Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3439: Awb, Wnb; ontheffing, doden edelherten, Natura 2000-gebied, Oostvaardersplassen, Wet dieren, instandhouding, vereiste omvang levensvatbare populatie, bestuurlijke lus (Rb MiddenNederland 20/2494 en 24/1362)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3427: Awb, Wnb; ontheffing, doden edelherten, Natura 2000-gebied, Oostvaardersplassen, faunabeheerplan, toetsingskader, beheermaatregel, significante gevolgen, Eco Advocacy-arrest, passende beoordeling, instandhoudingsdoelstelling, cumulatietoets, wijziging besluiten, afstand tot broedlocaties, redelijke termijn (Rb Midden-Nederland 20/2556 en 20/2558)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3414: Awb, Ww; handhaving, intrekking gebruiksvergunning, sluiting recreatiepark, verloedering, één terrein, aantal overtredingen, bevoegdheid, begrippen terrein/erf/open erf, bedreiging leefbaarheid, eigenaar, herstelmogelijkheden, APV, publiek toegankelijk perceel, brandveiligheid, evenredigheid, algemeen belang, art. 8 EVRM, redelijke termijn (Rb ZeelandWestBrabant 19/5321 t/m 19/5327 en 19/5329 t/m 19/5331)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3413: Awb, Wnb; ontheffing, opzettelijk beschadigen/vernielen voortplantings/rustplaatsen das, bouw theehuis, dierenbegraafplaats, overtreding, foerageergebied, andere bevredigende oplossing, staat van instandhouding (Rb Gelderland 18/4021, 18/4039, 18/4040)
# ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3438: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw loods en stal, varkenshouderij, bestaande oppervlakte, planregeling, afwijkingsbevoegdheid, (voormalige) agrarische bedrijfswoningen, geurgevoelige objecten, Handreiking Wgv, omgevingsverordening, staldering, BBT, achtergrondgeurbelasting, standaardventilatienorm, v-stacksberekening (Rb Oost-Brabant 21/271 en 21/285)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3436: Awb, Wro; bpl, herziening, aanvraag extra burgerwoning, vertrouwensbeginsel, recreatiewoning, terras, woon- en leefklimaat, geluidsonderzoek, VNG-brochure
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3412: Awb, Wro; bpl, horecagelegenheid, woon- en leefklimaat, overschrijving voorgaande bestemmingsplannen, rechtsonzekerheid, vernietiging nieuw bpl
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3383: Awb; handhaving, papegaai- en parkietachtigen, strijd met bpl, woonbestemming, Activiteitenbesluit, aantallen, geen hobbymatige activiteit, onvoldoende onderzoek (Rb Oost-Brabant 20/1705)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3388: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling, woningbouw, beleid, omgevingsverordening, kwaliteitswinst, financiële noodzaak, rood-voor-rood, VAB beleid, ladder duurzame verstedelijking, (kwalitatieve) behoefte, agrarische cultuurlandschappen, landschappelijke inpassing, archeologische waarden, relativiteitsvereiste, stikstof, Wnb, RIVM-methode, beplantingsplan, voorwaardelijke verplichting
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3389: Awb, Wnb; natuurvergunning, pluimvee- en varkenshouderij, vergunningplicht, intern salderen, één-en-hetzelfde project, 18 december-uitspraak, referentiesituatie, emissie luchtwasser, mestbassins (Rb Limburg 20/2362)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3430: Awb, Waterwet; watervergunning, uitbreiding steiger, aanbrengen meerpalen, nieuw werk, uitbreiding bestaand werk, risico-aanvaarding, voorschriften, primaire waterkering, versterkingsmaatregelen, belangenafweging, evenredigheid(Rb Noord-Nederland 22/795)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3426: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, schuur, perenboomgaard, opslag oldtimers en auto-onderdelen, omvang activiteiten, ontbreken onderzoek (Rb MiddenNederland 21/4219 en 21/4220)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3387: Awb, Wro; bpl, opbouwlocatie bloemencorsowagens, woon- en leefklimaat, goede ruimtelijke ordening, akoestisch onderzoek, landschappelijke waarden, stikstof, relativiteitsvereiste
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3385: Awb, Wro; bpl, uitbreiding agrarisch bedrijf, stal, mestsilo, omgevingsverordening, hobbymatige paardenhouderij, noodzaak uitbreiding, Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij, stikstof, relativiteitsvereiste
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3429: Awb; weigering verzoek om maatwerkvoorschriften, Activiteitenbesluit, ijssalon, lagere geluidsnorm, Handreiking, stemgeluid, binnenterrein, geur- en trillinghinder (Rb Den Haag 21/1527)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3419: Awb, Wbo; omgevingsvergunning, van rechtswege verleend, omzetting loonbedrijf met schapenhouderij, geitenhouderij/melkerij, geen evidente aanvraag (Rb NoordNederland 21/3280)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3428: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, ijssalon, geluidsoverlast, parkeerplaats, handhavingsplicht, evenredigheid, type B- inrichting, Landelijke Handhavingsstrategie
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3418: Awb; exploitatievergunning, strijd met bpl, begrippen horeca/café/discotheek/dancing openingstijden, APV, overlast, vergunningvoorschriften (Rb Amsterdam 21/4434)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3417: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, dakkapel, beschermd stadsgezicht, dakaanzicht, gelijkheidsbeginsel (Rb MiddenNederland 22/5134)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3434: Awb, Wabo; handhaving, huisvesting arbeidsmigranten, overlast, SVBP 2012 (Rb ZeelandWestBrabant 22/1305)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3391 : Awb, Wabo; handhaving, bedrijfsmatig gebruik woning, overtreding, handhavingsplicht, evenredigheid (Rb NoordHolland 22/4055)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3393: Awb; aanwijzingsbesluit orac, belanghebbendheid, mandeligheid, privaatrechtelijke belemmering
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3405: Awb; nadeelcomcpensatie, afwijzing verzoek, benzinestation, afsluiting weg, Wegenverkeerswet 1994, feitelijke handelen, geen besluit, ontbreken processuele connexiteit, ontvankelijkheid (Rb Rotterdam 22/5713)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3394: Awb; aanwijzingsbesluit afvalcontainers, restafval, locatiecriteria, afwijking loopafstand
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3384: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, 10 recreatiewoningen, ontvankelijkheid, belanghebbendheid, zich, parklastenovereenkomst (Rb ZeelandWest-Brabant 22/1531)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3425: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, vangen konikpaarden, omvang geschil, zorgplicht, Wnb, opdracht, geen beschermd soort, vangkraal (Rb Midden-Nederland 21/5086)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3437: Awb; plaatsingsplan orac’s, verkeersveiligheid, parkeerdruk, kroonprojectie, hinder, alternatieven, willekeur, geschiktheid
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3386: Awb, Wabo; handhaving, verbouw woning, strijd met bpl, begrip huishouding, evenredigheid (Rb OostBrabant 21/2408)
# ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3395: Awb, Wro; planschade, recreatiepark, inkomens- en vermogensschade, beoordeling taxatierapport, invloedsfactoren, bruikbaarheid controlepercentages, schadefactoren, exploitatiegebonden vastgoed, redelijke termijn
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3382: Awb, Wro; bpl, herziening, supermarkt, Dienstenrichtlijn, beschermingsbereik, noodzaak, evenredigheid, motiveringsgebreken, belangenafweging, beperking gebruiksmogelijkheden, SVBP, bestuurlijke lus
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3407: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, veranda, handhaving, overkapping, welstand, verkeersveiligheid, woon- en leefklimaat (Rb OostBrabant 22/2618 en 22/3189)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3398: Awb, Tracéwet, Chw; tracébesluit, goederenverkeerspoor, belemmering bedrijf, NNN, Barro, omgevingsverordening, aanpassing overwegen, groot openbaar belang, dienstregeling, verlegging spoor, veiligheid, natuurverbindingen, gebruiksmogelijkheden agrarische gronden, mini-AHOB, woon- en leefklimaat, Wm, geluid, GPP’s, spoorwegemplacement, Handreiking Industrielawaai en vergunningen, spoorgeluid, perrongeluiden, alternatieven, opstelterrein, milieuhinder, geluidbeperkende maatregelen, raildempers, trillingen, SBR-richtlijn A, nadeelcompensatie, toepasselijk recht
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3441: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw winkel, in- en uitweg, ondergrondse parkeergarage, bestaande parkeerplaatsen, motiveringsgebrek
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3381: Awb, Wro; bpl, woningbouw, buitengebied, woon- en leefomgeving, omgevingsverordening, gemeentelijk beleid, soortenbeschermingsregime, quickscan
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3435: Awb, Wnb; ontheffing, doden edelherten, Natura 2000-gebied, Oostvaardersplassen, ontvankelijkheid stichting (Rb Midden-Nederland 24/649)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3440: Awb; schadevergoeding, verzoek wijziging bestemming, niet tijdig nemen besluit, kosten, condicio sine qua non-verband, bewijslast
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3396: Awb, Wro; bpl, collectieve woonvorm, buitengebied, belemmering bedrijfsvoering, spuitzone, 15 m afstand, ontbreken onderzoek, woon- en leefklimaat, maximale planologische mogelijkheden, sloot, bestuurlijke lus
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3422: Awb; aanwijzing tot gemeentelijk monument, welstandsadvies, monumentwaarde, beoordelingsruimte (Rb Midden-Nederland 23/3513)
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3379: Awb; handhaving, plaatsing stacaravans, belanghebbendheid, parklastenovereenkomst (Rb ZeelandWest-Brabant 23/10544)
* Rechtbank Den Haag 9 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12196: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijk zonnepark, belanghebbendheid, omgevingsverordening, ruimtelijke kwaliteit, groene zone, locatie, omgevingsvisie, ecologische waarden, beheerplan, alternatieven, geluid, straling, lichtschittering, ‘aangescherpte voorkeursvolgorde zon
* Rechtbank Den Haag 9 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12207: Awb; handhaving, hoogte schutting, intrekking handhavingsprocedure, gelijkheidsbeginsel, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Nederland 18 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2979: Awb, Wnb; natuurvergunning, exploitatie vliegbasis Leeuwarden, militaire activiteiten, burgermedegebruik, defensiebelangen, referentiesituatie, Hinderwetvergunning, geluidszones, Wgh, revisievergunning, lucht- en grondgebonden gebruik, passende beoordeling, jurisprudentielijn, ontbreken inzage gegevens, projectafbakening, vlieghoogte, stiltegebieden, Natura 2000-gebieden, relativiteitsvereiste, fijnstof- en CO(2)-emissies, Aerius-calculator, 25 km-afkapgrens, compensatie, Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, Handvest EU, implementatie
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 22 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2043: BW; kg, onrechtmatige daad, lelieteelt, verbod gebruik gewasbeschermingsmiddelen nabij woonwijk, bevoegdheid burgerlijke rechter, Wgb, besluit algemene strekking, voorzorgsbeginsel, VWEU, grondslag verbod, toelatingssysteem, beoordeling EFSA/Ctgb, Richtlijn 2009/128/E, onvolledige implementatie, gezondheidsrisico’s, ontbreken onderzoek, verhoogde zorgvuldigheidsnorm, afstand
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:386: Awb, Msw; boetes, herkomst varkensdrijfmest, mestverwerkingsplicht, mestscheidingsboekhouding, overschrijding gebruiksnormen, redelijke termijn, matiging
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:384: Awb, Msw; boetes, overschrijding gebruiksnormen meststoffen, stikstofproductie Wagyu-runderen, derogatie, Uitvoeringsbesluit, begin- en eindvoorraad, berekening boete, redelijke termijn, matiging
* Rechtbank Overijssel 18 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4813: Awb; handhaving, havengebied, gebruik voor privéopslag, bestemming bedrijventerrein, strijd met omgevingsplan, overtreding
* Rechtbank Overijssel 18 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4814: Awb, Wabo; handhaving, weigering verzoek, blokkenwand, geluidswand, geen overtreding
* Rechtbank Overijssel 18 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4812: Awb, Wabo; handhaving, betonnen wand, weigering invordering, legalisering
* Rechtbank Overijssel 18 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4782: Awb, Wabo; vovo, aarden wallen, puinverharding, vijvers, mantelzorgwoning, uitstel effectuering bestuursdwang
* Rechtbank Overijssel 18 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4817: Awb, Wabo; handhaving, bungalowpark, kap zonder vergunning, bomenverordening, herplantplicht, evenredigheid, beleid, aantal bomen, weigering invorderingsbesluit, intrekking, motiveringsgebreken
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4699: Awb; handhaving, opvang vluchtelingen, verblijf in bijgebouw, ontvankelijkheid, beëindigingsbesluit
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4697: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, opvang vluchtelingen, tuinhuisje, connexiteitseis, bestemming tuin, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel, belang kinderen, kleinschalige opvang
ABRvS 18 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3323: Awb, Wro, Chw; vovo, bpl, appartementencomplex, leefkwaliteit, nota van uitgangspunten, parkeerhinder, soortenbeschermingsregime, ecologisch onderzoek, verkeer, mobiliteitsonderzoek
* ABRvS 18 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3294: Awb, Wro; vovo, bpl, uitbreiding/herindeling recreatiepark, speelveld, ontbreken spoedeisend belang
* ABRvS 18 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3295: Awb, Wro; vovo, bpl, recreatiepark, belemmeringen bedrijf, NLR drone centrum, test- en oefenruimte, belanghebbendheid, tijdelijke omgevingsvergunningen, belangenafweging, nationale veiligheid
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4685: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, gebruik accommodatiegebouw, grindpad, kampeerboerderij, recreatief bijgebouw, feest- en bijeenkomstgelegenheid, geluidsoverlast, overgangsrecht, strijdig gebruik, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 17 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5708: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, doden wolf, belangenafweging, wijziging Habitatrichtlijn, verlaging beschermingsregime
¶ Rechtbank Overijssel 17 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4776: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, 17 woningen, bopa, belemmering bedrijfsvoering, schapen-/vleeskalverhouderij, geurhinder, berekening, geuronderzoeken, kwalitatieve beoordeling, cumulatie, representatieve bedrijfsvoering, afwijkingsmogelijkheid, geurnormen, Wgv, woon- en leefklimaat, Bkl
* Rechtbank Noord-Nederland 16 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2868: Awb; handhaving, afwijzing verzoeken, maaien riet, Wnb, relativiteitsvereiste, directe leefomgeving, beeldkwaliteitsplan, geen overtredingen, handelen overheid, dienstbaarheid
* Rechtbank Noord-Holland 16 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7998: BW; kg, onrechtmatigheid exploitatie zonnepanelen, hinderlijke schittering, veiligheid vliegverkeer, omgevingsvergunning, gebruikt materiaal, wijziging vergunningsvereiste, maatschappelijke zorgvuldigheid, verwijdering panelen
* Rechtbank Noord-Nederland 16 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2805: Onteigeningswet, vervroegde onteigening gronddepot, schadeloosstelling, verbindendheid planregel, overgangsrecht bpl, gebruiksrecht, eliminatie, bouwterrein, bijkomende schade, omzetbelasting
* Gerechtshof Amsterdam 15 juli 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1824: BW; kg, verzoek nader onderzoek, bodem, park, loodwaarden, gezondheidsrisico’s, veiligheid spelende kinderen, bestuursrechtelijke voorziening, uitlokken bestuursdwang, onderzoek GGD desgewenst elk van beide wegen bewandelen en de gemeente in haar hoedanigheid van grondeigenaar aanspreken.
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4562: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, jagen op grauwe ganzen en brandganzen, omgevingsverordening, Bkl, alternatieve oplossingen, noodzaak, instandhouding, voorzorgbeginsel, Wet Dieren, Bal
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4560: Awb, Waterwet, Chw; projectbesluit, wateroverlast, bedrijventerrein, inundatie, waterberging, omgevingsverordening, maatregelenpakket, belangenafweging
* Gerechtshof Amsterdam 11 juli 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1846: SR, Wm; overtreding , Kaderrichtlijn afvalstoffen, ruwe glycerine, MONG, geen bijproduct, gevaarlijke afvalstof,
* Rechtbank Noord-Nederland 11 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2759: Awb, TwG; waardedaling niet-woning (winkelpand), regeling IMG, peildatum, methode, WOZ-waarde, negatieve imago-effect
* Rechtbank Oost-Brabant 11 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4383: Awb, Wabo; verzoek intrekking, varkenshouderij, geurhinder, belanghebbendheid, gevolgen van enige betekenis, voorgrondbelasting, Wgv, berekeningen, art. 8 EVRM, wijziging vergunning, verzoek toepassing BuChw, aanvullende bevoegdheid, motiveringsgebrek, luchtwasser, disproportionaliteit wijziging vergunning
* Rechtbank Noord-Holland 10 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7712: Awb, Wabo; handhaving, gedeeltelijke afwijzing, ruimtelijke aanvaardbaarheid evenement, APV, Activiteitenbesluit, Bouwbesluit, ecologisch onderzoek, geluidsoverlast, geluidsnorm bpl, gevelwering, Nota Limburg, rol in dorpsleven belangenafweging, meetpunten, HMRI, livemuziek, begrip inrichting
* Rechtbank Gelderland 9 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5424: Awb; handhaving, geitenhouderij, intrekking last, verlenging begunstigingstermijn, procesbelang, gezondheidsschade, causaal verband
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4541: Awb, Wvg; aanwijzingsbesluit, woningbouw, concreetheid bestemming, afwijkende gebruik, eigendomsrecht, evenwichtige inbreuk
* Rechtbank Gelderland 7 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5686: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, 6 flexwoningen, alternatieven, soortenbescherming, omheining, geluidsoverlast, doelgroep
* Rechtbank Den Haag 7 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11821: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, uitweg, APV, limitatief-imperatief stelsel
* Rechtbank Den Haag 4 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11458: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, duivenren op balkon, buiten bouwvlak, welstand
* Rechtbank Den Haag 4 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11916 : Awb, Wabo; omgevingsvergunning, toename verkeersbewegingen, herstelbesluit, verkeersonderzoek, verkeersintensiteit, verkeersveiligheid, woon- en leefklimaat, goede ruimtelijke ordening, CROW-richtlijnen, uitwijkmogelijkheden, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 4 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11771: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, handhaving, illegale bewoning/bebouwing, huisvesting arbeidsmigranten, overtreding
* Rechtbank Den Haag 4 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11770: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, belemmering bedrijfsvoering, belanghebbendheid, aanvullen aanvraag, gewasbeschermingsmiddelen, woon- en leefklimaat, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Den Haag 4 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11666: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouw woning, toegangsweg, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, gebruiksvoorschrift, risico huisvesting arbeidsmigranten, Bor, buitenplanse afwijking, verkeerde voorbereidingsprocedure
* Rechtbank Noord-Holland 2 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7710: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, handhaving, faillissement eiseres, ontvankelijkheid, rechtsvordering, Fw, rol curator, ontslag van instantie
¶ Rechtbank Oost-Brabant 2 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3947: Awb, Ow; vovo, handhaving, verwijderen opslag shredderresidu, Bal, specifieke zorgplicht, broeibranden, geuremissie, directe handhaafbaarheid, wetsgeschiedenis, gevaarzetting, bedrijfscontinuïteit, lozen afvalwater, hoogte dwangsom
* Rechtbank Midden-Nederland 19 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3181: Awb, Wvw 1994, verkeersbesluit, vergroten blauwe parkeerschijfzone, opheffen parkeervakken, doorstroming, monitoringsonderzoek, belangenafweging, motiveringsgebrek
* Rechtbank Midden-Nederland 30 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3128: Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, knip, bewegwijzering, vindbaarheid bedrijf, verkeersveiligheid
* Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 25 juni 2025, ECLI:NL:OGEAA:2025:205: Bw; kg, onrechtmatig handelen, nieuwbouwwoning, verkavelingsplan, strijd met bouwvergunning/regelgeving, scheidsmuur, bouwhoogte, kleur dakpannen, ramen, oppervlakte, gedeeltelijke afbraak
* Rechtbank Midden-Nederland 20 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3231: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verhogen dak bijgebouw, bezonningsstudie, TNO-norm
* Rechtbank Midden-Nederland 12 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3127: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, 6 appartementen, nieuwbouw of verbouw, afwijken bpl, brandveiligheid, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Noord-Nederland 15 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2907: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, appartementen, nieuwbouw of verbouw, bpl, bouwhoogte, geen kennelijke misslag, aantal appartementen, geen evidente privaatrechtelijke belemmering
* Rechtbank Amsterdam 24 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2173: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, plint bouwcomplex, hinder tijdens werkzaamheden, afspraken maatregelen
* Rechtbank Amsterdam 17 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1637: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, garageboxen, onderdeel woonruimte, goede ruimtelijke ordening, motiveringsgebrek
* Rechtbank Noord-Holland 11 november 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:11375: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, kappen eik, APV, bomenadviseur, gezondheid boom, landschappelijke waarde, stormschade, gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, overlast, natuurlijke gesteldheid bomen
* Rechtbank Noord-Holland 27 november 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:12088: Awb; Wnb, hoogte tegemoetkoming, vraatschade, beleidsregels, nieuw beleid, procentuele verlaging, vertrouwensbeginsel, eigenrisico-percentage, nmr, standaardisering, motiveringsgebrek
* Rechtbank Noord-Holland 8 januari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:362: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunningen, kamerverhuur, overgangsrecht
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3439: Awb, Wnb; ontheffing, doden edelherten, Natura 2000-gebied, Oostvaardersplassen, Wet dieren, instandhouding, vereiste omvang levensvatbare populatie, bestuurlijke lus (Rb MiddenNederland 20/2494 en 24/1362)
11.6. Het college heeft met het Alterra-rapport en de Notitie dus niet aannemelijk gemaakt dat een populatie van 500 edelherten in de Oostvaardersplassen voldoende genetisch divers zou zijn. Deze tekortkoming kan niet worden ondervangen door maatregelen om de populatie te monitoren en/of het via natuurlijke of kunstmatige weg zorgen voor nieuwe dieren. Die maatregelen zijn niet vastgelegd in de aan de ontheffing verbonden voorschriften, zodat de tijdige uitvoering en instandhouding hiervan onvoldoende verzekerd zijn. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met de ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populatie edelherten in de Oostvaardersplassen in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3427: Awb, Wnb; ontheffing, doden edelherten, Natura 2000-gebied, Oostvaardersplassen, faunabeheerplan, toetsingskader, beheermaatregel, significante gevolgen, Eco Advocacy-arrest, passende beoordeling, instandhoudingsdoelstelling, cumulatietoets, wijziging besluiten, afstand tot broedlocaties, redelijke termijn (Rb Midden-Nederland 20/2556 en 20/2558)
10.4. De Afdeling stelt vast dat in het rapport Addendum toetsing reset grote grazers aan de Wnb van Sweco van 31 oktober 2019 en de ‘Passende beoordeling populatiebeheer edelherten Oostvaardersplassen (Periode 2020-2023)’ van Sweco van 20 mei 2020, die het college naast het rapport van 29 augustus 2018 aan het besluit van 27 mei 2020 ten grondslag heeft gelegd, maatregelen worden beschreven waarmee significante gevolgen van het afschot worden voorkomen, zoals de wijze van afschot, de duur en de momenten van de dag waarop het afschot plaatsvindt en het monitoren van de verstoring.
De in de rapportages van Sweco genoemde maatregelen maken geen inherent onderdeel deel uit van het project zoals aangevraagd en zijn om die reden te beschouwen als mitigerende maatregelen waarvan het positieve effect in een passende beoordeling pas kan worden meegenomen. Uit de inhoud van deze rapportages volgt dus dat deze het karakter hebben van een passende beoordeling en kan niet zonder meer worden opgemaakt dat zonder die mitigerende maatregelen significante gevolgen zouden zijn uitgesloten. Staatsbosbeheer heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat het afschot niet vergunningplichtig is.
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3414: Awb, Ww; handhaving, intrekking gebruiksvergunning, sluiting recreatiepark, verloedering, één terrein, aantal overtredingen, bevoegdheid, begrippen terrein/erf/open erf, bedreiging leefbaarheid, eigenaar, herstelmogelijkheden, APV, publiek toegankelijk perceel, brandveiligheid, evenredigheid, algemeen belang, art. 8 EVRM, redelijke termijn (Rb ZeelandWestBrabant 19/5321 t/m 19/5327 en 19/5329 t/m 19/5331)
13.2.2. Ten aanzien van het betoog dat artikel 17, eerste lid, van de Woningwet niet toepasbaar is op zowel het recreatiepark als de gebouwen en de infrastructuur, overweegt de Afdeling als volgt.
In de Woningwet zijn geen omschrijvingen opgenomen van de begrippen “terrein”, “erf” en “open erf” als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Woningwet. Onder verwijzing naar overweging 4.3 van de uitspraak van de Afdeling van 27 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:622) moet daarom voor de betekenis van deze begrippen worden aangesloten bij de in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 gegeven omschrijving. Hierin is de term “erf” omschreven als: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. Verder is de term “open erf” in dat artikel omschreven als: onbebouwd deel van een erf. Voorts is de term “terrein” daarin omschreven als: bij een bouwwerk behorend onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, niet zijnde een erf.
Naar het oordeel van de Afdeling bestaat het recreatiepark uit meerdere bouwwerken, open erven en terreinen als bedoeld in artikel 1a of 1b van de Woningwet. Voor zover de onbebouwde gedeelten van de op het recreatiepark liggende percelen geen erf zijn, zijn deze gedeelten naar het oordeel van de Afdeling meerdere terreinen. Voor zover de onbebouwde gedeelten erven zijn en daarom niet als terrein zouden kunnen worden aangemerkt, zijn dat open erven als hiervoor bedoeld. Dat op sommige onbebouwde gedeelten van het recreatiepark wegen zijn aangelegd, maakt naar het oordeel van de Afdeling niet dat er geen sprake meer kan zijn van een terrein’. Daarbij is van belang dat deze wegen behorend bij dan wel ten dienste van de gezamenlijkheid van bouwwerken op het recreatiepark, worden aangemerkt.
Divine betoogt tevergeefs dat de op het recreatiepark gelegen erven niet direct zijn gelegen bij of ten dienste staan van een hoofdgebouw en dat deze terreinen niet behoren bij een bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012. Nu niet is gebleken dat het gebied van het recreatiepark was verdeeld in afzonderlijke gedeelten die elk uitsluitend behoorden bij de individuele stacaravans, de winkel, het kantinegebouw, het receptiegebouw of andere bouwwerken en gebouwen, kan het geheel als terreinen en erven, behorend bij dan wel ten dienste van een gezamenlijkheid van bouwwerken en gebouwen, worden aangemerkt.
13.2.3. De Afdeling overweegt verder dat de zinsnede ‘gebouw, open erf of terrein’ als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Woningwet moet worden begrepen als ‘gebouw, open erf en/of terrein’. Ter vergelijking wijst de Afdeling op artikel 3.12 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Hierin staat dat het gebruik van de uitdrukking en/of achterwege blijft. In de toelichting bij dat artikel staat dat indien in een opsomming van gevallen ‘of’ wordt gebruikt, daaronder mede is begrepen de situatie dat meer dan één van de genoemde gevallen zich tegelijk voordoen. Anders dan appellanten betogen, hoeft er voor de toepassing van dat artikel derhalve niet altijd sprake te zijn van één gebouw of één open erf of één terrein. Ook bij gebouwen, open erven en terreinen die tezamen als één geheel kunnen worden aangemerkt, bestaat de bevoegdheid om artikel 17, eerste lid, van de Woningwet toe te passen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht overwogen dat de op het recreatiepark gelegen gronden met de daarop aanwezige individuele stacaravans en andere gebouwen, zoals de winkel, het kantinegebouw en het receptiegebouw, kunnen worden aangemerkt als één geheel van gebouwen, open erven en terreinen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Woningwet. Daarbij betrekt de Afdeling dat deze gebouwen, open erven en terreinen qua uiterlijk, opzet en uitstraling in onderlinge samenhang bezien bij elkaar horen en naar buiten toe als één bij elkaar horend geheel worden gepresenteerd onder de naam recreatiepark Fort Oranje. Ook is van belang dat het recreatiepark omheind is, twee centrale in- en uitgangen met een ontvangst- en receptiegebouw heeft vanuit waar alle stacaravans en staplaatsen die eigendom zijn van Fort Oranje BV verhuurd worden voor gebruik, en dat het recreatiepark, behalve voor wat betreft de zeven kavels waar de besluiten van 23 juni 2017 geen betrekking op hebben, dezelfde eigenaar heeft.
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3413: Awb, Wnb; ontheffing, opzettelijk beschadigen/vernielen voortplantings/rustplaatsen das, bouw theehuis, dierenbegraafplaats, overtreding, foerageergebied, andere bevredigende oplossing, staat van instandhouding (Rb Gelderland 18/4021, 18/4039, 18/4040)
7.6. De Afdeling ziet, anders dan de rechtbank heeft overwogen, geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het in de ontheffing gehanteerde uitgangspunt dat het aannemelijk is dat de ontwikkeling een overtreding van artikel 3.10 van de Wnb oplevert. Niet is gebleken dat de motivering die het college aan de ontheffing, het besluit op bezwaar en het wijzigingsbesluit van 22 februari 2019 ten grondslag heeft gelegd, onjuist is. Het standpunt dat het college in hoger beroep heeft ingenomen, leidt niet tot een ander oordeel. Weliswaar is de verplichting tot het omheinen van de dierenbegraafplaats in het wijzigingsbesluit van 22 februari 2019 geschrapt, waardoor het grootste gedeelte van het bosgebied behouden blijft als foerageergebied voor de das, maar dat neemt niet weg dat in de ontheffing al de afweging was gemaakt dat alleen het onttrekken van 0,33 ha aan grasland een overtreding van artikel 3.10 van de Wnb kan opleveren, terwijl men er toen nog vanuit ging dat het grasland slechts secundair foerageergebied was voor de das. Het college heeft geen redenen gegeven waarom die afweging in de ontheffing onjuist was en heeft het besluit van 13 maart 2018 ook niet ingetrokken en de ontheffing alsnog geweigerd omdat geen ontheffing nodig zou zijn.
Daarnaast geven ook de ecologische rapporten van Econsultancy en Van Bommel geen aanleiding voor het oordeel dat het uitgangspunt dat aan de ontheffing ten grondslag ligt onjuist is. Voor zover deze rapporten dateren van na het besluit van 13 maart 2018, hebben partijen op de zitting bij de Afdeling verklaard dat de feitelijke ecologische situatie tussen het tijdstip van dat besluit en deze rapporten niet is veranderd, en dat de rapporten de feiten vaststellen van de situatie ten tijde van dat besluit. Desalniettemin kan naar het oordeel van de Afdeling op basis van deze rapporten niet worden uitgesloten dat er onvoldoende alternatieve foerageergebieden beschikbaar zijn om de aantasting van 0,33 ha aan grasland en een klein gedeelte aan bosgebied als foerageergebied voor de das op te vangen. Daarbij is ten eerste van belang dat partijen het erover eens zijn dat in beide ecologische rapporten een hoofdburcht op circa 200 m van de locatie niet is betrokken in de conclusies, omdat deze burcht toen nog niet was ontdekt. Ten tweede is van belang dat deze rapporten de voorschriften uit de ontheffing in hun conclusies betrekken. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 15 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV5109, onder 2.13.3, kunnen alleen maatregelen die zien op het voorkómen dat de in de Wnb opgenomen verboden worden overtreden, worden betrokken bij de beoordeling of één van de daar opgenomen verboden wordt overtreden. In de ontheffing, zoals deze bij besluit van 22 februari 2019 is gewijzigd, is onder meer voorgeschreven dat het foerageergebied van de das moet worden beheerd conform natuurtype N12.02 “Kruiden- en faunarijk grasland” en dat een dichte haag rond het parkeerterrein moet worden aangeplant. Naar het oordeel van de Afdeling wordt met deze maatregelen niet voorkomen dat het verbod van artikel 3.10 van de Wnb wordt overtreden, nu niet vaststaat dat de optimalisatie van het grasland en de aanplant van de haag is gerealiseerd voordat met de werkzaamheden is begonnen. Gelet hierop geven deze ecologische rapporten ook geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het in de ontheffing gehanteerde uitgangspunt dat het aannemelijk is dat de ontwikkeling een overtreding van artikel 3.10 van de Wnb oplevert.
7.7. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan naar het oordeel van de Afdeling niet worden uitgesloten dat als gevolg van de ontwikkeling essentieel foerageergebied van de das zodanig wordt aangetast dat daardoor de functionaliteit van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de das worden aangetast. De rechtbank heeft daarom ten onrechte overwogen dat de dassenwerkgroep geen belang meer had bij haar beroep omdat het niet aannemelijk is dat de ontwikkeling een overtreding van artikel 3.10 van de Wnb oplevert.
* ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3425: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, vangen konikpaarden, omvang geschil, zorgplicht, Wnb, opdracht, geen beschermd soort, vangkraal (Rb Midden-Nederland 21/5086)
7.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4517, en de uitspraak van 7 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2221) kan de reikwijdte van een handhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer worden uitgebreid. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is het aanwijzen van een andere wettelijke bepaling waarmee de in het handhavingsverzoek gestelde feiten in strijd zouden zijn in dit geval een uitbreiding van de reikwijdte van een handhavingsverzoek. Stamina heeft aan het handhavingsverzoek namelijk specifiek ten grondslag gelegd dat de konikpaarden zonder opdracht in de zin van artikel 3.18 van de Wnb worden gevangen en elders gedood. Stamina heeft aan het handhavingsverzoek niet ten grondslag gelegd dat het vangen en doden van konikpaarden in strijd is met de zorgplicht uit de Wnb en dat daarvoor een natuurvergunning is vereist. Beoordeling daarvan vergt de toepassing van een ander wettelijk toetsingskader. Aan wat Stamina daarover in bezwaar en beroep heeft aangevoerd, komt daarom geen betekenis toe. Overigens kan, anders dan Stamina ter zitting heeft betoogd en wat daar verder van zij, uit het bezwaarschrift en het advies van de bezwaaradviescommissie niet worden afgeleid dat Stamina de uitbreiding van de wettelijk grondslag van het handhavingsverzoek al in bezwaar heeft voorgestaan. Gelet op het voorgaande heeft het college terecht aangevoerd dat de rechtbank de beroepsgronden van Stamina over de zorgplicht en de ontbrekende natuurvergunning niet had te beoordelen.
9.1. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat voor het vangen en elders laten doden van konikpaarden geen opdracht als bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, van de Wnb nodig is. Het konikpaard is geen beschermde soort op grond van de Wnb, zodat het niet verboden is om in het wild levende konikpaarden opzettelijk te vangen. Omdat konikpaarden verwilderde dieren zijn kan het college voor het terugbrengen van de populatie een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, van de Wnb geven, maar dit is geen vereiste om tot populatiebeheer over te mogen gaan. Dat het college nauw betrokken is bij het beheer van de Oostvaardersplassen en daar overeenkomsten over heeft gesloten en beleid over voert, roept dit vereiste ook niet in het leven. Het recht om verwilderde dieren die niet zijn aangewezen als beschermde soort te vangen komt aan de eigenaar of gebruiker van de grond toe, zodat Staatbosbeheer ook vrijwillig tot populatiebeheer kan overgaan. Dit levert geen overtreding op. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 16 tot en met 22 opgenomen overwegingen van de uitspraak, waarop dat oordeel is gebaseerd.
# ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3395: Awb, Wro; planschade, recreatiepark, inkomens- en vermogensschade, beoordeling taxatierapport, invloedsfactoren, bruikbaarheid controlepercentages, schadefactoren, exploitatiegebonden vastgoed, redelijke termijn
7.1. Zoals uiteengezet in r.o. 32.5 van de tussenuitspraak van 18 december 2024, is volgens Thorbecke de aan de waarde gerelateerde kwalificatie van planschade in licht, middelzwaar en zwaar en de genoemde percentages bij bedrijven die gebruikmaken van exploitatie gebonden vastgoed niet goed toepasbaar. Een ingrijpende ruimtelijke wijziging in de nabijheid van een bedrijf heeft niet per definitie ingrijpende invloed op de waarde als het verdienend vermogen van het bedrijf niet wordt aangetast en een geringe ruimtelijke wijziging kan juist grote invloed hebben. Met name exploitatie gebonden vastgoed dat vanwege de aard van het vastgoed zich moeilijk laat aanpassen aan veranderende ruimtelijke omstandigheden is gevoelig voor planologische wijzigingen, aldus Thorbecke. De STAB heeft dit in haar advies van 17 maart 2025 onderschreven.
* Rechtbank Noord-Nederland 18 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2979: Awb, Wnb; natuurvergunning, exploitatie vliegbasis Leeuwarden, militaire activiteiten, burgermedegebruik, defensiebelangen, referentiesituatie, Hinderwetvergunning, geluidszones, Wgh, revisievergunning, lucht- en grondgebonden gebruik, passende beoordeling, jurisprudentielijn, ontbreken inzage gegevens, projectafbakening, vlieghoogte, stiltegebieden, Natura 2000-gebieden, relativiteitsvereiste, fijnstof- en CO(2)-emissies, Aerius-calculator, 25 km-afkapgrens, compensatie, Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, Handvest EU, implementatie
9.5. De rechtbank overweegt dat het feit dat bepaalde informatie niet openbaar is niet afdoet aan de wettelijke verplichting om die informatie over te leggen in het kader van de beoordeling van een vergunningaanvraag. In dit kader stelt verweerder zich op het standpunt dat in Appendix B van het NLR-rapport uit februari 2021 is toegelicht hoe de emissies van het vliegverkeer met behulp van de NLR-rekentool LEAS-iT zijn berekend en dat er geen aanleiding bestond om te twijfelen aan de inhoud van het NLR-rapport. Gelet hierop ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verweerder het ontbreken van significante effecten van geluid, stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en fijnstof van het project op juiste wijze heeft kunnen beoordelen zonder kennis te hebben genomen van de specifieke geclassificeerde gegevens. De rechtbank is van oordeel dat het niet evident is dat op voorhand kan worden uitgesloten dat een verandering van de vlootmix van de gebruikte vliegtuigen en helikopters tot significante effecten voor wat betreft geluid, NOx, SO2 en fijnstof in de betreffende Natura 2000-gebieden zal kunnen leiden. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat de beoordeling van het ontbreken van die significante effecten door verweerder zonder daarbij kennis te hebben genomen van de geclassificeerde gegevens onvolledig is. Dit klemt te meer nu op de zitting is gebleken dat verweerder in het geheel niet beschikte over de geclassificeerde gegevens. Daarbij heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting toegelicht dat een werkwijze denkbaar is waarbij een gescreende medewerker de geclassificeerde gegevens inziet, maar dat daarvan in dit geval geen gebruik is gemaakt. Weliswaar heeft verweerder als gangbaar uitgangspunt een vergelijking gemaakt tussen de beoogde situatie en de referentiesituatie aan de hand van de geluidscontour 45 dB(A) Lden-contour, maar dit brengt naar het oordeel van de rechtbank niet met zich dat in dit geval inzichtelijk is gemaakt welke effecten een worst case-scenario (het volvliegen van de hiervoor genoemde geluidscontour met F-35’s) heeft. In dit verband acht de rechtbank van belang dat het geluid en de stikstofemissie van de F-16’s zijn omgerekend naar F-35’s zonder dat de geclassificeerde gegevens inzichtelijk zijn, zodat niet valt te verifiëren of de vermindering van het aantal vliegbewegingen met de F-35 tot een daadwerkelijke reductie van de stikstofemissie en -depositie zal leiden. Niet valt immers na te gaan of de F-35 daadwerkelijk meer of minder stikstof uitstoot dan de F-16 en of de vermindering van het aantal vliegbewegingen met de F-35 zorgt voor de gestelde verdiscontering. Door verweerder is dit, mede door het ontbreken van inzage in de geclassificeerde gegevens, niet nader geconcretiseerd en onderbouwd, zodat het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:2 van Awb, tot stand is gekomen. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat de effecten van het project niet op een zorgvuldige en controleerbare wijze in kaart zijn gebracht door verweerder.
9.5.1. Daarbij komt dat verweerder zonder zich te vergewissen van de geclassificeerde gegevens zich op het standpunt stelt dat er voor wat betreft de stikstofdepositie sprake is van intern salderen. De rechtbank stelt echter vast dat verweerder in het bestreden besluit in het geheel niet heeft getoetst aan het additionaliteitsvereiste. Dit brengt met zich dat eiseressen terecht betogen dat door verweerder niet is vastgesteld dat de staat van instandhouding van de getroffen Natura 2000-gebieden zodanig gunstig is dat de mitigerende maatregel (intern salderen) niet nodig is voor de inzet ten behoeve van artikel 6, eerste lid, van de Hrl (behoud en herstel) of artikel 6, tweede lid, van de Hrl (voorkomen van verslechtering) van de betreffende Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat de door verweerder verrichte beoordeling in het kader van intern salderen niet in overeenstemming is met de gewijzigde rechtspraak. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb, en het motiveringsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:46 van de Awb, tot stand gekomen. De beroepen van eiseressen zijn al om deze reden gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking.
12.3. De rechtbank overweegt dat mogelijke effecten van het project op aangewezen stiltegebieden op grond van de Omgevingsverordening geen onderdeel vormen van het beoordelingskader bij het verlenen van een natuurvergunning, zoals dat is neergelegd in de artikelen 2.7 en 2.8 van de Wnb. Uit deze artikelen volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat het door eiseressen sub 1 genoemde belang van stiltegebieden dient te worden afgewogen. Gelet op het specialiteitsbeginsel ziet de Wnb specifiek op gebieden, habitattypen en -soorten die als gebied, beschermd habitattype of beschermde soorten zijn aangewezen. Deze grond van eiseressen sub 1 slaagt niet.
14.2.3. Naar het oordeel van de rechtbank is het standpunt van verweerder voor wat betreft de emissie en de depositie van COx onvoldoende geconcretiseerd en niet navolgbaar vanwege het ontbreken van inzage in de geclassificeerde gegevens voor wat betreft de emissie van COx. Dit betekent dat het voor de rechtbank niet valt na te gaan of er sprake is van een substantiële bijdrage vanwege dit project aan de totale COx-emissie van Nederland. In dit verband acht de rechtbank van belang dat uit diverse wetenschappelijke onderzoeken naar voren komt dat een stijging van de zeespiegel als gevolg van de opwarming van de aarde door, onder andere, COx-emissie gevolgen zal hebben voor Nederlandse Natura 2000-gebieden, zoals de Waddenzee. In die zin heeft verweerder op basis van de thans voorliggende stukken niet deugdelijk vastgesteld dat op voorhand kan worden uitgesloten dat de COx-emissie vanwege de vliegbasis Leeuwarden significante gevolgen kan hebben dan wel dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in de betrokken Natura 2000-gebieden kunnen verslechteren. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat de emissie en de depositie van COx vanwege dit project mogelijk een verzurend effect hebben op de betrokken Natura 2000-gebieden. Gelet hierop volgt de rechtbank verweerder niet in zijn stelling dat COx-emissie uitsluitend leidt tot klimaatverandering en daarmee samenhangende problemen, maar dat dit niet valt te relateren aan een specifiek Natura 2000-gebied. Gelet hierop heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet deugdelijk gemotiveerd dat er geen aanleiding bestond om (nader) onderzoek te (laten) doen naar de gevolgen van COx voor de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. Hieruit volgt dat verweerder de PB in zoverre niet zonder meer aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen.
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 22 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2043: BW; kg, onrechtmatige daad, lelieteelt, verbod gebruik gewasbeschermingsmiddelen nabij woonwijk, bevoegdheid burgerlijke rechter, Wgb, besluit algemene strekking, voorzorgsbeginsel, VWEU, grondslag verbod, toelatingssysteem, beoordeling EFSA/Ctgb, Richtlijn 2009/128/E, onvolledige implementatie, gezondheidsrisico’s, ontbreken onderzoek, verhoogde zorgvuldigheidsnorm, afstand
2 Het geding in hoger beroep
(…)
In deze zaak vragen omwonenden van een akker om een verbod op lelieteelt indien daarbij bepaalde gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in de dosering die noodzakelijk is voor de lelieteelt. Zij vrezen voor ernstige gezondheidsschade voor henzelf en hun kinderen. Volgens de teler is die vrees ongegrond, omdat de gewasbeschermingsmiddelen zorgvuldig zijn getest en vervolgens zijn goedgekeurd om te gebruiken en hij bovendien diverse bovenwettelijke voorzorgsmaatregelen treft.
Het hof overweegt dat het toelatingssysteem voor gewasbeschermingsmiddelen een verfijnd systeem is dat met waarborgen is omgeven en dat daarom [appellante] en de omwonenden in beginsel mogen vertrouwen op de uitkomsten van de toelatingsbeoordeling door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna: EFSA), de Europese Commissie en uiteindelijk het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (hierna: het Ctgb). Het hof acht echter in deze zaak tussen deze partijen bijzondere omstandigheden aan de orde die meebrengen dat hierop een uitzondering moet worden gemaakt. Er is in dit geval namelijk sprake van een situatie waarin gedurende de toelatingsprocedure voor de te gebruiken gewasbeschermingsmiddelen geen onderzoek is verricht naar risico’s op neurodegeneratieve ziektes die op latere leeftijd optreden, zoals de ziekte van Parkinson en risico’s op ontwikkelingsstoornissen voor jonge en ongeboren kinderen. De te gebruiken middelen leveren echter wel een potentieel gevaar op voor het ontstaan van deze aandoeningen. Dit brengt mee dat de lidstaat Nederland en/of het Ctgb een risicobeoordeling door wetenschappelijke deskundigen dienen te laten verrichten in verband met de beoordeling of, en zo ja op welke wijze het voorzorgsbeginsel is toe te passen.
Deze beoordeling heeft niet plaatsgehad, terwijl deze beoordeling op grond van de Europese Verordening 1107/2009 voor Nederland aan de lidstaat en het Ctgb is toebedeeld. Onder deze omstandigheden mag [appellante] er niet op vertrouwen dat er met de door hem te gebruiken gewasbeschermingsmiddelen geen reëel gevaar voor gezondheidsschade bestaat. Daarnaast overweegt het hof dat Nederland artikel 12 van Richtlijn 2009/128/EG niet volledig in nationale regelgeving heeft geïmplementeerd, waardoor er geen wettelijke verplichting bestaat voor landbouwers om in de nabijheid van kwetsbare groepen, zoals kinderen, het gebruik van pesticiden te minimaliseren of zelfs geheel achterwege te laten.
Het hof overweegt dat [appellante] gelet op de feiten en omstandigheden zoals die in deze zaak aan de orde zijn een bijzondere zorgplicht jegens de in de onmiddellijke nabijheid wonende omwonenden heeft en dat hij die schendt en een onrechtmatige daad pleegt nu hij toch lelies gaat kweken in het seizoen 2027 met gebruik van de in deze zaak genoemde gewasbeschermingsmiddelen in de omvang die noodzakelijk is voor lelieteelt. Daarom is een maatregel van tijdelijke aard in de vorm van een verbod tot en met 2028 op zijn plaats.
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4685: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, gebruik accommodatiegebouw, grindpad, kampeerboerderij, recreatief bijgebouw, feest- en bijeenkomstgelegenheid, geluidsoverlast, overgangsrecht, strijdig gebruik, tussenuitspraak
7.2. De rechtbank volgt het standpunt van het college niet. Het is op zich juist dat uit artikel 3.1 van het bestemmingsplan volgt dat de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, en recreatief medegebruik. Daarbij dient het grindpad echter gebruikt te worden ten behoeve van de hoofdbestemming. Partijen hebben op de zitting bevestigd dat het grindpad wordt gebruikt om het perceel met de bestemming ‘Recreatie’ te bereiken. Er is namelijk geen andere toegangsweg om bij het perceel te komen. Hieruit volgt dat het gedeelte van het grindpad binnen de bestemming ‘Agrarisch’ in overwegende mate ten behoeve van de kampeerboerderij en niet ten behoeve van de hoofdbestemming wordt gebruikt. Er is dus geen sprake van recreatief medegebruik dat ondergeschikt is aan het agrarische hoofdgebruik. Dat betekent dat dit deel van het grindpad gebruikt wordt in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een overtreding. Het college heeft zich dus ten onrechte onbevoegd geacht om handhavend op te treden. Deze beroepsgrond slaagt.
¶ Rechtbank Overijssel 17 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4776: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, 17 woningen, bopa, belemmering bedrijfsvoering, schapen-/vleeskalverhouderij, geurhinder, berekening, geuronderzoeken, kwalitatieve beoordeling, cumulatie, representatieve bedrijfsvoering, afwijkingsmogelijkheid, geurnormen, Wgv, woon- en leefklimaat, Bkl
3.27. De voorzieningenrechter stelt vast dat de geurbelasting in de geurrapporten conform artikel 5.93, eerste lid, van het Bkl terecht is berekend op de gevel van de geurgevoelige objecten. De tuinen zelf kwalificeren niet als geurgevoelig object in de zin van artikel 5.91 van het Bkl, maar zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, komt ook aan tuinen bij woningen in het kader van een goede ruimtelijke ordening (thans ETFAL) bescherming toe. Bij het bestreden besluit heeft het college als uitgangspunt genomen dat de geurhinder ter plaatse niet significant afwijkt van de berekende geurbelasting op de gevels. Dit wordt bevestigd door de geurberekening die het college in beroep heeft overlegd waaruit blijkt dat de geurbelasting gemeten op een vijftal meetpunten varieert van 3,0 tot 3,3 OUE/m3 en daarmee niet significant afwijkt van de berekende geurbelasting op de gevels. Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college de geurbelasting in de tuinen in redelijkheid aanvaardbaar kunnen achten.
Achtergrondbelasting in relatie tot voorgrondbelasting
3.33. De voorzieningenrechter stelt vast dat het college met de verwijzing naar de grenswaarde toelaatbare geur neergelegd in artikel 5.109 van het Bkl heeft beoogd in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te beoordelen of de geurbelasting in het plangebied onder de grenswaarde van 8,0 OUE/m3 blijft.
Zowel in het primaire besluit als in de beslissing op bezwaar is niet uitgegaan van een verhoogde geurnorm. Ook aan de omstandigheid dat de gemeente Staphorst overweegt om de geurnormen uit de geurverordening maximaal te verruimen naar 8,0 OUE/m3 heeft het college geen doorslaggevende betekenis toegekend.
* Gerechtshof Amsterdam 15 juli 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1824: BW; kg, verzoek nader onderzoek, bodem, park, loodwaarden, gezondheidsrisico’s, veiligheid spelende kinderen, bestuursrechtelijke voorziening, uitlokken bestuursdwang, onderzoek GGD
5.2.2 De gemeente betoogt dat er voor SHO een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijk rechtsgang openstaat (dan wel heeft opengestaan). SHO kan – zoals zij reeds eerder heeft gedaan – de gemeente verzoeken handhavend op te treden inzake de gestelde bodemverontreiniging. De gemeente kan daarop in een besluit opnemen dat aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd en dat tussentijdse maatregelen worden genomen. Bij een weigering tot handhavend optreden heeft SHO een bestuursrechtelijke rechtsingang en kan zij een bestuursrechtelijke voorlopige voorziening aanvragen, aldus nog steeds de gemeente.
5.2.3 De gemeente wijst hiermee op de bestuursrechtelijke weg die SHO kan doorlopen door te proberen bestuursdwang uit te lokken tegen de gemeente in haar hoedanigheid van eigenaar van de grond waarop het park is gelegen. Anders dan de gemeente meent, is in deze situatie geen plaats voor niet-ontvankelijkheid van de op onrechtmatige daad gebaseerde vordering van SHO tegen de gemeente (als grondeigenaar). De gemeente voert aan dat dit zou kunnen op de grond dat SHO de mogelijkheid ten dienste staat om langs bestuursrechtelijke weg, door te proberen bestuursdwang uit te lokken, de gemeente (als grondeigenaar) te bewegen tot onderzoek en sanering. Daarbij staat een bestuursrechtelijke rechtsgang open tegen de weigering door de gemeente (als bestuursorgaan) om bestuursdwang toe te passen. Dit is onjuist (verg. HR 28 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4915 en de daarin aangehaalde rechtspraak). SHO kan in dit geval desgewenst elk van beide wegen bewandelen en de gemeente in haar hoedanigheid van grondeigenaar aanspreken.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 2 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3947: Awb, Ow; vovo, handhaving, verwijderen opslag shredderresidu, Bal, specifieke zorgplicht, broeibranden, geuremissie, directe handhaafbaarheid, wetsgeschiedenis, gevaarzetting, bedrijfscontinuïteit, lozen afvalwater, hoogte dwangsom
7.14 Uit het voorgaande volgt dat het verwijderen van al het shredderresidu niet kan worden bereikt door aan de last de overtreding van de vergunning of een vergunningvoorschrift ten grondslag te leggen. Dat betekent dat de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal in beeld komt. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft vergunninghoudster dat artikel overtreden door de partij shredderresidu te laten liggen en door de wijze waarop die partij wordt opgeslagen zoals omschreven in overweging 7.1 van deze uitspraak.
7.15 Vervolgens staat ter boordeling of tegen de aanwezigheid van het shredderresidu direct handhavend kan worden opgetreden. Dat is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het geval. De aanleiding voor het opleggen van last I is dat bij de opslag van shredderresidu in de open lucht, broei is ontstaan en branden hebben plaatsgevonden. Om het vuur te doven, zijn de branden geblust, waardoor belastende emissies zijn ontstaan naar de lucht, water en naar de bodem. Hiermee staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter onmiskenbaar vast dat de opslag van het aanwezige shredderresidu nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving kan hebben en dat sprake van een evidente schending van de specifieke zorgplicht. Daarom is GS bevoegd een last onder dwangsom op te leggen. Dat de omgevingsvergunning de opslag van shredderresidu op zich toestaat, maakt dit niet anders, omdat deze partij shredderresidu onmiskenbaar gevaar oplevert voor het milieu.
7.17 De voorzieningenrechter heeft zich vervolgens voor de vraag gesteld gezien of het evenredig is dat GS van verzoekster verlangt dat zij al het shredderresidu afvoert.
De achterliggende motivering voor het opleggen van last I is dat GS beoogt te voorkomen dat opnieuw branden in de partij shredderresidu ter plaatse uitbreken en (verdere) verontreiniging van lucht, bodem en riolering (water) wordt voorkomen. Omdat zich al branden hebben voorgedaan in deze partij shredderresidu, en dat gevaar voor de omgeving oplevert, heeft GS naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid de afvoer van de hele partij kunnen gelasten. Dat inmiddels door afvoer een kleinere partij ter plaatse resteert, maakt niet dat uitgesloten is dat, ook bij geringere hoogte en daarmee samenhangende verminderde druk in de kern hiervan, geen (nieuwe) brand meer zou kunnen ontstaan. De last is in zoverre (verwijdering van deze partij) niet onevenredig.