Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:99: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, instandhouding 4 recreatiewoningen, recreatieterrein, reguliere voorbereidingsprocedure, receptiegebouw, hoofdgebouw, geen bedrijfsmatige exploitatie, goede procesorde, vooringenomenheid, verplaatsingskosten, weigering vvgb, redelijke termijn (Rb Midden-Nederland 21/403)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:227: Awb; afwijzing verzoek verrichten akoestisch onderzoek, maatwerkvoorschriften, redelijke termijn, procesbelang (Rb Rotterdam 20/6459)
# ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:207: Awb, Wro, Chw; bpl, herstelbesluit, planregeling dove gevel, bereikbaarheid, inrit, cumulatief geluid, logistieke bewegingen, vrachtwagens, heftruck, verkeersbewegingen, oprichting geluidsgevoelige functie, geluidgevoelige gevel, verouderde uitgangspunten
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:72: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl, plaatsen communicatiemast, locatiecriteria plaatsingsgebied, gebiedsspecifieke criteria, omvang zoekgebied, alternatieven (Rb Zeeland-West-Brabant 24/190 24/911, 24/772 en 24/441)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:238: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, detailhandelsontwikkeling, leegstand, plangrens, aanpassen bpl bestaande woonboulevard, verkeersgeneratie
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:177: Awb, Wnb; vovo, ontheffing opzettelijk beschadigen of vernielen vast voorplantingsplaatsen of rustplaatsen, das, realisatie 15 villawoningen, essentieel foerageergebied, compensatie (Rb Gelderland 24/5130)
¶ ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:70: Awb, Ow; afwijzing verzoek toepassing hardheidsclausule uit Omgevingsverordening, plaatsen bodemwarmtepomp nieuwbouw, verwarmen nieuw gebouw, alternatieven, zorgvuldigheid (Rb Oost-Brabant 25/1045 en 25/1377)
¶ ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:178: Awb, Ow; omgevingsplan, 319 woningen, belemmering bedrijfsvoering, geluid maatgevend, VNG-brochure, akoestisch onderzoek, milieucategorie, bouwen buiten bouwvlak
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:228: Awb, Wro, Chw; bpl verbrede reikwijdte, verankeren centrumvisie, conserverend, onduidelijkheid evenementen, nummering planregels, kermissen, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, evenementen op zondag, geschiktheid voor evenementen, kerkdiensten, geluid, meetduur, duur evenementen, afwijking maximale geluidbelasting, normering geluid grootschalige evenementen, locatie podia, normering dB(C)-geluidniveau, muziekspectrum, geluidbelasting in tuinen, verstoring kerkdienst, geluidscumulatie, parkeren, verkeer, cultuurhistorische waarden, instandhouding parkeerplaatsen
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:232: Awb, Wabo; niet tijdig nemen besluit op aanvraag, omgevingsvergunning, in stand houden 4 recreatiewoningen, goede procesorde, alsnog besluit genomen (Rb Midden-Nederland 22/1092)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:225: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, transformatie marinevliegkamp naar woon-, werk- en recreatiegebied, nader stuk in strijd met goede procesorde, verdichtingsvisie, bouwhoogten, zichtlijnenstudie, duidelijkheid zoneringsregeling, gebiedsbescherming, Natura-2000, recreatiedruk, aantal recreanten, berekende toenames, referentiegetallen, effecten toename wandelaars, hardlopers, wandelaars met honden, hondenpoep, mitigerende maatregelen,
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:234; Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning tijdelijk in stand houden 4 extra recreatiewoningen, recreatieterrein, goede procesorde, omvang aanvragen, rechtszekerheid, totstandkoming weigeringsbesluiten, vooringenomenheid, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 22/1218)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:236: Awb, Wabo; handhaving, invordering lasten onder dwangsom, gebruik recreatiegebieden anders dan voor recreatie, verbod van willekeur, fair-play-beginsel, evenredigheidsbeginsel, vaststelling dat niet aan last is voldaan, niet onvoldoende onderzoek, geen bijzondere omstandigheden (Rb Midden-Nederland 22/417)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:204: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, aanvullende motivering, woningbouw onwenselijk, parkeerdruk, correctheid beeld feitelijke situatie, vergelijking met eerdere projecten
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:218: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, buitenspeelplaats, terras, groen, tuin, gewijzigde planregels, geluid, richtafstanden VNG-brochure, akoestisch onderzoek, kinderdagverblijf, piekgeluid horecaterras, geluidwering gevel
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:48: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, uitbreiding woning, vergunningplichtigheid bouwen, bijbehorend bouwwerk, bouwhoogte, geen uitstekend deel van ondergeschikte aard, betrekken vergunningsvrije mogelijkheden bij afwijken bpl, beleidsruimte, geen bijzondere omstandigheden (Rb Noord-Holland 22/1042)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:49: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, uitbreiding woning zonder omgevingsvergunning, garage, bijkeuken, overschrijding bouwhoogte, niet vergunningvrij, evenredigheid handhaving, duidelijkheid last (Rb Noord-Holland 22/3307)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:217: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, besluit niet overgaan tot invordering, procesbelang, moestuin, strijdigheid met bpl, duidelijkheid verbeuring dwangsom
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:235: Awb, Wabo; handhaving, 2 lasten onder dwangsom, gebruik recreatieverblijven anders dan voor recreatie, gebruik kantoorvilla voor woondoeleinden, beginselplicht tot handhaving, evenredigheid, handhavingsbeleid, gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, omschrijving lasten, hoogte dwangsom, begunstigingstermijn (Rb Midden-Nederland 22/2586)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:229: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, nieuwbouw en verbouw distributiecentrum, stellingen, geluidschermen, perceelafscheidingen, strijdigheid met bpl, klein deel buiten bouwvlak, bouw- en gebruiksmogelijkheden, akoestisch onderzoek in kader Activiteitenbesluit (Rb Zeeland-West-Brabant 22/2614 en 22/2750)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:200: Awb, Wabo; omgevingsvergunning opstarten agrarische nevenactiviteiten, realisatie installatie fokken, mesten of houden vleesrunderen, agrarische bedrijf, binnenplanse afwijkingsmogelijkheden, landschappelijke inpassing, natuurtoets (Rb Oost-Brabant 22/153)
# ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:193: Awb, Wro, Chw, Wnb; bpl, 1000 woningen, integraal kindcentrum, bedrijven, groen, water, intern salderen bij bpl, rol intern salderen in voortoets, referentiesituatie, rechtstreekse bouw- en gebruiksmogelijkheden, inzet bepaalde klasse bouwvoertuigen, bouwduur, intern salderen in passende beoordeling, 18 december-uitspraak, omvang referentiesituatie, Zandzoom-criteria, WKK-installatie, AERIUS-handboek, mitigerende maatregelen, additionaliteitsvereiste, invulling motiveringsplicht, milieueffectrapportage, flora- en faunaontheffingen, aantasting ecologische structuur, waterhuishouding
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:201: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik gronden strijdig met bpl, vakantiepark, huisvesting arbeidsmigranten, bekendmaking, juistheid feiten en rechtsregels, gelijkheidsbeginsel (Rb Oost-Brabant 23/273 en 23/1136)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:203: Awb, Wabo; aanvraag buiten behandeling, omgevingsvergunning bouwen, veranderen bovenwoning, woningsplitsing, parkeeroplossing, aanvullende informatie, bijzondere omstandigheden
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:198: Awb, Gw; weigering omgevingsvergunning kappen, watercipres, nee tenzij-principe, schade wandelpad, schade fundering, belevings- en gebruikswaarden boom (Rb Den Haag 22/3182)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:237: Awb, Wro; bpl, veegplan, wijziging bollenbroeierijen, in potentie groot ruimtelijk gevolg voor gebruik gronden, belangenafweging ontbreekt
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:216: Awb, Wro; bpl, woon-zorgcomplex, 53 eenheden, sloop schoolgebouw, geluid warmtepompen, borging in Bouwbesluit 2012/Bbl, passend in omgeving, parkeren, verkeer, erfdienstbaarheid, woongenot, waardedaling woning, locatiekeuze
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:215: Awb, Wro, Chw; bpl, 14 woningen, wijze van toetsen, strijdigheid uitgangspunten vorig bpl, strijdigheid beeldkwaliteitsplan, uitzicht, bezonning, schaduwwerking, waterhuishouding, datering onderzoeksgegevens, voorwaardelijke verplichting, afwijkingsbevoegdheid
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:214: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, verbouwing woning, legalisering, omvang bebouwing, strijdigheid met bpl, afwijking bpl, maximale bebouwing, stedenbouwkundige aanvaardbaarheid (Rb Zeeland-West-Brabant 22/2470)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:224: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, bedrijfsgebouw ter vervanging stallen, hoorplicht na wijziging, soort bedrijfsactiviteiten, aanvaardbaarheid inpassing bouwplan (Rb Oost-Brabant 23/277)
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:192: Awb, Wro; bpl, formalisering feitelijke wooneenheden, participatie, verzwaring gebruik van overpad, parkeren pakketbezorgers
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:191: Awb, Wro; bpl, seniorenwoning, gemeentelijke toetsingscriteria, structuurvisie, keuze rooilijn, soortenbescherming, kaalslag, quickscan
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:209: Awb, Wro, Chw; 15 woningen, toepasbaarheid Chw, partijdigheid, zonneonderzoek, keuze bezonningsnorm, uitzicht, privacy, molenbiotoop, vleermuizen, planschade
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:222: Awb, Wro; afwijzing aanvraag bpl-wijziging, verplaatsing bedrijfswoning, geen publiekrechtelijke gronden
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:220: Awb, Wro; bpl, natuurontwikkeling, landgoed, 3 woningen, paardenpension, uitkijktoren, privacy, aantal woningen
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:186: Awb, Wro; afwijzing aanvraag tegemoetkoming planschade, verjaring, waardevermindering, normaal maatschappelijk risico (Rb Oost-Brabant 24/325)
ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:196: Awb, Wro; planschade, invulling planologische mogelijkheden, deskundigenadvies, deskundigheid taxateur, taxatie woning, normaal maatschappelijk risico (Rb Oost-Brabant)
* Rechtbank Gelderland 13 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:214: Awb, Wnb; natuurvergunning, veehouderij, additionaliteitstoets, PAS-melding, intern en extern salderen, Rendac-uitspraak, vernietiging vergunning, overschrijding redelijke termijn
# Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4: Awb, Wro; afwijzing verzoek in tegemoetkoming in planschade, planologisch nadeel, peildatum, waardedaling, voorzienbaarheid, normaal maatschappelijk risico
¶ Rechtbank Overijssel 9 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:74: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning slopen parkeergarage, sluiting parkeergarage, feitelijke handeling, niet tijdig nemen besluit, parkeergarage aan te duiden als weg
¶ Rechtbank Overijssel 8 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:59: Awb, Ow; handhaving, 2 opvolgende lasten onder dwangsom, bouwwerken en werken paardensport in strijd met omgevingsplan, verschoonbare termijnoverschrijding, beginselplicht tot handhaving, evenredigheid, ziekte eiser, geen concreet zicht op legalisering, proportionaliteit dwangsom
* Rechtbank Overijssel 7 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:32: Awb, Wabo; afwijzing omgevingsvergunning zonnepark, 11,1 ha, geen vvgb gemeenteraad, strijd met bpl, weids karakter, langs hoofdinfrastructuur, nabijheid bedrijven- of industrieterrein, meervoudig ruimtegebrek, cable pooling, verbod op vooringenomenheid, afwijkingsbevoegdheid
* Rechtbank Den Haag 30 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25547: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen, 30 woonzorgappartementen, heiwerkzaamheden, geen wezenlijke betekenis leefomgeving verzoekers, maximum bouwhoogte
* Rechtbank Midden-Nederland 24 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6914: Awb, Wabo; wijziging voorschriften geluid omgevingsvergunning, slachterij met vleesverwerking en vrieshuis, niet volledige zienswijze betrokken, tonaal geluid, frequentie-afhankelijke bronsterkte, laad- en losactiviteiten, verslechtering ligt binnen richtwaarden
¶ Rechtbank Midden-Nederland 24 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6928: Awb, Ow; omgevingsvergunning plaatsen verdeelstation op parkeerterrein, naast woning, onvoldoende participatie, gebrek passeren, wijziging van ondergeschikte aard, monument, alternatieve locatie
* Rechtbank Midden-Nederland 23 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6850: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouwwerken en opslag in strijd met bpl, zeecontainers, loodsen, boxen, opslagruimten, overgangsrecht, beginselplicht tot handhaving, geen bijzonder geval, duidelijkheid herstelmaatregelen, evenredigheid hoogte dwangsommen
* Rechtbank Den Haag 23 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25980: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 21 woningen, winkel, parkeren, beoordeling parkeerdruk, loopafstand, starterswoningen, tijdstip metingen, invloed horeca
* Rechtbank Overijssel 23 december 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:7538: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl, 2 appartementen, winkel, huurders in beroep, geen afstemming met huurders, vergunninghouder geen belanghebbende, omgang met huurbescherming, vergunning niet uitvoerbaar
¶ Rechtbank Rotterdam 9 december 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:15306: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning slopen in beschermd stadsgezicht, schoolgebouw, toepasselijkheid uitgestelde inwerkingtreding art. 16.79 Ow, cultuurhistorische waarden, aanvraag is leidend, andere vergunningen nodig voor nieuwbouw
¶ Rechtbank Midden-Nederland 10 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6550: Awb, Ow; handhavingsverzoek verkeersgeluid, geen wettelijke norm, geen saneringswoning, nog geen basisgeluidemissie, EVRM, geluidplan
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
# ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:193: Awb, Wro, Chw, Wnb; bpl, 1000 woningen, integraal kindcentrum, bedrijven, groen, water, intern salderen bij bpl, rol intern salderen in voortoets, referentiesituatie, rechtstreekse bouw- en gebruiksmogelijkheden, inzet bepaalde klasse bouwvoertuigen, bouwduur, intern salderen in passende beoordeling, 18 december-uitspraak, omvang referentiesituatie, Zandzoom-criteria, WKK-installatie, AERIUS-handboek, mitigerende maatregelen, additionaliteitsvereiste, invulling motiveringsplicht, milieueffectrapportage, flora- en faunaontheffingen, aantasting ecologische structuur, waterhuishouding
Nieuw beoordelingskader intern salderen bij bestemmingsplannen
1.2. De Afdeling komt in deze uitspraak tot de conclusie dat er aanleiding is om haar rechtspraak over intern salderen bij bestemmingsplannen te wijzigen. Die wijziging houdt kortgezegd in dat de referentiesituatie niet mag worden betrokken bij de vraag of significante gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan op voorhand zijn uitgesloten. In de voortoets mag dus, anders dan voorheen, voor de beoordeling of significante gevolgen zijn uitgesloten, geen vergelijking worden gemaakt van de gevolgen van de feitelijk aanwezige en planologisch legale situatie en de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit betekent dat voortaan in de voortoets bij de beoordeling of significante gevolgen op voorhand zijn uitgesloten, de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkelingen die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt op zichzelf moeten worden onderzocht. Als uit de voortoets volgt dat significante gevolgen niet op voorhand op grond van objectieve gegevens zijn uitgesloten, dan moet een passende beoordeling worden opgesteld waaruit de zekerheid wordt verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Die passende beoordeling zal vaker dan voorheen nodig zijn.
1.3. Intern salderen met de referentiesituatie mag als mitigerende maatregel betrokken worden in de passende beoordeling van de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het plan. De wijze waarop de referentiesituatie kan worden betrokken als mitigerende maatregel en de voorwaarden waaronder dat mag, zijn hierna uitgewerkt in 21-21.5.
1.4. De uitspraak heeft tot gevolg dat intern salderen alleen kan als voldaan is aan het additionaliteitsvereiste. Dat betekent dat intern salderen alleen als mitigerende maatregel kan worden ingezet als de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie niet nodig is als instandhoudings- of passende maatregel. Dit dient steeds in het concrete geval bij de inzet van intern salderen als mitigerende maatregel in een passende beoordeling beoordeeld en gemotiveerd te worden. Voor de invulling van de motiveringsverplichting geldt voor de raad een vergewisplicht. Dit betekent dat de raad aan zijn motiveringsverplichting kan voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat het bevoegd gezag dat verantwoordelijk is voor het treffen van instandhoudings- en passende maatregelen de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie nodig acht als instandhoudings- of passende maatregel. Deze vergewisplicht als invulling van de motiveringsverplichting van het additionaliteitsvereiste geldt voor de inzet van alle mitigerende maatregelen (zoals intern- en extern salderen) die worden ingezet in een bestemmingsplan dat wordt vastgesteld door de raad. Dit is hierna uitgewerkt in 23-23.4.
(…)
21. Uit overweging 19.1 volgt dat intern salderen als mitigerende maatregel mag worden betrokken in een passende beoordeling. Dat betekent dat in de passende beoordeling van de gevolgen van een ruimtelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan is voorzien, rekening mag worden gehouden met de referentiesituatie die als gevolg van het realiseren van het bestemmingsplan zal worden veranderd of geheel of gedeeltelijk zal worden beëindigd. Evenals geldt voor milieu- en natuurtoestemmingen mag dat alleen als is voldaan aan de in de rechtspraak ontwikkelde voorwaarden voor het betrekken van een mitigerende maatregel in een passende beoordeling (zie overweging 20 van de 18 december-uitspraak).
21.1. Een belangrijke voorwaarde voor het mogen betrekken van de voordelen van mitigerende maatregelen in een passende beoordeling is dat die voordelen ten tijde van de passende beoordeling vaststaan. De Afdeling wijst er daarbij op dat de wijziging of de beëindiging (of een combinatie daarvan) van een feitelijk aanwezige en planologisch legale situatie (de referentiesituatie) bij wijze van mitigerende maatregel in de regel zal kunnen worden beschouwd als een beschermingsmaatregel die functioneel is verbonden aan de uitvoering van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, en niet als een beschermingsmaatregel waarvan de verwachte voordelen afhankelijk zijn van een ontwikkeling of reactie in de natuur, het ecologisch systeem of van een diersoort. Dat betekent dat deze (functioneel verbonden) mitigerende maatregel in de regel nog niet getroffen hoeft te zijn ten tijde van de passende beoordeling, maar dat de verwachte voordelen van deze maatregel wel dienen vast te staan ten tijde van de passende beoordeling.
21.2. Verder dient gewaarborgd te zijn dat de maatregelen zijn geëffectueerd voordat de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling waarvoor de maatregelen worden ingezet, zich zullen voordoen. Verzekerd moet zijn dat de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie is gerealiseerd en niet meer kan worden hervat en dat de daarmee gepaard gaande positieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn gerealiseerd voordat de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling zich zullen voordoen. Verder dient gewaarborgd te zijn dat de feitelijk aanwezige en planologisch legale situatie waaraan de referentiesituatie wordt ontleend, uitsluitend kan worden ingezet voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dubbele inzet van de referentiesituatie, bijvoorbeeld ook ten behoeve van extern salderen, dient te worden voorkomen.
(…)
21.4. Intern salderen bij bestemmingsplannen kan voor verschillende situaties worden toegepast. Bij intern salderen wordt de feitelijk aanwezige en planologische legale situatie ingezet op dezelfde locatie als waar een ruimtelijke ontwikkeling is voorzien. Gelet op de verschillende mogelijkheden zal de wijze waarop aan de in 21.1 en 21.2 genoemde voorwaarden kan worden voldaan per situatie kunnen verschillen. De raad zal daarom per geval moeten bezien welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, welke waarborgen passend zijn en op welke wijze in deze waarborgen voorzien kan worden in het bestemmingsplan. Relevant daarbij is ook of de referentiesituatie feitelijk al is beëindigd, en of de referentiesituatie geheel wordt wegbestemd of onder het overgangsrecht wordt gebracht. Wanneer de ruimtelijke ontwikkelingen bestaan uit rechtstreekse bouw- en/of gebruiksmogelijkheden kan, voor een passende borging van het intern salderen, worden gedacht aan voorwaardelijke verplichtingen, bouwvoorschriften en/of verbodsbepalingen. Verzekerd moet zijn dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling waarvoor intern salderen noodzakelijk is alleen kan worden gerealiseerd als het feitelijk aanwezige gebruik voorafgaand aan de bestemmingsplanvaststelling, dat anders op grond van het gebruiksovergangsrecht uit artikel 3.2.2. van het Besluit ruimtelijke ordening mag worden voortgezet, wordt beperkt of beëindigd. Zoals hierboven aangegeven moeten de voorwaarden ertoe strekken dat, voordat de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling op de relevante Natura 2000-gebieden zich kunnen voordoen, verzekerd is dat de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie is gerealiseerd, de positieve effecten daarvan op Natura 2000-gebieden zijn gerealiseerd en dat de gewijzigde of beëindigde referentiesituatie niet meer kan worden hervat, waarmee dubbele inzet wordt voorkomen.
21.5. In dit geval zijn voor de beoordeling of aan de eerdergenoemde voorwaarden is voldaan, de volgende aspecten van belang: 1. De bestemming van de gronden is gewijzigd naar “Woongebied”, 2. De gevolgen van de referentiesituatie zijn beëindigd en 3. Op basis van artikel 20.2.1 van de planregels mag het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, worden voortgezet. In dit geval was het gebruik dat in de referentiesituatie is betrokken reeds gestopt voorafgaand aan de inwerkingtreding van het voorliggende plan, waardoor dat gebruik ook niet op grond van het overgangsrecht kan worden hervat. Hiermee is in dit concrete geval voldoende onderbouwd dat wordt voldaan aan de onder 21.1 en 21.2 genoemde voorwaarden.
22. De raad stelt zich op het standpunt dat de additionaliteitstoets niet past bij een plantoets ten behoeve van een door de raad vast te stellen bestemmingsplan. De keuze voor de te treffen maatregelen op grond van artikel 6, eerste en tweede lid van de Hrl, is immers niet aan de raad. Ook de bevoegdheden uit de Wnb, zoals het intrekken van natuurtoestemmingen op grond van artikel 5.4 van de Wnb of het treffen van passende maatregelen op grond van artikel 2.4 van de Wnb, behoren niet toe aan de raad. Het vastleggen van de keuze tussen mogelijke maatregelen is aan een ander bestuursorgaan, zodat het aan dat bestuursorgaan is om de keuzes te motiveren, aldus de raad.
23Uit overweging 13-13.8 van de PAS-uitspraak, zoals bevestigd in overweging 21 van de 18 december-uitspraak, volgt dat een maatregel die naar zijn aard ook kan worden ingezet als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel niet zonder meer kan worden ingezet als mitigerende maatregel in een passende beoordeling van de gevolgen van een plan. Het beperken of beëindigen van een feitelijk aanwezige en planologisch legale situatie (intern salderen) is een maatregel die ingezet kan worden als instandhoudings- of passende maatregel. Intern salderen kan daarom alleen in de passende beoordeling worden betrokken als voldaan is aan het additionaliteitsvereiste. Dit betekent dat het bevoegd gezag moet kunnen motiveren dat het gedeelte van de referentiesituatie dat wordt ingezet als mitigerende maatregel niet nodig is als instandhoudingsmaatregel of als passende maatregel.
23.1. Het bovenstaande betekent dat ook bij bestemmingsplannen waar een mitigerende maatregel wordt betrokken in de passende beoordeling die naar zijn aard ook kan worden ingezet als instandhoudings- of passende maatregel, de raad zal moeten motiveren waarom die maatregel niet nodig is als instandhoudings- of passende maatregel.
23.2. Voor de invulling van de motiveringsverplichting voor de raad geldt het volgende. Zoals de raad terecht betoogt, heeft hij geen bevoegdheden of instrumenten op grond van de Wnb waarmee hij invloed zou kunnen uitoefenen op de keuze van de maatregelen die worden ingezet voor het behalen van instandhoudingsdoelstellingen of het voorkomen van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wnb dragen in beginsel de colleges van gedeputeerde staten van de provincies ervoor zorg dat de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in hun provincie worden behaald en treffen zij passende maatregelen als dat nodig is. Ook de verplichting om een beheerplan op te stellen rust in beginsel bij de colleges van gedeputeerde staten. Dit volgt uit artikelen 2.2 en 2.3, eerste lid, van de Wnb. Voor de Natura 2000-gebieden die worden beheerd door één van de ministers, rusten de bovengenoemde bevoegdheden op grond van artikel 2.10 van de Wnb bij die minister. Naast de bevoegdheden die bij een minister kunnen liggen uit hoofde van het beheer, voorziet de Wnb voor de rijksoverheid ook in andere bevoegdheden om invloed uit te oefenen op de staat van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. De Afdeling wijst bijvoorbeeld op de bevoegdheid tot het vaststellen van omgevingswaarden (artikel 1.12a van de Wnb) en het vaststellen van een programma (artikel 1.13 van de Wnb). Aanvullend op bovenstaande bevoegdheden op grond van de Wnb, heeft de rijksoverheid ook andere instrumenten, zoals subsidies, om invloed uit te oefenen op het voorkomen van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring en het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. De Afdeling wijst bijvoorbeeld op de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (ook wel genoemd: Lbv-regeling).
23.3. Nu de raad, anders dan de rijksoverheid of de provincie, geen invloed kan hebben op de keuze van te treffen maatregelen, kan hij enkel op basis van openbare gegevens komen tot een invulling van de motiveringsverplichting.
Het verschil aan instrumenten en mogelijkheden om invloed te hebben op de keuze van de maatregelen die worden ingezet ten behoeve van de staat van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden, betekent dat de raad aan zijn motiveringsverplichting kan voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat het bevoegd gezag dat verantwoordelijk is voor het treffen van instandhoudings- en passende maatregelen de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie nodig acht als instandhoudings- of passende maatregel.
23.4. Het bovenstaande betekent dat voor bestemmingsplannen die worden vastgesteld door de raad waarin een mitigerende maatregel wordt ingezet een vergewisplicht geldt ter invulling van de motiveringsplicht van het additionaliteitsvereiste. Dit geldt dus voor de inzet van alle soorten mitigerende maatregelen, waaronder intern en extern salderen, die worden ingezet ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling in een bestemmingsplan.
Gelet op wat uiteengezet is onder 23.2, is de invulling van de motiveringsplicht in de vorm van een vergewisplicht dus anders voor een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door de raad dan voor plannen of toestemmingsbesluiten genomen door een provinciebestuur of de minister, zoals bijvoorbeeld een provinciaal inpassingsplan of tracébesluiten (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 24 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:625, 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3981).
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:48: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, uitbreiding woning, vergunningplichtigheid bouwen, bijbehorend bouwwerk, bouwhoogte, geen uitstekend deel van ondergeschikte aard, betrekken vergunningsvrije mogelijkheden bij afwijken bpl, beleidsruimte, geen bijzondere omstandigheden (Rb Noord-Holland 22/1042)
6.2. De Afdeling stelt vast dat de rechtbank niet heeft beoordeeld welke bouwmogelijkheden het bestemmingsplan op het perceel toestaat en evenmin welke vergunningsvrije bouwmogelijkheden bestaan op het perceel. De rechtbank heeft slechts in algemene zin overwogen dat het college dergelijke mogelijkheden moet betrekken bij zijn toetsing. Omdat uit het besluit op bezwaar niet kan worden opgemaakt of het college dat heeft gedaan, berust volgens de rechtbank het standpunt van het college dat het project onaanvaardbare ruimtelijke gevolgen heeft op een ondeugdelijke motivering.
De Afdeling volgt de rechtbank dat het bestuursorgaan bij de beoordeling of het wil afwijken van het bestemmingsplan de betrokken belangen moet afwegen en daarbij de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan op het perceel toestaat en de vergunningsvrije bouwmogelijkheden op grond van artikel 3 van bijlage II van het Bor mag betrekken (zie daarvoor bijvoorbeeld de door de rechtbank genoemde uitspraak van 27 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1285). Dat betekent echter niet dat het bestuursorgaan, gelet op de beleidsruimte die het heeft, niet ook andere belangen bij die belangenafweging mag betrekken. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, volgt dat ook niet uit de door haar aangehaalde uitspraken. Daarom bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit op bezwaar niet in stand kon blijven alleen al omdat het college de vergunningsvrije bouwmogelijkheden en de maximale bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan ter plaatse biedt, niet expliciet bij zijn belangenafweging heeft betrokken.
* ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:203: Awb, Wabo; aanvraag buiten behandeling, omgevingsvergunning bouwen, veranderen bovenwoning, woningsplitsing, parkeeroplossing, aanvullende informatie, bijzondere omstandigheden
4.5. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college ten onrechte aangenomen dat het ontbreken van de door hem gewenste parkeeroplossing maakte dat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende waren voor de beoordeling van de aanvraag van [appellant]. Uit de toelichting die [appellant] op zijn aanvraag heeft gegeven blijkt genoegzaam dat niet was voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein of elders, en dat er volgens [appellant] aanleiding bestond om (als laatste stap van het stappenplan) af te zien van een parkeeroplossing zoals door het college was gevraagd. Gelet op het feit dat in de Beleidsregels parkeren rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat op grond van bijzondere omstandigheden vrijstelling wordt verleend van de verplichting om aan de parkeernorm te voldoen, kon het college hierover een besluit nemen op basis van wat [appellant] naar voren had gebracht. Voor zover het college de door [appellant] aangevoerde omstandigheden onvoldoende vond om uit te gaan van bijzondere omstandigheden en een dergelijke vrijstelling te verlenen, had dat aanleiding kunnen zijn om de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren, maar was dat geen kwestie van het ontbreken van gegevens en bescheiden die maakte dat het college geen besluit op de aanvraag kon nemen.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Gelderland 22 december 2025 Afwijzing verzoek handhaving en maatwerkvoorschriften, overlast van vliegen ten gevolge van veehouderij, geen schending van de zorgplicht uit het Activiteitenbesluit
Rb Noord-Nederland 2 december 2025 Omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit, vovo, Ow, KRW-toetsing, omgevingswaarde, goede chemische toestand, achteruitgangsverbod, Wezer-arrest
Rb Noord-Nederland 11 november 2025 Preventieve last onder dwangsom, vovo, Ow, een hal met padelbanen is geen ‘sportschool of fitnesscentrum’