Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:360: Awb, Wro; bpl, houtbewerkingsbedrijf, herstelbesluit, geluidsonderzoek gebaseerd op bestaande activiteiten, uitbreidingsmogelijkheden niet meegenomen, redelijke termijn, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:362 en ECLI:NL:RVS:2026:363: Awb, Wnb; afwijzing verzoek intrekking Wnb-vergunning, veehouderij, PAS-vergunning, voorkomen dreigende verslechtering, hydrologische herstelmaatregelen, beslistermijn, “actus-contrariusbeginsel”, redelijke termijn (Rb Limburg 20/2157 en 20/2159)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:339: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, tijdelijke huisvesting, 300 arbeidsmigranten, permanente behoefte, wonen of logies, uitspraak voorzieningenrechter, geen woonkarakter, beleid, aanvullende voorwaarden, herstelbesluit, uitspraak voorzieningenrechter, akoestisch onderzoek, brongeluidniveaus, herstelbesluit, relativiteit, aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat, (Rb Zeeland-West-Brabant 22/3536 en 22/3537)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:367: Awb, Wro; bpl, nieuwbouw middelbare school, belanghebbende, rechtspersoon, geen zienswijze, norm goede ruimtelijke ordening, relativiteit, externe veiligheid, transportroute, parkeren, ecologische waarden
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:365: Awb, Wro; bpl, wijziging van autoschadeherstelbedrijf met bedrijfswoning naar drie woningen, provinciale omgevingsverordening, uitspraak voorzieningenrechter, geen bestaand stedelijk gebied
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:335: Awb; weigering ligplaatsvergunning 5 verhuurboten, havenverordening, onderscheid in categorieën, categorie niet aangewezen, geen schaarse vergunning (Rb Midden-Nederland 22/4038)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:349: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, splitsing monumentaal pand, langgevelboerderij, extra woning, voorwaarden splitsing in planregels, privaatrechtelijke belemmering parkeren (Rb Zeeland-West-Brabant 21/5243)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:364 en ECLI:NL:RVS:2026:366: Awb; visvergunning, zegenrecht, Uitvoeringsregeling visserij, schubvis, beperking aantal zegendagen, Actieplan toekomstbestendig visserijbeheer IJsselmeergebied, rapporten Wageningen Marine Research, richtjaar 2027, aansluiten bij planperiodes KRW, brasembestand, evenredigheid, noodzakelijkheid, evenwichtigheid, artikel 1 Eerste protocol EVRM, fair balance (Rb Midden-Nederland 22/5870, 22/5871, 22/5874, 23/148, 22/2974, 23/859, 23/860, 23/861 en 22/2534, 22/2977, 22/2547 en 22/2533)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:368: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, dakopbouw met dakterras, bouwhoogte in strijd met bpl, herstelbesluit ook afwijken bpl, beleidsregels, maatwerk, voorzijde dakopbouw stedenbouwkundig aanvaardbaar, achterzijde dakopbouw, locatiespecifieke omstandigheden, dakterras, relativiteit
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:341: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen recreatiewoning, overkapping en houthok, vertrouwensbeginsel, toezegging keet, bouwwerk op foto’s 1996, aannemelijk dat huidige recreatiewoning niet afwijkt (Rb Oost-Brabant 22/3177)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:359: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, padelbanen, herstelbesluit, parkeervoorziening, einduitspraak na tussenuitspraak (Rb Overijssel 23/923 en 23/896)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:337: Awb, Wabo; weigering tijdelijke vergunning, opslagloods, hekwerk, vlaggenmasten, ophogen terrein, verplaatsen activiteiten, voldoende gemotiveerd initiatief niet wenselijk, belangenafweging, omgevingsverordening, landschapsontwikkeling
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:369: Awb, Wnb; afwijzing verzoek handhaving, melkveebedrijf, meer koeien dan vergund, ander stalsysteem, zicht op legalisatie, geen procesbelang, bezwaar niet-ontvankelijk, procesbelang, vergunning nog niet onherroepelijk, (Rb Noord-Nederland 22/3459)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:361: Awb; evenementenvergunning, geluidontheffing, muziekfestival, geluid, artikel 8, lid 1, EVRM, geluidbeleid, Nota Limburg, geen dB(C)-normen, akoestisch onderzoek, niet boven 70 dB(A), APV, weigeringsgrond “de bescherming van het milieu” (Rb Noord-Holland 22/5911)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:342: Awb, Wro; bpl, 6 woningen, inspraak en participatie, behoefte, ruimtelijke inpassing, inpassing en bescherming van groen,
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:350: Awb, Wro; planschade, omgevingsvergunning herbouw hotel, STAB-verslag in beroep, zakelijk gerechtigde op peildatum, erfpacht, zelfde gronden als in beroep (Rb Zeeland-West-Brabant 20/8089)
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:355: Awb, Wro; bpl, vier woningen, verkeersaspecten, parkeeroverlast
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:344: Awb, Wro; bpl, natuurontwikkeling, aaneengesloten moerasgebied, verplaatsen deel camping, alternatieven
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:345: Awb, Chw, Wro; bpl, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 38 woningen en binnentuin, kap boom, voormalige drukkerij, participatie, belangenafweging, parkeren, afwijkingsregel, bodemverontreiniging, uitvoerbaarheid, stikstof, relativiteit, quickscan flora en fauna, Didam-arrest, binnenplanse afwijking, kap van boom
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:343: Awb, Chw, Wro; bpl, herstelbesluit, herontwikkeling winkelcentrum naar commerciële functies en woningen, maximaal 435 appartementen, gemeentelijk parkeerbeleid, autovrij complex, dynamische verwijzing, exceptieve toetsing beleidsregels parkeren niet mogelijk, uitvoerbaarheid herstelplan, voorwaardelijke verplichting, parkeerdruk omgeving plangebied, afstand tot parkeervoorzieningen
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:370: Awb, Wgh, Wro; bpl, besluit hogere waarden, 50 appartementen in drie bouwlagen, locatie voormalige kerk en school, beroepsgronden Wgh, relativiteit, omgevingsvisie, privacy, verkeersgeneratie, geen inzicht in bestaande verkeersintensiteit, parkeren, bezonning, strenge TNO-norm, tussenuitspraak
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:356: Awb, Chw, Wro; bpl, 105 woningen, woningbehoefte, alternatieve locaties, verkeersveiligheid, ontsluitingsweg, stikstof, relativiteit, betrouwbaarheid gemeente
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:347: Awb, Arbeidsomstandighedenwet; boete, arbeidsongeval, laden bomen met loader, loader over voet stagiair, zelfde gronden als in beroep, stagiair onder Arbowet (Rb Limburg 23/557)
¶ ABRvS 20 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:311: Awb, Ow; vovo, wijzigingsbesluit omgevingsplan, twee bedrijfsverzamelgebouwen, milieucategorie niet geborgd, bouw- en goothoogte, omissies landelijke voorziening
* ABRvS 20 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:310: Awb; vovo, luchthavenbesluit, verruiming openingstijden, meer geluidsoverlast, beperkte gevolgen voor aantal vliegbewegingen
* ABRvS 16 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:264: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, geluidsoverlast, tennis- en padelbaan, beperking speeltijden, uitleg uitspraak rechtbank, beperking speeltijd tennis door rechtbank, belangenafweging (Rb Noord-Holland 23/5289, 23/5866 en 24/437)
* ABRvS 16 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:263: Awb, Wabo; vovo, herroepen besluit handhaving, met drugsafval vervuilde mest op akkers, geen overtreder, beroep betrokken jurist bestuursorgaan, geen belanghebbende
* Rechtbank Noord-Nederland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:107: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, opslag paardenmest, meer dan 600 m3 rechtvaardigingsgrond, overmacht, geen contractuele verplichtingen, niet onevenredig, geen bijzondere omstandigheden, mogelijke milieugevolgen, uitspoeling, financiële gevolgen, geen dreigend faillissement
* Rechtbank Noord-Nederland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:79: Awb, Wbo; weigering omgevingsvergunning, weigering vvgb, verbouw schuur tot woning, bebouwing in tweede lijn, stedenbouwkundig niet wenselijk
* Rechtbank Noord-Nederland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:90: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, pluimveehouderij, afstandseis artikel 3.119 Activiteitenbesluit, niet onderzocht, uitbreiding verzoek handhaving, onderzoek geuroverlast, geen grondslag voor intrekking vergunning
* Rechtbank Noord-Nederland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:91: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, pluimveehouderij, ontbreken Freshlight Agri lampen, voorgeschreven in vergunning, fijnstofreductie, droogfilterwanden geplaatst, meer reductie, reductie onverplicht, aanvraag om omgevingsvergunning, concreet zicht op legalisatie
* Rechtbank Oost-Brabant 16 januari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:251: Awb, Wabo; aanwijzing gemeentelijk monument, gedeelte van pand, gedeeltelijke aanwijzing niet mogelijk, in redenomgevende omschrijving benoemen delen monumentwaardig
* HvJ EU 15 januari 2026, ECLI:EU:C:2026:5: Verdrag van Aarhus; prejudiciële beslissing, begrip aanvrager, identificatie niet vereist, mag wel worden voorgeschreven
# Rechtbank Noord-Nederland 15 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:81: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, regionale opvanglocatie met 45 woningen voor het COA, ruimtelijke onderbouwing, saneringscontour geluid, geen wettelijke basis, beperking vliegbasis defensie, gezoneerd industrieterrein, cumulatieve geluidbelasting, rapportage, toekomstige ontwikkelingen vliegbasis, beperking uitbreidingsmogelijkheden
# Rechtbank Noord-Nederland 15 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:82: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, regionale opvanglocatie met 45 woningen voor het COA, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, afstand tot percelen, zicht, uitvoerbaarheid, ruimtelijke inpassing, woonbeleid
* Rechtbank Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:267: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, realiseren bouwwerk, houden van 50 duiven, ruimtelijke uitstraling, tijdstippen controles, mate van overlast, strijd met bestemming “Wonen”, stellen van voorwaarden
* Rechtbank Overijssel 13 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:93: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitweg, eerder geaccepteerde melding, recreatiecentrum, uitrit bedrijfswoning verwijderd, gevaar verkeer op de weg, verklaringen deskundigen, aantasting openbaar groen, geen bijzondere omstandigheden
¶ Rechtbank Overijssel 13 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:160: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, supermarkt, uitleg planregels, letterlijke betekenis
¶ Rechtbank Gelderland 13 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:209: Awb, Ow; omgevingsvergunning, omgevingsplanactiviteit, aanleg verhard oppervlak en drainage, bomenteelt, flora en fauna, beoordelingskader, geen onlosmakelijke samenhang, voorwaarden planregels, gebruik gewasbeschermingsmiddelen, geen toetsing aan Habitatrichtlijn
* Rechtbank Gelderland 13 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:217: Awb, Wnb; natuurvergunning, veehouderij, intern salderen, uitspraken Afdeling 18 december 2024, nog geen definitief herstelbesluit
* Rechtbank Gelderland 13 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:208:Awb; ontheffing inrijverbod, aslasten, geen beroep van rechtswege tegen besluit verlenging periode, RVV 1990 ontheffingenbeleid, belangenafweging niet gemotiveerd
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:124: Awb, Wro; planschade, nieuwe woonwijk, mindere ligging, advies SAOZ, normaal maatschappelijk risico,
# Rechtbank Oost-Brabant 12 januari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:64: verzoek intrekking/wijziging maatwerkvoorschrift, woningtextielbedrijf, warme dagen, openen ramen en deuren ten behoeve van werknemers, geuroverlast, wijziging ook mogelijk indien niet in belang van bescherming van het milieu, proefperiode, causaal verband open deuren en geuroverlast niet aannemelijk, niet zelf in de zaak voorzin, wel voorlopige voorziening, einduitspraak na tussenuitspraken
# Rechtbank Oost-Brabant 12 januari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:65: afwijzing verzoekhandhaving maatwerkvoorschrift, woningtextielbedrijf, geuroverlast, openstaande ramen en deuren, geen overtredingen geconstateerd
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:113: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, geluidsoverlast zwembad, tussenuitspraak, Activiteitenbesluit, geringe overtreding, handhaven onevenredig, motivering onvoldoende
¶ Rechtbank Overijssel 12 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:169: Awb, Ow; handhaving, plaatsing twee airco’s zonder omgevingsvergunning, gelijkheidsbeginsel, piepsysteem, melding door medewerker gemeente, strijd met reactionair handhavingsbeleid, geenconsistent bestuursbeleid, schijn van willekeur, beleid prioritering niet vastgelegd, zelf in de zaak voorzien
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:75: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, legaliseren recreatieverblijven, overgangsrecht, bewijslast, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:62: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, geuroverlast, bakkerij, overgangsrecht Activiteitenbesluit, onvoldoende onderzoek naar meldingsplichtige wijzigingen, niet inzichtelijk wanneer geur is aan te merken als geurhinder
* Rechtbank Limburg 8 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:131: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, lasten onder dwangsom, kamerbewoning door meer dan twee persoenen, gebruik verblijfsruimte, rookmelders, Bouwbesluit 2012, onderverhuurder, geen belanghebbende, overtreding, overgangsrecht, bewijslast, kamerbewoning door vier personen onder overgangsrecht paraplubestemmingsplan
* Rechtbank Limburg 7 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:59: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, buitenopslag volumegoederen en verhuuractiviteiten partybenodigdheden, strijd met agrarische bestemming, strijd met bpl, niet vergfund met eerdere omgevingsvergunning, opslag voor verhuurbedrijf toegestaan, verhuur niet, begunstigingstermijn, redelijke termijn
* Rechtbank Limburg 7 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:74: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, carport, uitzicht, goede ruimtelijke ordening
* Rechtbank Oost-Brabant 23 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8458: Awb, Wnb; afwijzing verzoek preventieve handhaving, paardenhouderij, geen concreet zicht op legalisatie, vergunning vernietigd, uitspraak Afdeling 18 december 2024, niet getoetst aan additionaliteitsvereiste, verlenging getroffen voorlopige voorziening
* Rechtbank Oost-Brabant 23 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8457: Awb, Wnb; natuurvergunning, plaatsopneming, wijzigen van varkenshouderij in paardenhouderij, uitspraak Afdeling 18 december 2024, niet één-en-hetzelfde project, intern salderen
* Rechtbank Oost-Brabant 23 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8456: Awb, Wnb; weigering natuurvergunning, wijziging paardenhouderij, bouw verblijfsaccomodatie, onduidelijk of sprake is van één project, plaatsopneming
* Rechtbank Den Haag 23 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25986: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, geluidshinder, functioneren deuren expeditieruimte, geluidnorm Activiteitenbesluit, twee geluidsmetingen, artikel 7.21 en 7.22 Bouwbesluit 2012, geen overtreding
¶ Rechtbank Midden-Nederland 22 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7282: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen, bouw bedrijfshal, sloop bestaande bedrijfsgebouw, wel strijd met omgevingsplan, Woo-verzoek, relativiteit, gebruiksregels, specifieke functieaanduiding, overschrijding maximale oppervlakte, inclusief opslag
¶ Rechtbank Midden-Nederland 22 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7100: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit en technische bouwactiviteit, dakopbouw, toegestane bouwhoogte, specifieke bouwaanduiding
* Rechtbank Noord-Nederland 22 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5776: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen aarden wallen, zandheuvel en vijver, belanghebbende bij verzoek om handhaving, gevolgen van enige betekenis, overtreding, bijzondere omstandigheden, geen concreet zicht op legalisatie, eerdere uitspraak voorzieningenrechter, last onduidelijk, uitvoerbaarheid onduidelijk, opstellen ecologisch werkprotocol
* Rechtbank Midden-Nederland 19 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7279: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen beplanting verharding en poortzuilen, niet in strijd met bestemming “Verkeer, geen overtreding
¶ Rechtbank Midden-Nederland 19 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7223: Awb, Ow; vovo, optoppen kantoorgebouw, transformeren naar 65 appartementen en bedrijfsruimten, geplande werkzaamheden, geen spoedeisend belang
* Rechtbank Midden-Nederland 19 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7279: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, plantenkas tegen werkschuur op buitenplaats, monumentale bestemming, ruimtelijke onderbouwing voldoende, geen détournement de pouvoir
¶ Rechtbank Limburg 19 december 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:12726: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, invordering, kamergewijze bewoning pand zonder omgevingsvergunning, strijd met omgevingsplan, niet één huishouden, geen continuïteit in samenstelling, familie, verbondenheid, ten tijde van twee controles geen overtreding meer
* Rechtbank Oost-Brabant 19 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8298: Awb, Tracéwet; nadeelcompensatie, tracébesluit, Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, Beleidsregel nadeelcompensatie, taxatie woning, geen toename gemiddelde geluidbelasting, geen overschrijding GPP, gezondheidsrisico’s, immateriële schade, normaal maatschappelijk risico, normale maatschappelijke ontwikkeling
* Conclusie AG HvJ EU 18 december 2025, ECLI:EU:C:2025:1003: SMB-richtlijn, nationale maatregel, uitbatingsvoorwaarden voor parkings, zonder regels betreffende ligging of maximumaantal ervan, plan of programma met betrekking tot vervoer, milieubeoordeling alleen vereist indien criteria en modaliteiten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, handhaving rechtshandeling in strijd met procedurevoorschriften, beperkte periode
* Conclusie AG HvJ EU 18 december 2025, ECLI:EU:C:2025:1011: Verdrag van Aarhus, verlenging bouw- en exploitatievergunning windturbinepark, verplichting inspraakfase
* Rechtbank Den Haag 18 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25984: Awb, Wabo; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning, dakkapel voorzijde, welstand, niet voorgelegd aan welstandscommissie, strijd met welstandsnota, gelijkheidsbeginsel, redelijke termijn
¶ Rechtbank Den Haag 17 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26225: Awb, Ow; omgevingsvergunning bopa, glastuinbouwbedrijf, gebruik agrarische bedrijfswoning als burgerwoning, tussenuitspraak, wijzigingsbevoegdheid in bpl vervallen onder Ow, beleidsregel, verzwaard adviesrecht gemeenteraad, tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 12 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25998: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderingsvergunning, terminals voor op- en overslag en bewerking van chemische producten en olieproducten, ZZS, pZZS, stoffen van vergelijkbare zorg, voorzorgsbeginsel, uitvoeringskader, ontbreken risico-evaluatie, noodzaak voorschriften niet onderbouwd
* Rechtbank Midden-Nederland 11 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7280: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsom, paardenkraamhotel, bouw in afwijking van vergunning, bouwstop, verdere bouwwerkzaamheden, vooraankondigingniet naar gemachtigde, niet opnieuw gesteld, ondermandaat, evenredigheid, controlerapport niet ondertekend, aanwezigheid opsteller bij constatering voldoende duidelijk, werkzaamheden na dwangsom, geen bijzondere omstandigheden
* Rechtbank Midden-Nederland 5 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7338: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, overkapping aan achterzijde woning, goede ruimtelijke ordening
* Rechtbank Oost-Brabant 31 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6863: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, vergroten garage, belanghebbende, andere hoogte vergund dan aangevraagd, hoogte garage, wijze van meten, peil, belangenafweging, dwangsom niet tijdig beslissen
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:362 en ECLI:NL:RVS:2026:363: Awb, Wnb; afwijzing verzoek intrekking Wnb-vergunning, veehouderij, PAS-vergunning, voorkomen dreigende verslechtering, hydrologische herstelmaatregelen, beslistermijn, “actus-contrariusbeginsel”, redelijke termijn (Rb Limburg 20/2157 en 20/2159)
10.1. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat in gevallen waarin een daling van stikstofdepositie ter voorkoming van verslechtering van natuurwaarden nodig is, maatregelen die niet zien op het reduceren van stikstofdepositie niet kunnen worden betrokken bij de vraag of intrekking van een natuurvergunning, die alleen ziet op activiteiten met stikstofdepositie, nodig is als passende maatregel. Bij die vraag kan het college in zijn beoordelingsruimte alleen passende maatregelen betrekken die zien op het reduceren van stikstofdepositie.
Maar dit betekent niet dat aan herstelmaatregelen in zijn geheel geen waarde kan toekomen. Zoals staat in overweging 10.7 van de uitspraak van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2969, moet het college onderbouwen welke daling van stikstofdepositie naar zijn oordeel noodzakelijk is en binnen welke termijn deze daling kan worden gerealiseerd. Ten behoeve van het ecologisch in kaart brengen van de staat van de natuurwaarden en het bepalen welke daling het college noodzakelijk acht, kunnen de effecten van herstelmaatregelen een rol spelen. Zoals door zowel het college en MOB en Leefmilieu op de zitting is bevestigd, kunnen hydrologische herstelmaatregelen leiden tot een robuuster Natura 2000-gebied dat (een overschrijding van) stikstofdepositie beter kan verdragen. In zoverre kan dus belang worden toegekend aan andersoortige passende maatregelen. Hierbij merkt de Afdeling wel op dat, zoals hierboven ook uiteengezet, na het onderbouwen welke daling van stikstofdepositie noodzakelijk is en binnen welke termijn deze daling kan worden gerealiseerd, alleen verwezen kan worden naar (te treffen) passende maatregelen die zien op een reductie van stikstofdepositie voor de onderbouwing dat het intrekken van de natuurvergunning, die ziet op activiteiten met stikstofdepositie, niet nodig is als passende maatregel.
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:365: Awb, Wro; bpl, wijziging van autoschadeherstelbedrijf met bedrijfswoning naar drie woningen, provinciale omgevingsverordening, uitspraak voorzieningenrechter, geen bestaand stedelijk gebied
11. Mede gelet op de inwerkingtreding van een gewijzigde provinciale omgevingsverordening per 1 januari 2026, ziet de Afdeling in dit geval geen aanleiding een tussenuitspraak te doen. Deze nieuwe wetgeving biedt mogelijk een oplossing voor dit langlopende geschil. Daaraan wil de Afdeling niet in de weg staan met het doen van een tussenuitspraak, waarna het oude recht van toepassing blijft (vgl. ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174). Volledigheidshalve wijst de Afdeling erop dat op het nieuw te nemen besluit de Omgevingswet van toepassing is (idem: ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174, r.o. 21).
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:343: Awb, Chw, Wro; bpl, herstelbesluit, herontwikkeling winkelcentrum naar commerciële functies en woningen, maximaal 435 appartementen, gemeentelijk parkeerbeleid, autovrij complex, dynamische verwijzing, exceptieve toetsing beleidsregels parkeren niet mogelijk, uitvoerbaarheid herstelplan, voorwaardelijke verplichting, parkeerdruk omgeving plangebied, afstand tot parkeervoorzieningen
5.1. De Afdeling overweegt dat in artikel 11.2.2 van de planregels dynamisch wordt verwezen naar de gemeentelijke Beleidsregels Parkeren. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is een zogenoemde dynamische verwijzing naar beleidsregels in beginsel toegestaan (vergelijk de uitspraak van 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:607, onder 3.5). Dit betekent dat de concrete toepassing van die beleidsregels pas plaatsvindt bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning. De inhoud van de desbetreffende beleidsregel ligt in een procedure tegen het bestemmingsplan niet ter toetsing voor (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3380, onder 6.4.5, en de uitspraak van 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1059, onder 11.2). Exceptieve toetsing van de Beleidsregels Parkeren kan in het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan waarin in de regels naar die beleidsregels wordt verwezen, niet plaatsvinden.
(…)
7.2. De Afdeling stelt voorop dat bestaande parkeerproblemen in de binnenstad niet door een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling hoeven te worden opgelost. Wel moet de raad beoordelen of het verdwijnen van bestaande parkeerplaatsen als gevolg van een nieuwe ontwikkeling tot een onaanvaardbare parkeerdruk zal leiden. Het parkeeronderzoek van Goudappel heeft de parkeercapaciteit binnen een straal van ongeveer 600 m van het plangebied in kaart gebracht en heeft daarnaast ook rekening gehouden met parkeergarages op grotere afstand, waaronder de parkeergarages Eiermarkt en Kelfkensbos, die op ongeveer 700 tot 900 m van het plangebied liggen. Deze parkeergarages kunnen in de praktijk bij piekmomenten worden benut.
Volgens het gemeentelijke beleid in de Beleidsregels Parkeren bedraagt de maximale loopafstand 500 m voor woningen en 600 m voor winkels en andere voorzieningen, gemeten van de voordeur tot de dichtstbijzijnde openbare parkeerplaats. Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een (deels) autovrije inrichting, waarbij bewoners in collectieve parkeervoorzieningen aan de rand van de wijk parkeren, kan per plan beoordeeld worden of de gehanteerde loopafstand acceptabel is.
De Afdeling is van oordeel dat de raad de loopafstand op voldoende wijze heeft gemotiveerd en beoordeeld. Bij de afweging is rekening gehouden met het autovrije karakter van het complex, de beschikbaarheid van parkeervoorzieningen binnen een afstand van 600 m en de parkeergarages op een iets grotere afstand, zoals Eiermarkt en Kelfkensbos, die praktisch kunnen worden benut bij piekmomenten. De raad heeft daarnaast gewezen op de goede bereikbaarheid van het plangebied met het openbaar vervoer, bijvoorbeeld door het realiseren van meer P&R-locaties in het kader van het gemeentelijke mobiliteitsbeleid, en de aanwezigheid van hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen, die bijdragen aan de beheersing van de parkeerdruk. Daarbij heeft de raad betrokken dat in de anterieure overeenkomst is vastgelegd dat voor de ontwikkeling in totaal 1.179 fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dat sommige bezoekers mogelijk verder moeten lopen dan voorheen doet hieraan niet af. Het gemeentelijke beleid is immers gericht op een autoluwe en verblijfsvriendelijke binnenstad en het stimuleren van alternatieve vormen van mobiliteit.
Gelet op het vorenstaande, heeft de raad zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het herstelplan niet zal leiden tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk en daarmee een ernstige beperking van de bereikbaarheid van de winkels in de omgeving van het plangebied. Daarbij heeft de raad de gevolgen van het vervallen van parkeerplaatsen, de beschikbare parkeercapaciteit in de omgeving, de gehanteerde loopafstanden en de bereikbaarheid van het gebied in onderlinge samenhang bezien en mogen betrekken.
* ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:361: Awb; evenementenvergunning, geluidontheffing, muziekfestival, geluid, artikel 8, lid 1, EVRM, geluidbeleid, Nota Limburg, geen dB(C)-normen, akoestisch onderzoek, niet boven 70 dB(A), APV, weigeringsgrond “de bescherming van het milieu” (Rb Noord-Holland 22/5911)
7.3. Dat in het Evenementenbeleid geen dB(C)-normen zijn gesteld maakt dat beleid ook niet onrechtmatig. Hoewel aan GEEN N1 en anderen kan worden toegegeven dat de dB(C)-normering steeds vaker wordt toegepast door overheden (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2019 over de Gay Pride in Amsterdam, ECLI:NL:RVS:2019:1566), bestaat daartoe geen verplichting. GEEN N1 en anderen doen in dit verband tevergeefs een beroep op de in maart 2025 opgestelde handreiking “Evenementen met luide muziek” van de NSG, waarin deze stichting voorstelt als basisnorm uit te gaan van een dB(C)-norm van 80 als afgeleide van de alom gehanteerde dB(A)-norm van 70. Op de zitting bij de Afdeling hebben de geluidsdeskundigen Roelofsen en Westerveld uiteenzettingen gegeven over de geluidsnormering. Beide deskundigen zijn het erover eens dat de Nota Limburg in die zin is verouderd, dat die alleen ziet op de spraakverstaanbaarheid in de woning (dB(A)) en niet op de steeds vaker ervaren hinder door laagfrequente tonen (dB(C)). Echter, beiden verschilden van mening over de uitvoerbaarheid van de door de NSG in de handreiking voorgestane dB(C)-normering. Zij gaven beiden aan dat de discussie over de dB(C)-normering nog niet is uitgekristalliseerd en dat de handreiking veeleer een groeidocument is. Daarbij is er onder meer op gewezen dat de mate van hinder als gevolg van lage tonen nog niet is vastgesteld, onder andere omdat die hinder de spraakverstaanbaarheid niet beïnvloedt. Gelet hierop acht de Afdeling het niet onredelijk dat het college in het Evenementenbeleid aansluiting heeft gezocht bij de dB(A)-normering van de Nota Limburg, die een algemeen geaccepteerde status heeft.
* Rechtbank Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:267: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, realiseren bouwwerk, houden van 50 duiven, ruimtelijke uitstraling, tijdstippen controles, mate van overlast, strijd met bestemming “Wonen”, stellen van voorwaarden
4.2. De vraag of het door de derde-partij van het perceel gemaakte gebruik voor het houden van ongeveer 50 duiven in strijd is met de bestemming “Wonen”, dient te worden beoordeeld aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of deze uitstraling van dien aard is dat deze planologisch gezien niet meer valt te rijmen met de woonfunctie van het betrokken perceel.
4.3. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank stelt vast dat het college onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat het houden van circa 50 (post)duiven passend is binnen de bestemming ‘Wonen’. Uit de aanvullende motivering van het besluit van 29 oktober 2024 blijkt dat het college, op basis van de meest recente controles in samenhang met de eerdere controles, tot de conclusie is gekomen dat de ruimtelijke uitstraling passend is binnen de woonbestemming. Echter, zoals door eiser is aangevoerd en door de derde partij is bevestigd, bevonden de duiven zich tijdens de meest recente controles in de ruiperiode, waardoor minder activiteit zichtbaar was. Uit eerder uitgevoerde controles blijkt dat toezichthouders een grotere mate van overlast hebben waargenomen. Zo volgt uit de controles van juni en juli 2023 dat sprake was van veel hoorbaar gekoer, gefladder en een waarneembare duivengeur. De duiven bevonden zich gedurende langere perioden buiten het duivenhok en vlogen rond de woningen van de buren, waar zij ook neerstreken. Hoewel de derde partij de juistheid van deze bevindingen betwist, heeft hij dit niet onderbouwd, zodat van de juistheid daarvan mag worden uitgegaan. Het college heeft onvoldoende onderkend dat de duiven zich tijdens de meest recente controles in de ruiperiode bevonden, waardoor de ruimtelijke uitstraling geringer was. Hoewel het houden van 50 duiven tijdens de ruiperiode minder overlast veroorzaakt, had het college er rekening mee moeten houden dat de ruimtelijke uitstraling buiten deze periode aanzienlijk groter is. Met name in de periode april tot september, wanneer de (post)duiven deelnemen aan wedstrijden, is dit het geval en dat is juist in de periode dat mensen graag in hun tuin verblijven.
Verder kan aan de laatste controles weinig betekenis worden toegekend nu vanwege de afwezigheid van derde-partij de toezichthouders niet op het perceel zijn geweest (9 en 20 september 2024) en dus ook niet is vastgesteld hoeveel duiven aanwezig waren. Op 8 oktober 2024 heeft derde-partij de toezichthouders de toegang geweigerd en zij hebben dan ook zelf niet kunnen constateren hoeveel duiven aanwezig waren en in hoeverre sprake is van overlast. Dat het college voornemens was aanvullende controles uit te voeren, doet hier niet aan af. Bovendien geven de al eerder uitgevoerde controles al een voldoende duidelijk beeld van de ruimtelijke uitstraling van het houden van duiven over verschillende perioden. Verder had het college, indien het van mening was dat aanvullende controles noodzakelijk waren voor een zorgvuldig besluit, hierover met eiser in overleg moeten treden in verband met de ingebrekestelling.
¶ Rechtbank Gelderland 13 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:209: Awb, Ow; omgevingsvergunning, omgevingsplanactiviteit, aanleg verhard oppervlak en drainage, bomenteelt, flora en fauna, beoordelingskader, geen onlosmakelijke samenhang, voorwaarden planregels, gebruik gewasbeschermingsmiddelen, geen toetsing aan Habitatrichtlijn
5. Eisers stellen dat het college onvoldoende integraal en zorgvuldig de effecten op natuur, milieu en leefomgeving heeft beoordeeld. Er is niet nagevraagd of er een omgevingsvergunning voor Natura 2000- of flora- en fauna-activiteiten was aangevraagd bij de gedeputeerde staten van de provincie Gelderland (hierna: gedeputeerde staten) terwijl dat wel relevant was. Gedeputeerde staten hebben geen omgevingsvergunningen verstrekt voor Natura 2000- of flora- en fauna-activiteiten, noch heeft het bedrijf deze vergunningen aangevraagd. Het plan om grasland om te zetten naar bomenteelt schaadt het leefgebied van beschermde soorten (zoals ransuil en wulp) en kan negatieve milieueffecten veroorzaken. Door dit gebrek aan beoordeling en afstemming is het besluit in strijd met de integrale doelstelling van de Omgevingswet.
5.1. De rechtbank stelt voorop dat het aan de aanvrager is om te bepalen wat wel en niet gelijktijdig met de omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd. De onlosmakelijkheid zoals die gold onder de Wabo, is onder de Omgevingswet komen te vervallen. De derde-partij heeft geen vergunning voor een Natura 2000-activiteit en een flora- en fauna-activiteit aangevraagd bij gedeputeerde staten.
5.2. De beroepsgrond slaagt niet. In artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl is bepaald dat een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend indien de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de vergunning. Het college hoeft daarom uitsluitend te toetsen aan de regels voor de aangevraagde activiteit (de verharding en drainage) die in het omgevingsplan zijn gesteld.
¶ Rechtbank Overijssel 13 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:160: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, supermarkt, uitleg planregels, letterlijke betekenis
18. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Haatland’, dat per 1 januari 2024 deel is gaan uitmaken van het (tijdelijk) omgevingsplan van de gemeente Kampen. Het perceel heeft de bestemming ‘bedrijventerrein’. Niet in geschil is dat het gebruik als supermarkt (detailhandel) in strijd is met deze enkelbestemming bedrijventerrein en dat in het bestemmingsplan in artikel 6.1, sub i, is opgenomen dat overige, afwijkende functies zijn toegestaan voor zover die zijn vermeld in de lijst afwijkende functies. Voor de locatie Industrieweg 12 zijn in de lijst met afwijkende functies drie bedrijven opgenomen: Aldi Markt, [bedrijf 1] en [bedrijf 2], met aanduiding ‘dh’ (detailhandel).
(…)
22.2. De letterlijke betekenis van de planregel is naar het oordeel van de rechtbank duidelijk. In het bestemmingsplan wordt in artikel 6.1, sub i, namelijk gesproken over ‘overige functies’ die zijn toegestaan naast de in sub a tot en met g genoemde positief bestemde bedrijven. Deze overige functies zijn toegestaan volgens het bestemmingsplan, voor zover deze zijn vermeld op de lijst met afwijkende functies die als bijlage bij het bestemmingsplan hoort. Op die lijst staan, zoals in rechtsoverweging 18 reeds vermeld, drie bedrijven (met naam) vermeld met de functieaanduiding detailhandel. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank de functie detailhandel op het perceel Industrieweg 12 positief bestemd. Het betoog van het college dat enkel de drie genoemde bedrijven een positieve bestemming voor detailhandel hebben gekregen volgt de rechtbank niet. Het is namelijk enkel mogelijk om functies positief te bestemmen en niet specifieke bedrijven. Welk bedrijf een functie uitoefent is namelijk niet ruimtelijk relevant.
¶ Rechtbank Overijssel 12 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:169: Awb, Ow; handhaving, plaatsing twee airco’s zonder omgevingsvergunning, gelijkheidsbeginsel, piepsysteem, melding door medewerker gemeente, strijd met reactionair handhavingsbeleid, geenconsistent bestuursbeleid, schijn van willekeur, beleid prioritering niet vastgelegd, zelf in de zaak voorzien
6.2. De rechtbank stelt voorop dat het gelijkheidsbeginsel een consistent en doordacht bestuursbeleid vergt. Het veronderstelt dat het bestuur welbewust richting geeft en derhalve een algemene gedragslijn volgt ten aanzien van zijn optreden in individuele gelijke gevallen. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat is toegestaan dat in het kader van een handhavingsbeleid prioriteiten worden gesteld met het oog op doelmatige handhaving. Zo kan prioritering bepalend zijn voor de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Ook mag prioritering inhouden dat bij bepaalde overtredingen alleen naar aanleiding van een klacht of een verzoek van een belanghebbende wordt beoordeeld of handhavend moet worden opgetreden.
6.3. In dit geval komt doorslaggevende betekenis toe aan het feit dat de melding die aan het besluit tot handhaving vooraf is gegaan, afkomstig is van een medewerker van de gemeente (zo blijkt uit de niet-geanonimiseerde melding). Op 2 januari 2023 stuurt een medewerker van de gemeente een e-mail naar een juridisch adviseur handhaving van diezelfde gemeente. De medewerker geeft aan: “Ik heb nog geen foto van de airco aan de achterzijde van de woning. Maar ik mag toch hopen dat hier een omgevingsvergunning nodig is. Deze woning maakt onderdeel uit van drie geschakelde woningen. Bouwstijl is Amsterdamse school en ze hebben allen het predicaat waardevol pand gekregen. En persoonlijk vind ik de airco aan de voorzijde foei lelijk. Hoort totaal niet bij dit pand.”. Hierna heeft de toezichthouder op 26 januari 2023 een controle uitgevoerd op het perceel, hetgeen uiteindelijk tot oplegging van de last onder dwangsom aan [eiser] heeft geleid.
6.4. Voorgaande werkwijze acht de rechtbank in strijd met het reactionaire handhavingsbeleid dat het college in dit geval voert en met het uitgangspunt dat een bestuursorgaan zorg heeft te dragen voor een consistent bestuursbeleid. Het beleid van het college dat alleen wordt opgetreden naar aanleiding van handhavingsverzoeken en meldingen, kan niet anders worden uitgelegd dan dat het moet gaan om handhavingsverzoeken of meldingen van (belanghebbende) derden. Het standpunt van het college, ingenomen ter zitting, dat het niet uitmaakt van wie de melding afkomstig is, ook wanneer dat een medewerker van de gemeente is, kan niet worden aanvaard. Op deze wijze heeft het college immers alsnog zelf in de hand of en wanneer het wel en wanneer het niet tot handhavend optreden overgaat. Dit zou de schijn van willekeur met zich kunnen brengen. Verder heeft het college ter zitting aangegeven dat toezichthouders van de gemeente ook zelf overtredingen constateren dus dat er wat dat betreft geen verschil is met onderhavige zaak. Er blijkt echter nergens uit dat het college ook een, als hiervoor bedoeld, actief handhavingsbeleid voert als het gaat om onderwerpen als deze.
* Rechtbank Oost-Brabant 23 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8456: Awb, Wnb; weigering natuurvergunning, wijziging paardenhouderij, bouw verblijfsaccomodatie, onduidelijk of sprake is van één project, plaatsopneming
5.6. In de uitspraak van 24 september 2025 heeft de Afdeling overwogen dat een aanvraag voor een natuurvergunning betrekking moet hebben op alle activiteiten die samen één project vormen. Op die wijze is gewaarborgd dat de gevolgen van het gehele project voor de relevante Natura 2000-gebieden bij de beoordeling van een vergunning worden betrokken. De beoordeling van de gevolgen van het gehele project moet uitgangspunt zijn van de voortoets en van de passende beoordeling. Dit kan ook worden afgeleid uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof), waarin meermalen is geoordeeld dat een passende beoordeling betrekking heeft op alle aspecten van een plan of project (zie bijvoorbeeld het arrest van het Hof van 11 april 2013). Het opknippen van een project is dan ook in strijd met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. De vraag of bepaalde activiteiten samen één project vormen is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in het concrete geval. Van belang bij de vraag of bepaalde activiteiten samen één project of afzonderlijke projecten zijn, is onder meer of de activiteiten naar aard, tijd en ruimte van elkaar te onderscheiden zijn, of er sprake is van een onlosmakelijke samenhang en of de ene activiteit een noodzakelijke voorwaarde is om de andere activiteit te kunnen uitvoeren.
5.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college de aanvraag terecht afgewezen omdat deze onvoldoende inzicht bood over de samenhang tussen de aangevraagde activiteiten. Daardoor is onduidelijk of er nu één project of twee projecten zijn aangevraagd. Bovendien ontbeert de aanvraag een passende beoordeling van de overige effecten van de aangevraagde activiteiten.
¶ Rechtbank Den Haag 17 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26225: Awb, Ow; omgevingsvergunning bopa, glastuinbouwbedrijf, gebruik agrarische bedrijfswoning als burgerwoning, tussenuitspraak, wijzigingsbevoegdheid in bpl vervallen onder Ow, beleidsregel, verzwaard adviesrecht gemeenteraad, tussenuitspraak
6.3. De rechtbank stelt vast dat artikel 3.7.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan een wijzigingsbevoegdheid voor het college bevat met betrekking tot een wijziging van de bestemming van een agrarische bedrijfswoning naar die van een burgerwoning. Op grond van het voorgaande recht, zoals vastgelegd in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), kon het college de bestemming van een perceel wijzigen, indien daartoe in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid was opgenomen. De Wro is echter vervallen per 1 januari 2024 en vervangen door de Ow. Daarmee is ook de wijzigingsbevoegdheid voor het college als rechtsfiguur binnen het omgevingsrecht vervallen, aangezien daarvoor geen regeling is opgenomen in de Ow. De wijzigingsplannen die zijn vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Ow blijven gelden onder de Ow, omdat ze vallen onder het overgangsrecht. Voor een nieuwe toepassing van artikel 3.7.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat na de inwerkingtreding van de Ow evenwel geen grondslag meer, omdat het overgangsrecht hier niet in voorziet. Het overgangsrecht voorziet weliswaar in wijzigingsregels met betrekking tot vergunningplichtige bouwactiviteiten, maar niet voor activiteiten waarbij geen sprake is van bouwen. Nu in de aanvragen van vergunninghouders geen sprake is van bouwen maar alleen van een wijziging van het ter plaatse toegestane gebruik, biedt het overgangsrecht in deze gevallen geen ruimte voor toepassing van artikel 3.7.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Hieruit vloeit voort dat ook het delegatiebesluit, waarin is geregeld in welke gevallen en op welke wijze het college de wijzigingsbevoegdheid van artikel 3.7.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan mag toepassen, in dit geval geen deel uitmaakt van het toetsingskader.
6.4. De rechtbank stelt vast dat het college de aanvragen van vergunninghouders heeft behandeld als aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit. Het college heeft zich in dat kader op het standpunt gesteld dat de aanvragen niet geheel voldoen aan de gestelde voorwaarden van artikel 3.7.1 van het omgevingsplan en dat het tijdelijke deel van het omgevingsplan ook geen binnenplanse afwijkmogelijkheid bevat om de aangevraagde activiteit te vergunnen. Voor zover het college de aanvragen vervolgens heeft getoetst aan de voorwaarden van artikel 3.7.1 van het tijdelijke deel omgevingsplan komt daaraan, gelet op hetgeen onder 6.3 is overwogen, geen zelfstandige betekenis meer toe. Onder de Ow dient het college de aanvragen te toetsen aan het criterium of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.5. Door het college is ter zitting erkend dat ten aanzien van de betreffende aanvragen tevens toepassing gegeven moet worden aan de Beleidsregel. Op grond van artikel 19 van de Beleidsregel geldt een verzwaard adviesrecht van de gemeenteraad voor het gebruiken van bouwwerken dan wel gronden ten behoeve van andere functies dan glastuinbouw, vanaf een oppervlak van meer dan 250 m². Op grond van artikel 23 van de Beleidsregel geldt het verzwaard adviesrecht van de gemeenteraad niet in gevallen waarvoor in het tijdelijke deel van het omgevingsplan een wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.6 van de Wro is opgenomen.
6.6. Vaststaat dat de oppervlakte van de woning met omliggende gronden in het geval van vergunninghouders I circa 793 m² bedraagt en in het geval van vergunninghouder II 1.865 m². Aan de gemeenteraad komt daarom in beide gevallen een verzwaard adviesrecht toe, tenzij de uitzondering van artikel 23 geldt. Deze uitzondering is echter gebaseerd op de mogelijke toepassing van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 3.7.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Nu hier echter geen sprake is van bouwen geldt deze uitzondering van artikel 23 niet meer en kan – zoals onder 6.3 overwogen – deze wijzigingsbevoegdheid onder de Ow niet meer worden toegepast. Uit de Beleidsregel noch uit de toelichting hierop volgt dat de gemeenteraad deze consequentie heeft voorzien en desondanks de uitzondering op het verzwaard adviesrecht heeft willen handhaven en zo ja, onder welke voorwaarden. Nu het onduidelijk is of de uitzondering van artikel 23 van de Beleidsregel van toepassing is, kan de rechtbank niet beoordelen of sprake is van een correcte voorbereiding.