Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6219: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, mengen van droogvoer met mengvoerinstallatie niet toegestaan, cumulatieve effecten, bestaande overbelaste geursituatie, nieuwe gronden na tussenuitspraak, bouwvlak niet correct, niet meer toestaan mengen, bestaand legaal gebruik, wijziging niet onderkend, geen sprake van industrieel mengen, ten onrechte gebruikt als argument, einduitspraak na tussenuitspraak,
# ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6217: Awb, Wro; inpassingsplan, drie windturbines, herstelbesluit, geluidonderzoek, niet stellen prejudiciële vragen, erosie (coatings op) wieken, schadelijke effecten gezondheid, aantasting luchtkwaliteit door loskomende deeltjes en chemicaliën, bisfenol A, strijd met goede procesorde, niet in strijd met goede ruimtelijke ordening, geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen noodzaak Leading edge protection, redelijke termijn, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6228: Awb, Wro; bpl, woning, participatie, uitzicht, privacy, bezonning, toekenning aanduiding “erf” aan voorzijde woning, beperking agrarische bedrijfsvoering, geen agrarische bestemming, geen beperking bedrijfsvoering, uitbreiding bedrijfslocatie, wens om in loods om landbouwmachines te stallen, niet gemotiveerd dat dit past binnen aanduiding “bedrijf tot en met categorie 1”, waterberging- en afvoer, verkeer, flora en fauna, quickscan, geluid, VNG-brochure, bestaand legaal gebruik, lichthinder
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6212: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, voorschrift omgevingsvergunning, milieuzorgsysteem (Rb Noord-Holland 21/3442)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6229: Awb, Wabo; gedeeltelijke afwijzing verzoek handhaving, omgevingsvergunning, bouwwerken voor het houden van paarden zonder vergunning opgericht, paardenstal, niet omgevingsvergunningsvrij, behandeling aanvraag omgevingsvergunning paardenbak met uitloopbak en mestbak, vooroverleg, dialoog met omgeving, binnenplanse afwijking vereist, onvolledig getoetst, omvang mestbak, verhouding tot bestemming “Wonen”, niet zonder meer bedrijfsmatig (Rb Rotterdam 21/2570 en 21/4991)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6030: Awb, Wet beheer rijkswaterstaatwerken; weigering aanvullende voorziening elektrisch laden bij wegrestaurant, beleidsregels, onderscheid basisvoorzieningen en aanvullende voorzieningen, begrip “infrastructuur”, infrastructuurcriterium, doelmatig en veilig gebruik verzorgingsplaats, verkeersveiligheid, parkeernormcriterium, ten onrechte buiten toepassing gelaten (Rb Midden-Nederland 22/4374)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6226: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl en uitweg, woning, privacy, schaduwwerking, apv (Rb Gelderland 22/5965)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6225: Awb, Wm; saneringsplan, verlaging geluidproductieplafonds, bronmaatregelen en afschermende maateregelen spoor en afscherming A12, ontvankelijkheid, geen belanghebbende, afstand tot dichtstbijzijnde in saneringsplan opgenomen wegvak 800 m, geen zienswijze
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6201: Awb, Wro; bpl, diervoer- en veehandelsbedrijf en veehouderij, wijziging voor Beter Leven Keurmerk, rechtszekerheid, maximaal toegestane omvang opslag en handel in diermeel voldoende duidelijk, peilmoment, melding Activiteitenbesluit
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6029: Awb, Wet beheer rijkswaterstaatwerken; weigering vergunning drive-thru’s bij wegrestaurants, geen uitbreiding basisvoorziening wegrestaurant, aard van de dienstverlening, strijd met infrastructuurcriterium, doelmatig en veilig gebruik verzorgingsplaats, afbreuk aan rust en overzichtelijkheid verzorgingsplaats, aantasting bestaande groenvoorziening (Rb Midden-Nederland 22/4369 en 22/4373)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6211: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bedrijfspand, stookinstallatie en brandstofleidingen, niet SCIOS goedgekeurd, Activiteitenbesluit, beroep niet-ontvankelijk, procesbelang, onjuiste aanschrijving in bezwaar hersteld (Rb Midden-Nederland 23/853)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6230: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, bewonen schuur, uitleg begrip “gebruik als zelfstandige woning”, incidenteel gebruik voorzieningen, geen duurzaam verblijf, geen overtreding, bewijspositie, onderzoek college (Rb Limburg 22/1913 en 22/2005)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6210: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, appartement in schuur, geen belanghebbende, verkeer en parkeerontwikkelingen, geen gevolgen van enige betekenis, ontwikkeling in bestaande schuur (Rb Limburg 21/1976 en 21/1973)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6209: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, woonhuis in voormalige schuur, twee guesthouses, bezwaren niet-ontvankelijk, wel belanghebbende, binnen 100m, enig zicht (Rb Limburg 21/3309 en 21/3310)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6221: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en wijzigen rijksmonument, verdiepen souterrain en funderingsherstel, beleidskader, aanschrijvingsniveau, advies commissie ruimtelijke kwaliteit, funderingsrapport, noodzaak funderingsherstel (Rb Amsterdam 23/1160)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6224: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsom, illegale bewoning door arbeidsmigranten, zelfde gronden als in beroep (Rb Noord-Holland 23/2796)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6207: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen serre, overschrijden maximale oppervlakte, zelfde gronden als in beroep, concreet zicht op legalisatie, evenredigheid (Rb Gelderland 22/5126)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6208: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen serre en schuur, overschrijden maximale oppervlakte, concreet zicht op legalisatie, evenredigheid, willekeur (Rb Gelderland 22/5259)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6205, ECLI:NL:RVS:2026:6206 Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen serre en schuur, overschrijden maximale oppervlakte, zelfde gronden als in beroep, geen concreet zicht op legalisatie (Rb Gelderland 23/2067, 22/5600)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6218: Awb, Wabo; omgevingsvergunning van rechtswege, in bezwaar alsnog geweigerd, wijziging gebruik woning naar kamerverhuur, verhuur sinds 2005, afwijking van leefbaarheidstoets (Rb Oost-Brabant 23/1424)
* ABRvS 21 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6219: Awb, Wro; weigering vaststelling bpl, vertrouwensbeginsel, geen toezeggingen of uitlatingen waaruit af te leiden dat bpl zou worden vastgesteld
¶ Rechtbank Oost-Brabant 20 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7430 en ECLI:NL:RBOBR:2026:7469: Awb, Ow; omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, omzetting melkveehouderij naar akkerbouwbedrijf, Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties, wijziging aanvraag na indiening niet kenbaar, één project, akkerbouwondersteuningsbedrijf apart project, los van teelt op nabijgelegen gewassen
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 oktober 2026, ECLI:NL:CBB:2026:498: Awb; verzoek nadeelcompensatie, maatregelen ter bestrijding wortelknobbelaaltje, normaal maatschappelijk risico, Plantgezondheidswet
¶ Rechtbank Midden-Nederland 19 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:7138: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, omgevingsplanactiviteit, vergroten basisschool, boomkwekerij, geen strijd met omgevingsplan
# ! Rechtbank Gelderland 16 oktober 2026, 25/514: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiding bedrijfsactiviteiten met sierteelt, binnenplanse afwijking, spuitzone, belangenafweging, locatiespecifiek onderzoek, voorschriften, windhaag, afstand 25 m, geen wetenschappelijk onderbouwing, juridische redenering, neerwaarts spuiten
¶ Rechtbank Oost-Brabant 16 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7360: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen twee parasols, horecagelegenheid, tweede last, eerste last onder dwangsom uitgewerkt, gebouw, zelfde gronden, hoogte dwangsom, begunstigingstermijn
¶ Rechtbank Oost-Brabant 16 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7357: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, aanbouw over twee bouwlagen, binnenplanse afwijking, stedenbouwkundig aanvaardbaar, te beperkte uitleg, stedenbouwkundig advies niet geheel logisch en navolgbaar, toelichting bpl wel relevant, etfal, bezonning, TNO-norm
* HvJEU 15 oktober 2026, ECLI:EU:C:2026:855: prejudiciële beslissing, luchtvervoerverordening, toewijzing slots op luchthavens, gecoördineerde luchthaven, rekening houden met voorwaarden in vergunningen op grond van nationale wetgeving voor ruimtelijke ontwikkeling met betrekking tot die luchthaven
¶ Rechtbank Gelderland 15 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7929: Awb, Ow; omgevingsvergunning, LED-scherm op buitenterrein, ontvankelijkheid bezwaar, geen belanghebbende
¶ Rechtbank Gelderland 15 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7905: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, opvang 55 alleenstaande minderjarige vreemdelingen, 10 jaar, kantoorgebouw op bedrijventerrein, participatie, etfal, relativiteit, sociale veiligheid, voorschriften voldoende, etfal, uitvoerbaarheid, flora en fauna, quickscan
* Rechtbank Overijssel 14 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6181: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, tennisclub, padel, overtreding geluidsnorm Activiteitenbesluit, ook overtreding onder huidig recht, geluidmetingen omgevingsdienst
* Rechtbank Limburg 13 oktober 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:11016: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, zorgcomplex, vvgb niet vereist, aanwijzing van gevallen specifiek voor dit complex, goede ruimtelijke ordening
¶ Rechtbank Noord-Nederland 13 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4510: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, dempen en graven sloten, functie “Waarde-archeologie”, voorschriften, archeologisch waarderend booronderzoek, voldoende archeologisch onderzoek voor in kaart brengen archeologische waarden
¶ Rechtbank Noord-Holland 12 oktober 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13919: Awb, Ow; gedeeltelijke afwijzing verzoek handhaving, caravanstalling, youngtimers, onderscheid oldtimers en youngtimers, onvolledig besluit op bezwaar, nog geen handhavingsbesluit, redelijk en aanvaardbaar, tijdelijk stallen voor ophalen en terugbrengen toegestaan
* Rechtbank Noord-Holland 12 oktober 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13787: Awb, Wro; afwijzing verzoek planschade, winkel en bovenwoning, omgevingsvergunning voor bouwen winkels en appartementen, onpartijdigheid adviseur, vermogensschade, verminderde gebruiksmogelijkheden, dichtbouwen doorsteken, bewijslast
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9904: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning kappen, zomereik, apv, beleidsregels, boomwaarderingstabel, opgewekt vertrouwen, belangenafweging, stichting, geen belanghebbende, ruime doelstelling, begrip ‘wereldboom’, onvoldoende feitelijke werkzaamheden
* Rechtbank Overijssel 9 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6052: afwijzing verzoek intrekking/nadere voorschriften omgevingsvergunning milieu, varkenshouderijen, experimenteerbepaling artikel 7af BuChw niet van toepassing, onaanvaardbare geurhinder, evaluatieplicht, actualisatieplicht, bewijslast, verplichting tot actief onderzoek, beoordeling verzoek intrekking, redelijke termijn, verzoek schadevergoeding, geen causaal verband gederfd woongenot en onrechtmatige besluitvorming
* Rechtbank Gelderland 9 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7765: Awb, Wabo; goedkeuringsbesluit onderzoeksrapport naar aanleiding van maatwerkbesluit, lozing afvloeiend hemelwater, PFBS, bezwaar niet-ontvankelijk, procesbelang, niet slechts volledigheidsonderzoek
* Rechtbank Gelderland 9 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7733: Awb; afwijzing aanvraag Woonhuisregeling voor in stand houden monument, stucwerk, omschrijving in monumentenregister, geen noodzaak
* Rechtbank Noord-Nederland 8 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4508: Awb, Wnb; Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, melkveehouderij, voldoende nauwkeurig, belangenafweging, economische belangen
* Rechtbank Noord-Nederland 8 oktober 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4507: Awb, Wnb; Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden, melkrundveehouderij, habitattypenkaart niet ter inzage met ontwerpbesluit, motivering aanwezigheid habitattypen, meer dan verwaarloosbare mate, belangenafweging
* Rechtbank Gelderland 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7764: Awb, Woningwet; vovo, waarschuwing in register Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw, toegelaten als instrumentaanbieder, stelselmatig en langdurig tekortschieten, belangenafweging, waarschuwing verwijderen uit openbaar register
¶ Rechtbank Gelderland 6 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7710: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, melkveehouderij, opslag lactosepermeaat in silo’s, te gebruiken als meststof, opslag voor anderen, gebruik als of brandstof voor vergister op perceel, gebruik vergister in strijd met omgevingsplan, vertrouwensbeginsel
¶ Rechtbank Den Haag 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29744: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, bopa, dubbellaagse uitbouw bij woning, etfal, beperkte overschrijding bouwvlak, woon- en leefomgeving, stedenbouwkundige uitstraling, precedentwerking
¶ Rechtbank Den Haag 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29743: Awb, Ow; wijziging omgevingsvergunning, flora- en fauna-activiteit, slopen bebouwing, realiseren nieuwbouw, ontheffing beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen, gewone dwergvleermuis, vergunning ziet niet op populieren, geen procesbelang
¶ Rechtbank Den Haag 1 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29451: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, vergroten reclamezuil, 15 m hoog, welstand, etfal
* Conclusie AG HvJ EU 24 september 2024, ECLI:EU:C:2026:788: CLP-verordening EG 1272/2008; hoger beroep, criteria voor indeling stof als giftig voor de voortplanting, uit term „specifiek” volgt niet dat stof slechts als giftig voor de voortplanting kan worden ingedeeld bij rechtstreeks verband tussen eigenschap en schadelijke gevolgen
* Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 30 september 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:245: afwijzing verzoek ontheffing natuurbeschermingsverordening, bouw hotel, bevoegdheid, geen algemene bescherming van natuurwaarden, bescherming van individuele planten en dieren, niet onderzocht, mogelijkheid voorwaarden
¶ Rechtbank Den Haag 29 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29746: Awb, Ow; toewijzing verzoek handhaving, voetbalkooi verwijderd, belanghebbende, aanleg trapveldje, geen strijd met verordening fysieke leefomgeving
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9283: Awb; handhaving, preventieve last onder dwangsom, invordering, organisatie evenement zonder vergunning, feest op boot, apv, voor publiek toegankelijk evenement, flyer hoogte dwangsom, feest niet openbaar, beveiliger met gastenlijst
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9166: Awb, Ow; afwijzing verzoek handhaving, gebruik tuinhuis voor zelfstandige bewoning, controlerapporten, geen overtreding, geschiktheid voor bewoning maakt dit niet anders, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9173: Awb, Wabo; herroeping last onder dwangsom, bewoning bedrijfswoning, verzoek om handhaving, tijdelijke gedoogverklaring, medische gronden, psychiater als deskundige, evenredigheidsbeginsel, Harderwijk-uitspraak,
¶ Rechtbank Den Haag 23 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29735: Awb, Ow; omgevingsvergunning herinrichten openbare ruimte, ontvankelijkheid, belanghebbenden, besluitonderdeel, laten vervallen parkeerplaatsen ,niet in strijd met bestemming
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9360: Awb, Ow; omgevingsvergunning garage, omgevingsvergunning tweede uitweg, apv, uitrittenbeleid, erfdienstbaarheid, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, garage in strijd met planregels, bopa, etfal
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8927: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 33 bedrijfsunits, limitatief-imperatief stelsel, geen strijd met bpl, welstand, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Amsterdam 9 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8974: Awb; verzoek nadeelcompensatie, infrastructurele werkzaamheden, herinrichting dorpshart, nadeelcompensatieverordening, niet motiveren afwijken advies bezwaarschriftencommissie, normaal maatschappelijk risico, omzetdrempel, concernbenadering
¶ Rechtbank Gelderland 9 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8092: Awb, Ow; vovo, afwijzing verzoek handhaving, bouwwerken met asbestdaken op perceel, afzetting met hekken onvoldoende, gevaar voor kinderen en dieren, geen overtreding of acute gevaarzetting
* Rechtbank Noord-Holland 23 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:14088: Awb; verzoek planschade en nadeelcompensatie, omgevingsvergunning, herinrichten weg, parkeerterrein, fitness, minder leden, omzetdaling, daling al eerder, causaal verband niet aannemelijk
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
¶ Rechtbank Oost-Brabant 20 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7430 en ECLI:NL:RBOBR:2026:7469: Awb, Ow; omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, omzetting melkveehouderij naar akkerbouwbedrijf, Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties, wijziging aanvraag na indiening niet kenbaar, één project, akkerbouwondersteuningsbedrijf apart project, los van teelt op nabijgelegen gewassen
5.4 Zoals de Afdeling onder andere heeft overwogen in haar uitspraak van 6 december 2023 , moet een aanvraag voor een natuurvergunning betrekking hebben op alle activiteiten die samen één project vormen. Op die wijze is gewaarborgd dat de gevolgen van het gehele project voor het Natura 2000-gebied bij de beoordeling van een vergunning worden betrokken. De beoordeling van de gevolgen van het gehele project moet uitgangspunt zijn van de voortoets en van de passende beoordeling. Dit kan ook worden afgeleid uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU), waarin meermalen is geoordeeld dat een passende beoordeling betrekking heeft op alle aspecten van een plan of project. Het opknippen van een project is dan ook in strijd met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn.
5.5. De vraag of bepaalde activiteiten samen één project vormen is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in het concrete geval. Bij beantwoording van de vraag of bepaalde activiteiten samen één project of afzonderlijke projecten zijn, is onder meer van belang of de activiteiten naar aard, tijd en ruimte van elkaar te onderscheiden zijn, of er sprake is van een onlosmakelijke samenhang en of de ene activiteit een noodzakelijke voorwaarde is om de andere activiteit te kunnen uitvoeren.
5.6. Eiseres kan worden toegegeven dat er een zekere samenhang is tussen het vergunde ondersteuningsbedrijf en de niet vergunde omliggende akkers. Dat zou ervoor kunnen pleiten om de gevolgen van de teelt van gewassen (akkerbouw) integraal met de activiteiten van het ondersteuningsbedrijf te beoordelen. De rechtbank komt echter tot een ander oordeel op basis van de volgende omstandigheden.
5.7. Op dit moment zijn de omliggende akkers in eigendom van vergunninghoudster. Vergunninghoudster heeft echter ook akkers in eigendom, pacht of gebruik op grotere afstand van het ondersteuningsbedrijf. De akkers worden bewerkt met de machines van het ondersteuningsbedrijf maar vergunninghoudster kan ook een derde hiervoor inschakelen. De rechtbank neemt daarnaast op basis van wat is besproken tijdens de zitting aan dat de akkers van vergunninghoudster in sommige jaren of teeltperiodes ook door andere agrariërs kunnen worden gebruikt (al dan niet op basis van een pachtovereenkomst of nadat ze aan een andere agrariër in gebruik zijn gegeven) en dat vergunninghoudster niet alleen teelt op de eigen akkers maar ook op akkers van andere agrariërs die zij pacht en/of gebruikt. De plaats waarop de akkerbouw plaatsvindt is dus niet continu dezelfde maar is afhankelijk van de planning van de teelt. De akkerbouw verlangt een stelselmatige wisseling van gewassen. Die gewassen worden niet altijd door dezelfde agrariër geteeld. Die teelt kan ook de toepassing van verschillende gewasbestrijdingsmiddelen verlangen.
5.8. Deze wisseling van gewassen betekent dat er geen continuïteit is in de teelt van gewassen, de akkers waarop wordt geteeld, de agrariër die de gewassen teelt en de manier waarop de gewassen worden geteeld. Ook de gevolgen van de teelt voor Natura 2000 gebieden kunnen dus doorlopend variëren. Daarom bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen onlosmakelijke samenhang tussen de akkers en het ondersteuningsbedrijf ten tijde van de aanvraag, ten tijde van het bestreden besluit of op dit moment.
5.9. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat akkerbouw op één specifieke akker niet noodzakelijk is voor het ondersteuningsbedrijf, omdat dit bedrijf ook gewassen op andere akkers kan telen. Ook is het ondersteuningsbedrijf niet noodzakelijk voor de teelt op één specifieke akker, omdat die gewassen ook door een andere agrariër kunnen worden geteeld.
5.10. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college het ondersteuningsbedrijf als een apart project heeft kunnen beschouwen en dat de vergunning niet ook de teelt van gewassen op nabijgelegen akkers hoefde te omvatten. De gevolgen van de teelt van de gewassen hoefde dus ook niet in dit bestreden besluit passend te worden beoordeeld. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.
# ! Rechtbank Gelderland 16 oktober 2026, 25/514: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitbreiding bedrijfsactiviteiten met sierteelt, binnenplanse afwijking, spuitzone, belangenafweging, locatiespecifiek onderzoek, voorschriften, windhaag, afstand 25 m, geen wetenschappelijk onderbouwing, juridische redenering, neerwaarts spuiten
Halvering afstand van 50 meter naar 25 meter
8. Adromi meent dat bij een halvering van de emissie, door een aanscherping van een driftreductie van 50% naar 75% in het Activiteitenbesluit milieubeheer ten opzichte van dezelfde referentiesituatie, ook de immissie ten minste wordt gehalveerd. Dit is een juridische redenering. Adromi heeft desgevraagd na het locatiebezoek van de STAB deze redenering nader onderbouwd met een wetenschappelijke publicatie. Uit deze publicatie volgt dat sprake is van een meer dan lineaire afname van druppeldrift als extra driftreductie wordt toegepast. Dat ondersteunt volgens Adromi de juridische stellingname dat de afstand minstens kan worden gehalveerd door de strenger geworden driftreductie.
(…)
8.2. Uit het STAB-advies volgt dat de halvering van de afstand van 50 meter naar 25 meter is gebaseerd op de halvering van de wettelijke norm. Volgens de STAB ontbreekt een wetenschappelijke onderbouwing voor de verlaging van de afstand. In het Adromi-rapport is ook uitgegaan van een lineair verband tussen een afname van het driftpercentage en de afstand. Volgens de STAB is geen wetenschappelijke onderbouwing bekend die een lineair verband tussen een afname van het driftpercentage en de afstand aannemelijk maakt.
Adromi’s verwijzing naar het hierboven genoemde onderzoek heeft bij de STAB geen nieuwe inzichten opgeleverd die tot andere conclusies leiden. Dat onderzoek laat zien dat drift vooral beinvloed wordt door wind, waarbij een grovere druppel en toevoegingen de drift kunnen verminderen. In het rapport waar Adromi naar verwijst is een fijnere spuitnevel onderzocht dan bij de bespuitingen van winterbes. Volgens de STAB wordt drift beperkt door bespuitingen uit te voeren bij weinig wind en een grove druppel.
8.3. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar het advies van de STAB, dat de eerste halvering van 50 meter naar 25 meter niet houdbaar is op basis van de juridische redenering van Adromi. De aanscherping van de driftreductie van 50% naar 75% betekent niet dat de afstand gehalveerd kan worden. De motivering bevat ook geen locatiespecifieke onderbouwing. Alleen daarom al is het locatiespecifieke onderzoek ondeugdelijk. In de opmerking van de derde-partij ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het locatiespecifiek onderzoek wel deugdelijk is. Het Adromi-rapport gaat voor de halvering van 50 meter naar 25 meter namelijk uit van een juridische benadering en niet van een locatiespecifieke benadering. De rechtbank benadrukt verder dat het de opdracht van de STAB was om het Adromi-rapport beoordelen. De STAB heeft van de rechtbank niet de opdracht gekregen om zelf een locatiespecifiek onderzoek uit te voeren.
8.4. In het kader van finale geschilbeslechting, gaat de rechtbank hierna in op de volgende punten uit het locatiespecifieke onderzoek van Adromi.
Halvering afstand van 25 meter naar 12,5 meter
9. Adromi geeft in het locatiespecifieke onderzoek aan dat de afstand nog eens gehalveerd kan worden, omdat sprake is van neerwaarts spuiten. De bedoelde afstand van 50 meter is gebaseerd op gewasbehandeling bij boomteelt en in boomgaarden. Bij dergelijke teelten wordt opwaarts en zijwaarts gespoten. Omdat de derde-partij alleen neerwaarts gaat spuiten, kan de afstand om die reden nogmaals gehalveerd worden tot 12,5 meter. In reactie op het advies van de STAB geeft Adromi aan dat de STAB ten onrechte ervan uitgaat dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is waaruit volgt dat er minder drift plaatsvindt bij neerwaartse toepassing. In de “Nota gewasbescherming en ruimtelijke ordening” wordt uitsluitend ingegaan op op- en zijwaartse bespuitingen, omdat de neerwaartse bespuiting een niet relevante bijdrage aan driftblootstelling geeft. Ook uit andere publicaties volgt dat er bij neerwaartse toepassing een initiële, veel lagere drift(depositie) plaatsvindt dan bij de op- en zijwaartse toepassingen. Op korte afstand is er bij neerwaartse teelten sprake van aanzienlijk lagere driftblootstelling. Dit is procentueel meer dan de helft kleiner.
9.1 . Uit het STAB-advies volgt dat het op zich juist is dat de 50 meter grens gebaseerd is op de boom- en fruitteelt. Bij deze teelten wordt opwaarts en zijwaarts gespoten. Het risico op drift is groter dan bij bespuitingen met een vlakkeveldspuit waarbij alleen naar beneden wordt gespoten. Volgens de STAB is de constatering wel juist, maar deze onderbouwing rechtvaardigt wetenschappelijk gezien niet de halvering van de afstand. Een onderzoek daarnaar in de praktijk en de publicatie van de resultaten daarvan zijn nog niet uitgebracht.
9.2. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar het advies van de STAB, dat de tweede halvering van 25 meter naar 12,5 meter op deze wijze niet kan. Adromi heeft het locatiespecifieke onderzoek niet gebaseerd op de wetenschappelijke publicatie waar zij naar verwijst in de reactie op het definitieve advies van de STAB. Op de zitting heeft de STAB toegelicht dat dit onderzoek ook niet tot andere inzichten heeft geleid. Bovendien is de verdere halvering van de afstand niet gebaseerd op een locatiespecifiek onderzoek, maar op basis van een algemene redenering. Het is niet duidelijk waarom in dit locatiespecifieke geval een verdere halvering van de afstand in dit concrete geval volgens Adromi mogelijk is.
* Rechtbank Overijssel 9 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:6052: afwijzing verzoek intrekking/nadere voorschriften omgevingsvergunning milieu, varkenshouderijen, experimenteerbepaling artikel 7af BuChw niet van toepassing, onaanvaardbare geurhinder, evaluatieplicht, actualisatieplicht, bewijslast, verplichting tot actief onderzoek, beoordeling verzoek intrekking, redelijke termijn, verzoek schadevergoeding, geen causaal verband gederfd woongenot en onrechtmatige besluitvorming
11.2. De rechtbank stelt vast dat [eisers] een beroep doet op artikel 2.31, eerste lid, onder b, van de Wabo. Op grond van deze bepaling moet het college de voorschriften van de vergunning wijzigen indien uit de periodieke evaluatieplicht van artikel 2.30, eerste lid van de Wabo blijkt dat nadelige gevolgen voor het milieu verder kunnen worden beperkt vanwege nieuwe technische mogelijkheden (Best Beschikbare Technieken [BBT]) of verder moeten worden beperkt vanwege de actuele (slechte) toestand van het milieu. De RIE, waar [eisers] een beroep op doet, was tot 1 januari 2024 geïmplementeerd in met name artikel 2.30 en artikel 2.31 van de Wabo. Op grond van de periodieke evaluatieplicht van artikel 2.30, eerste lid, van de Wabo is het college verplicht om bestaande voorschriften van een milieuvergunning te actualiseren (aan te scherpen of te wijzigen) en hierbij heeft het college geen beleidsruimte. In artikel 5.10, eerste lid, onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is deze plicht nader geconcretiseerd voor zover het gaat om nieuwe relevante BBT-conclusies. Het college dient dan, binnen 4 jaar na publicatie van deze relevante BBT-conclusies te toetsen of de vergunningvoorschriften voldoen aan die nieuwe BBT-conclusies, die sinds het verlenen van de vergunning zijn vastgesteld of herzien.
11.3 De rechtbank acht het opmerkelijk dat uit informatie van de kant van het college ter terechtzitting is gebleken, dat het college in het geheel geen uitvoering geeft aan de evaluatieplicht in artikel 2.30, eerste lid van de Wabo, omdat daaraan vanwege capaciteitsgebrek geen prioriteit wordt gegeven. De rechtbank is van oordeel, dat het college dan aan de burger (in dit geval aan [eisers]) niet kan tegenwerpen, dat hij geen technologische ontwikkelingen aanwijst, die het mogelijk maken om de geuremissie te verminderen.
Artikel 3:2 van de Awb brengt onder deze omstandigheden mee, dat het college ter beoordeling van het verzoek van [eisers] alsnog actief zal moeten onderzoeken of de voorschriften die aan de omgevingsvergunningen zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu (waaronder mede dient te worden verstaan de vaststelling van nieuwe of herziene conclusies over BBT’s overeenkomst artikel 13, vijfde en zevende lid RIE), alsmede de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.
Door dit onderzoek achterwege te laten en vervolgens het verzoek van [eisers] af te wijzen om de simpele reden dat [eisers] de behandeling van de aanvraag van [derde belanghebbenden] van een revisievergunning maar moet afwachten, heeft het college die afwijzing ondeugdelijk gemotiveerd en de belangen van [eisers] bij een leefbare woonomgeving miskent [miskend].
¶ Rechtbank Gelderland 15 oktober 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7905: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, opvang 55 alleenstaande minderjarige vreemdelingen, 10 jaar, kantoorgebouw op bedrijventerrein, participatie, etfal, relativiteit, sociale veiligheid, voorschriften voldoende, etfal, uitvoerbaarheid, flora en fauna, quickscan
Omvang van het geding
10.1. Per 1 januari 2024 zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Wnb ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Onder het oude recht gold op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening, dat op grond van artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht ook van toepassing was op omgevingsvergunningen die werden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo, dat in de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning ingegaan moest worden op de uitvoerbaarheid. Het was daarbij vaste rechtspraak voor (eventuele) vergunningplichten op grond van de Wnb dat de vraag of een ontheffing of vergunning nodig was op grond van de Wnb aan de orde kon komen in een eventueel te voeren procedure op grond van de Wnb. Dat geldt ook voor de vraag of die ontheffing of vergunning verleend kon worden. Dit deed er niet aan af dat geen omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan mocht worden verleend als het college op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het soorten- of gebiedsbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg stond.
10.2. Onder de Omgevingswet en de daaronder vallende Algemene Maatregelen van Bestuur is een dergelijke bepaling niet langer opgenomen. Uit de Nota van Toelichting bij het Omgevingsbesluit blijkt echter dat de wetgever met het vervallen van deze bepaling niet heeft beoogd dat de uitvoerbaarheid niet langer moet worden getoetst. In de Nota van Toelichting staat het volgende:
“Tegelijkertijd kan het in strijd worden geacht met een evenwichtige functietoedeling als er functies zouden worden toegedeeld waarvan het op voorhand aannemelijk is dat deze op de desbetreffende locatie nooit kunnen worden verwezenlijkt. Bovendien zou een dergelijke regeling wegens belangen van derden in strijd kunnen zijn met het beginsel van evenredigheid, als zij nadelen ondervinden van de functietoedeling waar het met die toedeling te dienen doel, bij gebrek aan uitvoerbaarheid van de functie, niet tegenop weegt. Zo zal in een plan niet zekerheidshalve een functie-aanduiding «woonwijk» kunnen worden opgenomen als op voorhand duidelijk is dat de woonwijk op die locatie nimmer kan worden gerealiseerd. Er mag met andere woorden van het bevoegd gezag worden verwacht dat het geen functies toedeelt en regels stelt waarvan ten tijde van de vaststelling aannemelijk is dat deze onuitvoerbaar zijn.
Op zichzelf geven het vereiste van een evenwichtige functietoedeling en het evenredigheidsbeginsel voldoende richting voor een zorgvuldige en volledige belangenafweging over de vraag of een functie aan een bepaalde locatie kan en mag worden toegedeeld.”
10.3. De rechtbank is daarom, anders dan bijvoorbeeld de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, van oordeel dat ook onder het nieuwe recht de uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan en dat de bestaande rechtspraak van de Afdeling over uitvoerbaarheid dus van toepassing blijft. Dat de eis dat onlosmakelijke activiteiten samen moeten worden aangevraagd, zoals gold onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), niet meer geldt onder de Omgevingswet impliceert naar het oordeel van de rechtbank niet dat de uitvoerbaarheid niet meer hoeft te worden beoordeeld. Immers, voorheen werd ook bij vergunningen waar de onlosmakelijke samenhang niet voor gold, de uitvoerbaarheid beoordeeld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat deze beroepsgrond buiten de omvang van het geding valt en zal inhoudelijk op de beroepsgrond ingaan.
STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates
Annotatie
Daniëlla Nijman, advocaat bij Halsten Advocaten, schreef een annotatie bij de uitspraken van de Afdeling van 4 augustus 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4455 en ECLI:NL:RVS:2026:4589) over een vergunning van rechtswege voor een datacenter en een parapluplan waarin een algeheel verbod op datacenters in het plan is opgenomen. Er was sprake van een vergunning van rechtswege omdat er geen geluidzone vanwege het datacenter hoefde te worden vastgesteld. Door het opnemen van een algeheel verbod in het parapluplan was daarom ook ten onrechte geen rekening gehouden met bestaande datacenters. In de annotatie wordt ingegaan op de vraag hoe deze procedures onder de Omgevingswet zouden zijn uitgepakt. Er zijn grote verschillen omdat gezoneerde industrieterreinen onder de Omgevingswet worden omgezet naar de systematiek van geluidproductieplafonds, waarvan de aanwijzing is geregeld in het Bkl.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
vzr Rb Den Haag 22 september 2026 Handhaving, last onder dwangsom, overtreding specifieke zorgplicht milieubelastende activiteit uit omgevingsplan, Energie Opslag Systeem, noodplan ontoereikend
ABRvS 16 september 2026 Waterververgunning, beoordelingskader
ABRvS 5 augustus 2026 Omgevingsvergunning van rechtswege voor datacenter, aanvraag niet in strijd met bestemmingsplan