Preventieve last onder dwangsom. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college van burgemeester en wethouders zich terecht op het standpunt gesteld dat de sport padel volgens het normale spraakgebruik niet valt aan te merken als fitnesstraining, conditietraining of vechtsport.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren (het college) heeft bij het primaire besluit een preventieve last onder dwangsom aan verzoekster opgelegd. Verzoekster is gelast om de gronden niet te (laten) gebruiken, in strijd met artikel 3.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan voor padelactiviteiten, bij gebreke waarvan verzoekster een dwangsom van € 25.000 ineens verbeurt.

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Zij betoogt onder meer dat het gebruik van de hal voor padelbanen past binnen de toegestane bedrijfsactiviteiten zoals beschreven in bijlage 1 van de planregels en dat er daarom geen sprake is van een overtreding van het omgevingsplan. In dit verband voert verzoekster aan dat uit het begrip sportschool in geen enkel opzicht blijkt waarom padel hier niet onder valt. Padel is in de visie van verzoekster immers ook een sport waarbij aan conditietraining wordt gewerkt. In normaal spraakgebruik omvat ‘sportschool/fitnesscentrum’ in de visie van verzoekster ook binnensportactiviteiten gericht op conditie en training. Padel is lichamelijke training met toestellen en oefeningen in een binnenruimte met een vergelijkbare ruimtelijke uitstraling als andere indoor sportvoorzieningen. Het gebruik van de padelbanen is in tijd, aantal spelers en ruimtelijke impact beperkt en past bij een moderne sportschoolformule, aldus verzoekster.

Het college is van mening dat de sport padel niet is aan te merken als fitnesstraining, conditietraining of vechtsport volgens het normale spraakgebruik, waardoor een gebouw met vier indoor padelbanen niet is aan te merken als fitnesscentrum of sportschool. Het feit dat naast de padelbanen tevens fitnessapparaten worden geplaatst, maakt volgens het college niet dat de padelbanen onderdeel uitmaken van een fitnesscentrum/sportschool of daaraan ondergeschikt zijn. De aard, indeling en inrichting van het pand brengt volgens het college met zich dat wat betreft de ruimtelijke uitstraling de padelbanen niet als ondergeschikt kunnen worden aangemerkt.

Rechtsvragen

Is sprake van een overtreding? En was het college bevoegd om een preventieve last onder dwangsom op te leggen?

Uitspraak

Uit vaste jurisprudentie van de AbRvS volgt dat voor de betekenis van een begrip, bij gebrek aan aanknopingspunten in het bestemmingsplan en de plantoelichting, voor de wijze waarop een in het bestemmingsplan opgenomen begrip moet worden uitgelegd, aansluiting moet worden gezocht bij hetgeen in het algemeen spraakgebruik daaronder wordt verstaan. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 27 juli 2023 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2023:3624. Daarbij mag de betekenis, zoals deze in Van Dale is gegeven, worden betrokken.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat de sport padel volgens het normale spraakgebruik niet valt aan te merken als fitnesstraining, conditietraining of vechtsport. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat padel gezien dient te worden als een racket- en balsport voor twee spelers of voor paren, waarbij een bal, gelijkend op een tennisbal met een racket over een net gespeeld wordt. Het wordt aangeduid als een mix tussen tennis en squash. Gelet hierop volgt de voorzieningenrechter verzoekster niet in haar betoog dat het gebruik van vier indoor padelbanen onder de bestemming ‘Bedrijventerrein’ valt.

De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat, anders dan verzoekster stelt, voor de uitleg van deze planregel, gelet op de formulering, niet relevant is of de activiteit ruimtelijk vergelijkbaar is met de bedrijven zoals genoemd in de bijlage bij het bestemmingsplan. Hieruit volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift, zodat hij bevoegd was tot handhavend optreden.

De stelling van verzoekster dat een skischool op het bedrijventerrein gevestigd was en een yogaschool, leidt niet tot een ander oordeel. Het college heeft ter zitting toegelicht dat op die percelen een nadere aanduiding gold die dergelijke activiteiten mogelijk maken. Dat is door verzoekster niet gemotiveerd betwist.

Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat het college in dit geval bevoegd was om een preventieve last onder dwangsom aan verzoekster op te leggen. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het college zich, gelet op de concrete mondelinge verklaring van verzoekster de indoor padelbanen op 13 oktober 2025 te openen en de promotie daarvan op sociale media, heeft kunnen concluderen dat sprake is van de vereiste aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat een nieuwe, nog niet gepleegde overtreding dreigt. Deze grond van verzoekster slaagt niet.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Noord-Nederland
Datum Uitspraak : 11-11-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RBNNE:2025:5078
Ruud Veenhof

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder