Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3358: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, aan- en opbouw aan achterzijde woning, beleidsregels, toepassing hardheidsclausule, geen onredelijke of ongewenste situatie, nieuw besluit, procesbelang erven (Rb Midden-Nederland 22/1465)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3331: Awb, Wabo; handhaving, last onder bestuursdwang, opslag PMD-afval, aanname geur-emitterend afval, handelen in strijd met vergunning, wijzigen werking inrichting, overtreding, vergunde Euralcode (Rb Limburg 20/3490 en 20/349)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3335: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen bomen, afbreuk open polderlandschap, vergunningplicht, handhaving niet onevenredig, begunstigingstermijn (Rb Rotterdam 21/978 en 21/979)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3334: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, herstellen fundering, kelder met uitbouw, koekoek, gevolgen lichtinval, beleidsregels, geen evidente privaatrechtelijke belemmering (Rb Amsterdam 22/5087)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3359: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, opslag oldtimers in voormalige melkveestal, verhouding tot bestemming, geen definitie ‘zorg-wooneenheden’, zelf in de zaak voorzien, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3345: Awb, Chw, Wro; bpl, woningen, beperking bedrijfsvoering, akoestisch onderzoek, contra-expertise, minnelijk overleg, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3351: Awb, TwG; besluit dat woning niet versterkt hoeft te worden, veiligheidsnorm, betekenis artikel 3.2.1 Nederlandse Praktijkrichtlijn, beoordelingskader, invulling veiligheidsnorm, zeer lage seismiciteit
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3352: Awb, Wabo; handhaving, last onder bestuursdwang, kostenverhaal, achterstallig onderhoud, dakschild, dakpannen, opgeslagen spullen op verkeersroutes in pand, nieuwe grond in hoger beroep, begunstigingstermijn (Rb Limburg 22/1310)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3353: Awb; exploitatieplan, zonnepark, bouwwerk van algemeen nut, opbrengsten in aanmerking nemen, nieuwe beroepsgrond, goede procesorde, geen aangewezen bouwwerk, kosten onteigening, renteparameters, kosten voor vrijmaken rechten van gronden, taxatierapport inbrengwaarden, onafhankelijkheid taxateur, gehanteerde methodes, profijt van natuurontwikkeling, meenemen aanleg ontsluitingswegen, omvang exploitatieplangebied, gerealiseerde kosten
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3330: Awb, Wro; bpl, wegnemen gebruiksmogelijkheden, herstelbesluit, Dienstenrichtlijn, meewegen omgevingsvergunning van rechtswege, supermarkt, buiten kerncentrumgebied, dwingende reden van algemeen belang, belangenafweging, gemeentelijk beleid, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3344: Awb, Wm; CO2-vergoeding, glastuinbouwbedrijf, systeem kostenverevening, overschrijden emissieplafond, Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3343: Awb, Wm; CO2-vergoeding, glastuinbouwbedrijf, systeem kostenverevening, overschrijden emissieplafond, Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw, berekening vergoeding
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3365 : Awb, Wro; wijzigingsplan, groepsaccommodatie in plaats van intensieve veehouderij, geluidsoverlast, richtafstanden VNG-handreiking, relativiteit
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3366: Awb, Wro; bpl, bestemming “Natuur” in plaats van “Tuin”, noodzaak beschermde planologische status bomen, bomenlijs, landschappelijke kwaliteit, gevaar en onderhoudemogelijkheden
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3354: Awb, Wro; weigering vaststelling bpl, twee vrijstaande woningen, voormalige rwzi, geen strijd met woonvisie, aantasting landschap, cultuurhistorische waarden beekdalenlandschap, gebied voorkeursrecht, vertrouwensbeginsel
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3327: Awb, Wro; paraplubestemmingsplan, ontplofbare oorlogsresten, evenwichtige afweging, proportionele afweging
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3325: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verbouw, verhogen dak zijaanbouw, plaatsen daklichten, bewaren ruimtelijke kwaliteit binnentuinen, toename verstening, evenredigheid
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3348: Awb, Chw, Wro; bpl , 44 woningen, participatie. ladder voor duurzame verstedelijking, geen motivering niet binnen bestaand stedelijk gebeid, omgevingsverordening, geen grootschalige ontwikkeling, geen onevenredige aantasting groene buffer, weidevogelgebied, eerder onterecht aangewezen, gevolgen verkeersontsluiting, evenredigheid, in stand laten rechtsgevolgen
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3341: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, aanleg baan voor trainen paarden, aantasting aanwezige waarden, in stand laten rechtgevolgen door rechtbank (Rb Limburg 23/735)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3355: Awb, Chw, Wro; bpl, appartementengebouw, 32 sociale huurwoningen, participatie, bouwhoogtes, woon- en leefklimaat
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3357: Awb, Wro; weigering vaststellen bpl, stiltecentrum, voorgeschiedenis, omgevingsvisie, ladder voor duurzame verstedelijking,
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3356: Awb, Wabo; omgevingsvergunning binnenplanse afwijking, gebruik agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning, melkveehouderij, woon- en leefklimaat, contra-expertise, geuronderzoek, geurbeleid, redelijke termijn
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3363: Awb, Wro; bpl, 12 appartementen, ladder voor duurzame verstedelijking, omgevingsverordening, borging sociale huurwoningen
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3332: Awb, Wnb; schadevergoeding, faunaschade, wilde zwijnen, biologische geitenhouderij, verbouw tarwe, verminderde tarweopbrengst, geen vergoeding verminderde stro-opbrengst, beleidsregel, stengel, korrel, stro bijproduct, geen aanleiding afwijken beleidsregel, redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 23/2044, 23/2045 en 23/2048)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3367: Awb, Wnb; schadevergoeding, faunaschade, wilde zwijnen, biologische geitenhouderij, verbouw tarwe, verminderde tarweopbrengst, geen vergoeding verminderde stro-opbrengst, prijzen taxatie, handboek, geen aanleiding afwijken beleidsregel, stro bijproduct, redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 23/2079)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3349: Awb, TwG; besluit dat woning niet versterkt hoeft te worden, veiligheidsnorm, betekenis artikel 3.2.1 Nederlandse Praktijkrichtlijn, beoordelingskader, invulling zorgplicht
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3340: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, legaliseren bedrijfswoning, aanvraag buiten behandeling, strijd met bpl, noodzaak aanvullende gegevens (Rb Noord-Holland 24/3420)
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3360: Awb, Wro; bpl, uitbreiding aannemingsbedrijf, uitbreidingsvlak, maximale mogelijkheden onvoldoende onderzocht, omgevingsverordening, gewenste ontwikkelingsrichting niet duidelijk
¶ ABRvS 9 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3301: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, niet voldoen aan herbeplantingsplicht, begrippen ‘erven’ en ’tuinen’, belangenafweging (Rb Noord-Nederland 25/1723)
¶ Rechtbank Gelderland 9 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4562: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, eendenslachterij, wijziging bedrijfsactiviteiten ten opzichte van referentiesituatie, natuurvergunning geweigerd, Natura 2000-activteit, significante effecten, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel, overgangsperiode Rendac-uitspraak, begunstigingstermijn
¶ Rechtbank Noord-Holland 5 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:6298: Awb, Ow; gedeeltelijke afwijzing verzoek handhaving, stichting geen belanghebbende, bezwaar ten onrechte ontvankelijk, bedrijfsactiviteiten in strijd met omgevingsplan, natuurbelang, feitelijke werkzaamheden
¶ ABRvS 4 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3230: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, omgevingsplanactiviteit bouwen, verbouwen woning, bouw garage, niet voldaan aan voorwaarde in bpl, meer bebouwing in onbebouwde strook (Rb Zeeland-West-Brabant 26/388)
* ABRvS 4 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3228: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, weigering omgevingsvergunning, bouw garage, verstoring straatbeeld, beperking groenstrook, beleidsruimte (Rb Noord-Holland 24/7007)
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4896: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, indoor zwembad, inpandige garage, beperkingengebied, noodzaak handhaving, rivierkundige effecten, vergunde carport uitgangspositie, minder verstrekkende maatregelen, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4860: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, kinderopvang eerste verdieping, binnenplanse afwijking, ETFAL, geluid, parkeerdruk, tussenuitspraak
¶ Rechtbank Limburg 29 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5306: Awb, Ow; omgevingsvergunning, binnenplanse afwijking, kunstwerk, fanfaremuziek, ETFAL, participatie, akoestisch onderzoek
¶ Rechtbank Gelderland 29 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4254: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, alleen gebruik, realisatie speelplek op grasveld, ETFAL
¶ Rechtbank Oost-Brabant 29 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3630: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, drie seniorenwoningen, tussenuitspraak, wateroverlast, watertoets, genoemde maatregelen niet verplicht
¶ Rechtbank Oost-Brabant 29 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3625: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, bouw prefab recreatiewoning, niet onder overgangsrecht, omgevingsverordening, bestaande bebouwing, Natuur Netwerk, Natura 2000-gebied, evenredigheid
* Rechtbank Gelderland 28 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4215: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, aantal paarden, schuilhok, verwijderen aarden wal, toezegging, zicht op legalisatie, evenredigheid, hoogteverschil
¶ Rechtbank Gelderland 28 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4223: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, mandaat, overtreding, vertrouwensbeginsel, zicht op legalisatie
¶ Rechtbank Oost-Brabant 28 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3621: Awb, Ow; handhaving, lasten onder dwangsom, invordering, afvalstoffenbedrijf, verwijderen shredderresidu, afvoeren blus/koelwater, eerdere branden bij depot met shredderresidu, overtreding specifieke zorgplicht, directe handhaving, niet in vergunning geregeld, evidente schending, geuremissie, rookontwikkeling, schadelijke stoffen in milieu
* Rechtbank Den Haag 27 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:13551: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, transformeren kantoor naar hotel met restaurant, horeca-categorie, wel binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, strijd met goede ruimtelijke ordening, behoud bedrijventerrein, gemeentelijk en provinciaal beleid
* Rechtbank Gelderland 27 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4138: Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu en afwijken bpl, veranderingsvergunning, chemisch bedrijf, regeneratieve thermische oxidatie-installatie, veiligheid, PGS 31, noodzaak voorschrift, belang van bescherming van het milieu
¶ Rechtbank Oost-Brabant 26 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3549: Awb, Ow; handhaving, plaatsen antennemast zonder vergunning, niet vergunningvrij, tijdsverloop
¶ Rechtbank Den Haag 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:13188: Awb, Ow; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, geluidsoverlast, uitladen van vee, gebruik wasplaats vee, gebruik koeling, belangenafweging
¶ Rechtbank Den Haag 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:13197: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, omgevingsplanactiviteit, kappen bomen, boomeffectenanalyse, compensatieplan, flora en fauna, voorschrift vergunning
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4677: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen woning, op grond van bestemmingsplan vereiste landschappelijke inpassing niet gerealiseerd, voorschrift in vergunning is strijdig met planregels, flora en fauna, uitvoerbaarheidstoets niet vereist
* Concl AG HvJ EU 21 mei 2026, ECLI:EU:C:2026:421: verordening (EU) 2022/2577, kader voor versnellen inzet hernieuwbare energie, bescherming van landschap en erfgoed, projecten van hoger openbaar belang, principiële voorrang, kan van worden afgeweken
* Concl AG HvJ EU 21 mei 2026, ECLI:EU:C:2026:427: smb-richtlijn, vastleggen routepunten wegenbouwproject, bindende basis, kader toekomstige vergunningen voor projecten,
* Rechtbank Noord-Nederland 21 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1854: Awb, TwG; mijnbouwschade, afbakening effectgebied bewijsvermoeden, jaartal 2012, 6 km-gebieden
¶ Rechtbank Rotterdam 19 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6582: Awb, Wabo, Ow; verzoeken handhaving en invordering, sportschool, overtreding, strijd met bpl, sprake van ‘leerbedrijf’, stagiaires, geluidnormen Activiteitenbesluit, maatregelen, nieuwe situatie, geen instemming met nieuwe metingen
* Rechtbank Rotterdam 15 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6578: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, bedrijf, metaalbewerking, belangenafweging, handhaving onevenredig, nieuw bpl, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Amsterdam 11 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4674: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, optopping gebouw, één bouwlaag, 8 woningen, constructie en veiligheid, later aanleveren gegevens, artikel 2.7 Mor, daglicht, parkeren
* Rechtbank Limburg 7 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4465: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, geen belanghebbende bij verzoek om handhaving, geen concurrentiebelang, niet-ontvankelijk
¶ Rechtbank Rotterdam 4 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6575: Awb, Ow; omgevingsvergunning, bopa, detailhandel in andere opstal op perceel, van tijdelijke naar definitieve functie, uitleg planregels, ETFAL
* Rechtbank Noord-Holland 28 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:6675: Awb, Wabo; aanvraag buiten behandeling, bouwen bedrijfsunits, belanghebbende, geen toestemming eigenaar, koopovereenkomst, delen weggelakt
* Rechtbank Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9641: Awb, Wabo; heropeningsbeslissing, overgangsrecht, nissenhut, overzicht eerdere bestemmingsplannen,
* Rechtbank Noord-Holland 20 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4940: Awb; aanwijzing gemeentelijk monument, zes panden, erfgoedverordening, geen nader onderzoek, geen redengevende omschrijving, geen belangenafweging
¶ Rechtbank Amsterdam 17 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4671: Awb, Ow; omgevingsvergunningen, bopa, dakopbouw en wijziging vergunning, participatie, dakverdieping, binnenplanse afwijking, definitie in omgevingsplan, beleidsregels
¶ Rechtbank Amsterdam 10 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4672: Awb, Ow; weigering tijdelijke omgevingsvergunning, kleinschalige hondenopvang, ETFAL, in motivering niet ingegaan op tijdelijkheid
* Rechtbank Noord-Nederland 13 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2162: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, permanente bewoning recreatiewoning, hoogte dwangsom, afwijking van beleid, begunstigingstermijn, verbeuren dwangsom, vaststellen overtreding, definitie hoofdverblijf, inschrijving BRP niet bepalend
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
* ABRvS 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3331: Awb, Wabo; handhaving, last onder bestuursdwang, opslag PMD-afval, aanname geur-emitterend afval, handelen in strijd met vergunning, wijzigen werking inrichting, overtreding, vergunde Euralcode (Rb Limburg 20/3490 en 20/349)
3. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat overtredingen hebben plaatsgevonden door zonder de daartoe benodigde vergunningen geuremitterend PMD-afval met Euralcode 15 01 06 binnen de inrichtingen te accepteren en op te slaan. [appellant A] en [appellant B] voeren aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat acceptatie en opslag van PMD-afval binnen de inrichtingen is vergund en dat uit de vergunningen niet volgt dat die afvalstoffen niet-geuremitterend mogen zijn. Dat de aanvraag tot niet-geuremitterende gemengde verpakkingen met Euralcode 15 01 06 zou zijn beperkt, volgt volgens [appellant A] en [appellant B] niet uit bijlage 3 bij de aanvragen die aan de vergunningen ten grondslag liggen (bijlagen 3). [appellant A] en [appellant B] beroepen zich hierbij op de uitspraak van de Afdeling van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2068. Verder voeren [appellant A] en [appellant B] aan dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bij de controles aangetroffen PMD-afval geuremitterend is en dat de in het vergunningen voorgeschreven geurnormen zijn overtreden
3.1. Tussen partijen is niet in geschil dat het PMD-afval binnen de inrichtingen behoort tot de categorie gemengde verpakkingen met Euralcode 15 01 06. Deze categorie afvalstoffen wordt genoemd in voorschrift 3.7 van de vergunningen, dat een lijst bevat met van buiten de inrichtingen afkomstige afvalstoffen die in de inrichtingen mogen worden opgeslagen en be- of verwerkt. Uit voorschrift 3.7, noch uit enig ander vergunningvoorschrift volgt dat de acceptatie en opslag van gemengde verpakkingen met Euralcode 15 01 06 alleen is toegestaan voor zover deze afvalstoffen niet-geuremitterend zijn. Het college heeft zich in de besluiten van 13 augustus 2019 en 3 november 2020 op het standpunt gesteld dat deze beperking volgt uit de bijlagen 3 bij de aanvragen. Volgens de besluiten waarbij de vergunningen zijn verleend, maken de aanvragen, inclusief de daarbij behorende bijlagen 3, deel uit van de vergunningen. In de bijlagen 3 is tabel III-A opgenomen. Deze tabel bevat twaalf kolommen, waaronder de kolommen “afvalstof/(half)product”, “Euralcode”, “omschrijving Euralcode”, “bodembelastend”, “geuremitterend” en ” brandbaar”. Bij elke rij in deze tabel is bij de laatste drie kolommen “ja” of “nee” vermeld. Gemengde verpakkingen met Euralcode 15 01 06 worden in deze tabel in de kolom “afvalstof/(half)product” omschreven als “gemengde stroom: bedrijfsafval”. In de kolom “geuremitterend” is bij deze afvalstoffen “nee” vermeld. Gelet op dit “nee” is het college van oordeel dat acceptatie en opslag van geuremitterend PMD-afval met Euralcode 15 01 06 niet zijn aangevraagd en dus ook niet zijn vergund. De rechtbank heeft het college hierin gevolgd.
3.2. In de uitspraak van 31 mei 2023, waarop [appellant A] en [appellant B] zich beroepen, heeft de Afdeling zich onder 6.1 gebogen over een vergelijkbare vraag als hier aan de orde. In die zaak ging het ook om de aanvraag die aan de vergunning voor de inrichting in Brunssum ten grondslag ligt. In bijlage 3, behorend bij die aanvraag, is bij kunststoffen en rubbers met Euralcode 19 12 04 ook “nee” vermeld in de kolommen “geuremitterend” en “bodembelastend”. De vraag was of deze enkele omstandigheid voldoende is om te oordelen dat de opslag van deze afvalstoffen uitsluitend is aangevraagd en vergund, voor zover ze niet-geuremitterend of -bodembelastend zijn. De Afdeling heeft die vraag toen ontkennend beantwoord. Daarbij heeft de Afdeling het “nee” in die kolommen aangemerkt als een aanname die is gedaan in het kader van de beoordeling van de milieugevolgen van de aanvraag en geoordeeld dat daaruit niet blijkt dat de opslag van kunststoffen en rubber met Euralcode 19 12 04 alleen maar is aangevraagd, voor zover deze afvalstoffen niet-geuremitterend of -bodembelastend zijn.
3.3. De Afdeling ziet geen aanleiding om in de voorliggende zaak anders te oordelen over de strekking van de vermelding “nee”, dan in haar uitspraak van 31 mei 2023. Door in de bijlagen 3 bij gemengde verpakkingen met Euralcode 15 01 06 “nee” te vermelden in de kolom “geuremitterend”, is naar het oordeel van de Afdeling in het kader van de beoordeling van de milieugevolgen van de aanvragen de aanname gedaan dat deze afvalstoffen naar verwachting geen relevante geuremitterende eigenschappen hebben.
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4860: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, kinderopvang eerste verdieping, binnenplanse afwijking, ETFAL, geluid, parkeerdruk, tussenuitspraak
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer het college de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verleent. In artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl staat dat de omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Uit artikel 22.281 van het omgevingsplan volgt echter dat deze verplichting als bevoegdheid gelezen moet worden. De wetgever heeft daarmee willen ondervangen dat vanwege artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl per 1 januari 2024 geen mogelijkheid meer bestaat (zoals onder het oude recht wel het geval was) om de omgevingsvergunning voor een activiteit die voldoet aan de binnenplanse beoordelingsregels uit het tijdelijk deel van een omgevingsplan, op andere gronden te kunnen weigeren. Hiermee is dus beoogd om het oude recht te continueren, met dien verstande dat vanaf 1 januari 2024 sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal) in plaats van de onder het oude recht geldende norm van een goede ruimtelijke ordening. Dat betekent concreet dat het college de keuze heeft om zijn bevoegdheid tot afwijking van het omgevingsplan al dan niet te gebruiken. De voorzieningenrechter toetst of het college bij een afweging van de betrokken belangen redelijkerwijs tot zijn besluit heeft kunnen komen. Het college moet de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de beleidsruimte goed motiveren
¶ Rechtbank Oost-Brabant 28 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3621: Awb, Ow; handhaving, lasten onder dwangsom, invordering, afvalstoffenbedrijf, verwijderen shredderresidu, afvoeren blus/koelwater, eerdere branden bij depot met shredderresidu, overtreding specifieke zorgplicht, directe handhaving, niet in vergunning geregeld, evidente schending, geuremissie, rookontwikkeling, schadelijke stoffen in milieu
3.2. Op grond van artikel 2.11 van het Bal is degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, verplicht
1. a) alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
2. b) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
3. c) als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Op grond van het tweede lid van artikel 2.11 houdt deze zorgplicht voor milieubelastende activiteiten in ieder geval in dat:
1. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;
(…)
1. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;
2. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet.
In artikel 2.13 van het Bal wordt de bevoegdheid gegeven om maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften te stellen over onder meer artikel 2.11 van het Bal.
3.3. De rechtbank stelt voorop dat eiseres beschikt over een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Handhaving van de zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal komt in dat geval alleen in beeld als de omgevingsvergunning geen specifieke voorschriften bevat voor een bepaald milieuaspect, bij ongebruikelijke activiteiten, in bijzondere omstandigheden, of als de (doel- en middel)voorschriften ontoereikend zijn om de nadelige gevolgen in voldoende mate te voorkomen. Uit een oogpunt van rechtszekerheid moet deze aanvullende werking van de specifieke zorgplicht naar het oordeel van de rechtbank beperkt worden opgevat als voor een bepaald milieuaspect specifieke (doel- of middel)voorschriften zijn gesteld en een vergunninghouder de activiteiten op de gebruikelijke wijze uitoefent. Een overtreding op grond van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 Bal kan naar het oordeel van de rechtbank alleen aan de orde zijn als hetzelfde resultaat niet kan worden bereikt met een voorschrift dat al aan de omgevingsvergunning is verbonden.
3.4. Als overtreding van de specifieke zorgplicht aan de orde is, moet voor de vergunninghouder redelijkerwijs zijn te voorzien wat de overtreding in een concreet geval inhoudt. Als er voldoende tijd is, kan dat door de vergunninghouder te laten weten wat van hem wordt verwacht, in overleg te treden over ongedaanmaking van de overtreding, een maatwerkvoorschrift (in het vooruitzicht) te stellen of een (ontwerp voor) wijziging van de voorschriften van de omgevingsvergunning kenbaar te maken. De nadelige gevolgen van een overtreding van de specifieke zorgplicht kunnen in een concrete situatie echter meebrengen dat daar niet op kan worden gewacht. Dan is de vraag aan de orde of directe handhaving op grond van overtreding van de specifieke zorgplicht mogelijk is.
3.5. Directe handhaving op de specifieke zorgplicht is naar het oordeel van de rechtbank mogelijk bij evidente overtredingen. De activiteit moet evident in strijd zijn met de zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de activiteit verricht onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht. Directe handhaving van het overtreden van de specifieke zorgplicht is niet gerechtvaardigd als de betrokkene redelijkerwijs niet kon weten wat in het concrete geval een goede invulling is van de specifieke zorgplicht. De rechtbank wijst ter onderbouwing op de wetsgeschiedenis van de Omgevingswet en het Bal.
3.6. Het college heeft lasten onder dwangsom opgelegd omdat broei en brand was ontstaan in het shredderresidu. Dat veroorzaakte volgens het college dusdanig nadelige gevolgen voor het milieu, dat het shredderresidu zo snel mogelijk moest worden verwijderd. Gelet op de aanvullende werking van de zorgplicht bespreekt de rechtbank eerst of het college de lasten had kunnen baseren op de overtreding van één of meer vergunningvoorschriften.
3.7. Op grond van voorschrift 2.3.1 van de omgevingsvergunning van 8 juni 2021 is de opslag van bepaalde afvalstoffen toegestaan. Hieronder valt onder meer het shredderresidu. Uit voorschrift 2.2.4 volgt dat afvalstoffen maximaal één jaar mogen worden opgeslagen. Ten tijde van het dwangsombesluit lag het shredderresidu er nog niet langer dan één jaar. Deze voorschriften waren op dat moment niet overtreden en konden dus niet aan de lasten ten grondslag worden gelegd.
3.8. Voorschrift 2.5.2 van de omgevingsvergunning houdt in dat de hoogte van de opgeslagen afvalstoffen niet hoger mag zijn dan de ommuring ter plaatse van de opslag. Dit voorschrift kon ook niet aan de lasten ten grondslag worden gelegd omdat het college beoogt dat al het shredderresidu volledig wordt verwijderd, ongeacht de hoogte.
3.9. In de omgevingsvergunning zijn voorschriften gesteld om geur-, broei- en brandgevaar te voorkomen dan wel te beperken. Eiseres wijst op voorschrift 8.1.2. In dit voorschrift is echter niet geregeld wat moet worden gedaan nadat broei en brand zijn ontstaan. Dat is ook niet geregeld in andere vergunningvoorschriften. De omgevingsvergunning biedt geen basis om eiseres te gelasten een partij shredderresidu waarin broei en brand is ontstaan versneld af te voeren om verdere milieuverontreiniging te voorkomen. De vergunningvoorschriften zijn naar het oordeel van de rechtbank ontoereikend om de nadelige gevolgen in voldoende mate te voorkomen. Dat betekent dat de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal in beeld komt. De stelling van eiseres dat de omgevingsvergunning had kunnen en moeten voorzien in voorschriften voor de situatie na het ontstaan van broei en brand, doet hieraan niet af. Als een onderwerp niet in de omgevingsvergunning is geregeld, dient de vergunninghouder de eisen van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal in acht te nemen. De specifieke zorgplicht heeft hier een aanvullende werking.
3.10. Naar het oordeel van de rechtbank was ten tijde van het dwangsombesluit van 2 april 2025 sprake van een evidente schending van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal. Hierbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Bij de op 8 en 20 november 2024 gehouden controle is geconstateerd dat de maximaal toegestane opslaghoogte van afvalstoffen op het buitenterrein werd overschreden en dat vrijkomende afvalstoffen (waaronder shredderresidu) onvoldoende werden gescheiden en gescheiden bewaard. Hierdoor is een brandonveilige situatie en ook daadwerkelijk brand ontstaan in de partijen shredderresidu die afkomstig zijn van het bedrijf [naam] van eiseres. Ook op 14 februari 2025 zijn sporen van brand en broei geconstateerd. Tijdens het gesprek dat toen heeft plaatsgevonden tussen de toezichthouders van de ODZOB en de heren [naam] en [naam] hebben zij samen de conclusie getrokken dat afvoer de enige oplossing is in het geval van deze grootschalige opslag.
Na de verkoop van [naam] op 18 februari 2025, is eiseres met de hierdoor vrijgekomen financiële middelen op 24 februari 2025 begonnen met het afvoeren van shredderresidu. Daarna zijn er nog branden geweest in het shredderresidu op 14 en 15 maart 2025, ten gevolge waarvan (nog meer) verontreiniging van zowel lucht, bodem als (riool)water heeft kunnen plaatsvinden. Gelet op het voorgaande heeft het college terecht overwogen dat de opslag van shredderresidu, afkomstig van eiseresses toenmalige bedrijf [naam] , de broei en vervolgens de branden die erin zijn ontstaan, gepaard gaan met geuremissie en rookontwikkeling. Via de lucht zijn schadelijke stoffen in de leefomgeving terechtgekomen. Ook heeft het college terecht overwogen dat blus/koelwater van het residu in de bodem infiltreert en dat via die route schadelijke – zo niet zeer zorgwekkende – stoffen in de bodem terecht zijn gekomen en/of terechtkomen en dat het water buiten de inrichting weglekt. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de opslag van het aanwezige shredderresidu nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving heeft opgeleverd en een groot risico blijft opleveren voor de fysieke leefomgeving. In de gegeven omstandigheden was evident dat de partijen shredderresidu die aanwezig waren in november 2024 zo spoedig mogelijk hadden moeten worden afgevoerd. Dat was ten tijde van het dwangsombesluit op 2 april 2025 nog niet gerealiseerd. Het college heeft dan ook tot de conclusie mogen komen dat eiseres evident in strijd heeft gehandeld met de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal. Dat betekent dat het college bevoegd was een last onder dwangsom op te leggen.
Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 27 mei 2026 Bestemmingsplan, motivering, toekennen dubbelbestemming en planregels over hemelwater, enkele verwijzing naar eigen beleid
ABRvS 27 mei 2026 Verzoek om nadeelcompensatie, projectplan beekherstel, overstroming perceel, oorzakelijk verband niet aannemelijk gemaakt
Rb Midden-Nederland 8 mei 2026 Ow, weigering omgevingsvergunning bopa, geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel, belangenafweging, belang van eiser weegt zwaarder dan algemeen belang precedentwerking
STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates
Daniëlla Nijman, advocaat bij Halsten Advocaten, schreef een annotatie bij de uitspraak van de Afdeling van 1 april 2026 (ECLI:RVS:2026:1833). In de uitspraak wordt een oordeel gegeven over het besluit van de raad van de gemeente Teylingen om geen bestemmingsplan vast te stellen ten behoeve van de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en de realisatie van een nieuwe greenportwoning. Volgens de raad is het plan in strijd met een structuurvisie, voorziet het niet in een behoefte, belemmert het omliggende bedrijven en is onvoldoende aangetoond dat een woonbestemming aanvaardbaar is, gelet op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De Afdeling heeft het besluit vernietigd. In de annotatie wordt nader ingegaan op de overwegingen van de Afdeling over de weigeringsgronden die de raad aan het besluit ten grondslag heeft gelegd en die volgens de Afdeling het besluit niet kunnen dragen.