Het niet overeenkomstig het Certificatieschema verwijderen van asbest is in strijd met de (algemene) zorgplicht uit artikel 1.1a van de Wm.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel heeft een asbestverwijderingsbedrijf (Belas) op straffe van een dwangsom gelast om onmiddellijk te stoppen met de sloopwerkzaamheden op een perceel. Aan het besluit ligt ten grondslag dat sprake is van een overtreding van de zorgplicht in artikel 1.1a van de Wet milieubeheer (Wm). Het college heeft de algemene zorgplicht nader ingevuld met het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering. Het college stelt dat Belas daarmee in strijd handelt door de asbesthoudende platen bij de verwijdering niet te bevochtigen.

Rechtsvragen

1. Heeft Belas gehandeld in strijd met het Certificatieschema?
2. Heeft Belas daarmee gehandeld in strijd met de zorgplicht?

Uitspraak

1. In het controlerapport van de toezichthouder van 13 oktober 2021 staat dat de asbesthoudende golfplaten onzorgvuldig werden verwijderd, omdat deze werden doorboord met de lepels van een verreiker, waardoor breuk en emissie van asbest ontstonden. Verder was op de vloer in de schuur waar de werkzaamheden plaatsvonden en op de grond daarbuiten geen folie aanwezig. Ook zijn er geen bronmaatregelen, zoals bevochtiging, genomen om emissie van asbest te voorkomen. Het standpunt van Belas is dat bevochtiging al had plaatsgevonden, omdat de golfplaten door regen en dauw voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden nat waren. Zij heeft naar het oordeel van de Afdeling met de verwijzing naar weergegevens voor Kerkdriel van 12 en 13 oktober 2021 en eigen onderzoek echter niet aannemelijk gemaakt dat de golfplaten op het dak van de schuur daadwerkelijk zo nat waren, ook waar die over elkaar heen lagen en ook aan de binnenzijde, dat verdere bevochtiging overbodig was geworden. In het advies van Future Proof van 19 oktober 2021, dat Belas aan het college heeft overgelegd om toestemming te krijgen om de sloopwerkzaamheden te hervatten, staat: ‘bevochtiging draagt bij het saneren van golfplaten slechts beperkt bij aan het reduceren van de emissie van asbestvezels, golfplaten zijn immers een waterkerende toepassing, waardoor de kern van het asbest door bevochtiging niet verzadigd zal raken’. Er staat ook: ‘Dat vraagt om adequate beheersmaatregelen die de asbestvezels zo snel mogelijk laten neerslaan. Effectief daarvoor is een fijne waternevel, zoals die wordt geproduceerd door hogedrukreinigers of nevelkanonnen.’ Met verneveling kunnen dus vrijkomende deeltjes van niet-natte delen worden neergeslagen. De opvatting van Belas dat verneveling geen vorm van bevochtiging is en dat bevochtiging alleen vooraf hoeft plaats te vinden, getuigt van een onjuiste en te beperkte lezing van artikel 43, vierde lid, van het Certificatieschema. Uit de woorden ‘Bij verwijdering’ vloeit voort dat bevochtiging ook tijdens de werkzaamheden moet plaatsvinden. Verneveling is daarmee geen op het Certificatieschema aanvullende maatregel. Belas had dit behoren te weten.

2. Zij heeft niet overeenkomstig het Certificatieschema gewerkt en niet alle maatregelen genomen die redelijkerwijs van haar konden worden gevergd. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat met de werkwijze op 13 oktober 2021 ernstige nadelige gevolgen voor mens en milieu acuut dreigden op te treden door het vrijkomen en de verspreiding van asbest. Niet is gebleken dat de Wm op andere wijze erin voorziet dat die gevolgen worden voorkomen of beperkt. Het college heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat Belas artikel 1.1a van de Wm heeft overtreden.

Rechtelijke Instantie : Raad van State
Datum Uitspraak : 17-07-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RVS:2024:2887
Jelle van de Poel

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center