen, uitzonderlijke gevallen, last te verstrekkend, rechtszekerheidsbeginsel, herziening beslissing op bezwaar, hobbymatig stallen en berijden paarden, zandlaag paardenbak, beroep van rechtswege, artikel 6:19 Awb, onmogelijk, geen zand aangebracht, ingezaaid met gras, controlerapport, verwijderen opgebrachte zandlaag/niet uitvoerbaar, duurzaam inzaaien bodem, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Limburg 26 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:792: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en uitvoeren van een werk, wandelpad, late publicatie, mededeling, gemeenteblad, fair play, beslissen op aanvraag zoals ingediend, geen bevoegdheid nadere voorschriften stellen, gecertificeerd boomveiligheidsinspecteur, proefsleuf, hydrologische, ecologische, bodemkundige en visuele waarden, afwijzing verzoek om schadevergoeding
* Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:103: BW; verbintenissenrecht, aanleg gasleiding, vollegronds tuinbouwbedrijf, Belemmeringenwet Privaatrecht, gedoogplicht, hoofdstuk 10 Omgevingswet, geen gedoogplicht opgelegd, onteigeningsrechtspraak, vereenzelviging, Algemene Voorwaarden, uitleg schriftelijk contract, maatstaven van redelijkheid en billijkheid, begroting schadevergoeding
* Rechtbank Den Haag 23 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1052: BW; kort geding, funderingswerken, NEN, NEN-norm, zelfverklaring, certificaat, paalfunderingen, NEN 9997-1, NEN 7201, draagkrachtberekeningen, paalklassefactoren, proefbelastingen, belang, zelfverklaringsprocedure/secretariaatsfunctie, NCS 7201, faciliterende rol, experts, Handboek Schemabeheer, afwijzing vorderingen
¶ Rechtbank Rotterdam 23 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:873: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, verbouwingswerkzaamheden, strijd omgevingsplan, kunststof kozijnen, vervangen door houten kozijnen, geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit/overtreding, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, moment bestreden besluit/geen definitieve aanvraag, conceptaanvraag, niet bereid verlenen medewerking afwijken omgevingsplan, rechtens onhoudbaar, vertrouwensbeginsel, e-mail, geen toezegging, evenredigheid, tijdsverloop, begunstigingstermijn, feestdagen, verlengen begunstigingstermijn met vier maanden
¶ Rechtbank Rotterdam 23 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:872: Awb, Ow; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, geluidoverlast, PowerNEST-installatie, geïntegreerd systeem van windturbines, zonnepanelen en aerodynamische lamellen, dak appartementencomplex, spoedeisend belang, dubbele woonlasten, Besluit bouwwerken leefomgeving, hetzelfde bouwwerkperceel, normering 30 dB, warmteterugwinning, nota van toelichting Bouwbesluit 2012, geluidrapport, windsnelheden, metingen, niet bevoegd tot handhavend optreden, afwijzing verzoek
* Rechtbank Gelderland 23 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:484: Awb, Wro; tegemoetkoming in planschade, indirecte planschade, schadeoorzaak/bpl, waardevermindering onroerende zaak, woningbouw, normaal maatschappelijk risico, normale maatschappelijke ontwikkeling, reeks van jaren gevoerd planologisch beleid, visie, uitbreidingsrichting bestaande dorpskern, ruimtelijke structuur omgeving, uitbreiding bestaande bebouwingscontour, feitelijk in de directe omgeving al aanwezig is, drempel 4%
* Rechtbank Gelderland 23 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:478: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, kap bomen, aanvullende motivering, beschrijving werkzaamheden, inspectie toezichthouder, foto’s inspectieverslag, geen andere bomen gekapt dan waarvoor vergunning is verleend, bestemmingsplan, geen tegenrapportage, nieuwe beroepsgronden, goede procesorde, zorgplicht, in de tussenuitspraak geformuleerde uitgangspunt, in stand blijven rechtsgevolgen, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Limburg 22 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:669: Awb, Gmw; handhaving, bestuursdwang, verwijdering fiets, Verordening fysieke leefomgeving, waarschuwingslabel, begunstigingstermijn, vijftien minuten, overtreding, redelijkheid begunstigingstermijn, kunnen opheffen overtreding, feitelijk weghalen fiets, geen spoedeisend bestuursdwang, evenredigheid
* Rechtbank Gelderland 22 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:450: Awb, Msw; boete, melkveehouderijbedrijf, intrekken derogatievergunning, twee afzonderlijke besluiten, derogatiebesluit/beroep CBb, toetsingskader, bewijslastverdeling, overschrijden gebruiksnorm, Handreiking bedrijfsspecifieke excretie melkvee (BEX), stikstofvervluchtiging graasdieren, voldoende betrouwbare en verifieerbare concrete bedrijfsspecifieke gegevens, matiging boete, (gefixeerde) boetebedragen, wetgever
* Rechtbank Gelderland 22 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:454: Awb, Msw; boete, overschrijden gebruiksnorm dierlijke mest, gebruiksnorm stikstof en gebruiksnorm fosfaat, melkveebedrijf, omvang beroep, intrekken derogatievergunning, twee afzonderlijke besluiten, derogatiebesluit/beroep CBb, toetsingskader, bewijslastverdeling, formulier BEX, gasvormige verliezen, vaststellen mestvoorraad, stikstof- en fosfaatgehalte, handhavingsmarges, matigen boete, overschrijding redelijke termijn, ambtshalve beoordeling bij boetezaken, geen reden (verdere) matiging
* Rechtbank Limburg 21 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:361: BW; overheidsaansprakelijkheid, professionele projectontwikkelaar, voornemen ontwikkelen nieuw bedrijventerrein, voorkeursrecht, motie, verklaring voor recht, gerechtvaardigd vertrouwen gewekt, schadevergoeding, onrechtmatige daad, maatstaf bestuursrechter, rechtens relevante toezegging, tweeslachtige houding, artikel 150 Rv, feiten en omstandigheden stellen, afwijzing vorderingen
* Rechtbank Den Haag 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:606: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, constructieve doorbraak woning, vergunningaanvraag, tekeningen, gewijzigde aanvraag, arceringen, onafhankelijk van elkaar uitvoeren, bouwkundig en functioneel onlosmakelijk zouden zijn verboden, splitsen bouwplan
* Rechtbank Noord-Nederland 21 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:132: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, niet-uitvoeren noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden, rijksmonument, boerderij, ernstig achterstallig onderhoud, overtreding, begunstigingstermijn, kennis voor reparaties/schaars, rieten dak, goten, boeilijsten, evenredigheid hoogte dwangsom, monumentaal element, herstelkosten per maatregel, redelijke verhouding
* Rechtbank Den Haag 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:960: Awb, Wabo; omgevingsvergunning wijzen kantoorruimten in een speelautomatenhal, ambtshalve beoordeling, procesbelang, geen concreet belang bij behandeling beroep, gevraagde vergunning gekregen, bestreden besluit onrechtmatig, schadevergoeding, civiele procedure, rechtbank niet bevoegd/schadevergoedingsverzoek, conclusie staatsraad advocaat-generaal Snijders
* Rechtbank Noord-Nederland 21 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:133: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, woningbouw, bevoegdheid, ambtshalve, Bor, verklaring van geen bedenkingen, categorieënbesluit, binnen de bebouwde kom, VNG-brochure, niet voldaan aan richtafstand, indicatief, gemotiveerd afwijken, akoestisch onderzoek, meten afstanden, maximale planologische en vergunningvrije uitbreidingsmogelijkheden, milieucategorie, grootte beoogde bouwwerk, strijd bpl, watertoets, oppervlakteverhardingen, draagvlak, beroep gegrond, nemen nieuw besluit
* Rechtbank Den Haag 20 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:714: Awb, Wabo; intrekking verleende omgevingsvergunning, schuurtjes op volkstuinen, maken wegen ten behoeve van volkstuinpercelen, inwerkingtreding besluit, vergunninghouder, degene die het project uitvoert, voor uitvoering verantwoordelijk, eigenaar of opdrachtgever, meer dan één (rechts)persoon, overdracht vergunning, melden, tenaamstelling, belanghebbende, eigendom, eigen, persoonlijk belang, belangenafweging, praktische belemmeringen, storten van met asbest vervuilde grond, wijziging planologische regime, landschappelijke waarden, dubbelbestemming, werken en werkzaamheden
* Rechtbank Noord-Nederland 20 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:99: Awb, TwG, BW; gedeeltelijke afwijzing aanvragen tot vergoeding van schade aan woning, mijnbouwactiviteiten, hardheidsclausule, wettelijk bewijsvermoeden, grenswaarde, schade metselwerk normaal gebouw, trillingen, huidige beoordelingskader, eerder behandelde, identieke schade, geen onbillijkheden van overwegende aard, schades van beperkte omvang, aardbevingsgebied, evenredigheid, verdisconteerde omstandigheid, Instituut onbevoegd
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:295: BW; aansprakelijkheid schade woning, aardbeving, nadere aktes, aard en inhoud partijdebat, vermeerdering van eis, ambtshalve, nieuwe feitelijke ontwikkeling, partijdeskundige, omvang hoger beroep, wettelijk bewijsvermoeden, csqn-verband, evidente en autonome oorzaak, trillingen, SBR-Trillingsrichtlijn A, EGMPE-methode, wiskundige modellen, voorspellende kans, meerdere schadeoorzaken, aanvullend deskundigenbericht, discretionaire bevoegdheid, voorschot, tussenarrest
* Rechtbank Gelderland 20 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:470: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, inrijverbod zes wegen, waterschap, beslissing op bezwaar, artikel 6:19 Awb, mandaat, hetzelfde bestuursorgaan, procesbelang, uniforme openbare voorbereidingsprocedure, bekendmaking, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, Bekendmakingswet, gemeenteblad, beoordelingsruimte, verkeersbelangen, belangenafweging, beleidsruimte, evenredigheid, sluipverkeer, verkeersveiligheid, leefbaarheid wegen, kentekenonderzoek, lusdata, meetpunt, waterbedeffect, geen concrete aanknopingspunten voor twijfel, omvang en duur verkeersbesluit, ontheffingen/leges, bereikbaarheid, alternatieven, nadeelcompensatie, égalitébeginsel, continuïteit bedrijfsvoering, omzetverlies
# Rechtbank Noord-Holland 20 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:594: Awb, Wnb; natuurvergunning, uitvoeren meerdere vormen populatiebeheer, gans, Natura 2000-gebied “Naardermeer”, instandhoudingsdoelstellingen, beheerplan, opdrachtbesluit, wijzigingsbesluit, ambtshalve toetsing, beheermaatregel, aangewezen habitattypen en vogelsoorten, ganzenvraat, hoofddoel activiteiten, vergunningvrij
* Rechtbank Den Haag 19 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:405: Awb, Wabo; weigering aanvraag omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, plaatsen bouwkeet voor maximaal 5 jaar, vergunningvrij bouwen, bijlage II bij het Bor, intrekking bouwvergunning. Functioneel voor bouwactiviteit, luchtfoto’s, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, overgangsrecht, gelijkheidsbeginsel, vermogensschade
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9131: Awb, Ow; omgevingsvergunning realiseren crisisnoodopvang, geen gebruikmaken mogelijkheid herstel gebrek, betekenis tussenuitspraak, leden gemeenteraad, toegang bezwaarschriften, bedoeling wetgever, verslag hoorzitting, advies bezwaarschriftencommissie, memorie van toelichting wetsvoorstel Omgevingswet, bindend adviesrecht/amendement, niet gebonden aan oordeel voorzieningenrechter, gebrek niet passeren met artikel 6:22 Awb, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Noord-Holland 19 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:617: Awb, Ow, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, gemeentelijke verordening, toewijzing verzoek, geen verweer, college niet ter zitting verschenen, feitelijke onduidelijkheden/niet opgehelderd, schorsen last onder dwangsom
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:155: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl en uitvoeren werkzaamheden, ontwikkelen percelen tot natuurgebied, omvang van het geding, ambtshalve toetsing, verklaring van geen bedenkingen, bevoegdheid tot verlening omgevingsvergunning, kwestie van openbare orde, aanwijzing categorieën gevallen, geen of nauwelijks meer onderscheidende betekenis, ruim en algemeen, opsteller antwoordnota zienswijzen, relativiteitsvereiste, overlast ganzen, overlast van onkruid, provinciale verordening, voorkomen tot bloei komen akkerdistels of akkermelkdistels, alternatief plan, tussenuitspraak
¶ Rechtbank Midden-Nederland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:64: Awb, Ow; omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit, aanbrengen toegangspoort, omgevingsplan, uitleg regels bestemmingsplan, rechtszekerheid, letterlijk uitleggen, regel op zichzelf duidelijk, geen betekenis niet-bindende toelichting, voetpad, calamiteiten, brandweer, aanvraag, handhaving, openbaar terrein, ander overig bouwwerk, bouwhoogte, geen strijd omgevingsplan, geen beleidsruimte, verplichting tot verlenen omgevingsvergunning
* Rechtbank Limburg 16 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:412: Awb, Woo; overlast stadspark, niet tijdig nemen besluit handhavingsverzoek, van rechtswege ontstane beroep handhavingsverzoek, niet tijdig nemen besluit Woo-verzoek, opleggen dwangsom, verzoek schadevergoeding, ingebrekestelling, procesbelang/alsnog een reëel besluit, niet-ontvankelijk, ambtshalve, belanghebbende, voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, gevolgen van enige betekenis, afstand, walmuur, geen zicht, geen bijzonder individueel belang, beroep prematuur, niet-ontvankelijk, schadevergoedingsrecht Burgerlijk Wetboek, causaal verband, verzoek onvoldoende toegelicht en onderbouwd
* Rechtbank Den Haag 16 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:596: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, legaliseren gebruik woonruimten en realisatie balkon, parkeren, parapluplan, parkeernormen, gemeentelijke parkeernota, CROW-publicatie 317, CROW-publicatie 744, parkeerkencijfer, parkeerbehoefte, salderen, zone, boven woonbestemming, onderdeel hoofdgebouw/gemengde bestemming, brandveiligheid en daglichttoetreding, Bouwbesluit 2012, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Den Haag 16 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:947: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, (vermeende) strijd bpl, meerdere huishoudens, overlast, reikwijdte handhavingsverzoek/niet meer uitbreiding na primaire besluit, bouwkundige splitsing, bestemmingsplan, begrip “wonen” niet gedefinieerd, algemeen spraakgebruik, uiteenlopende vormen van huisvesting, maximale aantal woningen/bouwregel, ziet niet op gebruik, eiseres woont niet meer in de woning/serieuze twijfel over procesbelang
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:142: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, twee-onder-een-kapwoning met twee garage-bergingen en 12 garageboxen, verklaring van geen bedenkingen, delegatiebesluit, te ruim, onverbindend, geen beperking in aard en omvang te vergunnen project, onvoldoende concreet, gebrek niet passeren met artikel 6:22 Awb, omvang van het geding, aanvraag, ruimtelijke onderbouwing, gebruik garageboxen, huurovereenkomst, rechtszekerheid, voorschriften, ruimtelijk relevant, eikenboom, boomeffectanalyse, voorschrift te ruim en onvoldoende concreet, constructieve toetsing paalfundering, tegendeskundige, waterinfiltratie, Regeling omgevingsrecht, uitgestelde indieningsvereisten, waterparagraaf, situatietekening, feitelijk uitvoerbaar, tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 15 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:937: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, kruimelgevallenregeling, tijdelijk plaatsen bedrijfswoning, beroep niet tijdig nemen besluit, geen procesbelang, niet-ontvankelijk, vaststellen dwangsom, volwaardigheid agrarische bedrijf, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, buitenplanse afwijkingsbevoegdheid, persoonlijke situatie vergunninghouder, ruimtelijke afweging, beleidsregels, verkeer, woon- en leefklimaat, geen draagkrachtige motivering
* Rechtbank Noord-Nederland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:191: Awb, TwG, BW; mijnbouwschade, fysieke schade, schadevergoeding, bewijsvermoeden, bodembeweging door mijnbouwactiviteiten, Praktische Uitwerking Deskundigen, SBR Trillingsrichtlijn A, geactualiseerde beoordelingskader, uniforme benadering, rechtszekerheid, effectgebied, rechtsbescherming, onafhankelijke deskundigenadvisering, csqn-verband, onafhankelijk adviseur, waarborgen onpartijdigheid, disclosure statements, Besluit Mijnbouwschade Groningen, evidente en andere uitsluitende oorzaak, zettingsgevoelige ondergrond, bodemonderzoek, AOS-melding, gemeten trillingswaarden, bodemopbouw, verzakking woning, kleigrond en veenlagen, wierdegrond, zettingsberekeningen, verschilzettingen veen, ontstaansmoment schade, herstelwerkzaamheden, trillingsrespons, empirisch model, scheefstand, bevoegdheid Instituut, herstelkosten, methode herstel
* Rechtbank Den Haag 14 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:857: BW; overheidsaansprakelijkheid, verklaring voor recht, onrechtmatig handelen Staat, toekennen fosfaatrechten, schadevergoeding, ontheffing/verhandelbare fosfaatrechten, melkveebedrijf, onjuiste primaire besluiten/onrechtmatige besluiten, berekenen schade, hypothetische situatie, Fosfaatreductieplan, aantal gemiste melkkoeien, spanningsklachten, causaal verband, uitspraak CBb, afwijzing vorderingen
* Rechtbank Den Haag 13 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:971: Awb, Wabo; afwijzing twee aanvragen omgevingsvergunning, veranderen pand, goede procesorde, stellen parkeereis, Besluit ruimtelijke ordening, beleidsregels, geen sprake van bevoegdheid, gemeentelijke nota, begrip “eigen terrein”, definitie, geen betaald parkeren, geen vrijstellingsmogelijkheden, autoparkeereis, evenredigheid, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
¶ Rechtbank Midden-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:30: Awb, Ow; bezwaar niet-ontvankelijk, besluit gemeenteraad, beroep kennelijk ongegrond, uitspraak zonder zitting, instemming voorstellen college van burgemeester en wethouders, kantoorlocatie omvormen naar een gebied met woonfunctie, principebesluit, participatie, participatieniveau, besluit, publiekrechtelijke rechtshandeling, rechtsgevolg, algemeen verbindend voorschrift, amendement, politiek-bestuurlijke keuze, omgevingsplan, beroep Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, geen concretiserend besluit van algemene strekking, participatiebeleid, geen avv
* Rechtbank Den Haag 29 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26977: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, uitbouw ter uitbreiding van een woning, uitleg planregels, zijgevelbouwgrens, beleidsregels, bouwtekeningen, goothoogte, druiplijn dak, schade woning/burgerlijke rechter, straatbeeld, schaduwhinder, vermindering uitzicht, geluid, bezonningsstudie, verzoek tegemoetkoming in planschade, evidente privaatrechtelijke belemmering, vervangende toestemming
* Rechtbank Den Haag 18 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26979: Awb, Woningwet; handhaving, invordering, lid Vereniging van Eigenaars, toezichthouder, last onder dwangsom, Bouwbesluit 2012, gebreken pand, procesbelang, dwangsom betaald, mogelijk regresrecht, tegen lod geen rechtsmiddelen aangewend, last onherroepelijk geworden, uitzonderlijke gevallen, zwaarwegend gewicht belang invordering, deugdelijke en controleerbare vaststelling, lijst gebreken, controle/geen rapport opgesteld, e-mail, foto’s, stelling niet nader toegelicht/niet nader onderbouwd met bewijsstukken
* Rechtbank Den Haag 18 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26984: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitvoeren werk of werkzaamheid en afwijken bpl, aanleg wandelpad en kavelpad, uitleg bpl, extensief recreatief medegebruik, landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden, geen ruimte nadere belangenafweging, natuurbelang, ecologisch werkprotocol, relativiteitsvereiste, stikstofdepositie, verkeer, quad, landbouwvoertuigen, alternatieven, participatie
* Rechtbank Amsterdam 15 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9970: Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, verbod aanplakbiljetten aanbrengen in openbare ruimte, bevoegdheid, motiveringsgebrek, verweerschrift/verwijzing juiste wetsartikel, passeren gebrek, overtreder, functioneel daderschap, strafrechtelijke criteria, normale bedrijfsvoering, ongeclausuleerd beschikbaar stellen aanplakbiljetten, onvoldoende verantwoordelijkheid genomen, willens en wetens
* Rechtbank Amsterdam 15 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9971: Awb, Gmw; handhaving, preventief opgelegde dwangsom, APV, evenement, vertonen wedstrijd, public viewing, klaarblijkelijk gevaar voor overtreding, dreiging overtreding, evenredigheid, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Amsterdam 15 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9969: Awb; afwijzing handhavingsverzoek, regels mengformule, procesbelang, bedrijf gesloten op locatie, horeca-activiteit, ondergeschiktheid, doel/kan niet meer worden bereikt, actuele belang vervallen, geen belang bij inhoudelijk oordeel, schade/hinder, besluit bestuursorgaan, principiële bezwaren, reëel en actueel procesbelang, beroep niet-ontvankelijk
* Rechtbank Amsterdam 9 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9658: Awb, Gmw; afwijzing handhavingsverzoek, evenementenvergunningen, kermis, lichthinder, procesbelang, periodiek terugkerend evenement, stroboscopische verlichting attracties, geen schriftelijke vastlegging bevindingen toezichthouder, voorschrift, onduldbare geluidhinder, toetsingskader/ook toegepast bij onaanvaardbare lichthinder, lichtbeperkende voorschriften, toezegging kermisexploitant
* Rechtbank Den Haag 9 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26976: Awb, Wabo; weigering aanvraag omgevingsvergunning, legaliseren dakkapel achterkant woning, redelijke eisen van welstand, stadsbouwmeester, welstandsadvies, kleur en positionering dakkapel, bestaande daklandschap, ex tunc-toetsing, precedent, evenredigheid, verkeerde plaatsing aannemer, permanent bouwwerk, zwaarder gewicht vasthouden welstandseisen
* Rechtbank Gelderland 4 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9263: Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen laadarm, procesbelang, schade door besluitvorming, lod Omgevingswet, inhoud beslissing op bezwaar, niet herroepen of ingetrokken, geen wijzigingsbesluit, primaire besluit op dit punt herroepen, APV, gebruik weg, publieke functie, “normaal”, bruikbaarheid weg, welstand, welstandsadvies, exceptieve toets, artikel 2.1 Omgevingsbesluit, Gemeentewet, overgangsfase, beginselplicht handhaving, evenredigheid, algemene beginselen van behoorlijk bestuur
* Rechtbank Den Haag 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26862: Awb, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, geluidoverlast pluimvee, APV, spoedeisend belang, advies deskundige, concrete aanknopingspunten voor twijfel, geluidtechnisch onderzoek, meetapparatuur, meteorologische omstandigheden, langtijdsgemiddelde geluidsniveau, maximale geluidsniveaus, tonale en impulsieve karakter geluid, stemgeluid hanen, geen reden voor twijfel, stoorgeluid, belangenafweging, beroep ongegrond en afwijzing verzoek
* Rechtbank Midden-Nederland 9 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7428: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, aanwijzing twee parkeerplaatsen/opladen elektrische voertuigen, beoordelingsruimte, verkeersbelangen, belangen afwegen, beleidsruimte, evenredigheid, beleid, schoner verkeer, bezettingsgraad, parkeerdruk, nadeel, vergunningengebied, minder reguliere parkeerplaatsen, parkeervergunning
* Rechtbank Amsterdam 2 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10553: BW; deskundige, onderzoek aangevangen, opvragen datasets, regiezitting, geschil wijze aanleveren datasets, Leidraad deskundigen in civiele zaken, jurisprudentie, beginsel van hoor en wederhoor, eerlijk proces, artikel 6 EVRM, regie onderzoek, ordenen gegevens en ter beschikking stellen aan beide partijen, praktisch, toelaatbaar, vertrouwelijkheid stukken, (mogelijke) doorverspreiding van stukken, vertrouwelijkheid, geheimhouding/beperkte kennisneming
* Rechtbank Oost-Brabant 6 oktober 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5041: Awb, Wet luchtverkeer; ontheffing minimum VFR-vlieghoogte, vliegoefeningen met transportvliegtuigen, manoeuvres, beam-nadering, procesbelang, Handboek van het Luchtverkeersvoorschrift, omvang geding, strekking besluit, ontheffingen/geen betrekking beamnaderingen, landingsprocedures, objectieve, verifieerbare gegevens, ontvankelijkheid bezwaren, procedurele gebreken, geen ander oordeel dan primaire besluit/bezwaar ongegrond (uitspraak in hoger beroep: ABRvS 31 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6427)
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:634: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, legalisering gebruik appartement/kantoor, vertrouwensbeginsel, persoonsgebonden omgevingsvergunning, derde stap, verplichting nakoming, uitoefening bevoegdheid, uitvoering opdracht tussenuitspraak/persoonsgebonden omgevingsvergunning verleend, zaaksgebonden omgevingsvergunning, beleidsruimte, goede ruimtelijke ordening, gebrek hersteld, einduitspraak na tussenuitspraak
7.2. Anders dan [appellant] betoogt, heeft het college naar het oordeel van de Afdeling voldoende gemotiveerd waarom een zaaksgebonden omgevingsvergunning voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een appartement/kantoor als bedrijfswoning in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het college heeft toegelicht dat het college het toevoegen van een bedrijfswoning op de betreffende locatie onwenselijk acht, omdat een bedrijfswoning, net als een reguliere woning, zorgt voor verkleuring van het bedrijventerrein. Dat wil het college voorkomen. Het door het college gevoerde beleid is er namelijk op gericht om kleine bedrijfslocaties, zoals het binnenstedelijk bedrijventerrein Rapenland, waar het in deze zaak om gaat, te behouden, te ontwikkelen en te stimuleren. Het toevoegen van een bedrijfswoning is in strijd met dat beleid.
7.3. De conclusie is dat het college geen zaaksgebonden omgevingsvergunning hoefde te verlenen, omdat het college een zaaksgebonden omgevingsvergunning in strijd heeft mogen achten met een goede ruimtelijke ordening.
8. De Afdeling stelt vast dat het college een persoonsgebonden omgevingsvergunning aan [appellant] heeft verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een appartement/kantoor aan de [locatie] in Eindhoven als bedrijfswoning. Daarmee is het college naar het oordeel van de Afdeling tegemoet gekomen aan het bij [appellant] opgewekte gerechtvaardigde vertrouwen dat aan hem een persoonsgebonden omgevingsvergunning voor dat gebruik zou worden verleend. Dat betekent dat het college tegemoet is gekomen aan de opdracht in de tussenuitspraak en het gebrek in het besluit van 26 januari 2021 heeft hersteld.
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:607: Awb, Woo; verzoek openbaarmaking informatie, destructiebedrijf, Uniek Bedrijfsnummers, milieu-informatie, rechtspraak Hof van Justitie van de Europese Unie, emissies in het milieu, bedrijfsgegevens, persoonsgegevens, AVG, actief toezichtinformatie openbaar maken, gezondheid en veiligheid mens, onlosmakelijk verbonden, belangenafweging, uitspraak na judiciële lus
18. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het verzoek van Stichting Animal Rights, en in dat verband ook de gevraagde bedrijfsgegevens, milieu-informatie betreft. Informatie over het ter destructie aanbieden van levende dieren zegt namelijk iets over de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van verontreiniging van de voedselketen. Niet alleen dierlijke bijproducten zijn een potentiële bron van risico’s voor de volksgezondheid, maar ook levende dieren die zich tussen die dierlijke bijproducten bevinden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1432, onder 5.1). De onder 14 genoemde bedrijfsgegevens bevatten op zichzelf geen informatie over de toestand van elementen van het milieu, maar zijn in dit geval wel onlosmakelijk verbonden met de informatie over het ter destructie aanbieden van levende dieren die wel milieu-informatie betreffen. Openbaarmaking van dergelijke misstanden is weinig effectief als deze niet gerelateerd kunnen worden aan de bedrijfsgegevens. Daarom moeten bedrijfsgegevens in dit geval ook worden aangemerkt als milieu-informatie (vergelijk de uitspraak van 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3490, onder 11.2). Anders dan Stichting Animal Rights betoogt, ziet het verzoek niet op emissiegegevens. Het verzoek richt zich namelijk op misstanden in de voedselketen en het toezicht dat daarop wordt gehouden, niet op de uitstoot van emissies als zodanig. Dat betekent dat de minister hier wel een belangenafweging moet maken.
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:609: Awb, Wro ; bpl, strandpaviljoens, horeca en recreatie, surfschool, ontvankelijkheid, omgevingsvergunning, bpl/herhaalde toepassing, recreatieve activiteiten, toename van publiek, verkeersbewegingen, ruimtelijke aanvaardbaarheid, stikstof, relativiteitsvereiste, pachter/gronden binnen Natura 2000-gebied, bedrijfsbelangen, stikstofrapport
8.5. Westbeach Events B.V. pacht gronden binnen het betrokken Natura 2000-gebied en heeft een bedrijfseconomisch belang bij het aanbieden van recreatieve watersportactiviteiten in dat gebied. De door de Wnb beschermde waarden kunnen mede een reden zijn voor bezoekers om gebruik te maken van het aanbod van Westbeach Events B.V. Om die reden zou Westbeach Events B.V. direct in zijn bedrijfsbelangen kunnen worden getroffen door een aantasting van het Natura 2000-gebied. De Afdeling is daarom van oordeel dat er sprake is van een zodanige verwevenheid tussen het belang dat de Wnb beoogt te beschermen en het belang van Westbeach Events B.V., dat de bepalingen van de Wnb in dit geval kennelijk ook strekken tot bescherming van het belang van Westbeach Events B.V. Het betoog zal daarom hierna inhoudelijk worden besproken.
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:600: Awb, Wob; verzoek om openbaarmaking informatie, besluiten toekenning fosfaatrechten, melkveebedrijven, relatienummer, dossierinformatie, beschikkingsnummers, onevenredig benadelen, melkproductie, emissiegegevens, Wet milieubeheer, melkproductie, uitstoot, invloeden emissies op milieu, fosfaat, overschrijding redelijke termijn (Rb Overijssel 22/10)
8.4. De op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo geweigerde onderdelen betreffen gegevens over de totale melkproductie en de gemiddelde melkproductie in liters. Deze onderdelen bevatten geen gegevens die daadwerkelijke uitstoot betreffen en bevatten ook geen gegevens over de invloeden van die emissies op het milieu. Anders dan door de maatschap gesteld is er geen direct of indirect verband tussen de gemiddelde melkproductie per melkkoe en de totale melkproductie van een onderneming enerzijds en de emissie per melkkoe of de emissie van het totale aantal melkkoeien van een onderneming anderzijds. Zo kan door optimale voeding de melkproductie van een melkkoe worden verhoogd, maar tegelijkertijd de emissie van diezelfde koe worden verlaagd omdat door de voeding de nutriënten efficiënter door de koe worden omgezet. Evenzo kan bij niet optimale voeding een verhoogde melkopbrengst samengaan met hogere emissies, zoals methaan uit de pens of stikstofverliezen uit de mest. Dit betekent tevens dat de betreffende melkproductiegegevens geen betrekking hebben op de emissie van fosfaat door de betreffende koe dan wel koeien als bedoeld in hiervoor onder 8.3 genoemde rechtspraak van het Hof van Justitie. Daarbij levert het normale gebruik van melk geen voorzienbare emissie op (vergelijk het arrest van 23 november 2016, Commissie/ACC, ECLI:EU:C:2016:889¸punt 77-83). De totale melkproductie in 2015 en de gemiddelde melkproductie per melkkoe in 2015 zijn daarom niet aan te merken als emissiegegevens. Artikel 5.1, zevende lid, van de Woo is daarom niet van toepassing. (…)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:644: Awb, Wabo; afwijzing verzoek (gedeeltelijk) intrekken lasten onder dwangsom, invorderingsbesluiten, procesbelang, verzoek vergoeding proceskosten, gestelde schade, niet-ontvankelijk, artikel 5:34 Awb/twee situaties, uitzonderlijke gevallen, overtreder, functionele pleger, overtreding, erfinrichtingsplan (Rb Overijsel 22/1042, 22/2318 en 23/611)
9.1. Op verzoek van een overtreder kan het bestuursorgaan dat een last onder dwangsom heeft opgelegd, deze last opheffen. In artikel 5:34 zijn twee situaties genoemd die daartoe aanleiding kunnen geven. De Afdeling heeft eerder overwogen dat ook andere, niet in artikel 5:34 van de Awb bedoelde omstandigheden, tot opheffing van de last kunnen leiden (de uitspraken van 24 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5746, en 6 september 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY7586). Voor het antwoord op de vraag welke andere omstandigheden dat zijn, sluit de Afdeling aan bij de rechtspraak over invordering van verbeurde dwangsommen (de uitspraak van 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466, onder 2.2). Dit betekent dat een belanghebbende in een procedure over de opheffing van de last vanwege andere omstandigheden dan genoemd in artikel 5:34 van de Awb, in beginsel niet met succes gronden naar voren kan brengen die hij tegen de last onder dwangsom naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan slechts in uitzonderlijke gevallen. Een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld worden aangenomen indien evident is dat er geen overtreding is gepleegd en/of betrokkene geen overtreder is.
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:646: Awb, Wro; bpl, woningbouw, herstelbesluit, ladder voor duurzame verstedelijking, kwantitatieve behoefte, primair verzorgingsgebied, kwalitatieve behoefte, binnenstedelijk gebied, vergelijkbaar woonmilieu, provinciale verordening, stiltegebied, relativiteitsvereiste, Omgevingsregeling, RMG2012, CROW-publicatie 217, modeluitdraai, voorwaardelijke verplichting, stille elementverhardingen, cultuurhistorische waarden, landschap, gebiedsbescherming, uitvoerbaarheid, soortenbescherming, Besluit activiteiten leefomgeving, generieke vrijstelling, quickscan, nader ecologisch onderzoek, bodemkwaliteit, financiële uitvoerbaarheid, vormvrije m.e.r., tussenuitspraak
12.6. Ten aanzien van het betoog van de stichting dat de berekeningen in het akoestisch onderzoek van 29 november 2024 ten onrechte zijn uitgevoerd volgens de Omgevingsregeling onder de Omgevingswet overweegt de Afdeling als volgt. Op de zitting heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat het ervoor mocht kiezen om de berekeningen uit te voeren volgens de Omgevingsregeling en dat het niet hoefde aan te sluiten bij het RMG2012. De raad heeft verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3356, onder 13, waarin de Afdeling heeft overwogen dat het toepassen van de emissiefactoren uit de Rav niet onder het overgangsrecht vallen, en dat het overgangsrecht er niet aan in de weg staat dat aansluiting wordt gezocht bij emissiefactoren die zijn opgenomen in de Omgevingsregeling. De raad voert aan dat dit ook geldt voor het RMG2012, in de zin dat dit niet valt onder het overgangsrecht dat onder 1 van deze uitspraak is opgenomen. Omdat de IOVPU geen rekentool voorschrijft waarmee de geluidsniveaus in de bufferzone stiltegebied moeten worden berekend, staat het overgangsrecht er niet aan in de weg dat de geluidsniveaus in het akoestisch onderzoek van 29 november 2024 zijn berekend aan de hand van de Omgevingsregeling. De Afdeling kan dit standpunt volgen. Op de zitting heeft de stichting zich op het standpunt gesteld dat de raad de berekeningen niet volgens de Omgevingsregeling heeft mogen toepassen, omdat de raad niet heeft onderbouwd dat de uitgangspunten van het RMG2012 niet juist zijn, wat wel het geval was in de uitspraak over de emissiefactoren van de Rav. De Afdeling volgt dit standpunt niet. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de rekentool is gewijzigd zodat deze is aangepast aan huidige inzichten. De Afdeling kan het standpunt van de raad volgen dat het toepassen van de rekentool volgens de Omgevingsregeling een betrouwbaardere benadering van de werkelijkheid is. De betogen slagen in zoverre niet.
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:604: Awb, Wro; bpl, collectieve woonvorm, recreatiewoningen, hobbymatig houden paarden, atelier voor beroep aan huis, initiatief planologisch-juridisch faciliteren, vereisten/niet ruimtelijk relevant, formulering planregels, recreatiewoningen, strijd met rechtszekerheidsbeginsel
4.1. De Afdeling is van oordeel dat artikel 1.27, artikel 6.1, aanhef en onder a, en artikel 6.2.1, aanhef en onder a, van de planregels in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. De planregels over de collectieve woonvorm staan het gebruik voor wonen toe aan personen die lid van de woonvereniging en eigenaar van de gronden en opstallen zijn, terwijl deze vereisten niet planologisch relevant zijn. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3229, onder 2.5.1, kan bijvoorbeeld de invloed op de ruimtelijke uitstraling van het gebruik wel planologisch relevant zijn. De eisen in de planregels dat personen die in de woning en/of bijgebouwen wonen lid van een woonvereniging en gedeeltelijk eigenaar van de gronden en opstallen zijn, hebben echter geen invloed op de ruimtelijke uitstraling van het gebruik. (…)
* ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:615: Awb, Wnb; natuurvergunning, militaire trainingsactiviteiten, range, militair terrein, Nederland en NAVO-bondgenoten, Hinderwetvergunning, referentiesituatie, vliegtuigen en helikopters, incidenteel hoger beroep, ontvankelijkheid hoger beroep commandant Air Combat Command, belanghebbende, rechtstreeks belang, parallel, geen zelfstandig belang, contractuele relatie (dienstverband), één-en-hetzelfde project, Doel-arrest, relevante referentiedatum/toestemming verleend, 18 december-uitspraak, intern salderen, additionaliteitsvereiste, omvang gebruik referentiedatum, eerder objectief bepaalbaar moment, gebruik helikopters, vliegtuigtypes, aanvliegroutes, aanvliegroutes, ambtshalve onderzoeken/vervallen Hinderwetvergunning, controleerbaarheid invoergegevens stikstofberekening, geluidcontouren, niet openbaar, monitoringsverplichting, nieuw besluit nemen op de aanvraag (Rb Noord-Nederland 22/1345)
3.5. De Afdeling is van oordeel dat het belang van de commandant van het Air Combat Command bij de verlening van de vergunning parallel is aan en niet anders van aard is dan het belang van de staatssecretaris van Defensie. De commandant van het Air Combat Command heeft geen eigen zelfstandig belang bij de verlening van de vergunning, maar een afgeleid belang, dat ontleend is aan een contractuele relatie (het dienstverband). De commandant van het Air Combat Command kan daarom niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Daarbij betrekt de Afdeling dat niet is gesteld dat een fundamenteel recht van de commandant van het Air Combat Command bij het besluit is betrokken, waardoor in dit geval toch een rechtstreeks belang moet worden aangenomen.
7.1. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof), waaronder de arresten van 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882 (PAS) en 29 juli 2019, ECLI:EU:C:2019:622 (Doel), volgt dat projecten waarvoor toestemming is verleend voordat artikel 6, derde lid, van de Hrl van toepassing werd voor een Natura 2000-gebied (= referentiedatum), na die datum niet alsnog toestemming behoeven op grond van dat artikel, mits/zolang sprake is van voortzetting van één-en-hetzelfde project. Het Hof heeft in punt 86 van het PAS-arrest overwogen dat een activiteit kan worden aangemerkt als één-en-hetzelfde project waarvoor geen nieuwe beoordeling nodig is op grond van artikel 6, derde lid, van de Hrl “mits het daarbij gaat om één enkele verrichting die zich kenmerkt door een gemeenschappelijk doel, continuïteit en volledige overeenstemming, met name wat betreft de plaatsen waar en de voorwaarden waaronder de activiteit wordt uitgevoerd”. In punt 35 van het arrest van 10 november 2022, ECLI:EU:C:2022:864 (AquaPri) heeft het Hof over de ongewijzigde voortzetting van een natuurvergunde activiteit overwogen: “Wanneer een activiteit die significante gevolgen kan hebben voor een beschermd gebied, reeds in de projectfase is vergund, kan de voortzetting van die activiteit echter slechts worden aangemerkt als een nieuw of afzonderlijk project waarvoor krachtens artikel 6, lid 3, eerste volzin, van richtlijn 92/43 een nieuwe beoordeling moet worden verricht, indien er tussen de vergunde activiteit en de voortgezette activiteit – met name gelet op de aard van deze activiteiten alsook op de plaats waar en de voorwaarden waaronder zij worden uitgevoerd – geen continuïteit en identiteit bestaat”.
7.7. De Afdeling is van oordeel dat de minister zich in de voorliggende natuurvergunning terecht op het standpunt stelt dat het project waarvoor op de referentiedatum toestemming was verleend, sindsdien niet is voortgezet als één-en-hetzelfde project. Daarbij heeft de minister kunnen betrekken dat de in 7.5 genoemde milieu(veranderings-)vergunningen nodig waren om aanpassingen in het grondgebonden gebruik van de inrichting, die feitelijk ook zijn doorgevoerd, mogelijk te maken. De Afdeling voegt daar aan toe dat de inrichting van het terrein die is weergeven op de kaart die hoort bij de Hinderwetvergunning en die relevant is voor de exploitatiemogelijkheden van het terrein, door de verplaatsing van de strafing targets anders is dan de inrichting van het terrein waarvan in de aanvraag voor de natuurvergunning wordt uitgegaan. In die aanvraag wordt ervan uitgegaan dat de strafing targets zijn verplaatst. De daarmee verband houdende omkering van de vliegroute maakt onderdeel uit van de aanvraag voor de natuurvergunning. De aanvraag voor de natuurvergunning heeft ook daarom geen betrekking op de voortzetting van één-en-hetzelfde project als waarvoor op de referentiedatum toestemming was verleend.
8.3. (…) Dat in dit geval, anders dan in de 18 december-uitspraak, geen sprake zou zijn van een situatie waarin intern salderen wordt ingezet als mitigerende maatregel in de passende beoordeling, zoals de staatssecretarissen van LVVN en Defensie naar voren brengen, deelt de Afdeling niet. De verlening van de vergunning is gebaseerd op een passende beoordeling waarin een vergelijking is gemaakt van de gevolgen die zijn toe te rekenen aan het gehele project na wijziging (dus inclusief de ongewijzigd blijvende onderdelen) met de gevolgen die zijn toe te rekenen aan de meest beperkende toestemming na de referentiedatum voor het lucht- en grondgebonden gebruik van de Vliehors Range. In de passende beoordeling zijn dus de rechtstreekse gevolgen van de wijziging, beëindiging en continuering van de bestaande vergunde situatie betrokken. Dat is de inzet van intern salderen als mitigerende maatregel waarover de 18 december-uitspraak gaat (zie overweging 21 van die uitspraak). Dat betekent dat bij de verlening van de vergunning de referentiesituatie onder de voorwaarden die uiteengezet zijn in de 18 december-uitspraak, als mitigerende maatregel in de passende beoordeling mocht worden betrokken.
9.2. Als er in de Natura 2000-gebieden waarop de activiteiten van de Vliehors Range geluidverstoring en stikstofdepositie veroorzaken, instandhoudings- of passende maatregelen nodig zijn die gericht zijn op vermindering van verstoring door geluid of vermindering van stikstofdepositie, dan kan de referentiesituatie als mitigerende maatregel alleen in de passende beoordeling worden betrokken als voldaan is aan het additionaliteitsvereiste. De minister moet dan bij de verlening van de natuurvergunning, gelet op wat hiervoor onder (1) en (2) staat, motiveren dat het behoud van de staat van instandhouding door het treffen van instandhoudingsmaatregelen is gewaarborgd of dat het herstel van de staat van instandhouding mogelijk blijft. Daarnaast moet de minister, gelet op wat onder (3) staat, motiveren op welke wijze hij invulling geeft aan de beoordelingsruimte die hij heeft bij de keuze van de te treffen passende maatregelen. De minister kan daarbij, anders dan de staatssecretarissen veronderstellen, niet volstaan met de enkele stelling dat de beëindiging of beperking van de activiteiten op de Vliehors Range naar zijn aard geen geschikte maatregel kan zijn, omdat de Vliehors Range van elementair belang voor de (inter-)nationale veiligheid is. Dat – overigens zeer reële en grote – belang kan wel een rol spelen bij de keuze van de treffen maatregelen en de invulling van de beoordelingsruimte, maar dat ontslaat de minister niet van de plicht om te motiveren dat dat de beëindiging of beperking van de activiteiten op de Vliehors Range als maatregel niet nodig is. Artikel 2, derde lid, van de Hrl en artikel 1.10, derde lid, van de Wnb verzetten zich niet hiertegen. Uit deze bepalingen volgt dat het bestuursorgaan bij het treffen van maatregelen rekening houdt met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied en met de regionale en lokale bijzonderheden. Met deze bepalingen kan rekening worden gehouden bij het maken van een keuze van de te treffen maatregelen. Deze bepalingen strekken er niet toe dat bepaalde maatregelen per definitie niet als geschikt kunnen worden aangemerkt.
20.6. De Afdeling is van oordeel dat uit de hiervoor aangehaalde bepalingen uit de Wet luchtvaart, het Bml en de Regeling houdende aanwijzing militaire luchthavens volgt dat artikel 34 van het Bml van toepassing is op de Vliehors Range. In deze procedure betekent dat dat de invoergegevens voor de stikstofberekening en berekening van de geluidcontouren die onder het bereik van artikel 34 van het Bml vallen, niet openbaar zijn. Het gaat dan om de prestatiegegevens met bijbehorend geselecteerd motorvermogen van militaire luchtvaartuigen. Daaronder worden ook de gegevens begrepen die met behulp van openbare gegevens tot de prestatiegegevens zijn te herleiden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:944). Gelet hierop slaagt het betoog van de Waddenvereniging en Natuurmonumenten dat er geen rechtvaardiging of basis is voor het geheimhouden van bepaalde invoergegevens van de stikstofberekening en de berekening van de geluidcontouren, niet.
¶ ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:629: Awb, Ow; onteigeningsbeschikking, aanleg randweg, pacht perceel van Rijksvastgoedbedrijf, verzoek bekrachtiging deels toegewezen/deels afgewezen, onteigening eigendomsrecht, onteigening pachtrecht, volledige bekrachtiging, afzonderlijke onteigening beperkte rechten of persoonlijke rechten, onteigening ziet op onroerende zaak, vrij van alle lasten en rechten, titelzuiverende werking, mogelijkheid gedeeltelijke bekrachtiging, minnelijke overeenstemming, volledige proceskostenvergoeding (Rb Zeeland-West-Brabant 25/1782)
8. De Omgevingswet kent niet de mogelijkheid van afzonderlijke onteigening van beperkte rechten, of van persoonlijke rechten, zoals huur of pacht. Onteigening ziet in alle gevallen op de onroerende zaak. Zie artikel 11.1 van de Omgevingswet (onteigening van onroerende zaken in het algemeen belang) en artikel 11.3, eerste lid, van de Omgevingswet (de onteigeningsbeschikking wijst de te onteigenen onroerende zaken aan), toegelicht in Kamerstukken II, 2018-2019, 35133, nr. 3, p. 98. Door de onteigening van de onroerende zaak verkrijgt de onteigenaar de eigendom vrij van alle lasten en rechten die met betrekking tot de onroerende zaak bestaan. Zie artikel 11.18, eerste lid, van de Omgevingswet. Door deze zogenoemde titelzuiverende werking van de onteigening wordt de onroerende zaak bevrijd van alle lasten en rechten die op deze zaak rusten. In de situatie dat de onteigenaar overeenstemming heeft bereikt met de eigenaar, maar, zoals in dit geval, de eigenaar de onroerende zaak niet vrij van pacht oplevert en de onteigenaar geen overeenstemming heeft bereikt met de pachter over beëindiging van het pachtrecht, moet, om de onroerende zaak van het pachtrecht te bevrijden, de onroerende zaak ter onteigening worden aangewezen. Daarbij moet aan alle door de Omgevingswet daartoe gestelde vereisten worden voldaan. In een dergelijk geval kan bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking die betrekking heeft op de onroerende zaak niet (gedeeltelijk) worden afgewezen op grond van het ontbreken van de noodzaak voor het onteigenen van het eigendomsrecht op die onroerende zaak. De rechtbank heeft dit, zo volgt uit overweging 7.6 en het dictum van de bestreden uitspraak, niet onderkend, en heeft de verzochte bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking die betrekking heeft op het perceel G659 ten onrechte beperkt tot het op de onroerende zaak rustende pachtrecht, onder afwijzing van de verzochte bekrachtiging voor zover deze betrekking heeft op de eigendom van de onroerende zaak. Aan het vorenstaande doet niet af dat artikel 16.108, tweede lid, van de Omgevingswet voorziet in de mogelijkheid van gedeeltelijke bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking. Die mogelijkheid ziet niet op een geval als hier aan de orde, maar ziet bijvoorbeeld op het geval waarin de rechtbank oordeelt dat ten aanzien van een deel van de in de onteigeningsbeschikking betrokken onroerende zaak of zaken niet wordt voldaan aan de onteigeningscriteria van artikel 11.5 van de Omgevingswet.
* Rechtbank Rotterdam 30 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:780: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, belanghebbende, rechtstreeks bij een besluit betrokken belang, objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang, gevolgen van enige betekenis, aangrenzend perceel, misbruik van recht, artikel 7:11 Awb, handhavingsbesluit in vooruitzicht stellen, innerlijk tegenstrijdig, tijdverloop, geen samenstellende bestanddelen, in stand laten rechtsgevolgen, beoordeling ex nunc, Woningwet, “van niet-ingrijpende aard”, dwangsom niet tijdig beslissen
8.2. Volgens vaste rechtspraak brengt artikel 7:11, tweede lid, van de Awb met zich dat als het bestuursorgaan op grond van de heroverweging van een besluit tot afwijzing van een verzoek om handhaving, alsnog tot het oordeel komt dat moet worden gehandhaafd, het bestuursorgaan dat besluit herroept en gelijktijdig een besluit strekkende tot (afwijzing van) handhaving neemt. In beginsel kan dus niet worden volstaan met het in het vooruitzicht stellen van een handhavingsbesluit. Indien de data van herroepen en opnieuw besluiten op het verzoek om handhaving dicht bij elkaar liggen, is het wel mogelijk om de deelbeslissingen als samenstellende bestanddelen van één besluit op bezwaar te zien.
8.3. De rechtbank is in het licht hiervan van oordeel dat het besluit op bezwaar in de vorm van het bestreden besluit 1a en het bestreden besluit 1b in dit geval gebrekkig is. Met het bestreden besluit 1a wordt immers slechts een handhavingsbesluit in het vooruitzicht gesteld, zonder dat het primaire besluit is herroepen en zonder dat er gelijktijdig of kort erna een besluit dat strekt tot (afwijzing van) handhaving is genomen. Daar komt bij dat met het bestreden besluit 1b het verzoek om handhaving alsnog wordt afgewezen. Daarmee is het bestreden besluit als zodanig innerlijk tegenstrijdig.
8.4. De rechtbank stelt voorts vast dat tussen bestreden besluit 1a en bestreden besluit 1b zeven maanden zijn verstreken. Dat tijdsverloop is te groot om deze besluiten (zijnde deelbeslissingen) als samenstellende bestanddelen van één besluit op bezwaar te zien. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat het bestreden besluit bestaande uit het bestreden besluit 1a en het bestreden besluit 1b in strijd is met artikel 7:11, tweede lid van de Awb. Het bestreden besluit dient om deze reden te worden vernietigd.
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:493: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, emissieplafond ammoniak, bevoegdheid tot handhaven, Gemeentewet, Besluit activiteiten leefomgeving, overtreding, aantal dierenplaatsen, daadwerkelijk aantal dieren, controlerapporten, tekst in de tabel, overgangsrecht, (on)duidelijkheid omschrijving last, belangenafweging, ontbreken duidelijkheid te nemen maatregelen, natuurbelang, toewijzen voorziening, schorsing bestreden besluit
4. Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet is het college bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, indien de last strekt tot handhaving van regels die het gemeentebestuur uitvoert. Op grond van artikel 18.2 en 4.9 van de Omgevingswet voert het college de handhaving over activiteiten waarvoor algemene regels zijn gesteld uit. Het college is dus in beginsel bevoegd om handhavend op te treden.
Toetsingskader
5. Het college is handhavend opgetreden wegens overtreding van de artikelen 3.200 en 3.203, eerste lid onder d in samenhang met artikelen 4.805, 4.820 en 4.833 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Kort gezegd houdt dit in dat het college heeft geconstateerd dat Genuva te veel ammoniak uitstoot. De emissiewaarden van artikel 4.820 van het Bal worden overschreden. Dit kan volgens het college opgelost worden door het aantal dierplaatsen en het aantal te houden dieren te verminderen of door stallen die niet volledig zijn aangesloten op luchtwassers alsnog aan te sluiten op luchtwassers.
6.1. De discussie of er sprake is van een overtreding ligt er vooral in dat het college uitgaat van het aantal dierplaatsen en dat Genuva stelt dat uitgegaan moet worden van het daadwerkelijke aantal dieren. (…)
6.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college beter inzichtelijk moet maken hoe hij tot de conclusie komt dat er sprake is van een overtreding. Daarbij mag het college – anders dan Genuva met een beroep op artikel 4.806 van het Bal heeft bepleit – gelet op de tekst in de tabel bij artikel 4.820 van het Bal in beginsel uitgaan van dierplaatsen in plaats van dieren. Hij moet dit wel nader onderbouwen, met name in relatie tot het beroep op het overgangsrecht (artikel 4.833 van het Bal) dat verzoekster doet.
7.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is hoe aan de last kan worden voldaan. Het college mag niet verwachten dat Genuva aan de last voldoet door te handelen in strijd met de natuurwetgeving. (…)
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat enkele punten in het bestreden besluit verbetering behoeven. Er is een aanzienlijke kans dat het college dit in de beslissing op bezwaar kan herstellen. In beginsel is er dan geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter moet echter ook een belangenafweging maken. Ze vindt het niet acceptabel dat door het ontbreken van duidelijkheid over de te nemen maatregelen dwangsommen zouden verbeuren. Bovendien staat nog niet helemaal vast dat er daadwerkelijk sprake is van een overtreding. Dat heeft de voorzieningenrechter afgewogen tegen het natuurbelang dat gebaat is bij vermindering van de ammoniakemissie. Omdat niet weersproken is dat de daadwerkelijke emissie op basis van het aantal dieren, in plaats van het aantal dierplaatsen, onder het emissieplafond ligt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de voorziening toe te wijzen.
* Rechtbank Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344: BW; klimaatzaak Bonaire, IPPC, gevolgen klimaatverandering voor Bonaire, zeespiegelstijging, KNMI, hoogteligging, mondiale ontwikkelingen klimaat, verdragsrecht, VN, Protocol van Kyoto, Glasgow Climate Pact, European Green Deel, Europese Klimaatwet, Fit for 55-pakket, Klimaatwet, staatskundige verhouding Koninkrijk, Hoge Raad, EHRM, artikelen 2 en 8 EVRM, KlimaSeniorinnen-uitspraak, collectieve acties/collectief niveau, ruime beleidsvrijheid, drie typen maatregelen, mitigatiemaatregelen, adaptatiemaatregelen, procedurele waarborgen, hoge drempel, overall-toetsing, ETS, beleidsinstrumenten, discriminatie, artikel 14 EVRM, grotere klimaatrisico’s dan Europees Nederland, middelen en uitvoeringsmacht, onrechtmatige daad, verklaring voor recht, bevel
1.4. De rechtbank komt tot het oordeel dat de Staat tegenover de inwoners van Bonaire niet heeft voldaan aan de positieve verplichtingen die artikel 8 EVRM hem oplegt, omdat het geheel van de door de bevoegde organen genomen mitigatie- en adaptatiemaatregelen ten opzichte van de inwoners van Bonaire niet voldoet aan de verplichtingen die de Staat in VN-verband op zich heeft genomen. Het systeem van het VN-Klimaatverdrag is door de lidstaten bewust zo opgezet dat landen individueel verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor een deel van het wereldwijde probleem van klimaatverandering. Het argument dat Nederland en/of de EU verhoudingsgewijs meer doet dan andere landen, is in dit systeem niet doorslaggevend, alleen al omdat landen geacht worden bij te dragen naar draagkracht en met inachtneming van hun historische uitstoot. Nederland en de EU hebben verhoudingsgewijs zowel een flinke draagkracht als een flink aandeel in de historische uitstoot.
1.5. Daar komt bij dat de Staat veel later en minder systematisch mitigatie- en adaptatie-maatregelen heeft getroffen voor de inwoners van Bonaire dan voor de inwoners van Europees Nederland, hoewel in elk geval sinds begin jaren negentig bekend was dat:
a. a) Bonaire eerder ernstige negatieve gevolgen van klimaatverandering zou ondervinden dan Europees Nederland, en
b) de lokale autoriteiten op Bonaire niet voldoende mensen, middelen en specialistische kennis hadden om die ernstige negatieve gevolgen het hoofd te bieden.
De Staat heeft niet voldoende uitgelegd waarom voor de inwoners van Bonaire later en minder systematisch maatregelen zijn getroffen dan voor de inwoners van Europees Nederland. Het is duidelijk dat de omstandigheden op Bonaire anders zijn dan die in Europees Nederland en dus een eigen aanpak vragen; alleen wijzen die omstandigheden juist in de richting van een noodzaak tot het eerder nemen van méér mitigatie- en adaptatiemaatregelen. Daarom komt de rechtbank tot het oordeel dat de Staat ook het verbod op discriminatie van artikel 14 EVRM en artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM heeft geschonden. Ook dit is onrechtmatig tegenover de inwoners van Bonaire.
11.53.4. De in het dictum geformuleerde bevelen zijn een toepassing van de hoofdregel van artikel 3:296 BW. Het zijn geen bevelen om specifieke wetgevende maatregelen te nemen, want zij laten de Staat vrij in de keuze van de te nemen maatregelen (het Urgenda-arrest, r.o. 8.2.5).
12.2. beveelt de Staat om binnen achttien maanden na dit vonnis in elk geval absolute emissiereductiedoelen voor de gehele economie als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Overeenkomst van Parijs in nationale regelgeving op te nemen, waaronder tussentijdse doelstellingen en trajecten voor de reductie van koolstofemissies voor de gehele periode tot 2050, die voldoen aan de in VN-verband gemaakte afspraken (waaronder het Glasgow Climate Pact en het Sharm-El-Sheikh Implementation Plan) en om de (resterende) emissieruimte voor Nederland inzichtelijk te maken;
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:452: Sr, Wed, Msw; dierlijke meststoffen, melkvee, fosfaatrecht, strafbaarheid, artikel 9a WvSr, strafoplegging, verkoop bedrijf, plannen gemeentebestuur, bouw woonwijk, emissiearme stal, fosfaatreducerende maatregelen, financiële tegenslagen, ontbreken natuurtoestemming, PAS-melder, ingewikkeld conflict van plichten, uitspraak CBb, sterk verminderde verwijtbaarheid verdachte, geen oplegging van straf of maatregel
Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht
(…) Gelet op al het voorgaande is bij verdachte sprake geweest van een ingewikkeld conflict van plichten. Enerzijds moest hij voldoen aan zijn financiële verplichtingen richting de bank, wat alleen mogelijk was door meer melkvee te houden en dus meer dierlijke meststoffen te produceren dan volgens de fosfaatregelgeving was toegestaan. Anderzijds moest en wilde hij zich ook houden aan de nieuwe fosfaatregelgeving en het op zijn bedrijf rustende fosfaatrecht. Na de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 26 maart 2024 – waarbij ongegrond is verklaard het beroep tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot afwijzing van het verzoek van verdachte om een ontheffing van het fosfaatrechtenstelsel – heeft verdachte bijna tweehonderd melkkoeien afgevoerd en verkocht. Van de opbrengst daarvan heeft verdachte fosfaatrechten aangekocht en geleased voor het overgebleven aantal koeien, zodat hij in 2024 en 2025 binnen de beschikbare fosfaatrechten heeft kunnen produceren. De verkleining van de veestapel en de melkproductie heeft negatieve gevolgen voor de financiële situatie van niet alleen de onderneming maar ook het gezin van verdachte. Naar het oordeel van het hof is onder al deze omstandigheden ten aanzien van het bewezenverklaarde sprake van een sterk verminderde verwijtbaarheid bij verdachte, waarmee het hof in het voordeel van verdachte rekening houdt. Gelet hierop en alle hiervoor genoemde (bijzondere) omstandigheden in aanmerking genomen is het hof – met de raadsman – van oordeel dat het niet passend is om een straf of maatregel aan verdachte op te leggen. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:457: Sr, Sv; ontnemingszaak, ontvankelijkheid OM, wederrechtelijk verkregen voordeel, fosfaatrecht, verkoop bedrijf, plannen gemeentebestuur, bouw woonwijk, emissiearme stal, Regeling fosfaatreductieplan 2017, fosfaatrechtenstelsel, PAS-uitspraak, grote financiële problemen, tweespalt, voortbestaan bedrijf in gevaar, risicosfeer als ondernemer, pensioengerechtigde leeftijd, PAS-problematiek, uitzonderlijke situatie, betalingsverplichting/op nihil gesteld
(…) Door de invoering van het fosfaatrechtenstelsel op 1 januari 2018 met 2 juli 2015 als peildatum voor de toe te kennen fosfaatrechten kon betrokkene minder melkvee houden dan hem bij het realiseren van de vergunde en door de bank gefinancierde nieuwe stal en bij het aanvragen van de vergunningen en het aangaan van de financiële verplichtingen, voor ogen stond. Betrokkene kwam na de invoering van het fosfaatrechtenstelsel in grote financiële problemen, ook omdat de bank toen besloot om de hypotheeklening op te zeggen. Zoals ook blijkt uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, kwam betrokkene in een tweespalt terecht, waarbij hij enerzijds aan zijn verplichtingen richting de bank wilde voldoen door voldoende melkopbrengst te realiseren, maar zich anderzijds aan de nieuwe fosfaatregelgeving moest en wilde houden. Naar het oordeel van het hof is aannemelijk geworden dat een reductie van de veestapel op dat moment geen reële optie was, omdat betrokkene dan niet genoeg melkopbrengst zou realiseren om aan zijn financiële verplichtingen richting de bank te kunnen voldoen en het voortbestaan van zijn bedrijf dan in gevaar zou komen. Om het hoofd boven water te houden, kon betrokkene naar het oordeel van het hof in deze bijzondere omstandigheden niet voldoen aan de fosfaatregelgeving zonder het voortbestaan van zijn bedrijf in de waagschaal te leggen. Ook al gaat het – al dan niet gedeeltelijk – om omstandigheden die in de risicosfeer van betrokkene als ondernemer liggen, zij geven naar het oordeel van het hof aanleiding om niet aan betrokkene de verplichting op te leggen het geschat wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen. In dit verband speelt voor het hof ook een rol dat uit de notitie van de financieel-agrarisch deskundige Geerts blijkt dat de financiële draagkracht van betrokkene niet voldoende is om een betalingsverplichting (van € 1.669.428) te voldoen. Omdat betrokkene op [geboortedatum] 2026 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, valt naar het oordeel van het hof ook niet te verwachten dat hij in de toekomst in staat zal zijn om (een dergelijke) ontnemingsmaatregel te voldoen. Daarbij komt dat verkoop van het bedrijf vanwege de PAS-problematiek geen optie is. Het hof concludeert op basis van alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, dat de situatie waarin betrokkene verkeerde en verkeert zo uitzonderlijk is dat het niet billijk is betrokkene voor de met de bewezenverklaarde feiten gerealiseerde kostenbesparing – waarmee een negatief bedrijfsresultaat en naar alle waarschijnlijkheid grote liquiditeitsproblemen zijn afgewend – een betalingsverplichting op te leggen. Daarbij heeft het hof ook rekening gehouden met de huidige en te verwachten financiële draagkracht van betrokkene, zoals hiervoor is omschreven. Het hof stelt de betalingsverplichting daarom op nihil.
* Rechtbank Limburg 27 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:830: Awb, Wet luchtvaart; afwijzing handhavingsverzoek, overvliegend zwaar vrachtverkeer, Maastricht Aachen Airport, wakevortexturbulentie, omvang van het geding, inhoud handhavingsverzoek, luchthavenbesluit, veiligheidszones, Runway End Safety Areas, vliegveiligheid, onderzoeken, opzet en ligging luchthaven, dalingshoek, luchthavenexploitanten, EVRM
9.2. Omdat niet ter discussie staat dat de wakevortexturbulentie gevaar kan veroorzaken en de rechtbank dit niet anders ziet, moet de rechtbank alleen nog beoordelen of de wakevortexturbulentie en daarmee het gevaar wordt veroorzaakt door de wijze van deelname aan het luchtverkeer. Dat men zich bij de schadeveroorzakende vluchten aan alle (andere) geldende regels rondom het vliegverkeer en de vliegveiligheid heeft gehouden is daarbij naar het oordeel van de rechtbank niet doorslaggevend. Daarmee is namelijk niet uitgesloten dat men door de wijze van deelname aan het vluchtverkeer wakevortexturbulentie en daarmee gevaar veroorzaakt. Dit moet zelfstandig beoordeeld worden.
9.3. De rechtbank acht van belang dat er verschillende onderzoeken zijn gedaan om te achterhalen hoe vaak wakevortexturbulentie voorkomt rondom MAA, waarom dit voorkomt en wat er tegen gedaan kan worden. In het dossier bevinden zich onderzoeksrapporten van to70 en TNO. De minister heeft met de gegevens uit het onderzoek van to70 berekend dat bij ongeveer 1% van de dalingen met de Boeing 777 schade wordt veroorzaakt door wakevortexturbulentie. De onderzoekers hebben echter niet kunnen vaststellen waarom in sommige gevallen wel wakevortexturbulentie optreedt en in andere gevallen niet. De vluchten die uiteindelijk schade hebben veroorzaakt zijn niet anders uitgevoerd dan de vluchten die geen schade hebben veroorzaakt. Het zijn dus voornamelijk andere factoren dan de feitelijke wijze van vliegen die bepalen of er bij een bepaalde landing wakevortexturbulentie en daardoor schade ontstaat. Uit het onderzoek van to70 blijkt dat onder meer windrichting, windsnelheid en stabiliteit van de atmosfeer van invloed kunnen zijn. To70 benoemt in het onderzoeksrapport ook een aantal maatregelen dat een (mogelijke) reductie van de intensiteit van de wakevortexturbulentie kan bewerkstelligen, zoals een andere flapstand dan gebruikelijk of een lager landingsgewicht. Hoewel die maatregelen mogelijk tot een reductie van het gevaar kunnen leiden, kan de rechtbank op basis daarvan niet vaststellen wat de daadwerkelijke oorzaak van het gevaar, de wakevortexturbulentie, is. Dat de wakevortexturbulentie en dus het gevaar wordt veroorzaakt door de wijze van deelname aan het luchtverkeer kan op basis van de rapporten of anderszins dus niet worden vastgesteld.
9.4. Eisers verwijzen ook naar het feit dat de woonplaats van eisers direct onder de aanvliegroute van baan 23 van MAA ligt op een afstand van 400 tot 600 meter. Voor zover het gevaar het gevolg zou zijn van omstandigheden die te wijten zijn aan de opzet en ligging van de luchthaven, geldt echter dat die omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank niet van belang zijn bij de vaststelling of artikel 5.3 van de Wlv is overtreden. Die omstandigheden worden immers niet bepaald door de wijze van deelname aan het luchtverkeer. Naast de locatie van eisers woning ten opzichte van de landingsbaan gaat het hierbij onder meer om de aanvliegroute, het type landing, de dalingshoek en daarmee hoogte van vliegtuigen nabij de luchthaven. Een deelnemer aan het luchtverkeer heeft geen of uiterst beperkte invloed op deze omstandigheden. De luchthaven(exploitant) heeft die invloed wellicht wel maar neemt zelf niet deel aan het luchtverkeer en levert geen luchtverkeersleidingsdiensten. Artikel 5.3 van de Wlv richt zich daarom niet tot luchthavenexploitanten. Dit blijkt ook uit het feit dat artikel 5.3 van de Wlv in het hoofdstuk van de Wlv staat dat specifiek ziet op het luchtverkeer en niet in het hoofdstuk dat specifiek ziet op luchthavens.
9.5. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk dat het de wijze van deelname aan het luchtverkeer is die de wakevortexturbulentie en daarmee het gevaar veroorzaakt. De minister heeft daarom terecht geen overtreding van artikel 5.3 van de Wlv vastgesteld.
10. De rechtbank komt tot het oordeel dat er geen bepalingen zijn die de minister de bevoegdheid geven om handhavend op te treden tegen overtredingen van de artikelen 2 en 8 van het EVRM of artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM. Dit zijn de bepalingen die gaan over het recht op leven, het recht op ongestoord genot van eigendom en het recht op respect voor privé- en familieleven. Zou er al sprake zijn van een overtreding van deze bepalingen, dan kan de minister daartegen zonder de genoemde bevoegdheid niet optreden. De rechtbank zal daarom niet verder beoordelen of er sprake is van een overtreding van deze artikelen
¶ Rechtbank Rotterdam 23 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:872: Awb, Ow; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, geluidoverlast, PowerNEST-installatie, geïntegreerd systeem van windturbines, zonnepanelen en aerodynamische lamellen, dak appartementencomplex, spoedeisend belang, dubbele woonlasten, Besluit bouwwerken leefomgeving, hetzelfde bouwwerkperceel, normering 30 dB, warmteterugwinning, nota van toelichting Bouwbesluit 2012, geluidrapport, windsnelheden, metingen, niet bevoegd tot handhavend optreden, afwijzing verzoek
7.4. De voorzieningenrechter volgt [afkorting bouwbedrijf X] niet in haar stelling dat er sprake is van “bestaande bouw” en dat daarom artikel 4.108 van het Bbl niet van toepassing is. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat de PowerNEST-installatie bij de oplevering in 2022 moest voldoen aan de norm van 30 dB voor nieuwbouw uit artikel 3.9 van het Bouwbesluit 2012 en dat deze bepaling is overgenomen in artikel 4.108 van het Bbl. In zoverre geldt dus nog steeds dezelfde normering van 30 dB. Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzieningenrechter de norm van 30 dB voor nieuwbouw uit artikel 4.108 van het Bbl nog steeds van toepassing op de PowerNEST-installatie.
7.5. De voorzieningenrechter volgt [afkorting bouwbedrijf X] en het college evenmin in het standpunt dat de PowerNEST-installatie niet valt onder de installaties die in artikel 4.108 van het Bbl worden genoemd. Alhoewel de voorzieningenrechter het met [afkorting bouwbedrijf X] en het college eens is dat een PowerNEST-installatie niet voorkomt op de lijst met installaties in artikel 4.108, eerste of tweede lid, van het Bbl, is de voorzieningenrechter van oordeel dat een PowerNEST-installatie vergelijkbaar is met een “mechanische voorziening voor warmteterugwinning” uit het tweede lid van dit artikel. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat een mechanische voorziening voor warmteterugwinning en een PowerNEST-installatie eenzelfde soort geluidhinder kan veroorzaken en dat er in beide gevallen sprake is van een energievoorziening voor de bewoners. In de nota van toelichting bij Afdeling 3.2 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, nr. 416, blz. 253 en 254) is opgemerkt dat voor de woonfunctie voortaan ook voorschriften zijn opgenomen ter voorkoming van geluidoverlast van de eigen gebouwinstallaties. Dat is volgens de nota van toelichting vooral van belang omdat men met het oog op energiezuinigheid en de kwaliteit van het binnenmilieu steeds meer afhankelijk wordt van installaties. Geluidoverlast van dergelijke installaties kan de gezondheid schaden, hetzij door het geluid zelf, hetzij doordat men de installatie uitschakelt om de geluidhinder te beperken. Artikel 3.9 van het Bouwbesluit 2012 is volgens de nota van toelichting opgenomen ter beperking van overlast van installaties voor op het zelfde perceel gelegen gebruiksfuncties. Hieruit leidt de voorzieningenrechter af dat artikel 4.108 van het Bbl, dat nagenoeg gelijkluidend is aan artikel 3.9 van het Bouwbesluit 2012, zo moet worden uitgelegd dat het ook is bedoeld om gelijksoortige overlast van vergelijkbare installaties voor op hetzelfde perceel gelegen gebruiksfuncties te beperken. Een andere uitleg zou ertoe leiden dat er geen bescherming wordt geboden tegen geluidhinder in gevallen als deze. De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat de in artikel 4.108, tweede lid, van het Bbl opgenomen normering van 30 dB van toepassing is.
* Rechtbank Noord-Nederland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:191: Awb, TwG, BW; mijnbouwschade, fysieke schade, schadevergoeding, bewijsvermoeden, bodembeweging door mijnbouwactiviteiten, Praktische Uitwerking Deskundigen, SBR Trillingsrichtlijn A, geactualiseerde beoordelingskader, uniforme benadering, rechtszekerheid, effectgebied, rechtsbescherming, onafhankelijke deskundigenadvisering, csqn-verband, onafhankelijk adviseur, waarborgen onpartijdigheid, disclosure statements, Besluit Mijnbouwschade Groningen, evidente en andere uitsluitende oorzaak, zettingsgevoelige ondergrond, bodemonderzoek, AOS-melding, gemeten trillingswaarden, bodemopbouw, verzakking woning, kleigrond en veenlagen, wierdegrond, zettingsberekeningen, verschilzettingen veen, ontstaansmoment schade, herstelwerkzaamheden, trillingsrespons, empirisch model, scheefstand, bevoegdheid Instituut, herstelkosten, methode herstel
10.2. De rechtbank overweegt als volgt. Zoals de Afdeling heeft overwogen in meergenoemde uitspraak van 24 februari 2021, onder 49 e.v. ligt het op de weg van het Instituut zich te vergewissen van de onpartijdigheid van de geraadpleegde deskundige. Een onafhankelijk adviseur is een persoon of commissie, die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan waaraan wordt geadviseerd, en die belast is met de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking en daarbij geen persoonlijk belang heeft. Als de schijn is gewekt dat de door het Instituut benoemde deskundige niet onpartijdig is, mag het bestuursorgaan het advies van deze deskundige niet aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen.
10.3. Het Instituut zoekt de waarborgen voor onpartijdigheid in de eisen die aan de persoon van de deskundige worden gesteld. Voor deze oplossing is gekozen vanwege het grote aantal benodigde deskundigen. Bijkomende reden daarvoor is dat de omstandigheid dat een adviseur behoort tot een onafhankelijke organisatie, niet zonder meer betekent dat dit ook geldt voor de personen die deel uitmaken van die organisatie. Het Instituut vergewist zich aan de hand van disclosure statements ervan dat de ingeschakelde deskundigen voldoen aan de gestelde eisen en daarmee onpartijdig zijn. Als op één van de op grond van artikel 6, vijfde lid, van het Besluit Mijnbouwschade Groningen vragen het antwoord ‘ja’ kan worden gegeven, dan is er (schijn van) partijdigheid. Het Instituut zal dan een andere deskundige aanwijzen. Daarnaast bevat de procedure waarborgen voor deskundigheid. Dit uitgangspunt en de criteria die het Instituut daarvoor hanteert zijn door de Afdeling in genoemde uitspraak aanvaardbaar en adequaat geacht.
10.4. Het Instituut heeft disclosure statements van ingeschakelde deskundigen overgelegd. Het is de rechtbank niet gebleken dat de door het Instituut ingeschakelde deskundigen niet voldoen aan de gestelde eisen van onafhankelijkheid. Daarnaast volgt uit de disclosure statements dat het Instituut zich heeft vergewist dat de deskundigen beschikken over de juiste expertise nu daarin staat welke relevante opleidingen en cursussen zij hebben gevolgd. Hetgeen eiser terzake heeft betoogd acht de rechtbank onvoldoende om op basis daarvan te oordelen dat zij niet zouden kunnen oordelen over mijnbouwschade. Eiser is overigens in zijn reactie na verweerschrift ook niet nader ingegaan op hetgeen het Instituut in dit verband naar voren heeft gebracht.
10.5. Voor zover eiser stelt dat ten onrechte de Gedragscode wetenschappelijke integriteit niet is toegepast, is de rechtbank van oordeel dat het Instituut terecht heeft opgemerkt dat het hier niet gaat om wetenschappelijk onderzoek dat is uitgevoerd. Daarnaast wijst de rechtbank op hetgeen hiervoor onder 8.6 staat vermeld.
¶ Rechtbank Midden-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:30: Awb, Ow; bezwaar niet-ontvankelijk, besluit gemeenteraad, beroep kennelijk ongegrond, uitspraak zonder zitting, instemming voorstellen college van burgemeester en wethouders, kantoorlocatie omvormen naar een gebied met woonfunctie, principebesluit, participatie, participatieniveau, besluit, publiekrechtelijke rechtshandeling, rechtsgevolg, algemeen verbindend voorschrift, amendement, politiek-bestuurlijke keuze, omgevingsplan, beroep Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, geen concretiserend besluit van algemene strekking, participatiebeleid, geen avv
9. Een belanghebbende kan, na het instellen van bezwaar, tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter (artikel 8:1 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (artikel 1:3 van de Awb). Een beslissing heeft rechtsgevolg indien zij erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen. Een besluit kan ook een algemeen verbindend voorschrift zijn. Hiertegen kan geen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld (artikel 8:3, eerste lid, onder a, van de Awb).
10. De rechtbank is van oordeel dat de gemeenteraad het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het aangenomen amendement geen besluit is waartegen bezwaar open staat. Het amendement verandert namelijk de rechten, verplichtingen of bevoegdheden van een persoon of een bepaalde groep personen niet. Het besluit van de gemeenteraad is enkel een politiek-bestuurlijke keuze om bij de verdere uitwerking van de ontwikkeling de belangen van omwonenden, woningzoekenden en andere belanghebbenden mee te wegen. Voorafgaand aan de formele procedure tot vaststelling van het Omgevingsplan heeft de gemeente dus gekozen voor een mogelijkheid van participatie. De verdere uitwerking zal resulteren in een Omgevingsplan, waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij een beroep tegen het Omgevingsplan kan ook het proces tot vaststelling van het plan betrokken worden. Vóór die tijd is er voor de bestuursrechter nog geen rol.
11. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat het amendement een concretiserend besluit van algemene strekking is. Een concretiserend besluit van algemene strekking concretiseert het toepassingsbereik van een normstelling in een algemeen verbindend voorschrift naar tijd, plaats en/of object (conclusie Staatsraden Advocaten-Generaal van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:764, rechtsoverweging 10.2). Dat is hier niet het geval, omdat het participatiebeleid geen algemeen verbindende voorschriften bevat.
12. Tegen het bestreden onderdeel van het principebesluit staat geen beroep open, omdat het niet is gericht op enig rechtsgevolg en geen concretiserend besluit van algemene strekking is. Om die reden is het ook niet mogelijk om daartegen bezwaar te maken.
* Rechtbank Gelderland 4 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9263: Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen laadarm, procesbelang, schade door besluitvorming, lod Omgevingswet, inhoud beslissing op bezwaar, niet herroepen of ingetrokken, geen wijzigingsbesluit, primaire besluit op dit punt herroepen, APV, gebruik weg, publieke functie, “normaal”, bruikbaarheid weg, welstand, welstandsadvies, exceptieve toets, artikel 2.1 Omgevingsbesluit, Gemeentewet, overgangsfase, beginselplicht handhaving, evenredigheid, algemene beginselen van behoorlijk bestuur
6.2. De rechtbank is van oordeel dat het plaatsen en gebruiken van een laadarm om een particuliere auto op te kunnen laden vanaf het (eigen) terrein naast de weg geen gebruik is overeenkomstig de publieke functie van een weg. De publieke functie van een weg is namelijk dat weggebruikers zich daarover kunnen verplaatsen en met het verbod in artikel 2.10 van de Apv wordt kennelijk beoogd de verkeersfunctie en het (veilig) gebruik van de weg te waarborgen en ook het aanzien ervan te beschermen. De uitleg van eiser, dat het plaatsen van een voorziening (in dit geval een laadarm) niet zou vallen onder de reikwijdte van het verbod, omdat een dergelijke voorziening tegenwoordig ‘normaal’ zou zijn, volgt de rechtbank niet. Afgezien van het feit dat de laadarm voor privégebruik is, zou deze uitleg namelijk betekenen dat tal van voorzieningen die op enige wijze verband houden met (het faciliteren van) het hedendaagse gebruik van de weg op of aan de weg kunnen zouden kunnen worden geplaatst en dat is in strijd met de publieke functie.
6.7. Over het betoog dat artikel 2:10 van de Apv onverbindend is, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank toetst artikel 2:10 van de Apv exceptief aan artikel 2.1 van het Omgevingsbesluit. Als de rechtbank daartoe aanleiding ziet, kan de rechtbank het artikel van de Apv buiten toepassing laten of onverbindend verklaren. Ten eerste geldt dat regels die hun grondslag vinden in de Gemeentewet, in geen geval in het omgevingsplan mogen worden opgenomen (artikel 2.1, tweede lid, Omgevingsbesluit). Regels die zien op de fysieke leefomgeving moeten door de invoering van de Omgevingswet weliswaar in het omgevingsplan worden opgenomen (dit volgt uit artikel 2.4 van de Omgevingswet), maar op dit moment is sprake van een overgangsfase. De gemeente heeft uiterlijk tot eind 2031(als de gemeente daarvoor een definitief omgevingsplan vaststelt moeten de regels uit de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan daarin worden opgenomen) om de regels uit de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan te verwerken in het omgevingsplan (dit volgt uit artikel 22.4 van de Omgevingswet). De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat artikel 2:10 van de Apv niet onverbindend is.
* Rechtbank Amsterdam 2 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10553: BW; deskundige, onderzoek aangevangen, opvragen datasets, regiezitting, geschil wijze aanleveren datasets, Leidraad deskundigen in civiele zaken, jurisprudentie, beginsel van hoor en wederhoor, eerlijk proces, artikel 6 EVRM, regie onderzoek, ordenen gegevens en ter beschikking stellen aan beide partijen, praktisch, toelaatbaar, vertrouwelijkheid stukken, (mogelijke) doorverspreiding van stukken, vertrouwelijkheid, geheimhouding/beperkte kennisneming
4. Zakelijk en kort weergegeven is het volgende gezegd: (…) De deskundige heeft gezegd vertrouwd te zijn met het beginsel van hoor en wederhoor in gerechtelijke deskundigenonderzoeken en heeft zijn voorgenomen werkwijze uitgelegd. De datasets van beide partijen zal hij in een digitale onderzoekomgeving invoeren. Beide partijen krijgen toegang tot die werkomgeving en daarmee de beschikking over alle gegevens in die dataset. Die toegang kan zo worden ingeregeld dat een partij wel volledige inzage heeft in de gegevens van de andere partij, maar bepaalde gegevens niet kan bewaren of printen. Hij had al eerder in een e-mail aan partijen voorgesteld om de datasets aan hem toe te sturen, met onderbouwing welke gegevens vertrouwelijk zijn, waarna hij een plan van aanpak op zou stellen hoe om te gaan met inzage in die delen die als vertrouwelijk worden aangemerkt.
6. De kantonrechter is van oordeel dat het op dit moment nodig is dat het deskundigenonderzoek daadwerkelijk van start gaat. Uitgangspunt is dat het onderzoek wordt verricht in de geest van de Leidraad deskundigen in civiele zaken en volgens de jurisprudentie. Het beginsel van hoor en wederhoor vloeit voort uit het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Uit de jurisprudentie van het EHRM volgt dat de verplichting van hoor en wederhoor niet rechtstreeks aan de deskundige is gericht, maar aan de rechter. De deskundige heeft wel een van de rechter afgeleide verplichting tot hoor en wederhoor. Verder is het vaste rechtspraak dat de deskundige de regie heeft over het onderzoek dat de rechter hem heeft opgedragen. In het kort komt het beginsel van hoor en wederhoor in een deskundigenonderzoek neer op het volgende. Wat niet mag is dat een deskundige onderzoek doet met gegevens van de ene partij die de andere partij niet kent. Wat wel mag is dat iedere partij eerst hun gegevens alleen aan de deskundige stuurt, de deskundige die gegevens ordent en dan pas al de aan hem gestuurde gegevens die hij voor zijn onderzoek gaat gebruiken ter beschikking stelt aan beide partijen.
7. De deskundige heeft een tussenstap voorgesteld bij het ter beschikking stellen van ieders dataset aan de wederpartij. De kantonrechter vindt het voorstel van de deskundige waarbij hij gebruik maakt van die tussenstap praktisch en dat voorstel is volgens de jurisprudentie ook toelaatbaar. Dit houdt in dat:
– beide partijen eerst hun datasets alleen aan de deskundige dienen te versturen en nog niet aan de wederpartij,
-Vattenfall bij het verstrekken van haar dataset aan de deskundige gespecificeerd duidelijk dient te maken welke stukken volgens haar vertrouwelijk zijn en waarom, waarbij Vattenfall op de zitting heeft verklaard dat dit binnen twee weken mogelijk is,
– de deskundige na ontvangst van deze datasets een stappenplan/plan van aanpak zal opstellen, waarin hij een voorstel doet hoe hij om wil gaan met de vertrouwelijkheid van de stukken,
– de deskundige verder, als vermeld in de regieafspraken onder 5.1 sub 3 in het tussenvonnis van 27 februari 2025:
zal toelichten of hij verwacht dat hij met de ontvangen datasets zijn onderzoek kan verrichten en zo niet, wat ontbreekt,
eventueel een nieuwe begroting zal opstellen.