Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5812: Awb, Wabo; handhaving, herstelbesluit, Activiteitenbesluit, geluidsnormen, speelterrein, geluidsoverlast, herstelmaatregelen, ontvankelijkheid, hekwerkwerk, festiviteiten, APV, ontbreken tegenadvies geluidsdeskundige, belanghebbendheid, overgangsrecht, overtreder, strijd met omgevingsplan, motiveringsgebrek, einduitspraak na tussenuitspraak (Rb Gelderland 19/3561, 19/3600, 19/3701, 19/3721, 19/3907 en 19/4017)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5801: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, afmetingen recreatiewoning, voormalige boerderij, twee huishoudens, positief bestemmen, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5803: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, bouwvlak, aanbouw, begripsbepalingen, nadeliger positie partijen, recreatieve bewoning, terras, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5808: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, manege, bedrijfswoning, verblijfsklimaat recreatiewoningen, geluidshinder, ontvankelijkheid, privaatrechtelijke belemmering, etmaalwaarde, VNG-brochure, aanvullende motivering, gemeentelijke geluidbeleid, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, goede ruimtelijke ordening, geluidnormen, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5601 en ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5779: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, motorcrossterrein, maximale geluidsniveau, gebruiksovergangsrecht, Tegelen-rechtspraak, overtreding, metingen (Rb Noord-Nederland 20/3090, 21/1964 en 21/2279)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5805 : Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen recreatiewoning, strijd met bpl, bouwvlak, bouwregels, Bouwbesluit, bereikbaarheid hulpdiensten, relativiteitsvereiste, ruimtelijke onderbouwing, parkeren, omgevingsverordening, landschapsadvies (Rb MiddenNederland 22/3986)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5780: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, strijd met bpl, verbouwing, gezamenlijke woonfunctie, inpandige bedrijfswoning, bedrijfshal, 16 woonunits voor arbeidsmigranten, woon- en leefklimaat, belemmeringen bedrijfsvoering omliggende bedrijven, strijd met bpl, uitleg planregels, bouwperceel, goede ruimtelijke ordening, VNG-brochure, geluidgezoneerd bedrijventerrein (Rb Noord-Nederland 22/3181)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5771: Awb, Wro; bpl, 9 recreatiewoningen, aantasting landtong, verblijfsklimaat recreatiewoningen, bouwregels, welstand, beleidsruimte, waterhuishouding, verharding, uitvoerbaarheid
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5807: Awb, Wabo; handhaving, overkapping, ontbreken vergunning, evenredigheidsbeginsel (Rb Noord-Nederland 23/2324)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5782 : Awb, Wro; bpl, 3 recreatiewoningen, provinciaal beleid/regelgeving, omgevingsverordening, ruimtelijke kwaliteit, open veenweidegebied, goede ruimtelijke ordening, motiveringsgebrek, beleid, woon- en leefklimaat, uitzicht, schaduw, bouwhoogte, parkeren, natuurwaarden
# ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5789: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, bouw 37 woningen, gemeentelijk beleid, waterhuishouding, wateroverlast, waterberging en kwel, maatgevende bui, locatiespecifieke gegevens, bepalen grondwaterpeilingen, waterpeil Maas, meetgegevens, geohydrologische onderzoek, kwelberekeningen, Tegelenbreuk, ophogen maaiveld, verkeersoverlast, verkeersveiligheid, parkeren
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5781: Awb, Wro; bpl, bouw 14 woningen, participatie, behoefte, ladder duurzame verstedelijking, omgevingsverordening, verlies groen, quickscan, bebouwingsmogelijkheden, verkeersveiligheid, ontsluiting
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5773: Awb, Wm; verlaging geluidproductieplafonds, spoortraject, berekening geluidbelasting, aanbouw, akoestisch onderzoek, BAG-gegevens, wettelijke rekenmethode, geluidbeperkende maatregelen, raildempers, geluidschermen, bestuursovereenkomst, 60 dB-maatregel, extra scherm, gelijkheidsbeginsel
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5774: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, woningbouw, waterbergingscapaciteit, goede ruimtelijke ordening, compartimentskering, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5776: Awb, Wro; planschade, afwijzing aanvraag, sloop steenfabriek en realisering 2 supermarkten, verlies gebruiks- en bouwmogelijkheden, eigendomssituatie op peildatum, gegevens kadaster, akte van levering, uitleg ontbindende voorwaarden, voorzienbaarheid, investeringsbeslissing, kenbaarheid beleid, concreet beleidsvoornemen, inkomensschade, gemist voordeel, nog niet aangevangen exploitatie, geen onomkeerbare investering, onderzoeken voorafgaand aan koop (Rb NoordNederland 24/2222)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5797: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verbouwing woning tot 2 woningen, dakopbouw, mantelzorg, strijd met bpl, uitleg planregels, bouwhoogte (Rb Noord-Holland 23/5520 en 24/665)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5806: Awb, Wro; weigering vaststelling bpl, bouw 1 woning, goede ruimtelijke ordening, beleid, omgevingsverordening, woonvisie, locatie in buitengebied
¶ ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5790: Awb, Ow; wijzigingsbesluit, TAM-omgevingsplan, woningbouw, participatie, participatieverslag, parkeren, parkeerbehoefte, verkeersveiligheid
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5799: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen en uitbreiden woonzorgcentrum, privaatrechtelijke belemmering, nieuwe beroepsgrond (Rb MiddenNederland 24/4931)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5798: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, splitsing woning, ontbreken vergunning, strijd met bpl, bevoegdheid, overtreder, bijzondere omstandigheden, vertrouwensbeginsel (Rb NoordHolland 23/7637)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5778: Awb, ontvankelijkheid, bereikbaarheid langs elektronische weg, professionele gemachtigde, bestendige e-mailpraktijk (Rb Overijssel 24/3460)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5792: Awb, Wabo; handhaving, preventieve dwangsom, haag, belemmering/hinder/gevaar voor wegverkeer, APV, eigendomsrecht, EU-recht, bevoegdheid (Rb Gelderland 23/7164 en 24/273)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5811 en ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5810: Awb, Wvw; verkeersbesluit, geslotenverklaring, plaatsen pollers, verkeerskundige knip, verkeersveiligheid, geen incidenteel beroep, misbruik van recht, belanghebbendheid, stichting, feitelijke werkzaamheden, verkeersonderzoeken, beleid, geen deskundig tegenadvies (Rb Den Haag 23/4447 en 23/4500)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5813: Awb, Wabo; handhaving, permanente bewoning recreatiewoningen, strijd met bpl, bijzondere omstandigheden, vertrouwensbeginsel, inschrijving BRP, evenredigheidsbeginsel (Rb Limburg 23/2289)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5802: Awb, Wabo; niet tijdig besluiten, aanvraag omgevingsvergunning, tijdelijk plaatsen tiny house, gebruik als bedrijfswoning, strijd met bpl, verbeelding, uitleg planregels, wijziging bouwplan, geen ondergeschikte aard (Rb Midden-Nederland 24/3961)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5815: Awb, Wabo; handhaving, huisvesten arbeidsmigranten, controlerapport, schorsende werking beroep, verbeuren dwangsom, schadevergoeding (Rb NoordHolland 24/1139)
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5800: Awb, Wabo; niet tijdig beslissen, omgevingsvergunning, bouwen veldschuur en schuilstal, intrekking aanvraag, dwaling (Rb Midden-Nederland 25/2257)
¶ Rechtbank Oost-Brabant 29 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6999: Awb, Ow; vovo, natuurvergunning, APV, kappen/kandelaberen bomen, meanderende Maas, belanghebbendheid stichting, rijksbeschermd stadsgezicht Ravenstein, beoordeling waarden en effecten, motiveringsgebrek
* Rechtbank Gelderland 28 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7321 en Rechtbank Gelderland 28 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7322: Awb, Wabo, Chw, Wnb; omgevingsvergunning, veehouderijen, wijzigen/ en uitbreiden, nieuwe stallen, relativiteitsvereiste, art. 7ae BuChw, vergunning voor onbepaalde tijd, BBT, emissiearme stalsysteem, luchtwasser, (vormvrije) MER-beoordeling, geur, Wgv, fijnstof, luchtkwaliteit, gezondheid, endotoxinen, advieswaarde Gezondheidsraad, motiveringsgebrek, vvgb, ammoniakuitstoot, emissiegrenswaarde, passende beoordeling, mitigerende maatregelen/doelsturing, meetplan, functioneren meetsensoren, additionaliteitsvereiste, Natura 2000-gebieden, maatregelenpakket, stikstofdepositie, overschrijdingen KDW
¶ Rechtbank Noord-Holland 28 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13039: Awb, Ow; vovo, handhaving, bedrijfssituatie, beoogde bestemming, legalisering, dierentuin, horeca, vogelshows, bouwwerken, overtreding, belangenafweging, vertrouwensbeginsel
¶ Rechtbank Gelderland 25 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7352: Awb, Ow; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning, realiseren tijdelijke blaashal met bijbehorende units en survivalbaan, ETFAL, multifunctionele sportaccommodatie, parkeerbehoefte, motiveringsgebrek, ontbreken advies gemeenteraad, belangenafweging
¶ Rechtbank Overijssel 24 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5691: Awb, Ow; 16 omgevingsvergunningen, evenementen op vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, procesbelang, niet terugkerende en jaarlijks terugkerende evenementen, gebiedsbeschermingsregime, uitvoerbaarheidstoets, motiveringsgebrek, stikstofonderzoeken, Wnb, ontbreken relevante verkeersbewegingen, significante gevolgen, Natura 2000-gebieden
* Rechtbank Overijssel 24 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5692: Awb, Wabo, Wnb, Chw; omgevingsvergunning, Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, organiseren en faciliteren evenementen, verstoring woon- en leefgebied das, natuuronderzoek, geen ontheffing vereist, geen aanhaakverplichting
* Rechtbank Overijssel 24 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5693: Awb, Wabo, Wnb, Chw; omgevingsvergunning, Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, organiseren en faciliteren evenementen, toename stikstof, ontbreken natuurvergunning, aanhaakverplichting, motiveringsgebreken stikstofdepositie, referentiesituatie, salderen, verkeersbewegingen, ontbreken MER, middelste bonte specht, gevolgen voor beschermde dieren, geluidsoverlast, representatieve bedrijfssituatie, automotive evenement, akoestisch onderzoek, VNG-Brochure, Geluidnota, verkeersontsluiting, strijd met omgevingsverordening
* HvJ EU 24 september 2026, ECLI:EU:C:2026:789: VWEU; milieu, Verdrag van Aarhus, art. 6, prejudiciële beslissing, exploitatie windturbinepark, verlenging geldigheidsduur, uitsluiten inspraak
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5620: Awb, Wm; vovo, handhaving, afwijzing verzoek, geluidsoverlast windturbines, complex en kostbaar geluidsonderzoek, systematiek Activiteitenbesluit, immissie- en emissiemetingen, jaargemiddelde normen, geluidsvoorschriften (Rb Midden-Nederland 25/1320)
¶ Rechtbank Oost-Brabant 23 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6920: Awb, Ow, Grondwet, Gemw; vovo, handhaving, rectificatie usp Rechtbank Oost-Brabant 21 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5396, asbestinspecties in andere gemeenten, onbevoegdheid gemeente
¶ Rechtbank Rotterdam 23 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:12560: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, bouwen levensbestendige woning, ETFAL, provinciale omgevingsvisie, buiten stads- en dorpsgebied, gemeentelijke omgevingsvisie, landschap
* Rechtbank Rotterdam 23 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:12501: Awb, Wabo; handhaving, kweken bamboe, aanbouw schuur, strijd met bpl, dwangsom, ontbreken vergunning, vermelding in koopovereenkomst, geen bijzondere omstandigheden
¶ Rechtbank Noord-Holland 23 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12675: Awb, Ow; vovo, sloop, bouwen basisschool, startdatum bouwwerkzaamheden, beheersverordening, ontbreken sloopregels
¶ Rechtbank Noord-Holland 23 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12674: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, dakopbouw, optrekken achtergevel, aanbouw met dakterras, woon- en leefklimaat, belangenafweging
¶ Rechtbank Noord-Holland 23 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12676: Awb, Ow; vovo, aanleggen middenspanningskabels, gedoogplicht, planning werkzaamheden
¶ Rechtbank Noord-Holland 22 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12596: Awb, Ow; vovo, handhaving, voetbalkooi, overlast, ontvankelijkheid, termijnoverschrijding
¶ Rechtbank Noord-Holland 22 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12597: Awb, Ow; vovo, weigering omgevingsvergunning, afwijken regels, verkoop perceel, positieve weigering, financieel belang
¶ Rechtbank Den Haag 22 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27644: Awb, Ow; vovo, handhaving, energie opslag systeem, batterijcontainer, PGS 37-1 Richtlijn, maatwerkbesluit, gelijkwaardigheid, BBT, noodplan, zorgplicht, omgevingsplan, Bal
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9155: Awb, Ow; vovo, jachtvergunning damherten, basisvergunning en aanvullende vergunning, Natura 2000-gebied, flora- en faunactiviteit, instandhoudingsdoelstellingen, beheergebied, verkeersveiligheid, motiveringsgebrek
¶ Rechtbank Overijssel 21 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5628: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, flora en fauna, sloop leegstaand schoolgebouw en schuurtje, geplande woningbouw, beschermde diersoorten, maatregelen maaien/ verwijderen struweel/plaatsen kleinwildraster, Bkl, weghalen nesten, bomenkap, vleermuizen, kwetsbare perioden, aantasting groen, woon- en leefklimaat, belangenafweging
* Rechtbank Overijssel 21 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5613: Awb, Msw; boete, overschrijdingen gebruiksnorm dierlijke meststoffen en stikstofgebruiksnorm, berekening, mestproductie melkvee, forfaitaire normen, correctie gasvormige verliezen, verschil graasdieren en staldieren, vrije bewijsleer, beleid, rechtsgelijkheid, bepaalbaarheidsgebod
* Rechtbank Amsterdam 17 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9381: Sr, WED; boete, overtreding, Wet voorkoming verontreiniging door schepen, niet-opzettelijk lozen oliehoudende mengsels in Noordzee, waswater met minerale olie, verwijtbaarheid, grote onderneming
* Rechtbank Amsterdam 17 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9382: Sr, WED; voorwaardelijke boetes voor kapitein, niet-opzettelijk lozen oliehoudend mengsel in Noordzee, Wet voorkoming verontreiniging door schepen, bijhouden oliejournaal, beleid en procedures rederij
¶ Rechtbank Gelderland 17 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7101: Awb, Ow; vovo, handhaving, invorderingsbesluiten, oprichten hotel en parkeergarage, bouwen in strijd met vergunning, bouwstop, evident onrechtmatig, kwalificatie bouwwerkzaamheden, belangenafweging, financiële draagkracht, noodsituatie
¶ Rechtbank Gelderland 17 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7109: Awb, Ow; handhaving, overkapping, afwijzing verzoek, afwijken omgevingsvergunning, bouwtekeningen, geen overtreding
¶ Rechtbank Gelderland 16 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7111: Awb, Ow; vovo, handhaving, bosbestemming, gebruik als erf, visvijver en overkapping, strijd met bpl, inhoud last, herstelmaatregelen, legalisatiemogelijkheid, eigendomssituatie, begunstigingstermijn, belangenafweging
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8931: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, teeltondersteunende voorzieningen, strijd met bpl, afwijkingsbevoegdheid, groenblauwe mantel, ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden, cultuurlandschap
¶ Rechtbank Midden-Nederland 11 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6474: BW, Ow; onteigeningsbeschikking, hoogte schadeloosstelling, tussenbeschikking, benoeming deskundigen
¶ Rechtbank Den Haag 11 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27546: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, legalisering tuinbouwschuur, strijd met omgevingsplan, uitleg planregels, functionele verbondenheid bedrijfswoning, noodzaak, ontbreken deskundig tegenadvies
¶ Rechtbank Den Haag 11 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27121: Awb, Ow; handhaving, organiseren (kinder)feesten, opslag, bedrijfsactiviteiten, strijd met omgevingsplan, adviescommissie, geen persoonlijke dienstverlening, overtreding, evenredigheidsbeginsel
¶ Rechtbank Oost-Brabant 10 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6507: Awb, Ow; handhaving, toeristische verhuur, strijd met bpl, AirBnB, begrip wonen, reikwijdte last onder dwangsom, staken gebruik, invorderingsbeschikkingen, algeheel gebruiksverbod tbv AirBnB, gebruik onvoldoende bepaald, verstrekkendheid last
*/¶ Rechtbank Den Haag 9 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26067: Awb, Wabo, Ow; omgevingsvergunningen, bopa, afwijken planregels, horeca, gebruiken deel van plein als terras, belanghebbendheid stichtingen, statutaire doelstellingen, geen vooringenomenheid, ontbreken contra-expertise, stemgeluid, woon- en leefklimaat, verkeersveiligheid, ETFAL, Bkl, belangenafweging, alternatieve locatie, toepasselijkheid verordening fysieke leefomgeving
¶ Rechtbank Rotterdam 10 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:12594: Awb, Ow; vovo, handhaving, gebruik loodsen, Bbl, gevaar voor gezondheid/veiligheid, restlevensduur fundamentele belastingscombinaties, specifieke zorgplicht, begunstigingstermijnen, evenredigheidsbeginsel, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Holland 9 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12018: BW; onrechtmatige daad, onvolledige voorlichting, 18 m lange aanlegsteiger bij woning, strijd met bpl, bestuurlijke mogelijkheden, omgevingsvergunning voor kortere steiger, vertrouwensbeginsel, vermogensschade, geen toezegging
¶ Rechtbank Den Haag 8 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26866: Awb, Ow; omgevingsvergunning, 40 tijdelijke woningen, 10 tijdelijke woonwagenstandplaatsen, ontvankelijkheid, ETFAL, locatiekeuze, structuurvisie, binding met dorpsgemeenschap, stikstof, duurzaamheid, ecologisch onderzoek, verkeersintensiteit, verkeersveiligheid, parkeerbehoefte, nota Parkeren, CROW-publicatie 317 en 381
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8724: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, schuur van buren, ontbreken vergunning, maximaal vergunningvrije bouwhoogte, beperkte overschrijding, evenredigheid, wijzigen standpunt ter zitting, zicht op legalisatie, finale geschilbeslechting
* Rechtbank Noord-Nederland 31 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3151: Awb, Wnb; wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, aanwijzingsbesluiten Natura 2000-gebieden, Habitatrichtlijn, toevoegen/verwijderen habitattypen/habitatsoorten, bevoegdheid rechtbank, belanghebbendheid, agrariërs, procesbelang, instandhoudingsdoelstellingen, relativiteitsvereiste, gevolgen voor bedrijfsvoering, ter inzageleggen habitattypenkaarten en achterliggende documentatiemateriaal, passeren gebrek, noodzaak, onderbouwing, vegetatiekartering, belangenafweging
¶ Rechtbank Den Haag 23 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27120: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, bouwen dakkapel, afwijken van vergunning, overtreding, kleur boeideel, kozijnindeling, Bbl, maatvoering, legalisatiemogelijkheid, motiveringsgebrek, tussenuitspraak
¶ Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6511: Awb, Ow; omgevingsvergunning, splitsen winkel, wijzigen gevel, belanghebbendheid, toekomstig gebruik, motiveringsgebrek, nadere motivering
* Rechtbank Limburg 8 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:8827: Awb; nadeelcompensatie, afwijzing verzoek, appartementencomplex, overlast van andere bewoner, afwijzing verzoek aanpassing, bpl, huisvesting bepaalde categorieën personen, aantonen van schade, hoorzitting
* Rechtbank Limburg 16 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5757: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen, riooloverstortpunt, legaliseren keermuren, handhaving, wateroverlast, goede ruimtelijke ordening, noodzaak, woon- en leefklimaat, oorzakelijk verband, hydrologisch advies, beleidsregel, aanlegvergunning, ontbreken bouwvergunning, belanghebbendheid, evenredigheid
¶ Rechtbank Den Haag 4 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27552: Awb, Ow; omgevingsvergunning, omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen, voormalige glastuinbouwbedrijf, nieuw recht, vervallen wijzigingsbevoegdheid, verzwaard adviesrecht raad, nadere motivering, beleidsregel, bevoegdheid college, ETFAL, BOPA, belemmeringen bedrijfsvoering, woon- en leefklimaat, relativiteitsvereiste, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5812: Awb, Wabo; handhaving, herstelbesluit, Activiteitenbesluit, geluidsnormen, speelterrein, geluidsoverlast, herstelmaatregelen, ontvankelijkheid, hekwerkwerk, festiviteiten, APV, ontbreken tegenadvies geluidsdeskundige, belanghebbendheid, overgangsrecht, overtreder, strijd met omgevingsplan, motiveringsgebrek, einduitspraak na tussenuitspraak (Rb Gelderland 19/3561, 19/3600, 19/3701, 19/3721, 19/3907 en 19/4017)
18.1. Het overgangsrecht met betrekking tot bestuurlijke sanctiebesluiten is geregeld in de artikelen 4.22 en 4.23 van de Iw Ow. Artikel 4.23 van de Iw Ow bepaalt dat oud recht op bestuurlijke sanctiebesluiten van toepassing blijft als voor 1 januari 2024 een overtreding is begonnen én het bestuurlijk sanctiebesluit is opgelegd. Op besluiten op verzoeken om handhavend optreden blijft het oude recht van toepassing als voor 1 januari 2024 een verzoek om handhavend optreden is gedaan. Dat volgt uit artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Iw Ow.
Als echter na 1 januari 2024 de materiële normstelling is gewijzigd ten opzichte van het recht zoals dat gold op het moment van het verzoek om handhavend optreden of het bestuurlijk sanctiebesluit, dan moet het bestuursorgaan in het besluit op het verzoek om handhavend optreden en/of het besluit op bezwaar beoordelen in hoeverre naar nieuw recht nog een overtreding plaatsvindt. Een andere uitleg van artikel 4.23 van de Iw Ow zou onredelijk zijn, omdat anders een sanctie wordt opgelegd om een handelen of een nalaten af te dwingen waartoe het nieuwe recht niet verplicht. Wanneer het handelen of nalaten onder nieuw recht (gedeeltelijk) niet meer verboden is, dan moet het bestuursorgaan het primaire besluit herroepen per 1 januari 2024 voor zover het bestuurlijke sanctiebesluit gericht is op de niet meer verboden situatie na die datum. Als er onder nieuw recht nog steeds sprake is van dezelfde overtreding, dan blijft op het bestuurlijk sanctiebesluit het oude recht van toepassing. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2645, onder 14 en verder.
18.2. Gelet op het door [appellant] en anderen aangevoerde ziet de Afdeling zich voor de vraag gesteld of de materiële normstelling na 1 januari 2024 is gewijzigd. Alleen als dit het geval is, dan had het college moeten toetsen in hoeverre naar nieuw recht nog een overtreding plaatsvindt.
De Afdeling stelt vast dat in tabel 22.3.1. bij artikel 22.63 van het omgevingsplan gemeente Nijmegen (hierna: het omgevingsplan), zoals dat gold ten tijde van het herstelbesluit, dezelfde maximale geluidwaarden zijn opgenomen als in artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat de materiële normstelling is veranderd door de wijziging van de normadressaat onder de Omgevingswet, waardoor niet Conexus, maar derden die gebruik maken van het speelterrein moeten worden aangemerkt als overtreder, overweegt de Afdeling het volgende. Uit artikel 22.43 van het omgevingsplan volgt in dit geval dat degene die de milieubelastende activiteit verricht zorg draagt voor de naleving van de regels over de activiteit. Het standpunt van [appellant] en anderen impliceert dat de milieubelastende activiteit het gebruik van het schoolplein door derden is en dat deze derden door dat gebruik de geluidsnormen overtreden. Deze uitleg kan niet worden gevolgd. De aard van de geluidsnormen, waarin zowel een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als maximale waarden voor geluid op een geluidgevoelig gebouw in de omgeving zijn vastgelegd, brengt mee dat als milieubelastende activiteit moet worden aangemerkt het bestendige gebruik van het schoolgebouw met het bijbehorende speelterrein. Bij het beantwoorden van de vraag tot wie artikel 22.43 van het omgevingsplan is gericht en wie de overtreder is in de zin van artikel 5:1, tweede lid, van de Awb, is daarmee de zeggenschap over de locatie waarop een milieubelastende activiteit verricht wordt een relevant criterium. Naar het oordeel van de Afdeling is de materiële normstelling dan ook niet gewijzigd ten opzichte van het recht zoals dat gold op het moment van het verzoek om handhavend optreden. Gelet op het voorgaande heeft het college de overtreding dan ook terecht getoetst aan het oude recht.
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5776: Awb, Wro; planschade, afwijzing aanvraag, sloop steenfabriek en realisering 2 supermarkten, verlies gebruiks- en bouwmogelijkheden, eigendomssituatie op peildatum, gegevens kadaster, akte van levering, uitleg ontbindende voorwaarden, voorzienbaarheid, investeringsbeslissing, kenbaarheid beleid, concreet beleidsvoornemen, inkomensschade, gemist voordeel, nog niet aangevangen exploitatie, geen onomkeerbare investering, onderzoeken voorafgaand aan koop (Rb NoordNederland 24/2222)
7.1. Over de voorzienbaarheid heeft de rechtbank op goede gronden geoordeeld dat ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst op grond van de planregels van het oude bestemmingsplan het vestigen van supermarkten op de locatie toegestaan was. Dit geldt ook voor het moment van de aanvaarding van de meesteraanwijzing op 28 januari 2017. Dit wordt door het college ook niet bestreden. In de plantoelichting van dit bestemmingsplan wordt verwezen naar het “Detailhandelsbeleid 2003-2010”. De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat voormeld beleid op de juiste wijze bekend is gemaakt en ter inzage is gelegd. De rechtbank heeft in dit verband terecht overwogen dat de verwijzing door het college naar de openbare behandeling in de raadsvergadering en de mogelijkheid om op de peildatum de notulen te kunnen raadplegen niet voldoende is. Ook de verwijzing naar het persbericht leidt, gelet op de door de rechtbank aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 7 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2382, niet tot het door het college beoogde doel. Op de zitting heeft Progres onbestreden gesteld dat het beleid ten tijde van de investeringsbeslissing niet te vinden was. Over de vraag of met de plantoelichting zelf in dit geval een concreet beleidsvoornemen bekend is gemaakt, geldt het volgende. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat een toelichting bij een bestemmingsplan in algemene zin als bekendmaking van een concreet beleidsvoornemen kan worden gezien. In de plantoelichting staat onder meer dat buiten de vastgestelde structuur van de aangegeven winkelgebieden geen nieuwe ontwikkelingen van detailhandel zijn toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van detailhandel (buiten aangewezen gebied) zijn dan ook niet toegestaan. Uit de plantoelichting volgt niet dat de in het plan opgenomen mogelijkheden voor het vestigen van detailhandel zullen worden wegbestemd. Gelet hierop is de rechtbank terecht tot het oordeel gekomen dat het college niet op grond van de toelichting bij het oude bestemmingsplan de voorzienbaarheid aan Progres mocht tegenwerpen. De verwijzing van het college naar de uitspraak van de Afdeling van 15 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2086, maakt dit niet anders. In die uitspraak heeft de Afdeling het beroep van Progres tegen het nieuwe bestemmingsplan Facetplan-Delfzijl-Farsum ongegrond verklaard. De Afdeling overwoog in die uitspraak dat de omstandigheid dat in het oude bestemmingsplan voor alle gronden met de bestemming “Bedrijf” detailhandelsmogelijkheden voor supermarkten waren opgenomen niet strookte met het sinds 2003 gevoerde beleid. Het oude bestemmingsplan leidde daarom tot incoherentie dat met het nieuwe bestemmingsplan is rechtgezet. Het college heeft betoogd dat Progres in die procedure niet heeft ontkend dat er vanaf 2003 detailhandelsbeleid was en dat ook daaruit volgt dat Progres van het detailhandelsbeleid op de hoogte was. Progres heeft echter verklaard dat zij pas in die procedure van het detailhandelsbeleid, dat toen als bijlage bij de toelichting was gevoegd, heeft kennisgenomen. De Afdeling is van oordeel dat de omstandigheid dat Progres in die procedure niet heeft ontkend dat er vanaf 2003 detailhandelsbeleid was niet betekent dat zij ook ten tijde van de investeringsbeslissing op 28 januari 2017 daarvan op de hoogte was.
7.2. Over de overige stukken die door het college naar voren zijn gebracht ter ondersteuning van het betoog dat aan Progres voorzienbaarheid kan worden tegengeworpen, geldt het volgende. Het gaat om publicaties in de Eemsbode uit 2002 en 2003, het ontwikkelperspectief Appingedam-Delfzijl 2030 uit 2010, de Nota “Kleur bekennen” -onderweg naar investeringsprogramma 2010-2020 uit 2011, Delfzijl, toekomstperspectief detailhandelsvoorzieningen uit 2011, Actieplan Centrum Delfzijl uit 2013, Visie Supermarkten kern Delfzijl uit 2017 en het artikel “Delfzijl: compact centrum in kwijnende stad” van 1 oktober 2014. In de eerste plaats geldt dat Progres gemotiveerd heeft gesteld dat de krantenberichten ten tijde van de investeringsbeslissing niet raadpleegbaar waren. Bovendien blijkt uit deze stukken, zoals Progres terecht stelt, niet dat de detailhandelsbestemming op de locatie zou worden wegbestemd. Het college heeft verder niet onderbouwd dat de overige stukken ten tijde van de investeringsbeslissing op de juiste wijze openbaar waren gemaakt en in openbare bronnen, waarvan redelijkerwijs te verwachten viel dat een eventueel concreet beleidsvoornemen met betrekking tot de Steenfabriek daarin gepubliceerd zou zijn, te vinden waren. Ook uit die stukken blijkt bovendien niet van een concreet beleidsvoornemen om de detailhandelsbestemming van de Steenfabriek weg te bestemmen.
* Rechtbank Gelderland 28 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7321 en Rechtbank Gelderland 28 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7322: Awb, Wabo, Chw, Wnb; omgevingsvergunning, veehouderijen, wijzigen/ en uitbreiden, nieuwe stallen, relativiteitsvereiste, art. 7ae BuChw, vergunning voor onbepaalde tijd, BBT, emissiearme stalsysteem, luchtwasser, (vormvrije) MER-beoordeling, geur, Wgv, fijnstof, luchtkwaliteit, gezondheid, endotoxinen, advieswaarde Gezondheidsraad, motiveringsgebrek, vvgb, ammoniakuitstoot, emissiegrenswaarde, passende beoordeling, mitigerende maatregelen/doelsturing, meetplan, functioneren meetsensoren, additionaliteitsvereiste, Natura 2000-gebieden, maatregelenpakket, stikstofdepositie, overschrijdingen KDW
27.1. Zoals GS terecht hebben aangegeven, is in voorschriften 3.1.2 en 3.2.1 niet het gebruik van de DOL 51-sensor voorgeschreven. Uit de voorschriften volgt enkel dat een meetsensor moet worden gebruikt die voldoet aan het meetplan. Dit meetplan vindt op zijn beurt weer zijn grondslag in een richtlijn die is opgesteld door de WLR. Ook als de DOL 51-sensor niet zou voldoen aan het meetplan, dan raakt dat dus niet direct het besluit.
De rechtbank begrijpt het betoog van eisers zo dat voorschrift 3.2.1 niet uitvoerbaar is omdat er geen geschikte meetsensoren zijn. Dit betoog slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat de DOL 51-sensor inmiddels is gevalideerd door de WLR. De rechtbank ziet in wat eisers hebben aangevoerd ook geen aanleiding om te twijfelen aan de onderbouwing van de geschiktheid van deze sensor om de ammoniakemissie te meten.
27.4. De rechtbank overweegt als volgt. Uit hoofdstuk 2 van het meetplan volgt dat er in elke stal twee ammoniaksensoren worden geplaatst. Bij het uitvallen van één sensor is er dus nog een back-up. In hoofdstuk 5 staat dat de sensoren na drie jaar worden vervangen.
De rechtbank volgt niet het betoog van GS dat uit de richtlijn volgt dat vervanging eerder, dus na een jaar, plaats moet vinden. In het voorschrift wordt verwezen naar het meetplan en in hoofdstuk 5 staat dat vervanging van sensoren pas na drie jaar aan de orde is. Nu tussen partijen niet in geschil is dat dit een jaar moet zijn, is er in zoverre sprake van een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. De beroepsgrond slaagt.
¶ Rechtbank Overijssel 24 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5691: Awb, Ow; 16 omgevingsvergunningen, evenementen op vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, procesbelang, niet terugkerende en jaarlijks terugkerende evenementen, gebiedsbeschermingsregime, uitvoerbaarheidstoets, motiveringsgebrek, stikstofonderzoeken, Wnb, ontbreken relevante verkeersbewegingen, significante gevolgen, Natura 2000-gebieden
8.1. Zoals tussen partijen niet in geschil is, past het organiseren en faciliteren van evenementen op het VTE-terrein niet in de bestemming die dit terrein op grond van het bestemmingsplan van 1996 heeft. De Strip B.V. heeft voor de evenementen daarom omgevingsvergunningen aangevraagd voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verleend als sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoewel het college er terecht op wijst dat bij invoering van de Ow de onlosmakelijke samenhang en de aanhaakverplichting zijn losgelaten, is de rechtbank van oordeel dat in het kader van de vraag of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ook van belang is, of de activiteit uitvoerbaar is. Indien op voorhand aannemelijk is dat de functie op de desbetreffende locatie nooit kan worden verwezenlijkt, kan het toedelen daarvan in strijd worden geacht met deze bepaling. De rechtbank vindt hiervoor steun in de toelichting op het Omgevingsbesluit. Dit deel van de toelichting gaat weliswaar over omgevingsplannen, maar het daar genoemde criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties geldt ook voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De rechtbank leidt hieruit af dat in een procedure als deze over onder de Ow verleende omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten dus ook moet worden beoordeeld of het college op voorhand in redelijkheid had moeten onderkennen dat het gebiedsbeschermingsregime in de Ow in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van de aangevraagde activiteiten.
* HvJ EU 24 september 2026, ECLI:EU:C:2026:789: VWEU; milieu, Verdrag van Aarhus, art. 6, prejudiciële beslissing, exploitatie windturbinepark, verlenging geldigheidsduur, uitsluiten inspraak
Artikel 6, leden 1 en 10, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend op 25 juni 1998 te Aarhus en namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd bij besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan inspraak uitgesloten is in elke procedure tot verlenging met tien jaar van een aanvankelijk voor twintig jaar verleende vergunning voor een in bijlage I bij dat verdrag bedoelde activiteit.
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5620: Awb, Wm; vovo, handhaving, afwijzing verzoek, geluidsoverlast windturbines, complex en kostbaar geluidsonderzoek, systematiek Activiteitenbesluit, immissie- en emissiemetingen, jaargemiddelde normen, geluidsvoorschriften (Rb Midden-Nederland 25/1320)
7. De voorzieningenrechter begrijpt dat de geluidsonderzoeken die het college moet uitvoeren om een nieuw besluit te kunnen nemen, bewerkelijk en kostbaar zijn. Dat kan in uitzonderlijke gevallen een aanleiding zijn om een voorlopige voorziening te treffen in afwijking van wat hiervoor onder 6 uiteen is gezet. De voorzieningenrechter ziet in deze zaak echter geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank op te schorten. Zoals de rechtbank heeft overwogen, wordt van een bestuursorgaan verwacht dat het bij de beoordeling van een handhavingsverzoek de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Wat het college in dit geval daarvoor heeft gebruikt, namelijk een berekening van de hypothetische immissie op basis van een veronderstelde bronemissie, is daarvoor naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende. De rechtbank heeft overwogen dat het mogelijk moet zijn om door een onderzoek met daadwerkelijke metingen van het geluid van de windturbines meer inzicht in de geluidsbelasting te krijgen. Het is juist, zoals het college op de zitting heeft gesteld, dat een paar losse geluidsmetingen op zichzelf nog geen grond geven voor de conclusie dat de jaarlijkse geluidsnorm wordt overtreden, maar werkelijke emissiegegevens zijn wel noodzakelijk om het verzoek om handhaving goed te kunnen beoordelen. De rechtbank heeft het daarbij aan het college gelaten om een invulling te geven aan het nadere geluidsonderzoek en zijn keuzes, over het moment, hoe vaak, bij welke turbines en onder welke omstandigheden moet worden gemeten, te onderbouwen. De voorzieningenrechter van de Afdeling kan die keuzes niet voor het college maken.
¶ Rechtbank Den Haag 22 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27644: Awb, Ow; vovo, handhaving, energie opslag systeem, batterijcontainer, PGS 37-1 Richtlijn, maatwerkbesluit, gelijkwaardigheid, BBT, noodplan, zorgplicht, omgevingsplan, Bal
11. De stelling van verzoekers dat de zorgplicht niet kan dienen als grondslag voor het eisen van een noodplan wegens het afwijken van de PGS 37-1 richtlijn en, zo ja, of het noodplan wel of niet aan die richtlijn voldoet leent zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voor beantwoording in een voorlopige voorzieningenprocedure, omdat daarvoor nader onderzoek nodig is. Dit neemt niet weg dat het naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op zich niet uitgesloten is dat op grond van de specifieke zorgplicht een toereikend noodplan als passende (preventieve) maatregelen als bedoeld in artikel 22.44, lid 2, onder b en e kan worden geëist. Indien dat ontbreekt, dan kan daartegen in beginsel handhavend worden opgetreden.
12. Het voorgaand betekent dat handhaving wegens het ontbreken van een toereikend noodplan pas mogelijk is als het op 1 mei 2026 ingediende noodplan onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht en als duidelijk aan verzoekers is aangegeven welke tekortkomingen daaraan kleven en welke concrete verbeteringen nodig zijn wil wél sprake zijn van een toereikend noodplan. Nu het gaat om handhaving op grond van het niet treffen van voldoende passende (preventieve) maatregelen als bedoeld in artikel 22.44, tweede lid, onder b en e, van het omgevingsplan, zal zo concreet mogelijk moeten worden aangegeven welke passende maatregelen in het noodplan ontbreken/ontoereikend zijn en welke aanpassingen nodig zijn.
13. Uit de last blijkt dat het college het noodplan pas toereikend acht als bij de verdere uitwerking rekening wordt gehouden met de onder het kopje “herstelmaatregelen” vermelde aandachtspunten en opmerkingen. De voorzieningenrechter kan verzoekers volgen in hun stelling dat een aantal van die opmerkingen zijn geformuleerd als adviezen, bijvoorbeeld om een afschakelbare ventilatie te installeren. Het advies om naast het verbeteren van het noodplan de EOS te verplaatsen of te vervangen kan niet als een herstelmaatregel ten aanzien van het noodplan worden gezien. Verder wordt bij een aantal thema’s slechts aangegeven dat een voldoende onderbouwing ontbreekt en/of een nadere of volledige onderbouwing of nodig is (zoals ten aanzien van de mechanische ventilatiecapaciteit en de bijdrage van het cameratoezicht aan het beheersen van restrisico), zonder dat voldoende duidelijk is waarom dat nodig is en welke eisen daaraan worden gesteld. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moet worden betwijfeld of de last op deze onderdelen aan de in rechtsoverwegingen 13 en 14 omschreven maatstaven voldoet dat voldoende duidelijk moet zijn welke concrete aanpassingen verbeteringen nodig zijn wil wél sprake zijn van een toereikend noodplan. De voorzieningenrechter ziet enkel hierin geen aanleiding thans reeds te oordelen dat de last in bezwaar geen stand zal kunnen houden. Wél zal het college in de heroverweging in bezwaar het nader moeten bezien of en motiveren dat de last voldoet aan die maatstaven.
*/ Rechtbank Den Haag 9 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26067: Awb, Wabo, Ow; omgevingsvergunningen, bopa, afwijken planregels, horeca, gebruiken deel van plein als terras, belanghebbendheid stichtingen, statutaire doelstellingen, geen vooringenomenheid, ontbreken contra-expertise, stemgeluid, woon- en leefklimaat, verkeersveiligheid, ETFAL, Bkl, belangenafweging, alternatieve locatie, toepasselijkheid verordening fysieke leefomgeving
13. Eisers hebben ter zitting aangevoerd dat het terras in strijd is met de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020. Daarin is bepaald dat een vergunning wordt geweigerd indien blijkt dat het terras breder is dan de voorgevel van de bijbehorende horeca-inrichting. Het terras op het plein is breder dan de gevel van het pand van de vergunninghouder.
13.1. De voorliggende procedure betreft de toetsing van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van de Omgevingswet en het gemeentelijke Omgevingsplan. Het toetsingskader voor een dergelijke vergunning wordt bepaald door de wet en het omgevingsplan zelf, namelijk de vraag of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
13.2. De regels uit Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 vormen geen onderdeel van het toetsingskader voor de verleende vergunning. Een eventuele strijdigheid met die verordening kan in deze procedure dan ook niet leiden tot het daarmee door eisers beoogde resultaat.
¶ Rechtbank Den Haag 4 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27552: Awb, Ow; omgevingsvergunning, omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen, voormalige glastuinbouwbedrijf, nieuw recht, vervallen wijzigingsbevoegdheid, verzwaard adviesrecht raad, nadere motivering, beleidsregel, bevoegdheid college, ETFAL, BOPA, belemmeringen bedrijfsvoering, woon- en leefklimaat, relativiteitsvereiste, einduitspraak na tussenuitspraak
7.1. Met de tussenuitspraak heeft de rechtbank het college verzocht om duidelijkheid te verschaffen met betrekking tot de toepasbaarheid van het verzwaard adviesrecht zoals bedoeld in artikelen 19 en 23 van de Beleidsregel. Het college heeft bij zijn aanvullende motivering de raadsbesluiten van 25 februari 2026 overgelegd. Uit de daarbij behorende amendementen blijkt dat de gemeenteraad het niet wenselijk acht dat het college, als gevolg van het ontbreken van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, frequent de gemeenteraad moet raadplegen voor wijzigingen die vóór de invoering van de Ow door het college zelf doorgevoerd konden worden. Om deze reden heeft de gemeenteraad het college in de adviezen opgedragen om eerst een nieuwe beleidsregel vast te stellen waarin de afwijkingsmogelijkheid voor bestemmingswijzigingen wordt gedefinieerd en benoemd, vergelijkbaar met de inmiddels vervallen wijzigingsbevoegdheid van artikel 3.7.1 van het omgevingsplan.
7.2. De rechtbank is van oordeel dat de uitgebrachte adviezen niet kunnen worden aangemerkt als een advies in de zin van de Beleidsregel. In deze adviezen wordt niet ingegaan op de vraag of hier sprake is van een situatie waarin het verzwaard adviesrecht geldt en evenmin op enigerlei wijze toegelicht hoe dat dan in beide gevallen zou uitvallen en op grond van welke overwegingen. Om die reden is evenmin sprake van een advies als bedoeld in artikel 16.15b van de Ow. Uit de bij de raadsbesluiten behorende aangenomen motie leidt de rechtbank af dat de gemeenteraad niet wenst vast te houden aan het verzwaard adviesrecht voor dit soort gevallen, vanwege het belastende effect daarvan op de werkzaamheden van de gemeenteraad. Gelet daarop behoeft de vraag of artikel 23 van de Beleidsregel van toepassing is geen verdere bespreking. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeenteraad voorts met de in de adviezen aan het college gegeven opdracht tot beleidsvorming tot uitdrukking gebracht dat bestemmingswijzigingen zoals hier aan de orde binnen de beleidsruimte van het college vallen. Nu het college met het inwinnen van het advies van de gemeenteraad duidelijkheid heeft verschaft over de toepasselijkheid van het verzwaard adviesrecht, heeft het college voldaan aan de opdracht uit de tussenuitspraak. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank het eerder geconstateerde gebrek in de bestreden besluiten hersteld. De rechtbank zal daarom de beroepsgronden van eiseres inhoudelijk beoordelen.