Omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het college van burgemeester en wethouders was niet gehouden om te beoordelen of sprake was van een vergunningplichtige flora- en fauna-activiteit. Het ETFAL-vereiste, waaraan het college moet toetsen bij een BOPA, omvat wel een aspect van uitvoerbaarheid. Dit houdt in dat het college op voorhand in redelijkheid had moeten inzien of het nieuwe tuinhuis kan worden gerealiseerd. Daarbij kon het in beginsel volstaan met beschikbare gegevens uit een gebiedsinventarisatie en beperkt onderzoek.
Casus
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo (het college) heeft een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit verleend voor het vervangen van een tuinhuis. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunning. Bij het bestreden besluit heeft het college de vergunning in stand gelaten, onder aanvulling van de motivering. Het college komt daarin terug op het eerder ingenomen standpunt dat de overgangsbepalingen van het omgevingsplan voorzien in de herbouw en het gebruik van het tuinhuis. Voor het bestaande tuinhuis en het gebruik daarvan voor woondoeleinden is namelijk geen vergunning gevonden. Het college verleent de vergunning alsnog via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Rechtsvraag
Is in dit geval afdoende gemotiveerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Uitspraak
Bij een BOPA mag het college een vergunning alleen verlenen als het project – hier, de bouw van het nieuwe tuinhuis – voldoet aan het ETFAL-vereiste. Een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ kan daarbij zien op beide maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (Ow) (Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr. 3, p. 139), namelijk het benutten én het beschermen van de fysieke leefomgeving (artikel 1.3 Ow).
Vaststaat dat het college van Gedupeerde Staten van de Provincie (meestal) het bevoegd gezag is bij natuurvergunningen. De Ow voorziet daarnaast niet in een ‘aanhaken’ van de omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten bij de BOPA. Dit betekent volgens de rechtbank dat het college hier niet gehouden was om te beoordelen of vanwege de steenuil sprake is van een vergunningplichtige flora- en fauna-activiteit. Zo een onderzoekslast zou bovendien haaks staan op het gesplitste en (ten opzichte van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) meer flexibele vergunningstelsel onder de Ow, dat snellere en betere besluitvorming nastreeft (Staatsblad 2018, 290). Evenwel overweegt de rechtbank dat het ETFAL-vereiste, waaraan het college moet toetsen bij een BOPA, een aspect van uitvoerbaarheid omvat. Dit houdt in dat het college op voorhand in redelijkheid had moeten inzien of het nieuwe tuinhuis kan worden gerealiseerd.[1] Daarbij kon het in beginsel volstaan met beschikbare gegevens uit een gebiedsinventarisatie en beperkt onderzoek.
[1] Vgl. de uitspraak van de Afdeling van 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:354, rov. 5.2. Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2935, rov. 6, die ziet op het oude recht in de artikelen 2.20a en 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 6.10a Besluit omgevingsrecht (verklaring van geen bedenkingen). In de huidige wetgeving is een soortgelijke procedure te vinden in de artikelen 5.33 en 16.15 Ow (advies) en artikel 16.16 Ow (instemming), als ook artikel 4.25, eerste lid, onder e, van het Omgevingsbesluit (voor natuur, en flora en fauna).
Partijen zijn het erover eens dat de steenuil met enige regelmaat op perceel [kadasternummer 2] zit. Daar staan ook meerdere steenuilennestkasten. Eveneens is onbetwist dat in mei 2024 in ieder geval één broedende steenuil is waargenomen. Het lag dan ook op de weg van het college om iets te zeggen over de gevolgen van de bouw van het nieuwe tuinhuis voor de steenuil. Omdat het college in het geheel niet aan het aspect van uitvoerbaarheid heeft getoetst, is evident niet voldaan aan het ETFAL-vereiste.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Limburg
Datum Uitspraak : 22-06-2026
Eclinummer : ECLI:NL:RBLIM:2026:7960
Ruud Veenhof