Uit de vergunning en de aanvraag die daar deel van uitmaakt blijkt niet dat een maximale productiecapaciteit is vergund.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente heeft een last onder dwangsom van € 100.000 opgelegd aan een bedrijf dat veevoer produceert. De last is opgelegd vanwege overschrijding van de maximale productie aan veevoer per jaar. De dwangsom is ook ingevorderd. Het bedrijf stelt dat de productie niet is gemaximeerd in haar vergunning, zodat zij geen overtreding heeft begaan.

Rechtsvraag

Bevat de vergunning een maximale productiecapaciteit per jaar?

Uitspraak

In voorschrift 1.1. bij de vergunning van 7 augustus 2007 is bepaald dat het aanvraagformulier voor deze vergunning en de daarbij behorende als zodanig gewaarmerkte tekeningen en overige bijlagen deel uitmaken van de vergunning.

De rechtbank stelt vast dat noch in de tekst van de vergunning van 7 augustus 2007, noch in de bij deze vergunning behorende voorschriften een maximale productie per kalenderjaar is vastgelegd. Partijen verschillen van mening over de vraag of dit maximum wel volgt uit de overige bijlagen bij deze vergunning.

Ter zitting heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de maximale productie volgt uit bladzijde 10 van 15 van het aanvraagformulier, van 24 april 2007. Daar is, voor zover hier van belang, bij het onderdeel milieuzorg het volgende vermeld:
Hoeveel bedraagt het jaargebruik (2005) van: Bijbehorende energiekosten:
Benchmarkcijfer bij 73.000 ton geperst product:
Gas: 137.800 m3
 € 54.000,- 2 m3/ton
Water: 1.372 m3
€ 1.900,-
Elektriciteit: 2.860.000 KWh € 249.100,- 39 KWh/ton

De rechtbank is van oordeel dat uit de vermelding ‘Benchmarkcijfer bij 73.000 ton geperst product’ niet kan worden afgeleid dat een maximale productie van 73.281 ton veevoer per kalenderjaar is aangevraagd. Het getal 73.000 is geplaatst in de context van de gehanteerde benchmarkcijfers, niet in de context van de maximale productie per kalenderjaar. Hierbij komt dat het hier genoemde getal van 73.000 ton niet overeenkomt met het door het college als maximale productie gehanteerde getal van 73.281 ton.

Ter zitting heeft het college verder gewezen op paragraaf 11.4 van de bij de vergunning van 7 augustus 2007 behorende toelichting op de vergunningaanvraag van [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]), van 25 april 2007. De rechtbank stelt vast dat deze paragraaf in de door [bedrijf] gegeven toelichting betrekking heeft op het aspect geur. Aangegeven is dat in het rekenmodel Geurnorm 3.1 is gerekend met een productie van 73.281 ton op jaarbasis, die zodanig is verdeeld dat de geurnorm van 2 g.e./m niet wordt overschreden. De genoemde productie van 73.281 ton is enkel genoemd in het kader van de geurberekening. De rechtbank is van oordeel dat uit het gegeven dat bij deze berekening is uitgegaan van een productie die niet hoger is dan 73.281 ton op jaarbasis niet kan worden afgeleid dat destijds een maximale productiecapaciteit van 73.281 ton per kalenderjaar is aangevraagd en vergund, waarop nu het handhavend optreden kan worden gebaseerd.

Uit de overige tekeningen en bijlagen bij de vergunning van 7 augustus 2007 kan de rechtbank evenmin afleiden dat een maximale productiecapaciteit van 73.281 ton veevoer per kalenderjaar is aangevraagd en vergund.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Overijssel
Datum Uitspraak : 07-11-2025
Eclinummer : ECLI:NL:RBOVE:2025:6471
Jelle van de Poel

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder