Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1510: Awb, Wro; vovo, voorbereidingsbesluit, restaurant gebruikt voor wonen, uitsluiting woonfunctie, ETFAL, rechtmatigheid voorrangsregel, voldoende concreet initiatief
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1530: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, woonbestemming, rietdekkersbedrijf, goede ruimtelijke ordening, geluidrapport, worst case, Activiteitenbesluit, geluidbronnen, tussenuitspraak na einduitspraak
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1535: Awb, Wro; wijzigingsplan, voormalige agrarische bedrijfswoning, bestemming wonen, legalisatie loods, goede ruimtelijke ordening, parkeernormen, stikstof, VNG-brochure, relativiteitsvereiste, mantelzorgwoning, wijzigingsvoorwaarden, inrichtingsplan, anterieure overeenkomst, ontbreken voorwaardelijke verplichting, zelf in de zaak voorzien
# ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1578: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, belanghebbendheid, verbindingsweg, ontgrondingslocatie, verkeersafwikkeling, invoergegevens, verkeersprognoses, verkeersmodel, kalibratie, marge tussen verkeersprognose en verkeersintensiteit, nut en noodzaak, woon- en leefklimaat, voorwaardelijke verplichting, verkeersveiligheid, landschap, Wnb, relativiteitsvereiste, stikstof, Afdelingsuitspraak, additionaliteitsvereiste, vergewisplicht, saldering, ontbreken motivering, wettelijke soortenbeschermingsregime, uitvoerbaarheid, MER, geen samenhang projecten
# ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1544: Awb, Wro; bpl, woningbouw, inbreidingslocatie, belemmering bedrijfsvoering, producent diervoeding, gezoneerd industrieterrein, afstand, VNG-brochure, geluid, , geurhinder, Gelders geurbeleid, woon- en leefklimaat, stofhinder,
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1555: Awb, Ffw; handhaving, ontheffing, werkzaamheden, realisatie station, eekhoorn, vleermuizen, mitigerende en compenserende maatregelen, ecologisch onderzoek, bijzondere omstandigheden, evenredigheid, geldingsduur ontheffing, overtreding, voorschriften, vliegroute, foerageergebied (Rb Noord­Nederland 21/1364)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1517: Awb, Wro; bpl, ondergrondse fietsenstalling, herinrichtingsplan, ontvankelijkheid, archeologie, stikstof, relativiteitsvereiste, externe veiligheid, Bevi
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1571: Awb, Wm; handhaving, afwijzing verzoek, houtkachel, verbranden afvalstoffen, toepasselijkheid artikel 10.2, eerste lid, Wm, controles,
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1528: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen woning, handhavingsverzoek, erfafscheiding, vertrouwensbeginsel
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1576: Awb, Wro; bpl, realiseren woning, verplaatsing bouwvlak, bouwhoogte, woongenot, uitzicht, privacy, bezonning, beschermde boom, landschappelijke waarden, omgevingsverordening, stikstofonderzoek, Wnb, bouwwerkzaamheden, AERIUS-berekening, Natura 2000-gebied
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1538: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, OBM, wijzigen rundveehouderij, planregels, definitie grondgebonden agrarisch bedrijf (Rb Oost­Brabant 21/2292)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1518: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, schuur, bewoning vrijstaande bijbehorende bouwwerken, bouwvlak, vergunningvrij bouwen (Rb Den Haag 21/5230)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1561: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, ijssalon, horeca, historisch pand, aanvraag vergunning verharding, woon- en leefklimaat, parkeren, CROW-publicatie, parkeerbehoefte, toeristische/historische centrum, cultuurhistorische waarden, nieuwe tekening (Rb Noord­Holland 22/4131)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1329: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verzoek handhaving, plaatsen rookkanaal, gebruik houtkachel, afzonderlijke aanvraag, Regeling Omgevingsrecht, strijd met bpl, ondergeschikt bouwonderdeel, welstand, Bouwbesluit (Rb Noord-Holland 22/4287)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1330: Awb, Wabo; handhaving, rookkanaal, hinder, gebruik houtkachel, onderzoeksrapport, legalisatie, 7.22 Bouwbesluit, gezondheid, STAB-Kennisdocument 2019, situering balansventilatiesysteem (Rb Noord-Holland 22/2156)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1522: Awb, Wro; bpl, nieuwbouw en verplaatsing middelbare school, bedrijventerrein, ladder duurzame verstedelijking, omvang bouwvlak, uitvoerbaarheid
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1525: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling bedrijventerrein, woongebied, verlies bedrijfsruimte, belemmering bedrijfsvoering, woon- en leefklimaat, akoestisch onderzoek, representatieve bedrijfsvoering, vergunningvrije bouwmogelijkheden/afwijkingsmogelijkheden, geluidbelasting, maatwerkvoorschriften, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, gemengd gebied, dove gevel, geluidscherm, ontbreken voorwaardelijke verplichting, bereikbaarheid, verkeersveiligheid, parkeren, omzetten bedrijfswoningen in burgerwoningen
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1562: Awb, Wro; bpl, woonwagenstandplaatsen, omgevingsverordening, stedelijke ontwikkeling, alternatieve locaties, ruimtelijke kwaliteit, ecologische en landschappelijke waarden, compensatie, ontbreken inrichtingsplan, ontbreken voorwaardelijke verplichting, gemeentelijk beleid, tussenuitspraak
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1543: Awb, Wro; bpl, evenemententerreinen, plansystematiek, ontbreken normering, bezoekersaantallen, zorgvuldigheidsbeginsel, duur en hinder van ijsbaan-periode, locatiekeuze, geluid, verkeersbewegingen, parkeren, onvoldoende onderzoek, Natura 2000-gebied, significante gevolgen, stikstof
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1563: Awb, Wro, Chw; bpl, woningen, gezondheidscentrum, sportschool, evenementen, ontbreken onderzoek, maximale invulling, ruimtelijke uitstraling, uitvoerbaarheid, soortenbescherming, foerageergebieden
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1529: Awb, Wro; bpl, vrijstaande woning, cultuurhistorische waarden, provinciaal beleid, gemeentelijk beleid, naoorlogs erfgoed, landschappelijke inpassing, zichtlijn
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1542: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, warmtepomp, buitenunit, geluidhinder, deskundigenrapport, Activiteitenbesluit, APV, contra-expertise (Rb Limburg 22/2011)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1534: Awb, Wro; bpl, wonen, voormalige bedrijfswoningen, belemmeringen bedrijfsvoering, woon- en leefklimaat, maximale planologische mogelijkheden, richtafstanden VNG-brochure, onvoldoende onderzoek, nieuw milieurapport, geluid, richtwaarden, representatieve invulling
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1533: Awb, Wm; handhaving, pluimveehouderij, vleeskuikens, geen overtreding (Rb Oost-Brabant 23/2023)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1566: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, herstelwerkzaamheden, lage walmuren, Bouwbesluit, procesbelang, vergunningvoorschriften, geen overtreding, omvang geding (Rb Midden-Nederland 22/2356)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1541: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, gedeeltelijke weigering, veranderen pand, zelfstandige wooneenheden, kappen bomen, vertrouwensbeginsel (Rb Den Haag 23/4755)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1540: Awb, Wro; bpl, twee vrijstaande woningen, productiebos, landschappelijke inpassing, aantasting natuur
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1559: Awb, TwG; besluit afwijzing versterking, veiligheidsnorm, woonboerderij, welnesscentrum, B&B, aardbevingsgebied, inspectierapport Monumentenwacht, gelijkheidsbeginsel, aardbevingsschade nabijgelegen boerderij, onderzoek, gelijkheidsbeginsel
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1565: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, kamerbewoning, tijdelijke vergunning, kleinschaligheid, beleidsregel, van rechtswege verleende vergunning (Rb Oost-Brabant 23/1705)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1564: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vervangen kozijnen, welstandsnota, sneltoetscriteria, welstandsadvies (Rb Rotterdam 23/602)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1560: Awb, Wabo; handhaving, overkapping chalets/tuinhuisje, overtreding, strijd met bpl, Bor, voorkant hoofdgebouw, evenredigheid (Rb Zeeland-West-Brabant 24/2435, 24/2437, 24/2594 en 24/2595)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1527: Awb, Wro; bpl, appartementen, woon- en leefklimaat, gewijzigde vaststelling, stedenbouwkundige inpassing, bouwhoogte, inkijk, rendement zonnepanelen, parkeerhinder, verkeershinder, geluid, binnenwaarde, ontbreken voorwaardelijke verplichtingen, alternatieven, zelf in de zaak voorzien
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1556: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, rookgasafvoer, procesbelang, ontvankelijkheid (Rb Midden-Nederland 22/906)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1572: Awb, TwG; mijnbouwschade, monumentale boerderij, schadevergoeding, scheurvorming, hardheidsclausule, beoordelingskader bewijsvermoeden, roestvorming, herstelmethode, scheefstand, deskundigenrapport (Rb Noord-Nederland 22/3499)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1575: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, dubbelbestemming waarde-landschap, ontvankelijkheid, vertrouwensbeginsel
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1568: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, herontwikkeling, monumentale boerderij, pension/dagbesteding/landwinkel/theehuis, woningen/zorgappartementen, woon- en leefklimaat, ontsluiting plangebied, verkeerssituatie
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1446: Awb, ; handhaving, afwijzing verzoek, houtrook, overtreding, artikel 7.22 Bouwbesluit 2012, fijnstofmetingen, APV, bouwverordening, gezondheidsnormen, 8 ERVM, artikel 22 Grondwet, Schone Lucht Akkoord (Rb Oost­Brabant 21/2570)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1553: Awb, ; handhaving, afwijzing verzoek, afwijken van bouwvergunning, aanbouw, bouwplan, revisietekeningen, overtreding, bijzondere omstandigheden (Rb Midden-Nederland 23/5631)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1549: Awb; aanwijzing gemeentelijk monument, Erfgoedverordening, artikel 8 EVRM, horen (Rb Limburg 23/524)
* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1574: Awb, Wro; bpl, uitbreiding woonwijk, ontsluitingsweg, tracékeuze, alternatieven
* ABRvS 17 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1547: Awb, Wabo; handhaving, melding, maaiafval, belanghebbendheid (Rb Noord­Nederland 23/4346)
* ABRvS 17 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1491: Awb, Wbb; vovo, bodem, saneringsplan, voormalige wasserij, financiële zekerheidstelling, berekeningen, financiële noodsituatie, belangenafweging
* Rechtbank Noord-Nederland 17 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:816: BW; kort geding, Didam-arresten, schoolruimte, overdracht om niet, huisvestingsvoorziening volgens, strijd met wet motiveringsbeginsel en gelijkheidsbeginsel
* ABRvS 16 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1466: Awb, Wnb; vovo, handhaving, kappen houtopstand, geen melding, omvang herbeplantingplicht, opgelegde last, locatie gevelde houtopstand
* Rechtbank Midden-Nederland 16 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:965: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vestiging hogeschool, bouwhoogte, uitzicht, wind- en parkeeroverlast, verkeershinder, locatiekeuze, goede ruimtelijke ordening, omvang afwijking, belangenafweging
* ABRvS 13 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1449: Awb; vovo, handhaving, afwijzing verzoek, bouw 65 gasloze chalets, kampeerterrein, Natura 2000-gebied, maximum aantal kampeerplaatsen, uitleg planregels (Rb Overijssel 24/420)
* ABRvS 13 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1434 en ABRvS 13 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1436: Awb, Woo; vovo, afwijzing verzoeken, registers professionele gebruikers, publieke informatie, Verordening (EG) nr. 1107/2009, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, schorsing (Rb Noord­Nederland 23/1511 respectievelijk 23/5100)
Rechtbank Noord-Holland 12 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2612: Awb, Ow; omgevingsvergunning, woning, bouwplan, ETFAL, stedenbouwkundige opzet, privacy, uitzicht
* Rechtbank Noord-Holland 12 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2735: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, nieuwbouwwoning, bezonningstudie, normen TNO, einduitspraak na tussenuitspraak
ABRvS 12 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1437: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, vrijstaande woning, uitzicht, privacy, woon- en leefklimaat, belangenafweging (Rb Oost­Brabant 25/1201 en 25/1203)
Rechtbank Oost-Brabant 11 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1587, Rechtbank Oost-Brabant 11 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1588 en Rechtbank Oost-Brabant 11 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1589: Awb, Ow; vovo, handhaving, weigering omgevingsvergunning, tuinhuisje buiten bouwvlak, overtreding, overtredersbegrip, bebouwingsoppervlak, niet vergunningvrij, Bkl, ETFAL, bosvillagebied, groenstructuur
Rechtbank Noord-Nederland 11 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:766: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, vellen bomen, verwijderen houtopstand, herplantplicht, niet evident onrechtmatig
Rechtbank Gelderland 11 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1873: Awb, Ow; vovo, handhaving, bedrijfshal, bedrijfsbestemming, huisvesting arbeidsmigranten, TAM voorbereidingsbesluit bedrijfswoningen, overtreding, overgangsrecht
Rechtbank Gelderland 11 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1908: Awb, Ow; vovo, handhaving, plaatsing chalets, bezwaarprocedure, verlenging termijn
Rechtbank Gelderland 11 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1906: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, erftransformatie, voormalige paardenhouderij, omgevingsvergunning, twee woningen, verbouw bestaande woning, ETFAL, bopa, beleidsregel, adviesverplichting, duidelijkheid voorschriften
* Rechtbank Oost-Brabant 10 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1439: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, paardenhouderij, veehouderij, afwijzing verzoek intrekking, Habitatrichtlijn, passende maatregel, Wnb, bevoegdheid, saldering, ontbreken belangenafweging
Rechtbank Oost-Brabant 10 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1440: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, reclamebord aan balkon, welstand, reclamebeleid, woonhuis-uitstraling
Rechtbank Gelderland 10 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1778: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, afvalverbrandingsinstallatie, verbranden houtshreds, wel of geen IPPC-installatie, bevoegd gezag, doorzending verzoek, niet tijdig beslissen, Rie-biomassa, Bal, afvalstof, rechtspraak HvJ EU, onvoldoende onderzoek, capaciteit installatie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1593: Awb, Ow; watervergunning, verplaatsen uitweg en aanbrengen bouwwerk, gesplitste aanvraag, bouwplan, aanbrengen dam met duiker, obstakelvrije zone, waterstaatkundige belangen, participatieverplichting
* Rechtbank Overijssel 10 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1257 en Rechtbank Overijssel 10 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1259: Awb, Belemmeringenwet Privaatrecht; gedoogplicht, ondergrondse 110kV-hoogspanningsverbinding, nieuwe gedoogbeschikking, betekenis uitspraken gerechtshoven, alternatieve tracés, pogingen tot minnelijke overeenstemming
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1349: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, opa, realiseren distributiecentrum, ETFAL, reguliere procedure, bebouwingspercentage, bouwhoogte, natuurvergunning, brandveiligheid, uitwegen
* Rechtbank Limburg 9 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2233: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, huisvesting internationale werknemers, belanghebbendheid, verkeershinder, maatvoering parkeerplaatsen, terreinafscheiding, voorwaardelijke verplichting, landschappelijke inpassing, relativiteitsvereiste
* Rechtbank Gelderland 6 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1695: Awb, Wabo; omgevingsvergunning en handhaving, strijd bpl, zorgboerderij, voorschriften, goede ruimtelijke ordening, cultuurhistorische landschapswaarde, overtreding, legalisatie, detailhandel, streekproducten, geluidsoverlast, VNG-brochure, niet-agrarische activiteiten buiten bebouwing, verkeersaantrekkende werking, verkeershinder
# Rechtbank Gelderland 6 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1724: Awb; APV, exploitatievergunningen, APV, horeca, terras, rustig eetcafé, woon- en leefklimaat, geluidsrapport, geluidsnormen, voorschriften, stemgeluid, bronvermogen, gemiddeld terras, VNG-publicatie, gecumuleerde geluidbelasting, binnenniveau woning, horen, passeren gebrek, bpl, Nota geluidbeleid
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1586: Awb, Ow; vovo, twee omgevingsvergunningen, vellen van houtopstanden, bomenverordening, grondslag, toetsingskader, motiveringsgebreken, participatie, herplantplicht, broedseizoen
Rechtbank Overijssel 6 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1232: Awb, Ow; vovo, handhaving, bewoning bedrijfswoning, geen vergunning, noodzaak bedrijfswoning, overtreding
Rechtbank Oost-Brabant 6 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1359: Awb, Ow; handhaving, opslag, semi-verharding, bevoegdheid, strijd met omgevingsplan, overtreder, getuigenverklaring,
* Rechtbank Gelderland 6 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1694: Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning, afwijzing handhavingsverzoek, keerwand, constructieve veiligheid, bevoegdheid, niet afgerond handhavingstraject, bouwtechnische rapporten, onvoldoende onderzoek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1651: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, dakkapel, geen strijd met omgevingsplan
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1460: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, gewijzigde bedrijfssituatie, aanpassen stalsystemen en dieraantallen, Bibob-advies
Rechtbank Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4349: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, kap 2 bomen, APV, belangenafweging, motiveringsgebrek
* Rechtbank Oost-Brabant 5 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1634: Awb; vovo, opstellen compensatieplan door aannemerscombinatie, kapvergunningen, herplantplicht, inspraakmogelijkheden, geen besluit
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1424: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, verhard pad, slopen schuur, bouw garage, beschermd stadsgezicht, relativiteitsvereiste, uitleg planregels, noodzaak, ETFAL, bouwmassa, welstand
* Rechtbank Gelderland 5 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1651: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning, opslag pallets, agrarisch loods, voorschriften cameratoezicht, goede ruimtelijke ordening
* Rechtbank Midden-Nederland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:983: BW; Didam-regels, ontwikkeling terrein, sociale woningbouw, openbare selectieprocedure, enige serieuze gegadigde, selectiecriteria, alleen woningcorporaties, Woningwet, schending publicatieplicht, onrechtmatigheid, kansschade, afwijzing vorderingen, geen ambtshalve toetsing andere potentiële gegadigden
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1366: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, herstelwerkzaamheden/aanpassingen gevel, bouwveiligheidsplan, Bouwbesluit, aanvullende motivering, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 3 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4204: Awb, Wabo; handhaving, afwijzing verzoek, afwijken bouwplan, erfgrens, evenredigheid, motiveringsgebrek, tussenuitspraak
* Rechtbank Gelderland 3 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2088: Awb, Wabo; legaliserende omgevingsvergunning, bouw serre, Bor, goede ruimtelijke ordening, uitzicht, zichtlijn, verminderde luchtdoorstroming, lichthinder, evidente privaatrechtelijke belemmeringen, woon- en leefklimaat, welstand
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1362: Awb, Ow; handhaving, permanent bewonen recreatiewoning, bevoegdheid, instructieregel minister VRO, geen legalisatie, woningmarkt, hoogte dwangsom
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1359: Awb, Wet luchtvaart; vvgb, heteluchtballonnen, Regeling burgerluchthavens, woon- en leefklimaat, geluidshinder, aantal opstijgingen, begrenzing opstijglocatie
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1364: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen caravanstalling, geen vvgb, motiveringsgebrek, stikstof, natuur, significante gevolgen, Aerius-berekening, geen overgangsperiode, ecologische waarden, hydrologie, watertoets, natuuronderzoek, archeologie, relativiteitsvereiste, omgevingskwaliteit, Interim omgevingsverordening
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1216: Awb, Ow; onteigeningsbeschikking, verzoek om bekrachtiging, justitieel complex, abbb, onteigeningsbelang, noodzaak, landbouwontsluitingsweg, urgentie
* Rechtbank Noord-Holland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2447: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, plaatsen 15 tiny/medium houses, strijd met bpl, vvgb, grondslag aanvraag verlaten, stedenbouwkundige inpassing, geluidsbelasting, VNG-publicatie, beoordeling noodzaak hogere waardenbesluit, waterberging en -afvoer
Rechtbank Den Haag 26 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3974: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, afwijzing verzoek, zendmasten, ontvankelijkheid, doorzending aanvullende gronden bezwaar, bezwaar bij verkeerde instantie, jurisprudentie Cbb, stralingsnormen, geen overtreding
Rechtbank Den Haag 26 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4170: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, aanbouw achterzijde woning, beschermd stadsgezicht, maximaal bebouwingspercentage, bouwvlak, omgevingsvergunningvrij
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1435: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning 1e fase, uitbreiding en nieuwe stallen, ontbreken vvgb’s, toepasselijk recht, datum aanvraag
Rechtbank Limburg 26 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1952: Awb, Ow; kapvergunning, herplantplicht, rundveehouderij, beleid, motiveringsgebrek, belangenafweging
* Rechtbank Den Haag 26 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4143: Awb, Wro; aanvraag tegemoetkoming planschade, hinder nieuwbouw appartementen, nmr, anderszins verzekerd, overeenkomst aanvraag/projectontwikkelaar, zichtbeperkende beplanting, bewoordingen overeenkomst, schadebeperkingsplicht, privacy, licht, geluid, planvergelijking
* Rechtbank Midden-Nederland 25 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:864: Awb, Wro; rectificatie uitspraak, omgevingsvergunning, appartementengebouw, goed ruimtelijke ordening, bouwregels, motiveringsgebrek, beleid, sociale woningbouw, relativiteitsvereiste, welstandsadvies, alternatieven, participatie
Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:670: Awb, Ow; handhaving, strijd met omgevingsplan, Bbl, brandveiligheid, rookmelders, aanzienlijk hoge dwangsom, cumulatie, evenredigheidsbeginsel, motiveringsgebrek
Rechtbank Rotterdam 24 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2617: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, kappen boom, realiseren tijdelijke opvanglocatie, inhoud bezwaarschrift, ontvankelijkheid
Rechtbank Rotterdam 24 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2615: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, kappen boom, tijdelijke opvanglocatie daklozen, toezegging
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1201: Awb, Ow; omgevingsvergunning, realiseren drie padelbanen, omgevingsplan, participatieverplichting, Omgevingsregeling, geluid, zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, Bal
Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:572: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, twee dakkapellen, voor- en achterzijde, uitleg planregels, geen strijd met bpl, welstand, beleidsvrijheid
* Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:565: Awb, Wabo; intrekkingen omgevingsvergunningen, appartementen, bevoegdheid, beleidsregels
* Rechtbank Amsterdam 23 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1913: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, nieuwe damwanden, slopen, Bouwbesluit, veiligheidsklasse RC1, beschermd stadsgezicht, welstand, Bor, bestemming water
Rechtbank Rotterdam 23 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2513: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, tijdelijke opvanglocatie alleenstaande minderjarige vreemdelingen, bopa, veiligheidsplan
* Rechtbank Noord-Nederland 20 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:745: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verbouw voormalig schoolgebouw, vergunning van rechtswege, herroeping besluit, goede ruimtelijke ordening, bouwplan, geluid, motiveringsgebrek, beleid, gelijkheidsbeginsel, schorsing vergunning
* Rechtbank Overijssel 19 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1406: BW; kort geding, bouwverbod, bouwen boven duiker, verleende omgevingsvergunning aanbouw, privaatrechtelijke belemmeringen, opzegging recht van opstal, waterhuishoudkundig doel, vergunningsplicht
* Rechtbank Noord-Holland 11 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2692: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verbouwing winkelruimte naar woonruimte, bestemming tuin, uitleg planregels, hoofdgebouw, bijbehorende bouwwerken, definitie bijgebouw, parkeernormen, behoefte, uitsluiten openbare parkeerrechten, woningtekort, zwaarwegend maatschappelijke belang, motiveringsgebrek
* Rechtbank Limburg 11 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1421: Awb, Waterwet; nadeelcompensatie, afwijzing verzoek, rabarberteelt, wortelrot na hevige regenval, retentiebekken, schadeveroorzakende gebeurtenissen, aanleg en beheer, verordening, waterschap, verjaring, actieve risicoaanvaarding, investeringsmoment, causaal verband, grondwaterstand, onderbouwing schade
* Rechtbank Gelderland 5 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:817: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, bouwen zes bedrijfsverzamelpanden, duiding aanvraag, goede ruimtelijke ordening, welstand, Bor, vvgb, uitwerkingsregels, bouwplan, bouwverbod
Rechtbank Midden-Nederland 15 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:923: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, boatsaver, bevoegdheid, omgevingsverordening
* Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 9 december 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3511: BW; overheidsaansprakelijkheid, kleinschalige detailhandel, bestemmingsplanwijziging, onrechtmatig vaststellingsbesluit bpl, causaal verband, formele rechtskracht, schadeperiode, schadebegroting, winstderving, exploitatiekosten
Rechtbank Noord-Nederland 23 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4660: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, vellen bomen, APV, leeftijd boom, Bomen Effect Analyse, compensatieplicht, beleidsregels

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
= (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1510: Awb, Wro; vovo, voorbereidingsbesluit, restaurant gebruikt voor wonen, uitsluiting woonfunctie, ETFAL, rechtmatigheid voorrangsregel, voldoende concreet initiatief
5.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat in artikel 7.4 van het (nieuwe deel van het) omgevingsplan een zogenoemde voorrangsregel is opgenomen, waarmee de verhouding tussen het tijdelijke deel en het nieuwe deel van het omgevingsplan wordt geregeld. Hoewel de beroepsgronden van [verzoeker] daar geen aanleiding toe geven, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de rechtspraktijk duidelijkheid te bieden over de rechtmatigheid van voorrangsregels in verhouding tot artikel 22.6, eerste lid, van de Ow.
5.4. In artikel 22.6, eerste lid, van de Ow is geregeld dat bij de vaststelling van een omgevingsplan de voor een locatie geldende regels die zijn opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Iw Ow (lees: ruimtelijk plannen) alleen alle tegelijk kunnen komen te vervallen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staat artikel 22.6, eerste lid, van de Ow – afgaand op de redactie en de letterlijke uitleg daarvan – niet in de weg aan het opnemen van een voorrangsregel in het (nieuwe deel van het) omgevingsplan. Met een voorrangsregel komen de regels die zijn opgenomen in de ruimtelijke plannen, welke plannen deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, immers niet te vervallen. Evenmin worden deze geschrapt of verwijderd. Het voorgaande laat uiteraard onverlet dat een voorrangsregel niet rechtsonzeker mag zijn of tot rechtsonzekere situaties mag leiden. Of een voorrangsregel in strijd met de rechtszekerheid is, hangt echter af van de omstandigheden van het geval.

* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1530: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, woonbestemming, rietdekkersbedrijf, goede ruimtelijke ordening, geluidrapport, worst case, Activiteitenbesluit, geluidbronnen, tussenuitspraak na einduitspraak
6.4. Wat betreft de geluidbelasting op de zuidgevel is dat anders. De Afdeling stelt vast dat voor het rietdekkersbedrijf op grond van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit voor het maximaal geluidsniveau LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen in de avond- en nachtperiode grenswaarden gelden van resp. 65 en 60 dB(A). Uit artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit en de artikelen 1 en 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder blijkt dat een gevel met de door de raad bedoelde voorzetvensters niet is uitgezonderd van het in het Activiteitenbesluit gehanteerde begrip “gevel”. Ook bij een gevel met voorzetvensters moet dus worden voldaan aan de normen van het Activiteitenbesluit. Weliswaar bestaat in het kader van de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regels de mogelijkheid om met bouwkundige maatregelen een niet-geluidvoelige gevel te creëren, maar die regels zijn in dit geval nog niet van toepassing. Het gaat hier immers om een besluit, waarop nog het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing is.
6.5. Uit het aanvullend akoestisch onderzoek blijkt dat in dit geval op de niet-dove zuidgevel van de woning [locatie] in de avond en nacht maximale geluidniveaus van 74 dB(A) kunnen optreden en dat de voor het rietdekkersbedrijf geldende normen uit het Activiteitenbesluit dus met resp. 9 en 14 dB(A) worden overschreden. Bij het mogelijk maken van de woning is de raad daar ten onrechte aan voorbijgegaan. Het besluit van 11 september 2025 is dus niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust niet op een toereikende motivering en is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb tot stand gekomen.

# ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1578: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, belanghebbendheid, verbindingsweg, ontgrondingslocatie, verkeersafwikkeling, invoergegevens, verkeersprognoses, verkeersmodel, kalibratie, marge tussen verkeersprognose en verkeersintensiteit, nut en noodzaak, woon- en leefklimaat, voorwaardelijke verplichting, verkeersveiligheid, landschap, Wnb, relativiteitsvereiste, stikstof, Afdelingsuitspraak, additionaliteitsvereiste, vergewisplicht, saldering, ontbreken motivering, wettelijke soortenbeschermingsregime, uitvoerbaarheid, MER, geen samenhang projecten
10.6. De Afdeling overweegt daarnaast dat het model voor de berekening van de verkeersintensiteiten op de verbindingsweg en de wegen daaromheen voldoende betrouwbare verkeerprognoses oplevert. Weliswaar komt de STAB tot de conclusie dat rekening moet worden gehouden met een marge tussen de verkeersprognose en de daadwerkelijke verkeersintensiteiten, maar dat betekent niet dat de resultaten van het model niet aan het herstelbesluit ten grondslag mogen worden gelegd. Daarbij betrekt de Afdeling de omstandigheid dat de STAB verderop in haar deskundigenverslag over de verkeersveiligheid ter hoogte van de Kroefsestraat concludeert dat op die weg geen verkeersonveilige situatie zal ontstaan, omdat de marge tussen de gemodelleerde verkeersintensiteit en de maximumcapaciteit van de Kroefsestraat ruim is.
16.8. Anders dan VNL betoogt, is voor het vaststellen van de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan niet relevant of een natuurvergunning is verleend voor het bemesten van de gronden. Van belang is of het gebruik van de gronden voor bemesting past binnen het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Gennep” en of de gronden ook feitelijk daarvoor worden gebruikt. In de passende beoordeling en op de zitting heeft de raad toegelicht dat, om vast te stellen welke agrarische gronden feitelijk worden bemest, gebruik is gemaakt van informatie van de Basisregistratie Gewaspercelen en boerenbunder.nl. VNL heeft geen redenen gegeven waarom de feitelijke situatie, zoals weergegeven in de passende beoordeling, anders zou zijn. De enkele stelling dat op een van de percelen kerstbomen staan, is pas op de zitting naar voren gebracht en is bovendien niet met nadere gegevens onderbouwd. Daarnaast concludeert de STAB dat bij de Kroonbeek sprake is van een bufferstrook van 3 m die niet mag worden bemest. Volgens de STAB is het voldoende aannemelijk dat deze bufferstrook in de passende beoordeling in acht is genomen. De Afdeling ziet in wat VNL heeft aangevoerd daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan, onjuist heeft vastgesteld.

* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1329: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verzoek handhaving, plaatsen rookkanaal, gebruik houtkachel, afzonderlijke aanvraag, Regeling Omgevingsrecht, strijd met bpl, ondergeschikt bouwonderdeel, welstand, Bouwbesluit (Rb Noord-Holland 22/4287)
8.3. Voor zover [appellante] het oordeel van de rechtbank dat het rookkanaal in overeenstemming is met artikel 7.22 van het Bouwbesluit betwist en betoogt dat de rechtbank hierin geen aanleiding had mogen vinden om de rechtsgevolgen in stand te laten, komt de Afdeling in deze procedure over de verlening van de omgevingsvergunning niet toe aan een inhoudelijke beoordeling daarvan. De Afdeling overweegt daartoe dat artikel 7.22 van het Bouwbesluit gaat over het gebruik van (onder meer) bouwwerken, en niet over de bouwkundige staat van het bouwwerk als zodanig. Er zijn in dat artikel ook geen concrete eisen gesteld aan afmetingen of aan te houden afstanden waaraan een bouwplan kan worden getoetst. Uit het artikel volgt dat het onder meer verboden is om in een bouwwerk handelingen te verrichten waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid. In dit geval gaat het dan om de wijze waarop hout wordt gestookt in de houtkachel. Voor zover die wijze tot strijd met artikel 7.22 van het Bouwbesluit leidt, betekent dat nog niet dat het bouwen van het rookkanaal als zodanig niet kan worden toegestaan. De wijze van stoken volgt niet uit het bouwplan. Het gebruik van het rookkanaal kan zo nodig worden aangepast zonder dat daarvoor bouwkundige veranderingen aan het rookkanaal en een ander bouwplan nodig zijn. Artikel 7.22 van het Bouwbesluit kon dan ook geen grond vormen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Dit leidt ertoe dat de rechtbank, zij het op andere gronden, terecht tot de conclusie is gekomen dat de gevraagde omgevingsvergunning terecht niet is geweigerd wegens strijd met artikel 7.22 van het Bouwbesluit.
Het betoog slaagt niet.
8.4. De Afdeling voegt hier voor de volledigheid aan toe dat toetsing aan artikel 7.22 van het Bouwbesluit wel aan de orde komt in de uitspraak op het hoger beroep van [appellante] over de afwijzing van haar verzoek om handhavend op te treden tegen het gebruiken van het rookkanaal en de houtkachel.

* ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1553: Awb, ; handhaving, afwijzing verzoek, afwijken van bouwvergunning, aanbouw, bouwplan, revisietekeningen, overtreding, bijzondere omstandigheden (Rb Midden-Nederland 23/5631)
4.1. Uit het besluit van 9 augustus 2022 volgt dat tijdens een inspectie is geconstateerd dat de aanbouw op het perceel aan de [locatie 1] in afwijking van de bij besluit van 29 april 1999 vergunde bouwvergunning is gebouwd. In het besluit van 9 augustus 2022 staat verder dat de gewijzigde aanbouw op latere revisietekeningen staat. Volgens het college zijn die revisietekeningen goedgekeurd, zodat deze aangepaste tekeningen deel zijn gaan uitmaken van het vergunde bouwplan.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4168, kan, indien sprake is van een onaantastbare bouwvergunning, een wijziging van de bouwaanvraag niet meer aan de orde zijn. Op het moment van het overleggen van de revisietekeningen op 12 november 1999 was door het intrekken van het bezwaar op 3 november 1999, de bouwvergunning van 29 april 1999 in rechte onaantastbaar geworden. De rechtbank heeft niet onderkend dat de revisietekeningen daarom geen onderdeel uitmaken van de verleende bouwvergunning. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is daarbij ook niet van belang of de wijzigingen van de bouwvergunning zijn aan te merken als wijzigingen van ondergeschikte aard.
Aan de aanbouw, waarvoor een vergunning is verleend, kunnen echter zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, wijzigingen worden aangebracht als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel 8, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor), zolang geen sprake is van een verandering van de draagconstructie. Een vergelijkbare eis was gesteld in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (hierna: het Bblb). Zoals is overwogen in de uitspraak van 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:958, verstaat de Afdeling onder “verandering van de draagconstructie”, als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel 8, onder a, van bijlage II van het Bor “een verandering van een constructie van een bouwwerk welke constructie het bouwwerk mede draagt.” Op de zitting is vastgesteld dat de balken waarop het glazen dak van de aanbouw rust, zijn ingekort. Met het inkorten van de balken is sprake van een verandering in de draagconstructie als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel 8, onder a, van bijlage II van het Bor. Dit betekent dat onder de Wabo en het Bblb geen sprake is van een vergunningvrije verandering.
Gelet op het voorgaande heeft het college zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een overtreding en het niet bevoegd was handhavend op te treden. Dit betekent dat het betoog van [appellant] terecht is voorgedragen. Maar dit leidt gelet op het navolgende niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak, ondanks het oordeel dat geen sprake is van een overtreding, namelijk ook een oordeel gegeven over het standpunt van het college dat handhavend optreden onevenredig is. De Afdeling zal dat oordeel, dat door [appellant] in hoger beroep ook is bestreden, hierna beoordelen.

Rechtbank Gelderland 11 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1906: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, erftransformatie, voormalige paardenhouderij, omgevingsvergunning, twee woningen, verbouw bestaande woning, ETFAL, bopa, beleidsregel, adviesverplichting, duidelijkheid voorschriften
6.1. Een bestuursorgaan kan alleen beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Het college is zelfstandig bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De voorzieningenrechter stelt vast dat de beleidsregel waar de concrete voorwaarden in zijn opgenomen om woningen op agrarische percelen in het buitengebied ruimtelijk toe te staan, een beleidsregel van de gemeenteraad (en niet van het college) betreft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het juridisch gezien dus geen beleidsregel van college is. De gemeenteraad kan tenslotte alleen beleidsregels vaststellen ten aanzien van haar toekomende bevoegdheden, en niet van bevoegdheden van het college. Het college is niet gebonden aan beleidsregels van de gemeenteraad. Het is de voorzieningenrechter verder niet gebleken dat het college deze beleidsregel van de gemeenteraad schriftelijk heeft omarmd en als zijn beleidsregel heeft aangemerkt. De toetsing verloopt om die reden niet via artikel 4:84 van de Awb. De voorzieningenrechter beoordeelt daarom niet of sprake is van bijzondere omstandigheden. In de uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juli 2025 is overigens ook niet overwogen dat het college alleen in bijzondere omstandigheden kan afwijken van de beleidsregel.
6.2 Uit de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter volgt wel dat het college in principe alleen medewerking wil verlenen als wordt voldaan aan de beleidsregel van de gemeenteraad. De voorzieningenrechter begrijpt dit zo dat het college in ieder geval vindt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als aan die voorwaarden is voldaan. Dat laat onverlet dat, ook als niet aan die voorwaarden uit die beleidsregel is voldaan, sprake kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, maar dan zal het college dat wel moeten motiveren. Dat volgt ook uit rechtsoverweging 14 van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juli 2025.
6.3. In de nieuwe beslissing op bezwaar heeft het college gemotiveerd waarom volgens hem, ondanks dat het project niet geheel voldoet aan de voorwaarden van de beleidsregel, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Uit de beleidsregel blijkt dat deze uitsluitend toepasbaar is bij agrarische percelen, maar het college wenst het ook voor dit bouwplan toe te passen (een niet agrarisch perceel met een woonbestemming).

Rechtbank Gelderland 10 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1778: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, afvalverbrandingsinstallatie, verbranden houtshreds, wel of geen IPPC-installatie, bevoegd gezag, doorzending verzoek, niet tijdig beslissen, Rie-biomassa, Bal, afvalstof, rechtspraak HvJ EU, onvoldoende onderzoek, capaciteit installatie
12.1. Op grond van artikel 3.87, eerste lid en 3.88, eerste lid, van het Bal geldt – kort gezegd – een vergunningplicht voor “de verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties voor ongevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 3 t per uur.” Dit is een categorie IPPC-installatie die in de Rie staat. Om te kunnen bepalen of in dit geval sprake is van zo’n vergunningplichtige IPPC-installatie, moet dus worden vastgesteld of sprake is van het verwijderen of nuttig toepassen van “afvalstoffen” met een capaciteit van meer dan 3 t per uur.
12.1.1. Op grond van artikel 3, lid 37, van de Rie moet het begrip ‘afvalstof’ worden uitgelegd in het licht van de Europese Richtlijn 2009/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (De Kaderrichtlijn). Op grond van artikel 3, aanhef en onder 1 van de Kaderrichtlijn wordt onder afvalstof verstaan: “elke stof of voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of moet ontdoen.”
12.1.2. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie dat de vraag of een stof een afvalstof is, moet worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. De kwalificatie als afvalstof hangt vooraf af van het gedrag van de houder en van de betekenis van de woorden “zich ontdoen van”. Het gedrag van de houder is relevant, omdat daaruit kan worden afgeleid of de houder zich ontdoet, of voornemens is zich te ontdoen, van een stof als bedoeld in de Kaderrichtlijn. In dit verband verdient bijzondere aandacht dat het voorwerp of de stof in kwestie voor de houder ervan geen nut heeft of meer heeft, zodat dit voorwerp of deze stof een last is waarvan hij zich wil ontdoen. Als dat het geval is, bestaat er een risico dat de houder zich van het voorwerp of de stof in zijn bezit ontdoet op een manier die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, bijvoorbeeld door het voorwerp of de stof onbeheerd achter te laten of ongecontroleerd te lozen of te verwijderen.
12.2. De beroepsgrond slaagt, omdat de provincie onvoldoende heeft onderzocht en onderbouwd of sprake is van het verbranden van afvalstoffen. Zo heeft de provincie niet onderzocht of sprake is van stoffen waarvan de houder zich ontdoet. De provincie kon op de zitting ook geen duidelijkheid geven over de herkomst en de aard van leveranties en leveranciers van de houtchips. Weliswaar heeft de provincie een leveringsovereenkomst overgelegd, maar dat is onvoldoende om de aard van de te verbanden stoffen te kunnen vaststellen. Niet alleen ziet de leveringsovereenkomst maar op een beperkte periode van december 2024-februari 2025, maar ook ziet de overeenkomst maar op één leverancier waarvan de provincie niet kon verklaren wat voor type partij dit was (en dus ook niet of de houder zich van deze stoffen heeft ontdaan). Ook het bedrijf zelf kon dit niet verklaren en bovendien heeft zij wel verklaard dat zij meerdere leveranciers heeft. Van andere leveranties heeft de rechtbank geen overeenkomsten, of andere documenten, gezien. Dit nog los van het feit dat een leveringsovereenkomst op zichzelf niets zegt over de stoffen die daadwerkelijk aan het bedrijf zijn geleverd en door het bedrijf zijn verbrand.
Weliswaar heeft de provincie in het bestreden besluit vermeld en op de zitting verklaard dat er op locatie een controle is geweest en ook is gekeken naar de registraties van de leveringen, maar het is onduidelijk gebleven of er verslagen van deze controle zijn gemaakt en of er bijvoorbeeld gedocumenteerde registraties van de leveranties beschikbaar zijn waaruit de aard van de te verbranden stoffen kan worden afgeleid. Ter zitting kon de provincie dit ook niet nader toelichten.
12.3. Verder heeft de provincie niet onderzocht wat de capaciteit van de installatie van het bedrijf is. Weliswaar schrijft de provincie in het bestreden besluit dat is nagegaan wat de capaciteit was en dat dit een grotere capaciteit bleek te zijn dan 3 ton per uur, maar op de zitting heeft de provincie verklaard dat dit een aanname is geweest. Bovendien heeft het bedrijf op de zitting gesteld dat zij feitelijk hoogstwaarschijnlijk niet meer dan 3 ton per uur verbrandt, dat het misschien technisch wel mogelijk is om 3 ton per uur te verbranden maar dat zij dat niet heeft gecontroleerd. Dit is volgens het bedrijf wel na te gaan.
12.4. De stelling van de provincie dat de verbanding van Rie-biomassa – nog daargelaten of daarvan sprake is nu dit nu nog niet voldoende is onderzocht – altijd is vrijgesteld van de vergunningplicht, volgt de rechtbank niet. Deze vrijstelling geldt immers niet als sprake is van een IPPC-installatie. Bovendien geldt de vergunningplicht bij dit soort IPPC-installaties zowel voor “de verwijdering” als “nuttige toepassing” van afvalstoffen en is dit onderscheid voor de kwalificatie als afvalstof op zichzelf niet doorslaggevend.

* Rechtbank Overijssel 10 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1257 en Rechtbank Overijssel 10 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1259: Awb, Belemmeringenwet Privaatrecht; gedoogplicht, ondergrondse 110kV-hoogspanningsverbinding, nieuwe gedoogbeschikking, betekenis uitspraken gerechtshoven, alternatieve tracés, pogingen tot minnelijke overeenstemming
4.
De rechtbank stelt vast dat zowel het Gerechtshof als de bestuursrechter bevoegd zijn om kennis te nemen van geschillen over een gedoogbeschikking als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de BP. Zoals ook is overwogen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) kan door rechthebbenden, op grond van artikel 4, eerste lid, van de BP, bij het Gerechtshof om vernietiging van een gedoogbeschikking worden verzocht op de grond dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat 1) ‘de belangen van de rechthebbenden ten aanzien van die zaak redelijkerwijs onteigening niet vorderen’ of 2) ‘in het gebruik van die zaak niet meer belemmering wordt gebracht dan redelijkerwijze voor de aanleg, de instandhouding, de verandering of de overbrenging van het werk nodig is’. De bevoegdheid van het Gerechtshof om kennis te nemen van geschillen over gedoogbeschikkingen is dus beperkt tot deze twee in artikel 4, eerste lid, van de BP genoemde toetsingsgronden. Los daarvan kunnen belanghebbenden bezwaar maken tegen een gedoogbeschikking bij de minister, tegen het besluit op bezwaar in beroep gaan bij de rechtbank en tegen die uitspraak in hoger beroep gaan bij de Afdeling. Beide procedures kunnen leiden tot vernietiging van de gedoogbeschikking. Echter, gelet op wat is bepaald in artikel 4, eerste lid, van de BP over de bevoegdheid van het Gerechtshof, is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen van geschillen over gedoogbeschikkingen die gaan over de twee in artikel 4, eerste lid, van de BP genoemde toetsingsgronden.
5.1. Zoals volgt uit rechtsoverweging 4. moeten de beoordeling van de gedoogbeschikking door het Gerechtshof en de beoordeling van het bestreden besluit door de bestuursrechter strikt van elkaar worden gescheiden. Het Gerechtshof en de bestuursrechter beoordelen niet alleen een ander besluit (de gedoogbeschikking respectievelijk het besluit op bezwaar), maar ook de toetsingsgronden zijn anders. Het Gerechtshof is niet bevoegd om te oordelen over de toetsingsgronden die tot de bevoegdheid van de bestuursrechter behoren en de bestuursrechter is niet bevoegd te oordelen over de toetsingsgronden die tot de bevoegdheid van het Gerechtshof behoren.
(…)
5.4. Het in rechtsoverweging 4. beschreven strikte onderscheid kan ertoe leiden dat het Gerechtshof – binnen de kaders van de eigen, exclusieve bevoegdheid – het primaire besluit vernietigt, terwijl de bestuursrechter – ook binnen de kaders van de eigen, exclusieve bevoegdheid – tot de conclusie komt dat het besluit op bezwaar de toets doorstaat. Ook het omgekeerde kan aan de orde zijn. Dat het Gerechtshof de gedoogbeschikking van 12 augustus 2024 niet heeft vernietigd, betekent daarom niet zonder meer dat de bestuursrechter dit besluit ook in stand laat.

* Rechtbank Gelderland 5 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1651: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning, opslag pallets, agrarisch loods, voorschriften cameratoezicht, goede ruimtelijke ordening
6.1. Volgens het college zijn er meerdere klachten van omwonenden die onder meer zien op verkeersbewegingen van voertuigen op- en afgaand van het perceel van eiser. Dat gaat gepaard met geluidsoverlast en overlast van onder meer laad- en losactiviteiten. Het college stelt zich op het standpunt dat hij aan de hand van het doel en de strekking van titel 5 van de Awb ervoor mag kiezen om cameratoezicht ter ondersteuning van de bevoegdheidsuitoefening toe te passen. Het toezicht is volgens het college gericht op een zo effectief mogelijke waarneming van de bedrijfsactiviteiten op het perceel. De tijdelijke vergunning ziet op de dagperiode. Dit betekent dat de toezichthouders van het college gedurende de hele dag toezicht zou moeten houden op naleving van de randvoorwaarden en het garanderen van een goed woon- en leefklimaat voor de omwonenden. Dit is volgens het college onredelijk belastend voor de toezichtstaak van het college. Er is volgens het college een noodzaak tot cameratoezicht om een goed woon- en leefklimaat te bewerkstelligen. Dan kan namelijk op een effectieve manier gemonitord worden of de relevante voorschriften worden nageleefd. Het college wil bovendien voorkomen dat er opnieuw diverse klachten of handhavingsverzoeken van omwonenden ingediend worden. Het college stelt zich verder op het standpunt dat hij niet in strijd met artikel 3:3 van de Awb heeft gehandeld. Er is een gerechtvaardigd belang om cameratoezicht als randvoorwaarde aan de omgevingsvergunning te verbinden. De videobeelden worden niet voor andere doeleinden gebruikt dan noodzakelijk.
6.2. De rechtbank oordeelt dat de voorschrift i en j niet gesteld zijn met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Uit het standpunt van het college volgt ondubbelzinnig dat deze voorschriften bedoeld zijn voor toezicht en handhaving. Het is niet toegestaan om voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden die niet nodig zijn met het oog op het belang van de goede ruimtelijke ordening, zoals dat bij de omgevingsvergunning is betrokken. De vrees dat het college op diverse momenten moet controleren op het perceel van eiser om na te gaan of hij zich aan de omgevingsvergunning houdt, is geen afweging die het college kan maken in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De beroepsgrond slaagt. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank gaat in de conclusie in op de gevolgen hiervan.

* Rechtbank Den Haag 26 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4143: Awb, Wro; aanvraag tegemoetkoming planschade, hinder nieuwbouw appartementen, nmr, anderszins verzekerd, overeenkomst aanvraag/projectontwikkelaar, zichtbeperkende beplanting, bewoordingen overeenkomst, schadebeperkingsplicht, privacy, licht, geluid, planvergelijking
8.1. Bij de beslissing op een planschadeverzoek betrekt het college in ieder geval de mogelijkheden van de aanvrager om de schade te voorkomen of te beperken. Niet in geschil is dat er uiteindelijk geen zichtbeperkende beplanting is aangebracht. Wel in geschil is of het door eiser I onthouden van medewerking om te beplanting aan te brengen, aan hem kan worden tegengeworpen. De rechtbank is van oordeel van niet en overweegt hierover als volgt.
8.2. Uit de door eiseres II aangehaalde rechtspraak, die overigens betrekking heeft op beplanting op het perceel van de aanvrager om planschade, volgt op zichzelf dat al aanwezige beplanting een schadebeperkende factor kan zijn. De rechtbank ziet in de rechtspraak echter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het niet ingaan op een aanbod om beplanting aan te brengen, aan eiser I kan worden tegengeworpen als het gaat om de schadebeperkingsplicht op grond van de Wro. Overigens kan volgens de rechtbank de vraag worden opgeworpen of een positieve reactie van eiser I vereist zou zijn, nu de zichtbeperkende beplanting op gemeentegrond zou worden aangebracht. Het betoog van eiseres II slaagt niet.

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder