Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3673: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, bouwproject, zijuitbouw, vergunningvrij, oorspronkelijk hoofdgebouw, bestemming tuin geen onderdeel erf, oppervlakte bebouwingsgebied (Rb Noord-Holland 21/4029)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3446: Awb, Wbr; Wbr-vergunning, verzorgingsplaats, oplaadstation met laadplekken, basisvoorziening, toepasselijkheid overgangsrecht Kennisgeving 2017, voldoende ruimte elektrisch laden, in verdelingsprocedure verworven rechten, lopende aanvraag (Rb Zeeland-West-Brabant 21/5236)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3670: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, aanleg uitweg, openbaar groen, grinduitweg, tweede uitweg, grasstrook (Rb Noord-Holland 21/6565)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:447: Awb, Wbr; Wbr-vergunning, verzorgingsplaats, oplaadstation met laadplekken, basisvoorziening, overgangsrecht Kennisgeving 2017 (Rb Zeeland-West-Brabant 22/5636)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3659: Awb, Wro; bpl, glastuinbouw, uniformering regels, handhavingsstrategie, legaliseren, bedrijfswoningen, ruimtelijke binding, privégebruik agrarische gronden, ongewijzigd gebruik, oppervlakte glasopstanden, siertuin, archeologie, belemmering bedrijfsvoering, alternatieve inrichting perceel, uitbreiding woonbestemming, koopoptie, concreet initiatief, gelijkheidsbeginsel, ontsluitingswegen, tussenuitspraak
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3674: Awb, Wabo; omgevingsvergunning verbouwing twee zorgwoningen, vier woningen, geen weerlegging van uitspraak rechtbank, woon- en leefklimaat, parkeren, verkeersveiligheid (Rb Oost-Brabant 22/740 en 22/832)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3671: Awb, Wabo; omgevingsvergunning plaatsen hekwerk, afsluiten pad over percelen, toegankelijkheid wandelaars, openbare weg, handhaving hoogte hek (Rb Zeeland-West-Brabant 22/2170, 22/4340 en 23/859)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3445: Awb, Wbr; Wbr-vergunning, verzorgingsplaats, verplaatsen bestaande elektrische laadplekken, basisvoorzieningen, Didam-regels, overgangsrecht Kennisgeving 2017 (Rb Zeeland-West-Brabant 23/2865)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3685: Awb, Wnb; natuurvergunning, uitbreiding en exploitatie geitenhouderij, verlengen bestaande stallen, dierenwelzijnseisen, natuurlijke ventilatie/mechanische ventilatie, tijdelijke toename, luchtwassers, stikstofruimte leasen, toepasbaarheid regels extern salderen op leasen, additionaliteitsvereiste (Rb Gelderland 22/482)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3672: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, parkeren, wijziging parkeerbeleid, parkeerdruk als gevolg van plan, parkeervergunningbeleid, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3651: Awb, Wnb; afwijzing verzoek intrekking natuurvergunning, uitbreiding veestappel, ammoniakemissie, Logtsebaan-uitspraak, staat van instandhouding, nemen andere passende maatregelen onvoldoende inzichtelijk, evenredigheid maatregel intrekking, niet in stand laten rechtsgevolgen, nieuw besluit op bezwaar met ongegrondverklaring, niet beslist op bezwaren, verzoek tot vovo afgewezen (Rb Noord-Nederland 22/2711)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3675: Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, strijd bpl, verwijderen en verwijderd houden badkamer, bedrijfsactiviteiten, bewoning, uitleg planregels, begrip “verdieping” (Rb Zeeland-West-Brabant 24/1465 en 24/1604)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3658: Awb, Wabo; omgevingsvergunning woningbouw, activiteiten bouwen en aanleggen uitweg, woon- en leefklimaat, uitleg bouwregels, anti-dubbeltelbepaling, redelijkheid en billijkheid, welstand, welstandsadvies, verkeersveiligheid, APV, twee afzonderlijke uitwegen (Rb Rotterdam 21/5930)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3681: Awb, Wro; weigering vaststellen ontwerpwijzigingsplan, wijzigingsbevoegdheid, wijzigingsvoorwaarden, agrarische bedrijfsactiviteiten, slopen aanwezige bebouwing, agrarische bouwvlak, oppervlak bijgebouwen, gelijkheidsbeginsel
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3683: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen stallencomplex, paardenhouderij, kappen bomen, stallen, paddocks, rijbak, kantine, opslagruimte, gebruik stallencomplex, voldoende parkeergelegenheid, OBM, soortenbescherming, quickscan (Rb Midden-Nederland 22/4472)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3655: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, bijbehorend bouwwerk, bouwwerk bij paardenkraamhotel, verblijf medewerker, hoogdrachtige merries uitgebreide of reguliere procedure, verklaring van geen bedenkingen (Rb Midden-Nederland 23/6309)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3669: Awb, Gmw; openbare waardevolle bomenkaart, APV, kapverbod, afwijking/bij uitzondering, gemeentelijk eigendom, particulier eigendom, punten, boomwaarderingssysteem, beoordelingscriteria rekenblad, geen herstel motiveringsgebrek (Rb Zeeland-West-Brabant 23/3166)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3662: Awb, Wro; bpl, 25 woningen, voedselbos, bouwbedrijf, ladder voor duurzame verstedelijking, waterhuishouding, kwantitatieve en kwalitatieve behoefte, wateroverlast, tussenuitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3665: Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning, gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt, woningbouw, maatschappelijke voorziening, parkeren, onderzoek parkeerdruk, parkeeroverlast, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3682: Awb, Wnb; ontheffing, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bouwplan, slopen paardenstal, kap naaldbomen, zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats, geleidende groenelementen en bestaande groenstructuren, maatregelen tegen geluidverstoring, rechtszekerheid voorschrift, locatie tweede permanente verblijfplaats (Rb Oost-Brabant 23/1615)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3656: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, veranderen en vergroten woning, extra bouwlaag, parapluherziening (fiets)parkeren, maximale loopafstand (Rb Den Haag 22/6225 en 22/6229)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3406: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning vergroten paardenkraamhotel, legalisering uitbreiding schuur, bopa, strijd met instructieregel, gebruik afwijkingsregels, rechtszekerheidsbeginsel, nieuwe weigeringsgronden, provinciale regels, volwaardigheid agrarisch bedrijf (Rb Midden-Nederland 24/6124)
¶ ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3680: Awb, Ow; machtiging binnentreden pand, spoedeisende bestuursdwang, bedrijfshal, schoonmaakbedrijf, huisvesting arbeidsmigranten, strijd omgevingsplan, slaapruimtes, ventilatie, rookmelders, Besluit bouwwerken leefomgeving, elektrische verwarmingen, brandveiligheid, bezwaar niet-ontvankelijk, procesbelang (Rb Overijssel 24/3118)
¶ ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3652: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, realiseren bed & breakfast, bopa, Besluit kwaliteit leefomgeving, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, beleidsruimte, beleidsregels, poortje, openbaar grasveld, uitstraling, privacy, belangenafweging (Rb Rotterdam 25/3878 en 25/4231)
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3684: Awb, TwG, BW; schadevergoeding, fysieke mijnbouwschade, tegenadvies, bewijsvermoeden, schades binnengevels, buitengevels, gelijkheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, wettelijke rente (Rb Noord-Nederland 23/764)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 juni 2026, ECLI:NL:CBB:2026:281: Awb, Verordening 715/2009; besluiten tot certificering, gasopslagsysteembeheerder, Underground Gas Storage, Gasrichtlijn, bevoegdheid ACM, Gaswet, nationale wetgever, dynamische verwijzing, geconsolideerde tekst, rechtstreeks toepasselijk, opslaginstallaties, feitelijk gebruik bepalend, Interpretative Note, geen gas gewonnen, gas geïnjecteerd, schommelingen vraag en aanbod opvangen, productiedoeleinden, historische situatie, artikel 1 EP EVRM
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 juni 2026, ECLI:NL:CBB:2026:283: Awb, Landelijke beëindigingsregeling voor stikstofreductie; intrekking verleningsbesluit, subsidie, beëindiging veehouderijlocatie, uitspraak Afdeling, natuurvergunning, verplichting, terugsturen ondertekende overeenkomst, termijn verlengd, uitstel gegeven, bevoegd tot intrekking, uitbreiding, Unierechtelijke context, (verboden) staatssteun, Europese Commissie, staatsteunkaders, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Midden-Nederland 19 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3530 en Rechtbank Midden-Nederland 19 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3531: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, verplaatsing beschermd wonen, herstelbesluit, aantal wooneenheden, voorschriften, sociale veiligheid, stappenplan, klachten overlast, voldoende concreet en handhaafbaar, voorbereidingsprocedure, normstelling, locatiekeuze, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Oost-Brabant 19 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4433: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, bouwen (omgevingsplan) en afwijken regels omgevingsplan, opvang asielzoekers, spoedeisend belang, bouwwerkzaamheden, belangenafweging, geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel, geen zicht, verlies enig zicht slaapkamer, verkeersveiligheid, bouwverkeer, fietsers, omgevingsvergunning technische bouwactiviteit, handhaven veiligheidsvoorschriften, onomkeerbaarheid bouw, belang COA, voldoende opvangplaatsen, feit van algemene bekendheid, hotel, zwaarwegend belang, afwijzing verzoek
* ABRvS 18 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3538: Awb, Gmw, Alcoholwet; vovo, alcoholwetvergunning, exploitatievergunning, geen spoedeisend belang, gedeeltelijke herroeping verleende vergunningen, horeca-activiteiten, tuin, geplande activiteiten/doorgang, plannen bruiloften, reputatieschade, rekening en risico, financiële gegevens, omzetverlies, financieel belang, financiële noodsituatie, continuïteit
¶ Rechtbank Overijssel 18 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3435: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, emissiegrenswaarden, productie, spoedeisend, al opgetreden/last onder dwangsom, Environox-systeem, begunstigingstermijn, advisering GGD, leefniveau/immissiegrenswaarden, geen acute gezondheidsrisico, afwijzing verzoek
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5308: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, hotelkamers, omgevingsplan, bpl, horeca, Staat van Horeca-activiteiten, verbeelding, bestemming en daarbij behorende regels, rechtszekerheid, letterlijke uitleg, normaal spraakgebruik, bruto vloeroppervlak, planregel duidelijk, vernietigen bob, herroepen primaire besluit
¶ Rechtbank Gelderland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4772: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit en technische bouwactiviteit, loods, reguliere voorbereidingsprocedure, artikel 16.65 Ow, afwijken parkeernorm, werknemers en chauffeurs, luchtfoto’s, feitelijke parkeerbezetting, laad- en loscapaciteit, verkeerskundige, operationele efficiëntie, verkeersveiligheid, manoeuvreerruimte, welstandsadvies, stedenbouwkundige aspecten, bouwmogelijkheden bpl, bouwperceel
* Rechtbank Gelderland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4780: Awb; vovo, afwijzing verzoek intrekking last onder bestuursdwang, kennelijk ongegrond, zonder zitting, bestaande bedrijfswoning, omgevingsvergunning, voorschrift/sloopverplichting, lasten onder dwangsom, dwangsommen verbeurd, last onder bestuursdwang/onherroepelijk, feiten en omstandigheden, andersluidend besluit, bijzondere omstandigheden, afwijzing verzoek
¶ Rechtbank Oost-Brabant 16 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4434: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, opslag en verkoop gasflessen, vullen gasflessen vanuit propaantank, omgevingsvergunning, vloeibare gevaarlijke stoffen, ADR-klasse 3, Besluit activiteiten leefomgeving, melding, vergunningplicht, opslagvoorziening, toelaten toezichthouders, controlerapport, voorschrift, PGS 15, voorgeschreven afstand, totale waterinhoud, vergunde capaciteit/feitelijk aanwezige capaciteit, renvooilijst, buitenpandige opslagvoorziening, brandwerendheid muur, brandbare stoffen, brandgevaarlijke activiteiten, inschakeling STAB, treffen voorziening, tussenuitspraak
* Rechtbank Limburg 16 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5750: Awb, Gmw; vovo, evenementenvergunning, spoedeisend belang, voorschriften, beleidsregel, geluidbelasting, maximaal geluidniveau, rechtszekerheid, overwegingen, specifieke voorwaarden geluid, kennelijke verschrijving, omgevingsvergunning, omgevingsplan, vertrouwensbeginsel, stappenplan, eerste twee stappen, derde stap/belangenafweging, niet honoreren gewekte vertrouwen, afwijzing verzoek
* Rechtbank Den Haag 15 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16994: BW; kort geding, voorgenomen verkoop, perceel grond, gemeente aan veiligheidsregio, huisvesting brandweer, vordering/gebod intrekken voornemen verkoop, verbod/verkopen en leveren aan de veiligheidsregio, selectieprocedure, Didam-arresten, potentiële gegadigden, objectieve, toetsbare en redelijke criteria, één serieuze gegadigde, ratio Didam-regels, toets der kritiek, publicatie, gestelde criteria, exploitatie brandweerkazerne, selectiecriterium, vertrouwensbeginsel, persoonlijk op publicaties wijzen/niet verplicht, afwijzing gevorderde
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5250: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, omgevingsplan, aan- en afrijden vrachtwagens, woonbestemming, milieubelastende activiteiten, Besluit activiteiten leefomgeving, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, gelijkheidsbeginsel, principebesluit, begunstigingstermijn, VTH-beleid, bezwaargronden geen redelijke kans van slagen, afwijzing verzoek
¶ Rechtbank Noord-Holland 15 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7390: Awb, Ow; omgevingsvergunning bopa, hoge vakwerkmast mobiele telecommunicatie, Besluit kwaliteit leefomgeving, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, participatie, participatietraject, vrijwillig en vormvrij, participatieverordening, inspraak, belangenverstrengeling, aanlevering onderbouwing door aanvrager, hoofdregel bewijsrecht, stellingen met bewijs onderbouwen, noodzaak, dekkingskaart, alternatieven, ruimtelijke uitstraling mast, natuurtoestemmingen, relativiteitsvereiste, Besluit activiteiten leefomgeving, verwevenheid, soortenbescherming, voorschriften, algemene regels bouwen mast/Besluit bouwwerken leefomgeving
* Rechtbank Limburg 15 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5702: Awb, Wvw 1994; vovo en kortsluiten, afwijzing aanvraag parkeerontheffing uitrit, spoedeisend belang, RVV 1990, beleidsruimte, beleid, minimale afmeting breedte, bijzondere omstandigheden, jarenlang parkeerontheffing, overlast, situatie ter plaatse, eigen parkeergelegenheid, garage/bedrijfsruimte, bedrijfsmatig ingericht, strikte naleving/doelstelling Wvw
¶ Rechtbank Gelderland 15 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4753: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, opbouw bijgebouw, bijbehorende bouwwerken, carport op voorerf, spoedeisend belang, overtreding, tijdelijk deel omgevingsplan, garage, overkapping, bpl, uitbreiding hoofdgebouw, oorspronkelijk hoofdgebouw, gebruik, meerdere wanden, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, planologisch strijdig gebruik, aanvraag ingediend, voornemen weigering, geen bereidheid, last, herstelmaatregelen, geen limitatieve opsomming, alternatieve oplossingen, vergunningvrij bouwen, verstrijken begunstigingstermijn, aansluiten bij oorspronkelijke termijn, verlengen begunstigingstermijn/voorlopige voorziening
¶ Rechtbank Gelderland 15 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4681: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, waterschapsverordening, drijvende vlonder/zonder omgevingsvergunning, primaire watergang, overtreding, begrip “vlonder”, geen definitie, toelichting, beleidsregels, waterbeleving, motor en stuurrichting, evenredigheid handhavend optreden, gelijkheidsbeginsel, tijdverloop/elf jaar, toename aantal overtredingen, prioritering, belang kwaliteit water en ecologie, beschoeiing, hoogte dwangsom
¶ Rechtbank Gelderland 12 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4680: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, begeleid wonen, omgevingsplan, tijdelijke deel, overtreding, uitleg planregel, letterlijke uitleg, maatschappelijke dienstverlening, zorgindicatie Wmo, verblijf/sterk verweven met begeleiding, bedoeling planwetgever, geen overtreding, geschil definitief beslechten, zelf in de zaak voorzien, herroepen last onder dwangsom
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5191: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu (revisie), productie pallets en transportkisten, beheer palletpool, machinaal bewerken, type C-inrichting, beoordelingsruimte, bescherming van het milieu, voorzorg, geluid, geluidniveaus, Nota industrielawaai, Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening, langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, akoestisch onderzoek, metingen, geluiddempers, voorschrift, referentiepunten, geluidreducerende maatregelen
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5149: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, afvoerhoogte uitmonding rookgasafvoerkanaal, Besluit bouwwerken leefomgeving, overtreding, verbouw, minimale emissieniveau, rechtsens verkregen niveau, nota van toelichting, rookdoorlatendheid, NEN 2757, toezichthouder
¶ Rechtbank Oost-Brabant 11 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4065: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, bewoning bedrijfswoning, uitoefening niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, evenredigheid handhavend optreden, geen concreet zicht op legalisatie, aanvraag wijziging omgevingsplan, geen ontwerpbesluit tot wijziging, geen bijzondere omstandigheden, grondverzet- en bestratingsbedrijf, eigen rekening en risico, wettelijke regels vergunningplicht, naleving regels omgevingsplan, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, hoogte dwangsom, zwaarte geschonden belang, beoogde werking dwangsom, gerede twijfel, financiële prikkel, lengte begunstigingstermijn, enige vrijheid, krapte woningmarkt, algemene bekendheid, mantelzorg, treffen voorlopige voorziening, verlengen begunstigingstermijn/terugwerkende kracht
¶ Rechtbank Gelderland 11 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4570: Awb, Ow; intrekking omgevingsvergunningen jachtgeweeractiviteit, procesbelang, weer beschikken jachtaktes, geen invloed toekomstige aanvragen, beroep niet-ontvankelijk
¶ Rechtbank Oost-Brabant 10 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4037: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, verhuuronderneming, geluid, artikel 4.5 Invoeringswet Omgevingswet, datum oorspronkelijke handhavingsverzoek, ambtshalve genomen besluit, handhaafbaarheid last, maatwerkvoorschriften, beleids- en beoordelingsruimte, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, meetmethodiek, omgevingsplan, Omgevingsregeling, bijlage IVh, methode II.1, modelmatige berekening, indirecte hinder, aan- en afrijden verkeer, zorgplicht, hoogte dwangsom, beroep verhuurbedrijf, geluidsmetingen, meetapparatuur, meetperiode, invordering, meetverslag, concrete aanknopingspunten voor twijfel, heftruckgeluiden
* Rechtbank Gelderland 10 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4563: Awb; vovo en kortsluiten, verlengen begunstigingstermijn, last onder dwangsom, herhaald verzoek, nieuwe feiten en omstandigheden, “kan”, geen verplichting, gelijkheidsbeginsel, geen gelijk geval, duur begunstigingstermijn, voldoende concreet, afbreken bouwwerken, grote impact, zicht, afweging belangen
¶ Rechtbank Den Haag 5 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15663: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, woningcorporatie, appartementencomplex, mechanische ventilatie, Besluit bouwwerken leefomgeving, kennelijk ongegrond/bezwaarfase, hoorzitting, onderzoek ter plaatse, overtreding, handhavingsinspecteur, gebruiksuren, luchtverversing, technische eisen, rookmelder/koken
* Rechtbank Den Haag 5 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15122: Awb, Wabo; omgevingsvergunning verbouwen rijksmonument, dakterras, koetshuis, geen strijd bpl, normaal gebruik wonen, planregels, geen limitatieve lijst/bijbehorende voorzieningen, bouwregels, bouwvlak, hoogte afscheiding, maximale bouwhoogte, welstandsadvies, advies deskundige, concrete aanknopingspunten voor twijfel, uiterlijk hekwerk, geen tegenadvies deskundige, geen ruimte belangenafweging, privacy, evidente privaatrechtelijke belemmering, artikel 5:50 BW, vertrouwensbeginsel, uitlating, toezegging, e-mailbericht, welbewuste standpuntbepaling, jurist team omgevingsvergunningen, gebonden beschikking, schadevergoeding, geen schade gesteld of gevorderd, investeringen, onomkeerbare handelingen, civiele rechter
* Rechtbank Den Haag 5 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15123: Awb; beroep niet tijdig beslissen, aanvraag omgevingsvergunning, twee keer dwangsommen opgelegd door rechtbank, beroep kennelijk gegrond, verweerschrift, verklaring van geen bedenkingen, uov, terinzagelegging ontwerpbesluit, zienswijze, raadsvoorstel, maximale dwangsom verbeurd, trage besluitvorming, landelijk beleid, termijn van twee weken
* Rechtbank Amsterdam 4 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5564: Awb, Hvw; vovo, bestuurlijke boete, openbaarmaking gegevens, Wet goed verhuurderschap, spoedeisend belang, overtreding, energielabel, bestaande huurovereenkomsten, overgangsrecht, geen voorlopig oordeel, handhavingsstrategie, herstelsanctie, boete, memorie van toelichting, nota nav nader verslag, bedoeling wetgever, meewegen alle omstandigheden, toewijzen verzoek
¶ Rechtbank Midden-Nederland 3 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3056: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, overtreding, bouwwerk zonder omgevingsvergunning, vergunningvrij, schutting, buiten achtererfgebied, niet vergunningvrij, omgevingsplan, beginselplicht tot handhaving, concreet zicht op legalisatie, negatief advies afdeling Stedenbouw, geen aanvraag ingediend, niet bereid omgevingsvergunning te verlenen, stedenbouwkundige opzet woonwijk, privacy, veiligheid, alternatieven, gelijkheidsbeginsel, tijdsverloop, begunstigingstermijn
¶ Rechtbank Den Haag 29 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15464: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, landgoedeigenaar, inrichting landgoed, landschapsplan, bpl, tijdelijk deel omgevingsplan, voorwaardelijke verplichting, spoedeisend belang, verbeuren dwangsom, voldoen lasten, ingrijpende (grond)werkzaamheden, belanghebbende, ander dan de overtreder, feitelijke, juridische en financiële binding, woon- en leefomgeving, belangenafweging, toewijzing verzoek
¶ Rechtbank Den Haag 29 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15462: Awb, Ow; vovo, handhaving, dwangsom, landgoedeigenaar, inrichting landgoed, bpl, tijdelijk deel omgevingsplan, voorwaardelijke verplichting, spoedeisend belang, dwangsommen verbeuren, ingrijpende (grond)werkzaamheden, nader stuk, goede procesorde, overtreding, nader onderzoek, landschapsplan/zekere globaliteit, kadewegen, evenredigheid handhavend optreden, geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel, belangenafweging, belang verzoekster, toewijzing verzoek
* Rechtbank Den Haag 29 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15418: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen woonhuis, activiteiten bouwen, uitvoeren werk of werkzaamheid en afwijken bpl, geen vvgb, vertrouwensbeginsel, stappenplan, principebesluit, positieve grondhouding, ambtelijk standpunt, geen ondubbelzinnige toezegging, lijst met categorieën gevallen, structuurvisie, artikel 3:11 Awb, motivering weigering, nieuw besluit met inachtneming uitspraak
¶ Rechtbank Gelderland 28 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4205: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, permanente bewoning recreatiewoningen, Woo-verzoek, procedure bezwaarschriftencommissie, zakelijke weergave/letterlijke weergave, mandaatbesluit, geldig mandaat, ten uitvoer leggen bestuurlijke sanctie, verlengen begunstigingstermijn, overtreding, inschrijvingen BRP, tijdelijk deel omgevingsplan, beginselplicht tot handhaving, handhavingsbeleid, vertrouwensbeginsel, concreet zicht op legalisatie, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel, verhoging dwangsom
¶ Rechtbank Den Haag 28 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15559: Awb, Ow; afwijzing aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, veranderen winkelruimte naar woonruimte, wijzigen gevel gemeentelijk monument, omgevingsplan, tijdelijk deel, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, gemeentelijk beleid, gelijkheidsbeginsel, belangenafweging, beleidsruimte, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, woningnood, huisvesten familielid, monumentale waarden/benodigde omgevingsvergunning niet aangevraagd, geen aanvraag/niet op beslissen
* Rechtbank Midden-Nederland 28 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3002: Awb, Wvw 1994; handhavingsverzoek, niet tijdig beslissen, verkeersmaatregelen, (ontbreken) wettelijke grondslag, verminderen aantal parkeerplaatsen, afsluiten doorgaand autoverkeer, afsluitpalen, geen besluit op handhavingsverzoek, aankondiging voorbereiden handhavingsverzoek, stellen termijn, bestuurlijke dwangsom, kennelijk gegrond
* Rechtbank Midden-Nederland 28 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3003: Awb; vovo, handhavingsverzoek, verkeersmaatregelen, parkeerterrein winkelcentrum, procesbelang, bespoedigen beslissing handhavingsverzoek, beroep niet tijdig beslissen, opdracht nemen beslissing, terugdraaien maatregelen, geen verkeersbesluiten, bestuursrechter niet bevoegd, civiele rechter, afwijzing verzoek
* Rechtbank Rotterdam 27 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7138: BW; aankoopmakelaar, koopovereenkomst, olietank, KIWA certificaat, sanering, bodemverontreiniging, bodemonderzoek, goed opdrachtnemer, ontbindende voorwaarde, tekstvoorstellen, letterlijke tekst, niet voor andere uitleg vatbaar, saneren/verplicht vanuit gemeente, redelijkheid en billijkheid, vergunningplichtige verbouwingen, mededelingsplicht, onderzoeksplicht, causaal verband, non-conformiteit, dwaling
* Rechtbank Gelderland 27 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4143: Awb, Waterwet; nadeelcompensatie, gedoogplicht, projectplan, dijkversterking, uitvoering werken en werkzaamheden, minnelijk traject, aantasting onroerende zaak, volledige vergoeding, omvang schadevergoeding, deskundigen, concrete aanknopingspunten voor twijfel, tijdelijk gebruik weiland, permanente gebruiksbeperking, waardevermindering, abstracte benadering schadeberekening, richtlijnen, gehanteerde methode, inkomensschade, werkelijke waarde, onteigeningsrecht, BTW, deskundigenkosten
¶ Rechtbank Den Haag 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15445: Awb, Ow; afwijzing aanvraag jachtgeweeractiviteit, Besluit kwaliteit leefomgeving, Circulaire wapens en munitie 2019, beoordelingsruimte, psychiatrische rapportage, stressvolle situatie, peilmoment/dag bestreden besluit, twijfel, niet objectief toetsbaar, openbare orde en veiligheid, vertrouwensbeginsel, stappenplan, geen schriftelijk stuk met concrete toezegging, geen welbewuste standpuntbepaling, nieuw besluit op administratief beroep, geen bestuurlijke lus, geen doelmatige en efficiënte wijze/afdoen zaak
* Rechtbank Den Haag 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15420: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning bouwen twee woonzorggebouwen, activiteiten bouwen en afwijken bpl, beleidsruimte, bezonning, Haagse bezonningsnorm, geen wettelijke norm, woon- en leefklimaat, minder zonlicht, oriëntatie woningen, verkoopbrochure, ruimtelijke inpassing, toename groen, privacy, geluid, alternatieven
¶ Rechtbank Rotterdam 20 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7074: Awb, Ow; omgevingsvergunning wateractiviteit, aanleg camperpark, primaire waterkering, waterstaatswerk, waterschapsverordening, nota, beleidsregels, bijzondere omstandigheden, artikel 4:84 Awb, onevenredige gevolgen, waterstaatkundige belangen, vergunningvoorschrift, onderhoud, gastank, explosie, veiligheidszone, onlosmakelijke samenhang, artikel 5.7 Ow, wetsgeschiedenis
* Rechtbank Rotterdam 20 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7024: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, camperpark, ontvankelijkheid beroep, afdeling 3.4 Awb, zienswijze, Varkens in nood, artikel 6:13 Awb, geen zienswijze, belanghebbende, afstand, gevolgen van enige betekenis, provinciale verordening, hoofdfietsnetwerk, inpassen of aanpassen, geen wijziging structuurniveau, aard en schaal gebied, provinciale visie, passeren gebrek, gemeentelijk beleid, alternatieven, verkeer, parkeren, beantwoording zienswijzen, geluid, gebiedsbescherming, soortenbescherming, landschappelijke inpassing, voorschrift, mer-beoordelingsbesluit
* Rechtbank Den Haag 19 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15422: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing aanvragen omgevingsvergunningen, legaliseren gerealiseerde gezamenlijke erfafscheiding, bouwen en afwijken bpl, bouwhoogte/maximale bouwhoogte bpl, beleidsruimte, verdichting, ruimtelijke kwaliteit, openbare ruimte, nota omgevingskwaliteit, vergunningvrij hogere beplanting, gelijkheidsbeginsel, dienstbaarheidsbeginsel, handhaving, dwangsom, overtreding, beginselplicht tot handhaving, interne melding, willekeur, misbruik bevoegdheid, gemeentelijk handhavingsbeleid, concreet zicht op legalisatie, gelijkheidsbeginsel, inschatting toezichthouder, evenredigheid, dienstbaarheidsbeginsel, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
* Rechtbank Den Haag 19 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15405: Awb, Waterwet; watervergunning, dempen oppervlaktewater, verbreden bestaand oppervlaktewaterlichaam, aanbrengen verharding, maatwerkbesluit, compensatiewater, aangrenzend peilvak, algemene regels, wijzigen primaire besluit, artikel 7:11 Awb, herstel onvolkomenheid, vergunningvrij, grondslag aanvraag, afmetingen duiker, omvang compensatiewater, lokaal uitvoeren compensatie, uitvoeringsregels, gevolgen riooloverstort, dimensionering riool/verantwoordelijkheid gemeente
¶ Rechtbank Rotterdam 13 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5450: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, maken in- en uitrit, APV, omgevingsplan van rechtswege, tijdelijk deel, artikel 22.8 Ow, beoordelingsruimte, weigeringsgronden, belangenafweging, beleidsruimte, evenredigheid, kruispunt of T-splitsing, veiligheid, gelijkheidsbeginsel, voortschrijdend inzicht, publicatie Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, parkeerhavens, RVV 1990, fout herhalen, beslissen op aanvraag zoals ingediend, alternatieven
¶ Rechtbank Gelderland 9 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4982: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning wijziging kantoorpand naar woonfunctie, bopa, huisvesting statushouders, technische bouwactiviteit, etfal, alternatieve locaties, sociale veiligheid, soortenbescherming, geen onlosmakelijkheid, overlast te stallen fietsen, zolder als woonruimte, integratiekansen, participatie
* Rechtbank Limburg 7 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4613: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen bouwen woning, vrijstellingsbesluit WRO, vrijstellingsbesluit/opnieuw aan individuele vergunningen ten grondslag, uitspraak Afdeling, provinciale lijst met categorieën van gevallen, verklaring van geen bedenkingen GS, concreet project, concreet bouwvoornemen/concrete bouwplannen, geen ruimtelijk-planologische afweging, strijd geldende bpl, ruimtelijke onderbouwing, geen bestuurlijke lus, geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze, onzekerheid, benodigde tijdpad, nieuwe besluiten op de aanvragen
* Rechtbank Gelderland 1 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4898: Awb; vovo, vestiging opvang asielzoekers, artikel 5.1 Omgevingswet, geen omgevingsvergunning bekendgemaakt, nog geen besluit, vergunningaanvraag, besluit/Awb, publiekrechtelijke rechtshandelingen, feitelijke vestiging, feitelijk handelen, beoordeling besluiten, onbevoegd
* Rechtbank Midden-Nederland 30 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3156: Awb, Gmw; afwijzing aanvraag bewonersparkeervergunning, oprit, parkeerplaats eigen terrein, bakfiets, beleidsregel, bijzondere omstandigheden, manoeuvreren, praktische ongemakken, meer gezinnen met jonge kinderen, evenredigheid, parkeerbeleid, nadere regels, beleidsregel/niet appellabel, exceptieve toetsing, beleidsruimte, geschikt en noodzakelijk middel, reguleren parkeerdruk, waterbedeffect, betaald parkeren, invoeren parkeervergunningplicht, evenwichtig, verkeersbewegingen
¶ Rechtbank Midden-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3021: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning innemen ligplaats, provinciale Omgevingsverordening, afmeren vaartuig, bestaande steiger, onaanvaardbare aantasting waarden, beoordelingsruimte, toelichting, adviezen landschapsdeskundige en deskundige cultuurhistorie, landschappelijke waarden, geen concrete aanknopingspunten, evenredigheidsbeginsel, algemeen verbindend voorschrift, ongeschreven recht, Harderwijk-uitspraak, geschikt, noodzakelijk, alternatieven, minder ingrijpend middel, evenwichtig, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Amsterdam 14 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3692: BW; kort geding, rijksmonument, intentie renoveren, staat rijksmonument, last onder dwangsom, wind- en waterdicht, dwangsom verbeurd, persoonlijk last opgelegd, invorderingsbesluit, dwangbevelen, betekening, gerechtsdeurwaarder, exploot, openbare betekening, ontvankelijkheid, voorzieningenrechter sector bestuursrecht, bodemprocedure, connexiteitsvereiste, bestuursrechtelijke toets, geen in redelijkheid te respecteren belang, procedurele misslag, BRP adres, executiebevoegdheid, noodtoestand, gevraagde voorzieningen geweigerd
* Rechtbank Rotterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6894: Awb, Wvw 1994; vovo en kortsluiten, verkeersbesluit, verplaatsing bushalte, onderzoek verkeersveiligheid, belanghebbende, feitelijke gevolgen, verlaten parkeergarage/auto of fiets, verkeersbelangen, absolute noodzaak, belangenafweging, alternatieven, doorstroming, hindernissen, te hard rijden/verkeersovertreding, haltepaar, overstap- en reistijd, overlast, leefbaarheid woning
* Rechtbank Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15124: Awb, Msw; bestuurlijke boete, goederenvervoer, transporten dierlijke mest, bijkomende beschikking, cautie, vergunningaanvraag/negatief Bibob-advies, rapport toezichthouder, vervoersdocumenten, mestmonster, verklaring chauffeur, foto defecte monsterzak, geen storingsmelding, ambtseed of ambtsbelofte, overtreding, bemonsteringsapparatuur, intermediaire onderneming, adequaat functioneren, eiseres verantwoordelijk, bijzondere omstandigheden, onzekere gebeurtenissen, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Noord-Nederland 4 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5925: Awb; vovo, handhaving, dwangsom, grondwal, niet kortsluiten, zorgvuldige behandeling beroep, doorzenden nader stuk, gelegenheid te reageren, afweging betrokken belangen, belang handhaving, belang omwonenden, toewijzing verzoek
* Rechtbank Amsterdam 19 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:11470: BW; overheidsaansprakelijkheid, appartementen, appartemensrechten, handhavingsverzoek, verbouwing appartement, funderingsherstel, onderzoek, vergadering van eigenaars, besluit/aanvragen omgevingsvergunning, kantonrechter, ontvankelijkheid vorderingen, civiele rechter, bestuursrechter, overheidslichaam, (on)geschreven regels publiekrecht, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, verbod vooringenomenheid, lichthof, waarschuwing, handhavingstraject, wettelijke grondslag, schijn van belangenverstrengeling
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3685: Awb, Wnb; natuurvergunning, uitbreiding en exploitatie geitenhouderij, verlengen bestaande stallen, dierenwelzijnseisen, natuurlijke ventilatie/mechanische ventilatie, tijdelijke toename, luchtwassers, stikstofruimte leasen, toepasbaarheid regels extern salderen op leasen, additionaliteitsvereiste (Rb Gelderland 22/482)
6. De inzet van geleasde stikstofruimte in een passende beoordeling is, zoals ook de Beleidsregels aangeven, een vorm van extern salderen. Extern salderen en het leasen van stikstofruimte zijn mitigerende maatregelen. Een mitigerende maatregel mag onder voorwaarden in een passende beoordeling worden betrokken. Die voorwaarden zijn opgesomd in overweging 18 van de PAS-uitspraak (ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603) en voor extern salderen uiteengezet in de uitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:951 (r.o. 77-78.1).
6.1. De voorwaarden voor extern salderen zijn kort weergegeven:
1. de voordelen van de maatregel moeten vaststaan ten tijde van de passende beoordeling,
2. dubbele inzet van het ingezette saldo moet worden voorkomen. Dat betekent:
3. er moet een directe samenhang zijn tussen het nieuwe project en de (gedeeltelijke) beëindiging van het saldogevende bedrijf;
4. vast moet staan dat de bedrijfsvoering van het saldogevende bedrijf daadwerkelijk is of wordt beëindigd en niet kan worden hervat;
5. geborgd moet zijn dat de maatregel effect heeft voordat het project negatieve gevolgen heeft, en
6. voldaan moet zijn aan het additionaliteitsvereiste.
6.2. In de uitspraak van 6 maart 2024 is ook uiteengezet op welke wijze bij extern salderen aan de genoemde voorwaarden 1-3 kan worden voldaan. Aan de eerste voorwaarde is bij extern salderen voldaan als er ten tijde van de passende beoordeling een overeenkomst is tussen de saldo-ontvanger en de saldogever over de overname van het stikstofdepositiesaldo. Op dat moment hoeft de vergunning waarmee extern gesaldeerd wordt nog niet ingetrokken te zijn. Om aan de tweede en derde voorwaarde te voldoen moet bestuursrechtelijk verzekerd zijn dat de vergunning van de saldogever daadwerkelijk is of zal worden ingetrokken ten behoeve van de saldo-ontvanger. Daarvoor is nodig dat geborgd is dat het intrekkingsbesluit is genomen op het moment waarop wordt gestart met de realisatie van het project. Die borging kan worden opgenomen in het besluit waarmee het saldo-ontvangende project mogelijk wordt gemaakt.
Het vereiste dat de bedrijfsvoering feitelijk daadwerkelijk is beëindigd en ook niet zal worden hervat, is in de jurisprudentie van de Afdeling gesteld omdat zich de situatie kan voordoen dat na de volledige intrekking van de betrokken natuurvergunning, een onderliggende milieuvergunning of milieumelding in stand blijft waaraan een referentiesituatie kan worden ontleend op grond waarvan opnieuw een natuurvergunning kan worden aangevraagd. Gewaarborgd moet zijn dat die referentiesituatie geheel wordt weggenomen. Een overeenkomst is daarvoor onvoldoende. Daarom is het vereiste van de bestuursrechtelijke borging gesteld.
6.3. In dit geval is voor het leasen van stikstofruimte een civielrechtelijke overeenkomst gesloten. Om te borgen dat de geleasde stikstofruimte niet dubbel wordt ingezet, is in de vergunning voorschrift 3 openomen. Daarin is bepaald dat [appellante] gebruik mag maken van de natuurvergunning nadat de saldogevende activiteit is gestaakt. Het tijdelijke karakter van het leasen van stikstofruimte komt tot uitdrukking in voorschrift 6. Daarin is bepaald dat de natuurvergunning voor een periode van twee jaar na het onherroepelijk worden geldt.
Anders dan bij extern salderen is het gebruik van de natuurvergunning van de saldo-ontvanger dus niet afhankelijk gesteld van het moment waarop een besluit tot publiekrechtelijke beperking van de toestemming van de saldogevende activiteit heeft plaatsgevonden. Een publiekrechtelijke beperking van de toestemming van de saldogevende activiteit is ook niet op een andere wijze geborgd.
6.4. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de voorwaarden zoals die hiervoor onder 6.1 zijn weergegeven voor de inzet van extern salderen ook van toepassing zijn voor de inzet van geleasde stikstofruimte. Ook onderschrijft zij het oordeel van de rechtbank dat met een civielrechtelijke overeenkomst over de tijdelijke overdracht van stikstofruimte en de voorschriften 3 en 6 die aan de natuurvergunning zijn verbonden, onvoldoende is gewaarborgd dat de bedrijfsvoering van het saldogevende bedrijf daadwerkelijk is of wordt beëindigd en niet kan worden hervat tijdens de leaseperiode (voorwaarde 2: voorkomen dubbele inzet).
Om te borgen dat tijdens de leaseperiode de saldogevende activiteit beëindigd is en niet wordt hervat, is, zoals de rechtbank terecht overweegt, een publiekrechtelijke beperking van de natuurvergunning van de saldogever nodig. Daardoor wordt bestuursrechtelijke handhaving bij de saldogever mogelijk en wordt voorkomen dat de natuurvergunning van de saldogever tijdens de leaseperiode nogmaals voor intern of extern salderen wordt ingezet. Ook is van belang dat op die manier voor derden kenbaar is dat de saldogever tijdens de leaseperiode geen gebruik mag maken van (een deel van) zijn natuurvergunning. Naast de publiekrechtelijke beperking van de natuurvergunning van de saldogever, moet in de natuurvergunning van de saldo-ontvanger een voorschrift zijn opgenomen waarin het gebruik van die natuurvergunning afhankelijk wordt gesteld van het moment waarop de publiekrechtelijke beperking van de saldogevende natuurvergunning heeft plaatsgevonden.
Het voorstel voor aanpassing van voorschrift 3 dat [appellante] in zijn hoger beroepschrift heeft gedaan, voldoet niet aan de voorwaarden die hiervoor zijn beschreven. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding in te gaan op het verzoek van [appellante] om dat voorschrift alsnog zelfvoorziend aan de vergunning te verbinden.
6.5. Anders dan [appellante], leest de Afdeling ook in artikel 6a van de Beleidsregels dat de toestemming van de saldogever publiekrechtelijk moet worden beperkt. Artikel 6a, vierde en vijfde lid, van de Beleidsregels gaan ervan uit dat er ‘een directe samenhang tussen de tijdelijke buitengebruikstelling van de toestemming voor de saldogevende activiteit en de verlening van de natuurvergunning voor de tijdelijke saldo-ontvangende activiteit’ is (lid 4), en dat er een overeenkomst is waarin ‘saldogever verklaart in te stemmen met een tijdelijke beperking van zijn toestemming’ (lid 5). Dat daarmee een publiekrechtelijke beperking is bedoeld kan worden afgeleid uit de toelichting bij artikel 6a, vierde en vijfde lid, waarnaar de rechtbank verwijst. In die toelichting staat: “De tijdelijke buitengebruikstelling van de toestemming voor de saldogevende activiteit wordt geregeld met een tijdelijke beperking van de toestemming”.
(…)
9.3. De Afdeling acht de inzet van geleasde stikstofruimte voor projecten die tijdelijk, gedurende een overzienbare periode, bijvoorbeeld twee jaar, stikstofdepositie veroorzaken mogelijk. Die inzet moet in ieder geval voldoen aan de voorwaarden die in 6.1 zijn opgenomen. Daarnaast kan het college in beleid of beleidsregels nadere voorwaarden aan die inzet stellen. De Afdeling geeft hierna ten behoeve van de rechtspraktijk aan op welke wijze aan de voorwaarden die in 6.1 zijn opgenomen, kan worden voldaan als de geleasde stikstofruimte ontleend wordt aan een beperking van de natuurvergunning van de saldogever.
9.4. Aan de eerste voorwaarde is bij het leasen van stikstofruimte voldaan als er ten tijde van de passende beoordeling een overeenkomst is tussen de saldo-ontvanger en saldogever over de tijdelijke overname van het stikstofdepositiesaldo en over de publiekrechtelijke beperking van de natuurvergunning van de saldogever tijdens de leaseperiode. Op dat moment hoeft de natuurvergunning van de saldogever die wordt ingezet voor het leasen van stikstofruimte nog niet beperkt te zijn.
9.5. Om aan de tweede en derde voorwaarde genoemd in 6.1 te voldoen moet bestuursrechtelijk verzekerd zijn dat de natuurvergunning van de saldogever daadwerkelijk zodanig is of zal worden beperkt ten behoeve van de saldo-ontvanger dat deze door de saldogever gedurende de leaseperiode niet kan worden gebruikt. Ook moet in de natuurvergunning van de saldo-ontvanger een voorschrift zijn opgenomen waarin het gebruik van de natuurvergunning afhankelijk wordt gesteld van het moment waarop de publiekrechtelijke beperking van de saldogevende natuurvergunning zoals hiervoor bedoeld, heeft plaatsgevonden.
9.5.1. De publiekrechtelijke beperking van een natuurvergunning van de saldogever kan plaatsvinden door die vergunning op verzoek van de vergunninghouder te wijzigen door aan die vergunning extra voorschriften te verbinden. Uit die voorschriften moet in ieder geval volgen (1) dat de vergunninghouder tijdens een concreet aan te duiden periode waarin hij stikstofruimte verleaset geen gebruik mag maken van het deel van de natuurvergunning waarop de leaseovereenkomst betrekking heeft, (2) dat hij gedurende die periode (het betreffende deel van) de natuurvergunde activiteit feitelijk staakt en gestaakt houdt, (3) dat die beperking is opgenomen ten behoeve van het verleasen van stikstofruimte aan een met naam genoemde saldo-ontvanger, (4) dat de periode waarin de gebruiksbeperking geldt, aanvangt nadat de vergunninghouder aan het college een melding heeft gedaan dat hij (een deel van) zijn activiteit feitelijk heeft gestaakt en gestaakt zal houden ten behoeve van de saldo-ontvangende activiteit, en (5) dat deze voorschriften van rechtswege hun werking verliezen na ommekomst van de daarin concreet aangeduide periode van verleasing van stikstofruimte.
Deze voorschriften strekken ertoe dat de saldogever (een deel van) het project waarvoor hij een natuurvergunning heeft verkregen tijdelijk feitelijk niet kan uitvoeren of exploiteren en dat die tijdelijke gebruiksbeperking bestuursrechtelijk handhaafbaar is en voor derden kenbaar. Na afloop van de leaseperiode zijn de tijdelijke gebruiksvoorschriften uitgewerkt en kan de saldogever weer volledig gebruik maken van zijn natuurvergunning.
9.5.2. Aan de natuurvergunning van de saldo-ontvanger dienen voorschriften te worden verbonden waarin in ieder geval is geregeld (1) dat de aanleg-, bouw- of gebruiksfase van de activiteit waarvoor de geleasde stikstofruimte wordt ingezet uitsluitend is toegestaan nadat de tijdelijke gebruiksbeperking van de natuurvergunning van de saldogever van kracht is geworden, (2) dat deze activiteiten uitsluitend mogen plaatsvinden gedurende de periode waarin de gebruiksbeperking van de natuurvergunning van de saldogever geldt en de saldogever zijn activiteiten feitelijk heeft gestaakt en gestaakt houdt, en (3) dat de vergunninghouder voordat hij aanvangt met de activiteiten waarvoor de geleasde stikstofruimte wordt ingezet aan het college een melding doet van de aanvang van de activiteiten.
9.6. Ook de vierde voorwaarde die is opgenomen in 6.1, de toets aan het additionaliteitsvereiste, is van toepassing bij het leasen van stikstofruimte. Het additionaliteitsvereiste houdt in dat een maatregel die naar zijn aard ook als instandhoudings- of passende maatregel zou kunnen worden ingezet, als mitigerende maatregel in een passende beoordeling kan worden betrokken, als de maatregel niet al nodig is als instandhoudings- of passende maatregel.
De tijdelijke gebruiksbeperking van een stikstofveroorzakende activiteit kan ingezet worden als instandhoudings- of passende maatregel. Daarom moet ook bij het leasen van stikstofruimte getoetst worden of voldaan wordt aan het additionaliteitsvereiste. De inzet van geleasde stikstofruimte als mitigerende maatregel is daarom alleen mogelijk als voldoende verzekerd is dat de stikstofruimte niet al nodig is voor het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden, of niet al nodig is voor herstel van de gunstige staat van instandhouding (artikel 6, eerste lid, van de Habitatrichtlijn) en ook niet nodig is om dreigende verslechteringen en verstoringen die significante gevolgen kunnen hebben op de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden te voorkomen (artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn). Voor de eisen die gesteld worden aan de motivering van het additionaliteitsvereiste verwijst de Afdeling naar de uitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923, onder 21.2 en 21.3.
9.7. De Afdeling wijst erop dat bij 9.5.1. de vraag kan rijzen of de saldogever op het moment waarop de tijdelijke gebruiksvoorschriften aan de natuurvergunning worden toegevoegd en/of het moment waarop hij na de leaseperiode zijn vergunde activiteit weer hervat, een nieuwe natuurvergunning voor zijn gehele project nodig heeft. De saldogever zou een nieuwe natuurvergunning voor zijn gehele project nodig kunnen hebben als door de toevoeging van de tijdelijke gebruiksvoorschriften en/of het hervatten van de activiteit na de leaseperiode niet langer sprake is van de voortzetting van één-en-hetzelfde project in de betekenis die het Hof van Justitie daaraan heeft gegeven in het AquaPri-arrest (HvJ EU 10 november 2022, ECLI:EU:C:2022:854) en de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923, onder 17). De Afdeling kan die vraag niet beantwoorden, omdat deze zaak niet gaat over het wijzigen van de natuurvergunning van de saldogever of het hervatten van de activiteit door de saldogever na afloop van de leaseperiode. De beoordeling of al dan niet sprake is van voortzetting van één-en-hetzelfde project moet namelijk plaatsvinden op basis van de feiten en omstandigheden in het concrete geval.
* ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3406: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning vergroten paardenkraamhotel, legalisering uitbreiding schuur, bopa, strijd met instructieregel, gebruik afwijkingsregels, rechtszekerheidsbeginsel, nieuwe weigeringsgronden, provinciale regels, volwaardigheid agrarisch bedrijf (Rb Midden-Nederland 24/6124)
5.5. Dat betoog baat [appellante] niet. Daartoe overweegt de Afdeling als volgt. Op grond van artikel 4.13, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet geldt, voor zover nu van belang, de op 4 november 2022 verleende omgevingsvergunning als een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow. Onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gold de vaste rechtspraak van de Afdeling, dat een eerder verleende omgevingsvergunning voor een bouwplan in afwijking van het bestemmingsplan, geen grondslag biedt voor een ander bouwplan. Die afwijking heeft uitsluitend betrekking op een bepaald bouwplan en een bepaald gebruik en kan zich niet mede uitstrekken tot eventuele toekomstige omgevingsvergunningaanvragen voor andere bouwplannen op dezelfde locatie. Vergelijk de uitspraak van 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2981. Een omgevingsvergunning omvat daarmee alleen de toestemming voor het uitvoeren van de aangevraagde activiteit, in dit geval het bouwen van een schuur van 16 m lang voor gebruik als paardenkraamhotel in strijd met het bestemmingsplan. Met de omgevingsvergunning die op 4 november 2022 is verleend, is het bestemmingsplan niet gewijzigd. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het wijzigen van deze rechtspraak onder de Ow. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit omvat op grond van de Ow namelijk ook alleen de toestemming om de aangevraagde activiteit uit te voeren en houdt nog geen wijziging in van het omgevingsplan. Artikel 4.13, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet geeft evenmin aanleiding voor wijziging van die rechtspraak. Dat artikel strekt ertoe rechten te eerbiedigen die worden ontleend aan een onherroepelijke omgevingsvergunning, verleend op grond van het recht zoals dat gold voor inwerkingtreding van de Ow, maar brengt geen wijziging aan in het rechtsgevolg van een dergelijke omgevingsvergunning. Het voorgaande betekent dat de in 2022 verleende omgevingsvergunning voor het paardenkraamhotel geen grondslag kan bieden voor de vergunningverlening voor de aangevraagde uitbreiding.
(…)
6.2. Uit artikel 22.10 van de Ow volgt dat de binnenplanse afwijkingsregels uit een bestemmingsplan gelden als beoordelingsregels voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Het college moet de aanvraag toetsen aan de binnenplanse afwijkingsregels. Als er strijd is met die regels, dan is de conclusie dat er strijd is met het bestemmingsplan en moet het college beoordelen of er met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van het bestemmingsplan kan worden afgeweken.
Zoals de Afdeling onder 5.3 heeft overwogen, is de aanvraag om uitbreiding van het paardenkraamhotel in strijd met de bestemming “Agrarisch met waarden – Natuurwaarden”, omdat het paardenkraamhotel geen agrarisch bedrijf is. Artikel 34.1 van de planregels biedt geen grondslag om het perceel in afwijking van het bestemmingsplan te gebruiken. Alleen al om die reden kan niet op grond van artikel 34.1 van de planregels een omgevingsvergunning worden verleend voor het bouwplan. De rechtbank is, zij het op andere gronden, in rechtsoverweging 15 van haar uitspraak terecht tot dezelfde conclusie gekomen.
(…)
7.2. Uit artikel 8.0b, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bkl volgt dat op de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, anders dan een omgevingsplanactiviteit van provinciaal of nationaal belang, de op grond van artikel 2.22 van de wet gestelde regels over omgevingsplannen van overeenkomstige toepassing zijn. In het verlengde daarvan en – zo begrijpt de Afdeling – voor de leesbaarheid bepaalt de OVU in artikel 1.4, eerste lid, onder b, dat onder een omgevingsplan ook een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verstaan.
7.3. Uit artikel 9.3 van de OVU volgt dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen “Landelijk gebied” geen verstedelijking toelaat, tenzij in de OVU anders is bepaald. Van verstedelijking is volgens de begripsbepalingen in Bijlage I bij de OVU sprake als een omgevingsplan ten opzichte van het geldende regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies. Onder een stedelijke functie wordt, gelet op de begripsomschrijving in Bijlage I bij de OVU, een niet-agrarisch bedrijf verstaan. De OVU verstaat onder een agrarisch bedrijf een bedrijf dat is ingericht voor zowel de grondgebonden als niet-grondgebonden activiteiten: het telen van gewassen, boomteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren (veehouderij), een en ander ten behoeve van het voortbrengen van producten. Het paardenkraamhotel is naar het oordeel van de Afdeling niet een dergelijk agrarisch bedrijf, omdat het bedrijf niet is ingericht ten behoeve van het voortbrengen van producten. Het voorgaande betekent dat de aanvraag van [appellante] betrekking heeft op de uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf en daarmee op de uitbreiding van een stedelijke functie, wat op grond van artikel 9.3 van de OVU niet is toegelaten. Alleen al omdat de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in strijd is met artikel 9.3 van de OVU, is het college terecht tot de conclusie gekomen dat de omgevingsvergunning op grond van artikel 8.0b, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bkl moet worden geweigerd. De vraag of de aanvraag ook in strijd is met artikel 8.1, tweede lid, van de OVU hoeft daarom niet te worden beantwoord omdat dit antwoord niet tot het oordeel kan leiden dat de weigering van de omgevingsvergunning onterecht is.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 16 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4434: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, opslag en verkoop gasflessen, vullen gasflessen vanuit propaantank, omgevingsvergunning, vloeibare gevaarlijke stoffen, ADR-klasse 3, Besluit activiteiten leefomgeving, melding, vergunningplicht, opslagvoorziening, toelaten toezichthouders, controlerapport, voorschrift, PGS 15, voorgeschreven afstand, totale waterinhoud, vergunde capaciteit/feitelijk aanwezige capaciteit, renvooilijst, buitenpandige opslagvoorziening, brandwerendheid muur, brandbare stoffen, brandgevaarlijke activiteiten, inschakeling STAB, treffen voorziening, tussenuitspraak
5.3. De omgevingsvergunning van 7 maart 2018 zag niet op de opslagtank voor petroleum. In het bestreden besluit is het college ervan uitgegaan dat voor deze tank een melding op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) is ingediend op 18 juli 2022. De ligging en de omvang van de tank is tussentijds niet gewijzigd. Ten tijde van het primair besluit gold, gelet op artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, tot 1 januari 2026 een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar en was reeds daarom geen sprake van een overtreding. Het bestreden besluit is genomen na 1 januari 2026. Daarom moest het college vaststellen of thans een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid onder b. van de Ow is vereist.
5.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college terecht opmerkt dat niet kan worden volstaan met een melding als bedoeld in artikel 4.927 van het Bal, omdat in hoofdstuk 3 van het Bal is bepaald dat voor de activiteit een omgevingsvergunning is vereist, gelet op artikel 4.927 vierde lid, van het Bal.
5.5. Op basis van artikel 3.24 van het Bal is de opslag van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, zoals petroleum, in een opslagtank met een inhoud van meer dan 250 liter, aangewezen als een milieubelastende activiteit. Op basis van artikel 3.25, eerste lid van het Bal geldt de vergunningplicht voor een milieubelastende activiteit in artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Ow voor 8 categorieën, waaronder de opslag van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3. Anders dan verzoekster is de voorzieningenrechter van oordeel dat de categorie in artikel 3.25, eerste lid onder h. niet kan worden gelezen als een uitzondering op de overige categorieën in artikel 3.25, eerste lid onder a tot en met g. Gelet op de tekst van artikel 3.25, eerste lid (het gebruik van het woordje ‘of’) zijn het 8 afzonderlijke categorieën. Dat betekent niet dat een omgevingsvergunning is voor de opslag van een enkele liter petroleum want het moet wel gaan om een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.24 van het Bal. Ook de uitzonderingen in artikel 3.25 van het Bal zijn niet van toepassing. Petroleum is iets anders dan huisbrandolie en de opslag vindt plaats in een tank van 3.000 liter en niet in een tank van 300 liter of minder. Daarom geldt de vergunningplicht voor een milieubelastende activiteit in artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Ow en kan na 1 januari 2026 niet worden volstaan met een melding. Verzoekster zal vóór 1 september 2026 een dergelijke omgevingsvergunning voor de opslagtank moeten aanvragen en verkrijgen.
8.2. In de omgevingsvergunning van 2018 is het volgende vermeld: “Binnen de inrichting wordt er 11.300 liter aan waterinhoud aan gasflessen opgeslagen. In de aanvraag is aangegeven dat het om acetyleen, brandbare, inerte gassen gaat. Deze gasflessen bevinden zich in een uitpandige opslagvoorziening. Deze gasflessen kunnen bij brandrisico’s opleveren voor de omgeving. De PGS 15 heeft betrekking op de opslag van meer dan 1 25 liter hervulbare verpakkingen van klasse 2 van het ADR. Deze stoffen dienen conform de voorschriften van de PGS 15 te worden opgeslagen. Aan deze voorschriften wordt voldaan. Hiervoor hebben wij voorschriften aan deze vergunning verbonden.”
8.3. In tabel 6.1 van de PGS 15:2016 zijn de afstandseisen genoemd tot de inrichtingsgrens respectievelijk bouwwerken of brandbare objecten binnen de eigen inrichting. Deze afstanden zijn afhankelijk van de totale waterinhoud van de opgeslagen gasflessen. Als de totale waterinhoud van de opgeslagen gasflessen minder bedraagt dan 2.500liter worden kortere afstanden gehanteerd. De opslagvoorziening op het terrein van verzoekster is een buitenpandige opslagvoorziening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college terecht is uitgegaan van de vergunde capaciteit voor de opslagvoorziening van gasflessen en niet de feitelijk aanwezige capaciteit. Niets staat verzoekster in de weg om meer gasflessen op te slaan dan is vermeld op de renvooilijst. De voorzieningenrechter hecht meer (zelfs doorslaggevende) betekenis aan de tekst van de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften dan aan de vermelding van een hoeveelheid op een tekening of een renvooilijst. De omgevingsvergunning van 2018 is onherroepelijk en daarom gaat de voorzieningenrechter uit van de juistheid van deze lijst. De voorzieningenrechter plaatst wel een kanttekening hierbij. Als verzoekster minder gasflessen opslaat en de totale waterinhoud van de opgeslagen gasflessen minder bedraagt dan 2.500 liter worden kortere afstanden gehanteerd. Als alternatieve maatregel om aan de last te voldoen kan zij vragen om de omgevingsvergunning te wijzigen zodat de kortere afstandseisen gelden.
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5149: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, afvoerhoogte uitmonding rookgasafvoerkanaal, Besluit bouwwerken leefomgeving, overtreding, verbouw, minimale emissieniveau, rechtsens verkregen niveau, nota van toelichting, rookdoorlatendheid, NEN 2757, toezichthouder
8.1. Artikel 5.1 van het Bbl bepaalt dat hoofdstuk 5 van toepassing is op bouwactiviteiten die het verbouwen en het verplaatsen van een bestaand bouwwerk betreffen en op de wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk.
8.2. Bijlage I bij artikel 1.1 van het Bbl geeft een definitie van ‘verbouwen’. Verbouwen is gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten, anders dan vernieuwen na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering resteert.
8.3. Artikel 5.4, eerste lid, van het Bbl bepaalt dat op het verbouwen van een bouwwerk de regels van hoofdstuk 4 van toepassing zijn, waarbij in plaats van het in die regels bedoelde niveau van eisen wordt uitgegaan van het in artikel 5.5 bedoelde rechtens verkregen niveau tenzij in afdeling 5.3 anders is bepaald.
8.4. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 5.4, eerste lid, van het Bbl dat hoofdstuk 4 van het Bbl in dit geval volledig van toepassing is. Met betrekking tot het minimale eisenniveau geldt dat uitgegaan moet worden van het rechtens verkregen niveau, tenzij in afdeling 5.3 anders is bepaald. In dit geval is in artikel 5.16 van het Bbl – dit artikel valt in afdeling 5.3 van het Bbl – anders bepaald. Het rechtens verkregen niveau speelt in dit geval dus geen rol.
8.5. Artikel 5.16, eerste lid, van het Bbl bepaalt dat bij het installeren van een afvoervoorziening voor rookgas, in aanvulling op artikel 5.4, de in de artikelen 4.138 en 4.141 aangegeven prestatieniveaus gelden. De Nota van Toelichting zegt over dit artikel dat voor de plaats van de opening en voor de rookdoorlatendheid, in afwijking van de algemene regel die uitgaat van het rechtens verkregen niveau, het niveau van eisen voor nieuwbouw moet worden aangehouden. De rechtbank kan de motivering in het bestreden besluit dat sprake is van verbouw en de regels uit hoofdstuk 3 van het Bbl (bestaande bouw) daarom van toepassing zijn, op grond van het voorgaande niet volgen. De eisen uit hoofdstuk 4 (nieuwbouw) van het Bbl zijn in deze zaak van toepassing en daarom moet het rookgasafvoerkanaal voldoen aan de NEN-norm 2757.
8.6. Het college heeft op zitting aangegeven dat het voor de uitkomst van de zaak misschien niet uitmaakt dat het onjuiste juridische kader is toegepast. Daarnaast plaatst het college vraagtekens bij het deskundigenrapport van eisers aangezien het meten op basis van foto’s heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat het aan het college is om te onderzoeken of een overtreding zich voordoet en dat vaststaat dat hij het onjuiste juridische kader heeft toegepast. Het besluit kan alleen al daarom niet in stand blijven. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de toezichthouder, net als de deskundige van eisers, gemeten heeft aan de hand van foto’s. Dit argument van het college snijdt dus (ook) geen hout.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 10 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4037: Awb, Ow; handhaving, dwangsom, verhuuronderneming, geluid, artikel 4.5 Invoeringswet Omgevingswet, datum oorspronkelijke handhavingsverzoek, ambtshalve genomen besluit, handhaafbaarheid last, maatwerkvoorschriften, beleids- en beoordelingsruimte, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, meetmethodiek, omgevingsplan, Omgevingsregeling, bijlage IVh, methode II.1, modelmatige berekening, indirecte hinder, aan- en afrijden verkeer, zorgplicht, hoogte dwangsom, beroep verhuurbedrijf, geluidsmetingen, meetapparatuur, meetperiode, invordering, meetverslag, concrete aanknopingspunten voor twijfel, heftruckgeluiden
3.1. In deze zaak is de Omgevingswet van toepassing. Het college heeft namelijk op 23 september 2024 aan het verhuurbedrijf een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom gestuurd. Deze datum is in dit geval op grond van artikel 4.5 van de Invoeringswet Omgevingswet leidend bij de vraag welk recht van toepassing is.
3.2. De rechtbank merkt op dat de datum van het oorspronkelijke handhavingsverzoek van de omwonenden in dit geval niet leidend is. Het handhavingsbesluit moet namelijk niet worden beschouwd als een besluit op aanvraag, maar als een ambtshalve genomen besluit. Dat komt omdat het college op 30 januari 2024 al heeft beslist op het handhavingsverzoek. Toen heeft het college namelijk geweigerd om te handhaven vanwege een gestelde overtreding van het bestemmingsplan. In dit verband maakt het niet uit dat het college met het besluit van 30 januari 2024 geen inhoudelijke beslissing heeft genomen op de overige overtredingen waarvoor om handhaving was verzocht. In dit geval geldt namelijk dat alle onderdelen van het verzoek zien op gestelde overtredingen van omgevingsrechtelijke aard op één perceel, dat eigendom is van één persoon. Onder die omstandigheden geldt dat een beslissing op één onderdeel van het verzoek geldt als een (onvolledig) besluit op het hele verzoek. Dat is staande jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zie in het bijzonder de uitspraak van 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:984, bevestigd in de uitspraak van 13 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2284. Aangezien de last onder dwangsom dus geen besluit op aanvraag is maar een ambtshalve besluit, is artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet niet van toepassing.
6.3. Het college heeft bij de meting gebruik gemaakt van de meetmethodiek die is voorgeschreven op grond van artikel 22.74 van het omgevingsplan. Deze bepaling uit het omgevingsplan verwijst voor het meten van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau naar artikel 6.6 van de Omgevingsregeling. Dit artikel verwijst naar bijlage IVh van diezelfde regeling.
6.4. Methode II.1, waarvan het college zich heeft bediend, voorziet in een directe meting van het geluid in de buitenlucht. Verder vermeldt de Omgevingsregeling dat deze methode geen algemene beperkingen kent in het toepassingsgebied. Het college kon deze methode dus hanteren. Eisers hebben niet onderbouwd waarom het college een andere methode had moeten kiezen.
7.2. De beroepsgrond slaagt niet. Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden de gevolgen voor het milieu van het verkeer van en naar een bedrijf niet aan dit bedrijf toegerekend als dit verkeer geacht moet worden te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval indien dit verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4397, overweging 9.1.
7.3. De verhuuronderneming is gevestigd op een bedrijventerrein. Op dit terrein zijn meerdere bedrijven gevestigd waar vrachtverkeer op af- en aanrijdt. Dat betekent dat het vrachtverkeer op de openbare weg opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het college heeft dit geluid daarom terecht buiten beschouwing gelaten.
7.4. Het beroep van de omwonenden op de algemene zorgplicht slaagt ook niet. Op grond van artikel 1.6 van de Omgevingswet draagt een ieder voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. Artikel 1.7 van de Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht voor iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Deze artikelen hebben een vangnetfunctie en zijn deze met name van belang bij activiteiten die niet specifiek zijn gereguleerd. Voor verkeersgeluid geldt weliswaar dat dit niet is gereguleerd, maar de reden daarvoor is dat een bedrijf niet individueel verantwoordelijk kan worden gehouden voor een breder heersend verkeersbeeld. De algemene zorgplicht strekt niet zo ver, dat deze regel uit de rechtspraak over verkeersgeluid niet (langer) geldt. De specifieke omstandigheden van deze zaak onderscheiden zich ook niet van de omstandigheden die gebruikelijkerwijs aan de orde zijn bij geluidsoverlastzaken waarin verkeersgeluid een rol speelt. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om van deze jurisprudentie af te wijken.
* Rechtbank Den Haag 5 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15122: Awb, Wabo; omgevingsvergunning verbouwen rijksmonument, dakterras, koetshuis, geen strijd bpl, normaal gebruik wonen, planregels, geen limitatieve lijst/bijbehorende voorzieningen, bouwregels, bouwvlak, hoogte afscheiding, maximale bouwhoogte, welstandsadvies, advies deskundige, concrete aanknopingspunten voor twijfel, uiterlijk hekwerk, geen tegenadvies deskundige, geen ruimte belangenafweging, privacy, evidente privaatrechtelijke belemmering, artikel 5:50 BW, vertrouwensbeginsel, uitlating, toezegging, e-mailbericht, welbewuste standpuntbepaling, jurist team omgevingsvergunningen, gebonden beschikking, schadevergoeding, geen schade gesteld of gevorderd, investeringen, onomkeerbare handelingen, civiele rechter
8.2. De rechtbank stelt vast dat in het e-mailbericht van 5 juli 2021 aan de echtgenoot van eiseres het volgende staat: […] “Zoals u weet staat komende vrijdag de hoorzitting gepland voor uw bezwaar inzake de verleende onttrekkingsvergunning voor het adres [adres 1] . Aan de orde is daar de vraag of de onttrekkingsvergunning terecht en op juiste gronden is verleend. Naar het oordeel van het college is dat inderdaad het geval. Er is echter wel een ander punt waar we tijdens het bestuderen van het dossier tegenaan gelopen zijn. Voor de brandtrap en het dakterras aan het pand, dat een rijksmonument is, is geen omgevingsvergunning verleend. Naar aanleiding van het bezwaar is er een legalisatieonderzoek uitgevoerd naar de vraag of belde bouwwerken gelegaliseerd kunnen worden. Inmiddels is bekend geworden dat het voor beide bouwwerken niet mogelijk is een omgevingsvergunning te verlenen. Om deze reden is de kwestie voorgelegd aan de afdeling Bouwtoezicht, Juridische Handhaving en Veiligheid die zich zullen beraden over het vervolgtraject.” […]
8.3. Allereerst moet de vraag beantwoord worden of de uitlating kan worden gekwalificeerd als een toezegging. In het e-mailbericht wordt met zoveel woorden aangegeven dat het voor beide bouwwerken (waarmee wordt gedoeld op de brandtrap en het dakterras) niet mogelijk is om een omgevingsvergunning te verlenen. Hoewel die mededeling betrekking had op het dakterras met omheining zoals dat op dat moment aanwezig was, mocht eiseres uit het gebruik van de bewoordingen dat het niet mogelijk is om daarvoor een omgevingsvergunning te verlenen wel afleiden dat er voor een dakterras überhaupt geen omgevingsvergunning kan worden verleend. De rechtbank is met de bezwarencommissie en anders dan het college van oordeel dat het e-mailbericht van 5 juli 2021 wél gekwalificeerd kan worden als een welbewuste stadpuntbepaling van het college dat ook in de toekomst, en dus ook in onderhavig geval, voor een dakterras geen omgevingsvergunning kan worden verleend. De verklaring van het college dat het negatieve welstandsadvies van 30 juni 2021 vanwege het ontsierende hekwerk aan die mededeling ten grondslag zou liggen leidt niet tot een ander oordeel, nu eiseres dat advies op dat moment niet kende en in de email ook geen verwijzing naar dat advies is opgenomen.
8.4. Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of de toezegging aan het college kan worden toegerekend. Niet in geschil is dat het e-mailbericht is verstuurd door een jurist van het team Omgevingsvergunningen van het college. De rechtbank is van oordeel dat eiseres er daarom van uit mocht gaan dat met deze mededeling het standpunt van het college werd weergegeven.
8.5. Tenslotte moet de vraag worden beantwoord of het college zich op goede gronden op het standpunt stelt dat, indien wel sprake zou zijn van een aan het college toe te rekenen toezegging, dit niet kan leiden tot weigering van de omgevingsvergunning omdat de belangen van vergunninghouder bij de realisering van een planologisch passend bouwplan – zwaarder wegen dan het door eiseres gestelde opgewekt vertrouwen. De rechtbank overweegt dat, ook in het geval toezeggingen zijn gedaan, een beroep op het vertrouwensbeginsel in het geval van een gebonden beschikking als hier aan de orde niet zo ver voert dat in een dergelijke situatie niettemin een omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Zie in dit verband de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5757. Dat betekent dat de door de e-mail bij eiseres gewekte verwachtingen er niet toe kunnen leiden dat de omgevingsvergunning voor het terras alsnog moet worden geweigerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat het college gehouden is om aan eiseres schade te vergoeden vanwege het niet honoreren van het gewekt vertrouwen dat er geen omgevingsvergunning zou worden verleend voor een dakterras. Eiseres heeft geen schade gesteld of gevorderd. Zoals door het college is gesteld en door eiseres niet is betwist, is niet gebleken dat eiseres investeringen heeft gedaan, kosten heeft gemaakt danwel onomkeerbare handelingen heeft verricht in het vertrouwen dat er geen omgevingsvergunning voor een dakterras zou worden verleend. Het enkele feit dat eiseres door het vergunde dakterras inbreuk op haar privacy ervaart, terwijl zij er op mocht vertrouwen dat er geen omgevingsvergunning zou worden verleend en zij van zodanige inbreuk gevrijwaard zou blijven, is geen reden om vanwege schending van het vertrouwensbeginsel schadevergoeding toe te kennen.
8.6. Het bovenstaande leidt ertoe dat de motivering van het college ten aanzien van de verwerping van het beroep op het vertrouwensbeginsel deels gebrekkig is, voor zover is gesteld dat geen sprake is van een aan het college toe te rekenen toezegging. Het standpunt dat schending van het vertrouwensbeginsel geen reden is om de omgevingsvergunning te weigeren houdt echter stand.
* Rechtbank Amsterdam 4 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5564: Awb, Hvw; vovo, bestuurlijke boete, openbaarmaking gegevens, Wet goed verhuurderschap, spoedeisend belang, overtreding, energielabel, bestaande huurovereenkomsten, overgangsrecht, geen voorlopig oordeel, handhavingsstrategie, herstelsanctie, boete, memorie van toelichting, nota nav nader verslag, bedoeling wetgever, meewegen alle omstandigheden, toewijzen verzoek
6.2. De voorzieningenrechter overweegt dat zowel in de Memorie van Toelichting bij de Wgv (Kamerstukken II, 2021-2022, 36 130, nr. 3, p. 46) als in de Nota naar aanleiding van het nader verslag bij de – latere – invoering van artikel 2a van de Wgv (Kamerstukken II, 2023-2024, 36 496, nr. 12, p. 32) het volgende staat: “In dit kader is wel nog van belang om op te merken dat handhaving door gemeenten te allen tijde proportioneel dient te zijn. Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid en maximale boetes, waarbij de gemeente steeds alle omstandigheden van het geval, zoals de ernst van de overtreding, moet betrekken. Hierin kan worden voorzien door de zogenoemde «escalatieladder» te doorlopen. Bij vaststelling van een eerste overtreding ligt een waarschuwing voor de hand, tenzij de overtreding zo ernstig is dat een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom noodzakelijk is. In ieder geval moet de verhuurder de kans krijgen om door middel van een waarschuwing of herstelsanctie zijn gedrag te wijzigen. Indien er een waarschuwing wordt afgegeven, of een herstelsanctie wordt opgelegd aan de verhuurder, is het bovendien de bedoeling dat aan de verhuurder wordt gemeld dat bij een volgende overtreding een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, en dat dit gepaard gaat met het openbaar maken van de overtreding. Mocht de verhuurder na een waarschuwing of herstelsanctie zijn gedrag niet aanpassen, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd en kunnen zijn gegevens openbaar worden gemaakt.”
6.3. Hieruit volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat de wetgever de gedachte had dat een verhuurder de kans moet krijgen om zijn gedrag te herstellen, door eerst een waarschuwing of een herstelsanctie op te leggen. Verweerder heeft terecht aangevoerd dat de Wgv verweerder niet verplicht om eerst een herstelsanctie op te leggen. Op grond van artikel 18, derde lid, van de Wgv is verweerder namelijk bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen. Maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom is afgeweken van deze bedoeling van de wetgever door in dit geval direct een bestuurlijke boete op te leggen. De argumenten van verweerder dat sprake is van bedrijfsmatig handelen en een ernstige overtreding zijn daarvoor onvoldoende. Uit het bovengenoemde citaat volgt immers dat de wetgever bij een ernstige overtreding denkt aan het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Verweerder zal in de beslissing op bezwaar nader moeten motiveren hoe het direct opleggen van een boete zich verhoudt tot de opmerking van de wetgever dat de verhuurder in ieder geval de kans moet krijgen om zijn gedrag te wijzigen.
6.4. Daarbij dient verweerder bij het opleggen van een boete alle omstandigheden mee te wegen. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij het appartement recent in verhuurde staat had gekocht en daarmee de huurovereenkomst die de vorige eigenaar was aangegaan overnam. Zij is dus zelf de huurovereenkomst niet aangegaan. Daarnaast heeft verzoekster aangevoerd dat zij na de constatering heeft meegewerkt en het betwiste gedeelte van de huurbetalingsverplichting heeft opgeschort. Deze omstandigheden heeft verweerder onvoldoende kenbaar meegewogen bij het besluit om direct een boete op te leggen. Deze omstandigheden dient verweerder ook af te wegen tegen het argument dat het volstaan met een herstelsanctie onvoldoende afschrikwekkend zou zijn.
* Rechtbank Den Haag 19 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15422: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing aanvragen omgevingsvergunningen, legaliseren gerealiseerde gezamenlijke erfafscheiding, bouwen en afwijken bpl, bouwhoogte/maximale bouwhoogte bpl, beleidsruimte, verdichting, ruimtelijke kwaliteit, openbare ruimte, nota omgevingskwaliteit, vergunningvrij hogere beplanting, gelijkheidsbeginsel, dienstbaarheidsbeginsel, handhaving, dwangsom, overtreding, beginselplicht tot handhaving, interne melding, willekeur, misbruik bevoegdheid, gemeentelijk handhavingsbeleid, concreet zicht op legalisatie, gelijkheidsbeginsel, inschatting toezichthouder, evenredigheid, dienstbaarheidsbeginsel, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
10. Voor zover eiseressen wijzen op het dienstbaarheidsbeginsel, dat overigens nog niet is opgenomen in de Awb, overweegt de rechtbank dat het beginsel dat een bestuursorgaan zich bij de uitoefening van zijn taak dienstbaar opstelt, niet betekent dat het college gehouden zou zijn om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan omgevingsvergunningen te verlenen.
15.1. De rechtbank ziet in het feit dat naar aanleiding van een interne melding van een wethouder ambtshalve handhavend is opgetreden geen grond voor het aannemen van willekeur of misbruik van bevoegdheid. In het handhavingsbeleid van de gemeente Zuidplas (Handhavingsbeleid Bouw- en woningtoezicht 2016-2020 Gemeente Zuidplas, (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR406471) leest de rechtbank niet dat alleen handhavend kan worden opgetreden op basis van handhavingsverzoek. (…) Naar het oordeel van de rechtbank is ambtshalve handhavend optreden op basis van een interne melding van een wethouder op zichzelf niet in tegenspraak met deze toelichting.
18.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat het college tegen een overtreding met prioriteit ambtshalve handhavend kan optreden, ook als er geen sprake is van handhavingsverzoek. (…) De rechtbank is van oordeel dat dit prioriteringsbeleid waarbij bij een interne melding in combinatie met een grotere ruimtelijke instraling een hogere prioriteit aan een overtreding wordt toegekend, niet onredelijk is. Aan de omstandigheid dat de toezichthouder bij de eerste inschatting op een formulier heeft aangekruist dat geen spoed bestond voor handhavend optreden tegen de erfafscheiding, komt niet het gewicht toe dat eiseressen daaraan toekennen. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld een eerste inschatting van een toezichthouder niet doorslaggevend is voor de afweging die het college dient te maken bij het nemen van een besluit over handhavend optreden. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het college in strijd heeft gehandeld met consistent en doordacht bestuursbeleid. Het betoog slaagt niet.
20. Voor zover eiseressen met betrekking tot de handhavingsbesluiten opnieuw wijzen op het dienstbaarheidsbeginsel, dat nog niet is opgenomen in de Awb, overweegt de rechtbank dat het beginsel dat een bestuursorgaan zich bij de uitoefening van zijn taak dienstbaar opstelt, niet betekent dat het college niet mag overgaan tot handhavend optreden tegen illegale bouwwerken. Ook het dienstbaarheidsbeginsel is dus niet aan te merken als bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college had moeten afzien van handhaving. Het betoog slaagt niet
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Zeeland-West-Brabant 1 juni 2026 Ow, omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, betekenis artikel 22.281 van het omgevingsplan (bruidsschat), ETFAL
Rb Oost-Brabant 29 mei 2026 Ow, omgevingsvergunning bopa, ETFAL, waterhuishoudkundige aspecten
Rb Oost-Brabant 28 mei 2026 Ow, directe handhaving op basis van de specifieke zorgplicht voor een milieubelastende activiteit