Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3100: Awb, Wro; bpl, wens zonnepark, geen concreet plan, dubbelbestemmingen, “Waarde-landschap”, dekzandrug, “Waarde-Archeologie”, mogelijke archeologische waarden, bouwvlak, aanduiding “Karakteristiek”, plan herinrichting, niet tijdig kenbaar gemaakt,
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3101: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, dichtmaken binnentrap, mogelijk maken zelfstandige woningen, aspecten van stedenbouwkundige aard, redelijke termijn (Rb Zeeland-West-Brabant 21/3446, 21/3447 en 21/3448)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3103: Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en milieuneutrale verandering, definitieve tijdelijke grondopslagvoorziening, 200.000 m3 grond vrijgekomen bij bouw- en aanlegwerkzaamheden, PFOS, procesbelang, periode verstreken, geen nieuwe locatie, schade niet onderbouwd (Rb Noord-Holland 20/2013)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3104: Awb, Wabo; handhaving, lasten onder dwangsom, invordering, opslag niet-agrarische goederen en afvalstoffen, asbest, Asbestverwijderingsbesluit, asbestinventarisatierapport, last onvoldoende duidelijk, “niet-agrarische goederen” (Rb Gelderland 21/3194, 20/4678 en 20/5748)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3102: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen bouwen, verbouw tot appartementen en opbouw voor appartement, omvang van het geding, goot- en bouwhoogte, welstand, parkeren (Rb Overijssel 22/1207 en 22/1200)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3086: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl, uitweg en kappen, verbouw pastorie en aansluitende nieuwbouw, 7 bomen, geluid, VNG-handreiking, “gemengd gebied”, verkeer (Rb Overijssel 22/456 en 22/1503)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3088: Awb, Wabo; handhaving, last onder bestuursdwang, verwijderen woning, invordering kosten sloop, overtreding, zelfde gronden als in beroep, niet relevant of in macht overtreding te beëindigen, evenredigheid, hoogte kosten, financiële middelen (Rb Midden-Nederland 22/1370)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3124: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, verblijf arbeidsmigranten op vakantiepark, niet in strijd met bpl, nieuwe gronden in hoger beroep (Rb Noord-Nederland 22/3409 en 22/3410)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3085: Awb, Wro; bpl, reparatieplan, uitspraak rechtbank over herstel omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking voor minicamping ligt niet voor
# ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076: Awb, Wro, Chw; bpl verbrede reikwijdte, 650 woningen, woontorens 26 tot 70 m, inspraak, verdrag van Aarhus, MER-plicht, implementatie SMB-richtlijn, begrenzing plangebied, behoefte aan woningen, typen woningen niet voorgeschreven, alternatieve locaties, provinciale omgevingsverordening, geen sprake van inpassen, maar van aanpassen of transformeren, borging noodzakelijk geachte maatregelen in planregels, mogelijkheid voorwaardelijke verplichting, cultuurhistorische waarden, rijksmonumenten, Euromast, negatief advies Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Het Park, Maastunnelcomplex, groen, gemeentelijk beleid, parkeren, herstelbesluit, berekeningen niet inzichtelijk, representatieve invulling maximale mogelijkheden, reductiefactoren, fietsparkeren, Mobility as a Service, parkeerdruk op 200 vervangende parkeerplaatsen, locatie vervangende parkeerplaatsen, verkeer, verkeersmodel, afwikkeling extra verkeer, bereikbaarheid bestaande ondernemingen, geluid, stikstof, luchtkwaliteit, niet in betekenende mate, WHO-advieswaarden, buitendijks en klimaatadaptief bouwen, financiële uitvoerbaarheid, tussenuitspraak
# ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3135: Awb, Wgh; hogere waarden, 650 woningen, industrie en wegverkeer, relativiteit,
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3098: Awb, Waterwet (?); afwijzing verzoek handhaving, onttrekken grondwater, geen aanleiding inschakeling STAB, overtreding, geen onttrekking van meer dan 10 m3 per uur, zorgplicht keur (Rb Midden-Nederland 21/5143)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3089:  Awb, Wro; bpl, wijziging van natuur naar wonen voor 2 percelen, MER, bodemverontreiniging, geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, percelen geen onderdeel meer van provinciaal natuurnetwerk, niet aannemelijk gemaakt dat ontheffing Wnb noodzakelijk is, bescherming houtopstanden, bodemonderzoek, financiële uitvoerbaarheid, Didam-arrest, koopovereenkomst niet ter beoordeling
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3105: Awb, Wro; verzoek herziening usp, bpl, recreatieterrein, verzoek niet onredelijk laat, geen procesbelang bij inhoudelijke beoordeling, beoogde doel kan niet worden bereikt, verbod op gebruik recreatiewoning als hoofdverblijf zou niet veranderen
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3106: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, gebruik woning in strijd met bpl, verblijf mensen die niet tot huishouden behoren, kamerverhuur niet aannemelijk, evenredigheid (Rb Amsterdam 22/4824)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3109: Awb, Wro; bpl, 16 zorgwoningen en dienstwoning, herstelbesluit, nieuwe begripsbepaling “zorgwoning”, 4 extra parkeerplaatsen, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3125: Wab, Wm; handhaving, invordering dwangsom, bezorgen ongeadresseerd reclamedrukwerk op adressen zonder “ja/ja-sticker”, Afvalstoffenverordening, niet-commerciële organisatie, geen definitie, normaal spraakgebruik, rechtsvorm stichting niet bepalend
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3090: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, tweede woning op perceel, geen strijd met bpl, twee bouwvlakken, geen kennelijke misslag (Rb Noord-Holland 20/5436)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3091: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken beheersverordening, stelling met daarin twee silo’s, zelfde gronden als in beroep (Rb Noord-Nederland 22/1824)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3095: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, legalisering dakopbouw, welstand, welstandsnota, geen onderscheid tussen beoordeling vanaf voor- en achterzijde, bouwen op erfgrens, tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 22/2519)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3116: Awb, WVGem; voorlopige aanwijzing, grondentrechter hoger beroep, exceptieve toetsing bpl in zaak over voorkeursrecht op basis van evidentiecriterium, planregel sluit gebruik perceel niet uit (Rb Midden-Nederland 23/1629)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3092: Awb, Wro; bpl, passantenhaven, hotel met hotelappartementen, restaurant, terras en bootverhuur, inspraak, totstandkoming bpl., aansluiting op omgeving, parkeerbehoefte, verkeersveiligheid, behoefteonderzoek
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3139: Awb, Wabo; bpl, gebouw met woon- en werkfunctie, bouwhoogte, schaduwwerking, bezonningsstudie, TNO-norm, groenvermindering, wateroverlast, windhinder, windklimaatonderzoek
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3132: Awb, Wegenwet; aanwijzing parkeerplaatsen als Kiss & Ride strook, door rechtbank meegewogen ruimtelijke ontwikkelingen onvoldoende concreet (Rb Oost-Brabant 23/3229)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3123: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, dakterras, belangenafweging (Rb Midden-Nederland 23/3253)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3093: Awb, Wro; bpl, 128 gestapelde wooneenheden, voorheen grootschalige detailhandel, molenbiotoop, bezonning, verkeer, parkeren
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3094: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, wijziging horecacategorie, geen onevenredige hinder woon- en leefmilieu (Rb Midden-Nederland 24/257)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3097: Awb, Wro; planschade, herhaling gronden beroep (Rb Amsterdam 23/3764)
* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3128: Awb, Wro; bpl, 80 woningen, onderhoud bomen op perceel vanaf naastgelegen gronden, verzoek groenstrook, verplichte aansluiting op riolering, Waterschapsverordening, tussenuitspraak
* ABRvS 8 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3036: Awb, Wro; vovo, bpl, 15 woningen met ontsluitingswegen, parkeerplaatsen en waterberging, nog geen aanvraag omgevingsvergunning, geen spoedeisend belang
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:361: Awb, Wet dieren; boete, slachterij, verontreinigd karkas na slacht, postmortem-keuring, vertrouwensbeginsel (Rb Rotterdam 22/712)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:363: Awb, Wet dieren; boete, slachterij, vlees niet beschermen tegen elke vorm van verontreiniging, redelijke termijn (Rb Rotterdam 21/4569)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:362: Awb, Wet dieren; boete, slachterij, niet tijdig verwijderen bezoedeling van karkas, equality of arms, Hazard Analysis and Critical Control Points-procedure, redelijke termijn (Rb Rotterdam 21/1944)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:364: Awb; bijstelling, vaststelling en terugvordering SDE-subsidie, Besluit SDE, vergistingsinstallatie dierlijke mest
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:360: Awb, Wet dieren; boete, slachterij, verontreinigd karkas, redelijke termijn (Rb Rotterdam 21/4974)
ABRvS 7 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3035: Awb, Ow; TAM-imro-omgevingsplan, vovo, 24 woningen, bouwvolume, groen, waterberging, verkeer, parkeren
* ABRvS 4 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3014: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, vier padelbanen en tennisbaan, goede procesorde, geen belanghebbende, gevolgen van enige betekenis (Rb Oost-Brabant 25/154 en 25/497)
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4034: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, bouw garageloods zonder vergunning, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4079: Awb, Wabo; weigering intrekking omgevingsvergunning milieu, varkensstal, bevoegdheid, revisievergunning, omzetting varkensmesterij naar rundveehouderij, vvgb natuur geen onderdeel van besluit, aparte aanvraag, toestand natuur hoefde niet betrokken te worden bij m.e.r.-beoordeling
* Rechtbank Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6316: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, gebruik gronden en bouwen / in stand laten bouwwerken, hondenpension, last onvoldoende duidelijk, niet onder overgangsrecht bestemmingsplan, overtreder, verbod in stand laten niet van toepassing, bereikbaarheid perceel, in zijn macht om overtreding te beëindigen, gerechtvaardigd vertrouwen, onvoldoende belangenafweging, evenredigheid
#! Rb Noord-Holland 2 juli 2025, HAA 23/919: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, dakopbouw op garage, bijbehorend bouwwerk, definitie in bpl, Bouwbesluit, constructieve veiligheid, geluidwering, feitelijke situatie anders dan bouwplan, toetsing bouwplan, constructiegegevens later aan te leveren
Rechtbank Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6311: Awb, Wabo; vovo, afwijzing verzoek handhaving op grond van specifieke zorgplicht en maatwerkvoorschriften, lelieteelt, verzoek verbod gebruik gewasbeschermingsmiddelen in gemeente, geen onmiskenbare overtreding zorgplicht
* Rechtbank Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5087: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, wateroverlast, gebruik in strijd met bestemming, bouwen in afwijking van vergunning, peil, term ‘bestaand aansluitend afgewerkt maaiveld’, normaal spraakgebruik, onrechtmatige ophoging, buiten bestemmingsvlak, schuur vergunningvrij, gebruik schuur, warmtepomp, retentievijver, ligging retentievijver, zicht op legalisatie, raster tuingaas, ophoogwerkzaamheden, archeologie, relativiteit, locatie onvoldoende geconcretiseerd
* Rechtbank Noord-Nederland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2647: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, realiseren en gebruik tweede paardenbak, gezag van gewijsde, geen paardenpension ten tijde van inwerkingtreding bpl, geen nieuwe feiten of omstandigheden, tegenstrijdige verklaringen omwonenden
* Rechtbank Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5049; Awb, Waterwet; handhaving, last onder dwangsom, nieuwe eigenaar, in stand laten demping watergang met grond, geen overtreding keur, geen in stand laten werk, onrechtmatig besluit, vaststelling  schadevergoeding
* Rechtbank Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5050: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, kinderopvang, niet in strijd met bpl, terugkomen op eerdere uitspraak
* Rechtbank Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5061: Awb, Wabo; afwijzing dwangsom vanwege niet tijdig beslissen op verzoek handhaving, bouwen in afwijking van vergunning / in strijd met bpl, ingebrekestelling te laat, inmiddels beslist op integraal verzoek om handhaving, volledig beslist op verzoek
* Rechtbank Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5054: Awb, Waterwet; watervergunning, afmeervoorzieningen, aantasting privacy, private belangen, geen weigeringsgrond, geen aanleiding voor aanvullende voorschriften
* Rechtbank Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5053: Awb, Waterwet; watervergunning, afmeervoorzieningen, aantasting privacy, , toegang tot sloot, private belangen, doelcriteria uit keur, geen weigeringsgrond, geen aanleiding voor aanvullende voorschriften, EVRM, eigendomsrecht
* Rechtbank Overijssel 1 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4291: Awb, Wabo; handhaving, preventieve last onder dwangsom, verbouwing woning ten behoeve van kamerverhuur, bewoning door meer dan één huishouden, gebruik in strijd met bpl, geen groep bewoners die één huishouden vormt, toekomstige bewoners nog niet bekend
* Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 juli 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:170: Landsverordening maritiem beheer, Bouw- en woningverordening; vergunning maritiem beheer, golfbreker, beroep niet-ontvankelijk,  bouwvergunning, beweegbare brug, voorwaarde, berekend op incidenteel berijden door brandweerauto, geen grondslag in Bouw- en woningverordening
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4061: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, plaatsen van palen en draden, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, geen teeltondersteunende voorziening, definitie bpl
* Rechtbank Gelderland 30 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5045: Awb; handhaving, last onder dwangsom, intrekking preventieve last uit 2011, bezwaar tegen intrekking niet-ontvankelijk, belemmering doorgang openbare weg en zicht op verkeersbord, apv, overtreding, inbreuk op eigendomsrecht, geen kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht
* Rechtbank Gelderland 30 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5038: Awb, Wabo; handhaving, lasten onder dwangsom, ophogen perceel zonder vergunning, ongeveer 35 bij 45 meter met 70 centimeter verhoogd, vergunning geweigerd, vertrouwensbeginsel
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4030: Awb, Wro; planschade, toekenning tegemoetkoming, planologische vergelijking, buiten beschouwing laten uit te werken bestemming, ten tijde van aanvraag andere planologische maatregel
* Rechtbank Noord-Holland 24 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6865: Awb, Wabo; beroep niet tijdig beslissen, verzoek handhaving, procesbelang, zorgplicht, minimalisatie ZZS, afwijzing verzoek deelname als derde-partij, buiten beroepstermijn, belanghebbende bij verzoek om handhaving, vergunningvoorschriften van rechtswege vervallen, activiteiten onder  Activiteitenbesluit, handhaving Activiteitenbesluit, tijdigheid aanleveren informatie, deugdelijkheid inventarisatie ZZS, vermijdings-en reductieprogramma, minimalisatieverplichting
* Rechtbank Oost-Brabant 20 juni 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3513: Awb, Meststoffenwet; boete, niet voldaan aan gebruiksnorm dierlijke meststoffen, stikstofgebruiksnorm en  mestverwerkingsplicht, redelijke termijn
* Rechtbank Midden-Nederland 19 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2924: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen in grond verankerde constructie met zonneschermen met reclame, gelijkheidsbeginsel, prioriteiten bij handhaving, in dit geval melding gedaan
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4042: Awb, WVGem; vestiging voorkeursrecht, procesbelang, van rechtswege vervallen, potentiële schade niet aannemelijk
* Rechtbank Midden-Nederland 22 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2956: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, gebruik twee bedrijfswoningen in strijd met bpl, gebruik als woning niet eerder expliciet vergund, wijzigingsbevoegdheid bpl, goede ruimtelijke ordening, niet meer voldaan aan milieucategorie bedrijventerrein, evenredigheid
* Rechtbank Den Haag 20 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11613: Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning uit 2017, overkapping, geen aanvang met activiteiten, belangenafweging, niet aannemelijk op korte termijn alsnog benutten
* Rechtbank Den Haag 8 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11617: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verkleinen winkel, vergroten woning, detailhandelsbeleid, aantasting hoofdwinkelstructuur, wel toestemming in ander geval, tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 9 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11438: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, realiseren van woningen, appartementen en een jeugdhaven, herstelbesluit, parkeren, vrijstelling van nota parkeernormen, loopafstand kerkbezoek, maatgevend moment, geschiktheid parkeerplaatsen, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 26 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23685: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, legalisatie bedrijfsruimte met parkeerplaatsen, bebouwingspercentage, verkeersbewegingen, tussenuitspraak
* Rechtbank Den Haag 26 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23686: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, dakopbouw met dakterras, geen motivering stedenbouwkundige aanvaardbaarheid, rijksbeschermd stadsgezicht, bezonning, tussenuitspraak

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
= (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

# ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076: Awb, Wro, Chw; bpl verbrede reikwijdte, 650 woningen, woontorens 26 tot 70 m, inspraak, verdrag van Aarhus, MER-plicht, implementatie SMB-richtlijn, begrenzing plangebied, behoefte aan woningen, typen woningen niet voorgeschreven, alternatieve locaties, provinciale omgevingsverordening, geen sprake van inpassen, maar van aanpassen of transformeren, borging noodzakelijk geachte maatregelen in planregels, mogelijkheid voorwaardelijke verplichting, cultuurhistorische waarden, rijksmonumenten, Euromast, negatief advies Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Het Park, Maastunnelcomplex, groen, gemeentelijk beleid, parkeren, herstelbesluit, berekeningen niet inzichtelijk, representatieve invulling maximale mogelijkheden, reductiefactoren, fietsparkeren, Mobility as a Service, parkeerdruk op 200 vervangende parkeerplaatsen, locatie vervangende parkeerplaatsen, verkeer, verkeersmodel, afwikkeling extra verkeer, bereikbaarheid bestaande ondernemingen, geluid, stikstof, luchtkwaliteit, niet in betekenende mate, WHO-advieswaarden, buitendijks en klimaatadaptief bouwen, financiële uitvoerbaarheid, tussenuitspraak
27.4. Met het oog op de rechtspraktijk benadrukt de Afdeling in dit verband dat, anders dan uit eerdere uitspraken van de Afdeling kan volgen, de Afdeling in de hierna genoemde situaties niet langer een rechtvaardiging ziet dat de raad een uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening noodzakelijk geachte maatregel niet in de planregels hoeft te borgen. Het gaat om de situaties:
– dat het bevoegd gezag stelt eigenaar, anderszins zakelijk gerechtigde of beheerder te zijn van de gronden waarop zo’n maatregel moet worden gerealiseerd en in stand gehouden, of
– de verwachting uitspreekt in de toekomst eigenaar, anderszins zakelijk gerechtigde of beheerder van die gronden te zullen worden en ook toezegt die maatregel te zullen realiseren en in stand te houden, of
– wijst op privaatrechtelijke afspraken die de realisatie en instandhouding van die maatregel moeten verzekeren.
De reden hiervoor is dat de enkele (toekomstige) eigendoms- of beheersituatie in combinatie met een toezegging omtrent realisatie en instandhouding of een verwijzing naar daarover gemaakte privaatrechtelijke afspraken, onvoldoende afdwingbare waarborgen biedt voor derden die afhankelijk zijn van een publiekrechtelijke regeling die waarborgen biedt voor hun rechtspositie. De rechtszekerheid vereist dat bij een maatregel die uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk wordt geacht voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan, in de planregels wordt voorzien in een publiekrechtelijke borging van de realisatie en instandhouding van die maatregel, tenzij dit anderszins publiekrechtelijk is verzekerd. Dit kan veelal door een daarop toegespitste voorwaardelijke verplichting in de planregels op te nemen. De Afdeling benadrukt hierbij dat een voorwaardelijke verplichting uitsluitend is vereist voor maatregelen die uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk worden geacht. Daarnaast zijn bijvoorbeeld ook noodzakelijk maatregelen die nodig zijn om aan de vereisten uit een andere wettelijke regeling te kunnen voldoen, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een geluidwal om aan een wettelijke geluidgrenswaarde te voldoen, of, zoals in dit geval, maatregelen die nodig zijn om aan de vereisten over de ruimtelijke kwaliteit te voldoen die zijn opgenomen in een provinciale verordening. Ook voor dergelijke maatregelen is een voorwaardelijke verplichting vereist in de hiervoor beschreven situaties, tenzij deze maatregelen anderszins publiekrechtelijk zijn verzekerd. Maatregelen die bijvoorbeeld uitsluitend tot doel hebben om onverplicht tegemoet te komen aan derden, zullen meestal niet als noodzakelijk uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening worden gezien. Dit betekent dat daarvoor de opname van een voorwaardelijke verplichting in de planregels niet is vereist.
31.6 (…)
De Afdeling ziet op basis van wat in het Masterplan is toegelicht, geen aanleiding voor het oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd waarom het plan volgens de raad geen onevenredige afbreuk doet aan de vrije en solitaire ligging van de Euromast. De Afdeling verwijst in dit verband ook naar het STAB-advies, waarin de STAB in paragraaf 3.7 concludeert dat rekening is gehouden met de zichtlijnen van en naar de Euromast door middel van de bouwhoogten van de gebouwen en de afstand van de nieuwe bebouwing tot de Euromast. In het STAB-advies wordt onderkend dat de ervaring van de Euromast als solitair element oprijzend uit het groen zal veranderen in een element oprijzend uit een rij losstaande gebouwen, maar volgens de STAB heeft de Euromast de meeste ruimte in deze rij van gebouwen en zal de Euromast door het hoogteverschil als een speciaal element uitrijzend boven de gebouwen waarneembaar blijven. Daarbij wijst de STAB er ook op dat de Euromast als icoon voor Rotterdam waarneembaar is en blijft vanuit grote delen van de stad en dat de nieuwe gebouwen hieraan niets zullen veranderen. Het specifieke element, namelijk de Euromast oprijzend uit het groen, is nu ook al in het grootste deel van de stad niet waar te nemen, zo stelt de STAB.
31.7.  Echter, in het STAB-advies staat ook dat in hoeverre de te beschermen visuele waarden bij de Euromast behouden blijven, voor een belangrijk deel afhangt van de wijze waarop het bestemmingsvlak “Groen” rondom de Euromast wordt ingericht. Een meer groene inrichting van de oostelijke kade van de Parkhaven, zoals de raad voorstaat, zal het beeld van de Euromast als bijzonder element hoog uitrijzend in een rij losstaande gebouwen in het groen volgens de STAB versterken. Dat de groene inrichting van het plangebied ook voor de raad een belangrijk onderdeel is van het behoud van de monumentale waarden van de Euromast, blijkt onder meer uit de plantoelichting. Daarin staat in de paragrafen 3.2 en 4.8 dat de samenhang tussen de Euromast en het groene grondvlak van de Parkhavenstrook van belang is en dat rondom de Euromast de groene ruimte behouden blijft, zodat de Euromast als icoon van de stad nog steeds blijft “oprijzen uit het groen”.
Ook in het door SteenhuisMeurs opgestelde rapport “Parkhaven Rotterdam; transformatiekader” wordt in de uitgangspunten voor de woningbouwontwikkeling gesproken over het herkenbaar laten zijn van de Euromast als baken in een groene setting en dat het bouwinitiatief moet worden getoetst aan het behoud van de samenhang tussen de Euromast en het grondvlak, de openheid van de Parkhavenstrook en het groene karakter. Gebaseerd op de genoemde uitgangspunten, bevat het rapport van SteenhuisMeurs een aantal ontwerpprincipes. Net als de STAB, stelt de Afdeling vast dat is aangesloten bij het in het transformatiekader genoemde ontwerpprincipe “paviljoens”. Dit ontwerpprincipe is in het transformatiekader omschreven als losse paviljoens in een groenstrook, met elkaar verbonden door een stelsel van publiek toegankelijke tuinen en parkelementen, waarbij op de uiteindes hoogbouwaccenten denkbaar zijn en waarbij richting de Euromast de bouwhoogtes van de paviljoens vermindert, waardoor de mast als solitair element herkenbaar blijft. De gekozen bouwvolumes in het bestemmingsplan passen bij dit ontwerpprincipe van paviljoens. Ook hierbij plaatst de Afdeling echter de kanttekening dat bij dit ontwerpprincipe de groene inrichting rondom de Euromast en de nieuwe woontorens, bestaande uit zogenoemde “greens” tussen de woontorens, een noodzakelijk onderdeel is van het ontwerpprincipe.
Omdat de groene inrichting van het plangebied een noodzakelijk onderdeel is van het behoud van de monumentale waarden van de Euromast, is naar het oordeel van de Afdeling vereist dat die groene inrichting is uitgewerkt in het bestemmingsplan en dat de realisatie en instandhouding van die groene inrichting in de planregels is geborgd. Dit heeft de raad op de zitting ook onderkend. Zoals hiervoor onder 27.3 en verder is overwogen, is de groene inrichting van het plangebied en de instandhouding daarvan naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende uitgewerkt en geborgd in de planregels. Dit betekent dat het bestemmingsplan ook in het licht van de bescherming van de monumentale waarden van de Euromast niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

*
ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3095: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, legalisering dakopbouw, welstand, welstandsnota, geen onderscheid tussen beoordeling vanaf voor- en achterzijde, bouwen op erfgrens, tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 22/2519)
5.4. De Afdeling is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het college het welstandsadvies van 5 augustus 2022 en het aanvullende advies van 6 december 2022 niet aan het besluit van 17 augustus 2022 ten grondslag heeft kunnen leggen. Daarbij acht de Afdeling van belang dat in zowel het oorspronkelijke welstandsadvies als het aanvullende welstandsadvies is beschreven dat in de beoordeling is betrokken dat slechts een ondergeschikt deel van de dakopbouw vanaf de straatzijde zichtbaar is en dat de achterzijde minder zwaar zou moeten meewegen in de beoordeling. Het college heeft dit in de besluitvorming voor het besluit van 17 augustus 2022 overgenomen en gesteld dat de Welstandsnota een onderscheid zou maken in de welstandsbeoordeling wat betreft zichtbaarheid vanaf de openbare weg en het zicht vanaf andere percelen. Anders dan het college ziet de Afdeling in de Welstandsnota echter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de dakopbouw in belangrijke mate vanaf de straatzijde moet worden bekeken bij de welstandsbeoordeling. Het onderscheid tussen de beoordeling van de voor- en de achterzijde leest de Afdeling niet terug in de Welstandsnota. Nu de adviezen die het college aan het besluit van 17 augustus 2022 ten grondslag heeft gelegd daar wel van uitgaan, kan het besluit van 17 augustus 2022 niet onder die motivering in stand blijven. Uit het voorgaande volgt dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de dakopbouw niet in strijd met redelijke eisen van welstand is. De rechtbank heeft dat niet onderkend.

* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3116: Awb, WVGem; voorlopige aanwijzing, grondentrechter hoger beroep, exceptieve toetsing bpl in zaak over voorkeursrecht op basis van evidentiecriterium, planregel sluit gebruik perceel niet uit (Rb Midden-Nederland 23/1629)
6.1. In de uitspraak van 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:363, ro. 4.2 en 4.3, heeft de Afdeling overwogen dat zij ter bevordering van de rechtseenheid tussen de hoogste bestuursrechters en om redenen van rechtsbescherming aanleiding ziet om de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep te verlaten. In die uitspraak is ook overwogen dat dit niet geldt voor het omgevingsrecht. De Afdeling zal in omgevingsrechtelijke zaken de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep blijven hanteren. De reden daarvoor is dat in zaken over omgevingsrechtelijke besluiten in het merendeel van de gevallen belangen van derden zijn betrokken. In zaken over het omgevingsrecht geldt daarom als uitgangspunt dat de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep toepassing blijft vinden. Alleen indien is uitgesloten dat het toestaan van één of meer nieuwe gronden in hoger beroep leidt of kan leiden tot benadeling van derde-belanghebbenden, kan de bestuursrechter een uitzondering maken op genoemd uitgangspunt. In de uitspraak van 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:362, ro. 7, heeft de Afdeling als omgevingsrechtelijke zaken aangemerkt de zaken over besluiten op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer, Wet ruimtelijke ordening, Tracéwet, Wet geluidhinder, Wet natuurbescherming, Ontgrondingenwet, Waterwet, Wet bodembescherming, Wet luchtvaart, Mijnbouwwet, Kernenergiewet, Wet inzake de luchtverontreiniging, Wet bescherming Antarctica en andere wetten en regelingen op het gebied van het milieu en de ruimtelijke ordening. De Wvg is niet opgenomen in de opsomming van wetten die de Afdeling in ieder geval als omgevingsrechtelijke zaak beschouwt. Deze wet kan naar het oordeel van de Afdeling worden aangemerkt als zo’n andere wet op het gebied van de ruimtelijke ordening.

* ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3128: Awb, Wro; bpl, 80 woningen, onderhoud bomen op perceel vanaf naastgelegen gronden, verzoek groenstrook, verplichte aansluiting op riolering, Waterschapsverordening, tussenuitspraak
4.1. De raad ontkent niet dat het lastig of zelfs onmogelijk zal worden om het onderhoud aan de bomen voort te zetten vanaf het perceel dat nu het plangebied vormt. De raad stelt zich echter op het standpunt dat het onderhoud zonder onoverkomelijke problemen volledig kan worden uitgevoerd vanaf het perceel van [appellant]. In dat verband heeft de raad aangegeven dat [projectleider], die werkzaam is als projectleider Groen bij de gemeente, heeft verklaard dat dit mogelijk is. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad hiermee echter niet aannemelijk gemaakt dat het onderhoud van de bomen daadwerkelijk vanaf het eigen perceel van [appellant] plaats zal kunnen vinden. Daarbij is van belang dat de raad ter zitting heeft erkend dat [projectleider] niet ter plaatse is geweest om zich op de hoogte te stellen van de specifieke feitelijke situatie. [appellant] heeft daarnaast twijfel gezaaid over de juistheid van die verklaring door te wijzen op de verklaring van [persoon], die de bomen van [appellant] de afgelopen jaren heeft onderhouden, dat de meeste bomen enkel vanaf het naastgelegen perceel onderhouden kunnen worden.
De Afdeling is van oordeel dat de raad onder die omstandigheden onvoldoende heeft gemotiveerd dat met het bestemmingsplan – waarin nu niet is voorzien in een tussengelegen groenstrook – is geborgd dat het onderhoud van de bomen langs de erfgrens op het perceel van [appellant] redelijkerwijs mogelijk blijft. De raad heeft het bestemmingsplan op dit punt daarom in strijd met artikel 3:46 van de Awb vastgesteld.

* ABRvS 4 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3014: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, vier padelbanen en tennisbaan, goede procesorde, geen belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, (Rb Oost-Brabant 25/154 en 25/497)
10.1. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit – zoals (een wijziging van) een omgevingsplan of een vergunning – toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de Afdeling naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
10.2.  Uit de door [verzoekster] ter zitting getoonde foto en de toelichting ter zitting kan worden afgeleid dat zij vanuit de bovenverdieping van haar woning enig zicht kan hebben op een deel van de padelbanen. Dit zal zeer beperkt zijn, gelet op de hiervoor genoemde afstand van 250 meter en de tussenliggende begroeiing en bebouwing. Vanuit haar woning gezien, komen de padelbanen en de op deze banen gerichte nieuwe lichtmasten van 6 meter hoog namelijk grotendeels achter de hoge, overdekte tribune te liggen. Die tribune zal dus het zicht van [verzoekster] op de padelbanen en de verlichting van de padelbanen grotendeels ontnemen. Verder is van belang dat het bureau “Geluid op Nivo” de geluidemissie van de tennisbanen en de padelbanen bij woningen in de nabije omgeving van Smash heeft onderzocht, de dichtstbijzijnde op een afstand van ongeveer 120 meter van de locatie. Uit het akoestisch onderzoeksrapport van 25 november 2023 volgt dat de geluidniveaus bij alle onderzochte woningen voldoen aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer, welke normen vanaf 1 januari 2024 in paragraaf 22.3.4 van het omgevingsplan van de gemeente Bergen op Zoom zijn opgenomen, en dat de kans op eventuele hinder vanwege de padelbanen verwaarloosbaar is. De woning van [verzoekster] ligt op een aanmerkelijk grotere afstand van de locatie dan de woningen die in het onderzoek zijn betrokken.
10.3.  De voorzieningenrechter is gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bouwplan geen gevolgen van enige betekenis voor [verzoekster] heeft en dat het college haar bezwaar tegen het besluit van 13 juni 2024 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij dit besluit.

Rechtbank Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6311: Awb, Wabo; vovo, afwijzing verzoek handhaving op grond van specifieke zorgplicht en maatwerkvoorschriften, lelieteelt, verzoek verbod gebruik gewasbeschermingsmiddelen in gemeente, geen onmiskenbare overtreding zorgplicht
18. Bij de parlementaire behandeling van het Bal – op de grondslag van artikel 23.5 van de Ow – is de handhaafbaarheid van de specifieke zorgplichten aan de orde gekomen. Daarbij is overwogen dat daarvan sprake kan zijn als het handelen of nalaten van degene die de activiteit verricht evident in strijd is met de specifieke zorgplicht. Directe handhaving van het overtreden van de specifieke zorgplicht is niet gerechtvaardigd als diegene redelijkerwijs niet kon weten wat in het concrete geval een goede invulling is van de specifieke zorgplicht. De handhaving van specifieke zorgplichten is eerder in algemene zin ook aan de orde geweest bij de parlementaire behandeling van de Omgevingswet en van de Invoeringswet Omgevingswet, waarbij eveneens is benadrukt dat de specifieke zorgplichten alleen betrekking hebben op ‘evidente situaties’, waarbij voor handhavend optreden sprake moet zijn van een ‘onmiskenbaar in strijd handelen’. Uit de nota van toelichting bij het Bal volgt dat directe handhaving van de specifieke zorgplicht voor de hand ligt bij evidente overtredingen. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de activiteit verricht onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht.
19. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat verweerder artikel 2.11 van het Bal bestuursrechtelijk kan handhaven wanneer het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor de lelieteelt onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht. De voorzieningenrechter sluit hiermee in zoverre aan bij de invulling die in de rechtspraak is gegeven aan de mogelijkheid tot handhaving van de zorgplicht uit het voorheen geldende artikel 2.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
20. De voorzieningenrechter stelt vast dat aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de lelieteelt specifieke voorschriften zijn verbonden, namelijk de gebruiksvoorschriften die het Ctgb heeft vastgesteld en de algemene regels uit paragraaf 4.64 van het Bal. Verzoekster betwijfelt echter of die voorschriften toereikend zijn. Zij wijst op onder meer onderzoek door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het advies van de GGD om voorzichtig te zijn bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De voorzieningenrechter begrijpt dat er aanwijzingen zijn voor een verband tussen het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen en het voorkomen van bepaalde ziektes en aandoeningen. De voorzieningenrechter is echter met verweerder van oordeel dat daarmee nog niet is gegeven dat onmiskenbaar sprake is van een overtreding van de specifieke zorgplicht door de lelietelers enkel en alleen door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, ook als dat in overeenstemming is met de gebruiksvoorschriften en paragraaf 4.64 van het Bal. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen sprake is van een evidente overtreding van artikel 2.11 van het Bal die het rechtvaardigt dat er een voorlopige voorziening wordt getroffen in afwachting van de beslissing op het bezwaar van verzoekster.

* Rechtbank Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5054: Awb, Waterwet; watervergunning, afmeervoorzieningen, aantasting privacy, private belangen, doelcriteria uit keur, geen aanleiding voor aanvullende voorschriften
6.2.3. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat artikel 6.21 van de Waterwet een limitatieve opsomming kent van weigeringsgronden. Dat betekent dat weigering van een watervergunning alleen mogelijk is voor zover de aanvraag niet verenigbaar is met de doelstellingen die worden genoemd in artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet. Uit de memorie van toelichting bij de Waterwet blijkt dat met de belangen van derden wel rekening dient te worden gehouden waar het gaat om de wijze waarop de te vergunnen handeling zal worden uitgevoerd en de in verband daarmee aan de vergunning te verbinden voorschriften.
6.3. De rechtbank is van oordeel dat het hoogheemraadschap geen ruimte had om de watervergunning te weigeren vanwege de wens van eiser om de afmeervoorzieningen hier weg te halen en deze op een andere plek te maken. De door eiser genoemde belangen zijn private belangen. Private belangen zijn volgens het wettelijk kader van de Waterwet geen belangen die kunnen leiden tot weigering van een watervergunning. Het hoogheemraadschap heeft daarom in die belangen terecht geen reden gezien om de watervergunning te weigeren. Eiser betoogt daarnaast dat aan de watervergunning aanvullende voorschriften hadden moeten worden verbonden. Zonder nadere toelichting, en die ontbreekt, valt niet in te zien op welke wijze met voorschriften meer dan met de verleende vergunning is gebeurd, met zijn belang rekening had kunnen worden gehouden. De beroepsgrond slaagt daarom niet en de rechtbank komt daarom ook niet toe aan een (verdere) bespreking van deze beroepsgrond.

Privacy beleid
STAB hecht aan het naleven van de beginselen uit de AVG. De wijze waarop we met gegevens omgaan, is vastgelegd in een privacyverklaring. Voor onze volledige privacyverklaring kunt u hier terecht.

Privacy Preference Center

Ontdek meer van STAB

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder