Voorzienbaarheid Masterplan niet doorbroken door nieuw bestemmingsplan.

Casus

Derde-partij is op 9 oktober 2016 door aankoop eigenaar geworden van het appartementsrecht [locatie 1] in [plaats 2]. Het bestemmingsplan ‘Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022’ maakt het mogelijk woningbouw te realiseren ten westen van het appartementencomplex waar derde-partij woont, door wijziging van de bestemming ‘Groen’ naar ‘Wonen’. Op 25 oktober 2022 heeft derde-partij een verzoek om tegemoetkoming in planschade vanwege dit bestemmingsplan ingediend.

Het college heeft conform het advies van Thorbecke B.V. een tegemoetkoming in planschade van € 11.750 toegewezen. in het advies is geconcludeerd dat de voor derde-partij nadelige planologische ontwikkeling op grond van het ‘Masterplan Oostflank Centrum Wijchen’ objectief voorzienbaar c.q. kenbaar kon worden geacht in de periode tussen medio 2007 tot de (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oostflank fase 1’ op 1 oktober 2015. Vanaf de (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oostflank fase 1’ is deze voorzienbaarheid volgens Thorbecke B.V. echter doorbroken, waardoor aanvrager ten tijde van de aankoop van het appartementsrecht op 9 oktober 2016 geen (actieve) risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen.

[Eiseres] is het hier niet mee eens. Zij voert als beroepsgronden aan dat geen sprake is van doorbreking van de door het ‘Masterplan Oostflank Centrum Wijchen’ gecreëerde voorzienbaarheid van woningbouw ten westen van de woning van derde-partij.

Rechtsvraag

Is de voorzienbaarheid doorbroken met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oostflank fase 1’?

Uitspraak

De rechtbank stelt voorop dat in deze zaak is komen vast te staan dat op grond van het masterplan de voorzienbaarheid van woningbouw (in de vorm van een derde urban villa) ten westen van het appartement van derde-partij een gegeven is.

Het masterplan, zoals in 2007 vastgesteld, bevat naar het oordeel van de rechtbank de planologische visie voor de toekomstige ontwikkeling van (delen van) de gemeente Wijchen op de langere termijn. Het plan voorziet in de herontwikkeling in drie fases. Dat houdt in dat daar ook na verloop van jaren nog steeds betekenis aan kan worden gehecht. De aangevoerde omstandigheid van een nieuw bestemmingsplan ‘Oostflank fase 1’, waarin woningbouw ten westen van het appartement van derde-partij niet in overeenstemming met dit masterplan is bestemd, maakt dat niet anders. Niet gebleken is namelijk dat met de vaststelling van het betreffende bestemmingsplan het masterplan is voltooid of in praktische zin volledig is uitgewerkt of dat definitief afstand is genomen van beleidskeuzes in het masterplan. Integendeel, de toevoeging ‘fase 1’ aan de naam van het bestemmingsplan doet vermoeden dat er nog meer plannen zullen volgen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de opmerking in de beslisnota dat de realisatie van de derde urban village geen onderdeel meer uitmaakt van dat bestemmingsplan, onvoldoende is om te concluderen dat het concrete beleidsvoornemen om woningbouw ter plaatse te realiseren, is verlaten. Hier volgt enkel uit dat de realisatie van de derde urban villa op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan niet aan de orde is en dat er voor het verdere verloop van de bestemmingsplanprocedure voor is gekozen hiervoor geen wijzigingsbevoegdheid op te nemen. Daarmee lijkt vooral een voorspoedige vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan ‘Oostflank fase 1’ te zijn beoogd, maar niet zozeer het definitief afzien van de realisatie van de derde urban villa. Daarvoor vindt de rechtbank aanvullend steun in de zienswijzennota in het kader van het bestemmingsplan ‘Oostflank, fase 1’, waarin de mogelijkheid van het alsnog in de toekomst realiseren van de derde urban villa wordt benoemd:

‘Het bestemmingsplan is op dit onderdeel aangepast. Gezien het beperkte zicht op realisatie is de wijzigingsbevoegdheid voor de derde urban villa uit het plan gehaald en is de plangrens hierop aangepast. Mocht er in de toekomst aanleiding zijn om de derde urban villa alsnog te realiseren dan zal hiertoe een reguliere bestemmingsplanherziening of projectafwijkingsbesluit in procedure worden gebracht.’

Van het expliciet verlaten van het beleidsvoornemen om woningbouw (een derde urban villa) ten westen van het appartement van derde-partij te realiseren is dan ook geen sprake. Hooguit kan worden gezegd dat het plan in de wacht is gezet of dat sprake is van fasering van infrastructurele ontwikkelingen. Dat kan echter niet tot doorbreking van de voorzienbaarheid leiden.

Het betoog van eiseres slaagt dus.

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Gelderland
Datum Uitspraak : 05-03-2026
Eclinummer : ECLI:NL:RBGEL:2026:1647
Odile Scholte

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder