Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3214: Awb, Wro; bpl, appartementencomplex 6 woningen, parkeerplekken, privacy, bezonning en schaduw, stedenbouwkundige inpassing, afwentelen parkeerbehoefte op openbaar gebied
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3269: Awb, Wm; afwijzing verzoek intrekking maatwerkvoorschriften, windpark, geluid, Brummen-rechtspraak, Mer-richtlijn, financiële belangen, dosismaat LAeq, vertrouwensbeginsel (Rb Midden-Nederland 19/4740)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3259: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, appartementencomplex 11 appartementen, aanleggen uitweg, beschrijving in hoofdlijnen, geen rechtstreekse toetsingsnorm, uitwerkingsvoorschrift, voorlopig bouwverbod, bouwplan in strijd met planvoorschriften, verklaring van geen bedenkingen, overschrijding redelijke termijn (Rb Gelderland 20/486)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3210: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, gedeeltelijk slopen en vergroten pand, restaurant, 4 appartementen, zelf in zaak voorzien door rechtbank, parkeertelling, parkeeronderzoek, gewijzigd parkeerbeleid, gemiddelde parkeerdruk (Rb Midden-Nederland 21/2636)
# ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3219: Awb, Wgh, Wro; hogere waarden, bpl, bedrijventerrein, planprocedure, ladder voor duurzame verstedelijking, alternatieven, geluidsoverlast, gemengd gebied, landschappelijke inpassing, kleinschalig coulisselandschap, afbreuk aan landelijk karakter, fasering, soortenbeschermingsregime, luchtkwaliteit, planschade
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3228: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 2 bedrijfswoningen, beperking bedrijfsvoering, tuincentrum, geluid, geluidgevoelige objecten, afwijking van richtafstand VNG-brochure, gemengd gebied, afscherming tussenliggende bebouwing, aard van de bedrijfsvoering, duidelijkheid aanvullend voorschrift, voorzetwand, akoestisch binnenklimaat, rechtszekerheid (Rb Noord-Holland 21/3642)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3221: Awb, Wabo; verzoek handhaving buiten beoordeling, naleving bestemmingsplan, grondgebondenheid melkveehouderij, aantal koeien en mestkalveren, reikwijdte handhavingsverzoek (Rb Noord-Nederland 21/2293)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3212: Awb, Wnb; aanwijzingsbesluit als Natura 2000-gebied aan te duiden speciale beschermingszone, selectiecriteria, significante hoeveelheden, Elliniki-arrest, standaardgegevensformulier, aanwijzingsverplichting, beschermingsbehoefte, Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn (Rb Midden-Nederland 22/317)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3245: Awb, Wro; bpl, 2 woningen, verwijderen schuur en bedrijfswoningen, participatie, sloopcompensatie, starterswoningen binnen bebouwde kom, gemeentelijke beleid
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3257: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, verwijderen verkeersborden en slot om hek, geen sprake van overtreding van bpl, natuur, water (Rb Zeeland-West-Brabant 22/1841)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3224 en ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3225: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, strijdig gebruik recreatiewoningen, incidentele verhuur aan arbeidsmigranten, begrip recreant, nieuwe recreatiewoningen t.o.v. last (Rb Den Haag 21/1664 en 21/1678)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3222: Awb, Wabo; omgevingsvergunning gebruiken gronden in strijd met bpl, aanbouw, diepte, bezonning (Rb Den Haag 21/233 en 21/345)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3229: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning strijdig gebruik, aanbouw t.b.v. mantelzorg, handhaving, last onder dwangsom, geen gevaar voor precedentwerking, medische toestand, evidente privaatrechtelijke belemmering, evenredigheid (Rb Noord-Holland 21/3360 en 21/7172)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3253: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, vergroten zolder, doortrekken kap, procesbelang, schade, geen vergunning van rechtswege, nader advies, gelijkheidsbeginsel, wettelijke rente, overschrijding redelijke termijn (Rb Gelderland 21/2341)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3227: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning realiseren in- en uitrit, verkeersveiligheid, fietspad, trottoir, APV, belangenafweging, energietransitie, gelijkheidsbeginsel (Rb Den Haag 20/7812)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3232: Awb, Wro; bpl, 67 appartementen, bergingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, sociale huur, ladder voor duurzame verstedelijking, kwantitatieve woningbehoefte, kwalitatieve woningbehoefte, gebiedsvisie, bouwhoogte, verdeling sociale huurwoningen, verdichting, groen, parkeren, omranding plangebied, locatie, verkeer, geluid, verkeersbewegingen, privacy, uitzicht, lichthinder, waardevolle bomen, tussenuitspraak
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3226: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, woning, gemengd gebied, ruimtelijke geschiktheid, bereikbaarheid bedrijf, financiële schade, ruimtelijke uitstraling, redelijke termijn (Rb Gelderland 21/2314)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3215: Awb, Wro, Chw; bpl, 46 woningen, bouwhoogte, privacy, gestapelde woningbouw, geluid van balkons/tuinen/bergingen, schaduwhinder, geluid warmtepompen, wateroverlast, riolering
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3197: Awb, Wro; bpl, huisvesting, 768 internationale werknemers, tijdelijk verblijf, herdenkingspark, resomeercentrum, relativiteitsvereiste, omgevingsdialoog, gebruik van gronden in strijd met wet, short stay, internationale werknemer, permanente bewoning, alternatieven, ladder voor duurzame verstedelijking, beperking bedrijfsvoering, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, maximumaantal arbeidsmigranten, gebiedsbescherming, groen, landschappelijke inpassing, verkeer, tussenuitspraak
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3216: Awb, Wro; bpl, woningbouwlocatie, participatie, reactie op zienswijze, publicatie m.e.r.-beoordeling, borging trapsgewijze overgang, bouwmassa, bouwhoogte, beeldkwaliteitsplan, welstandsadvies, privacy, uitzicht, alternatieven
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3218: Awb, Wabo; weigering handhavingsverzoek, gebruik bosperceel als mountainbikeparcours, intensief of extensief recreatief gebruik, gebruikersaantallen, ruimtebeslag, natuur- en landschapsbeleving (Rb Zeeland-West-Brabant 23/10690)
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3231: Awb, Wro; bpl, 241 woningen, omgevingsdialoog, woningbehoefte, structuurvisie, groenbeleidsplan, verkeerssituatie, verkeerstellingen, verkeersmaatregelen, geluidsoverlast, lichtvervuiling, privacy, financiële uitvoerbaarheid
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3211: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, tijdelijke woonunit, luifel, berging, eerdere vergunning van rechtswege, procesbelang, beperking bedrijfsvoering, tienjarige termijn niet verstreken (Rb Noord-Nederland 22/1553)
* ABRvS 15 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3157: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen perceelafscheiding, 2 overkappingen, poort met gesloten hekwerk, 2 poeren, spoedeisend belang, hoge kosten, neerhalen sequoiabomen (Rb Gelderland 25/1724 en 25/1728)
* Rechtbank Rotterdam 15 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8633: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, dakopbouw, geen evidente privaatrechtelijke belemmeringen, verwijdering zijmuur, duidelijkheid bouwtekeningen, Bouwbesluit 2012
* Rechtbank Rotterdam 15 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8634: Awb, Wabo, Woningwet; afwijzing handhavingsverzoek, tochtoverlast, badkamerlekkages, suskasten, ongedierte, geen volledige heroverweging na gegrond bezwaar, zorgvuldigheidsbeginsel, deskundigheid adviseurs, geen contra-deskundigenrapport, warmtewerende ramen, scheuren in plafond/muren/voegwerk gevel, Bouwbesluit 2012
* Rechtbank Overijssel 15 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4704: Awb, Wabo; weigering handhavingsverzoek, niet weiden koeien en geiten, overschrijding dierenaantallen, aanwezigheid jongvee, geluid, afwezigheid ventilatoren, gebruik van aanbouw voor machineberging, mestzak, geen verslag hoorzitting bezwaar, niet de nodige kennis vergaard, geen deugdelijke motivering
* ABRvS 14 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3172: Awb, Wro; vovo, bpl, bedrijfswoningen, schiphuizen, scheepshellingen, insteekhavens met ligplaatsen, geen spoedeisend belang, bomenkap, groen, nog geen omgevingsvergunning kappen aangevraagd, geen belang bij bouw bedrijfswoning, afstandscriterium, afgraven gronden
* Rechtbank Midden-Nederland 14 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3384: Awb, Wabo; omgevingsvergunning plaatsen tijdelijke zendmast, plaatsen permanente zendmast, zichtbaarheid zendmast, beleidsregels, alternatieve locaties, gezondheid, illusielandschap, aantasting natuur
* Rechtbank Limburg 14 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6844: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, omzetting 2 woningen naar 10 zelfstandige wooneenheden, studenten, aanvulling van aanvraag, toepasselijkheid beleidsregels, woningnood, evenredigheidstoets beleid, intensivering, geluidsoverlast trappenhuis, geluidsoverlast binnentuin, onvoldoende waarborgen voorkomen overlast, parkeernorm, verklaring verhuur, BIBOB-toets
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4502: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, aanleg uitrit, reparatiebesluit, aanvulling beroep, beschadigen bomen, strijd met motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel, afwijken advies, wijze van aanleggen, gebreken hersteld
* Rechtbank Midden-Nederland 11 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3372: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, geuroverlast varkenshouderij, geen sprake van overtreding, diverse controles, bio-luchtwassers, type voer niet vastgelegd, nieuwe BBT-conclusies
¶ Rechtbank Midden-Nederland 11 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3412: Awb, Ow; verzoek verhoging waterpeil, niet-ontvankelijkverklaring bezwaar, verzoek om feitelijke handeling, reactie is appellabel besluit
¶ Rechtbank Noord-Nederland 11 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2800: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning vestiging sportschool, geen spoedeisend belang, geen acute financiële nood, vrees voor leegstand, geen onomkeerbare gevolgen
* Rechtbank Gelderland 11 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5480: Awb; maatwerkvoorschriften, geen procesbelang, eenmalige en tijdelijke verlenging, stoppen lozen brijn in bodem, besluitvorming niet belangrijk voor toekomstige procedures, voorschriften verlopen
* Rechtbank Noord-Nederland 11 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2793: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 2 recreatiewoningen, sloop en bouw, procesbelang, relativiteit, strijd met bpl, aantal recreatiewoningen gelijktijdig, uitgebreide procedure
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4431: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, verbouwen rijksmonument, achterhuis, dakhelling, belang monumentenzorg, ondergeschiktheid aanbouw, beschermd stadsgezicht
* Rechtbank Midden-Nederland 10 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3207: Awb, Gmw; exploitatievergunning horeca-activiteiten, aanvraag in strijd met bpl, imperatieve weigeringsgrond, overschrijden redelijke termijn
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4372: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invorderingsbeschikkingen, overschrijden geluidsnormen, adviescommissie, betrouwbaarheid geluidsmetingen, meetlans, voorschriften HMRI, meting stoorgeluid, loggend meten, inrichting gesloten, formele rechtskracht, proportionaliteit
* Rechtbank Overijssel 10 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4638: Awb, Woo; openbaarmaking bedrijfsgegevens alle veehouderij Nederland, berekenen effectiviteit stikstofbeleid, emissiegegevens, intrekking beslissing op bezwaar, misbruik van bevoegdheid,
* Rechtbank Overijssel 10 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4639: Awb, Woo; Awb, Woo; openbaarmaking bedrijfsgegevens alle veehouderij Nederland, berekenen effectiviteit stikstofbeleid, emissiegegevens, intrekking beslissing op bezwaar, misbruik van bevoegdheid, beroep herhaling van bezwaar, hoorplicht, art. 8 EVRM, verdrag van Aarhus, milieu-informatie
* Rechtbank Overijssel 10 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4640: Awb, Woo; Awb, Woo; openbaarmaking bedrijfsgegevens alle veehouderij Nederland, berekenen effectiviteit stikstofbeleid, emissiegegevens, intrekking beslissing op bezwaar, misbruik van bevoegdheid, zienswijzeprocedure
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4434: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, werkzaamheden in afwijking omgevingsvergunning, rijksmonument, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, evenredigheid, begunstigingstermijn
* Rechtbank Gelderland 9 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5403: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, twee vrijstaande woningen met berging, twee seniorenwoningen, ontsluiting van uitweg, dorpskwaliteitsplan, stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4068: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik strijdig bpl, gestapelde woningen, splitsing door vorige eigenaar, evenredigheid handhaving, gelijkheidsbeginsel, compensatie gemeentelijke heffingen
* Rechtbank Gelderland 9 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5373: Awb, Wabo; omgevingsvergunning beperkte milieutoets, uitbreiden varkensfokbedrijf, biggenstal, MER-plicht, geurbelasting, verslechtering geurclassificatie, aanvaardbaarheid, aanvulling rechtsgronden
¶ Rechtbank Noord-Nederland 9 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2739: Awb, Ow, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, beëindigen bewoning, weigering vergunning legalisatie, bedrijfswoning, vrijstelling, evenredigheid, begunstigingstermijn, ook strijd met omgevingsplan
¶ Rechtbank Overijssel 8 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4593: Awb, Ow; omgevingsvergunning vervanging 2 stuwen in watergang, bordes, welstandsadviezen, ontsierend voor landschap, afval, geen aanhaakplicht vergunning flora- en fauna-activiteit, alternatieven
* Gerechtshof Den Haag 8 juli 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1321: BW; onrechtmatig overheidshandelen, niet tijdig publiceren vergunning, niet tijdig beslissen verguningaanvraag, omgevingsvergunning renovatie pand, vellen taxusboom, vergunning van rechtswege, uitgebreide voorbereidingsprocedure, formele rechtskracht, vertrouwensbeginsel, geen onrechtmatig handelen door te late bekendmaking, geen onrechtmatig handelen door te laat beslissen
* Rechtbank Gelderland 4 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5225: Awb, Wabo; omgevingsvergunning splitsing bovenwoning, huurgenot buitenruimte, parkeren, limitatief-imperatief stelsel, geen weigeringsgronden
* Rechtbank Gelderland 4 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5213: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning warmte-opwekinstallatie, afwijken bpl, gasvrij, voldoende gegevens bij aanvraag, grondslag aanvraag, aantasting grafvelden, archeologische waarden, geluid, aantasting kernkwaliteiten nationaal landschap, rust, licht, advies territoriale adviescommissie, alternatieve locatie, aanhaakplicht natuurvergunning
* Rechtbank Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6290: Awb, Wm; handhaving, drie lasten onder dwangsom, overschrijding emissiegrenswaarden PAK’s, benzeen, tijdelijke verhoging emissiegrenswaarde, wijziging last onder dwangsom, begunstigingstermijn, geen concreet zicht op legalisatie, evenredigheid, hoogte dwangsommen
¶ Rechtbank Rotterdam 1 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8628: Awb, Ow; vovo, handhaving, spoedeisende bestuursdwang zonder voorafgaande last, overtreding specifieke zorgplicht art 3.5 Bbl, acuut instortingsgevaar, onveilige situatie naastgelegen panden en omgeving, alternatieven, stalen stabiliteitskruizen, niet zo spoedeisend dat niet eerst last hoeft worden toegepast
* Gerechtshof Den Haag 1 juli 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1199: BW; burenrecht, hinder door opbouw, wegnemen licht, bouwvergunning niet doorslaggevend, onrechtmatige hinder, formele rechtskracht, bezonningsrapport, hinder rechtvaardigt afbrak opbouw
* Rechtbank Den Haag 1 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11315: Awb, Wabo; aanvraag buiten behandeling, omgevingsvergunning bouwen, dakterras, balustrade met zonnepanelen, onvoldoende gegevens voor inhoudelijke beoordeling, geen procesbelang, schade niet aannemelijk
* Rechtbank Den Haag 1 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11616: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, oprichting warmwateropslagtank, warmtekrachtkoppeling, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, afstandscriterium, relativiteitsvereiste, aanhaakplicht natuurvergunning
* Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 30 juni 2025, ECLI:NL:OGEAM:2025:42: Awb; bouwvergunning, 58 appartementen, limitatief-imperatief stelsel, gebruiksbeperkende bepalingen in privaatrechtelijke aktes, parkeernormen, parkeerdruk, verkeersdruk, bouwhoogte, bouwdichtheid, afstand tot perceelgrenzen
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 27 juni 2025, ECLI:NL:OGEAC:2025:161: Awb; vovo, bouwvergunning, hobbyruimte, meidenkamer, mogelijk verschoonbare termijnoverschrijding, strijd met ontwikkelingsplan, afstand tot perceelsgrens
* Rechtbank Rotterdam 27 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7564: Awb, Gmw; vovo, exploitatievergunning terras, herverdeling oppervlakte, geen spoedeisend belang, omzetderving, financiële situatie, conflicten, niet evident onrechtmatig
* Rechtbank Den Haag 27 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11252: Awb, Wabo; gedeeltelijke intrekking omgevingsvergunning, houden van grootschalige evenementen, oprichten en inwerking hebben inrichting, afgelopen jaren geen gebruikmaking vergunning, niet aannemelijk op korte termijn wel gebruiken, niet vergunningplichtig onder Ow
* Rechtbank Den Haag 27 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11323: Awb, Wabo; vovo, 2 lasten onder dwangsom, invorderingsbeschikking, weigering omgevingsvergunning bouwen, plaatsen 2 luchtbehandelingskasten daken school, geen spoedeisend belang, geen financiële problemen
¶ Rechtbank Oost-Brabant 27 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3703: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, verhuren kamers in strijd met omgevingsplan, prioriteitstelling handhaving, toename werkdruk, KIT-controle, geen uitleg waarom bij eiser hogere prioriteit, gelijkheidsbeginsel, verlenging begunstigingstermijn
* Rechtbank Noord-Holland 26 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7412: BW; kort geding, procedeerverbod stichting, geen misbruik van recht tegen omgevingsvergunning, gronden niet op voorhand evident kansloos
* Rechtbank Den Haag 26 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11615: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, ontvankelijkheid, gevolgen van enige betekenis, parkeernorm, persoonlijk belang, beroep gegrond
* Rechtbank Den Haag 26 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11750: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, verbouwen 2 stallen naar 6 woningen, berging, aanvullend advies, nieuw gebleken feiten en omstandigheden, schending art. 7:9 Awb, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, molenbiotoop, vrije windvang molen, zicht op molen
* Rechtbank Noord-Nederland 25 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2798: Awb, Wnb; Wnb-vergunning, in werking hebben en uitbreiden geitenhouderij, aantasting natuurlijke kenmerken Natura 2000-gebieden, stikstofdepositie, passende maatregelen, verslechtering kwaliteit habitattypen, instandhoudingsmaatregelen, verwijzing naar landelijke aanpak, extern salderen als mitigerende maatregel, verleasen stikstofrechten, overschrijding redelijke termijn
* Rechtbank Noord-Holland 25 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7699: Bw; tekortkoming in nakoming, aanneming van werk, tijdelijke bouwweg met PAK, puingranulaat, aansprakelijkheid, schade
* Rechtbank Oost-Brabant 24 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3633: Awb, Wnb; weigering handhavingsverzoek, uitbreiding veehouderij zonder natuurvergunning, eerder positieve weigering natuurvergunning, intern salderen, 18 december-uitspraak, overgangsregeling, vleesvarkens, ammoniakemissie, organisatorische verbondenheid, geen onlosmakelijke samenhang, mestverwerking
¶ Rechtbank Oost-Brabant 20 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3541: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, last onder bestuursdwang, illegaal huisvesten arbeidsmigranten, illegale bebouwing in en aan bedrijfswoning, opslag, geen duidelijk onderscheid tussen overtredingen van bedrijf en bewoner, controlerapporten
* Rechtbank Den Haag 17 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11925: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, woning, afwijken bpl, beschermd dorpsgezicht, advies erfgoedcommissie, monumentencommissie, verschil in bouwtekening, welstandseisen, geen evidente privaatrechtelijke belemmeringen, tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 5 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3029: Awb, Wabo; omgevingsvergunning lunchroom voorzijde woning, kruimelgeval, leegstand, ontwikkelingslocatie, alternatieven
* Rechtbank Midden-Nederland 5 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3030: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, wijzigen voorgevel, afhaalrestaurant, horecacategorie, ontwikkelingslocatie, leegstand
* Rechtbank Oost-Brabant 28 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3066: Awb, Ow; vovo en deels kortsluiten, omgevingsvergunning technische bouwactiviteit verbouwen pand, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit verbouwen opvanglocatie, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit tijdelijk gebruik pand opvang Oekraïense vluchtelingen, omgevingsvergunning afwijken bouwregels omgevingsplan, mechanische ventilatie-units en ventilatoren, toetsing aan Bbl, geluid, geen logiesfunctie maar woonfunctie, grondslag aanvraag, brandveiligheid, provinciale instructieregels, tijdelijkheid, vergelijking huisvesting arbeidsmigranten, overkapping, bijgebouw, hekwerk, hoogte van dak en installaties
* Rechtbank Midden-Nederland 27 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3031: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, kamerbewoning, strijd met bpl, beginselplicht tot handhaving, functieaanduiding bedrijfswoning, hospitaregeling, overgangsrecht, omkering bewijslast
* Rechtbank Midden-Nederland 25 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3064: Awb, Gmw; vovo, handhaving, last onder dwangsom, vergunning in gebruik nemen gemeentegronden, strijd met vergunningvoorschriften, gestapelde container, niet brandwerend, overlast, bedrijfsauto’s geparkeerd, bouw nieuwbouw, bedrijfsbelang
* Rechtbank Gelderland 11 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3543: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen, beperkte milieutoets, stal, geitenhouderij, eisen MER-besluit, BIBOB-onderzoek, belangenafweging, onomkeerbare situatie
* Rechtbank Oost-Brabant 21 februari 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1025: Awb, Wm; handhaving, last onder dwangsom, gebreken in afvalstoffenadministratie, innemen niet-vergunde afvalstoffen, metaalhandel, bevoegdheidsvervaltermijn, verbetertraject, begunstigingstermijn, hoogte dwangsommen, evenredigheid
* Rechtbank Overijssel 17 december 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:6772: Awb, Wnb; weigering handhavend optreden, producent houtvezels, vochtpercentage, biomassa-installatie, evenredigheid, PAS-melder, generieke maatregel, natuurbelang, gewijzigde motivering, redelijke termijn
* Rechtbank Gelderland 1 februari 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:506: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaven, last onder dwangsom, geitenhouderij, overschrijding aantal melkgeiten, geen belangenafweging, onzorgvuldige totstandkoming
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
# ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3219: Awb, Wgh, Wro; hogere waarden, bpl, bedrijventerrein, planprocedure, ladder voor duurzame verstedelijking, alternatieven, geluidsoverlast, gemengd gebied, landschappelijke inpassing, kleinschalig coulisselandschap, afbreuk aan landelijk karakter, fasering, soortenbeschermingsregime, luchtkwaliteit, planschade
11.3. De Afdeling heef in de uitspraak van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076, onder 27.4 overwogen dat zij in een drietal situaties niet langer een rechtvaardiging ziet dat de raad een uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening noodzakelijk geachte maatregel niet in de planregels hoeft te borgen. Eén van die situaties is dat het bevoegd gezag stelt eigenaar, anderszins zakelijk gerechtigde of beheerder te zijn van gronden waarop zo’n maatregel moet worden gerealiseerd en in stand gehouden. (…)
De raad heeft zich, onder meer op de zitting, op het standpunt gesteld dat hij het voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de gevolgen van het plan noodzakelijk acht dat de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein Diekink wordt uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Zoals hiervoor onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 9 juli 2025 is overwogen ziet de Afdeling in de situatie dat het bevoegde gezag stelt eigenaar te zijn van de betreffende gronden, niet langer een rechtvaardiging om af te zien van het borgen in de planregels van de realisatie en instandhouding van die maatregel. Onder deze omstandigheden, en nu de maatregel niet anderszins publiekrechtelijk is verzekerd, mocht de raad niet afzien van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels waarin de uitvoering en de instandhouding van de noodzakelijk geachte landschappelijke inpassing is geborgd. Het plan is in de huidige vorm daarom in strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wro en de rechtszekerheid. Het besluit van 7 december 2020 komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking.
17. Het beroep van de Stichting en anderen is, gelet op wat de Afdeling onder 11.3 heeft overwogen, gegrond. Het besluit van 7 december 2020 moet worden vernietigd, voor zover daarin in de planregels geen voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein is opgenomen.
18. Nu niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb op de hierna te vermelden wijze zelf in de zaak te voorzien, namelijk door te bepalen dat alsnog een voorwaardelijke verplichting aan het plan wordt toegevoegd en te bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 7 december 2020 voor zover dit besluit wordt vernietigd.
19. De Afdeling zal bepalen dat:
I. aan de planregels een artikel 14.2 ‘Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’ wordt toegevoegd dat als volgt komt te luiden:
“Het gebruiken van bebouwing op gronden met de bestemming “Bedrijventerrein” is alleen toegestaan als er een landschappelijke inpassing overeenkomstig de inrichtingskaart, zoals toegevoegd als bijlage 2 bij deze regels, is aangelegd en in stand wordt gehouden.”
II. aan de planregels wordt toegevoegd een bijlage 2: de inrichtingskaart die is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3269: Awb, Wm; afwijzing verzoek intrekking maatwerkvoorschriften, windpark, geluid, Brummen-rechtspraak, Mer-richtlijn, financiële belangen, dosismaat LAeq, vertrouwensbeginsel (Rb Midden-Nederland 19/4740)
8. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] gelet op de zogenoemde Brummen-rechtspraak de beroepsgrond over de strijdigheid van het Activiteitenbesluit met het Unierecht niet in dit hoger beroep naar voren kan brengen, omdat de rechtbank in de hiervoor genoemde procedures van [appellant] over de weigering tot intrekking van de bouwvergunning en de weigering om handhavend op te treden hier al een oordeel over heeft gegeven dat definitief is geworden. Het college heeft in dit verband verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV181 (Groesbeek).
8.1. De Afdeling volgt het standpunt van het college niet. Anders dan in de uitspraak van 15 februari 2006, en ook anders dan in de uitspraak van 6 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0801 (Brummen) gaat het hier om een procedure die geheel los staat van de procedures over de intrekking van de bouwvergunning en de weigering om te handhaven. In de Brummen-uitspraak betrof het een nieuwe beslissing op bezwaar, genomen nadat de eerdere beslissing op bezwaar door de rechtbank was vernietigd. De Afdeling oordeelde dat het niet instellen van hoger beroep tegen die uitspraak van de rechtbank tot gevolg heeft dat, als in beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar beroepsgronden worden aangevoerd die door de rechtbank in die eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen, de rechtbank van de juistheid van dat eerder gegeven oordeel over die beroepsgronden heeft uit te gaan. Die situatie doet zich hier niet voor. In de Groesbeek-uitspraak achtte de Afdeling van belang dat het daar feitelijk ging om een beroep tegen één en dezelfde bouwvergunning die in etappes was verleend. In dat geval achtte de Afdeling de Brummen-rechtspraak van toepassing. Ook die situatie doet zich hier niet voor. Het gaat hier namelijk om geheel los van elkaar staande procedures.
10.2. Met haar verzoek om intrekking van de maatwerkvoorschriften voor geluid beoogde Windpark Houten dat voor haar de – minder strenge – geluidnormen uit het Activiteitenbesluit zouden gaan gelden. Na de besluitvorming over dit verzoek en de uitspraak van de rechtbank van 25 februari 2021 heeft de Afdeling echter in haar Delfzijl-tussenuitspraak geconcludeerd dat de bepalingen in paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit en paragraaf 3.2.3 van de Activiteitenregeling, over het in werking hebben van een windturbine of combinatie van windturbines – waaronder ook artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit – buiten toepassing blijven voor zover zij zien op windturbineprojecten die vallen onder bijlage II van Richtlijn 85/337/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2011/92/EU en Richtlijn 2014/52/EU (hierna: de Mer-richtlijn). Gelet op wat Windpark Houten met haar verzoek voor ogen had en in het licht van wat de Afdeling heeft overwogen onder 65 van die tussenuitspraak betekent dat niet dat het college het verzoek om intrekking van de maatwerkvoorschriften had moeten afwijzen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling immers overwogen dat het bevoegde bestuursorgaan er voor kan kiezen om door hem gekozen normen te hanteren. Die normen moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Toepassing van het voorgaande leidt in deze zaak tot het volgende.
10.3. Vast staat dat Windpark Houten valt onder bijlage II van de Mer-richtlijn, zodat de windturbinebepalingen wat dit windpark betreft buiten toepassing moeten blijven. Dat betekent dat voor de beoordeling van de vraag of gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid om eenmaal vastgestelde maatwerkvoorschriften in te trekken niet langer het beoordelingskader van artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit van toepassing was. De rechtbank is dus – achteraf bezien- van een onjuist beoordelingskader uitgegaan. Het betekent ook dat het college – achteraf bezien – bij de beoordeling van de vraag of het de maatwerkvoorschriften voor geluid zou intrekken, er niet van kon uitgaan dat alsdan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit weer onverkort zouden gaan gelden voor Windpark Houten. De rechtbank en het college hebben dan ook – achteraf bezien – een onjuist beoordelingskader toegepast. Het college heeft nog wel de mogelijkheid eigen normen te stellen. Die moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Ook zal bij het vaststellen van die eigen normen sprake moeten zijn van een evenwichtige belangenafweging. Het juiste beoordelingskader vergt dus ook een belangenafweging en gelet op wat hierna wordt overwogen, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college die afweging niet juist heeft gemaakt. Daarom bestaat geen aanleiding voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.
10.4. Zoals de rechtbank namelijk terecht heeft overwogen, heeft het college bij zijn bestreden besluit op bezwaar van 1 oktober 2019, geen afweging van belangen gemaakt. De belangenafweging is echter wel de plaats om in te gaan op de financiële belangen van de exploitante enerzijds en het zo goed mogelijk beschermen van de belangen van omwonenden, waaronder ook het belang van de rechtszekerheid, anderzijds.
Anders dan [appellant] veronderstelt, heeft de rechtbank niet geoordeeld dat het college al tot intrekking van de maatwerkvoorschriften moest overgaan omdat het stellen van normen voor geluid in een andere eenheid dan dB Lden en dB Lnight gelet op de uitspraak van de Afdeling van 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3308, niet is toegestaan. In zoverre berust het betoog van [appellant] dus op een onjuiste uitleg van de aangevallen uitspraak. Wel heeft de rechtbank terecht op basis van de uitspraak van de Afdeling van 6 december 2017 geoordeeld dat het college in zijn belangenafweging om de maatwerkvoorschriften al dan niet aan te passen had moeten betrekken of de in de maatwerkvoorschriften opgenomen dosismaat LAeq in deze situatie nog wel aangewezen was. In het licht van de Delfzijl-tussenuitspraak is een afweging daarover eens te meer aan de orde.
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3259: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen, appartementencomplex 11 appartementen, aanleggen uitweg, beschrijving in hoofdlijnen, geen rechtstreekse toetsingsnorm, uitwerkingsvoorschrift, voorlopig bouwverbod, bouwplan in strijd met planvoorschriften, verklaring van geen bedenkingen, overschrijding redelijke termijn (Rb Gelderland 20/486)
5. Vabo betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan niet aan de in artikel 7, derde lid, onder 2, van de planvoorschriften geformuleerde doelstellingen getoetst had mogen worden, omdat dit artikel onvoldoende duidelijk, concreet en objectief bepaalbaar is geformuleerd om als rechtstreekse toetsingsnorm te kunnen functioneren. Als het bouwplan wel getoetst kan worden aan artikel 7, derde lid, onder 2, van de planvoorschriften, dan heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het bouwplan daarmee in strijd is, aldus Vabo.
5.1. Dit betoog slaagt. Artikel 7 van de planvoorschriften bevat een beschrijving in hoofdlijnen voor het centrumgebied en het nieuwe woongebied Herenland. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie onder meer de uitspraak van 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4584) geeft een beschrijving in hoofdlijnen de wijze weer waarop de doeleinden van het bestemmingsplan worden gerealiseerd. Alleen als een in de beschrijving in hoofdlijnen opgenomen artikel duidelijk en concreet is geformuleerd, kan dit functioneren als rechtstreekse toetsingsnorm.
In artikel 7, derde lid, onder 2, onderdeel a, van de planvoorschriften is als doelstelling voor het nieuwe woongebied Herenland aangemerkt het realiseren van een woongebied dat qua karakter aansluit op de bestaande kern van Opheusden en dat met directe verbindingen aansluit op het dorp met zijn voorzieningen. Daargelaten welke betekenis in dit geval toekomt aan de term “nagestreefd” in het tweede lid van artikel 7, is de Afdeling van oordeel dat de in artikel 7, derde lid, onder 2, onderdeel a, opgenomen doelstelling op zichzelf onvoldoende duidelijk en concreet is om als rechtstreekse toetsingsnorm voor het bouwplan te kunnen dienen. Wat met de globale termen ‘aansluiten op’ en ‘karakter van de bestaande kern van Opheusden’ wordt bedoeld is in het planvoorschrift niet omschreven. Dat de bestaande kern een dorps karakter heeft met voornamelijk eengezinswoningen met twee bouwlagen, zoals het college heeft toegelicht, leidt niet tot de conclusie dat de doelstelling een objectief bepaalbaar criterium bevat. Of een bouwplan wat betreft karakter, omvang, vormgeving en uitstraling hierbij aansluit vergt namelijk nog een nadere inhoudelijke subjectieve beoordeling.
6. Vabo betoogt verder dat de rechtbank had moeten oordelen dat het college het bouwplan niet mocht toetsen aan de uitwerkingsregels in artikel 10, tweede lid, onder 2 onderdeel b, van de planvoorschriften, omdat die regels uitsluitend in acht moeten worden genomen bij de uitoefening van de uitwerkingsplicht. Als het bouwplan wel getoetst kan worden aan de uitwerkingsregels, dan heeft de rechtbank volgens Vabo ten onrechte overwogen dat het bouwplan daarmee in strijd is. Als gevolg van het bouwplan zullen namelijk niet meer dan 123 woningen worden gebouwd binnen de ten tijde van het besluit nog geldende uit te werken bestemming “Woondoeleinden (nader uit te werken) II”.
6.1. Ook dit betoog slaagt. In artikel 10, tweede lid, van de planvoorschriften is bepaald welke voorwaarden het college in acht moet nemen bij de uitwerking van het bestemmingsplan. In deze zaak gaat het echter niet over uitwerking van de bestemming, maar over de beslissing op een aanvraag om omgevingsvergunning. Het planvoorschrift biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat een aanvraag om omgevingsvergunning moet worden getoetst aan de voorwaarden die gesteld worden aan een uitwerkingsplan.
9. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte artikel 10, tweede lid, onder 3, van de planvoorschriften buiten toepassing heeft gelaten. Het college heeft hierover aangevoerd dat het in dit artikel opgenomen voorlopige bouwverbod een zelfstandige inhoudelijke betekenis heeft en van toepassing is omdat er geen uitwerkingsplan is. Omdat niet is voldaan aan de voorwaarden uit dit voorlopig bouwverbod, kan vooruitlopend op de vaststelling van een uitwerkingsplan geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend zonder daarbij af te wijken van het bestemmingsplan, aldus het college.
9.1. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5087, heeft de rechtbank dit planvoorschrift buiten toepassing gelaten, omdat de Wabo niet voorziet in een regeling waarbij zienswijzen en een verklaring van geen bedenkingen van het college van gedeputeerde staten vereist zijn, die in het planvoorschrift is opgenomen.
Bij de beoordeling van de beroepsgrond van het college zal de Afdeling in het licht van artikel 8:69, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht eerst beoordelen of de rechtbank een juiste uitleg heeft gegeven aan artikel 10, tweede lid, onder 3, van de planvoorschriften.
De Afdeling stelt vast dat de rechtbank artikel 10, tweede lid, onder 3, van de planvoorschriften zo uitlegt dat daarin aanvullende regels zijn opgenomen over de wijze van voorbereiding van een afwijkingsvergunning voor een ingediend bouwplan, zoals dat het geval was in de hiervoor vermelde uitspraak van 5 december 2012. De Afdeling ziet daarvoor echter geen aanknopingspunten in het hier aan de orde zijnde planvoorschrift. Artikel 10, tweede lid, onder 3, betreft een zogenaamde vooruitloopregeling en regelt uitsluitend onder welke voorwaarden tijdens de voorbereiding van een nog niet van kracht zijnd uitwerkingsplan bouwwerken mogen worden gebouwd. Dit planvoorschrift kan dan ook niet anders worden gelezen dan dat de daarin genoemde zienswijze betrekking heeft op een ter inzage gelegd ontwerp-uitwerkingsplan. Dat betekent dat de rechtbank het planvoorschrift ten onrechte wegens strijd met de Wabo buiten toepassing heeft gelaten.
Aangezien het college voor de locatie aan de Nannenbergsestraat geen ontwerp-uitwerkingsplan heeft vastgesteld, mochten daar op grond van artikel 10, tweede lid, onder 3, van de planvoorschriften alleen al daarom geen bouwwerken worden gebouwd..
Dit leidt tot de conclusie dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het bouwplan in strijd is met artikel 10, tweede lid, onder 3, van de planvoorschriften. De rechtbank heeft dat niet onderkend.
11. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank terecht, zij het op andere gronden, heeft geoordeeld dat de gevraagde omgevingsvergunning alleen kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo, waarbij de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd.
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3210: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, gedeeltelijk slopen en vergroten pand, restaurant, 4 appartementen, zelf in zaak voorzien door rechtbank, parkeertelling, parkeeronderzoek, gewijzigd parkeerbeleid, gemiddelde parkeerdruk (Rb Midden-Nederland 21/2636)
6. Naarden Vastgoed betoogt dat de rechtbank ten onrechte de omgevingsvergunning heeft herroepen. Volgens Naarden Vastgoed bestond geen aanleiding voor de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien, omdat geenszins vaststaat dat het college alsnog zal weigeren om de omgevingsvergunning te verlenen. Naarden Vastgoed wijst daarbij op het concrete voornemen van het college om het parkeerbeleid te wijzigen, welk voornemen inmiddels heeft geleid tot het gewijzigde parkeerbeleid. Ook wijst zij op de binnenplanse mogelijkheid om van artikel 4.1, onder a en b, van de parapluplanregels af te wijken, gelet op artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Wabo en artikel 4.1, onder c, van de parapluplanregels.
6.1. De rechtbank heeft geoordeeld dat de omgevingsvergunning in strijd met artikel 4.1, onder a en b, van de parapluplanregels is verleend. Dat is een gebrek dat in dit geval in een nieuw besluit op bezwaar hersteld kan worden. Er bestond dan ook geen grond voor de rechtbank om het besluit van 13 oktober 2020, waarbij de omgevingsvergunning is verleend, te herroepen. De rechtbank had moeten volstaan met de vernietiging van het besluit op bezwaar, zodat het college na een volledige heroverweging op grond van 7:11 van de Awb een nieuw besluit op bezwaar had kunnen nemen.
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3197: Awb, Wro; bpl, huisvesting, 768 internationale werknemers, tijdelijk verblijf, herdenkingspark, resomeercentrum, relativiteitsvereiste, omgevingsdialoog, gebruik van gronden in strijd met wet, short stay, internationale werknemer, permanente bewoning, alternatieven, ladder voor duurzame verstedelijking, beperking bedrijfsvoering, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, maximumaantal arbeidsmigranten, gebiedsbescherming, groen, landschappelijke inpassing, verkeer, tussenuitspraak
10.2. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de functieaanduiding “specifieke vorm van maatschappelijk – resomeercentrum” niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daartoe voert hij aan dat resomeren binnen de planperiode met naar aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een toegestane vorm van lijkbezorging wordt bij de modernisering van de Wlb in de Wet bestemming lichamen van overledenen (Wblo).
10.3. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad ten onrechte de functieaanduiding “specifieke vorm van maatschappelijk – resomeercentrum” toegekend aan de gronden met de bestemming “Maatschappelijk”. Daartoe overweegt de Afdeling dat lijkbezorging door resomeren geen wettelijk toegestane vorm van lijkbezorging is. Het bestemmingsplan maakt daarmee het gebruik van gronden mogelijk dat in strijd is met de wet. Naar het oordeel van de Afdeling is dit niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Het standpunt van de raad dat de functieaanduiding in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening omdat resomeren binnen de planperiode met een naar aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een toegestane vorm van lijkbezorging wordt, volgt de Afdeling niet. Het is immers niet uitgesloten dat het wetsvoorstel waarmee dat mogelijk wordt gemaakt geen doorgang zal vinden.
11.2. Naar het oordeel van de Afdeling is in de planregels onvoldoende duidelijk geregeld wat onder “short stay” moet worden verstaan. Op grond van artikel 1.54 van de planregels is sprake van “short stay” als de groep internationale werknemers die in de huisvestingslocatie zal verblijven geen intentie heeft om voor langere tijd te blijven, maar naar het oordeel van de Afdeling is het onduidelijk wanneer dat het geval is. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat internationale werknemers maximaal 4 maanden per half jaar op de huisvestingslocatie mogen verblijven, maar in de planregel is geen maximaal toegestane verblijfsduur opgenomen. Ook volgt uit de andere planregels niet wanneer sprake is van tijdelijk verblijf of van permanente bewoning. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het plan op dit punt in strijd is met het beginsel van rechtszekerheid en in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3212: Awb, Wnb; aanwijzingsbesluit als Natura 2000-gebied aan te duiden speciale beschermingszone, selectiecriteria, significante hoeveelheden, Elliniki-arrest, standaardgegevensformulier, aanwijzingsverplichting, beschermingsbehoefte, Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn (Rb Midden-Nederland 22/317)
9.4. In het ‘Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2806 van de Commissie van 15 december 2023 betreffende een gebiedsinformatieformulier voor Natura 2000-gebieden’ wordt voor de registratie op het SGF voor de Habitatrichtlijn een onderscheid gemaakt tussen habitats en soorten die in ‘significante mate voorkomen’ en ‘aanwezige maar weinig waardevolle habitats’ (zie onder 3.1.8 van het Uitvoeringsbesluit). Voor de Vogelrichtlijn wordt een onderscheid gemaakt tussen soorten die in ‘significante mate voorkomen’ en soorten die in ‘verwaarloosbare mate voorkomen’ (zie onder 3.2.11 van het Uitvoeringsbesluit). Uit de Engelse versie van het Uitvoeringsbesluit blijkt dat ’aanwezig maar weinig waardevol’ en ‘in verwaarloosbare mate’ de vertaling is van ‘non-significant’.
9.5. Het criterium ‘in meer dan verwaarloosbare mate voorkomen’ is afkomstig uit het Nederlandse beleid voor aanwijzing van gebieden ter uitvoering van de Habitatrichtlijn. Een gebied wordt aangewezen voor habitats en soorten die in een meer dan verwaarloosbare oppervlakte of populatie in het gebied voorkomen en wordt niet aangewezen voor habitats en soorten die slechts in een verwaarloosbare oppervlakte of populatie in het gebied voorkomen.
9.6. Gelet op wat hiervoor in 9.2-9.5 staat volgt de Afdeling de Vogelbescherming waar zij stelt dat met ‘in meer dan verwaarloosbare mate voorkomen’ hetzelfde wordt bedoeld als met ‘in significante mate voorkomen’ of ‘in significante hoeveelheden voorkomen’. De Afdeling leidt dan ook uit het voorgaande af dat een gebied dat als Vogelrichtlijngebied is geselecteerd, aangewezen moet worden voor vogels van bijlage I bij de Vogelrichtlijn en geregeld voorkomende trekvogelsoorten die in significante hoeveelheden/in een meer dan verwaarloosbare mate voorkomen in het gebied. Dit betekent ook dat een gebied niet hoeft te worden aangewezen voor de bedoelde vogelsoorten als zij slechts in niet-significante hoeveelheden/slechts in een verwaarloosbare mate voorkomen in het betrokken gebied.
9.7. De staatssecretaris heeft beoordelingsruimte bij de invulling van het criterium in ‘significante hoeveelheden’ of in ‘meer dan verwaarloosbare mate’. Bij de aanwijzing van Habitatrichtlijngebieden vult de staatssecretaris die beoordelingsruimte in met lage (absolute) drempels (minimum aanwezig areaal van een habitattype of minimale omvang van een populatie van habitatsoorten die bestendig gebruik maken van het gebied).
Omdat met in ‘meer dan verwaarloosbare mate’ en ‘significante hoeveelheden’ hetzelfde wordt bedoeld, en het criterium ‘in meer dan verwaarloosbare mate’ wordt ingevuld met een lage drempel, moet naar het oordeel van de Afdeling voor de invulling van het criterium ‘significante hoeveelheden’ ook worden uitgegaan van een lage drempel. De relatieve drempels uit het beleidskader, waarbij de aanwezigheid van vogelsoorten wordt gerelateerd aan de nationale of (internationale) biogeografische populatie, zijn daarop niet toegesneden en volstaan daarom niet. Met de relatieve drempels wordt naar het oordeel van de Afdeling geen juiste invulling gegeven aan de aanwijzingsverplichting van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn.
9.8. De staatssecretaris zal met inachtneming van wat hiervoor staat alsnog moeten bezien hoe hij invulling gaat geven aan de verplichting om een gebied aan te wijzen voor ‘overige kwalificerende soorten’ vogels van bijlage I van de Vogelrichtlijn en geregeld voorkomende trekvogelsoorten. In reactie op wat de staatssecretaris ter zitting naar voren heeft gebracht overweegt de Afdeling dat zij in het Elliniki-arrest geen ruimte ziet voor een andere invulling van ‘significante hoeveelheden’ of ‘in meer dan verwaarloosbare mate voorkomen’ voor soorten van bijlage I enerzijds en geregeld voorkomende trekvogelsoorten anderzijds. Dat voor dat onderscheid aanleiding bestaat, zoals de staatssecretaris stelt, omdat de toepassing van een lage drempel met name bij Vogelrichtlijngebieden op land leidt tot het toevoegen van veel vrij algemeen voorkomende trekvogelsoorten die geen beschermingsbehoefte hebben, leidt niet tot een ander oordeel. De Afdeling betrekt daarbij dat Nederland dit argument ook bij het Hof bij de behandeling van de Elliniki-zaak heeft ingebracht. De Afdeling leidt uit het arrest af dat de aanwijzingsverplichtingen uit de Habitat- en Vogelrichtlijn niet van elkaar verschillen (punt 40), dat er geen aanleiding is anders om te gaan met de soorten die aanleiding waren voor de selectie van het gebied en de overige kwalificerende soorten (punt 33) en dat er ook geen aanleiding is om anders om te gaan met de soorten uit bijlage I en de overige geregeld voorkomende trekvogelsoorten (punt 47 e.v.). Voor laatstgenoemde soorten moeten dus instandhoudingsdoelen worden opgenomen als deze in significante hoeveelheden/in meer dan verwaarloosbare mate voorkomen in het betrokken gebied. Wel is het, zo overweegt het Hof, aan de lidstaten om prioriteiten vast te stellen over de beschermingsmaatregelen die moeten worden vastgesteld en uitgevoerd in de gebieden. Het opnemen van instandhoudingsdoelstellingen voor deze soorten betekent dus niet automatisch ook het opnemen van beschermingsmaatregelen daarvoor.
10. De Vogelbescherming betoogt terecht dat de rechtbank, gelet op wat in 9-9.7 is overwogen, ten onrechte ervan uitgaat dat de aanwijzingsverplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn van elkaar verschillen. De rechtbank gaat er daarom ook ten onrechte vanuit dat het criterium dat een gebied moet worden aangewezen voor soorten die in een meer dan verwaarloosbare populatie in het gebied voorkomen, niet relevant is voor de uitleg van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn. Dat criterium is wel relevant en daarmee wordt hetzelfde bedoeld als ‘significante hoeveelheden’. Over de invulling van dat criterium betoogt de Vogelbescherming naar het oordeel van de Afdeling terecht dat de staatssecretaris met de relatieve drempels uit het beleidskader geen juiste invulling geeft aan de aanwijzingsverplichting van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Het betoog slaagt.
* ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3218: Awb, Wabo; weigering handhavingsverzoek, gebruik bosperceel als mountainbikeparcours, intensief of extensief recreatief gebruik, gebruikersaantallen, ruimtebeslag, natuur- en landschapsbeleving (Rb Zeeland-West-Brabant 23/10690)
6.1. Op grond van het bestemmingsplan rust op het bosperceel de bestemming “Natuur”. De daarvoor aangewezen gronden zijn op basis van artikel 8.1, onder e, van de planregels bestemd voor extensief recreatief medegebruik. In artikel 1.36 van de planregels wordt extensief recreatief medegebruik gedefinieerd als recreatief medegebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met uitzondering van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden en die in hoofdzaak gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving.
6.2. Anders dan de rechtbank, is de Afdeling van oordeel dat het gebruik van de gronden als mountainbikeparcours onder het begrip “extensief recreatief medegebruik” kan worden geschaard. Of het nu gaat om gebruikersaantallen van gemiddeld 150-200 per dag, zoals het college stelt, of om gebruikersaantallen van gemiddeld 250-300 per dag, zoals [wederpartij] stelt, van een intensief gebruik is naar het oordeel van de Afdeling geen sprake. Dat het mountainbikeparcours ook twee keer per jaar wordt gebruikt voor toertochten, laat de Afdeling, anders dan de rechtbank, buiten beschouwing, ook omdat voor deze toertochten vergunningen moeten worden aangevraagd.
Verder is de Afdeling, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het mountainbikeparcours geen specifiek beslag legt op de ruimte. Op grond van artikel 1.36 van de planregels valt ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden niet onder specifiek ruimtebeslag. Het mountainbikeparcours zelf, dat op het perceel van [wederpartij] bestaat uit een onverhard pad, legt geen specifiek beslag op de ruimte. Niet is gebleken dat er op andere wijze door het mountainbikeparcours of het gebruik daarvan specifiek beslag op de ruimte wordt gelegd.
Ten slotte kan, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, niet gezegd worden dat het gebruik van het mountainbikeparcours niet in hoofdzaak gericht is op natuur- en landschapsbeleving. Dat het mogelijk gaat om een andere vorm van natuurbeleving dan bijvoorbeeld bij wandelen, paardrijden of fietsen, maakt niet dat het gebruik van het mountainbikeparcours niet in hoofdzaak gericht is op natuur- en landschapsbeleving.
STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates
Berthy van den Broek, Senior legal consultant bij RoyalHaskoningDHV en geassocieerd medewerker bij het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht, schreef een annotatie bij acht uitspraken van de Afdeling van 21 mei 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2311, ECLI:NL:RVS:2025:2312, ECLI:NL:RVS:2025:2314, ECLI:NL:RVS:2025:2317, ECLI:NL:RVS:2025:2318, ECLI:NL:RVS:2025:2319, ECLI:NL:RVS:2025:2320 en ECLI:NL:RVS:2025:2136). Deze uitspraken gaan over planschade vanwege het provinciaal inpassingsplan Windpark Spui. Dit inpassingsplan heeft de realisering van het Windpark Spui bestaande uit vijf windturbines langs het Spui in de gemeente Hoeksche Waard, planologisch mogelijk gemaakt. De uitspraken bieden enkele belangrijke uitgangspunten voor het beoordelen van planschade bij de oprichting van windturbines in een omgeving met een agrarisch karakter. In de annotatie wordt ingegaan op de overwegingen van de Afdeling over de schadefactoren uitzicht, situeringswaarde, geluidsoverlast, gezondheidsrisico’s. Daarnaast komen de aspecten voorzienbaarheid en het normaal maatschappelijk risico aan de orde.