Volgens de omschrijvingen in Van Dale van de begrippen ‘aaneen’ en ‘stapelen’, kan gestapeld ook aaneen zijn. Gelet op de planregels is in casu de bouw van gestapelde woningen binnen de diverse woonbestemmingen toegelaten.

Casus

Appellante is eigenaresse van de woning. Op grond van het bestemmingsplan ‘Soesterkwartier’ geldt op het perceel de bestemming ‘ Wonen – 1’. Appellante heeft op 15 december 2021 bij het college een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het verbouwen van de woning tot vier zelfstandige wooneenheden die uit meerdere ruimten bestaan, te weten twee studio’s op de begane grond en twee studio’s op de eerste etage met daarboven elk een slaapkamer onder de kap van de woning. Bij besluit van 4 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort geweigerd aan appellante een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een woning op een perceel in Amersfoort. Het college heeft de aanvraag met toepassing van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geweigerd, omdat het bouwplan volgens het college in strijd is met de bestemming ‘Wonen – 1’. Binnen die bestemming mag volgens het college alleen aaneen worden gebouwd, terwijl de studio’s volgens het college geen aaneen gebouwde woningen zijn. Het college heeft hierbij gewezen op de systematiek van de vijf onderscheiden woonbestemmingen in het bestemmingsplan. In het besluit van 4 februari 2022 heeft het college gesteld dat het bouwplan voorziet in gestapelde woningen die alleen mogen worden gebouwd binnen de bestemming ‘Wonen – 4’. In het besluit van 25 mei 2022 heeft het college gesteld dat de studio’s het karakter hebben van meergezinswoningen die alleen mogen worden gebouwd binnen de bestemming ‘Wonen – 5’. In beroep heeft het college weer gesteld dat het bouwplan voorziet in gestapelde woningen.

Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan geen betrekking heeft op aaneen gebouwde woningen, maar op gestapelde woningen en dat het bouwplan daarom in strijd is met artikel 17.2.1, aanhef en onder a, van de regels van het bestemmingsplan. Appellante voert aan dat de vier studio’s woningen zijn als bedoeld in het bestemmingsplan en dat uit het bestemmingsplan niet volgt dat aaneen gebouwde woningen niet mogen worden gestapeld, maar grondgebonden moeten zijn.

Rechtspraak

Heeft het college terecht geoordeeld dat de aanvraag van appellante in strijd is met het bestemmingsplan?

Uitspraak

Voor het antwoord op de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming(en) en aanduiding(en) en de daarbij behorende regels bepalend. Vanwege de rechtszekerheid moet een planregel letterlijk worden uitgelegd. Als die op zichzelf niet duidelijk is en ook niet in samenhang met de andere planregels (systematiek), dan komt betekenis toe aan de niet bindende plantoelichting. Die plantoelichting kan namelijk meer inzicht geven in de bedoeling van de planwetgever.

De studio’s zijn zelfstandige wooneenheden die dienen te worden aangemerkt als woningen als bedoeld in artikel 1.87 van de planregels. Het perceel is bestemd voor woningen die aaneen worden gebouwd. In de planregels wordt niet omschreven wat onder de begrippen ‘aaneen gebouwd’ en ‘gestapelde woningen’ moet worden verstaan. In het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal wordt ‘aaneen’ omschreven als ‘aan elkaar, zonder of met geringe tussenruimte’ en ‘stapelen’ als ‘zaken op elkaar stapelen’. Volgens deze omschrijvingen, die niet aan elkaar zijn tegengesteld, kan gestapeld ook aaneen zijn. Gelet hierop sluit artikel 17.2.1, aanhef en onder a, van de planregels, wanneer deze bepaling op zichzelf wordt bezien, niet uit dat binnen de bestemming ‘Wonen – 1’ gestapeld mag worden gebouwd. Hetzelfde volgt uit deze bepaling wanneer deze in samenhang met de andere planregels (systematiek) wordt bezien. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat in geen van de andere planregels wordt bepaald dat gestapelde woningen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de bestemming ‘Wonen – 4’. Weliswaar volgt uit artikel 20.2.1, aanhef en onder a, van de planregels dat binnen de bestemming ‘Wonen – 4’ alleen gestapelde woningen mogen worden gebouwd, maar daaruit volgt niet dat gestapelde woningen niet elders in het plangebied zijn toegestaan. Omdat de planregels op dit punt voldoende duidelijk zijn, komt geen betekenis toe aan de plantoelichting waar overigens ook niet uit kan worden afgeleid dat de planwetgever heeft beoogd om gestapelde woningen niet toe te staan binnen de bestemming ‘Wonen – 1’. Voor zover het bouwplan in meergezinswoningen voorziet, volgt uit artikel 17.2.1, aanhef en onder a, bezien op zichzelf en in samenhang met de overige planregels, ook niet dat meergezinswoningen, voor zover aaneen gebouwd, niet binnen de bestemming ‘Wonen – 1’ mogen worden gerealiseerd. Het bouwplan voldoet daarmee aan het op grond van artikel 17.2.1, aanhef en onder a, van de planregels geldende vereiste dat de studio’s aaneen moeten worden gebouwd. Gelet daarop is het bouwplan in zoverre niet in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft niet onderkend dat het college de weigering om de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen ondeugdelijk heeft gemotiveerd.

Rechtelijke Instantie : Raad van State
Datum Uitspraak : 29-10-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RVS:2025:5037
Gijsbert Keus

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder