Onderzoek naar fundamentele vragen met betrekking tot risico’s op het verspreiden van legionella mag niet van een individuele inrichting worden verlangd.
Casus
Eiseres exploiteert een bedrijf voor het produceren van papier en karton aan [locatie]. Voor de inrichting is op 15 september 2009 een omgevingsvergunning milieu verleend. De inrichting heeft een biologische afvalwaterzuiveringsinstallatie met een open beluchtingsbassin. Daarin wordt het eigen bedrijfsafvalwater gezuiverd.
Met het bestreden besluit heeft het college de omgevingsvergunning ambtshalve gewijzigd op grond van artikel 2.31, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Met die wijziging zijn voorschriften toegevoegd aan de omgevingsvergunning voor de biologische waterzuivering van de inrichting om het risico op legionellabesmetting voor de omgeving te voorkomen, dan wel zo veel mogelijk te beperken. De aanleiding voor de wijziging zijn de briefrapporten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uit 2019 (Briefrapporten 2019-0061, 0194 en 0195) over – kort gezegd – het risico op het vrijkomen van legionella bij biologische waterzuivering.
Hoewel in een eerdere rechtbankuitspraak is geoordeeld dat over het risico op verspreiding van legionella vanuit inrichtingen nog weinig bekend is, ook niet op basis van de rapporten van het RIVM. Verder heeft de rechtbank in die zaak geoordeeld dat geen van de voorschriften op grond van artikel 2.31 van de Wabo, met een ambtshalve besluit van het college, aan een inrichting kunnen worden opgelegd met als enig doel om meer inzicht te krijgen in de risico’s van de verspreiding van legionella.
In het voorliggende besluit zijn voorschriften omtrent risicoanalyse en een legionellabeheersplan gehandhaafd. Eiseres voert in beroep aan dat het bij een ambtshalve besluit op de weg van het college ligt om te onderzoeken en onderbouwen in hoeverre er in het specifieke geval een risico aanwezig is en welke maatregelen dan moeten worden getroffen.
Rechtsvraag
Kan bij een ambtshalve wijziging van de omgevingsvergunning aan de vergunninghouder een verplichting opgelegd worden om risico’s te onderzoeken en een beheersplan op te stellen, terwijl over het risico op verspreiding van legionella vanuit inrichtingen als die van eiseres nog weinig bekend is?
Uitspraak
De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het college voorschriften 1 en 2 ten onrechte heeft gehandhaafd.
De rechtbank volgt niet het standpunt van het college dat met de nu geformuleerde voorschriften aan de kritiek van de rechtbank in de eerdere uitspraak is voldaan. Zo heeft de rechtbank in die uitspraak overwogen dat bij het college en het RIVM geen duidelijkheid bestaat over de exacte processen waardoor legionella zou worden verspreid en de risicofactoren die daarbij een rol spelen. Het RIVM deed daar ook geen nader onderzoek naar. Volgens de rechtbank kon dergelijk onderzoek dan niet op het bordje van een individuele inrichting worden gelegd. Toch verlangt het college ook nu van eiseres dat zij de risico’s voor de omgeving in kaart brengt (voorschrift 1), zonder dat duidelijk is hoe beoordeeld zal worden of eiseres aan dit voorschrift heeft voldaan.
Verder heeft de rechtbank in de eerdere uitspraak vastgesteld dat het RIVM onderzoek heeft gedaan naar de effectiviteit van mogelijke maatregelen, maar dat zij ook heeft aangegeven dat nog veel nader onderzoek gedaan moet worden. Onder die omstandigheden kon naar het oordeel van de rechtbank niet van de individuele inrichting worden verlangd dat zij zelf dergelijk onderzoek zou doen. Toch wordt ook nu van eiseres verlangd dat zij onderzoek doet naar de effectiviteit van mogelijke beheersmaatregelen met betrekking tot legionellabacteriën (voorschrift 1).
Tot slot heeft de rechtbank in de eerdere uitspraak overwogen dat bij het college, noch bij het RIVM duidelijkheid bestaat over de vraag of (drempel)waarden van legionella in water bestaan waarbij maatregelen genomen moeten worden en zo ja, wat die waarden dan zouden moeten zijn. Daar werd evenmin nader onderzoek naar gedaan. Toch schrijft het college ook nu weer voor dat eiseres waarden moet aanduiden van de ‘fysische, chemische en microbiologische parameters (zoals temperatuur en pH), inclusief de concentratie aan legionellabacteriën in de biologische (afval)waterzuivering’ bij het bereiken waarvan maatregelen ter verbetering worden getroffen, alsmede een beschrijving van die maatregelen (voorschrift 2). De rechtbank is onverkort van oordeel dat onderzoek naar dergelijke fundamentele vragen niet van een individuele inrichting als die van eiseres kan worden verlangd.
Rechtelijke Instantie : Rechtbank Gelderland
Datum Uitspraak : 07-03-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBGEL:2024:1179
Odile Scholte