Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1379: Awb, Tracéwet; tracébesluit, wijziging eerdere besluiten, project A27/A12 Ring Utrecht, extern salderen, additionaliteitsvereiste, natuurdoelanalyses, Ecologisch Autoriteit, mitigerende maatregel, instandhoudings- of passende maatregel, Habitatrichtlijn, voortdurende monitoring, bijsturing, omgevingswaarden, programma, stikstofruimte saldogevers, mogelijkheid compensatie, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1400: Awb, Wet luchtvaart; wijziging luchthavenverkeerbesluit Schiphol, maximumaantal vliegtuigbewegingen, geluidbelasting, nachtvluchten, Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel, procesbelang, bevoegdheidsgrondslag, passende beoordeling, planMER, projectMER-beoordeling, SMB-richtlijn, Habitatrichtlijn, handhavingspunten, gelijkwaardigheidscriterium, preferentieel baangebruik, voorlopige voorziening nachtvluchten
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1411: Awb, Wro; niet vaststellen bpl en exploitatieplan, nieuw bedrijventerrein, procesbelang, schade, behoefte, kavelgrootte, grootschalige bedrijven, invloed op landschap
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1361: Awb, Wro; bpl, wijzigingen plandelen recreatieparken, bouwregels, aanvragen omgevingsvergunning bouwen, gebruiksrgels, lozingsverbod, nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden, efficiënte geschilbeslechting, rechtszekerheid, planregels, zelf in de zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1399: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, provinciale verordening, terugkomen tussenuitspraak, uitzonderlijke gevallen/niet aan de orde, geen evidente feitelijke onjuistheden, cultuurhistorische waarden, beleidsruimte, milieueffectbeoordeling, einduitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak na eerdere tussenuitspraak
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1371: Awb, Wro; bpl, onzelfstandige bewoningen woonbestemmingen, logies arbeidsmigranten en seizoenarbeiders, ontvankelijkheid, Varkens in nood, onderbouwing maxima planregels, rechtszekerheid, begrip “in hoofdzaak”
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1389: Awb, Hvw; vergunning, exploiteren bed & breakfast, woonruimte, woonboot, huisvestingsverordening, Dienstenrichtlijn, toeristen, leefbaarheid, grote schaarste woonruimte, dwingende reden van algemeen belang, beperkte geldingsduur, oppervlakte-eisen, hoofdverblijf, zelfexploitatie en nachtverblijf (Rb Amsterdam 21/2847, 21/2873, 21/2884, 21/2938, 21/2945, 21/2983, 21/2998, 21/3002, 21/3009, 21/3016, 21/3027, 21/3034, 21/3065, en 22/204)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1367: Awb, Wro; bpl, termijn tussenuitspraak, na verlenging ongebruikt verstreken, gebrek niet hersteld, Omgevingswet, evenwichtige toedeling van functies aan locaties, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1381: Awb, Wabo; omgevingsvergunning verbouwing woning, aanvraag, aanvrager bepaalt activiteiten, onlosmakelijke samenhang, projectomschrijving, tekeningen, draagconstructie, niet (impliciet) vergund (Rb Den Haag 21/936)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1413: Awb, Wro; bpl, transformatie, agrarische omgeving naar woonomgeving, provinciale verordening, aanvaardbare locatie, landschappelijke waarden, waterhuishouding, overleg en goedkeuring waterschap, watervergunning, wateroverlast, archeologische waarden, relativiteitsvereiste, gewasbestrijdingsmiddelen, versterking landschap, rechtszekerheid planregeling, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1351: Awb, Wabo, Wnb; afwijzing verzoek tot intrekking omgevingsvergunning met aangehaakte natuurtoestemming mestvergistingsinstallatie, Wnb-vergunning, passende maatregel, verslechtering Natura 2000, verkorting beslissingstermijn (Rb Oost-Brabant 22/3171 en 22/3200)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1412: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen aanbouw, buiten toepassing laten planregel, Bor, geen instructieregel, ander resultaat, strijd planregels, handhaving, dwangsom, overtreding, bevoegd tot handhaving, zorgvuldigheid meting, herhaling aangevoerde in beroep, bijzondere omstandigheden, geen concreet zicht op legalisatie, duidelijkheid last, evenredigheid, begunstigingstermijn, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Den Haag 21/998 en 21/2020)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1391: Awb, Hvw; bestuurlijke boete, omzetting zelfstandig in onzelfstandig woonruimte, Dienstenrichtlijn, vrij verkeer van werknemers, VWEU, overtreder, toerekening, omzettingsverbod, hoogte boete, matigen boete, overschrijding redelijke termijn, punitieve zaken, prejudiciële vragen (Rb Amsterdam 22/3087)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1390: Awb, Wabo; handhaving, bestuursdwang, bouwwerkzaamheden staken en gestaakt houden, reële rechtsbescherming, afgeleid belang, contractuele relatie, extra kosten/geen eigen belang, procesrecht/grenzen, geen belanghebbende, indiener beroep, machtiging, parallel belang (Rb Zeeland-West-Brabant 22/1137)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1409: Awb, Wnb; ontheffing verbodsbepalingen, realisatie bedrijventerrein, ontvankelijkheid hoger beroep college, termijnoverschrijding, verschoonbaarheid, toerekening, belanghebbende, ruimtelijke uitstraling, woon- en leefklimaat, maatstaf, afstand, essentiële vliegroute vleermuizen, verkeer en verlichting, nader besluit, termijn ontheffing verstreken, geen gebruik gemaakt, geen belang (Rb Limburg 21/2202)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1401: Awb, Hvw; bestuurlijke boete, omzetting zelfstandige woonruimten in onzelfstandig woonruimte, Dienstenrichtlijn, vrij verkeer van werknemers, VWEU, overtreder, toerekening, omzettingsverbod, hoogte boete, huisvestingsverordening, overschrijding redelijke termijn, matiging boete, punitieve zaken, prejudiciële vraag (Rb Amsterdam 20/6790 en 20/6793)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1377: Awb, Gmw; vergunning transformatorstation, gemeentelijke verordening kabels en leidingen, bepaling onverbindend, exceptieve toetsing avv, détournement de pouvoir, verordende bevoegdheid, bijlage II Bor, artikel 121 Gemeentewet, hetzelfde motief, hetzelfde object, fysieke leefomgeving, dezelfde genormeerde gedraging, doorkruising hogere regelgeving, totstandkomingsgeschiedenis, keuze wetgever (Rb Den Haag 21/375)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1396: Awb, Hvw; bestuurlijke boete, verhuren woning, zonder noodzakelijke vergunning, huisvestingsverordening, overtreding, inspectierapport, relevante boeterapport, ontbreken concrete bevindingen, geen definitie “wonen”, beschrijving in zeer algemene bewoordingen, feitelijk onderzoek, afwijzing verzoek om schadevergoeding (Rb Den Haag 23/552)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1398: Awb, Wabo; omgevingsvergunning oprichten stellages, duurzame energie, technische installaties en kabelwerk, situatietekening, omvang aanvraag, aanvraagformulier, ruimtelijke onderbouwing, volledigheid aanvraag, Mor, participatie, soortenbescherming, natuurtoestemming, quickscan, platte schrijfhoren, archeologie, relativiteitsvereiste, bodemkwaliteit, voorschrift, richtafstand, VNG-brochure, NOVI, alternatieven, uitvoerbaarheid (Rb Midden-Nederland 23/3555)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1368: Awb, Wro; wijzigingsplan, goede procesorde, wijzigingsvoorwaarden, moederplan, rechtszekerheid, letterlijk uitleggen, systematiek, plantoelichting, bedoeling wetgever, begrip “groenvoorziening”, Van Dale, belangenafweging
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1410: Awb, Wabo; omgevingsvergunning realiseren gebouw, huisvesting arbeidsmigranten, goede procesorde, alternatieven, woon- en leefklimaat, voorschriften, gebruiksmogelijkheden naastgelegen perceel, spuitzone, machinaal bespuiten, bebouwing, beperking drift, termijn verleende vergunning (Rb Overijssel 23/1883)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1408: Awb, Wabo; omgevingsvergunning realiseren gebouw, huisvesting arbeidsmigranten, belanghebbende, voorschrift, tijdrovend en lastig, naleving, handhaving, ladder voor duurzame verstedelijking, relativiteitsvereiste (Rb Overijssel 23/1882)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1406: Awb, Wabo; omgevingsvergunning realiseren gebouw, huisvesting arbeidsmigranten, noodzaak vergunningvoorschrift, beleidsruimte, ruimtelijke motieven, proportionaliteit vergunningvoorschrift, bereiken doelen, inspanningsverplichting, EVRM, IVBPR, Dienstenrichtlijn (Rb Overijssel 23/1881)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1373: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en wijzigen monument, woonzorgvoorziening, draagvlak, omgevingsrecht, beroepsgronden, voor het eerst in hoger beroep, uitzondering, overige gronden, onderschrijven oordeel rechtbank (Rb Gelderland 23/4239)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1374: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl en wijzigen monument, huisvesten arbeidsmigranten, juiste toetsingskader, terughoudende toetsing, woon- en leefklimaat, ruimtelijke gevolgen, naleving voorschriften, handhaving, overige gronden, herhaling aangevoerde in beroep, onjuist of onvolledig, onderschrijven oordeel rechtbank (Rb Gelderland 22/4189)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1382: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, omvang van het geding, nieuwe gronden in beroep, na vernietiging eerder besluit, nadeligere positie, constructieve veiligheid, Bouwbesluit 2012, STAB, fotomateriaal, geen concrete aanknopingspunten voor twijfel, controleberekeningen, finalegeschilbeslechting, in stand laten rechtsgevolgen (Rb Den Haag 21/3173)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1364: Awb, Hvw; vergunning kamerbewoning, incidenteel hoger beroep, beoordelingsruimte, positieve invloed woonmilieu, leefbaarheid buurt, toelichting huisvestingsverordening, vrijwilligerswerk, huurovereenkomst, geen (recente) overlastmeldingen, dwingend geformuleerd, geen ruimte meewegen aanvullende omstandigheden (Rb Rotterdam 21/1513)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1380: Awb; vaststelling ontwerp wachtplaats scheepvaart, bezwaar niet-ontvankelijk, besluit, rechtsgevolg, verandering bevoegdheid, recht, verplichting of status persoon of zaak, voorgenomen feitelijke handeling, geen formele besluitvorming, geen concretiserend besluit van algemene strekking, feitelijke handeling, belemmering vrij in- en uitvaart, bestuursrechtelijke rechtsbescherming, motivering uitspraak rechtbank, bodemprocedure, voorlopig oordeel voorzieningenrechter (Rb Den Haag 23/2298)
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1362: Awb, Wro; herziening planschadevergoeding, zelfstandige kantoorfunctie, herzieningscriteria, bekendheid zou niet tot andere uitspraak hebben geleid
ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1393: Awb, Wro; afwijzing tegemoetkoming planschade, beginsel gelijkheid voor publieke lasten, zorgvuldigheid advisering, voorzienbaarheid, openbaargemaakt beleidsvoornemen, concrete poging tot realisering (Rb Den Haag 24/3184)
¶ Rechtbank Limburg 6 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2186: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, transportbedrijf, overtreding, strijd omgevingsplan, bedrijfsactiviteiten, parkeeroverlast, verkeersbewegingen, parkeeronderzoek, computerprogramma, schermafdrukken, bezettingsgraad, parkeerdruk, last/onduidelijk en innerlijk tegenstrijdig, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel, overkapping, oppervlakte, bebouwingspercentage, evenredigheid handhavend optreden, verlengen begunstigingstermijn
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 9 december 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3511: BW; overheidsaansprakelijkheid, verjaring, onrechtmatigheid, bestuursrechtelijke procedure, bestuursrechter, leer van formele rechtskracht, posterieure erkenning, causaal verband, schadeperiode, schadebegroting
* ABRvS 10 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1336: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning kappen 10 bomen, voorschriften, alternatieven voor kappen, Ecowaardezone, flexwoningen, herplantverplichting, woningnood, zwaarwegend belang
* Rechtbank Gelderland 9 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1831: Awb, Wnb; afwijzing verzoek aanwijzing gebied als Natura 2000-gebied, riffen, silk- en zandplaten, permanent overspoelde zandbaken, belanghebbendheid, grondslag aanvraag
* ABRvS 6 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1294: Awb, Wro; vovo, bpl, 100 woningen, infrastructuur, geohydrologisch onderzoek, niet onafhankelijke memo, wateroverlast, grondwaterstand
¶ Rechtbank Noord-Holland 6 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2320: Awb, Ow; afwijzing omgevingsvergunning, isoleren en aanbrengen sierpleister zijgevels woning, welstandsadviezen, niet-tijdig beslissen
¶ Rechtbank Limburg 6 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2186: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, beëindiging transportbegeleidingsbedrijf, parkeeroverlast, verwijderen deel bebouwing, bedrijfsmatige activiteiten, parkeeronderzoek, bussen, onvoldoende gemotiveerd, evenredigheid handhavend optreden
¶ Rechtbank Noord-Nederland 6 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:677: Awb, Ow; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, beëindigen bewoning bouwwerken, verwijderen bouwwerken, strijd met omgevingsplan, dakloosheid, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Holland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2345: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, schuur als kantoor zonder omgevingsvergunning, advies agrarische beoordelingscommissie, geen volwaardig agrarisch bedrijf, partijdigheid advies, geen bijzondere omstandigheden
¶ Rechtbank Gelderland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1623: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen, permanent teeltondersteunende voorzieningen, toepassen pottenteelt, bopa, archeologie
¶ Rechtbank Gelderland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1633: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen bouwwerken en dieren, niet zelf opgericht, overtrederschap, hoogte dwangsom, begunstigingstermijn
* Rechtbank Limburg 4 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2086: Awb, Wabo; afwijzing verzoeken tot intrekken omgevingsvergunning windturbines, verenigbaarheid Unierecht, Rietvelden-uitspraak, Blauw-uitspraak, SMB-richtlijn, immateriële schadevergoeding
¶ Rechtbank Oost-Brabant 3 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1295: Awb, Ow; handhaving, lasten onder dwangsom, asbest, sloop- en bouwwerkzaamheden, veldinspectie, overtrederschap, proportionaliteit dwangsom, betredingsverbod, diefstal
* Rechtbank Gelderland 2 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1544 en Rechtbank Gelderland 2 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1545: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, woning, bijgebouw, inrit, privaatrechtelijke belemmeringen, brandveiligheid, beleidsregels uitwegen
¶ Rechtbank Noord-Nederland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:662: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, opslaan autowrakken boven niet-aaneengesloten bodemvoorziening, continuïteit bedrijfsvoering, onvoldoende onderbouwing, geen spoedeisend belang
¶ Rechtbank Overijssel 27 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1059: Awb, Ow; omgevingsvergunning aanleggen hagen, legaliserend, kasteel, landschapsontwikkelingsplan, hoogte hagen geborgd, voorschrift jaarlijkse terugsnoei
¶ Rechtbank Overijssel 27 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1060: Awb, Ow; weigering handhavingsverzoek, optreden tegen meidoornhagen op essencomplexen, legaliserende omgevingsvergunning verleend, geen sprake van overtreding
¶ Rechtbank Limburg 27 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1990: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, gebruik anders dan recreatief verblijf, overtrederschap, evenredigheid
¶ Rechtbank Noord-Nederland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:688: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning bouwen, bopa, legalisering woonwagen als bedrijfswoning, bedrijventerrein, gevolgen vestiging en uitbreidingsmogelijkheden bedrijven, VNG-richtafstanden, noodzakelijkheid bedrijfswoning, bestaand bouwwerk, gasleiding,
* Rechtbank Gelderland 26 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1397: Awb, Wabo; handhaving, lasten onder dwangsom, gebruik gebouwen verhuur hotelkamers, strijd met bpl, horecafunctie, horeca-categorieën, verhuren hotelkamers aan buitenlandse medewerkers, geen binding met restaurant, eigen maaltijden, overgangsrecht, overtrederschap privépersoon, aanvaardingsvereiste, geen bijzondere omstandigheden, fair play
* Rechtbank Rotterdam 25 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2268: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouw serre zonder omgevingsvergunning, herstelmaatregel, herstel op andere wijze mogelijk dan verwijderen serre, maximaal bebouwingsoppervlak
* Rechtbank Den Haag 24 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3731: Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, meer mest afgevoerd dan aangevoerd, verantwoordingsplicht, verwijtbaarheid, hoogte boetes, redelijke termijn
* Rechtbank Limburg 24 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1852: Awb, Wabo; weigering, omgevingsvergunning bouwen, dichtzetten overkapping, redelijkerwijs aan te nemen gebruik in strijd met bpl, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Den Haag 24 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3729: Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, toevoeging fosfaatkunstmeststof aan dierlijke meststoffen, verantwoordingsplicht, verwijtbaarheid, hoogte boetes, redelijke termijn
* Rechtbank Den Haag 24 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3732: Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, aangetroffen fosfaatgehalten onmogelijk juist, verantwoordingsplicht, verwijtbaarheid, hoogte boetes, redelijke termijn
* Rechtbank Den Haag 24 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3728: Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, toevoeging fosfaatkunstmeststof aan dierlijke meststoffen, verantwoordingsplicht, verwijtbaarheid, hoogte boetes, redelijke termijn
¶ Rechtbank Limburg 24 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1839: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, opslagloods, afstand tot perceelsgrens, bebouwingsoppervlak
* Rechtbank Noord-Nederland 23 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:690: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouw dakkapel zonder vergunning, geen concreet zicht op legalisatie, evenredigheid, tijdsverloop, financiële gevolgen, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Den Haag 20 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3134: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, gemeentehuis, tegelen-jurisprudentie, welstand, stikstof
* Rechtbank Midden-Nederland 20 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:564: Awb; afwijzing handhavingsverzoek, uitvoering last, schade door uitvoering last, aanpassing draagconstructie pand, terugbrengen originele staat, omgevingsvergunning benodigd, civiele rechtsgang aangewezen, rechtseenheid
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:873: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, woongebouw, 19 appartementen, 2 commerciële ruimten, herstelbesluit, maximale bebouwingspercentages, welstand, beoordeling strijdigheden, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 20 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3593: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, dakopbouw, anti-dubbeltelbepaling, zonnepanelen, welstandseisen, indieningsvereisten, tekeningen
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1042: Awb, Ow, Gmw; bekendmaking van rechtswege verleende terrasvergunning, toepasselijkheid APV onder Ow, geen sprake van weigeringsgrond
¶ Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:679: Awb, Ow; afwijzing handhavingsverzoek, rookgasafvoer buren, rookoverlast, roetafzetting, gezondheid, overtreding omgevingsplan, schadevergoeding
* Rechtbank Den Haag 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3548: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, verkoop van appartementen zonder onherroepelijke omgevingsvergunning, geen sprake van een overtreding
* Rechtbank Den Haag 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3550: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, veranderen van woningen, constructieve doorbraken, trappen, plaatsen van bouwlaag, 5 nieuwe appartementen, parkeren, bezonning, welstand, stikstof, privaatrechtelijke belemmering
* Rechtbank Den Haag 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3552: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, veranderen van woningen, constructieve doorbraken, trappen, plaatsen van bouwlaag, 5 nieuwe appartementen, beslistermijn, toevoeging woningen, parkeren, stikstof, welstand, strijdigheid met bpl
¶ Rechtbank Den Haag 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3576: Awb, Ow; omgevingsvergunning opa, bouwen, bopa, realiseren telecommast, landschappelijke waarden, redelijke eisen van welstand, cultuurhistorische waarden, etfal, deskundigenadvies, contraexpertise, locatiekeuze, bopa-beleid
* Rechtbank Den Haag 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3547: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, dakopbouw, ontvankelijkheid, zichtscriterium, afstandscriterium, leefbaarheid wijk, geen objectief bepaalbaar belang, geen gevolgen van enige betekenis
* Rechtbank Gelderland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1845: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, beeldentuin met activiteiten en workshops, herstelbesluit, aanvullend parkeeronderzoek, parkeerbehoefte niet duidelijk, gebrek niet hersteld, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Limburg 18 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1664: Awb, Wabo; afwijzing handhavingsverzoek, buitenunits airco’s, buitenunit warmtepomp, geluid, rekentool, cumulatie, stille modus, juistheid invoergegevens, deskundigenadvies
* Rechtbank Noord-Holland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2253: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl, 26 zorgappartementen, parkeren, parkeernorm middelen tussen serviceflat en verpleeghuis, onlosmakelijke activiteit, zorgvuldigheid besluitvorming, groen, privacy
¶ Rechtbank Den Haag 18 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3588: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouwen, schoolgebouw met kinderdagverblijf, bopa, massaliteit bouwplan, privacy, uitzicht, parkeren, verkeersveiligheid, participatie, buitenterrein
¶ Rechtbank Noord-Nederland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:667: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen, woning, kapschuur, passeren gemeenteraad, vvgb niet langer nodig, bouwhoogte, hoogte terrein, precedentwerking, borging voorschriften
* Rechtbank Limburg 18 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1670: Awb, Wnb; wijzigingsbesluit, toevoeging habitattypen en soorten aan aanwijzingsbesluiten Natura 2000-gebieden, habitattypekaarten, terinzagelegging, gevolgen agrarische bedrijfsvoering, Holohan-arrest, uitsluitend gevolgen van ecologische aard
¶ Rechtbank Limburg 18 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1656: Awb, Ow; handhaving, bouwstop, last onder dwangsom, illegale bouwwerkzaamheden, zonnepalen op tuinbouwkas zonder vergunning, overtrederschap als natuurlijk persoon, procesbelang
* Rechtbank Den Haag 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3582: Awb, Wabo; herroeping omgevingsvergunning bouwen, aanbouw zijkant, aanbouw achterkant, dakterras, woningsplitsing niet betrokken, nieuwe aanvraag nodig, gemeentelijk monument, onlosmakelijk verbonden
¶ Rechtbank Den Haag 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3973: Awb, Ow; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, preventief, recreatiegebied, werkzaamheden, soortenbescherming, ecologisch onderzoek, tegenstrijdigheden en omissies in onderzoek
¶ Rechtbank Midden-Nederland 11 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:561: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouw schuur, bopa, etfal, archeologie, welstand, toetsing aan verkeerd gebied,
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:624: Awb, Ow; omgevingsvergunning legaliseren dakramen, redelijk eisen welstand, welstandsadvies, contra-expertise, feitelijke situatie wijkt niet af van vergunning, plaatsingsinstructies, precedentwerking
* Rechtbank Den Haag 9 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3574: Awb, Wabo; omgevingsvergunning plaatsen warmtepomp, geluiddempende omkasting, plat dak aanbouw, overschrijding maximale geluidbelasting, controleberekening, tonaliteitscorrectie, nachtmodus, uitblaasrichting, bronvermogen
* Rechtbank Limburg 9 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1359: Awb, Waterwet; afwijzing nadeelcompensatie projectplan, voordeelverrekening, normaal maatschappelijk risico
* Rechtbank Noord-Holland 6 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2445: Awb, Wabo; buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning bouwen, hotel, uitweg, onvoldoende gegevens, Bibob-relaties, advies externe commissie, bancaire lening
¶ Rechtbank Midden-Nederland 6 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:519: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning kappen, 30 bomen, geen aanhaakverplichting, herstel beschadigde damwand, belangenafweging
* Rechtbank Den Haag 3 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3589: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl, zorgappartementen, mogelijkheden bpl, parkeren, verkeer, privacy, uitzicht, bezonning, groen, participatie, bouwveiligheidsplan
* Rechtbank Limburg 2 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1050: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, paardenstal in strijd met bpl, tentzeil met tentstokken, knip in lasten, begrip bouwwerk, beginsel plicht tot handhaving, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Den Haag 30 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3712: Awb, Wabo; Chw; omgevingsvergunning bouwen, 2 woongebouwen, halfverdiepte parkeergarage, afwijken van bpl, participatie, goede ruimtelijke ordening, verhoging bouw- en goothoogte, privacy, uitzicht, redelijk eisen welstand, negatief welstandsadvies, beeldkwaliteitsrichtlijnen
* Rechtbank Den Haag 16 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3590: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, herhaaldelijk lozen afvalwater, concentratie-eis sulfaat, inerte goederen, ongebroken puin, onvoldoende onderzocht, Activiteitenbesluit
¶ Rechtbank Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:114: Awb, Ow; afwijzing verzoek intrekking bouwvergunning, enkel heipalen, bouw ligt zes jaar stil, Bibob-procedure, financiële positie vergunninghouder, relativiteitsbeginsel
* Rechtbank Den Haag 14 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3594: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, opslagruimte, in- en uitrit, erfafscheiding, afwijken bpl, wateroverlast, omliggende bollenkwekerij, deskundigenadvies, waterhuishoudkundig plan, pompcapaciteit, peilbuis
¶ Rechtbank Den Haag 9 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3575: Awb, Ow; niet nemen besluit op verzoek wijziging omgevingsplan, niet nemen besluit op verzoek bevestiging gebruik perceel, bedrijfsfunctie als woonfunctie, onbevoegdheid rechtbank, ontbreken procesbelang, woning verkocht
* * Rechtbank Den Haag 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27613: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, woning op bedrijfsgebouw, beheersverordening, kruimelgevallenregeling, stedenbouwkundige onderbouwing, welstand, bezonning, privacy, alternatieven
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1379: Awb, Tracéwet; tracébesluit, wijziging eerdere besluiten, project A27/A12 Ring Utrecht, extern salderen, additionaliteitsvereiste, natuurdoelanalyses, Ecologisch Autoriteit, mitigerende maatregel, instandhoudings- of passende maatregel, Habitatrichtlijn, voortdurende monitoring, bijsturing, omgevingswaarden, programma, stikstofruimte saldogevers, mogelijkheid compensatie, einduitspraak na tussenuitspraak
28.1. De Afdeling heeft in voorgaande overweging de bevindingen van Vereniging Leefmilieu en anderen over de staat van de natuur in de betrokken Natura 2000-gebieden beknopt en samengevat weergeven. De Afdeling ziet geen aanleiding hier per Natura 2000-gebied uitgebreider op in te gaan. Niet in geschil is namelijk dat ook al uit de in 2022 voor het merendeel van de betrokken Natura 2000-gebieden geldende beheerplannen en de daaraan ten grondslag liggende gebiedsanalyses volgde dat een beperking van een te hoge stikstofbelasting nodig is, zowel om behoud van de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en herstel- en verbeterdoelstellingen te realiseren (artikel 6, eerste lid, van de Habitatrichtlijn), als ook om een dreigende verslechtering en verstoring met significante gevolgen voor soorten en habitattypen te voorkomen (artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn). Zo stelt de minister in zijn nadere motivering immers onder meer dat ook in de gebiedsanalyses die ten behoeve van het PAS waren opgesteld de wetenschap bestond dat sommige natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden waarvoor extern salderen is ingezet, (deels) overbelast waren en bleven door stikstofdepositie en dat een beperking van deze hoge stikstofbelasting nodig is, onder meer om de verslechtering van deze natuurwaarden te voorkomen. Dit betekent dat naast instandhoudingsmaatregelen (artikel 6, eerste lid, van de Habitatrichtlijn) ook passende maatregelen (artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn) nodig zijn die onder meer gericht zijn op een daling van de stikstofdepositie in de betrokken Natura 2000-gebieden.
In een dergelijke situatie waar een beperking van een hoge stikstofbelasting nodig is, is vereist dat op het moment dat de minister het (gedeeltelijk) beëindigen van de saldogevers in de passende beoordeling als mitigerende maatregel inzet om het nieuwe project A27/A12 Ring Utrecht mogelijk te maken, hij dient te onderbouwen dat die mitigerende maatregel niet al nodig is als instandhoudings- of als passende maatregel. Om te kunnen onderbouwen dat de ingezette mitigerende maatregel niet al nodig is als passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn, dient inzichtelijk te worden gemaakt welke daling van stikstofdepositie noodzakelijk is, welke maatregelen hiervoor zijn of zullen worden getroffen, binnen welk tijdpad die maatregelen worden uitgevoerd en wanneer wordt verwacht dat deze maatregelen effect zullen hebben. De maatregelen moeten leiden tot de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn, om er zo voor te zorgen dat dreigende verslechtering en verstoring met significante gevolgen voor soorten en habitattypen in de betrokken overbelaste Natura 2000-gebieden wordt tegengegaan. Daarbij geldt dat wanneer wordt verwezen naar een pakket van maatregelen of een programma, dit zo nodig vergezeld dient te gaan van een monitoring van de uitvoering en effecten daarvan, waarbij het betrokken pakket of programma indien nodig voorziet in een bijsturing of een aanvulling.
Artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn vereist een voortdurende monitoring en, voor zover nodig, bijsturing of aanvulling van de maatregelen die worden ingezet om de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn te bereiken. Dit maakt dat de minister gehouden was om in zijn nadere motivering te bezien of, uitgaande van de gegevens die beschikbaar waren ten tijde van de nadere motivering, de stikstofreducerende maatregelen die in 2022 waren voorzien nog steeds toereikend zijn om de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen afzienbare termijn te bereiken. Dit betekent dat de minister in zijn nadere motivering op basis van de op dat moment beschikbare NDA’s en adviezen van de Ecologische Autoriteit nader had moeten beoordelen wat, uitgaande van die recente gegevens en gelet op andersoortige passende maatregelen die al zijn voorzien, de noodzakelijke daling van stikstofdepositie in de betrokken Natura 2000-gebieden is in het licht van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn en of de stikstofreducerende maatregelen die in 2022 waren voorzien nog steeds toereikend zijn om deze nodig geachte daling te halen. De Afdeling stelt vast dat de minister deze NDA’s en adviezen steeds nadrukkelijk buiten de nadere motivering heeft gehouden. De Afdeling gaat er daarbij van uit dat, ook gezien wat Vereniging Leefmilieu en anderen over de inhoud van deze NDA’s en adviezen naar voren hebben gebracht, de minister zich ervan bewust is dat, uitgaande van de inhoud van de NDA’s en adviezen, niet langer kan worden onderbouwd dat al met andere maatregelen wordt voorzien in de noodzakelijke daling van de stikstofdepositie binnen afzienbare termijn om zo een (dreigende) verslechtering en verstoring met significante gevolgen voor soorten en habitattypen in de betrokken Natura 2000-gebieden te voorkomen.
28.2. De Afdeling concludeert dan ook dat de minister er niet in is geslaagd toereikend te motiveren dat is voldaan aan het additionaliteitsvereiste.
Daarbij merkt de Afdeling nog op dat de minister weliswaar stelt dat hij op grond van de Wnb niet het bestuursorgaan is dat bevoegd is en/of gehouden is om instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen te treffen voor de aan de orde zijnde Natura 2000-gebieden, maar dat standpunt deelt de Afdeling niet. De Afdeling verwijst hierbij naar haar uitspraak van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:193, overweging 23.2, waar de Afdeling erop heeft gewezen dat voor de rijksoverheid bevoegdheden bestaan om invloed uit te oefenen op de staat van de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld via de bevoegdheid tot het vaststellen van omgevingswaarden (artikel 1.12a van de Wnb) en het vaststellen van een programma (artikel 1.13 van de Wnb). Aanvullend op bovenstaande bevoegdheden op grond van de Wnb, heeft de rijksoverheid ook andere instrumenten, zoals subsidies, om invloed uit te oefenen op het voorkomen van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring en op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. De Afdeling heeft in de genoemde uitspraak bijvoorbeeld gewezen op de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (ook wel genoemd: Lbv-regeling). Anders dan voor een gemeenteraad, waarvoor in het kader van het additionaliteitsvereiste een zogenoemde vergewisplicht geldt, zoals uiteen is gezet in de genoemde uitspraak van 14 januari 2026, overweging 23.4, volstaat voor de minister dus niet dat hij zich er alleen van vergewist dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat het bevoegd gezag, dat verantwoordelijk is voor het treffen van instandhoudings- en passende maatregelen, de wijziging of beëindiging van de saldogevers nodig acht als instandhoudings- of passende maatregel.
Ook het standpunt van de minister dat slechts een klein deel van de verworven stikstofruimte van de saldogevers wordt ingezet om het project A27/A12 Ring Utrecht mogelijk te maken en dat het overgrote deel van de verworven stikstofruimte ten goede komt aan de betrokken Natura 2000-gebieden, is geen omstandigheid die maakt dat reeds om die reden aan het additionaliteitsvereiste wordt voldaan. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2404, overweging 19.3, waaruit volgt dat het additionaliteitsvereiste ziet op het gedeelte van de stikstofruimte van de saldogevers dat wordt ingezet als mitigerende maatregel om het nieuwe project mogelijk te maken. De minister moet motiveren dat dit deel van de stikstofruimte van de saldogevers niet nodig is als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Wel kan de minister in zijn motivering dat de mitigerende maatregelen die worden getroffen niet nodig zijn als instandhoudings- of passende maatregel, wijzen op een plan, programma of pakket van maatregelen, waarin wordt gemotiveerd welke instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen worden getroffen. In dat plan, programma of pakket van maatregelen kan beleid over het afromen van de omvang van de referentiesituatie in relatie tot bepaalde projecten een rol spelen, evenals beleid over projecten waarvan de omvang van de referentiesituatie niet wordt gebruikt als instandhoudings- of passende maatregel. In dit geval ziet de Afdeling in het licht van de inhoud van de NDA’s en adviezen van de Ecologische Autoriteit over de staat van de natuur in de betrokken Natura 2000-gebieden, geen aanleiding om aan te nemen dat de omstandigheid dat een groot deel van de stikstofruimte van de saldogevers ten goede komt aan de betrokken Natura 2000-gebieden, betekent dat kan worden geoordeeld dat de nodige instandhoudings- en/of passende maatregelen zullen worden getroffen voor de betrokken Natura 2000-gebieden, waardoor de mitigerende maatregelen die worden getroffen ten behoeve van het project A27/A12 Ring Utrecht niet nodig zijn als instandhoudings- of passende maatregel.
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1412: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen aanbouw, buiten toepassing laten planregel, Bor, geen instructieregel, ander resultaat, strijd planregels, handhaving, dwangsom, overtreding, bevoegd tot handhaving, zorgvuldigheid meting, herhaling aangevoerde in beroep, bijzondere omstandigheden, geen concreet zicht op legalisatie, duidelijkheid last, evenredigheid, begunstigingstermijn, overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding (Rb Den Haag 21/998 en 21/2020)
9.3. Naar het oordeel van de Afdeling is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat artikel 2.3 van de planregels in strijd is met artikel 2.9 van het Bor. Daartoe overweegt de Afdeling als volgt. Artikel 2.3 van de planregels bepaalt dat vergunningvrije bijbehorende bouwwerken niet worden betrokken bij de beoordeling of een bouwplan past binnen de bebouwingsmogelijkheden van het bestemmingsplan. Artikel 2.9 van het Bor bepaalt voor datzelfde doel, namelijk de vaststelling of een dergelijk bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, dat alle aanwezige bijbehorende bouwwerken, en dus ook de vergunningvrije bouwwerken, worden betrokken. De toepassing van artikel 2.9 van het Bor leidt gelet op het voorgaande tot een ander resultaat, dan wanneer artikel 2.3 van de planregels wordt toegepast. Hoewel artikel 2.9 van het Bor, zoals [appellante] betoogt, geen instructieregel is die zich richt tot de planwetgever, volgt uit de tekst dat het college artikel 2.9 van het Bor wel moet toepassen bij de beoordeling of een aanvraag die ziet op het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied al dan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Gelet daarop, en doordat de toepassing van artikel 2.3 van de planregels leidt tot een ander resultaat, is dat artikel in strijd met artikel 2.9 van het Bor.
Anders dan de rechtbank heeft overwogen, leidt dat niet tot het buiten toepassing laten van artikel 2.3 van de planregels in dit concrete geval. De toepassing van artikel 2.3 van de planregels is immers telkens in strijd met artikel 2.9 van het Bor, waardoor de planregel naar het oordeel van de Afdeling onverbindend is. Gelet daarop zal de Afdeling zich dan ook niet uitlaten over het betoog van [appellante] dat zich richt op de kwalificatie van artikel 2.3 van de planregels.
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1377: Awb, Gmw; vergunning transformatorstation, gemeentelijke verordening kabels en leidingen, bepaling onverbindend, exceptieve toetsing avv, détournement de pouvoir, verordende bevoegdheid, bijlage II Bor, artikel 121 Gemeentewet, hetzelfde motief, hetzelfde object, fysieke leefomgeving, dezelfde genormeerde gedraging, doorkruising hogere regelgeving, totstandkomingsgeschiedenis, keuze wetgever (Rb Den Haag 21/375)
9.2. Voor de beantwoording van de vraag of een gemeentelijke verordening in strijd met artikel 121 van de Gemeentewet is vastgesteld, is het noodzakelijk om vast te stellen of de verordening in hetzelfde onderwerp voorziet als een wet in formele zin, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening (samen: hogere regeling). Er is sprake van eenzelfde onderwerp in de zin van dat artikel, als de verordening en de hogere regeling beide met hetzelfde motief zijn vastgesteld en zien op hetzelfde object. Dat laatste wil zeggen, dezelfde genormeerde gedraging. Als de verordening in die zin voorziet in hetzelfde onderwerp als de hogere regeling en daarmee in strijd is, dan is de verordening in strijd met artikel 121 van de Gemeentewet vastgesteld.
9.3. Hoewel de Afdeling, anders dan de rechtbank, van oordeel is dat beide regelingen wel zien op hetzelfde object, heeft de rechtbank terecht overwogen dat beide regelingen met een ander motief zijn vastgesteld, zodat er geen sprake is van hetzelfde onderwerp in de zin van artikel 121 van de Gemeentewet. Hiertoe overweegt de Afdeling als volgt.
9.4. De Wabo/het Bor zien op activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving. Daaronder valt ook het plaatsen van een transformatorstation, wat in artikel 5, eerste lid, van de AVKL wordt genormeerd. Het feit dat de AVKL daarnaast ook andere activiteiten van netbeheerders reguleert, maakt dit niet anders. De Afdeling oordeelt daarom, anders dan de rechtbank, dat beide regelingen zien op dezelfde genormeerde gedraging en daarmee op hetzelfde object.
Maar dit betekent naar het oordeel van de Afdeling nog niet dat sprake is van hetzelfde onderwerp in de zin van artikel 121 van de Gemeentewet, omdat beide regelingen, voor zover hier relevant, zijn vastgesteld met ander motief. De rechtbank oordeelde in gelijke zin. Uit de toelichting van de AVKL volgt namelijk dat deze ook het uniform regelen van de regie en coördinatie met betrekking tot werkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of leidingen in openbare gronden binnen de gemeentegrenzen, en de minimalisatie van overlast en maatschappelijke kosten ten gevolge van werkzaamheden in de publieke ruimte tot doel heeft. De raad heeft daarnaast op de zitting toegelicht dat het motief voor de vaststelling van de vergunningplicht in het AVKL is gelegen in de wens om meer controle over ingrijpende werkzaamheden te krijgen, zodat vanuit de gemeente gecoördineerd kan worden door wie, waar en wanneer deze werkzaamheden worden uitgevoerd, waarmee de overlast en maatschappelijke kosten geminimaliseerd kunnen worden. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, reguleren de Wabo/het Bor activiteiten die van invloed kunnen zijn op de (inrichting van) de fysieke leefomgeving, zodat deze geen onaanvaardbare afbreuk doen aan een goede woon- en leefomgeving. Bij een bouw- of een gebruiksactiviteit, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c, van de Wabo, gaat het ook om regulering uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Het motief van de regeling in de AVKL, te weten, de coördinatie van werkzaamheden in de publieke ruimte ter voorkoming van overlast, is geen motief waarop de Wabo/het Bor zien, zodat deze coördinatie dan ook niet door de Wabo/het Bor gereguleerd wordt.
Het feit dat volgens Liander N.V. voor het plaatsen van een transformatorstation geen ondergrondse werkzaamheden gecoördineerd hoeven te worden, en dat het verkeer daarbij zelden verstoord wordt, maakt dit naar het oordeel van de Afdeling niet anders. Dat in een concreet geval coördinatie mogelijk minder nodig is of het verstoren van het verkeer minder aan de orde is, doet namelijk niet af aan de motieven van de raad voor regulering in de AVKL. Daarnaast volgt uit de bij de AVKL en op de zitting gegeven toelichting dat de reden voor de regulering van het plaatsen van een transformatorstation gelegen is in de wens om de werkzaamheden in de publieke ruimte vanuit de gemeente te kunnen coördineren. De rechtbank heeft in dit kader terecht overwogen dat dit ook volgt uit de weigeringsgronden uit artikel 8 van de AVKL. Anders dan Liander N.V. betoogt, zien deze weigeringsgronden voornamelijk op het voorkomen van overlast en het coördineren van werkzaamheden in verband met andere werkzaamheden en evenementen.
Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank daarom terecht overwogen dat beide regelingen met een ander motief zijn vastgesteld. Artikel 5, eerste lid, van de AVKL is daarom niet in strijd met artikel 121 van de Gemeentewet.
(…)
10.1. Ook als een lagere regeling niet in strijd is met artikel 121 van de Gemeentewet, omdat er geen sprake is van hetzelfde onderwerp, mag deze lagere regeling niet anderszins in strijd zijn met een hogere regeling. Bij de vraag of er sprake is van strijd met een hogere regeling, is het onder meer van belang of de hogere regeling uitputtend is bedoeld en of de gemeentelijke regeling afbreuk doet aan de materiële bepalingen van de hogere regeling.
10.2. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat er in dit geval sprake is van doorkruising van hogere regelgeving. Hiertoe overweegt de Afdeling als volgt.
De Afdeling leidt uit de geschiedenis van de totstandkoming van het Bor af dat de wetgever er expliciet voor heeft gekozen om het bouwen van nutsvoorzieningen van geringe omvang vergunningvrij te maken en daarbij bedoeld heeft om deze regeling uitputtend te maken. Uit de nota van toelichting bij het Bor blijkt dat de wetgever daarbij heeft “gezocht naar mogelijkheden om het vergunningvrije bouwen verder te verruimen” (Stb. 2010, 143, p. 122). Bij de toelichting van artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel 18, in het bijzonder (zie p. 152) wordt gewezen op de doorontwikkeling van de regeling van het vergunningvrij bouwen van bouwwerken ten behoeve van de infrastructuur of openbare voorzieningen, die blijkt uit verschillende wijzigingen van het eerdere Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken. Uit de nota’s van toelichting (Stb. 2008, 94, p. 3-4 en Stb. 2004, 291, p. 3) bij deze wijzigingen leidt de Afdeling af dat de wetgever er op verschillende momenten expliciet voor heeft gekozen om het bouwen van deze bouwwerken van geringe omvang vergunningvrij te maken of te houden.
Met de regeling in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, in samenhang gelezen met artikel 2, aanhef en onderdeel 18, van bijlage II van het Bor, heeft de wetgever er bewust voor gekozen om het bouwen van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen, wanneer deze niet hoger zijn dan 3 m en een oppervlakte hebben van minder dan 15 m², vergunningvrij te maken. Artikel 5, eerste lid, van de AVKL doet hier afbreuk aan door voor de bovengrondse werkzaamheden in de vorm van het plaatsen van een transformatorstation alsnog een vergunningplicht in het leven te roepen. Feitelijk betekent dit namelijk dat er toch nog een vergunning moet worden aangevraagd voor het bouwen van een transformatorstation, ook als deze voldoet aan de eisen vermeld in artikel 2, aanhef en onderdeel 18, van bijlage II van het Bor, zoals het transformatorstation waar Liander N.V. een aanvraag voor heeft ingediend.
* ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1368: Awb, Wro; wijzigingsplan, goede procesorde, wijzigingsvoorwaarden, moederplan, rechtszekerheid, letterlijk uitleggen, systematiek, plantoelichting, bedoeling wetgever, begrip “groenvoorziening”, Van Dale, belangenafweging
6.2. De Afdeling stelt vast dat de percelen van [appellant A] in het moederplan de aanduiding “wetgevingszone – wijzigingsgebied 2” hebben. In artikel 4.7.1 van de regels van het moederplan is, voor zover hier van belang, bepaald dat het college ter plaatse van deze aanduiding de bestemming “Bedrijventerrein” kan wijzigen naar “Agrarisch met waarden” en/of “Groen”, mits de gronden en bebouwing ter plaatse gedurende een termijn van drie jaar niet als zodanig in gebruik zijn geweest.
De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld wanneer gronden met de bestemming “Bedrijventerrein” als zodanig worden gebruikt. Dat is namelijk bepalend voor het antwoord op de vraag of het gebruik van de percelen in de drie jaar vóór de vaststelling van het wijzigingsplan eraan in de weg staat dat het college gebruik maakt van de bevoegdheid in artikel 4.7.1 van het moederplan.
Vanwege de rechtszekerheid moet een planregel letterlijk worden uitgelegd. Als die op zichzelf niet duidelijk is en ook niet in samenhang met de andere planregels (systematiek), dan komt betekenis toe aan de niet bindende plantoelichting. Die plantoelichting kan namelijk meer inzicht geven in de bedoeling van de planwetgever.
Naar het oordeel van de Afdeling volgt uit artikel 4.7.1 duidelijk dat dit artikel moet worden gelezen in samenhang met artikel 4.1.1 van de regels van het moederplan. Dit volgt uit de omstandigheid dat de zinsnede “als zodanig” in artikel 4.7.1 onmiskenbaar verwijst naar de eerdere zinsnede “de bestemming “Bedrijventerrein”” in dit artikel. Dat brengt mee dat betekenis toekomt aan de doeleindenomschrijving die bij deze bestemming hoort. Die doeleinden staan in artikel 4.1.1 en zijn niet beperkt tot bedrijven. Dat betekent dat ook ander toegelaten gebruik, zoals groenvoorzieningen, kan meebrengen dat een perceel met de bestemming “Bedrijventerrein” als zodanig wordt gebruikt. Anders dan het college naar voren heeft gebracht, hoeven groenvoorzieningen geen afgeleide en ondergeschikte voorzieningen te zijn. Dit volgt namelijk niet uit de formulering van artikel 4.1.1. Omdat dit artikel gelezen in samenhang met artikel 4.7.1 duidelijk is, komt geen betekenis toe aan de bedoeling van de planwetgever.
Hoewel [appellant A] in zoverre kan worden gevolgd in zijn betoog, leidt dat niet zonder meer tot de conclusie dat het college niet bevoegd was om artikel 4.7.1 toe te passen. Daarvoor moet namelijk vast komen te staan dat [appellant A] zijn percelen in de drie jaar voorafgaande aan de vaststelling van het wijzigingsplan als “groenvoorziening” heeft gebruikt.
De Afdeling stelt vast dat het moederplan geen definitie kent van het begrip “groenvoorziening”. De regels van het moederplan en de toelichting daarbij bieden geen aanknopingspunten voor uitleg van dit begrip. Daarom moet dit begrip worden uitgelegd naar normaal spraakgebruik.
In het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal wordt “groenvoorziening” omschreven als “openbaar groen” en “plantsoen”, waarbij de voorziening voor iedereen toegankelijk is. Dat is bij de percelen van [appellant A] niet het geval. Het enkele feit dat er bomen en struiken op zijn percelen staan, is onvoldoende om van een groenvoorziening in de hier bedoelde zin te kunnen spreken.
[appellant A] heeft zijn percelen dus niet als groenvoorziening gebruikt. Dat betekent dat [appellant A] zijn percelen in de daarvoor relevante periode niet overeenkomstig de bestemming “Bedrijventerrein” heeft gebruikt. Daarom was het college bevoegd om ter plaatse deze bestemming te wijzigen in “Groen”.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Noord-Nederland 13 februari 2026 Handhaving, Omgevingswet, vergunningplicht, uitleg Bbl, andere uitleg op website Iplo
Rb Midden-Nederland 11 februari 2026 Omgevingsvergunning milieu, BREF Afvalbehandeling, op moment van binnenkomst afvalstoffen beoordelen of BBT-conclusie van toepassing is
Rb Den Haag 4 februari 2026 Omgevingswet, omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit waarbij toepassing is gegeven aan binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, toetsing aan ETFAL