Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5680: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, paardensportcentrum, twee paddocks, buitenrijbaan en lichtmasten, legalisatie, significante effecten op Natura 2000-gebied, aanhaakplicht Wnb-vergunning, aanvraag niet aannemelijk gemaakt, referentiesituatie, Hinderwetvergunning, buitenrijbaan niet impliciet vergund, nieuw besluit, geen aanhaakverplichting, uitvoerbaarheidstoets, gebiedsbescherming niet stikstof, quickscan, soortenbescherming, verdergaande strijd met bpl, lijst waarvoor geen vvgb, omgevingsverordening, natuurversterkingsplan, besluit met wijziging voorschrift, toegestane aantal verkeersbewegingen, redelijke termijn (Rb Gelderland 22/1877, 22/1878, 22/2021 en 22/2023)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5643: Awb, Wro; bpl, vergroten landschapscamping, relativiteit, ladder voor duurzame verstedelijking, strijd met structuurvisie, geen kleinschalige ontwikkeling, landschapswaarden, geen onaanvaardbare aantasting, Natura 2000-gebieden, passende beoordeling, geen rekening gehouden met toegestane horeca- en detailhandelsvoorzieningen, verkeer, tussenuitspraak
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5647: Awb; handhaving, last onder dwangsom, invordering, aanleg geluidswal, geen melding, overtreding Bbk, toepassing van grond in een bouw- en wegconstructie, niet duidelijk of grondwal functioneert als geluidswal, geen toepassing
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5632: Awb, Wm; ontheffing verbod omgevingsverordening, zonnepark, bevoegdheid verlenen ontheffing, toename risico verontreiniging grondwater voldoende onderbouwd, uitlogen materialen, inrichting, grootschalig project (Rb Overijssel 22/829)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5648: Awb, Wro; bpl, verbreding en aanleg fietspaden in natuurgebied, omgevingsverordening, geen aantasting ecologische waarden en kenmerken, ecologisch rapport, compensatie natuurnetwerk, natuurwaarden, cultuurhistorie, redelijke termijn
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5650: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, poké bowl horecavestiging, maximum aantal horecavestigingen, geen onderzoek naar cumulatieve effecten, goede toevoeging aan bestaande concepten, niet aannemelijk gemaakt, cultuurhistorische waarden, geen advies planadviesraad, parkeren, fietsparkeren, beleidsregels, geen integrale afweging (Rb Overijssel 22/2146)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5653: Awb, Wabo; omgevingsvergunning eerste fase afwijken bpl, splitsen woonboerderij in twee woningen, grondentrechter, parkeren (Rb Oost-Brabant 23/938)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5633: Awb, Wro; bpl, parkeerterrein met 122 parkeerplaatsen, eiser niet kenbaar binnen beroepstermijn, onvoldoende parkeerplaatsen, beleidsregel parkeren, beleidsvrijheid
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5677: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, balkons zonder vergunning, strijd met monumentenverordening, evenredigheid, zicht op legalisatie, medische en overige omstandigheden, noodzaak balkons, ten onrechte niet betrokken, tussenuitspraak (Rb Den Haag 23/4289)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5679: Awb, Wro; bpl, recreatiegebied, beperkingen door bouwverbod, belang waterbeheer, geen concreet initiatief
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5651: Awb, Chw, Wro; bpl, splitsing woonboerderij en twee nieuwe woningen, cultuurhistorische waarden,
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5644: Awb, Chw, Wro; bpl, herbestemming voormalig agrarisch bedrijf tot bedrijfsverzamelgebouw, parkeren, landschappelijke inpassing, geluid, geur, duurzame stedelijke ontwikkeling, zelf in de zaak voorzien
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5652: Awb, Chw, Wro; bpl, splitsing woonboerderij en twee nieuwe woningen, parkeren, lintbebouwing
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5678: Awb, Chw, Wro; bpl, 15 woningen, participatie, omgevingsvisie, waterhuishouding, bouwhoogte, vleermuizen, quickscan, bomen, verkeer, parkeren, geluid, bestemming “Tuin” in plaats van “Groen”, onvoldoende gemotiveerd, tussenuitspraak
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5626: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, vervangen hekwerk, welstand, handboek welstand, gelijksoortig als buren, bevestigen poorten en hekwerk aan tussenliggende gemetselde bakstenen kolommen, niet gebleken onmogelijk (Rb Den Haag 22/4041)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5655: Awb, Chw, Wro; bpl, 119 woningen, kantoor en maatschappelijke voorzieningen, hoogbouwvisie, hittestress, waterberging onvoldoende geborgd, verkeer, verkeersmodel, parkeren, borging geluidwerende maatregelen parkeergarage, wegverkeerslawaai, tussenuitspraak
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5682: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 11 appartementen met buitenbergingen (Rb Zeeland-West-Brabant 23/10220)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5631: Awb, TwG; toekenning schadevergoeding mijn bouwschade, uitspraak arbiter, hardheidsclausule, geen uitzonderlijk grote schades (Rb Noord-Nederland 22/2875)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5635: Awb, Wro; bpl, omgevingsvergunning, 37 sociale huurappartementen, inspraak en participatie, soortenbescherming, ecologische onderzoeken, parkeren
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5628: Awb, Wro; bpl, vervangen studentenwoningen, vestiging kantoren en bedrijven, stikstofberekening, relativiteit, parkeren, vraagsturend parkeerbeleid, beleidsregeling, parkeernorm horeca nul, hoogstedelijk gebied, parkeren kantoren in openbaar gebied, parkeren studenten, studentenhuisvesting bijzonder gemeentelijk belang, parkeereis studenten op nul, afwijken van beleid
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5639: Awb, Chw, Wro; bpl, herstelbesluit, waterwoningen, aanvulling gronden beroep, van toepassing zijn Chw niet vermeld in besluit, vernietiging eerder plan, bouwmogelijkheden, uitvoerbaarheid Wnb, quickscan, doorkijkjes
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5675: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, dierenverblijf voor hobbymatig houden van kippen en kas zonder vergunning, strijd met bpl (Rb Zeeland-West-Brabant 24/3448)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5556: Awb Wabo; weigering omgevingsvergunning, dierenverblijf en kas, behoud open karakter (Rb Zeeland-West-Brabant 24/3973)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5671: Awb, TwG; besluit woning voldoet aan veiligheidsnorm in aardbevingsgebied, Nederlandse Praktijkrichtlijn, fundering aanbouw, spouwmuur
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5657: Awb, Wro; bpl, terrein kasteel met landgoed, uitbreiding aantal evenementen, nieuw multifunctioneel gebouw, horecabestemming, meer parkeerplaatsen, onvoldoende onderzoek naar gebruiksmogelijkheden, in geluidsonderzoek niet uitgegaan van representatieve invulling, parkeerbehoefte op basis van onjuiste oppervlakte gebruiksruimte, gevolgen zelfstandige exploitatie multifunctionele ruimte niet onderzocht
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5649: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, hekwerken op perceel, bezwaar niet-ontvankelijk, geen procesbelang, geen eigenaar meer, schade onvoldoende aannemelijk, redelijke termijn
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5669: Awb, TwG; besluit woning voldoet aan veiligheidsnorm in aardbevingsgebied, second opinion, constructie van achtergevel, schade achtergevel
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5665: Awb, Waterwet; verzoek om instructie aanpassen waterpeil in Natura 2000-gebied, brief minister I en W, doorzending naar gedeputeerde staten, geen besluit
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5666: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, verbouwen melkfabriek tot 18 wooneenheden en bedrijfs- en kantoorfunctie, parkeergelegenheid (Rb Noord-Nederland 23/3591)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5656: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, beëindiging bedrijfsactiviteiten, poets- en onderhoudswerkzaamheden aan auto’s, wat betreft aard of invloed op omgeving gelijk te stellen met autoreparatiebedrijf, autobrug, compressor (Rb Noord-Holland 23/5339)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5674: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitweg, apv, uitleg apv, weigering “als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats”, beoordelingsruimte, uitleg begrip “noodzaak”, geen noodzaak voor uitweg (Rb Midden-Nederland 24/5826)
# ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5638: Awb, Chw, Wro; rijksinpassingsplan, radarstation, beroep van niet centrale overheid behorend bestuursorgaan niet mogelijk, MER, participatie en informatievoorziening, straling, relativiteit, gezondheidsrisico’s, ICNIRP-richtlijnen, ontbreken causaal verband, ALARA-beginsel, overschrijden ICNIRP-blootstellingslimieten, tegenrapport, kritiek TNO, deel systeemgegevens staatsgeheim, geen reden te twijfelen aan betrouwbaarheid uitkomsten, geen borging ICNIRP-contour in plan, verstoring elektrische apparatuur, verstoringen ICD’s en pacemakers niet te verwachten, EMC-richtlijn, niet gebleken verstoringen niet oplosbaar, geluid, natuur, Natura 2000-gebied niet aangewezen voor vleermuizen, beschermde diersoorten, natuuronderzoeken, VNG-brochure, alternatieve locaties
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5640: Awb; nadeelcompensatie, werkzaamheden weg, bedrijfslocatie niet bereikbaar, op- en overslag van goederen, advies SAOZ, geen objectiveerbare aan werkzaamheden toerekenbare onevenredige schade, beleidsregel, normaal maatschappelijk risico (Rb Rotterdam 24/9331)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5654: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en uitwegen, bezwaar niet-ontvankelijk, procesbelang, geen eigenaar meer, schade onvoldoende aannemelijk, redelijke termijn
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5667: Awb; exploitatievergunning horeca-activiteiten, apv, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, maar dan 400 m, geluidsrapporten, onderscheid horeca en andere activiteiten, voorschrift met betrekking tot plaats waar alcohol mag worden genuttigd (Rb Midden-Nederland 23/4414 en 23/4526)
¶ ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5668: Awb; weigering verlenging exploitatievergunning, eetcafé, apv, strijd met omgevingsplan, overtredingen, gebruik als shisha-lounge, retail- en horecabeleid, ten onrechte niet uitgegaan van gebruik volgens aanvraag (Rb Den Haag 25/4061)
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5664: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, strijd met bpl, verschil tussen recreatieve verhuur en wonen, verschil met tweede huis (Rb Zeeland-West-Brabant 25/355)
¶ ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5646: Awb, Ow; bekrachtiging onteigeningsbeschikking, justitieel complex, nieuwe landbouwontsluitingsweg, noodzaak, keuzes gemaakt in bpl, minnelijk overleg, proceskosten (Rb Zeeland-West-Brabant 25/4144 en 25/3417)
¶ Rechtbank Gelderland 22 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7218: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom en bouwstop, bouwen in afwijking vergunning, bouw kelder onder vergunde recreatiewoning, fundering op bouwtekening onder maaiveld, ruimte onder woning heeft kenmerken kelder
¶ Rechtbank Den Haag 22 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27066: Awb, Ow; vestiging voorkeursrecht, afwijzen verzoek ontheffing aanbiedingsplicht, renbaan, grondslag, toebedachte functies te ruim, gewichtige redenen, persoonlijke omstandigheden, overdracht aan derde ten behoeve van doeleinde oude bestemming, intentie woningbouw
¶ Rechtbank Oost-Brabant 21 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6779: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, tijdelijk AZC, 300 personen, belanghebbende, zienswijze ingediend, etfal, toename verkeer, verkeersveiligheid, begrip ‘asielzoeker’, ook voor statushouders, gevolgen voor aantal auto’s, ook betrekken biogasinstallatie, tussenuitspraak
¶ ABRvS 18 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5568: Awb, Ow; vovo, TAM-omgevingsplan, herontwikkeling percelen voormalige boerderij naar woningbouw, spuitzone, gebruiksmogelijkheden, belangenafweging, niet onevenredig
¶ Rechtbank Oost-Brabant 18 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6728: Awb, Ow; afwijzing verzoek bekrachtiging onteigening, realisatie TAM-omgevingsplan, 325 woningen en voorzieningen, basistoets wettelijke vormvoorschriften, basistoets onteigeningsbelang, ontbreken noodzaak, inmiddels overeenstemming over minnelijke verwerving
¶ Rechtbank Noord-Nederland 18 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4006:Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, vellen negen bomen, monumentale status, samenstelling bezwaarschriftencommissie, apv, boomeffectanalyse, voorwaarde, ruimtelijke ontwikkeling, wijzigingsbesluit hoeft niet onherroepelijk, alternatievenbeoordeling, bomenpaspoort, herplantplicht
¶ ABRvS 17 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5548: Awb, Ow; vovo, TAM-omgevingsplan, 111 appartementen en 85 grondgebonden woningen, ontsluiting, alternatieve ontsluitingsroute, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid, borging verkeersmaatregelen, bezonning
¶ Rechtbank Noord-Nederland 17 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4014: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, ontgraven zonder omgevingsvergunning, ontgrondingsactiviteit, egalisatie, geen normaal onderhoud, begrip ‘ontgronding’, afgraven teeltaarde, terugplaatsen op lager stuk, evenredigheid, last onvoldoende duidelijk, geen omschrijving ‘oorspronkelijke staat’, hoogte dwangsom
¶ Rechtbank Limburg 14 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9759: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, verbouwen tussenwoning, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, tweede bouwlaag in bijgebouwenvlak, strijd met bpl, trap- en terrashoogte,
¶ Rechtbank Gelderland 14 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7055: Awb, Ow; vovo’s, afwijzing verzoek handhaving, werkzaamheden ten behoeve van bouw woningen, omgevingsvergunning wateractiviteit, belangenafweging, geen grond voor vrees wateroverlast bij woningen verzoekers
¶ Rechtbank Gelderland 14 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6925: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bouwactiviteit, ballustrade om dakterras, onderdeel van bijgebouw, geen strijd met omgevingsplan
¶ Rechtbank Overijssel 14 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5523: Awb, Ow; buiten behandeling laten verzoek handhaving, geen belanghebbende, kappen houtopstanden, dempen vijver, geen gevolgen van enige betekenis
¶ Rechtbank Overijssel 14 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5522: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, B&B, strijd met omgevingsplan, inmiddels omgevingsvergunning, schade, besluit rechtmatig
¶ Rechtbank Oost-Brabant 11 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6571: Awb, Ow; afwijzing verzoek actualisatie Hinderwetvergunning en milieuvergunning, autorally-sportcircuit, aanvraag, niet tijdig beslissen op bezwaar, memo omgevingsdienst, actualisatieplicht, BBT, geen BBT-conclusies van toepassing, onderzoek naar belangrijke veranderingen in BBT, termijn actualisatie, 12 maanden
¶ Rechtbank Noord-Nederland 11 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4012: Awb, Ow; afwijzing verzoek wijziging begrenzing zonneparken in omgevingsverordening, bezwaar niet-ontvankelijk, toepasselijk recht, verzoek om wijziging algemeen verbindend voorschrift, geen appellabel besluit, conclusie Widdershoven en Snijders
* Rechtbank Limburg 10 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9664: Awb, Wabo; verzoek om handhaving, last onder dwangsom, verbouw padelhal tot horecaonderneming, belanghebbende, sportsbar, valt onder overgangsrecht, onzelfstandig horecagebruik, verandering bouwwerk vergunningvrij, uitbreiding verzoek handhaving, geen medewerking geluidonderzoek, parkeergelegendheid, geen zelfstandig handhaafbare norm
¶ Rechtbank Limburg 10 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9663: Awb, Ow; omgevingsvergunning bopa, terrasoverkapping, gebruik terras bij padelcentrum, participatie, voorbereidingsprocedure, ondertekening, grondruil, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, etfal, ruimtelijke onderbouwing, belangenafweging, verkeersproblematiek, verwerking hemelwater, geluidsmemo, akoestisch onderzoek
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8899: Awb, Ow; omgevingsvergunning, nieuwbouwwoning, bezwaar niet-ontvankelijk, geen belanghebbende, geen gevolgen van enige betekenis
¶ Rechtbank Limburg 10 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9664: Awb, Ow; omgevingsvergunning opa, uitbreiden woning, aanbouw, geen bijgebouw, geen zelfstandige functie, geen strijd met omgevingsplan, welstand
¶ Rechtbank Oost-Brabant 8 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6447: Awb, Ow; herinrichten openbare ruimte, plein, horecazaak, terraswensen, geen onevenredigheid
* Rechtbank Limburg 8 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9474: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, plaatsen en gebruiken picknicktafels, slagerij, uitgiftepunt voor verstrekken etenswaren, foodcorner, geen bediening, etfal, verkeersoverlast, parkeeroverlast, stemgeluid
* Rechtbank Limburg 8 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9521: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verkoop seizoensartikelen, gemeentelijk detailhandelsbeleid, begrip ‘woninginrichtingswinkel’, verkoop kerstartikelen niet in strijd met bestemming, Dienstenrichtlijn, noodzaak, evenredigheid, geschiktheid, niet verder dan nodig
¶ Rechtbank Limburg 8 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9518: Awb, Ow; afwijzing verzoek handhaving, verkoop kerstartikelen, belanghebbende, concurrentiebelang, marksegment, verzorgingsgebied, branches ‘woninginrichting’ en ‘tuincentra’, normaal spraakgebruik, geen strijd met omgevingsplan
* Rechtbank Limburg 7 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9475: Awb, Wabo; afwijzing verzoek intrekking/nadere voorschriften vergunning pluimveehouderij, geuroverlast, onaanvaardbare geurhinder, artikel 8 EVRM, artikel 7af BuChw, te beperkte belangenafweging, redelijke termijn
¶ Rechtbank Limburg 7 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9476: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, gebruik loods als mantelzorgwoning en paardenstal, legalisatie, beoordeling etfal onvoldoende, niet ingegaan op belang omwonenden en oppervlakte afwijking, houden vee hobbymatig, omgevingsvisie, alternatieven
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8740: Awb, Ow; omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, jagen op grauwe ganzen en brandganzen, procesbelang, inmiddels nieuwe omgevingsvergunning, geen herahlingseffect, nieuw faunabeheerplan
* Rechtbank Limburg 4 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9416: Awb, Wabo; verzoek handhaving, last onder dwangsom, geluidsoverlast café, Activiteitenbesluit, civiele procedure, last duidelijk en doelmatig, modaliteit en hoogte dwangsom
* Rechtbank Limburg 4 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9480: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning legaliseren vakantiewoningen, verkeerde voorbereidingdprocedure, ook anders geen vergunning van rechtswege, cultuurhistorische waarden, structuurvisie, goede ruimtelijke ordening, belangenafweging, akoestische gevolgen omliggend bedrijventerrein, rechtmatig besluit, geen aanleiding vergoeding gestelde kosten vanwege verkeerde voorbereidingsprocedure
* Rechtbank Noord-Nederland 4 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4004: Awb, Waterwet; Afwijzing handhavingsverzoek, dempen greppel, criteria ‘oppervlaktewaterlichaam’, geen reële functie voor waterberging, conclusie geen normaal ecosysteem onvoldoende onderbouwd
¶ Rechtbank Noord-Nederland 4 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4003: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, gezondheidscentrum, parkeerbehoefte, parkeernormennota, CROW-richtlijn, gehanteerde norm, omvang afwijking, etfal, welstand, stikstof, relativiteit
* Conclusie AG HvJEU 3 september 2026, ECLI:EU:C:2026:688: Beroep tot nietigverklaring Richtlijn (EU) 2024/3019 Behandeling stedelijk afvalwater, uitgebreide verantwoordelijkheid producenten geneesmiddelen en cosmetische producten, onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor vergrote verantwoordelijkheid voor microverontreinigingen in afvalwater, berekening aandeel geneesmiddelen en cosmetische producten in gewogen blootstelling, evenredigheid, noodzakelijkheid, quartaire behandeling
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8479: Awb; vovo en kortsluiten, verzoek handhaving, geluidsoverlast, gebruik pannaveldje, apv, nieuw besluit, alsnog handhaving, artikel 6:19, geen grondentegen nieuw besluit, geen beroep van rechtswege, einsduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8472: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, mantelzorgwoning, tijdelijk plaatsen woonzorgunit, welstand, vergunningvrij voor technische bouwactiviteit, beleidsregels, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, etfal
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8473: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, acht woningen, algemene vvgb, goede ruimtelijke ordening, bedrijfsactiviteiten, woningbouw al mogelijk, parkeren
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8440: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunnig bopa, 30 prikkelarme woningen, bindend advies gemeenteraad, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Limburg 1 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9412: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, uitbreiden kamergewijze verhuur van 7 naar 10 wooneenheden, strijd met beleid, aangrenzende panden voor kamergewijze verhuur, voldoende motivering afwijken beleid, redelijke termijn
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8426: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, twee-onder-een-kapwoning, twee garage-bergingen en 12 garageboxen, vvgb, voorschrift gebruik garageboxen, in stand houden eikenboom, waterinfiltratie, perceelsgrens, einduitspraak na tussenuitspraak, gebreken niet volledig hersteld
* Rechtbank Midden-Nederland 27 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6037: Awb, Chw, Wabo; omgevingsvergunning, appartementengebouw met 64 appartementen, commerciële functie en parkeergarage, individuele reactie op zienswijze niet verplicht, indieningsvereisten Mor
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8142: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en aanleggen, vakantiepark met 366 chalets, restaurant en buitenzwembad, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, meer dan 1 km afstand, strijd met bpl, groepsaccommodatie 14 personen, bestaand pand, parkeren, bestuurlijke visie, exceptieve toetsing bpl, omgevingsverordening, Bouwbesluit 2012, voorschrift rijroutes bouwwerkzaamheden niet verplicht
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8176: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, exploiteren webshop, strijd met bpl, misbruik van bevoegdheid, omwille openbare orde en veiligheid
* Rechtbank Den Haag 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:24772: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, kap 347 bomen, realiseren waterbergingsgebied, Natuurnetwerk Nederland, strijd met bpl, bestemming “Groen-landgoed”, behoud / herstel natuurlijke, cultuur-historische en landschappelijke waarden, bedoeling planwetgever, aanlegvergunning vereist, onlosmakelijke samenhang, redelijke termijn
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8422: Awb, Ow; omgevingsvergunning, vergoten woning door uitbreiden aanbouw en opbouw daarop, één bouwwerk, aanbouw, niet vergroten hoofdgebouw, uiterlijke verschijningsvorm, strijd met bpl, geen binnenplanse afwijking mogelijk
* Rechtbank Noord-Holland 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12507: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verlenging begunstigingstermijn, geen spoedeisend belang, geen ingrijpende gevolgen voor verzoeker
* Rechtbank Noord-Nederland 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3933: Awb; verzoek om schade vergoeding, onrechtmatig besluit, ten onrechte last onder dwangsom vanwege gebruik pand als woning, oorzakelijk verband, door handhavingstraject afgezien van voornemen te verkopen, taxatie onvoldoende feitelijke basis voor aannemen verkooppriis, verrekenen opbrengst verhuur, geen schade
* Rechtbank Noord-Nederland 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4010: Awb, TwG; toekenning schadevergoeding, advieskosten Loket Bevingsschade ten behoeve aanvraag, no-cure-no-pay-overeenkomst, noodzaak dergelijke afspraak, omvang kosten en werkzaamheden onduidelijk, dubbele redelijkheidstoets
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8179: Awb, Ow; omgevingsvergunning, kappen 4 essen, apv, bomenlijst, uitleg begrip “erf”, geen vergunningplicht, primaire besluit herroepen
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8178: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en uitweg, vervangen woning door twee-onder-een-kapwoning, hoogte berging en toevoegen woning, goede ruimtelijke ordening, apv, belangenverstrengeling
# Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12512: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, overschrijding emissieplafond, voorschrift natuurvergunning, gehanteerde kengetallen, uitgangspunten jaarrapportage, voldoende zekerheid geen overschrijding
# ¶ Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8724: Awb, Ow; maatwerkvoorschriften, passende maatregel, emissieplafond, kengetallen, geen voldoende betrouwbaar beeld van werkelijke NOx-emissies
* Rechtbank Noord-Nederland 15 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3132: Awb, TwG: afwijzing verzoek mijnbouwschade, bewijsvermoeden, trillingstool, evident en aantoonbaar andere sluitende oorzaak, ontbreken flexibele voegafwerking, contra-expertise
* Rechtbank Den Haag 1 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26294: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bedrijfsmatig gebruik, overgangsrecht, verhuur paardenboxen, geen vaste gedragslijn, mestopslag, evenredigheid
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
# ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5638: Awb, Chw, Wro; rijksinpassingsplan, radarstation, beroep van niet centrale overheid behorend bestuursorgaan niet mogelijk, MER, participatie en informatievoorziening, straling, relativiteit, gezondheidsrisico’s, ICNIRP-richtlijnen, ontbreken causaal verband, ALARA-beginsel, overschrijden ICNIRP-blootstellingslimieten, tegenrapport, kritiek TNO, deel systeemgegevens staatsgeheim, geen reden te twijfelen aan betrouwbaarheid uitkomsten, geen borging ICNIRP-contour in plan, verstoring elektrische apparatuur, verstoringen ICD’s en pacemakers niet te verwachten, EMC-richtlijn, niet gebleken verstoringen niet oplosbaar, geluid, natuur, Natura 2000-gebied niet aangewezen voor vleermuizen, beschermde diersoorten, natuuronderzoeken, VNG-brochure, alternatieve locaties
19.2. Naar het oordeel van de Afdeling hebben verweerders zich mogen baseren op de blootstellingslimieten uit de ICNIRP-richtlijnen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, blijkt uit onderzoeken naar de effecten van radiofrequente elektromagnetische straling dat deze een nadelig gezondheidseffect kunnen hebben. Vanwege deze effecten worden in Nederland de blootstellingslimieten van de ICNIRP gehanteerd, mede op advies van de Raad van de Europese Unie. De ICNIRP, een internationale groep wetenschappers, toetst met regelmaat of het nodig is om de blootstellingslimieten aan te passen. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 11 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:97, onder 5.1.
Appellanten hebben kritiek geuit op de hoogte van de gehanteerde blootstellingslimieten van de ICNIRP. Daarbij hebben zij gewezen op wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp. De Afdeling stelt vast dat uit wat appellanten hebben aangevoerd blijkt dat er wetenschappelijke kritiek bestaat op de ICNIRP-blootstellingslimieten en dat er zorgen zijn over de gevolgen van elektromagnetische straling voor de gezondheid. De Afdeling ziet hierin echter geen grond voor het oordeel dat deze kritiek en zorgen ertoe leiden dat verweerders de blootstellingslimieten van de ICNIRP niet hadden mogen aanhouden. Die stukken bevatten namelijk geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten waaruit zou blijken dat de blootstellingslimieten van de ICNIRP niet deugdelijk zijn. Daarbij adviseert de Gezondheidsraad ook om deze blootstellingslimieten te hanteren. Dat andere landen strengere blootstellingslimieten hanteren, geeft ook geen aanleiding voor een dergelijk oordeel.
Over het standpunt van appellanten dat in de ICNIRP-richtlijnen ten onrechte geen rekening is gehouden met effecten van niet-thermische aard en EHS [elektromagnetische straling], overweegt de Afdeling het volgende. De STAB constateert in haar deskundigenrapport dat in de ICNIRP-richtlijnen naast thermische effecten van elektromagnetische straling ook niet-thermische effecten zijn betrokken. Wetenschappelijke onderzoeken over niet-thermische effecten zijn betrokken in appendix B van de ICNIRP 2020. Op grond van die onderzoeken is geconcludeerd dat andere gezondheidsschade dan die door opwarming niet is aangetoond. Over EHS vermeldt de STAB dat de klachten weliswaar reëel zijn en het dagelijks functioneren kunnen beïnvloeden, maar uit de subparagraaf “Symptoms and Wellbeing” van de ICNIRP 2020 blijkt dat deze klachten niet wetenschappelijk zijn te verklaren. Er is volgens de STAB geen causaal verband aangetoond tussen radiofrequente elektromagnetische straling en de ernst van zulke gezondheidsklachten. Het voorgaande betekent niet dat de gezondheidsklachten van mensen met EHS niet reëel zijn of dat de Afdeling daar geen belang aan hecht, maar zonder duidelijke wetenschappelijke bevindingen die zo’n causaal verband aannemelijk maken, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat verweerders het inpassingsplan niet hadden mogen baseren op de blootstellingslimieten van de ICNIRP.
In wat appellanten hebben aangevoerd over hun twijfels over de onafhankelijkheid van de ICNIRP, ziet de Afdeling ook geen grond voor het oordeel dat niet van de ICNIRP-blootstellingslimieten uitgegaan kan worden. Hoewel blijkt dat er discussie was over de samenstelling van de ICNIRP, ziet de Afdeling daarin onvoldoende grond voor de conclusie dat de ICNIRP niet onafhankelijk opereert en dat daarom niet van diens conclusies uitgegaan mag worden. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat – zoals ook in het deskundigenbericht is vermeld – de ICNIRP een statement heeft uitgebracht waarin de structuur en activiteiten van ICNIRP nader zijn toegelicht naar aanleiding van een discussie over de integriteit en onafhankelijkheid van de organisatie. Hiermee is volgens de STAB aan de belangrijkste kritiekpunten over de onafhankelijkheid van de ICNIRP, onder meer uit het Starkey-rapport, invulling gegeven. De Afdeling ziet in wat appellanten hebben aangevoerd geen reden om de STAB hierin niet te volgen.
In de door appellanten overgelegde stukken en wat zij op basis daarvan hebben aangevoerd, ziet de Afdeling daarom geen grond voor het oordeel dat verweerders de ICNIRP-richtlijnen niet aan het inpassingsplan ten grondslag hebben kunnen leggen. Daarbij betrekt de Afdeling dat de Gezondheidsraad tot op heden de blootstellingslimieten van de ICNIRP nog steeds onderschrijft.
(…)
20.2. De STAB heeft beoordeeld of de kritiek van TNO op de berekeningen in het tegenrapport navolgbaar is. In het tegenrapport is onder meer gesteld dat niet wordt voldaan aan de blootstellingslimieten die in de onderzoeken van verweerders worden genoemd. Omdat sommige systeemgegevens van de radar staatsgeheim zijn, is hiervan in het tegenrapport een inschatting gemaakt. Op basis van die inschattingen zijn in het tegenrapport eigen berekeningen gemaakt en daar conclusies aan verbonden. De STAB sluit zich aan bij de kritiek van TNO op een aantal belangrijke uitgangspunten dat is gebruikt voor de berekeningen in het tegenrapport. Met name de antennewinst en de vermogensdichtheid zijn volgens de STAB onjuist bepaald en onrealistisch. De STAB geeft aan dat de hierop gebaseerde gevolgtrekkingen en conclusies voor haar niet altijd navolgbaar zijn. Uit de berekeningen in het tegenrapport volgt volgens de STAB dan ook niet dat de berekeningen van Thales en TNO onjuist zijn en dat niet wordt voldaan aan de ICNIRP-richtlijnen en aan de door verweerders opgestelde ICNIRP-contour. De STAB stelt ook vast dat in de second opinion van het Fraunhofer Instituut is geconcludeerd dat de door TNO gebruikte methodiek voor de samengestelde en gelijktijdige blootstelling overeenkomt met de ICNIRP-richtlijnen. Hetzelfde geldt voor de second opinion van Agentschap Telecom. Bovendien is de methode van TNO volgens de STAB te karakteriseren als een conservatieve benadering. Daar waar TNO niet “worst case” heeft gerekend vanwege softwarematige beperkingen van de radar, acht de STAB de uitleg daarvoor aannemelijk. Overigens vermeldt de STAB dat TNO in het Memorandum “Stralingsbelasting Radarinstallatie Herwijnen” van 17 juni 2019 wel rekening heeft gehouden met gelijktijdig samengestelde blootstelling aan meerdere bronnen van elektromagnetische straling.
Verder heeft de STAB vastgesteld dat een deel van de berekeningen en de systeemgegevens van de radar staatsgeheim zijn. TNO heeft die gegevens bij Thales ingezien, maar de andere onderzoeksinstituten en de STAB hebben die gegevens niet ingezien. Dat heeft volgens de STAB invloed op de mogelijkheid tot verificatie – een kritische beoordeling van het rekenmodel – van de berekeningen van verweerders. Vanwege het staatsgeheime karakter van sommige gegevens kunnen niet alle berekeningen volledig door derden worden geverifieerd. Hoewel er volgens de STAB geen concrete redenen zijn om te twijfelen aan de methode en uitkomsten van de berekeningen van TNO, kan pas na het uitvoeren van validatiemetingen worden bevestigd of aan de ICNIRP-contour en de ICNIRP-richtlijnen wordt voldaan. Zo kan het theoretisch model aan de hand van concrete metingen worden gecontroleerd. De STAB sluit zich daarom aan bij het standpunt van Thales, TNO en het Fraunhofer Instituut en het Agentschap Telecom dat het uitvoeren van metingen sterk wordt aanbevolen.
Over de metingen van DEKRA bij de identieke SMART-L radar in Wier vermeldt de STAB dat deze geen hogere veldsterkten geven dan door TNO is berekend. De STAB plaatst hierbij de kanttekening dat aan deze metingen een beperkte betekenis toekomt, omdat deze niet in de plaats kunnen treden van de nog uit te voeren validatiemetingen in het kader van de verleende omgevingsvergunning.
20.3. De Afdeling overweegt dat appellanten de uitgangspunten van hun berekeningen op de zitting niet hebben kunnen verduidelijken en daarmee de deugdelijkheid van die uitgangspunten niet hebben kunnen onderbouwen. Gelet op de bevindingen in het deskundigenbericht ziet de Afdeling in wat appellanten hebben aangevoerd over de juistheid van de berekeningen van verweerders, of er is uitgegaan van een “worst case scenario” en over gelijktijdig samengestelde blootstelling, geen reden om de STAB ten aanzien van die punten niet te volgen. Op de zitting hebben verweerders bovendien toegelicht dat de rapporten van DEKRA alleen bedoeld zijn als aanvulling en niet dragend zijn voor de motivering. Gelet hierop is de Afdeling daarom van oordeel dat verweerders de eerdergenoemde berekeningen en rapporten ten grondslag hebben mogen leggen aan het inpassingsplan.
* ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5657: Awb, Wro; bpl, terrein kasteel met landgoed, uitbreiding aantal evenementen, nieuw multifunctioneel gebouw, horecabestemming, meer parkeerplaatsen, onvoldoende onderzoek naar gebruiksmogelijkheden, in geluidsonderzoek niet uitgegaan van representatieve invulling, parkeerbehoefte op basis van onjuiste oppervlakte gebruiksruimte, gevolgen zelfstandige exploitatie multifunctionele ruimte niet onderzocht
5.3. (…) Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in haar uitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2066, onder 5.3, moet bij een onderzoek naar de geluidbelasting worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een gebouw van 1.000 m². Zoals eerder genoemd onder 2, voorziet het plan echter in een gebouw met een grondoppervlakte van 3.500 m², een maximum goothoogte van 6 m en een maximum bouwhoogte van 11 m. Het plan sluit een gebouw groter dan 1.000 m² dus niet uit. Dit klemt temeer, omdat het gebouw van één of twee verdiepingen kan worden voorzien, waardoor de bruto vloeroppervlakte aanzienlijk groter kan uitvallen dan de maximale grondoppervlakte van 3.500 m². Ook sluit het plan niet uit dat terrassen op andere locaties binnen de gronden met de bestemming “Groen” worden gerealiseerd en/of dat het terras waarmee in het akoestisch onderzoek is gerekend, wordt uitgebreid. De raad heeft hiermee geen rekening gehouden. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het akoestisch onderzoek niet is uitgegaan van de representatieve maximale invulling voor het multifunctioneel gebouw met de aanduiding “horeca tot en met categorie 4”, zoals op basis van het plan is toegestaan.
Ook in de “Notitie Kasteel Limbricht e.o. – Analyse parkeren”, bijlage 14 bij de plantoelichting, is uitgegaan van een gebouw van 1.000 m². In paragraaf 3.2 van de notitie staat dat een parkeernorm geldt van 5 parkeerplaatsen per 100 m². Volgens de notitie bedraagt de totale parkeerbehoefte daarmee 50 parkeerplaatsen. Daarmee is geen rekening gehouden met de mogelijkheid van een gebouw met een grondoppervlakte van 3.500 m², met verschillende verdiepingen en meer oppervlak aan terrassen en de daarmee samenhangende aanzienlijk hogere parkeerbehoefte.
Verder stelt de Afdeling vast dat het multifunctioneel gebouw zelfstandig kan worden geëxploiteerd. Dat betekent dat de horeca-activiteiten in het multifunctioneel gebouw kunnen plaatsvinden naast de reguliere activiteiten en evenementen die worden georganiseerd in het kasteel en op het evenemententerrein. Op grond van artikel 4.4 van de planregels wordt het aantal evenementdagen op het kasteel uitgebreid van maximaal 3 dagen naar maximaal 91 dagen, exclusief op- en afbouwdagen, waarbij ook evenementen mogelijk zijn in categorie 3 met maximaal 3.000 bezoekers. De raad heeft op de zitting te kennen gegeven dat hij wat betreft het maximum aantal bezoekers is meegegaan in het aantal bezoekers dat de initiatiefnemer beheersbaar acht. Voor het multifunctioneel gebouw is in de planregels geen maximaal aantal bezoekers opgenomen. Op de zitting heeft de raad weliswaar toegelicht dat het multifunctioneel gebouw ten dienste staat van de kasteeltuin, maar dit voorgestane gebruik is niet vastgelegd in de planregels. Dat betekent dat zowel evenementen met 3.000 bezoekers in het kasteel als horeca-activiteiten binnen het multifunctioneel gebouw of buiten op het terras gelijktijdig kunnen plaatsvinden. De raad heeft de gevolgen van deze eventuele gelijktijdige exploitatie ook niet onderzocht.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 11 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6571: Awb, Ow; afwijzing verzoek actualisatie Hinderwetvergunning en milieuvergunning, autorally-sportcircuit, aanvraag, niet tijdig beslissen op bezwaar, memo omgevingsdienst, actualisatieplicht, BBT, geen BBT-conclusies van toepassing, onderzoek naar belangrijke veranderingen in BBT, termijn actualisatie, 12 maanden
11.2. Tussen partijen is in geschil of op het college een actualisatieplicht rust. De rechtbank zal dit daarom hieronder beoordelen. In de wetsgeschiedenis van artikel 5.38, eerste lid, van de Ow is aangegeven: “Onderdeel CS (artikel 5.38, eerste lid, Omgevingswet) Het eerste lid van dit artikel bevat de zogeheten actualiseringsplicht voor de omgevingsvergunning. Deze plicht geldt onder meer voor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit”. Ook bevatten artikel 5.38, eerste lid, en artikel 5.39 van de Ow de woorden “beziet” en “wijzigt”. In de wetsgeschiedenis van de voorgangers van artikel 5.38 van de Ow, artikel 2.31, in samenhang met artikel 2.30 van de Wabo is aangegeven: “Artikel 2.30, eerste lid, Wabo bevat een onderzoeksplicht. Deze plicht houdt in dat het bevoegd gezag regelmatig moet nagaan of de bestaande vergunningvoorschriften nog toereikend zijn. Toetsing geschiedt aan de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu (beste beschikbare technieken) en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. Artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, Wabo bevat vervolgens een actualiseringsplicht. Indien uit het onderzoek van artikel 2.30 is gebleken dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet meer toereikend zijn, dan is het bevoegd gezag in bepaalde gevallen verplicht deze ambtshalve aan te passen.” De rechtbank oordeelt dan ook dat op het college de verplichting tot actualisering van de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit rust.
11.3 Nu op het bevoegd gezag een actualisatieplicht rust, dient het bevoegd gezag op grond van artikel 8.99, eerste lid, van het Bkl de vergunningvoorschriften te actualiseren als de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu daartoe aanleiding geven. Artikel 8.99 van het Bkl biedt dus geen ruimte om de voorschriften van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit om andere redenen niet te actualiseren of de actualisatie uit te stellen vanwege bijvoorbeeld een nieuw bestemmingsplan of vanwege efficiency. De actualisatieplicht houdt bovendien in dat het bevoegd gezag geen ruimte heeft om de actualisatie uit te stellen als de voorschriften van de omgevingsvergunning niet toereikend zijn. Nu vaststaat dat de vergunningvoorschriften niet meer toereikend zijn, kan het college kan de actualisatie daarom niet uitstellen. De rechtbank oordeelt daarom dat het college de aanvraag van eiseres ten onrechte heeft afgewezen.
(…)
12.2 Omdat het sporten of recreëren met motoren of auto’s niet is aangewezen in bijlage I van de RIE is deze milieubelastende activiteit geen IPPC-installatie. De rechtbank oordeelt daarom dat de actualisatieplicht van artikel 8.99, tweede lid, en onder a, van het Bkl niet van toepassing is. In zoverre heeft het college gelijk.
12.3 Echter, het feit dat geen BBT-conclusies van toepassing zijn, ontslaat het college niet van de verplichting om te bezien of actualisatie noodzakelijk is en als actualisatie noodzakelijk is, ook daadwerkelijk daartoe over te gaan. Artikel 8.99, derde lid, onder a, van het Bkl bepaalt namelijk dat ook sprake is van ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu als er geen BBT-conclusies van toepassing zijn, maar belangrijke veranderingen in de BBT een aanzienlijke beperking van de emissies mogelijk maken. De rechtbank oordeelt dan ook dat het college dit had dienen te beoordelen.
* Rechtbank Limburg 7 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9475: Awb, Wabo; afwijzing verzoek intrekking/nadere voorschriften vergunning pluimveehouderij, geuroverlast, onaanvaardbare geurhinder, artikel 8 EVRM, artikel 7af BuChw, te beperkte belangenafweging, redelijke termijn
13.3. Verweerder heeft voor de vaststelling van onaanvaardbare geurhinder als bedoeld in artikel 7af, twaalfde lid, van het BuChw het lokale geurbeleid, de historie van de betreffende inrichting (voorafgaand aan het bestreden besluit) en de bovengrens van 35 Ou/m³ in aanmerking genomen. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet mee in zijn overweging heeft betrokken argumenten die zien op de individuele en cumulatieve geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten, de aard en omvang en waardering van de geur die vrij komt, de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting en de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.
13.4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarmee een te beperkte belangenafweging heeft gemaakt bij de vaststelling of wel of niet sprake is van onaanvaardbare geurhinder. Met verwijzing naar hetgeen onder 11 is overwogen, stelt de rechtbank echter ook vast dat bij acht van de negen eisers geen sprake is van overschrijding van de daar genoemde grens van 25 Ou/m³ bij hun woningen, zodat er in zoverre geen onderbouwing is van de kennelijke stelling dat er bij hen sprake is van onaanvaardbare geurhinder als bedoeld in artikel 7af van het BuChw.
Ten aanzien van eiser Maas is dat anders omdat bij zijn woning sprake is van een geurbelasting van 28,1 Ou/m³ (volgens de V-stacksberekening van 16 augustus 2023), hetgeen volgens het Hof Den Haag een sterke indicatie oplevert voor geurhinder die een minimumniveau van aantasting van het milieu overschrijdt, en daarmee grond geeft om aan te nemen dat sprake is van onaanvaardbare geurhinder.
13.5. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank niet gemotiveerd dat en waarom er in het geval van eiser Maas geen onaanvaardbare geurhinder vanwege de inrichting van vergunninghoudster is die aanleiding had moeten zijn om de omgevingsvergunning van 19 mei 2015 geheel of gedeeltelijk in te trekken dan wel om aan die vergunning voorschriften te verbinden die erin resulteren dat de geurhinder ter plaatse van de woning van Maas gereduceerd wordt. De enkele stelling dat die geurbelasting onder de 35 Ou/m³ blijft, is daarvoor onvoldoende in het licht van de landelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen en inzichten. In zoverre slaagt de beroepsgrond voor zover het betreft acht van de negen eisers niet en slaagt de beroepsgrind wel voor zover die naar voren is gebracht door eiser Maas. Voor zover het betreft de situatie van deze eiser is naar het oordeel van de rechtbank het bestreden besluit onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd.
* Rechtbank Noord-Nederland 4 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4004: Awb, Waterwet; Afwijzing handhavingsverzoek, dempen greppel, criteria ‘oppervlaktewaterlichaam’, geen reële functie voor waterberging, conclusie geen normaal ecosysteem onvoldoende onderbouwd
3.2. Uit rechtspraak volgt dat met de omschrijving van een oppervlaktewaterlichaam in de Waterwet aangesloten is bij de invulling van het begrip oppervlaktewater uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in de jurisprudentie van de Hoge Raad en de Afdeling. Bij de beoordeling of een voor hemelwaterberging bestemde voorziening als een oppervlaktewaterlichaam in de zin van de Waterwet kan worden aangemerkt kunnen de factoren aanwezigheid van een normaal ecosysteem en in verbinding staan met (andere) oppervlaktewaterlichamen in de zin van de Waterwet een rol spelen, maar er is geen sprake van voorwaarden waaraan cumulatief moet zijn voldaan. Uit de definitieomschrijving in de Waterwet en in de Keur volgt dat een samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water in beginsel een (onderdeel van een) oppervlaktewaterlichaam is. Volgens de Afdeling zijn uitzonderingen mogelijk, maar die moeten in het licht van de Kaderrichtlijn Water beperkt worden uitgelegd en toegepast in overeenstemming met de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Of sprake is van een situatie waarin zich zo’n uitzondering voordoet moet van geval tot geval worden beoordeeld
¶ Rechtbank Noord-Nederland 4 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4003: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, gezondheidscentrum, parkeerbehoefte, parkeernormennota, CROW-richtlijn, gehanteerde norm, omvang afwijking, etfal, welstand, stikstof, relativiteit
10.1. Met het Parapluplan is beoogd om (nieuwe) parkeernormen in plaats van bestaande regelingen van toepassing te verklaren of te voorzien in gevallen waarin tot dan toe geen parkeernorm van toepassing was. Het Parapluplan is van toepassing op de bestemmingsplannen genoemd in artikel 2 van het Parapluplan, waaronder De loten. De rechtbank overweegt dat de wijze waarop kan worden bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid in het Parapluplan tweeledig is: op basis van de door de CROW vastgestelde richtlijnen dan wel aan de hand van de van toepassing zijnde beleidsregels. Die formulering brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat van de beleidsregels mag worden uitgegaan als duidelijk is voor welke gebruikscategorie een bepaalde norm geldt. In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank echter niet duidelijk dat en waarom de brede gebruikscategorie ‘zorg’ met de bijbehorende parkeernorm van toepassing zou zijn op het gezondheidscentrum. Daarbij betrekt de rechtbank dat in de CROW-richtlijn een specifieke parkeernorm voor een gezondheidscentrum is opgenomen. Bij een gezondheidscentrum gaat het, zoals ter zitting ook is besproken, om de samenhang tussen de individuele vormen van zorg. Bij de beoordeling van de parkeerbehoefte had het college, gelet op het voorgaande, naar het oordeel van de rechtbank moeten uitgaan van de specifieke norm voor een gezondheidscentrum in de CROW-richtlijn. De rechtbank merkt daarbij wel op dat de CROW-richtlijn een richtlijn is, waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. Bijvoorbeeld wanneer de werkelijke parkeerbehoefte (juist vanwege de samenhang in zorg, zoals door derde-partij ter zitting is gesteld) lager zou blijken te zijn dan de norm in de CROW-richtlijn, hetgeen zonder reëel parkeeronderzoek niet valt niet uit te sluiten.
* Rechtbank Den Haag 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:24772: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, kap 347 bomen, realiseren waterbergingsgebied, Natuurnetwerk Nederland, strijd met bpl, bestemming “Groen-landgoed”, behoud / herstel natuurlijke, cultuur-historische en landschappelijke waarden, bedoeling planwetgever, aanlegvergunning vereist, onlosmakelijke samenhang, redelijke termijn
4.6. Uit deze passages moet volgens de rechtbank, met eisers, worden afgeleid dat de planwetgever met het bepaalde in artikel 4.1, onder a, van de planregels het oog heeft gehad op bescherming van de aan het projectgebied in het kader van de Ecologische hoofdstructuur (verder EHS) en NNN toegekende natuurlijke en landschappelijke waarden. In het laatste citaat wordt in dat verband expliciet benoemd dat voor het perceel gelegen naast het deelgebied waar de watercompensatie is voorzien in het kader van de EHS de natuurbeheertypen N15.01 Duinbos en N04.02 Zoete Plas zijn aangewezen. Tussen partijen is verder niet in geschil dat het projectgebied op grond van artikel 2.11, eerste lid, van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is aangewezen als onderdeel van het NNN. Blijkens de bij het natuurbeheerplan als bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, van de Omgevingsverordening behorende beheertypekaart zijn aan het projectgebied de beheertypen “Haagbeuken- en essenbos” en “Kruiden- en faunarijk grasland” toegekend. Naar het oordeel van de rechtbank leidt het kappen van de bomen binnen het projectgebied dat valt onder de bestemming “Groen-Landgoed” onmiskenbaar tot een significante aantasting van de aan die gronden in het kader van de ESH en NNN toegekende waarden, welke blijkens de bedoeling van de planwetgever met artikel 4.1, onder a, van de planregels behouden, hersteld en ontwikkeld dienen te worden. Het kappen van de bomen is daarom een gebruik dat in strijd is met het expliciete gebruiksverbod in artikel 4.3 van de planregels. Gelet hierop is het verwijderen van de bomen niet verenigbaar met het doel waarvoor de grond volgens de bestemming “Groen-landschap” is bestemd.
(…)
4.11. De rechtbank ziet geen aanleiding om het verzoek van het college toe te wijzen om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren, omdat vergunninghoudster onder de Omgevingswet niet langer verplicht is om bij een aanvraag om een omgevingsplanactiviteit gelijktijdig een aanlegactiviteit aan te vragen en dit nieuwe recht ook van toepassing zou zijn bij en beslissing op een nieuwe aanvraag om een kapvergunning. Nu op onderhavige aanvraag en het bestreden besluit op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet de Wabo van toepassing is en er geen sprake is van een nieuwe aanvraag komt dit verzoek erop neer dat de rechtbank een niet toepasselijk rechtsregime als beoordelingskader hanteert. Gelet hierop ziet de rechtbank geen ruimte om aan dit verzoek te voldoen.
* Rechtbank Noord-Nederland 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3933: Awb; verzoek om schade vergoeding, onrechtmatig besluit, ten onrechte last onder dwangsom vanwege gebruik pand als woning, oorzakelijk verband, door handhavingstraject afgezien van voornemen te verkopen, taxatie onvoldoende feitelijke basis voor aannemen verkooppriis, verrekenen opbrengst verhuur, geen schade
5.5. Naar het oordeel van de rechtbank is er een oorzakelijk verband tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade. Verzoekster had het voornemen het pand te verkopen, maar zag zich door het handhavingstraject (leidende tot het onrechtmatige besluit) genoodzaakt op dit voornemen terug te komen (zie 2.1. en 2.3.).
5.6. De rechtbank acht het eerste taxatierapport van Hoving van belang voor de bepaling van de hoogte van de schade. Anders dan verweerder betoogt, is de daarin gehanteerde waardepeildatum van 1 februari 2022 wel relevant omdat verzoekster rond deze datum de woning te koop aanbood en omdat deze datum kort vóór het handhavingstraject is gelegen.
5.7. Zonder af te doen aan de deskundigheid van de taxateur, geeft de taxatie naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende feitelijke basis voor de aanname dat de verkoop begin 2022, zonder de onrechtmatige besluitvorming, daadwerkelijk tot een verkoopbedrag van € 175.000 zou hebben geleid. Wel leidt de rechtbank uit deze taxatie af dat de vraagprijs van € 169.000 reëel was. Er is daarom voldoende basis voor het vaststellen van de gederfde opbrengst op een bedrag van € 8.999 (€ 169.000 minus € 160.001).
5.8. Om de schade vast te stellen, moeten de huurinkomsten (2.4.) in mindering worden gebracht op genoemde gederfde opbrengst. Zoals ter zitting is besproken, zijn deze huurinkomsten ruim € 19.000 geweest.
5.9. Ter zitting heeft verzoekster gesteld dat de bruto huuropbrengsten inderdaad € 19.000 waren, maar dat na aftrek van alle kosten per maand netto slechts een bedrag van € 30,84 overbleef. De rechtbank begrijpt dat er enige kosten zijn gemaakt in verband met de verhuur, maar de hoogte van die kosten blijkt niet uit de stukken. Verzoekster heeft ter zitting aangeboden hiervan alsnog een onderbouwing te geven. Ter zitting heeft de rechtbank dit bewijsaanbod afgewezen omdat dit strijdig is met de goede procesorde. Verzoekster heeft, ook na het verzoek van 22 augustus 2024, voldoende tijd en gelegenheid gehad om de gestelde schade te specificeren en van een deugdelijke onderbouwing te voorzien.
5.10. De conclusie is dat verzoekster niet aannemelijk gemaakt heeft dat zij schade heeft geleden.
STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates
Victor van Ahee, advocaat bij Trebbio Legal, schreef een annotatie bij de uitspraak van de Afdeling van 9 september 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:5325) over een omgevingsvergunning voor een warmteoverdrachtstation. In deze uitspraak wordt een aantal gronden van hoger beroep om procedurele redenen buiten beschouwing gelaten. Enkele andere gronden van hoger beroep worden kort afgedaan omdat in beroep nagenoeg hetzelfde is aangevoerd en de rechtbank al gemotiveerd op die gronden is ingegaan. In de noot wordt ingegaan op de lange doorlooptijden van zaken bij de Afdeling. Hierbij wordt gewezen op de mogelijkheid om daar iets aan te doen door zaken die zich daarvoor lenen verkort en/of buiten zitting af te doen.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
vzr Rb Oost-Brabant 28 augustus 2026 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit voor fietspad, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, niet gehouden te toetsen aan etfal
Rb Overijssel 13 augustus 2026 Omgevingsvergunning milieu, geen afval(mee)verbrandingsinstallatie, verslag STAB, één installatie, hoofddoel installatie
Rb Limburg 22 juni 2026 Omgevingsvergunning bopa voor tuinhuis, steenuil, etfal, aspect van uitvoerbaarheid