Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
# ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2185: Awb, Wro, Chw, Wm; bpl, exploitatieplan, woonlandschappen, participatie, actualiteit locatieonderzoek, landgoederenzone, alternatieven, ladder voor duurzame verstedelijking, bestaand stedelijk gebied, provinciale omgevingsverordening, natuurnetwerk, groene ontwikkelingszone, beek, aantasting Nationaal landschap, enk, motiveringsgebrek, buitenplaats, zichtlijnen, cultuurhistorische waarden, milieueffectbeoordeling, soortenbescherming, ecologisch onderzoek, watertoets, verkeer, woon- en leefklimaat, verlies van groen, bouwhoogte, bouwvolume, bodem, relativiteitsvereiste, doorkruising zelfrealisatiemogelijkheden, bestuurlijke lus, Regeling plankosten exploitatieplan, plankostenscan, uitleglocatie, macro-aftopping, ophoging, begrippen bouw- en woonrijp maken
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2168: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, appartementencomplex, uitsteken dakgoot boven toegangsweg, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, goothoogte (Rb Oost-Brabant 21/921)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2198, Awb, Wnb; weigering natuurvergunning, Oostvaardersplassen, vernattingsmaatregelen, aanleg inundatiegebied, vergunningplicht, beheer Natura 2000-gebied, Habitatrichtlijn, beheerplan, kwalificatie beheermaatregel, significante negatieve effecten, brandgans, grauwe gans, voortoets, uitleg art. 2.7 Wnb,
(Rb Midden-Nederland 22/1616)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2180: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, horecagelegenheid, plaatsen parasols, drijvend terras, uitzicht, belangenafweging (Rb ZeelandWestBrabant 22/607, 22/608, 22/609, 22/610 en 22/611)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2207: Awb, Wro, Chw; bpl, gebiedsontwikkeling, diverse functies, ontwikkelregels, clusteren bebouwing, maximale grootte kavel, berekening floor area ration, ontbreken definitie bouwlaag, verhouding bebouwd en onbebouwd terrein, breedte roodkavel, waterbeheer, vergunningvrije bouwwerken, stadslandbouw, dichtheid en productie, betaalbare woningen, begrip bestaand, goedgekeurde ontwikkelplannen, uitbreiding supermarkt, fasering
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2171: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen, zonneparken, provinciale verordening, cultuurhistorische waarden, locatiekeuze, landbouwgrond, afstand dorpskern, ligging schootsveld (Rb Oost-Brabant 21/3154 en 22/6)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2197: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, woning, belemmering bedrijfsvoering sportschool en werkplaats, bereikbaarheid, dove gevel, akoestisch onderzoek, representatieve bedrijfssituatie (Rb Gelderland 22/456 en 22/3931)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2173: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, vellen houtopstand, Wnb (Rb Overijssel 21/1138)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2169: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, transformeren monumentaal bedrijfspand, appartementen, parkeereis, passeren gebreken, parapluplan, toepassing parkeernota, berekening parkeerplaatsen, bestaande legale situatie, fietsparkeergelegenheid (Rb MiddenNederland 22/1298)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2196: Awb; aanwijzingsbesluit, gemeentelijk monument, erfgoedverordening, arbeiderswoning, advies, zeldzaamheidswaarde (Rb Amsterdam 22/3589)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2205: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen kelder tot horecagelegenheid en opslagruimte, horecavisie, woon- en leefklimaat (Rb Den Haag SGR 20/8097 20/8100)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2192: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, wijziging verbeelding, waterstaatkundige beschermingszone, afwijkingsbevoegdheid, hoogtematen en bebouwingspercentages, bed&breakfast, stille binnenterreinen, geluidhinder, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2208: Awb, Wro; bpl, recreatiewoningen, afwijkingsbevoegdheid, nieuwbouw in uiterwaarden, Beleidslijn grote rivieren, Barro, omvang verhard oppervlak, verplaatsbaarheid, uitvoerbaarheid, watervergunning, relativiteitsvereiste
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2204: Awb, Wro, Chw; bpl, woningbouw, woon- en leefklimaat, belemmering bedrijfsvoering, geluidshinder, ontsluitingsweg, geluidscherm, VNG-brochure, akoestisch onderzoek, nibm-project, groenvoorzieningen, bos, wateroverlast, parkeren, uitzicht
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2195: Awb, Wabo; omgevingsvergunning beperkte milieutoets, oprichten pluimveehouderij, milieueffectrapport, geluidsoverlast (Rb ZeelandWest-Brabant 22/5672)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2193: Awb, Wro; bpl, appartementen, parkeren, parkeerbehoefte
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2175: Awb, Wro; bpl, appartementen, woontorens, woon- en leefklimaat, uitzicht, leefbaarheid, bezonning, evidente privaatrechtelijke belemmering, stikstof, Wnb, relativiteitsvereiste
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2202: Awb, Wro; bpl, wijzigingen, publicatie, maximum bebouwd oppervlak, milieuzone-licht en geluid, beeldkwaliteitsplan
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2163: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, padelbanen, afscheiding, glazen wanden, woon- en leefklimaat, voorbereidingsprocedure, verharding, functionele verbondenheid (Rb Midden-Nederland 22/5926)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2194: Awb; handhaving, verwijderen bouwwerken, bijzondere omstandigheden, geen zich op legalisatie (Rb Gelderland 22/5177)
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2191: Awb, Wro; bpl, nieuwe woonwijk, m.e.r.-beoordelingsbesluit, stikstof, Wnb, relativiteitsvereiste, gezondheid, geitenhouderij, afstand, woningbehoefte
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 mei 2025, ECLI:NL:CBB:2025:307: Awb; afwijzing verzoek nadeelcompensatie, keuringswerkzaamheden, herzieningsbesluit, schadeoorzaak, geen uitoefening publiekrechtelijke bevoegdheid, feitelijke aard, ontvankelijkheid
* ABRvS 12 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2119: Awb, Wro, Wnb; vovo, bpl, nieuwbouw basisschool met gymzaal, verleend Nbw-vergunning, één-op-één inpassing, passende beoordeling, motiveringsgebrek, kap bomen
* ABRvS 9 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2118: Awb, Wm; vovo, handhaving, EVOA, afvalstoffen, geshedderde luchtbanden, groene lijst, kennisgeving, belangenafweging
* Rechtbank Midden-Nederland 9 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2238: Awb, Wnb; handhaving, ontbreken natuurvergunning, biomassacentrales, Rendac-uitspraak, intern salderen, procesbelang, één-project, onlosmakelijke verbondenheid, uitwisseling productie warmte en aflevering, verbondenheid met wijk, afschakeling van aardgas, Eco-Advocacy-arrest
¶ Rechtbank Midden-Nederland 9 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2212: Awb, Ow; vovo, asfaltcentrale, verzoek ambtshalve wijziging vergunningvoorschriften voor luchtemissies, beschikbaarheid meetapparatuur, PAK, benzeen, belangenafweging
* Rechtbank Limburg 9 mei 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:4522: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning, verbouwing/splitsing/uitbreiding woning, goede ruimtelijke ordening, kruimelgevallenregeling, stedenbouwkundige motivering, bezonning en lichtinval, lichte TNO-norm, Bouwbesluit, privacy, uitzicht, historische muur
* HvJ EU 8 mei 2025 (ECLI:EU:C:2025:321): Richtlijn 2011/92/EU; prejudiciële verwijzing milieueffectbeoordeling bepaalde openbare en particuliere projecten, bijlage II , screening, art. 9 bis, voorkomen belangenconflicten, scheiding conflicterende functies
* Rechtbank Gelderland 8 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3499: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, horeca in winkelcentrum, beperking vierkante meters, verslagplicht, goede ruimtelijke ordening, Dienstenrichtlijn, evenredige en doelmatige beperking, geschiktheid middel, kruimelgevallenregeling
* Rechtbank Gelderland 8 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3498: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, bedrijfswoning, strijdig gebruik, laswerkzaamheden, Activiteitenbesluit, ondeugdelijk onderzoek, motiveringsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel
* ABRvS 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2037: Awb; vovo, bpl, steigers, watergang, versmalling, roeivereniging, veiligheid roeiers, Richtlijnen Vaarwegen 2020, vaarwegbreedte, veiligheidsonderzoek
* ABRvS 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1995: Awb, Wro; vovo, kortsluiten tussenuitspraak, bpl, boomkwekerij, spuitzone, tuinfunctie, hobbymatig houden vee, functieveranderingsbeleid, woonfunctie voor bedrijfswoning, omgevingsvisie, omgevingsverordening, versterkingsopgave, gebruiksovergangsrecht
* Rechtbank Rotterdam 6 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5399: Awb; weigering exploitatievergunning, strijd met horecagebiedsplan, geen doorkruising omgevingsplan, beleid, motiveringsgebreken
¶ Rechtbank Limburg 1 mei 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:4355: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, afwijzing verzoek handhaving, bouwwerk op erfgrens, vergunningvrij bouwwerk, Bbl, geen exceptieve toetsing BW, bouwhoogte, oppervlakte
* Rechtbank Noord-Nederland 1 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1711: Awb, TwG; mijnbouwschade, trillingen, trillingssnelheden, effectgebied, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Gelderland 2 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3419: Awb; handhaving, weigering verzoek, te grote voertuigen in straat, metingen, hinderlijk geparkeerde voertuigen
* Rechtbank Den Haag 30 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7340: BW; onrechtmatige hinder, bouw appartementengebouw, bpl, belemmering direct zonlicht, daglicht en uitzicht, bezonningsonderzoek, TNO-bezonningsnorm, daglichtfactor, Toetsingskader TU Delft bezonning buitenruimten, Haagse bezonningsrichtlijn
* Rechtbank Gelderland 29 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3440: BW, verzoek verlenging ontruimingsbescherming, opzegging huur, wegbestemd autodemontagebedrijf, gedoogsituatie, bpl, nieuwbouw, geluidbelasting
* Rechtbank Noord-Nederland 29 april 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1670: Awb, TwG; mijnbouwschade, inschakeling, bijkomende kosten, dubbele redelijkheidstoets, overlastvergoeding
* Rechtbank Midden-Nederland 25 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1985: Awb, Wabo; weigering verzoek te innen, handhaving, bewoning bedrijfswoning, motiveringsgebrek, overtreding, ontbreken bedrijf
# Rechtbank Den Haag 25 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7128: Awb, Wm; handhaving, productie carbon black, overschrijding emissienorm zwaveldioxide, Activiteitenbesluit, verbrandingsinstallaties, grote stookinstallaties, richtlijnconforme interpretatie, RIE, restgas, geen naverbrandingsinstallatie, overtreding, handhavend optreden onevenredig
* Rechtbank Midden-Nederland 24 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1948: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning renovatie tuin, buitenplaats, kappen bomen, broedseizoen, planning werkzaamheden
* Rechtbank Midden-Nederland 18 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1926: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, vergroten woning, belanghebbende, ontvankelijkheid
* Rechtbank Den Haag 23 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6698: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, dakkapel, herstelpoging, welstandsnota, welstandscriteria, overschrijding doorbreking dakvlak, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Nederland 23 april 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1751: Awb, Wnb; hoogte schadevergoeding, schapenhouderij, aanval wolf, waarde gedode ooien, vervanging ooien en lammeren, beleidsregels, taxatierichtlijn, meerkosten, wettelijke rente
* Rechtbank Den Haag 18 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6554: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, vergroten trekkershutten, maximeren aantal, belangenafweging, opheffen voorziening
* Rechtbank Midden-Nederland 16 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1922: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen bedrijfswoning bij timmerwerkplaats, noodzaak, afwijken, motiveringsgebrek, tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 11 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1969: Awb; besluitbegrip, verstrekken informatie, geen afwijzing aanvraag, ontvankelijkheid
* Rechtbank Den Haag 1 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7279: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, legalisatie carport, schuur en overkapping, welstand, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Midden-Nederland 1 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2089: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, aanbrengen straatwerk, parkeren in de tuin, veranderen uitweg, APV, weigeringsgrond, motiveringsgebrek, aantasting groen, bestemming groen, belangenafweging, tussenuitspraak
* Rechtbank Midden-Nederland 28 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2016: Awb, Wabo; aanvraag omgevingsvergunning, niet tijdig beslisse
* Rechtbank Amsterdam 4 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:642: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, dakterras en daklicht, privacy, beleid, gelijkheidsbeginsel, klimopwand, eigendomsrecht
* Rechtbank Amsterdam 23 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:436: Awb, Wabo; vovo, handhaving, winkel, horeca exploitatie zonder omgevingsvergunning, begrip detailhandel, ondersteunende horeca, goede ruimtelijke ordening,
* Rechtbank Amsterdam 8 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:88: Awb; exploitatievergunning, restaurant, geuroverlast, APV, bpl, woon- en leefklimaat, hoogte pijp, beschermd stadsgezicht, doelmatige ontgeuringsinstallatie
* Rechtbank Amsterdam 20 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8020: Awb; afwijzing handhavingsverzoek, terras, strijd met bpl, onafhankelijkheid, bezwaarschriftcommissie, belanghebbendheid, ondergeschikte detailhandel, geen overtreding, omvang handhavingsverzoek
* Rechtbank Amsterdam 5 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7883: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vergroten woning, beleid balkons, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, Bouwbesluit,
# Rechtbank Amsterdam 3 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7882: Awb; afwijzing verzoek nadeelcompensatie, vervallen tramhalte, waardevermindering kantoorpand, Amstelveenlijn, schadeoorzaak, schadebegroting, voordeelverrekening, NMR
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! = (nog) niet gepubliceerd
Bijzondere overwegingen
# ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2185: Awb, Wro, Chw, Wm; bpl, exploitatieplan, woonlandschappen, participatie, actualiteit locatieonderzoek, landgoederenzone, alternatieven, ladder voor duurzame verstedelijking, bestaand stedelijk gebied, provinciale omgevingsverordening, natuurnetwerk, groene ontwikkelingszone, beek, aantasting Nationaal landschap, enk, motiveringsgebrek, buitenplaats, zichtlijnen, cultuurhistorische waarden, milieueffectbeoordeling, soortenbescherming, ecologisch onderzoek, watertoets, verkeer, woon- en leefklimaat, verlies van groen, bouwhoogte, bouwvolume, bodem, relativiteitsvereiste, doorkruising zelfrealisatiemogelijkheden, bestuurlijke lus, Regeling plankosten exploitatieplan, plankostenscan, uitleglocatie, macro-aftopping, ophoging, begrippen bouw- en woonrijp maken
19.2. De raad heeft op de zitting toegelicht dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen. Het college van burgemeester en wethouders van Voorst (hierna: het college) heeft namelijk op 31 augustus 2021 op basis van de aanmeldnotitie geconstateerd dat nadelige gevolgen door het plan voor het milieu zijn uitgesloten, zodat geen verdere m.e.r.-(beoordelings)procedure hoeft te worden gevolgd. De aanmeldnotitie is volgens de raad integraal opgenomen in paragraaf 5.2.9 van de plantoelichting.
19.3. De Afdeling stelt vast dat op de besluitenlijst van de vergadering van het college van 7 september 2021 als punt 6 het ontwerpbestemmingsplan “Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello” is geagendeerd. Als beslissing staat dat het bij dat ontwerpplan behorende “besluit vormvrije mer-beoordeling” wordt vastgesteld. De besluitenlijst geeft echter alleen inzicht in de onderwerpen waarover op de betreffende vergadering is besloten. Het bevat de eigenlijke besluiten van die vergadering niet, en daarmee dus ook niet het m.e.r-beoordelingsbesluit. Uit de besluitenlijst kan ook niet worden vastgesteld wat de inhoud van het m.e.r.-beoordelingsbesluit is. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit, ervan uitgaande dat dit er is, heeft de Afdeling ook niet op een andere manier aangetroffen. Het had op de weg van de raad gelegen om dat besluit tijdig in deze procedure over te leggen dan wel op andere wijze beschikbaar te stellen. De raad heeft nagelaten dat te doen. Daarom houdt de Afdeling het ervoor dat het benodigde m.e.r.-beoordelingsbesluit ontbreekt. Daardoor is niet voldaan aan de in artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r. neergelegde verplichting om de daar genoemde artikelen uit de Wm toe te passen. Dit levert een gebrek op (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:283, onder 10.5).
19.4. De Afdeling overweegt verder dat de raad zijn standpunt dat een activiteit die beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempel valt daadwerkelijk geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, deugdelijk moet motiveren. Naar het oordeel van de Afdeling is de raad daar niet in geslaagd.
De raad heeft ter onderbouwing van zijn standpunt uitsluitend verwezen naar paragraaf 5.2.9 van de plantoelichting. In die paragraaf is het toepasselijk wettelijk kader van het Besluit m.e.r. uiteengezet en geconstateerd dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling is toegestaan. Op basis van de vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie die is opgesteld voor het plan, is geconstateerd dat geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn, zo staat in de plantoelichting. Die vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie is niet als bijlage bij de plantoelichting gevoegd en die notitie is ook niet in andere stukken aangetroffen. De Afdeling gaat er daarom vanuit dat, zoals de raad op de zitting heeft bevestigd, de beoordelingsnotitie (aanmeldnotitie) integraal is opgenomen in paragraaf 5.2.9 van de plantoelichting. Wat in die paragraaf staat is echter onvoldoende om het standpunt van de raad te kunnen dragen dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. De raad moet namelijk een integrale beoordeling van de mogelijke nadelige milieugevolgen van het project verrichten. Een enkele verwijzing naar de verrichte sectorale onderzoeken is niet voldoende. Bij de integrale beoordeling van de mogelijke nadelige gevolgen van het project voor het milieu moet bovendien rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (hierna: de m.e.r.-richtlijn). In de motivering van het m.e.r.-beoordelingsbesluit moet de raad ook verwijzen naar deze relevante criteria, zo vereist paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm). Dat is in dit geval niet gedaan. Gelet hierop is naar het oordeel van de Afdeling in strijd met de artikelen 7.16 en volgende van de Wm geen toereikende integrale beoordeling gemaakt van de mogelijke nadelige gevolgen van het project voor het milieu in relatie tot de criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn.
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2198, Awb, Wnb; weigering natuurvergunning, Oostvaardersplassen, vernattingsmaatregelen, aanleg inundatiegebied, vergunningplicht, beheer Natura 2000-gebied, Habitatrichtlijn, beheerplan, kwalificatie beheermaatregel, significante negatieve effecten, brandgans, grauwe gans, voortoets, uitleg art. 2.7 Wnb, (Rb Midden-Nederland 22/1616)
3. In deze uitspraak wordt ingegaan op de kwalificatie van een maatregel als beheermaatregel, als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Eerst wordt uitgelegd wat deze uitspraak betekent voor de vraag wanneer een project of activiteit wel of niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied.
4. Uit artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb volgt dat een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied zonder vergunning mag worden uitgevoerd. Kortweg wordt dit een beheermaatregel genoemd.
5. Een bestuursorgaan moet in dat kader vaststellen:
a. wat het project of de activiteit inhoudt,
b. of het project dan wel de activiteit daadwerkelijk bijdraagt aan het behalen van de instandhoudingsdoelen van een gebied, en
c. of dit ook het hoofddoel is van het project of de activiteit.
Alleen als de vragen b en c bevestigend beantwoord kunnen worden, mag het bestuursorgaan het project of de activiteit kwalificeren als beheermaatregel. Voor de beoordeling van deze vragen is het bestuursorgaan als eerste aan zet.
6. Bij de vaststelling van de vraag of een project of activiteit gekwalificeerd mag worden als beheermaatregel zijn ook nog de volgende aandachtspunten van belang:
i. Dat een project of activiteit in een beheerplan voor een Natura 2000-gebied is opgenomen is geen voorwaarde of vereiste om deze te mogen aanmerken als beheermaatregel.
Dit neemt niet weg dat een beheerplan relevante informatie kan bevatten over de instandhoudingsdoelen en andere maatregelen die binnen het Natura 2000-gebied worden genomen. Deze informatie kan in een specifieke situatie helpen te bepalen of sprake is van een beheermaatregel. In de praktijk zal met name het beheerplan behulpzaam zijn bij de vraag hoe het project of de activiteit waar het om gaat samenhangt met (het halen van) alle instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied.
ii. Het is geen vereiste dat het project of activiteit alle instandhoudingsdoelen van het gebied behaalt of daaraan bijdraagt. De gevolgen van de maatregel moeten wel worden beoordeeld in samenhang met de instandhoudingsdoelen van het gebied. Hoe dit uitpakt voor een gegeven project of activiteit zal van de omstandigheden van het geval afhangen en zal in de praktijk een ecologische beoordeling vergen.
iii. Het enkele feit dat een project of activiteit significante negatieve gevolgen kan hebben voor een of meer aangewezen habitattypen of habitatsoorten is niet doorslaggevend voor de vraag of deze een beheermaatregel kan zijn.
iv. Uitsluitend de onderdelen van het project of de activiteit die verband houden met de instandhoudingsdoelen of hiervoor nodig zijn, zijn uitgezonderd van de vergunningplicht (dat wil zeggen: tellen als beheermaatregel).
12. De Afdeling is van oordeel dat ook uit artikel 2.3 van de Wnb niet volgt dat een maatregel alleen een beheermaatregel kan zijn als die maatregel in een beheerplan is opgenomen. Weliswaar bestaat op grond van artikel 2.3 een verplichting om een beheerplan op te stellen, maar de Wnb bepaalt niet dat het beheerplan het enige document kan zijn dat beschrijft hoe de instandhoudingsdoelen zullen worden bereikt. Ook los van het beheerplan zijn dus beheermaatregelen mogelijk. Het betoog van de stichtingen slaagt niet.
12.2. Verder volgt de Afdeling het standpunt van de stichtingen niet dat de mogelijkheid dat de maatregelen in het beheerplan volstaan om de instandhoudingsdoelen van een gebied te bereiken, betekent dat andere maatregelen geen beheermaatregelen kunnen zijn. Los van de vaststelling van het beheerplan kunnen er omstandigheden of inzichten zijn of ontstaan die maken dat andere of additionele beheermaatregelen genomen moeten worden.
Dit neemt niet weg dat een beheerplan relevante informatie kan bevatten die kan helpen te bepalen of sprake is van beheermaatregelen.
* ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2163: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, padelbanen, afscheiding, glazen wanden, woon- en leefklimaat, voorbereidingsprocedure, verharding, functionele verbondenheid (Rb Midden-Nederland 22/5926)
7.1. De Afdeling stelt vast dat het project voorziet in het realiseren van vier padelbanen van ieder 20 bij 10 m, die volgens de aanvraag bij elkaar een grondoppervlakte van 800 m2 zullen beslaan. Het grondoppervlak wordt blijkens de aanvraag verhard en daarop wordt kunstgras gelegd. Op de zitting is besproken dat het college de aanvraag zo heeft begrepen dat deze ook betrekking heeft op het aanbrengen van deze verharding. Dat blijkt ook uit bladzijde 4 en 5 van de omgevingsvergunning, waar toestemming wordt gegeven voor de noodzakelijke werkzaamheden voor het aanleggen van de vier padelbanen, voor zover in strijd met het verbod van artikel 14.5.1. aanhef en sub a van de planregels om oppervlakteverhardingen aan te brengen. De verharding wordt omsloten door een betonnen fundering waarop een kooiconstructie met deels glazen wanden wordt gemonteerd, zo blijkt uit het rapport Statische berekening, Panoramisch scherm van 29 augustus 2019, opgesteld door Ingenieursbureau Schijf-WVB B.V, dat bij de aanvraag is gevoegd. De verharding en de omheining zijn functioneel met elkaar verbonden, immers zonder het een verliest het ander zijn functie als onderdeel van de padelbaan. Ook qua constructie zijn zij met elkaar verbonden, aangezien de betonnen fundering het verharde terrein direct omsluit en opsluit. Dit maakt dat sprake is van een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m2, per baan gerekend en gerekend naar het totale project. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2750, onder 6.3. De kruimelgevallenregeling is daarmee niet van toepassing. Het voorgaande betekent dat het college in het besluit op bezwaar terecht heeft besloten de uniforme voorbereidingsprocedure te volgen. De rechtbank is ten onrechte tot een ander oordeel gekomen.
* Rechtbank Midden-Nederland 9 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2238: Awb, Wnb; handhaving, ontbreken natuurvergunning, biomassacentrales, Rendac-uitspraak, intern salderen, procesbelang, één-project, onlosmakelijke verbondenheid, uitwisseling productie warmte en aflevering, verbondenheid met wijk, afschakeling van aardgas, Eco-Advocacy-arrest
13. Tussen partijen is niet in geschil dat de activiteiten zijn gestart tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025. Partijen verschillen wel van mening over de vraag of voor derde-partij de overgangsperiode geldt. De rechtbank begrijpt uit de overwegingen van de Afdeling dat zij geen verschil heeft willen maken tussen initiatiefnemers die er op basis van de voorheen geldende rechtspraak op vertrouwden dat ze geen natuurvergunning nodig hadden en initiatiefnemers die datzelfde deden op basis van een positieve weigering. Daarvan uitgaande geldt naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor beide groepen van initiatiefnemers dat sprake moet zijn van activiteiten die op grond van de voorheen geldende rechtspraak voor intern salderen in aanmerking kwamen. Daarmee speelt de vraag of bij de biomassacentrales destijds gebruik mocht worden gemaakt van intern salderen in plaats van het moeten beschikken over een natuurvergunning nog steeds een rol. Eiseres heeft daarom procesbelang bij haar beroep.
17. De beroepsgrond van eiseres dat geen sprake is van één project slaagt. Dat, zoals het college en de derde-partij stellen, sprake is van een exclusieve uitwisseling van de productie van warmte en de aflevering daarvan vindt de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Tijdens de zitting is hierover verklaard dat de biomassacentrales door middel van een leidingsysteem fysiek verbonden zijn met een bepaalde wijk waaraan warmte wordt geleverd. Dat maakt echter onvoldoende duidelijk dat of waarom de centrales en de woningen niet afzonderlijk van elkaar kunnen functioneren. Ook is het verbonden zijn met deze woonwijken niet noodzakelijk voor het produceren van warmte, vooral nu eiseres niet uitsluit om in de toekomst (ook) aan andere wijken of andere afnemers warmte te leveren. Verder is van belang dat woningen die van het aardgas afgaan niet zijn aangewezen op de warmteproductie door de biomassacentrales. Er zijn immers voldoende alternatieven denkbaar om deze woningen te voorzien van warmte, waardoor onvoldoende duidelijk is wat er gebeurt met eventuele overcapaciteit van de centrales. Daarnaast is tijdens de zitting verklaard dat er altijd een minimale productie zal zijn om een vangnet te hebben, ook als er op dat moment geen warmtevraag is van de betreffende woningen.
18. Het standpunt van het college dat er, ook in het geval er geen sprake is van één project, nog steeds geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt, omdat de afschakeling van woningen van aardgas te danken is aan de biomassacentrales en daarom bij de beoordeling mag worden betrokken, volgt de rechtbank niet. Uit het Eco-Advocacy-arrest volgt dat in de voorevaluatiefase (voortoets) enkel rekening mag worden gehouden met onderdelen in het ontwerp van een project die daar inherent deel van uitmaken en die de schadelijke gevolgen van dat project beperken. Het Hof noemt dit standaardonderdelen die niet worden opgenomen ter beperking van de negatieve gevolgen, maar als standaardonderdeel verplicht zijn voor alle projecten van dezelfde soort. Daarvan is hier geen sprake. Daarbij komt dat, zoals hiervoor al is geoordeeld, het afschakelen van aardgas niet automatisch betekent dat deze woningen exclusief zijn aangewezen op de warmteproductie door de biomassacentrales. Deze woningen kunnen immers ook andere warmtebronnen gebruiken. Uit de notitie van Peutz blijkt bovendien dat er in de gebruiksfase sprake is van een toename van de depositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar.
19. De rechtbank komt dus tot de conclusie dat geen sprake is van één project. Dat betekent dat onder voorheen geldende regelgeving geen sprake was van de mogelijkheid tot intern salderen. Daaruit volgt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij het verzoek om handhaving van eiseres heeft afgewezen. Uit het voorgaande blijkt immers dat dit besluit is genomen in strijd met artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, aangezien de biomassacentrales natuurvergunningplichtig zijn.
* HvJ EU 8 mei 2025 (ECLI:EU:C:2025:321): Richtlijn 2011/92/EU; prejudiciële verwijzing milieueffectbeoordeling bepaalde openbare en particuliere projecten, bijlage II , screening, art. 9 bis, voorkomen belangenconflicten, scheiding conflicterende functies
Artikel 9 bis van richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer de instantie die bevoegd is om te bepalen of een in artikel 4, lid 2, van richtlijn 2011/92, zoals gewijzigd, bedoeld project moet worden onderworpen aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 van richtlijn 2011/92, zoals gewijzigd, tevens de opdrachtgever van het betrokken project is, er in elk geval een passende scheiding moet worden aangebracht tussen de conflicterende functies bij het uitvoeren van die taak.
* Rechtbank Den Haag 30 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7340: BW; onrechtmatige hinder, bouw appartementengebouw, bpl, belemmering direct zonlicht, daglicht en uitzicht, bezonningsonderzoek, TNO-bezonningsnorm, daglichtfactor, Toetsingskader TU Delft bezonning buitenruimten, Haagse bezonningsrichtlijn
5.9. De rechtbank overweegt dat de substantiële afname van de bezonning op de woningen van [eisers] c.s. en de vermindering van het uitzicht vanuit de woonkamer en patio van [eisers] c.s. in de geplande situatie, gelet op de aard, ernst en duur en bezien in het licht van de omstandigheden ter plaatse, al onrechtmatige hinder jegens [eisers] c.s. opleveren als bedoeld in artikel 5:37 BW. De overige neveneffecten, zoals het verslechteren van het akoestische geluid en het feit dat er geen frisse wind meer kan waaien door de patio’s leveren ook hinder op, maar zijn niet doorslaggevend voor de onrechtmatigheid van de hinder zoals hierboven is vastgesteld. Daarnaast leidt het voorgenomen bouwplan tot een aantasting van het woongenot van [eiser 1] en de huurders van [eiser 2] . De omstandigheid dat het bouwplan binnen het bestemmingsplan past, maakt het voorgaande niet anders. Ook de omstandigheid dat [eisers] c.s. zich als eigenaar van een woning in de oude binnenstad van [plaats] meer moet laten welgevallen dan een eigenaar van een vrijstaande woning in een landelijk gebied, zoals [gedaagden] c.s. betoogt, maakt niet dat [eisers] c.s. deze mate van hinder moet dulden.
# Rechtbank Den Haag 25 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7128: Awb, Wm; handhaving, productie carbon black, overschrijding emissienorm zwaveldioxide, Activiteitenbesluit, verbrandingsinstallaties, grote stookinstallaties, richtlijnconforme interpretatie, RIE, restgas, geen naverbrandingsinstallatie, overtreding, handhavend optreden onevenredig
11. Tussen partijen is niet in geschil dat het voldoen aan de opgelegde last onder dwangsom zeer ingrijpende en kostbare werkzaamheden vergt. De STAB stelt in haar verslag vast dat het voldoen aan de opgelegde last onder dwangsom feitelijk betekent dat eiseres een ontzwavelingsinstallatie moet realiseren en dat daarmee een zeer grote investering van zowel geld als tijd gemoeid is. Ter zitting heeft eiseres onweersproken toegelicht dat de kosten om te voldoen aan de last zullen oplopen tot circa € 100 miljoen en dat het ongeveer 4,5 tot 6 jaar duurt om aan de opgelegde last onder dwangsom te kunnen voldoen.
11.1. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het bestreden besluit onvoldoende op welke wijze verweerder tot de conclusie is gekomen dat handhaving in dit geval niet onevenredig is. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe de belangen aan de zijde van eiseres zijn afgewogen tegen de ernst van de geconstateerde overtreding. Daardoor is in het bestreden besluit niet gemotiveerd waarom handhavend optreden onder de gegeven omstandigheden leidt tot een evenwichtige uitkomst. Ook de lengte van de begunstigingstermijn is door verweerder onvoldoende gemotiveerd, gelet op de gegeven omstandigheden. Het bestreden besluit is daarmee niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust ook niet op een draagkrachtige motivering.
* Rechtbank Midden-Nederland 18 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1926: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, vergroten woning, belanghebbende, ontvankelijkheid
3.6 Het college dient te beslissen op een aanvraag zoals deze is ingediend. Tussen partijen staat niet ter discussie dat het bouwplan, als gevolg van het overhangen van de rietkraag, tot een overbouwsituatie van ongeveer 30 centimeter op het perceel van derde-partijen leidt. Dit gedeelte van het bouwplan is zowel functioneel, als constructief niet te onderscheiden van de rest van het bouwplan. Derde-partijen verlenen geen toestemming aan eiser om op hun grond te bouwen, en ook bestaat er ook geen mogelijkheid om het bouwplan op andere wijze, zoals bijvoorbeeld via onteigening of het opleggen van een gedoogplicht of met vervangende toestemming tegen de wens van derde-partijen uit te voeren. Eiser kan het bouwplan dus niet verwezenlijken.
3.7. Gelet op het voorgaande kan het verzoek van eiser niet worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende en daarom niet als een aanvraag om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het college heeft het verzoek van eiser ten onrechte als aanvraag om omgevingsvergunning in behandeling genomen en hierop een besluit genomen.