Uitleg BBT-conclusies voor productie van glas, dat BBT-conclusies niet binnen acht jaar zijn herzien, is belang dat college bij beoordeling moet betrekken.

Casus

Het college heeft aan een inrichting voor het produceren van glaswol- en glasvliesproducten een revisievergunning verleend voor onder meer een nieuwe glaswoloven voor de productie van glaswol. Hiertegen is onder meer door MOB beroep ingesteld. Op de inrichting is het Best Available Techniques Reference Document for the Manufacture of Glass (BREF productie van glas) van toepassing. Door eisers is onder meer aangevoerd dat in de voorschriften van de vergunning ten minste een minimaliseringsplicht overeenkomstig BBT-conclusie 58 en een daaraan gerelateerde nieuwe onderzoeksplicht naar alternatieven voor nitraat hadden moeten worden opgenomen.

Rechtsvragen

1. Hoe moet BBT-conclusie 58 van de BBT-conclusies voor de productie van glas worden uitgelegd?
2. Wat betekent het voor de beoordeling dat de BREF en BBT-conclusies niet binnen acht jaar zijn herzien?

Uitspraak

1. Het college heeft een (stikstof) emissiegrenswaarde opgenomen die gelijk is aan de ondergrens van de met BBT geassocieerde emissieniveaus (BBT-GEN) in tabel 48 van BBT-conclusie 58 van 1,0 kg/NOx/ton. Dit is een aanscherping ten opzichte van de omgevingsvergunning van 7 maart 2017, waarin een (stikstof) emissiegrenswaarde gelijk aan de bovengrens van de BBT-GEN in tabel 48 van BBT-conclusie 58 van 700 mg/Nm³ werd opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank kan het college niet volstaan met het opleggen van een emissiegrenswaarde gelijk aan de ondergrens van de BBT-GEN uit tabel 48 van BBT-conclusie 58. BBT-conclusie 58 noemt als beste beschikbare techniek ook het minimaliseren van het gebruik van nitraten. De rechtbank leidt uit BBT-conclusie 58 af dat minimaliseren van het gebruik van nitraten naast de andere technieken kan worden toegepast en dat hierdoor de stikstofemissies verder zouden kunnen worden beperkt. Een vermindering van het gebruik van nitraten leidt tot een lagere stikstofemissie en biedt de mogelijkheid om een lagere emissiegrenswaarde op te leggen. Als namelijk geen nitraten worden toegepast, dan is BBT-conclusie 57 van toepassing. In tabel 47 van BBT-conclusie 57 is 1 kg/NOx/ton de bovengrens van de BBT-GEN en 0,4 kg/NOx/ton de ondergrens. Naar het oordeel van de rechtbank had het college naast het opnemen van een emissiegrenswaarde moeten bezien of er aanleiding was om de inrichting aanvullende verplichtingen op te leggen. De rechtbank denkt hierbij aan een onderzoeksverplichting ten behoeve van het verminderen van het gebruik van nitraten, een monitoringsverplichting voor het gebruik van nitraten bij toepassing van de hybride oven of een inspanningsverplichting tot vermindering van het gebruik van nitraten met een rapportageverplichting of een combinatie van verplichtingen. Het college heeft voor andere emissies soortgelijke verplichtingen opgenomen. Zo heeft het college in de voorschriften 9.1.7 en 9.1.8 van het bestreden besluit een inspanningsverplichting en rapportageverplichting opgenomen voor de ammoniakemissies van de stalen schoorsteen bij de toepassing van de bakelietbinder. Een onderzoeksverplichting voor alternatieven voor nitraten (zonder monitoring) was opgenomen in de omgevingsvergunning van 7 maart 2017. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dergelijke verplichtingen niet in het bestreden besluit zijn opgenomen voor het gebruik van nitraten. Het college neemt in onvoldoende mate de BBT-conclusies en de daarin vervatte minimaliseringsverplichting in acht. Daarnaast betrekt het college het milieubelang in onvoldoende mate. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het beperken van stikstofemissies in zijn algemeenheid in het belang is van de bescherming van het milieu.

2. Het enkele feit dat de BREF en BBT-conclusies niet binnen acht jaar zijn herzien, wil niet zeggen dat het college reeds hierom de toepassing van andere technieken kan verlangen. De BREF en BBT-conclusies zijn nog steeds geldig. De rechtbank is wel van oordeel dat de leeftijd van de BREF wel een belang is dat het college bij deze afweging zal moeten betrekken. Naarmate een BREF ouder is, kan er door gewijzigde omstandigheden en/of inzichten meer aanleiding zijn om verdergaande voorwaarden te stellen. De rechtbank merkt volledigheidshalve wel op dat de komst van nieuwe BBT-conclusies voor deze sector aanleiding kan zijn voor wijziging van de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 8.98 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Rechtelijke Instantie : Rechtbank Oost-Brabant
Datum Uitspraak : 20-11-2024
Eclinummer : ECLI:NL:RBOBR:2024:5576
Jelle van de Poel

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center