Het college van burgemeester en wethouders kon in dit geval het standpunt innemen dat de battery energy storage system (BESS) volgens het hedendaagse algemeen gangbare spraakgebruik als nutsvoorziening kon worden aangemerkt, zodat een BESS mogelijk is op grond van het bestemmingsplan.
Casus
Vergunninghouder heeft een aanvraag ingediend voor het verlenen van een omgevingsvergunning om binnen de inrichting van het zonnepark een battery energy storage system (BESS) te realiseren voor tijdelijke opslag van energie. Het college van burgemeester en wethouders van Dronten (het college) heeft de omgevingsvergunning met het besluit van 7 september 2023 op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend.
Eisers zijn eigenaren en huurder(s) van de percelen en bewoners van de woningen in de nabijheid van het project(gebied) en hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Met de beslissing op bezwaar van 18 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het besluit in stand gelaten onder aanvulling van de motivering. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Tussen partijen is in geschil of een BESS door het college terecht is aangemerkt als nutsvoorziening. Volgens het college is dit het geval, zodat het bouwen van een BESS is toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Volgens eisers kan de BESS niet worden aangemerkt als nutsvoorziening, waardoor het bouwen van de BESS niet is toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan.
Rechtsvraag
Heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat de BESS aangemerkt dient te worden als nutsvoorziening als bedoeld in het bestemmingsplan?
Uitspraak
De rechtbank stelt voorop dat op het perceel het bestemmingsplan ‘Flevonice 8023’ geldt. De bestemming van het perceel is enkelbestemming ‘recreatie’. De gronden zijn bestemd voor onder andere nutsvoorzieningen. Dit volgt uit artikel 3.1.1 onder g van de planregels. In artikel 3.2.4 van de planregels staan (bouw) regels qua oppervlakte en hoogte die gelden voor gebouwen en overkappingen van nutsvoorzieningen (dit staat in artikel 3.2.4), maar de rechtbank stelt vast dat het bestemmingsplan en de toelichting geen definitie kennen van het begrip ‘nutsvoorziening’.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak eerst gekeken dient te worden of het bestemmingsplan zelf een definitie geeft. Bij gebrek aan aanknopingspunten in het bestemmingsplan en de plantoelichting dient aansluiting te worden gezocht bij wat daaronder in het algemeen gangbare spraakgebruik wordt verstaan. Voor de invulling daarvan kan worden aangesloten bij de Van Dale. De rechtbank benadrukt hierbij dat het volgens vaste jurisprudentie gaat om de vraag wat volgens het algemeen gangbare spraakgebruik wordt verstaan onder een begrip. Voor de invulling daarvan hoeft niet uitsluitend te worden gekeken naar de betekenis volgens Van Dale. De rechtbank is van oordeel dat hierbij de actuele invulling van een begrip van belang is. Er dient gekeken te worden wat er op het moment van de beslissing op de aanvraag – of in het geval van een heroverweging in bezwaar, het moment van de beslissing op bezwaar – wordt verstaan onder een begrip volgens het algemeen gangbare spraakgebruik. De rechtbank neemt hierbij verder in overweging dat er op dit moment grote veranderingen gaande zijn op het gebied van de energietransitie, vanwege de recente klimaatontwikkelingen. De capaciteit op het elektriciteitsnetwerk is schaars. Er ontstaan steeds meer initiatieven die hierop inspelen. Het elektriciteitsnetwerk en wat hiermee te maken heeft, heeft hierdoor de afgelopen tijd een andere inkleuring gekregen. Deze nieuwe ontwikkelingen dienen meegenomen te worden als er wordt gekeken naar de inkleuring van begrippen die hiermee te maken hebben. De rechtbank volgt eisers dan ook niet in het standpunt dat een gemeente een bestemmingsplan telkens dient aan te passen bij nieuwe ontwikkelingen. Als sprake is van nieuwe ontwikkelingen en een bestemmingsplan kent geen definitie, dan worden deze nieuwe ontwikkelingen meegenomen door het begrip volgens het algemeen gangbare spraakgebruik uit te leggen naar de hedendaagse ontwikkelingen.
De rechtbank overweegt verder dat tussen partijen niet in geschil is dat de BESS energie opslaat als het elektriciteitsnetwerk overbelast is en dat de BESS energie levert aan het elektriciteitsnetwerk als er (meer) vraag naar is. Daarmee is de BESS een voorziening voor de opslag en distributie van elektriciteit. Het functioneert ten behoeve van het openbare elektriciteitsnetwerk en dient hiermee het openbaar belang. De rechtbank neemt verder in overweging dat in het vorige bestemmingsplan dat op deze grond van toepassing was wel een definitie van het begrip nutsvoorziening was opgenomen (artikel 1. onderdeel 50 van het ‘Bestemmingsplan Dorhout Mees’). Onder nutsvoorziening diende toen te worden begrepen een (infrastructurele) voorziening voor onder andere gas, water, elektriciteit en telecommunicatie die (mede) functioneert ten behoeve van het openbaar nut. Daarnaast neemt de rechtbank in overweging dat in de circulaire van het ministerie van infrastructuur en waterstaat (Stcrt. 2020, 34193) staat dat een EOS (energie opslag systeem) een nutsvoorziening is als deze is opgenomen in het distributienet, dus als deze niet achter de elektriciteitsmeter van een gebouw is geplaatst. De BESS zal in de thans aan de orde zijnde situatie aan de netwerkzijde worden geplaatst, dus niet achter de elektriciteitsmeter van een gebouw. Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, oordeelt de rechtbank dat het college in dit geval het standpunt kon innemen dat de BESS volgens het hedendaagse algemeen gangbare spraakgebruik als nutsvoorziening kon worden aangemerkt. Daarmee past een Bess binnen het bestemmingsplan. De beroepsgrond slaagt niet.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Midden-Nederland
Datum Uitspraak : 24-04-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RBMNE:2025:1953
Ruud Veenhof