Het ontstaan van ongare kooks is niet als inherent aan het productieproces vergund, er is daarom sprake van een overtreding.
Casus
Eiseres drijft een hoogovenstaalfabriek. In 2007 is een de gehele inrichting omvattende revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend. Aan eiseres is een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat zij het ontstaan van ongare kooks in de kooks- en gasfabrieken moet vermijden. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte stelt dat sprake is van een overtreding. Het ontstaan van ongare kooks wordt volgens eiseres in de revisievergunning en de daarbij behorende voorschriften niet verboden. In de revisievergunning staat dat eiseres het ontstaan van ongare kooks moet vermijden door het thermisch niveau te sturen, maar niet dat ongare kooks überhaupt niet mogen ontstaan.
Rechtsvraag
Is het ontstaan van ongare kooks als inherent aan het productieproces vergund met de revisievergunning of in de opvolgende veranderingen van de vergunning en wijzigingsbesluiten?
Uitspraak
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2e en 3e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), omdat het ontstaan van ongare kooks niet aan eiseres is vergund. Het ontstaan van ongare kooks is niet als inherent aan het productieproces opgenomen in de revisievergunning en ook niet in de opvolgende veranderingen van de vergunning en wijzigingsbesluiten en is als zodanig dus niet vergund. Het ontstaan van ongare kooks, als inherent aan het proces van verkooksing, heeft eiseres indertijd ook niet aangevraagd. In de aanvraag revisievergunning staat immers: ‘Het thermisch niveau van de batterijen wordt op een zodanig niveau gestuurd dat ongare kooks wordt vermeden.’ De aanvraag is onderdeel van de revisievergunning, zodat deze passage daar onderdeel van uitmaakt. Nergens anders in de revisievergunning zijn bepalingen of voorschriften opgenomen over het laten ontstaan van ongare kooks. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat vermijden in deze zin betekent: ontwijken, schuwen, mijden, voorkomen en zich onthouden van. Deze taalkundige betekenis is onder meer conform het Van-Dalewoordenboek. Dat betekent dus dat eiseres het ontstaan van ongare kooks moet voorkómen. Ongare kooks mogen dus niet ontstaan.
Anders dan verweerder, zoekt de rechtbank voor het vaststellen van deze uitleg van de vergunning geen aansluiting bij de tekst van de aanhef en onderdeel IX van BBT-conclusie 46 omdat deze BBT-conclusie dateert van na de revisievergunning en later niet expliciet in de vergunning van eiseres is geïmplementeerd. In 2014 is de revisievergunning van eiseres door verweerder en eiseres slechts compliant bevonden aan BBT-conclusie 46. Daarom zijn aan de vergunde situatie toen ten aanzien van het ontstaan van ongare kooks geen wijzigingen aangebracht.
Het ontstaan van ongare kooks is, anders dan eiseres stelt, ook geen inherent onderdeel van het normale bedrijfsproces van eiseres. Ter zitting heeft eiseres toegelicht hoe het verkooksen in zijn werk gaat. Essentieel daarbij is dat de steenkool voldoende lang op een voldoende hoge temperatuur wordt verhit. Bij voldoende lang op een voldoende hoge temperatuur verhitten wordt de gehele lading steenkool in de oven omgezet in kooks en resteert daarin geen ongare kooks. Uit die toelichting volgt dat het mogelijk is om het kooksproces zonder het ontstaan van ongare kooks te verrichten. Dit blijkt ook uit de omstandigheid dat het eiseres is gelukt het aantal ovens met ongare kooks de afgelopen jaren, na het treffen van maatregelen, sterk te doen dalen. Volgens verweerder kan het ontstaan daarvan door eiseres (verder) worden voorkomen, onder meer door het toepassen van verschillende sturingstechnieken om een te lage temperatuur in de gehele kookskamers te voorkomen en door voldoende onderhoud uit te voeren aan de ovens, de ovendeuren en de branders in de verbrandingskamers. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om hier anders over te oordelen.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Noord-Holland
Datum Uitspraak : 25-04-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RBNHO:2025:4403
Jelle van de Poel