Het college van burgemeester en wethouders heeft onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat het houden van circa 50 (post)duiven passend is binnen de woonbestemming.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk (het college) heeft het handhavingsverzoek van eiser deels toegewezen en een last onder dwangsom opgelegd. Met het bestreden besluit heeft het college besloten het dwangsombesluit te herroepen en het handhavingsverzoek af te wijzen.

Eiser is het met het bestreden besluit niet eens en heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. Eiser stelt onder meer dat het college in het primaire besluit voldoende heeft gemotiveerd waarom de ruimtelijke uitstraling van het houden van circa 50 duiven qua aard, omvang en intensiteit in strijd is met de woonbestemming.

Rechtsvraag

Heeft het college afdoende gemotiveerd waarom het houden van circa 50 duiven passend is binnen de woonbestemming?

Uitspraak

De vraag of het door de derde-partij van het perceel gemaakte gebruik voor het houden van ongeveer 50 duiven in strijd is met de bestemming ‘Wonen’, dient te worden beoordeeld aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of deze uitstraling van dien aard is dat deze planologisch gezien niet meer valt te rijmen met de woonfunctie van het betrokken perceel (zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2022:1465 en ECLI:NL:RVS:2025:3383).

De beroepsgrond slaagt. De rechtbank stelt vast dat het college onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat het houden van circa 50 (post)duiven passend is binnen de bestemming ‘Wonen’. Uit de aanvullende motivering van het besluit van 29 oktober 2024 blijkt dat het college, op basis van de meest recente controles in samenhang met de eerdere controles, tot de conclusie is gekomen dat de ruimtelijke uitstraling passend is binnen de woonbestemming. Echter, zoals door eiser is aangevoerd en door de derde partij is bevestigd, bevonden de duiven zich tijdens de meest recente controles in de ruiperiode, waardoor minder activiteit zichtbaar was. Uit eerder uitgevoerde controles blijkt dat toezichthouders een grotere mate van overlast hebben waargenomen. Zo volgt uit de controles van juni en juli 2023 dat sprake was van veel hoorbaar gekoer, gefladder en een waarneembare duivengeur. De duiven bevonden zich gedurende langere perioden buiten het duivenhok en vlogen rond de woningen van de buren, waar zij ook neerstreken. Hoewel de derde partij de juistheid van deze bevindingen betwist, heeft hij dit niet onderbouwd, zodat van de juistheid daarvan mag worden uitgegaan. Het college heeft onvoldoende onderkend dat de duiven zich tijdens de meest recente controles in de ruiperiode bevonden, waardoor de ruimtelijke uitstraling geringer was. Hoewel het houden van 50 duiven tijdens de ruiperiode minder overlast veroorzaakt, had het college er rekening mee moeten houden dat de ruimtelijke uitstraling buiten deze periode aanzienlijk groter is. Met name in de periode april tot september, wanneer de (post)duiven deelnemen aan wedstrijden, is dit het geval en dat is juist in de periode dat mensen graag in hun tuin verblijven.

Verder kan aan de laatste controles weinig betekenis worden toegekend nu vanwege de afwezigheid van derde-partij de toezichthouders niet op het perceel zijn geweest (9 en 20 september 2024) en dus ook niet is vastgesteld hoeveel duiven aanwezig waren. Op 8 oktober 2024 heeft derde-partij de toezichthouders de toegang geweigerd en zij hebben dan ook zelf niet kunnen constateren hoeveel duiven aanwezig waren en in hoeverre sprake is van overlast. Dat het college voornemens was aanvullende controles uit te voeren, doet hier niet aan af. Bovendien geven de al eerder uitgevoerde controles al een voldoende duidelijk beeld van de ruimtelijke uitstraling van het houden van duiven over verschillende perioden. Verder had het college, indien het van mening was dat aanvullende controles noodzakelijk waren voor een zorgvuldig besluit, hierover met eiser in overleg moeten treden in verband met de ingebrekestelling.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Gelderland
Datum Uitspraak : 14-01-2026
Eclinummer : ECLI:NL:RBGEL:2026:267
Ruud Veenhof

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder