Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5926: Awb, Wro; bpl, reparatieplan, scheepswerf, aan- en afmeermogelijkheden, belemmering bedrijfsvoering, vertrouwensbeginsel, wachtlocatie, overgangsrecht, zorgvuldigheidsbeginsel, uitstekende vaartuigen in reparatiedok, bestemming water, bestuurlijke lus
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5910: Awb; opbreekvergunning, wijzigen openbare weg, uitbouw horeca, APV, verkeerstromen, eigenaar panden, belanghebbendheid (Rb NoordNederland 21/2489 en 21/3115)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5911: Awb, Wro; bpl, caravanstalling, 15 camperstandplaatsen, kampeerwinkel, werkplaats, beheersverordening, omgevingsvisie, kleinschaligheid, meerwaarde recreatieve voorziening, verkeersoverlast, verkeerskundige inpasbaarheid, geluidsoverlast, VNG-brochure, gemengd gebied, richtafstanden, representatieve invulling bedrijfsvoering, geurhinder, sanitaire voorzieningen, uitzicht , bestemming groen, stikstof, relativiteitsvereiste, uitvoerbaarheid
# ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5928: Awb, Wro, Chw; bpl, bouw 30 woningen, gezoneerd bedrijventerrein, belemmering bedrijfsvoering, woon- en leefklimaat, omgevingsverordening, instructieregels, vermindering oppervlakte NNN, tuinbestemming, bouwmogelijkheden, uitsluiten vergunningvrije erfbebouwing, inrichting als erf, nieuwe stedelijke ontwikkeling, Bro, belemmering bedrijfsvoering, geur, woon- en leefklimaat, actuele omgevingsvergunning bedrijf, beleidsregel geurhinder,
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5915: Awb, Wabo; handhaving, realisering zelfstandige wooneenheden, splitsing, ontbreken vergunning, strijd met bpL, vergunning van rechtswege, bevoegdheid, procesbelang, algemeen beleid handhaving kamerbewoning (Rb Overijssel 23/1910)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5899: Awb, Wro, Wabo; wijzigingsplan, omgevingsvergunning, verbouwing villa, appartementencomplex, parkeeroverlast, parkeernormen, goede ruimtelijke ordening, verkeersveiligheid, beleidsregels parkeren,
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5931: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, gebruik monumentaal kantoorpand, verbouw naar woonhuis, strijd met bpl, goede ruimtelijke ordening, belangenafweging, gewijzigd beleid, omzetting kantoren, leegstand kantoren, ruimtevraag, belang behoud kantoorvilla, gelijkheidsbeginsel (Rb MiddenNederland 22/5922)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5925: Awb, Wabo; handhaving, realisering berging/vlonder/schuilhut, ontbreken vergunning, overtreding, Bor, geen speeltoestel, evenredigheid, strijd met bpl, geen legalisatie, gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, witte kwikstaart (Rb Den Haag 23/2627)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5927: Awb, Wabo; handhaving, afsluiting weg, werkzaamheden, belanghebbendheid, afstand (Rb Den Haag 23/4044 en 24/2030)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5901: Awb, Wabo; handhaving, recreatiewoning, permanente bewoning, ontvankelijkheid, economisch eigendom, inhoud koopakte, dwangsom, overtreder (Rb ZeelandWestBrabant 23/3440)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5916: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, huisvesten arbeidsmigranten, verordening, woon- en leefklimaat, openbare orde, veiligheid, belanghebbendheid, feitelijke gevolgen, herstel in bezwaarfase, tenaamstelling vergunning, Bibob, schaarse vergunningen, relativiteitsvereiste (Rb Oost-Brabant 23/3040 en 23/3061)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5924: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, scootmobielbergingen, verlopen tijdelijke vergunningen, vergunningvoorschrift noodzaak instandhouding scootmobielbergingen, aanvullend onderzoek, onvoldoende motivering, nieuwe vergunningen, hoogte dwangsom, rechtsgevolgen in stand gelaten
¶ ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5905: Awb, Ow; wijzigingsbesluit, TAM-omgevingsplan, realisering 325 nieuwe woningen, melkveebedrijf, perceel voor telen gras/mais, belemmering bedrijfsvoering, verbod gewasbeschermingsmiddelen, ETFAL, ontbreken begrip gewasbeschermingsmiddel, rechtszekerheid, belangenafweging, gezondheid
# ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5913: Awb, Wro, Chw; bpl, herontwikkeling voormalig gemengd bedrijventerrein, gemengd gebied, wonen en werken, niet-woonfuncties, nabijgelegen bedrijven, belemmering bedrijfsvoering, ontwikkelkader, beleid, woningdichtheid, verkeersbestemming, noodzaak parkeergarage, woon- en leefklimaat, milieuzonering, VNG-brochure, geluid, akoestisch onderzoek, representatief maximaal planologische invulling, parkeerdruk, onderbouwing parkeernormen, CROW-publicatie 744, parkeerdrukmeting
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:5918: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw hotel met restaurant, horecabestemming, Staat van horeca-activiteiten, evidente verschrijving, uitvoerbaarheid, natuurwetgeving, beleidsregels, afwijkingsmogelijkheden, ruimtelijke kwaliteit, stedenbouwkundige inpassing, maatvoering, situering, verkeersveiligheid, woon- en leefklimaat, nabijgelegen woningen/vakantiehuisjes, aantasting woongenot, parkeerplaatsen, parkeeronderzoek, borging extra parkeerplaatsen, motiveringsgebrek (Rb ZeelandWest-Brabant 23/9511)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5923: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, zeecontainer, afzien hoorzitting, kennelijk ongegronde bezwaarschriften, ontbreken advies adviescommissie (Rb Den Haag 22/8241)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5921: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, twee muurschilderingen, ontbreken vergunning, belanghebbendheid, zicht (Rb Den Haag 23/2076)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5920: Awb, TwG; schadevergoeding, fysieke schade boerderij, termijnoverschrijding, ontvankelijkheid, verschoonbaarheid, professionele rechtshulpverlener, ontbreken bewijs(Rb NoordNederland 24/2075)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5900: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitweg, slopen bouwwerk, bouwen toegangspoort, kerktuinmuur, beschermd stadsgezicht, belanghebbendheid, afstand, zicht, parkeerbeugels, weigering handhaving, overtreding, ontbreken onderzoek, bestuurlijke lus (Rb Amsterdam 24/3543 en 24/4837)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5929: Awb; Wabo; handhaving, bestuurlijke boete, zes arken, ligplaatsen in Industriehaven, toeristische verhuur, overtreder, functioneel daderschap (Rb MiddenNederland 24/5029)
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5912: Awb, Wabo; handhaving, bouwwerkzaamheden, bouwstop, ontbreken vergunning, ontvankelijkheid, bekendmaking besluit, rechtsmiddelenclausule, geen verschoonbare termijnoverschrijding (Rb Amsterdam 24/3887 en 25/3273)
¶ ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5917: Awb, Ow; handhaving, horeca, verstrekken waterpijpen, APV, strijd met omgevingsplan, overtreding (Rb MiddenNederland 24/7909
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 oktober 2026, ECLI:NL:CBB:2026:483: Awb, Msw; mestboete, melkveehouderij, overschrijding gebruiksnormen, rapport Wageningen University & Research, waardering eindvoorraad, BEX-berekening, stikstofcorrectie, gebruiksnorm, vertrouwensbeginsel
* Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6363: BW; vordering ontruiming, arbeidsmigranten op vakantiepark, handhaving, permanente bewoning, strijd met bpl, geen legalisatie, usp Afdeling, actief beleid strijdig gebruik woningen
* Rechtbank Gelderland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7458: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning, realisatie radartoren, coöperatie, belanghebbendheid, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Rotterdam 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13114: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, hoveniersbedrijf, bedrijfsgebouw, bedrijfswoning, duidelijkheid aanvraag, goede ruimtelijke ordening, akoestisch onderzoek, ruimtelijke onderbouwing, omschrijving werkzaamheden, richtafstand VNG-brochure, representatieve bedrijfssituatie, geluid, geur, gevaar, provinciale verordening, omgevingsvisie, noodzaak bedrijfswoning, afstand tot omliggende maneges
* Rechtbank Noord-Nederland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4271 en Rechtbank Noord-Nederland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4270: Awb, Waterwet; watervergunning, camping-restaurant, herinrichting recreatiepark, ontbreken inspraak, Habitatrichtlijn, tijdigheid rivierkundige beoordeling, chalets of stacaravans, nieuwe of vervangende bebouwing, Beleidsregels Grote Rivieren, uitleg Handreiking, ophoging, chemische en ecologische kwaliteit watersysteem, gebruik zwembad, doelstellingen Waterwet
* Rechtbank Gelderland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7443: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, overkapping en veranda, zorgvuldigheidsbeginsel, nieuwe vergunning, ontbreken procesbelang
¶ Rechtbank Rotterdam 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13281: Awb, Ow; vovo, handhaving, conferentiehotel, bewoning door arbeidsmigranten, wijzigingsbesluiten, overtreding, Bbl, logiesfunctie, meldingsplicht, bijzondere omstandigheden, hoogte dwangsom
# Rechtbank Gelderland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7456: Awb, Chw, Wabo; omgevingsvergunning, realiseren en gebruiken radarstation, coördinatieregeling, rijksinpassingsplan, samenloop procedures, ontvankelijkheid gemeente, totstandkomingsprocedure, vergunde activiteiten, geluid, relativiteitsvereiste, straling, ICNIRP-contour, stralingsrichtlijn, blootstellingslimieten, gezondheid, validatiemetingen, flora en fauna, ecologisch onderzoek, zelf in de zaak voorzien, aanpassing vergunningvoorschriften
¶ Rechtbank Midden-Nederland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6695: Awb, Ow; ontheffing verbod tbv onderzoek, vangen wolven met strikval, wijziging Habitatrichtlijn, aanvulling op verleende ontheffing, aanvraag maatvoorschrift opstellen, geen prejudiciële vragen, wijziging beschermingsstatus wolf op Europees niveau, wetgevingsprocedure VWEU, geen specifieke vergunningplicht, art. 11.27 Bal, wettelijke grondslag maatwerkvoorschrift, interpretatie aanvraag, bevoegdheid, afwijken specifieke zorgplicht, uitleg regels Bal
* Rechtbank Midden-Nederland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6712: Awb, Woo, Wm; vovo, bekendmaking huisvestingsgegevens, milieugegevens emissie, landbouwtellingsgegevens, belanghebbendheid, procesrecht, zorgvuldigheid zienswijze procedure, berichtgeving, uitspraken Afdeling, gemiddeld aantal dieren, verdrag van Aarhus, milieu-informatierichtlijn, implementatie in Woo, belangenafweging
¶ Rechtbank Limburg 1 oktober 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:10443: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, bouwwerken, tent en schuilgelegenheid, ontbreken vergunning, strijd met bpl, permanente bewoning, overtreding, evenredigheid, precedentwerking
* ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5750: Awb, Wnb; niet tijdig beslissen, verzoek intrekking natuurvergunning, opleggen verplichting, ontbreken nieuw besluit, niet voldaan aan uitspraak, termijnstelling, dwangsom
* Gerechtshof Den Haag 30 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2974: Sr, WED; geldboete, mestopslag, drijfmest in oppervlaktewaterlichaam, Bal, voldoen aan zorgplicht, genomen maatregelen, gekeurde mestzaak, visuele controles, kwalificatie lozingsactiviteit
¶ Rechtbank Noord-Nederland 30 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4214: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, uitbreiden camping, legalisatiemogelijkheden eisers, woon- en leefklimaat, bopa, belangenafweging
¶ Rechtbank Noord-Holland 29 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13036: Awb, Ow; omgevingsvergunningen, legalisering hoogte dakopbouw, samenloop handhaving, gedeeltelijke afwijzen verzoek, doorzichtigheid ramen, ontbreken contra-expertise, overbouw, overschrijding perceelsgrens, privaatrechtelijke belemmering, dakgoot, uitstekende delen, ondergeschikte aard, Bbl, zijdakvlak
¶ Rechtbank Oost-Brabant 29 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6932: Awb, Ow; omgevingsvergunning, aanleg betonpaden langs boomkwekerijen, uitweg, belemmering bedrijfsvoering, begrip niet omkeerbare verhardingen, leefomgeving dassen, begrip uitweg, ontbreken beoordeling
¶ Rechtbank Midden-Nederland 29 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6807: Awb, Ow; handhaving, overtreding voorschriften omgevingsvergunning, afdekking beluchtingstank biologische afvalwaterzuivering, invorderingsbeschikking, overtreder, geschikt middel
¶ Rechtbank Gelderland 29 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7324: Awb, Ow; omgevingsvergunning, nieuwbouw winkelpand, reservering ontwikkeling naastgelegen perceel, vestigingsintentie, belanghebbendheid,
¶ Rechtbank Gelderland 29 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7426: Awb, Ow ; vovo, omgevingsvergunningen, plaatsen chalets, bopa, verplicht advies raad, binnen of buiten bebouwde kom, afwijken bpl, magneetzone, bodemvervuiling
¶ Rechtbank Overijssel 28 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5772: Awb, Ow; vovo, intrekkingsbesluit omgevingsvergunning, realisering klein zonnepark, landgoed, subsidie, zaaksgebondenheid vergunning, vergunninghouder, zicht op uitvoering, geen overname vergunning, belangenafweging
¶ Rechtbank Gelderland 28 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7285: Awb, Ow; niet tijdig beslissen, omgevingsvergunning, aanvraag door club, realiseren 2 paddelbanen, eiser tegen realisatie, belanghebbendheid eiser
* Rechtbank Overijssel 25 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5780: Awb, Wabo; handhaving, invorderingsbesluit, woonbestemming, bedrijfsmatige activiteiten, opslag, overtreder, controlerapport, onvoldoende onderbouwing
* Rechtbank Overijssel 25 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5328: Awb, Wabo, Wgh; afwijzing verzoek wijziging geluidsvoorschriften, omgevingsvergunning, inrichting op- en overslag/bewerken afvalstoffen/opslag bouwmaterialen en grondstoffen, voor geluid gezoneerde industrieterrein, uitleg verzoek, dienstbaarheidsbeginsel, geluidshinder, geluidsbelasting op woontoren, motiveringsgebrek, actualisatieverplichting, BBT, bestaande vergunningen, te ingrijpende wijziging, rechtsgevolgen in stand gelaten
¶ Rechtbank Oost-Brabant 25 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6865: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, bouw 3 seniorenwoningen, ophoging, verharding, damvorming, borging hydrologische neutraliteit, infiltratievoorzieningen, wateroverlast naburige percelen, bestaande overlast, onvoldoende onderzoek relevante feiten, gebrek deels hersteld, herhaalde bestuurlijke lus
¶ Rechtbank Noord-Holland 24 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13020: Awb, Ow; omgevingsvergunning, realiseren ondergeschikte woning, binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, strijd met agrarische bestemming, uitleg planregels, verschillende bestemmingen, begrip bouwperceel, toelichting, geen aaneengesloten stuk grond
¶ Rechtbank Overijssel 24 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5771: Awb, Ow; vovo, handhaving, afwijzing verzoek, stilleggen productie, concentratie PAK, benzeen en MVP2 stoffen reduceren/gereduceerd houden, emissiegrenswaarden, GGD-advies, gebruik Environox-installatie
* Rechtbank Overijssel 24 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5661: Awb, Wabo; vovo, handhaving, sloopwerkzaamheden, ontbreken sloopveiligheidsplan, overtreding voorschrift omgevingsvergunning, stilleggen werkzaamheden, evident onrechtmatig vergunningsvoorschrift, begrip slopen en bouwen, Bbl, maatwerkvoorschrift, motiveringsgebrek, belangenafweging
¶ Rechtbank Oost-Brabant 24 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6834 en Rechtbank Oost-Brabant 24 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6839: Awb, Ow; handhaving, opslag, strijd met omgevingsplan, overtreding bruiklener, eigenaar overtreder, evenredigheid, hoogte dwangsom, interne richtlijn, motiveringsgebrek, bestuurlijke lus
¶ Rechtbank Gelderland 23 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7263: Awb, Ow; vovo, handhaving, afvalverwerker, innemen afvalstoffen, Afvalstoffenregister, strijd met vergunningvoorschrift, verstrekkendheid last, evenredigheid
* Rechtbank Limburg 23 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:10050: Awb, Wabo; besluit oplegging maatwerkvoorschriften, bevoorrading apotheek in nachtelijke uren, geluidsoverlast, bevoegdheid, gebruik toegangspoort, evenredigheid, achteruit rijden, mogelijkheid uitzetten piepgeluiden
* Rechtbank Limburg 23 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:10024: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, omzetting bedrijfswoning naar plattelandswoning, bedrijfsvoering omliggende bedrijven, bouwactiviteit, Bouwbesluit, toetsing aan bpl, ex nunc in bezwaar, mogelijkheden binnenplanse afwijking, goede ruimtelijke ordening, leefklimaat erf/tuin, maximale invulling planologische mogelijkheden, geur, geluid, luchtkwaliteit, cumulatieve representatieve invulling, ontbreken onderzoek, woon- en leefklimaat woning
¶ Rechtbank Gelderland 22 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7245: Awb, Ow; vovo, handhaving, tweede woning in hoofdgebouw, ontbreken vergunning, huurder
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9182: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, hobbymatig weiden paarden, natuurbestemming, strijd met bpl, overtreding, belangenafweging
¶ Rechtbank Den Haag 21 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:28183: Awb, Ow; omgevingsvergunning, dakkapel, maximale goothoogte, schaduwwerking, zonnepanelen, uitleg planregels, beoordelingsregels, afwatering hemelwater, geen nieuwe druiplijn
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9154: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, horeca-activiteiten, horeca 2, onvoldoende onderzoek
¶ Rechtbank Rotterdam 18 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:12852: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, kappen 12 bomen, weigeringsgronden APV, natuurwaarde, noodzaak, nieuwbouwproject 207 woningen, werkzaamheden, bomenstructuurvisie, belangenafweging, participatie
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9001: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning/handhaving, huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten op recreatiepark, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, geen toezegging, randvoorwaarden revitalisering, evenredigheidsbeginsel, goede ruimtelijke ordening, gebiedsvisie, overlast voor recreatieve gebruikers, begunstigingstermijn
* Rechtbank Den Haag 17 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27961: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw winkel en 7 appartementen, grondslag aanvraag, wijziging ondergeschikte aard, verkeersveiligheid, relativiteitsvereiste, parkeren, parkeerbelasting, dubbelgebruik, kinderdagverblijf, openbare toegankelijkheid parkeerplekken, belanghebbendheid
¶ Rechtbank Den Haag 17 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27590: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, opzettelijk verstoren, beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, gewone dwergvleermuis, sloop schoolgebouw/ nieuwbouw woningen, Bal, quickscan, ecologische rapporten, activiteitenplan, maatregelen, cumulatie effecten, vliegroutes, instandhouding
* Rechtbank Limburg 16 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9855: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, realiseren extra bouwwerk, vergunde nieuwbouwwoning, berekening oppervlakte bebouwing, Bor, naastliggend bedrijfsgebouw, geen functionele verbondenheid, vergunningvrij
¶ Rechtbank Midden-Nederland 16 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6354: Awb, Ow; vovo, handhaving, strijdig gebruik bedrijfswoning en perceel, apparatenbouwbedrijf, strijd met bpl, agrarische en landschappelijke waarden, opslag, motiveringsgebrek
* Rechtbank Gelderland 16 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7202: BW, Onteigeningswet; onteigening, uitvoering bpl, complexwaarde, voldoende geografische, functionele en financiële samenhang, comparatieve methode, referentieobjecten, waardedrukkende invloed bodemverontreiniging, vergelijking planologie, anterieure overeenkomst, rapport bodemonderzoek, bijstelling waarde
* Rechtbank Gelderland 16 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7198: BW, Onteigeningswet; onteigening, uitvoering bpl, waardedrukkend effect bodemverontreiniging, verhoogde gehaltes PFOS, gebruikte referenties, ontwikkelpotentie, status planologische ontwikkelingen, bijkomende schade
Rechtbank Gelderland 16 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7199: BW, Onteigeningswet; onteigening, uitvoering bpl, gebruikte referenties, invloed bodemverontreiniging, nieuwe bepaling waarde
* Rechtbank Limburg 15 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9756: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen monumentale boerderij, gemeentelijke monument, Vlaamse schuur, beroep erfgoedvereniging, adviescommissie, contra-expertise, strijd met bpl, cultuurhistorische waarden, immateriële schadevergoeding
* Rechtbank Limburg 14 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9705: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, OBM, nieuwbouw vleesvarkenstal, uitbreiden biggenstal, procesbelang, goede ruimtelijke ordening, volwaardigheid bedrijf, mer-beoordeling, Wnb, relativiteitsvereiste, emissiereductie
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8812: Awb; handhaving, afwijzing verzoeken, herstelbesluit, recreatieve verhuur 3 woningen, onevenredigheid, opnieuw motiveringsgebrek, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Midden-Nederland 9 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6333: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, kappen 1.923 en aanplanten 117 bomen, ontvankelijkheid, feitelijke werkzaamheden stichting, , rechtstreekse gevolgen, belanghebbendheid
* Rechtbank Noord-Holland 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13208: Awb; intrekking uitritvergunning, exploitatie bedrijf, APV, fietsstraat, keerlus, parkeerdruk, verkeersveiligheid, vergunde garages, motiveringsgebrek
# Rechtbank Gelderland 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6682: Awb, Wabo; handhaving, transportbedrijf, geluid, Activiteitenbesluit, onderzoek, herstelbesluit, representatieve bedrijfssituatie, worst-case, extra vrachtwagens, overtreding, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Noord-Holland 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12866: Awb, Ow; handhaving, dam met duiker/beschoeiing, gebruik als tweede uitrit, ontbreken vergunning, Bbl, bijzondere omstandigheden, bereikbaarheid mantelzorgwoning, medische situatie
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
¶ ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5905: Awb, Ow; wijzigingsbesluit, TAM-omgevingsplan, realisering 325 nieuwe woningen, melkveebedrijf, perceel voor telen gras/mais, belemmering bedrijfsvoering, verbod gewasbeschermingsmiddelen, ETFAL, ontbreken begrip gewasbeschermingsmiddel, rechtszekerheid, belangenafweging, gezondheid
4. [appellant] betoogt dat artikel 6.3, aanhef en onder h, van de regels van wijzigingsbesluit rechtsonzeker is, omdat een definitie van het begrip “gewasbeschermingsmiddel” ontbreekt. Daarnaast betoogt [appellant] dat de raad in artikel 6.3, aanhef en onder h, ten onrechte alle soorten gewasbeschermingsmiddelen onder de reikwijdte van het verbod heeft laten vallen.
4.1. Artikel 6.3, aanhef en onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit luidt:
“Het is verboden om:
1. op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch uitgesloten – spuitzone’ gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.”
4.2. Op de kaart die hoort bij het wijzigingsbesluit is aan het grootste gedeelte van het perceel van [appellant] de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch uitgesloten – spuitzone” toegekend. Dat betekent dat [appellant] op grond van artikel 6.3, aanhef en onder h, geen gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken op het grootste gedeelte van zijn perceel. De Afdeling stelt vast dat het begrip “gewasbeschermingsmiddel” niet is gedefinieerd in de regels van het wijzigingsbesluit of in de regels van het omgevingsplan. Naar het oordeel van de Afdeling betekent dat niet dat het wijzigingsbesluit in strijd met de rechtszekerheid is genomen. Het begrip “gewasbeschermingsmiddel” is op zichzelf duidelijk genoeg. Een gewasbeschermingsmiddel is een bestrijdingsmiddel dat ter bescherming van gewassen op de gewassen of de grond wordt gespoten. Voor zover [appellant] erop heeft gewezen dat hiermee alle soorten gewasbeschermingsmiddelen, dus ook biologische, zijn uitgesloten, overweegt de Afdeling dat dat een bewuste keuze is geweest van de raad. De raad stelt zich op het standpunt dat ook biologische gewasbeschermingsmiddelen effect op de gezondheid kunnen hebben. De raad wil dat risico volledig uitsluiten. Dat betekent dat de reikwijdte van het verbod niet verder rijkt dan de bedoeling van de raad is geweest.
* ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5900: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitweg, slopen bouwwerk, bouwen toegangspoort, kerktuinmuur, beschermd stadsgezicht, belanghebbendheid, afstand, zicht, parkeerbeugels, weigering handhaving, overtreding, ontbreken onderzoek, bestuurlijke lus (Rb Amsterdam 24/3543 en 24/4837)
8. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij niet als belanghebbende kwalificeert bij het besluit op bezwaar van 17 mei 2024. Zij voert aan dat zij feitelijke gevolgen ondervindt van dat besluit, mede omdat haar perceel zich op ongeveer 40 meter afstand bevindt van de zeven door [bedrijf B] gerealiseerde parkeerplaatsen. [appellante] wijst er in dit verband op dat wanneer de parkeerbeugels overeind staan, werknemers en bezoekers van het kerkgebouw, waarvoor de parkeerplaatsen bedoeld zijn, zullen moeten uitwijken naar andere parkeerplaatsen, waaronder die bij de achterzijde van haar perceel aan de [locatie 3]. Dat leidt tot parkeerhinder voor omwonenden.
8.1. Het perceel van [appellante] ligt op ongeveer 40 meter afstand van de parkeerplaatsen aan de [locatie 3]. De parkeerplaatsen waarop de parkeerbeugels zijn geplaatst, liggen daarmee in de directe nabijheid van haar perceel. Daargelaten in welke mate en op welke manier de gevolgen zich precies voordoen, is aannemelijk dat [appellante] als omwonende binnen deze afstand feitelijke gevolgen kan ondervinden. De Afdeling is van oordeel dat [appellante] belang heeft bij het besluit op bezwaar van 17 mei 2024, waarbij het college zijn handhavingsbesluit heeft herroepen. De rechtbank heeft haar beroep daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
* Rechtbank Noord-Nederland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4271 en Rechtbank Noord-Nederland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4270: Awb, Waterwet; watervergunning, camping-restaurant, herinrichting recreatiepark, ontbreken inspraak, Habitatrichtlijn, tijdigheid rivierkundige beoordeling, chalets of stacaravans, nieuwe of vervangende bebouwing, Beleidsregels Grote Rivieren, uitleg Handreiking, ophoging, chemische en ecologische kwaliteit watersysteem, gebruik zwembad, doelstellingen Waterwet
12.1. De minister stelt zich op het standpunt dat er in de watervergunning van 2017 een bepaalde hoeveelheid bebouwing is toegestaan. Het is niet van belang of die bebouwing feitelijk ook is gerealiseerd. Het gaat naar de mening van de minister om het bestaande vergunde recht. De in 2021 aangevraagde herinrichting, inclusief bijbehorende bebouwing, is dan ook getoetst ten opzichte van de hoeveelheid bebouwing die bij de vergunning van 2017 is toegestaan. Deze toetsing heeft ertoe geleid dat de gewenste bebouwing past binnen de bestaande rechten uit de watervergunning van 2017 en verleend kon worden op basis van artikel 3, onder b, van de Beleidsregels over sloop en vervanging. In dit verband wijst de minister erop dat de vergunde oppervlakten en volumes van bouwwerken en ophogingen van de grond kleiner worden ten opzichte van de vergunde ruimte in de vergunning van 2017. Daaruit kan volgens de minister geconcludeerd worden dat met de verleende watervergunning geen ruimte voor waterberging wordt weggenomen, maar juist wordt toegevoegd.
12.3. De rechtbank overweegt dat de Beleidsregels niet-riviergebonden functies, zoals de vergunde herinrichting, in beperkte mate mogelijk maken. Zo kan – voor zover van belang – op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, van de Beleidsregels toestemming worden gegeven voor het slopen en vervangen van bebouwing door bebouwing van gelijke omvang.
12.4. In de Handreiking “Beleidslijn Grote Rivieren” van 15 juli 2019 (de Handreiking) is toegelicht dat de mogelijkheid om bestaande bebouwing te slopen en te vervangen door nieuwbouw geldt voor alle “bestaande bebouwing die aanwezig is in het rivierbed”. Verder is in de Handreiking toegelicht dat bij sloop en vervangende nieuwbouw de bebouwing met dezelfde functie op hetzelfde perceel mag worden gesommeerd en vervangen mag worden door een of meerdere bouwwerken, zolang de totale oppervlakte en het volume maar gelijk blijven. (…)
12.5. Naar het oordeel van de rechtbank ziet artikel 3, eerste lid, onder b, van de Beleidsregels op het vervangen van feitelijk bestaande bebouwing en niet op vergunde, maar niet gerealiseerde bebouwing. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de tekst van deze bepaling vermeldt dat het gaat om ‘het slopen en vervangen’ van bebouwing, hetgeen impliceert dat bebouwing ook daadwerkelijk aanwezig is. Verder acht de rechtbank van belang dat uit de toelichting bij deze bepaling volgt dat het moet gaan om ‘sloop met vervangende nieuwbouw van gelijke functie en omvang’. Daarnaast volgt uit de Handreiking dat het bij sloop en vervanging moet gaan om de sloop van de aanwezige bebouwing in het rivierbed die mag worden herbouwd op het terrein van het recreatiepark. De minister heeft ter zitting toegelicht dat niet in kaart is gebracht welke feitelijke bebouwing aanwezig is in het rivierbed. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister bij het verlenen van de watervergunning ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 3, eerste lid, onder b, van de Beleidsregels. Om die reden slaagt het betoog van eisers.
¶ Rechtbank Midden-Nederland 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6695: Awb, Ow; ontheffing verbod tbv onderzoek, vangen wolven met strikval, wijziging Habitatrichtlijn, aanvulling op verleende ontheffing, aanvraag maatvoorschrift opstellen, geen prejudiciële vragen, wijziging beschermingsstatus wolf op Europees niveau, wetgevingsprocedure VWEU, geen specifieke vergunningplicht, art. 11.27 Bal, wettelijke grondslag maatwerkvoorschrift, interpretatie aanvraag, bevoegdheid, afwijken specifieke zorgplicht, uitleg regels Bal
12. (…). De gewone wetgevingsprocedure werd (in iets andere vorm) voor het eerst geïntroduceerd bij het verdrag van Maastricht dat op 1 november 1993 in werking trad. Deze procedure, toen de medebeslissingsprocedure genoemd, is daarbij neergelegd in het toen geldende artikel 189 B van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-verdrag). In artikel 130 S van het EG-verdrag (‘milieu’, waar volgens de considerans van de habitatrichtlijn en artikel 130 R van het EG-verdrag ook natuurbescherming onder viel), de voorloper van artikel 192, eerste lid van het VWEU, werd de medebeslissingsprocedure echter nog niet van toepassing verklaard. Dit artikel verwees nog naar de zogenoemde samenwerkingsprocedure, neergelegd in artikel 189 C van het EG-verdrag, waarin het Europees Parlement geen beslissende, maar slechts een adviserende en corrigerende rol had.
13. Met de inwerkingtreding van het verdrag van Amsterdam per 1 mei 1999 veranderde dit. De artikelen van het EG-verdrag werden vernummerd. De medebeslissingsprocedure uit artikel 189 B werd op enkele punten aangepast en opgenomen in artikel 251 van het EG-verdrag. Het oude artikel 130 S werd artikel 175 van het EG-verdrag (milieu) en verwees vanaf dat moment voor de algemene milieuwetgeving naar de medebeslissingsprocedure uit artikel 251 van het EG-verdrag. Er bleven uitzonderingen gelden waarin nog altijd eenparigheid van stemmen van de Raad was vereist, maar dat betrof alleen milieubesluiten van fiscale aard, over ruimtelijke ordening, over kwantitatief waterbeheer, of over de keuze van energiebronnen door de lidstaten.
14. De (voorloper van de) gewone wetgevingsprocedure uit artikel 294 van het VWEU is dus pas per 1 mei 1999 van toepassing op algemene milieubesluiten (inclusief natuur). Artikel 19 van de habitatrichtlijn is al op 10 juni 1992 in werking getreden, bijna zeven jaar eerder. De habitatrichtlijn kan op dit punt dus geen lex-specialis zijn op het VWEU. Daar komt bij dat het VWEU (samen met het VEU en het Handvest) het primaire recht vormt van de Europese Unie en dus van hogere orde is dan een richtlijn, zoals de habitatrichtlijn.
15. De rechtbank volgt de Faunabescherming ook niet in het standpunt dat het vereiste uit artikel 19 van de habitatrichtlijn met betrekking tot de technische en wetenschappelijke vooruitgang, desondanks nog zou gelden. Dit vereiste maakt immers deel uit van de wijzigingsprocedure die artikel 19 voorschrijft en die is hier nu juist niet van toepassing. De rechtbank is niet gebleken dat een dergelijk vereiste geldt voor de gewone wetgevingsprocedure uit het VWEU. In artikel 191 van het VWEU zijn tot slot de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie opgenomen op milieugebied: dit artikel bevat geen procedurele vereisten voor de gewone wetgevingsprocedure.
16. Gelet op het voorgaande kon de wijziging naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Dit betekent dat er vanuit moet worden gegaan dat de wolf ten tijde van de besluitvorming van gedeputeerde staten op bijlage V (beschermd) van de habitatrichtlijn stond. Omdat de wijziging op dat moment nog niet was geïmplementeerd, gold er geen specifieke vergunningplicht voor het vangen van de wolf. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen.
17. In artikel 11:31, derde lid, van het Bal is verder bepaald dat er geen maatwerkvoorschrift wordt gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden. De achtergrond hiervan is dat dit ervoor zorgt dat de voorschriften optimaal worden afgestemd op de andere vergunningvoorschriften, zodat de activiteit als geheel integraal beoordeeld en geregeld wordt. Voor zover de vergunning ook ziet op algemeen geregelde activiteiten, te denken valt daarbij ook aan de in artikel 11.27 van het Bal geregelde specifieke zorgplicht, voorkomt dit ook een stapeling van de vergunning met losse maatwerkvoorschriften. Voorschriften kunnen niet alleen bij het verlenen van de vergunning worden gesteld, maar ook door wijziging van de vergunning. Een aanvraag om een maatwerkvoorschrift over een (gedeelte van) een activiteit waarvoor al een vergunning is verleend, moet dus worden beschouwd als een aanvraag om de voorschriften van die vergunning te wijzigen. Het ambtshalve toepassen van de bevoegdheid van dit artikel leidt bij die activiteit tot het ambtshalve wijzigen van de verleende vergunning.
18. In het licht hiervan overweegt de rechtbank dat als Zodion en gedeputeerde staten slechts hebben beoogd om een vangmiddel aan de ontheffing van Gelderland toe te voegen, zij de aanvraag (die in dat geval dus had moeten worden beschouwd als een aanvraag om voorschriften van die ontheffing te wijzigen) hadden moeten doorsturen naar het college van gedeputeerde staten van Gelderland. Het was vervolgens aan het college van gedeputeerde staten van Gelderland om de aanvraag te beoordelen, en dus ook om te beoordelen of het wijzigen van vergunningvoorschriften mogelijk was in de periode waarin er geen vergunningplicht bestond voor de wolf.
19. Als Zodion en gedeputeerde staten de aanvraag van Zodion als een afzonderlijke aanvraag – losstaand van de ontheffing van Gelderland – hebben bedoeld en gezien, dan geldt dat gedeputeerde staten niet op de aanvraag hebben kunnen beslissen door dit maatwerkvoorschrift te stellen. In artikel 11:31, eerste lid, van het Bal is bepaald dat een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 11.27 van het Bal. In het tweede lid van artikel 11:31 van het Bal is bepaald van welke bepalingen met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken. Artikel 11.27 van het Bal behoort daar niet toe. Dit betekent dat het niet mogelijk is om met een maatwerkvoorschrift van de specifieke zorgplicht af te wijken. Zoals ook volgt uit artikel 11:31, eerste en tweede lid, van het Bal kan het bevoegd gezag, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, met een maatwerkvoorschrift immers alleen een algemene regel specifiek maken voor een concrete situatie. Het maatwerkvoorschrift dat gedeputeerde staten hier hebben gesteld kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezien als het specifiek maken van de algemene regel van artikel 11:27 van het Bal, maar juist als het toestaan van een activiteit die strijdig is met deze specifieke zorgplicht. Gedeputeerde staten hebben voor de algemene regel op de zitting nog verwezen naar artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Ow, maar dat kan de rechtbank niet volgen. Op grond van dit artikellid is het immers verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij het Bal aangewezen geval, en in het Bal wordt nu juist verwezen naar de diersoorten uit bijlage IV van de habitatrichtlijn waar de wolf niet meer in staat.
20. Overigens kan de rechtbank gedeputeerde staten ook niet volgen in de verwijzing in de bestreden besluiten naar het derde lid van artikel 11.27 van het Bal. Dit artikellid gaat immers over populatiebeheer en schadebestrijding, terwijl het onderzoek van Zodion is gericht op wetenschap en onderwijs.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 29 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6932: Awb, Ow; omgevingsvergunning, aanleg betonpaden langs boomkwekerijen, uitweg, belemmering bedrijfsvoering, begrip niet omkeerbare verhardingen, leefomgeving dassen, begrip uitweg, ontbreken beoordeling
7.5. In artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit is bepaald dat de regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onder a, van de Omgevingswet (‘het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan’) alleen in het omgevingsplan worden opgenomen. Uitwegvergunningen vallen daar dus ook onder. In artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit wordt de werking van artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit weliswaar beperkt tot activiteiten als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar de uitwegvergunning is in dit artikel expliciet genoemd.
7.6. In artikel 22.8 van de Omgevingswet is bepaald dat voor zover op grond van een bepaling in een gemeentelijke verordening, zoals de APV, een vergunning is vereist voor een geval waarin regels over de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.7, eerste lid, van de Omgevingswet, alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen, zo’n vergunningplicht geldt als een verbod om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.
7.7. Het voorgaande betekent dat een uitwegvergunning, in tegenstelling tot onder het oude recht, niet langer een aparte activiteit is die los kan worden aangevraagd en vergund. Wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van een omgevingsplanactiviteit ertoe strekt om oppervlakteverharding aan te leggen die (mede) functioneert als uitweg, dan moet het college dus beoordelen of wordt voldaan aan de beoordelingsregels van de APV. Anders bestaat het risico dat het college impliciet ook een vergunning verleend voor de uitweg. Dit is slechts anders als een aanvrager een aparte aanvraag indient voor de uitwegen.
¶ Rechtbank Overijssel 28 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5772: Awb, Ow; vovo, intrekkingsbesluit omgevingsvergunning, realisering klein zonnepark, landgoed, subsidie, zaaksgebondenheid vergunning, vergunninghouder, zicht op uitvoering, geen overname vergunning, belangenafweging
3.7. In dit geval is sprake van een zaaksgebonden omgevingsvergunning. Eiser heeft in dat kader verwezen naar de Wet algemene bepalingen omgevingswet (hierna: Wabo). In artikel 2.25, eerste lid, van de Wabo is bepaald dat een omgevingsvergunning geldt voor eenieder die het project uitvoert waarop zij betrekking heeft en dat de vergunninghouder ervoor zorg draagt dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. Het college heeft de omgevingsvergunning destijds (mede) op deze bepaling gebaseerd. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Deze regelgeving volgt de Wabo op en is van toepassing op het verzoek om intrekking van de omgevingsvergunning. De (onherroepelijke) omgevingsvergunning geldt op grond artikel 4.13, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als een omgevingsvergunning voor de activiteiten waarop een verbodsbepaling van toepassing is als bedoeld in paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet. In artikel 5.37, eerste lid, van de Omgevingswet is bepaald dat een omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waarop zij betrekking heeft. Diegene is vergunninghouder en draagt zorg voor de naleving van de vergunningvoorschriften. Na lezing van de wetsgeschiedenis ten aanzien van artikel 5.37, eerste lid, van de Omgevingswet concludeert de voorzieningenrechter dat de wetgever ten opzichte van artikel 2.25, eerste lid van de Wabo geen wijziging heeft willen aanbrengen. De voorzieningenrechter gaat er daarmee van uit dat de omgevingsvergunning onder de Omgevingswet ook een zaaksgebonden karakter heeft.
3.8. De voorzieningenrechter overweegt dat de omgevingsvergunning weliswaar een zaaksgebonden karakter heeft en dat eiser grondeigenaar is van het perceel waarop de omgevingsvergunning ziet, maar is van oordeel dat eiser daarmee niet zonder meer als vergunninghouder kan worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat uit artikel 5.37, eerste lid, van de Omgevingswet volgt dat de omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft. Diegene is de vergunninghouder. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat onder ‘degene die de activiteit verricht’ moet worden verstaan degene die voor het verrichten van de activiteit (eind)verantwoordelijk is. De voorzieningenrechter komt op basis van de gedingstukken en hetgeen met partijen op zitting is besproken tot het oordeel dat eiser als zodanig niet kan worden aangemerkt. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter allereerst dat het zonnepark op het perceel van eiser niet is gerealiseerd. Verder volgt uit het betoog van eiser dat hij in de fase na oprichting van ESW zich vanwege een vertrouwensbreuk (ten dele) heeft afgewend van het project, waarbij onder meer de intentieovereenkomst met de looptijd tot 1 januari 2023 niet is verlengd of is vervangen door één met ESW. Uit het overige betoog van eiser volgt daarnaast slechts dat hij vervolgens op den duur tot het plan is gekomen het landgoed met eventueel een zonnepark te realiseren en dat hij in de onderzoeksfase daarnaar daarover in 2025 in gesprek is geweest met het college over onder meer de status van de omgevingsvergunning.
Daaruit blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat eiser ten tijde van het intrekkingsbesluit op grond van artikel 5.37, eerste lid, van de Omgevingswet kon worden aangemerkt als vergunninghouder.
* Rechtbank Overijssel 24 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5661: Awb, Wabo; vovo, handhaving, sloopwerkzaamheden, ontbreken sloopveiligheidsplan, overtreding voorschrift omgevingsvergunning, stilleggen werkzaamheden, evident onrechtmatig vergunningsvoorschrift, begrip slopen en bouwen, Bbl, maatwerkvoorschrift, motiveringsgebrek, belangenafweging
2.2.1. De voorzieningenrechter onderschrijft het standpunt van het college dat in beginsel uitgegaan moet kunnen worden van een onherroepelijke omgevingsvergunning en dat daarom in beginsel ook moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid van het betreffende voorschrift. Dit kan echter anders liggen als sprake is van een evident onrechtmatig vergunningsvoorschrift, dat in strijd is met hogere regelgeving.
2.2.3. In de eerste plaats kijkt de voorzieningenrechter daarbij naar de Omgevingswet (hierna: Ow) waaruit volgt dat bouwen iets anders is dan slopen; het betreffen van elkaar te onderscheiden activiteiten. Voor sloopwerkzaamheden biedt de Ow ook een apart regime dat is neergelegd in afdeling 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Daaruit volgt dat een sloopmelding moet worden gedaan, waarbij een risicomatrix moet worden overgelegd en dat eventueel maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld. Verzoekster heeft deze sloopmelding op 27 augustus 2024 ingediend. Deze is door het college beoordeeld en als zodanig geaccepteerd, daaraan zijn geen verdere maatwerkvoorschriften verbonden. Op basis van de sloopmelding heeft verzoekster de sloopwerkzaamheden mogen uitvoeren en ook al deels uitgevoerd (het verwijderen van dakbedekking en asbestsanering).
2.2.4. In de tweede plaats maakt de voorzieningenrechter een vergelijking met artikel 2.22 van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (hierna: Wabo) en daarbij behorende vaste rechtspraak. In artikel 2.22 van de Wabo is bepaald dat aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven. Uit vaste rechtspraak – waarnaar verzoekster ook heeft verwezen – volgt dat aan een omgevingsvergunning geen voorschriften mogen worden verbonden die betrekking hebben op een andere activiteit dan waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Uit de wetsgeschiedenis met betrekking tot artikel 5:32 van de Ow, inmiddels 5:34 van de Ow, leidt de voorzieningenrechter voorts af dat niet is beoogd ten aanzien hiervan een wijziging te brengen. De omgevingsvergunning ziet enkel op de activiteiten bouwen (omgevingsplan) en bouwen (technisch). Omdat bouwen en slopen andere activiteiten zijn en voor slopen een apart regime geldt, is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat aan de omgevingsvergunning dan ook geen voorschrift voor de activiteit slopen kan worden verbonden.
2.2.5. De voorzieningenrechter heeft in de derde plaats beoordeeld of het voorschrift in paragraaf 4 onder 7 van de omgevingsvergunning kan worden aangemerkt als een maatwerkvoorschrift zoals bedoeld in afdeling 7.1. van het Bbl. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat dit niet kan. De omgevingsvergunning heeft namelijk geen betrekking op sloopwerkzaamheden. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter ook dat het college naar aanleiding van de sloopmelding al de bevoegdheid had om maatwerkvoorschriften te stellen, maar deze niet heeft toegepast. Ook heeft de voorzieningenrechter geen duidelijke motivering van het college gezien waaruit volgt wat concreet de aanleiding zou zijn om in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten alsnog een specifiek voorschrift ten aanzien van de sloopwerkzaamheden op te nemen, anders dan de mogelijkheid die al bestond naar aanleiding van het doen van de sloopmelding.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 16 september 2026 Een bestemmingsplan is een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb wanneer het voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die meer of ander gebruik toestaat dan de referentiesituatie
Rb Oost-Brabant 11 september 2026 Afwijzing verzoek om actualisatie van Hinderwetvergunning en milieuvergunning voor motorsportactiviteiten. Er geldt een actualisatieplicht, ook al zijn er geen BBT-conclusies van toepassing
Rb Noord-Holland 17 juli 2026 Passende maatregel, maatwerkvoorschriften ter borging van emissieplafond voor racecircuit onvoldoende gemotiveerd